Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op 31 mei 1730 kwam er bericht uit Ceylon. De reizigers waren op weg van Rocanelle naar Hangwelle, volgens de gebruikelijke route door Tereijsen. Zij antwoordden dat het beter zou zijn om nog een nacht in Bitavaque te blijven, omdat de reis anders te zwaar zou zijn voor de olifanten. De dieren hadden al een zware mars gemaakt. Het zou onverantwoordelijk zijn tegenover de koning als er iets met de beesten zou gebeuren. Dit werd beleefd toegestaan. Op hetzelfde moment stuurden zij een brief naar de vaandrig en het hoofd in Hangwelle om te melden dat ze op 21 daar zouden aankomen in plaats van op 20, zoals eerder op 15 was gemeld. De gecommitteerden moesten dit weten zodat zij een bezoek konden komen brengen.

Op 19 maart om 11:00 uur in de ochtend verlieten zij 's zondags Kabelgaroepe en kwamen om 17:00 uur in Roeanelle aan, waar zij de nacht doorbrachten. Op 20 omstreeks 11:00 uur in de ochtend vertrokken zij van Roeanelle en kwamen om 15:00 uur in Sitavaque aan. Op 21 om 10:00 uur in de ochtend kregen zij dinsdag bericht van de gecommitteerden dat zij in Awissawelle waren aangekomen. Zij hadden de gevraagde medicijnen meegebracht, samen met een brief van de politieke raad.

Bekijk transcriptie 


Op 31 mei 1730 vertrokken zij te voet vanuit Ceylon en namen afscheid namens de heren. Ze zeiden monse andols en reisden verder naar de pagode dadam wolle dewale. Deze plaats gingen ze volgens de oude gewoonte te voet door. 's Middags om 16:00 uur kwamen ze aan in walwagodde, waar ze werden ontvangen door de eerder genoemde hoofden en bleven overnachten.

Op donderdag 16 maart vertrokken ze weer en gingen door het gebied van balne. Rond 14:00 uur kwamen ze bij de gravet aldaar, die ze te voet moesten doorgaan. 's Middags om 16:00 uur kwamen ze aan in attapittij. Daar werden ze ingehaald door de hovelingen die bij hen verbleven en naar hun verblijfplaats gebracht. De dessave van oedepalate vroeg namens zijn koninklijke majesteit om enkele medicijnen, omdat hun edelen de vorige avond een ola hadden ontvangen. Dit werd niet nagelaten om aan uwel edele groot achtbare op dat moment door te geven, en daarbij werd de genoemde catalogus toegestuurd.

Op vrijdag 17 maart 's morgens vertrokken zij uit attapittijen en kwamen 's middags om 15:00 uur aan in hittemoele, waar ze die nacht bleven.

Op zaterdag 18 maart verlieten ze hittemoele en arriveerden 's middags om 14:00 uur in kabelgaroepe. Daar werden ze ontvangen door de hovelingen die hen begeleiden, en ze verzochten iets van hun edelen.

Bekijk transcriptie 


Op 30 mei 1730 werd vanuit Ceijlon gewoonte ingehaald en naar het logement gebracht. De adigaar (een hoge ambtenaar) vertelde dat zijn majesteit hen had afgevaardigd om naar hun gezondheid te vragen en hen verder naar Colombo te begeleiden. Dit gebeurde in gezelschap van de volgende hofedelen: helepalle rala hamij dessave van oede pala te attepattoe nana Jakare nanaJakare, imboelmaldenie koditoeackoe en mohandirams padikare.

Haar edelheden moesten hen op bevel van zijn majesteit begeleiden tot hangwelle. Voor deze grote gunst werd zijn majesteit zeer bedankt. Om ongeveer 11 uur vertrokken ze uit het logement in gezelschap van de adigaar en alle andere hoofden. Ze werden verder uitgeleide gedaan dan de gewone scheidplaats. Vervolgens namen ze afscheid van de adigaar en een mohandiram en besprenkelden hen met rozenwater.

Voordat de adigaar vertrok, werd hij verzocht om zijn koninklijke majesteit zeer onderdanig te bedanken voor alle eer en gunsten die zijn majesteit had willen bewijzen. Ook moesten hun eerbiedige groeten worden overgebracht aan zijn majesteit en de hofedelen. De 2 heren keerden daarna terug naar het hof, terwijl zij verder reisden in gezelschap van de 7 hofgroten, nog een heerdenie Koerwel en mohotiaars (ambtenaren).

Bekijk transcriptie 


Op woensdag 31 mei 1730 kwam de dispensier van Ceylon. Hiervan tevreden genomen, werd hij weer naar buiten begeleid door alle hofgroten naar de plaats waar de olifanten stonden. Daar leidde de dessave (bestuurder) hen rond bij 3 en 7 Korlds. De grootste olifant was voor de eerste gezant en de andere voor de tweede gezant. Daarbij waren ook 6 Cornax en pannenzagers gevoegd om de beesten tijdens de reis naar Colombo van het nodige te voorzien en daar te blijven totdat zij afscheid zouden nemen.

