Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


In deze overeenkomst werd vastgelegd dat:

De heer Roelof Klarinus Berends, kantoorbediende uit Rotterdam, bevestigde namens de Hanze bank dat hij deze afspraken en voorwaarden accepteerde.

Alle betrokkenen kozen het kantoor van de notaris als officiële plek voor verdere afhandeling. De akte werd opgemaakt in Haarlem op de datum die bovenaan vermeld stond, in aanwezigheid van de heren François Wilhelm Johan Tethof (kantoorbediende uit Beverwijk) en Giljam Lokerse (kantoorbediende uit Haarlem) als getuigen. Na voorlezing tekenden alle partijen, inclusief de notaris.

De akte werd geregistreerd in Haarlem op 4 mei 1820 in deel 27, bladzijde 92 (achterkant), vak 5, over 3 bladzijden zonder doorverwijzingen. De ontvanger noteerde een betaling van 1 gulden en 50 cent (€1,50) voor de registratiekosten.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209601 / 137  


Heer van Balen had een stuk grond in Gemeente dat bij het kadaster bekendstond als Sectie G, nummer 1068, met een oppervlakte van 88 centiare. Hij gaf dit als onderpand (hypotheek) aan de Hanze Bank onder de volgende voorwaarden: Deze afspraken zijn gebaseerd op een eerdere leningsovereenkomst van 25 februari 1920, opgemaakt door kandidaat-notaris N. J. Hoeflake als vervanger van de notaris.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209601 / 136  


Karel van Balen heeft een officiële schuldbekentenis getekend. Hierin staat dat als hij het geleende geld (de hoofdsom) of de rente niet op tijd betaalt, de geldschieter het onderpand onherroepelijk mag verkopen. Met de opbrengst hiervan worden dan de schuld, de achterstallige rente en de kosten afbetaald. Karel van Balen gaat akkoord met deze afspraken, inclusief de hypotheek (het onderpand). Voor eventuele problemen kiest hij het kantoor van de tijdelijke bewaker van dit document als zijn vaste woon- of verblijfplaats (domicilie). De akte is opgesteld in Haarlem op de datum die bovenaan staat. Aanwezig waren: Zij fungeerden als getuigen en kenden alle betrokkenen, inclusief de waarnemend notaris. Na voorlezing tekenden Karel van Balen, de getuigen en de notaris de akte direct. Er werd een kleine fout gecorrigeerd (een doorgehaalde letter op regel 8 van pagina 4). De notariële kosten bedroegen 1 gulden en 50 cent (voor 20 foliopagina’s, een vierde deel en rechtstaks). De ontvanger, Meulier (ingenieur in Heemstede), noteerde op 25 februari 1920 het bedrag 433/4.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 161  


Op 1 augustus 1922 verscheen Jan Arend Vetter, een bouwkundige uit Nieuwer-Amstel, voor notaris Jan Arnold Wilken in Haarlem. Vetter was directeur van de naamloze vennootschap Exploitatie Maatschappij van Roerende en Onroerende Goederen "Steeds voorwaarts" en handelde namens dit bedrijf. Hij verklaarde twee smalle stroken grond te hebben verkocht aan Karel van Balen, een bakker uit Haarlem. De stukken grond lagen achter de Oosterstraat in Haarlem en waren elk ongeveer 2,5 centiare groot. Samen vormden ze een oppervlakte van 9 centiare, afkomstig van kadastrale percelen E2983 en E2985 (groot respectievelijk 1 are 11 centiare en 1 are 10 centiare). Het betrof het noordelijkste deel van perceel E2983. De koop werd officieel vastgelegd.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209667 / 39  


Deze tekst beschrijft een lening met een hypotheekovereenkomst uit het verleden. Hier volgt een samenvatting in modern Nederlands: Koelof Klarinus Berends, een kantoorbediende uit Haarlem, nam deze overeenkomst namens de geldschieter aan. De lener koos als vaste woonplaats voor juridische zaken het kantoor van de tijdelijke bewaker van deze akte. De akte werd opgemaakt in Haarlem op de datum bovenaan vermeld, in aanwezigheid van: De akte werd direct na voorlezing ondertekend door alle betrokkenen en de notaris.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209658 / 55  


De lening had de volgende voorwaarden: Als extra zekerheid voor de lening gaf de schuldenaar een hypotheek (een soort onderpand) op: Daarnaast waren er extra afspraken:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209658 / 54  


Deze overeenkomst gaat over de verkoop van een stuk grond met de volgende afspraken: De verkoop vond plaats in Haarlem op een niet nader genoemde datum, in aanwezigheid van: De grond is verkocht voor 15.000 gulden, contant betaald door de koper. De verkoper bevestigt het geld te hebben ontvangen en staat vanaf nu alle rechten op de grond af aan de koper. Extra afspraken:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 157  


