Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op een middag toen Lampsins alleen in de schans was, vroeg hij een jongen of hij het duivenhok kon schoonmaken. De jongen ging aan het werk. Lampsins kwam er later bij en beval de jongen Rapper om zijn broek los te maken. Toen Rapper dit weigerde, maakte Lampsins zelf de broek los en sloeg hem met een touw op zijn blote billen. Hij zou mogelijk verder zijn gegaan als medekadet Abraham van Sint Truijen hem niet had betrapt. Abraham van Sint Truijen bevond zich op dat moment aan de bakboordzijde. Lampsins liet de jongen toen los, maar probeerde wel te voorkomen dat deze naar beneden zou gaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0673  


Op een dag werd Jan Rapper door Lampsins aangesproken in Sint Truijen. Lampsins had Rapper geslagen en was bang dat deze dit zou vertellen aan de cadet van Sint Truijen. Toen Rapper ontsnapte aan Lampsins, vertelde hij inderdaad aan de cadet wat er gebeurd was. De volgende dag trakteerde Lampsins de cadet van Sint Truijen en enkele scheepsjongens op wijn in de schans. Hij vroeg toen aan Rapper of deze een klusje voor hem wilde doen. Toen Rapper ja zei, droeg Lampsins hem op het duivenhok achter op de compagnie schoon te maken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0674  


De bootsman hield zich niet aan de regels en was ongehoorzaam aan de stuurlieden. Dit gebeurde meer dan 25 keer, tijdens het schoonmaken, wachtdiensten en andere scheepstaken. In de nacht werd de oppermeester naar beneden gehaald door zijn ondermeester. Bij de constabel in de kamer overleed hij plotseling. De bemanning wilde tegen de orders in een kaars branden bij de overledene. Dit was niet toegestaan in de constapelskamer en ging tegen de regels van de Compagnie in. Commandeur Rosendaal was dronken en zat nog met de bootsman onder de bak te drinken. Er was een discussie over het leggen van het stoffelijk overschot bij het spil totdat de kist klaar zou zijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0401  


De boodschapper en de passagier zitten 's morgens te drinken in het onderste deel van het schip. Eén van hen komt dronken bij de gezagvoerder en vraagt om wapens te mogen schoonmaken. De gezagvoerder antwoordt dat er vandaag geen tijd voor is. Bovendien moeten wapens door bekwame mensen schoongemaakt worden en niet door dronken personen. Toch probeert één van de aanklagers de situatie anders voor te stellen. Die beweert namelijk dat de gezagvoerder niet wilde dat de wapens schoongemaakt zouden worden, terwijl er al 7 mannen op bevel van de commandeur mee bezig waren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0387  


De betreffende vrouwelijke slaaf werd meerdere keren mishandeld door kleine bazen die een brandende kaars van de muur namen en haar lichaam bekeken. Ze zeiden dat ze nog niet genoeg had gehad. De slavenjongens, die Pieter Pienaar zijn beste helpers noemde, begonnen haar opnieuw te slaan. Volgens de kleine baas zou hij haar dood laten slaan. De mishandeling zou langer hebben geduurd als de vrouw van Arij de Lange haar niet had losgemaakt van de ladder. Daarna is ze naar Stellenbosch gevlucht waar ze een klacht heeft ingediend. Uit de verklaring blijkt verder dat zij een keer in slaap was gevallen toen ze hout moest halen, maar diezelfde avond toen het al donker was toch nog terugkwam naar het slavenhuis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0330  


De verdachte zegt dat hij een borstziekte had en nog steeds heeft. Het tegenovergestelde blijkt uit de verklaring van de chirurgijn Honoratius Maijnier.

De verdachte beweert dat hij op zondag 24 september tussen 7 en 8 uur 's avonds (toen het meisje vermoedelijk werd vermoord) niet buiten zijn huis is geweest. Dit wordt tegengesproken door de slaaf Sicko en de slavin Truij. Zij verklaren dat de verdachte die zondagavond tussen 7 en 8 uur hijgend en bezweet, met gele klei op zijn kleren, in de keuken van kapitein Rhenius kwam. Na een korte tijd vertrok hij met een jongen, zeggend dat hij ziek was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0655  


De verdachte hield vol dat hij niet ziek was maar deed alsof. De heer Meijnerts Hagen liet de gevangene komen, die zich ook toen ziek voordeed. In aanwezigheid van de commissarissen, zijn eigenaar en graaf Randsouw werd hem gevraagd of Rosa zijn vrouw was. Hij ontkende dit. Verschillende slaven beweerden echter het tegenovergestelde. Daarom werd aan Rantzouw, die Maleis sprak, gevraagd om het nog eens in het Maleis te vragen. De gevangene ontkende opnieuw, zei dat hij haar niet kende en haar zelfs nooit had gezien. De aanklager moest het hier toen bij laten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0653  


De officier van justitie heeft op 30 september een ondervragingsrapport ontvangen over een moord op de slavin Rosa. De verdachte blijft ontkennen dat hij de moord heeft gepleegd en beweert dat hij op het moment van de moord ziek thuis was bij zijn eigenaar. Hij hoopt hiermee zijn straf te ontlopen. De officier van justitie heeft echter duidelijk bewijs dat de verdachte schuldig is aan de moord.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0650  