Bij de laese pagode buiten de stad namen zij op de vriendelijkste en beleefste manier afscheid. Zij werden verder naar hun logement begeleid door de dessave van Oedepalate en de andere 6 hofgroten die tot dan toe bij hen waren gebleven. 's Nachts rond 1 uur kwamen zij bij hun logement aan, waar zij afscheid namen en naar hun eigen woningen vertrokken.

Op vrijdag 15 maart berichtten zij eerbiedig dat zij gisterenavond hun laatste of afscheidsaudiëntie hadden gekregen. Deze morgen stonden zij klaar om te vertrekken en zij waren van plan om op de 20e in Hangwelle te zijn. Rond 10 uur kwamen zij uit het hof, waar de tweede rijksadigaar en attepattoe nangjakare mohotiaar waren, die volgens gebruik aanwezig waren.

Bekijk transcriptie 


Op 31 mei 1730 liet de vorst van Ceylon weten dat hij de Nederlanders nog meer eer en gunst wilde geven. Hij had besloten om aan ieder van hen een olifant cadeau te doen. Dit was een heel bijzonder geschenk aan dat hof, omdat het daar zeer gewaardeerd werd. Daarom voelden de Nederlanders zich verplicht om op de meest krachtige manier hun nederige dankbaarheid aan zijn koninklijke majesteit te tonen.

Daarna nam de vorst afscheid van hen. Ze vertrokken met dezelfde ceremonies als waarmee ze gekomen waren. Buiten stonden 2 paarden klaar. Het ene was op zijn Hollands opgezadeld en het andere op zijn Moorse manier kostelijk uitgedost. Alle belangrijke personen die daar aanwezig waren, hadden van zijn koninklijke majesteit de opdracht gekregen om deze paarden aan de Nederlanders te tonen. De koning kon ze namelijk door zijn hoge leeftijd niet meer gebruiken en wilde graag van andere soortgelijke paarden voorzien worden als dat mogelijk was.

De Nederlanders antwoordden dat uw wel edele groot achtbare zeer bereid was zijn majesteit van mooie paarden te voorzien. Op dat moment hadden ze geen betere paarden bij de hand dan die ze meegebracht hadden. Ze zouden echter wel hun best doen om dit krachtig aan uw edele hoog achtbare voor te leggen. De edelen bedankten hen hiervoor en zeiden dat ze zijn majesteit hiervan op de hoogte zouden stellen.

Daarna werd de Nederlanders een koninklijk banket aangeboden, het gewone eten dat aan hen gepresenteerd werd, verzorgd door de eerste dienaar.

Bekijk transcriptie 


Op 30 mei 1730 werden zij gevraagd wat zij nog van Ceylon te vorderen hadden. Zij antwoordden dat er nog geen definitieve uitspraak in die zaak was, maar dat de belangrijkste zaken al op papier waren gebracht en naar Batavia waren gestuurd, waar zij eerst op antwoord moesten wachten. Daarom waren zij niet in staat om zijn majesteit daarover meer duidelijkheid te geven. Zijn majesteit vroeg daarop direct waar de eerst getekende in die tijd was geweest. Deze antwoordde dat hij toen door de edele heer gouverneur naar Nanigombo was gestuurd om de forten daar te herstellen. De vorst zei hier niets op, maar zei dat zij nu enige tijd in zijn land hadden doorgebracht en dat hij van plan was om afscheid van hen te nemen, maar dat hij dit aan hun eigen oordeel overliet. Zij bedankten hem beleefd en zeiden dat zij door uw wel edele grootachtbare waren afgezonden om zich wat betreft blijven of vertrekken volledig te schikken naar het welgevallen van zijn koninklijke majesteit, en dat het hen daarom aangenaam zou zijn wat zijn majesteit daarover zou beslissen. De vorst vond dit goed en zei vervolgens dat zij dan morgen konden vertrekken. Daarna werden zij samen met hun schrijver, tolk en appoehamijs met de gebruikelijke geschenken beloond, waarvoor zij hun nederige dankbaarheid betuigden.
Bekijk transcriptie 