Op 25 februari 1820 verscheen Karel van Balen, een broodbakker uit Haarlem, bij Nicolaas Jan Hoeflade, een kandidaat-notaris die inviel voor notaris Jan Arnold Wilkens. Bij deze afspraak waren ook getuigen aanwezig. Karel van Balen verklaarde dat hij een stuk grond met gebouwen had verkocht aan Cornelis Johannes Roosen, een machinist die ook in Haarlem woonde. Het ging om: Dit alles stond op de kaart getekend als nummers 50, 50.a en 50 en lag aan de Schoterweg in Haarlem. Volgens het kadaster (de officiële registratie van grond) was het perceel bekend als sectie G, nummer 1068, met een oppervlakte van 88 centiare (ongeveer 880 m²). Karel van Balen had dit stuk grond gekregen via een eerdere akte. Op 30 september 1811 was er een overschrijving gemaakt bij de hypotheekbewaarder in Haarlem. Deze overschrijving was gebaseerd op een verkoopakte die al op 31 juli 1811 was opgesteld door notaris Loeff, die toen in Haarlem werkte. De grond en de gebouwen waren toen al eigendom van Karel van Balen geworden, omdat hij ze had laten bouwen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 156  


Op 13 maart 1808 verklaarde Everhard Wildebier, die op dat moment op het punt stond om van de kolonie naar Amsterdam te vertrekken, dat hij de volmacht die hij en zijn broer Gerard Wildeboer op 23 januari 1808 hadden ondertekend, nog steeds geldig achtte. Deze verklaring werd officieel vastgelegd door een beëdigde ambtenaar en getuigen. Vervolgens benoemde Everhard Wildebier opnieuw zijn andere broer, Cornelis Dildeboer (die in de kolonie woonde), als zijn officiële vertegenwoordiger. Cornelis Dildeboer kreeg hiermee de volledige bevoegdheid om namens Everhard Wildebier – zowel privé als in zakelijke aangelegenheden – op te treden. Deze volmacht omvatte het recht om:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 614 / 0407  


Op 4 oktober 1808 verscheen Jan van de Poll (ook wel Can van de Poll de Jonge genoemd), een koopman uit Amsterdam, bij notaris Everard Cornelis Bondt. Hij handelde namens het handelshuis Rocquette en van der Soll, dat in 1767 was opgericht door Hubert van Hermaat en Van der Bosch om zaken te doen met plantage-eigenaren in Suriname.

Van de Poll verklaarde dat zijn handelshuis niets meer te vorderen had van Jacobus Petrus Lemmers. Deze had in 1804 de suikerplantage Vreedenburg (aan de Para-kreek in Suriname) gekocht voor 90.000 gulden, inclusief rente. Als onderdeel van die koop was een hypotheekakte opgesteld, die ook door Lemmers en zijn vrouw was ondertekend.

Van de Poll gaf vervolgens A.F. Belhom en E.I. Veldwyk (beide woonachtig in Suriname) de opdracht om:

Deze volmacht gold ook als één van de twee afwezig of overleden was. Van de Poll beloofde alles achteraf goed te keuren. De akte werd ondertekend in het bijzijn van de getuigen Jan Marten (koopman) en Pieter Hangu van Aram.

Op 5 oktober 1808 bevestigden de notarissen I. Baak, H. Muller en J. van Homrigh dat Bondt een officiële notaris was en dat zijn akten geldig waren. De akte werd later, op 18 februari 1809, geregistreerd door E.J. Veldwyk.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0323  


Op 1 juni 1808 werd een officiële koopakte opgesteld in Nederland. Hierin gaf een vertegenwoordiger van het handelshuis van Jan & Theodore van Marsvels drie mannen in Suriname volmacht om namens hen op te treden:

Deze drie mannen mochten samen of apart (als een of twee afwezig of overleden waren) de volgende taken uitvoeren:

Beheer en controle van plantages:

Financiële zaken:

Rechtelijke en administratieve taken:

Woon- en werkvoorwaarden:

Al deze taken mochten ze uitvoeren in ruil voor een normale vergoeding (provisie) voor hun werk.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0320  


