De verdachte hield vol dat hij niet ziek was maar deed alsof. De heer Meijnerts Hagen liet de gevangene komen, die zich ook toen ziek voordeed. In aanwezigheid van de commissarissen, zijn eigenaar en graaf Randsouw werd hem gevraagd of Rosa zijn vrouw was. Hij ontkende dit. Verschillende slaven beweerden echter het tegenovergestelde. Daarom werd aan Rantzouw, die Maleis sprak, gevraagd om het nog eens in het Maleis te vragen. De gevangene ontkende opnieuw, zei dat hij haar niet kende en haar zelfs nooit had gezien. De aanklager moest het hier toen bij laten.


Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland, archieftoegang 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventarisnummer 10951, Kamer Zeeland, INGEKOMEN STUKKEN VAN DE KANTOREN IN INDIE BIJ DE HEREN XVII EN DE KAMER ZEELAND, Stukken van de gouverneur en raden van Kaap de Goede Hoop, Kopie-criminele rollen van de Raad van Justitie van Kaap de Goede Hoop, 1752
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/