31 mei 1730. De Ceylonse gouverneurs bedankten hoffelijk voor de toezegging van genoegens voor de vorst. Ze verzekerden dat ze er alles aan zouden doen om zijn majesteit plezier en genoegen te bezorgen. Dit behaagde de vorst zeer goed. De brief, geschenken en paarden waren zorgvuldig bewaard en in goede staat overgebracht. Zijn majesteit uitte veel loftuitingen ter ere van hen. Hij zei bovendien dat ze zich bijzonder goed hadden gedragen volgens zijn wensen en de gebruiken van het land. Zijn majesteit zou binnenkort een vriendelijke ola (brief) als antwoord op de keizerlijke brief sturen via enkele hofgroten. Deze zou naar de gezondheid van de Ceylonse gouverneurs informeren en het genoegen betuigen dat zijn majesteit in hun personen had. Men twijfelde er niet aan dat dit zeer aangenaam zou zijn en op den duur tot merkelijk voordeel zou leiden. Hiervoor werd zijn majesteit zeer nederig bedankt. Er viel een korte stilte. Vervolgens vroeg zijn majesteit hoe het was afgelopen met alle zaken uit de tijd van de edele heer M. Petrus Vuijst, omdat hij daar veel over had gehoord maar niets wilde geloven, en daarom graag een kort verhaal hierover wilde horen.

Bekijk transcriptie 


31 mei 1730 stuurden ze vanuit Ceylon bericht dat ze gezond waren en dat door de grote gunst van zijn majesteit niets was ontbroken. De vorst toonde zich hierover tevreden en gaf hen toestemming om op hun gemak te gaan zitten. Dit werd door de schrijver, die naast de tweede gezant zat, gedaan nadat ze zijn majesteit hadden bedankt en opnieuw om toestemming hadden gevraagd om te mogen zitten. Zijn majesteit vroeg daarop of zij namens de heren nog iets wilden zeggen dat in de eerste audiëntie mogelijk vergeten was. Zij antwoordden dat ze tijdens die eerdere ontmoeting het geluk hadden gehad om zijn majesteit alles voor te leggen wat de heren hun in deze opdracht hadden opgedragen. Daarom hadden ze niets meer te zeggen, behalve nogmaals de voortdurende goede gunst van zijn koninklijke majesteit voor de Compagnie en de trouwe Nederlandse heren te vragen. Zijn majesteit antwoordde daarop dat hij altijd veel gunsten aan hen zou bewijzen. Nadat ze de vorst hiervoor ootmoedig hadden bedankt, zeiden ze tegen hem dat hij zeer tevreden was over de inhoud van de koninklijke brief en de aangename bewoordingen die de heren gouverneurs daarin hadden gebruikt. Hij vertrouwde op meer vriendschap van deze heren dan van eerdere edele heren gouverneurs.

Bekijk transcriptie 


Op 31 mei 1730 vertrokken zij samen met de eerder genoemde 3 afgevaardigde hofgroten 's avonds rond 18:00 uur over de rivier. Om half negen waren zij al zo dicht bij het hof gevorderd dat zij ontvangen werden door de tweede rijksbestuurder en de bestuurder van de 3 en 7 Corles. Zij werden verder naar het hof geleid, waar zij verwelkomd werden onder het slaan van trommels en trommeltjes, begeleid door het geluid van trompettisten en hoornblazers. Ook kwamen de bestuurders van Matale, Saffragam en van de 4 Corles, samen met enkele mohotiaarsen en andere lagere hofgroten. Ondertussen gingen de tweede rijksbestuurder en de bestuurder van Saffragam naar binnen om zijn koninklijke majesteit op de hoogte te brengen van hun aankomst. Bij die gelegenheid verzochten zij dat hun schrijver en tweede tolk ook voor zijn majesteit mochten verschijnen. Toen de heren naar buiten kwamen stemden zij hiermee in. Zij traden daarom met hen en alle hofgroten tot voor de audientiezaal onder een afdak. De eerder genoemde 6 gordijnen werden geopend en de gebruikelijke eerbewijzen voor zijn majesteit werden gedaan. Vervolgens traden zij tot op het tapijt en nadat zij geknield waren, beliefde het zijn koninklijke majesteit om te vragen naar hun gezondheid en of zij sinds de eerste audiëntie goed behandeld waren. Hierop antwoordden zij dat zij tot dienst van zijn majesteit nog in goede gezondheid verkeerden.

Bekijk transcriptie 


Vrijdag 10 mei, zaterdag 11, zondag 12, maandag 13 en dinsdag 14 in het jaar 1730 arriveerde er bericht uit Ceylon gedateerd 30 mei. Men wilde weten of zij goed behandeld werden nadat zij voor zijne majesteit waren verschenen. Zij antwoordden dat zij de majesteit niet genoeg konden bedanken voor de grote vriendelijkheid en zorg die hij voor hen had. De edelen vertrokken na een korte zit weer naar het hof. Bij die gelegenheid vroegen zij of de edelen de koning en de hoge heren namens hen beiden zeer nederig wilden groeten. Ook wilden zij laten weten dat zij hoopten snel weer voor zijne majesteit te mogen verschijnen. De edelen antwoordden dat het nu een goede gelegenheid was om de majesteit dit bekend te maken en vertrokken toen weer naar het hof, waar zij volgens de gewoonte werden uitgeleide gedaan.