Caatje van Heyne, een vrije vrouw in Paramaribo, maakte op 1801 haar testament bekend. Hierin gaf ze volmacht aan haar uitvoerders (de mensen die haar nalatenschap regelen) en aan Earenfried Gottlick Petri voor specifieke taken. Ook de laatste overlevende uitvoerder en de voogden over haar minderjarige erfgenamen kregen volledige bevoegdheid, zoals het voeren van rechtszaken namens hen. Ze sluit in haar testament uit dat de Nieuwe Wees- en Boedelkamer (een organisatie die wezen en nalatenschappen beheert) of andere soortgelijke instanties in de kolonie zich met haar nalatenschap mogen bemoeien. Dit geldt ook voor eventuele weesmeesters op de plaats waar ze komt te overlijden of waar haar goederen of minderjarige erfgenamen zich bevinden. Daarnaast bevestigde Caatje de verkoop van haar huis en erfpacht op de hoek van de Breestraat in Paramaribo. Deze verkoop was eerder gedaan door Cornelis Wildeboer namens haar aan Mejuffrouw Schuurveld, geboren den Wyl, volgens de afgesproken voorwaarden. Ze verklaarde deze verkoop volledig goed te keuren. Het testament werd voorgelezen en door een beëdigd vertaler, Daniel Fernandes, in het Negerengels (een creoolse taal) uitgelegd aan Caatje. Zij bevestigde dat dit haar laatste wil was en wilde dat het na haar dood zou worden uitgevoerd, minstens als een codicil (een aanvulling op een testament). Ten slotte verklaarde Caatje dat haar bezittingen minder dan 15.000 gulden waard waren. Het document werd ondertekend in het bijzijn van twee getuigen: Jacob d’Aron Cessurun en Samuel Isaak Labadie, die bevestigden dat ze Caatje goed kenden. De notaris, de Kosgezworen Clercq, stelde het document officieel vast.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 88 / 0118  


In Haarlem verschenen op 23 en 30 september 1805 voor notaris Willem Arnoldus Haselaar de volgende personen: Deze drie partijen waren samen eigenaar van vier plantages in Suriname: Henri Zacharie op Couderc en Joanne Marie Couderc (samen met Etienne Couderc) bezaten elk voor 1/9 en samen dus voor 1/3 deel. Joan Raye bezat ook 1/3, en de erfgenamen van de barones van Lindau bezaten het laatste 1/3 deel. Al jaren lieten Henri Zacharie en Joanne Marie Couderc (met Etienne) toe dat de kas, het correspondentiekantoor en de administratie van de plantages volledig werden beheerd door een of meer beheerders, aangesteld door Joan Raye en de erfgenamen van de barones van Lindau (die samen 2/3 deel bezaten). Nu wilden Henri Zacharie en Joanne Marie Couderc dit veranderen. Joan Raye ging hiermee akkoord, maar wilde geen schijnbare scheiding van belangen. Er werd afgesproken dat, zodra dit document in Suriname aankwam: Als nieuwe beheerders werden in volgorde benoemd:
  1. Pierre Gabriel Labadie Rouleau;
  2. bij zijn overlijden, afwezigheid of weigering: Albert Taccollon;
  3. bijzelfde omstandigheden: M. Jean Planteau;
  4. bijzelfde omstandigheden: F.C. de Sutter;
  5. bijzelfde omstandigheden: Cornelis Wildeboer.
Deze beheerders moesten na ontvangst van dit document het kantoor en de kas overnemen van Joseph Donatius Justus Thijm (of diens opvolger), die op dat moment het kantoor en de kas beheerde in Suriname. Alle eerdere afspraken die hiermee in strijd waren, werden ingetrokken.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974985 / 443  


Op 4 augustus 1802 ging Oltman Gehrels, een koopman uit Amsterdam, naar notaris Jan Hendrik Zilver. Hij gaf officieel toestemming aan twee mannen om namens hem te handelen: Dit document werd later, op 22 februari 1803, bevestigd door notaris Heystek in Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen Hendrik van Greuninge en Willem Gerrit van Nes. Het werd geregistreerd en voorzien van een zegel van 48 stuivers. Notaris Zilver bevestigde de overeenkomst met het origineel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 756 / 0344  


In deze tekst wordt een overeenkomst beschreven waarin drie mannen, Arnoldus Laurens Kerkhoven, Ioannes Casparus de Sutter en Cornelis Wildeboer, de verantwoordelijkheid krijgen om een plantage in Suriname te beheren namens de eigenaren (de "Constituanten").

De drie mannen krijgen de volgende taken en bevoegdheden:

De beheerders moeten:

De verdeling van de beloning voor het beheer is als volgt:

Alle eerdere afspraken over dit beheer worden met deze overeenkomst ongeldig verklaard.

De overeenkomst is opgesteld in Amsterdam op een niet genoemde datum, in aanwezigheid van de getuigen Jacob Wilhelm Lange en Samuel Anthonij Buchner. De notaris is E. M. Dorper.