De rechtbank heeft bepaald dat de volgende straffen moeten worden uitgevoerd:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0709  


4 slaven tekenden bezwaar aan in een rechtzaak: Trijntje van Madagasca, Gerrit van Tutocorijn, Isaac van Masulipatnam en Carel van Bangala. Het ging om een strafrechtelijke aanklacht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0712  


Gerrit heeft een ijzeren voorwerp aan Flora gegeven. Zij heeft dit ijzeren voorwerp samen met sleutels gebruikt om een bottelarij (voorraadkast) open te maken. In de kast stond een vat met zure haring. Het ijzeren voorwerp was gebogen en moest samen met een spijker worden gebruikt om sloten open te maken van de voorraadkast, een kist en een lessenaar.

Ze zegt dat wanneer ze geen kwaad deed, Mensink boos op haar was. Ze heeft haar kind mishandeld door het soms met naalden in het hoofd te steken en met spelden in de rijst te prikken. Toen haar kind 9 maanden oud was, is ze op aanraden van Mensink weggelopen.

Ze verbleef bij de Leeuwenberg in een rotsholte. Als ze mensen zag, verstopte ze zich achter bosjes en rotsen. 's Avonds werd ze door de jongens van Mensink opgehaald. 's Nachts had ze intiem contact met Mensink.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0761  


Op 14 juli 1712 wordt in het Kasteel de Goede Hoop een vonnis uitgesproken. De straf houdt in: Het vonnis is ondertekend door: Het vonnis wordt op 16 juli uitgevoerd. De raad staat toe dat de eerste twee gevangenen een normale begrafenis krijgen. Op 17 juli was het een heldere dag met zonneschijn en een licht zeewindje. Er werden die dag twee kerkdiensten gehouden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4070 / 0643  


De bestuurder oordeelde dat deze zaak volledig bewezen was tegen de volgende 5 beschuldigden:

Het bewijs bestond uit:

  1. Een bekentenis van Santrij zonder marteling
  2. Verklaringen van betrouwbare personen
  3. Bevestiging door medeplichtigen

De rechter mocht een oordeel vellen zonder rekening te houden met de ontkenningen van deze koppige verbannen misdadiger.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0651  


De slaaf Carel vertelt over een incident bij Gerrit. Nadat hij eerst weggestuurd was, werd hij later teruggeroepen en kreeg een glas bier van Gerrit. Die vroeg hoe zijn vrouw het maakte. Carel zei dat ze 5 à 6 dagen ziek was geweest met buikpijn. Omdat Carel de situatie niet vertrouwde, gooide hij het bier weg.

Op zaterdag 12 november riep Gerrit hem bij de waterpomp en nam hem mee naar het huis van Mentsink. Daar kreeg Carel weer bier van Gerrit. Na het drinken van dit bier moest hij bloed overgeven.

Deze verklaring is afgelegd in het kasteel van de Goede Hoop op 18 november 1712 door Carel. Het document is ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0822  


In deze rechtsakte op 19 november 1712 verklaart de slaaf Carl in het kasteel De Goede Hoop aan de rechtbank dat hij zijn eerdere verklaring bevestigt, nadat deze aan hem was voorgelezen in aanwezigheid van de slaaf Gerrit. Hij wil niets toevoegen of weghalen. De verklaring werd ondertekend door Carl met een merkteken, en door secretaris Daniel Sibaul en de commissieleden Swellengrebek en Hendrik Bauman.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0823  


Op 28 januari 1713 hebben twee mannen, Bronswinkel en Jan Casper Rigter, op het Kasteel de Goede Hoop een verklaring afgelegd. Ze bevestigden dat de voorgelezen verklaring klopte en wilden er niets aan toevoegen of vanaf halen. Ze hebben de materialen en het bot van de hand bekeken en bevestigd dat dit dezelfde waren als in hun verklaring. Ze hebben dit onder ede bevestigd. De secretarissen D. Thibault en Bibaud en de commissarissen O. Bergh en Hendrik Bouman waren hierbij aanwezig.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0820  


Hij bevestigde dat hij Mensink een middel gaf om Trijntje te laten slapen. Hij vertelde dat hij dit middel al eerder bij haar had gebruikt. Hij zwoer dit onder eed met de woorden "zo waarlijk helpe mij God Almachtig". Dit document werd ondertekend aan de Kaap de Goede Hoop op 17 november 1712 door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0734  


Elisabeth Lingelbrch verklaarde onder ede bij de rechtbank van Kaap de Goede Hoop het volgende:

Deze verklaring werd afgelegd in het bijzijn van getuigen Juriaan Bronswinkel en Gerart van Baarsenburg, en werd vastgelegd door secretaris Daniel Thibault.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0733  


De tekst beschrijft de straffen voor verschillende misdaden:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0705  


Willem van Putten diende als vervangend aanklager bij het bestuur van het Kaapse fort een aanklacht in tegen Hendrik Caspersz van den Bergh. Deze van den Bergh was matroos bij de Oost-Indische Compagnie en werkte als seinwachter op de Leeuwenkop. De aanklacht was ook gericht tegen Hans Heeren. Ze werden beschuldigd van nalatigheid en het verlaten van hun post. De aanklacht werd ingediend bij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0011  


In deze rechtszaak stelt de eiser dat de slaaf Isaak van Masulipatnam van eigenaar Willem Mensink goederen heeft gestolen en dat verschillende personen deze goederen hebben gekocht, namelijk:

De eiser eist volgens artikel 59 van het algemene plakkaat dat alle gedaagden worden veroordeeld tot een boete van 100 rijksdaalders plus kosten.