's Middags omstreeks 4 uur verschenen er 3 hoge heren, namelijk de attepattoe, nanajakare mohotiaer en de schrijvers dorgamme en hoelangaminoewe. Nadat zij behoorlijk waren ontvangen, maakten zij bekend dat zij opdracht van zijne koninklijke majesteit hadden om hen naar de laatste of afscheidsaudiëntie te brengen. Zij bedankten de edelen voor deze boodschap en maakten zich meteen klaar voor de reis en begaven zich in gezelschap.

Bekijk transcriptie 


Op vrijdag 3 maart 's morgens om 10 uur kwamen pattoe nanajakare mohotiaar en injegamme mohandiram vanuit het hof naar hun verblijfplaats, gestuurd door de keizer. Zij haalden hen beleefd binnen. Na enkele oude complimenten te hebben gemaakt, vroegen zij om de keizer namens hen met eerbied te verzekeren van hun verschuldigde respect en verplichte dankbaarheid voor de grote gunsten en eer die hun tijdens de eerste audiëntie waren bewezen. Nadat de heren een tijdje bij hen hadden gezeten, vertrokken zij weer naar het hof, nadat zij met rozenwater waren besprenkeld. Deze voormiddag hadden zij de eer om in alle onderdanigheid aan de hoge autoriteit te melden dat de eerste audiëntie goed was verlopen, waarbij de keizer had voorgedragen en verzocht wat hen via instructie was bevolen.

Op zaterdag 4 maart, zondag 5 maart, maandag 6 maart en dinsdag 7 maart viel er niets voor.

Op woensdag 8 maart en donderdag 9 maart 's middags omstreeks 4 uur verschenen 2 mannen van het hof met de namen hoelangammoewe en irjegamme, die namens de keizer zeiden te zijn afgezonden om naar hun gezondheid te informeren.

Bekijk transcriptie 


Op 31 mei 1730 werd er afscheid genomen van mensen met wie onderhandeld was. De tweede rijksadigaar, alle dessaves, mohotiaars en andere lagere hoofdmannen gingen mee. Ze brachten de groep veel verder dan de gebruikelijke plaats waar normaal afscheid werd genomen. Met veel complimenten namen ze een zeer tevreden afscheid. Ook gingen 2 hofgroten, Dornagamme en Hoelangataldewe mohandirams, mee om de groep samen met de andere overgebleven hoofdmannen naar het logement te begeleiden. Dit gebeurde op uitdrukkelijke last van zijn majesteit. Die 2 mohandirams moesten daarna meteen weer naar het hof terugkeren. Voor deze beleefdheid lieten zij zijn majesteit met veel tekenen van achting bedanken. Ze vroegen de hoofdmannen of ze dit wilden doen, wat door die hoofdmannen zeer gewillig werd aangenomen om te volbrengen. Toen de groep met de genoemde 7 hofgroten en 2 andere mohandirams een kwartier uur verder was gegaan, werden ze door de dessave van Oedapalate en alle andere hoofdmannen verzocht om hun gemak te nemen en in de andols te gaan liggen. Na het maken van enkele excuses deden ze dit toch vanwege de gemakkelijkheid van de weg. Samen kwamen ze 's nachts omstreeks 1 uur in hun logement aan. De genoemde 2 mohandirams gingen weer naar het hof. Deze werden door de groep samen met alle andere hoofdmannen uitgeleide gedaan tot aan de oever van de rivier, die dicht bij hun logement lag. Toen ze daar weer teruggekeerd waren, namen alle hoofdmannen gezamenlijk afscheid en vertrokken naar hun eigen woning. 's Morgens was het 8 juni.

Bekijk transcriptie 


Op 31 mei 1730 werd aan hen om naar hun verblijfplaats terug te keren. Er werd bijgevoegd dat zodra zijn majesteit de brief van de Compagnie gelezen zou hebben, hij hen zou ontbieden voor een afscheidsaudiëntie. Hij zou hen dan met een opdracht naar de hooggeplaatsten van de Compagnie sturen en bovendien enkele voorname geschenken meegeven. Hiervoor toonden zij diepe dankbaarheid aan zijn koninklijke majesteit. Ze vertrokken op dezelfde wijze als ze gekomen waren en werden door de hofgroten tot op de benedenplaats begeleid. Daar maakte de tweede rijksbestuurder, de bestuurder van Saffragam, namens zijn koninklijke majesteit bekend dat zijn majesteit graag gediend wilde worden door de Compagnie met enkele valken en een andere soort vogels genaamd baes. Deze waren ten tijde van de oude koning naar de hoven van Langoeran, Kette, Singade en Galenoer gezonden. Hij verzocht dat deze, indien verkrijgbaar, met de volgende ambassade meegebracht zouden kunnen worden, omdat deze zijn majesteit ten zeerste aangenaam zouden zijn. Op dit geëerde verzoek van zijn majesteit verzekerd zij dat zij bij hun terugkeer dit met eerbied aan de hooggeplaatsten van de Compagnie zouden voordragen. Daarna werden zij met hun meegekomen volk namens zijn koninklijke majesteit door de hofgroten in een mandoe gebracht en daar door zijn majesteits bedienden ontvangen en getracteerd.

Bekijk transcriptie 


31 mei 1730 vertrok men vanuit Ceylon. De vorst toonde zich verheugd en gaf toestemming om naar buiten te gaan en geschenken binnen te brengen. Er werd verdere toestemming van zijn majesteit gevraagd, die werd verkregen. Samen met alle hoofden werd onder het maken van complimenten en eerbetoon voor zijn majesteit de audiëntiezaal verlaten en vervolgens het hof. Toen werden alle geschenken voorzichtig binnengebracht. De sleutels van de kelders en kistjes werden in aanwezigheid van alle hofgroten overgedragen aan de dessave van Saffragan. Daarna kwamen zij weer voor de audiëntiezaal. De 6 gordijnen werden opnieuw geopend, waarna zij samen met alle hoofden op het gezicht van zijn majesteit de vorige eerbetuigingen opnieuw 3 keer op verschillende plaatsen verrichtten. Op deze wijze naderden zij het tapijt voor de troon. Zijn majesteit gaf toestemming om op hun gemak te gaan zitten. Hij vroeg naar hun kwaliteit, geboorteplaats en leeftijd, waarop zij naar behoren antwoordden. Eerst betuigden zij hun eerbiedige dankbaarheid voor de eer die zijn majesteit hun bewees. Vervolgens kregen zij toestemming van zijn koninklijke majesteit.

Bekijk transcriptie 


31 mei 1720 werd vanuit Ceylon gerapporteerd over de beleefdheden die waren betoond aan de afgezanten die waren gestuurd. Bij hun terugkomst hadden zij aan de koning verslag gedaan. Door dit officiële gezantschap toonde de Compagnie opnieuw de hoge achting die zij voor de koning had. De afgezanten mochten terecht ambassadeurs worden genoemd. Namens de doorluchtige Compagnie bedankten zij de koning zeer voor de gunstige toestemming die het vorige jaar was verleend. De kaneelschillers van de Compagnie mochten zonder enige verhindering kaneel schillen in de landen en bossen van de koning en deze van daar vervoeren. Ook werd bedankt voor de vrije doorgang van de olifanten van de Compagnie over Putlang naar Jaffanapatnam. Eerbiedig werd verzocht of dit dit jaar opnieuw mocht gebeuren. De koning hoorde dit alles aan en besloot zonder enige bedenking hiermee in te stemmen. Daarop bedankten zij de koning met beleefde uitdrukkingen. Tegelijk werd toestemming gevraagd om de geschenken die namens de doorluchtige Compagnie voor de koning waren meegebracht binnen te mogen brengen. Zij voerden daarvoor hun redenen aan en hoopten dat de koning hierin genoegen zou scheppen.

Bekijk transcriptie 


Op 31 mei 1730 werd vanuit Ceylon gemeld dat er vriendschap was met zijn majesteit. Men nam de vrijheid om naar de gezondheid van zijn majesteit te vragen. De vorst antwoordde dat hij in goede conditie was. Hij zei dat hij van plan was om de getrouwe Hollandse heren net zoveel gunsten te verlenen als zijn getrouwe onderdanen, zonder onderscheid te maken. Voor deze vriendelijke woorden brachten zij met een vrolijk gezicht hun dankbaarheid aan zijn majesteit. Zij verklaarden verder dat wanneer uwe weledelgrootachtbare deze blijde tijding zou horen, hij zich daarover zeer zou verblijden. Zij wensten tegelijkertijd dat zijn majesteit nog lange jaren in die volmaakte staat zou kunnen blijven. Daaraan voegden zij toe een prachtige verzekering van de bijzondere hoogachting en genegenheid die uwe weledelgrootachtbare voor de persoon van zijn keizerlijke majesteit had. Uit naam van uwe weledelgrootachtbare bedankten zij voor de grote eer en goedheid die zijn majesteit onlangs had bewezen door het afzenden van 4 hofgroten samen met een keizerlijke brief om uwe weledelgrootachtbare uit naam van zijn majesteit in zijn gouvernement te komen begroeten en feliciteren. Ook was men gekomen om naar de welstand van uwe weledelgrootachtbare te informeren. Hieruit bleek dat uwe weledelgrootachtbare zich bijzonder verplicht en tevreden voelde. Zijn majesteit verklaarde zeer voldaan en verheugd te zijn over de grote eer en beleefdheid.

Bekijk transcriptie 


2 augustus 1712: Meneer van der Burg heeft 99 rijksdaalders ontvangen. Er moet nog 101 rijksdaalders betaald worden, waarvan kapitein Lauwt 98 rijksdaalders moet betalen en de kitsji Langoegoe 3 rijksdaalders.