Pieter Willemsz (ook bekend als Diet Vrolijk) zegt dat hij 3 rijksdaalders heeft betaald voor de sieraden en dacht dat het van een vrij man kwam omdat deze netjes gekleed was. Het knoopje is verloren gegaan.

Lieve Verstraten erkent zijn aandeel en zegt dat hij naar Mensink is gegaan om het te melden, maar deze verwees hem door naar de fiscaal.

Jonas van der Poel verklaart dat zijn baas' jongen Titus hem het goed bracht en dat hij 12 schellingen heeft betaald, niet wetend dat het van een slaaf kwam. Hij heeft de jongen later een paar klappen gegeven toen hij dit ontdekte.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4081 / 0111  


Trijntje heeft in het kaarslicht een kind laten zien. Willem Mensink beloofde haar de volgende dag een fles bier te sturen. Gerrit, de jongen van Mensink, heeft deze fles gebracht. Na het drinken van dit bier kon ze haar kind en haar werkgeefster geen goed meer doen. Ongeveer 3 weken later heeft Trijntje haar kind uitgekleed en in de keuken bij een trap in de tocht neergelegd. Toen de werkgeefster 's ochtends vroeg waarom het kind 's nachts zo had gehuild, antwoordde Trijntje: "Wat huilen? Daar ligt het." De werkgeefster vond het naakte kind bij de trap, heeft het uit medelijden opgetild, verzorgd en weer aangekleed.

Trijntje heeft toen ze zag dat de werkgeefster saffraan aan haar kind gaf, het doosje met nog een kwart saffraan in een vat met pekelharingen gegooid. Door middel van iets dat Gerrit haar had gegeven, heeft ze schade aangericht. Trijntje heeft zowel voor als na dit voorval veel schade veroorzaakt door:

Ze bekende dit alles te hebben gedaan op aandringen van Willem Mensink. Toen haar kind 9 maanden oud was, is ze ervandoor gegaan na 20 katoenen zakdoeken van haar werkgeefster te hebben gestolen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0723  


Op 7 en 9 augustus 1719 vertrokken de schepen Leijtsman, Haakeburgh en Voorburgh uit Texel. Van de 106 opvarenden waren er 7 dood en 16 ziek. Het schip was verder in goede staat. Er volgden dagen met:

De rechtbank veroordeelde Jacob van Madagascer, een weggelopen slaaf van oud-raadslid Willem Mensink, ter dood. Hij zou levend geradbraakt worden voor verschillende ernstige misdaden die hij in 6 jaar had gepleegd, waaronder moord, roof en diefstal.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4082 / 0344  


Hij heeft aan Trijntje wel bier en bundeltjes gebracht, maar niet met haar binnenshuis gepraat. Hij is namens zijn mevrouw bij Trijntje langsgegaan om boodschappen door te geven. Er werd gezegd dat als Trijntje verkocht zou worden, zijn mevrouw haar zou kopen. Hij heeft Trijntje inderdaad gewaarschuwd om naar het huis van zijn baas, de brouwer Willem Menssink, te komen.

Nadat de dienstmeid Flora een ijzeren voorwerp op straat had gevonden, heeft hij dit aan Trijntje laten geven. Er werd bij gezegd dat ze kon proberen of ze daarmee de kist van haar mevrouw kon openmaken.

Hij heeft samen met Isaac een ladder gebracht en weggehaald bij het dakvenster van mevrouw Kingelbach's huis. Hij is zelf in het gevangenhuis geweest bij haar en is daar een keer door kassier Coopman weggestuurd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0796  


De medische experts bekeken een verdacht pakketje. De tweede deskundige gaf een medicijn aan de zieke dame om mogelijke slechte stoffen uit haar lichaam te verdrijven. Twee dagen later liet de dame aan beide artsen worteltjes zien die ze zei te hebben uitgepoept met een aangeslagen lepel. De slavin Trijntje getuigde dat ze deze worteltjes had gekregen van Willem Menssink of zijn knechten, met de opdracht deze in het eten van haar meesteres juffrouw Lingelbagh te doen zodat deze haar geen kwaad zou kunnen doen. Later kwam de eerste arts op een zondag bij juffrouw Lingelbagh thuis en hoorde hij dat Trijntje had bekend dat ze een hand had begraven bij het hoofdeinde van het bed van haar meesteres buiten op het erf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0818  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/