9 januari (vrijdag): Omdat de koningen geen stuiver aan de Oost-Indische Compagnie wilden betalen en er lang op kapitein Laout gewacht moest worden (die al 3 maanden weg was), werden de goederen van de Compagnie opgehaald. De verwachting was dat hij bij zijn terugkomst genoeg koret (een product) zou meebrengen om zijn schuld aan de Compagnie mee te betalen. Ondertussen werd geprobeerd nog wat koret te verkrijgen.

10 januari (zaterdag): De kitsji Balonk van Attingola kwam op bezoek. Na enkele gesprekken van weinig belang vertrok hij weer naar zijn woonplaats.

11 januari (zondag): De koningen van Gorontale kwamen met enkele hoofden en koret, maar er kon geen overeenstemming worden bereikt over de prijs. Zij wilden 7 tot 8 schellingen per kati hebben, maar er kon niet meer dan 5 tot 6 schellingen gegeven worden. De hoofden vertrokken daarom weer met hun koret.

12 januari (maandag): Enkele kleine prauwen uit de baai van Tomimij kwamen met het bericht dat zij een groep Makassaren en Boegineezen hadden gezien. Er werd niet getwijfeld of zij kapitein Lauwt wel zouden tegenkomen.

13 januari (dinsdag): De oude koning kwam en vertelde hetzelfde verhaal over de Makassaren. Hij verzocht om een oppasser te sturen om hen te laten vertrekken. Het antwoord was dat hij zelf genoeg volk had om daarheen te sturen en dat hij genoeg bevelen van de Compagnie had om naar te handelen. Ook werd gezegd dat er bij aankomst van de kapitein meteen vertrokken zou worden en dat het nog maar een los bericht was waar niet op vertrouwd kon worden. Na een tijdje gezeten te hebben vertrok de koning weer naar zijn woning.

14 januari (woensdag): De tolk werd naar Limbotto gestuurd met groeten aan de hoofden en een verzoek om enkele vaartuigen die de volgende dag zouden komen.

15 januari (donderdag): Nadat de afgevaardigden met de prauwen waren gekomen, werd er naar Limbotto vertrokken. Bij aankomst aan de wal werd er welkom geheten door de raad en naar de verblijfplaats gebracht. In de namiddag kwamen de koningen om welkom te heten en vertrokken 's avonds weer.

16 januari (zaterdag): De koning kwam met de hele raad en bracht enkele hoofden koret mee die volgens de eigen weegschaal 32 kati woog en volgens de hunne 35 kati. Hieruit bleek dat het tekort van het voorgaande jaar (waarvoor 22 rijksdaalders in de kas moest worden gezet) niet alleen door indrogen maar ook door het gewicht was ontstaan. Daar was toen niet op gelet en alles moest op goed vertrouwen van de hoofden worden aangenomen. Zij wilden nu echter niets toegeven en zeiden dat hun we

Bekijk transcriptie 


31 mei 1730: Ze waren verplicht om hun nederige dankbaarheid te tonen aan zijn majesteit, waar niets aan ontbroken had. De koning was daar zeer tevreden over en gaf uitleg over hun lange verblijf op Attapitty en Ganoere. Het eerste was veroorzaakt door het eerder genoemde feest en het tweede door de zware en voortdurende bezigheden aan het hof. Ze toonden hun nederige dankbaarheid en vroegen, omdat ze al een tijdje gezeten hadden, aan zijn majesteit toestemming om op hun gemak te gaan zitten. Voor deze beleefdheid bedankten ze zijn majesteit ootmoedig en vroegen verder verlof om te zitten, wat ze kregen. Ze gingen zitten zoals het het beste kon. Daarop vroeg zijn majesteit of zij in opdracht van de getrouwe edele heer gouverneur iets mondeling voor te dragen hadden. Ze antwoordden van ja, als zijn majesteit daarvoor toestemming wilde geven. Nadat ze die toestemming hadden gekregen, waren ze belast om met alle soorten hoogachting bij deze gunstige gelegenheid zijn majesteit zeer vriendelijk te groeten en tegelijkertijd krachtig te verzekeren van de welmevendheid van de edele en doorluchtige Compagnie in het onderhouden van trouwe vriendschap.

Bekijk transcriptie 


31 mei 1730 ontving de Compagnie's gezant een bijzondere eer: hij mocht op zijn ene knie neerknielend op het alkatieff (verhoog) zitten, terwijl eerdere gezanten altijd voor, maar nooit op het alkatieff hadden mogen zitten. Ook de tweede gezant werd door hofgroten op het alkatieff geleid en mocht daar op één knie neerknielen. Dit was een duidelijk bewijs van 's konings bijzondere waardering voor hen.

Toen ze zaten, vroeg zijn majesteit eerst naar de gezondheid van zijn trouwe edele heer gouverneur. Zij antwoordden eerbiedig dat hun illustere en 's konings trouwe edele heer gouverneur bij hun vertrek uit Colombo nog in goede gezondheid verkeerde en uiterst tevreden was met zijn koninklijke majesteit.

Vervolgens wilde zijn majesteit weten hoe het met de weledelgestrenge heren raadspersonen was. Nadat zij dit op vergelijkbare wijze hadden beantwoord, informeerde zijn majesteit beleefd naar hun eigen gezondheid en of zij sinds hun aankomst in zijn majesteits gebied tot op die dag goed waren ontvangen en behandeld. Zij antwoordden eerbiedig dat zij ten dienste van zijn majesteit nog gezond waren, en dat aan hun ontvangst dankzij de gunstige en goed geregelde opdracht van zijn majesteit niets had ontbroken.

Bekijk transcriptie 


31 mei 1730 ontving de schrijver bericht uit Ceylon dat de schrijver nog even moest wachten, maar dat de tweede tolk wel mee naar binnen mocht komen. Hierop nam de eerst getekende de brief van de oppoehamijs over en zette deze op zijn hoofd. Vervolgens gingen zij met de volgende hofgroten naar binnen, namelijk: de tweede ripadigaar, de dessave van Matule, de dessave van Saffragam, de Corlesen dessave, de 4 corles en de Nanalakare Attepattoe Mohotiaar. Bij aankomst in de audiëntiezaal werden 6 gordijnen na elkaar geopend, waarbij alle genoemde hofgroten samen met de tolken 6 keer ter aarde vielen. De bezoekers knielden echter 3 keer op één knie toen ze het midden van het tapijt hadden bereikt, dat ongeveer tweederde van de audiëntiezaal bedekte. De eerst getekende ging toen op bevel van zijn keizerlijke majesteit rechtstreeks naar de troon, begeleid door alle hofgroten behalve één mohotiaar. Daar knielde hij opnieuw neer en zijn majesteit nam eigenhandig de brief uit de schotel. Deze lege schotel werd daarna door de dessave van Saffragam aan een van de oppoehamijs buiten de audiëntiezaal overhandigd. Hierop nam de eerst getekende zijn hoed af, maakte de behoorlijke eerbiedige buiging en ging samen met de hoofden achterwaarts lopend tot halverwege het tapijt vanaf de troon van zijn majesteit.

Bekijk transcriptie 


31 mei 1730 vertrokken ze vanuit Ceylon. Ze gingen een weinig vooruit, maar moesten al snel halt houden. Dit gebeurde nog 2 keer. Bij de tweede stop legden ze de paarden hun mooie deksels op en marcheerden verder. Omstreeks half 9 waren ze op een half kwartier afstand van het paleis gekomen. Daar werden ze ontvangen en verder begeleid door de tweede rijksadviseur en de dessave van de 3 en 7 Corles. In hun gezelschap passeerden ze door een dubbele rij inlandse krijgers die allemaal brandende fakkels in hun rechterhand droegen, en een rij met olifanten, totdat ze het paleis naderden. Bij het paleis werden ze verder ingehaald door de dessave van Saffragam en die van de 4 Corles, samen met nog enkele andere lokale functionarissen. Deze functionarissen lieten hen weten dat ze moesten wachten totdat zijn koninklijke majesteit van hun aankomst op de hoogte was gesteld. Tijdens deze wachttijd verzochten ze of hun schrijver ook mee naar binnen mocht om voor zijn majesteit te verschijnen. De functionarissen namen dit verzoek aan om aan zijn majesteit voor te leggen en gingen het paleis binnen. Kort daarna kwamen ze weer naar buiten en de dessave van Saffragam zei dat het zijn koninklijke majesteit behaagde om hen in audiëntie te ontvangen.

Bekijk transcriptie 


Op 31 mei 1730 stuurden functionarissen vanuit Ceylon bericht dat er geen belemmeringen waren en dat ze later die dag hoofdpersonen zouden sturen om hen op te halen. De ontvangers bedankten nederig voor dit heuglijke nieuws. De functionarissen beloofden hen op de hoogte te houden. Daarna keerden ze met de gebruikelijke ceremoniën terug naar het hof.

Madangwelle Ralahamij, de dessave van Matule en Balligalle, en de padikare mohotiaar brachten bericht dat ze door Zijne Majesteit waren afgestuurd om hen met de brief en geschenken naar het hof te begeleiden. Ze vroegen de dessave om de goederen, paarden, olifanten en vogels over de rivier te laten brengen, wat door zijn goede zorgen ook gebeurde.

Rond 6 uur vertrokken ze met de brief vanaf hun verblijfplaats, onder het afvuren van 20 salvo's. Ze werden begeleid door een grote stoet van lascorijns, trompetters, trommelaars, tamblinheros en hoornblazers. De 7 hoofdpersonen die daar verbleven en 2 laatst aangekomen hoofdpersonen begeleidden hen. Ze staken de rivier over, waarna hen werd gevraagd om vanwege de moeilijkheid van de weg in draagzetels te gaan zitten. Dit wezen zij op een beleefd manier af en betuigden dat ze met hen te voet zouden gaan, waarover de anderen zeer tevreden waren.

Bekijk transcriptie 


Op maandag 20 februari verschenen 's middags om 4 uur de hoogwaardigheidsbekleders attepatoe, Jakare mohotiaar en hoelangamoewae mohandiram van het hof in Ceijlon. Zij kregen volgens de gewoonte wijn aangeboden en er vond een normale gedachtewisseling plaats. De hoogwaardigheidsbekleders voegden eraan toe dat zijn majesteit deze maand vanwege de grote hitte niet in staat was hen in audiëntie te ontvangen. Na enkele andere gebruikelijke beleefdheden legde attepattoe en Jakare mohotiaar namens zijn majesteit aan ieder een geschenk af bestaande uit een bundel met betelnoot, specerijen en een bundeltje met inlandse tabak. Hiervoor werd zijn majesteit hartelijk bedankt. Na een korte tijd bij hen gezeten te hebben en de brief en geschenkgoederen bekeken te hebben, vertrokken zij. Zij werden door de delegatie samen met de andere hoogwaardigheidsbekleders tot aan de rivier uitgeleide gedaan en keerden terug naar het hof.

Op de dagen tussen 21 en 28 februari viel er niets bijzonders voor.

Op 1 maart kwamen voor de middag 2 mohandirams met de namen dornagamme en hoelangamoewe van het hof. Na de gebruikelijke beleefdheden deelden zij mee dat zijn majesteit van plan was hen die avond in audiëntie te ontvangen.

Bekijk transcriptie 


31 mei 1730 kwamen Attoepa toe Nanajakare Mohotiaar en Dornegamme Mdhan op behoorlijke wijze naar het logement. Ze maakten bekend dat ze van het hof waren gestuurd met de opdracht van hun keizer om naar de gezondheid te vragen en om te kijken naar de meegebrachte brieven, geschenken en goederen. Ze vroegen ook of het gezelschap wel goed verzorgd werd met de nodige voorzieningen. Ze verzekerden dat men zich geen zorgen hoefde te maken over het lange wachten, omdat er belangrijke zaken aan het hof de oorzaak daarvan waren. Ze beloofden dat het gezelschap binnenkort op audiëntie zou worden gebracht. Hierop werd vriendelijk geantwoord en werd verzocht om Zijne Majesteit hiervoor te bedanken.

Na het uitwisselen van complimenten werd namens Zijne Majesteit door Attepattoe Nana Jakare een geschenk gedaan van 40 potten met honing, waarvoor de vorst op de meest nederige wijze bedankt werd. De bezoekers bleven een korte tijd zitten en kregen betelnoten, arak, specerijen en dergelijke. Daarna vertrokken ze weer naar het hof, nadat ze met rozenwater besprenkeld waren. Ze werden volgens gebruik tot aan de rivier gebracht en een behouden reis toegewenst. Het gezelschap keerde terug naar het logement, waar de aanwezige hoofden nog even bleven zitten voordat ze naar huis gingen op maandag.

Bekijk transcriptie 


Op gisteren arriveerden zij in Ceilon en maakten dit op eerbiedig wijze bekend. Op 12 februari, een zondag, 13 februari, een maandag, en 14 februari, een dinsdag, gebeurde er niets bijzonders. Op donderdag 15 februari om 15:00 uur 's middags werd hen namens de koning door de dispensier een grote hoeveelheid suikergebak als geschenk gebracht. Zij namen dit aan en lieten de koning op de meest onderdanige wijze bedanken voor deze grote gunst. 's Avonds rond 18:00 uur verscheen voor het gewone bezoek vanuit het hof de padikare mohandiram, die de indhandiram dornaganm verving.

Op woensdag viel er niets bijzonders voor. Op donderdag 15 februari om 15:00 uur 's middags kregen zij van de aanwezige hofgrooten en een onderdispen­sier van het hof namens de koning enkele stukken eland in 3 bakken met inlandse specerijen als geschenk. Zij verzochten deze dispensier om aan de koning hun nederige dankbaarheid over te brengen.

Op vrijdag 16 februari, zaterdag 17 februari en zondag 18 februari gebeurde er niets bijzonders.

Op maandag 19 februari om 14:00 uur 's middags kregen zij bericht dat er enkele hofgrooten van het hof kwamen. Daarop begaven zij zich meteen buiten de deur, waar de hier aanwezige hoofden hen tegemoet traden. In gezelschap gingen zij naar de rivier en werden zij behoorlijk ontvangen.

Bekijk transcriptie 



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/