De overeenkomst is goedgekeurd en geregistreerd op 9 november 1808 door Guicnels, een ambtenaar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0256  


Op 22 mei 1825 werd in Amsterdam een document geregistreerd met nummer 17. Er werd een bedrag van 7 gulden en 6 cent betaald, plus 1 gulden en 46 cent voor kosten. Het document bestond uit 2¼ bladzijde zonder doorverwijzingen. Het was ondertekend door Abbema.

Een afschrift van dit document kostte extra. De notaris Willem van Homrijgh bevestigde dit.

Drie notarissen in Amsterdam, waaronder Willem van Hamrigh (bij wie de akte was opgesteld en ondertekend), verklaarden op 28 mei 1825:

Deze verklaring werd ondertekend door de notarissen J. Baak, Johannes Wilhelmus Cramer en J.P. Klinkhamer.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0497  


In deze tekst uit 1808 geven een aantal eigenaren (de Heren Comparanten) opdracht aan beheerders (administrateurs) om hun plantages in Suriname te beheren. De belangrijkste punten zijn:

De afspraken zijn op 15 november 1808 in Amsterdam vastgelegd door notaris W. van Homrigh, in aanwezigheid van getuigen Hendrik Jacobus ten Sijthoff en Anthonie Bruntinck. De tekst is later goedgekeurd door I. Heydorn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0262  


Op 27 april 1808 kwamen Janiel Bousquit en Francois Puijpel Iansz (curatoren voor Maria de Wit en haar overleden man Leidort Simon de With) bij notaris Willem van Homrigh in Amsterdam. Zij waren eigenaar van de plantages Mopentibo, Klein Bellevrie en de helft van Oud Bellevue in Suriname.

Zij trokken eerdere volmachten in en stelden nieuwe beheerders aan:

De beheerders moesten de plantages goed onderhouden en in het belang van de eigenaren besturen. Als er maar één beheerder overbleef, mocht deze tijdelijk een vervanger aanwijzen, tot de curatoren een nieuwe regeling troffen. De beheerder van Mopentibo moest in Paramaribo wonen.

De beheerders kregen ook de opdracht om rekening en verantwoording af te leggen aan de curatoren en om van vorige beheerders een financieel overzicht te eisen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0260  


Op 15 maart 1808 ging Ioseph Eima, een weduwnaar uit Amsterdam, naar notaris Willem van Homrigh. Hij was door zijn overleden vrouw, Sara Clasina Lemmers, aangesteld als uitvoerder van haar testament, dat ze samen op 11 november 1775 hadden laten opstellen bij notaris Willem Decker. Ioseph Eima trok alle eerdere volmachten in die hij en zijn vrouw eerder aan iemand in Suriname hadden gegeven. Hij stelde nu zijn zoon, Willem Hendrik Eijma, aan als zijn nieuwe vertegenwoordiger. Willem Hendrik Eijma was raadsheer bij het hof van civiele rechtspraak in Suriname en woonde daar. De volmacht gold specifiek voor het beheer van het derde deel van de erfenis van Sara Clasina Lemmers in twee plantages: Ephrata en Lemmerskamp, beide gelegen aan de Collica-rivier in Suriname, tussen de plantages Geertruidenberg en Nieuwe Eendragt. Willem Hendrik Eijma mocht namens zijn vader: Als Willem Hendrik Eijma zou overlijden of om een andere reden zijn taak niet meer kon uitvoeren, zou deze volmacht automatisch vervallen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0258  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 987 / 0072  


Pieter Woortman, de directeur-generaal, en de Raad in Elmina ontvingen een brief (nummer 98) van het schip Ernstfette. Sinds de laatste brief aan de directeur-generaal op 5 mei hadden ze nog extra instructies gegeven:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 66 / 0125  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.03 / 477 / 0177  


De tekst is een lijst van namen uit een historisch document, waarschijnlijk een belastingregister of bevolkingslijst. Hier volgt een overzichtelijke weergave van de personen met hun relatie of status, waar bekend: Opmerking: De leeftijden en huwelijksvoorwaarden zijn soms onwaarschijnlijk hoog, wat kan duiden op fouten in het originele document of typografische vergissingen. C:S: kan staan voor een beroep, titel of burgerlijke staat (bijvoorbeeld "civiele staat" of "burger").
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 30 / 0007  


Op 18 juni 1838 meldde Jacob Koppel, gemeente-ontvanger in Apeldoorn, namens notaris C.E. Oreurs uit Ewetto (volgens een officiële volmacht uit 18 juni 1828) dat er een openbare verkoop zou plaatsvinden. De verkoop stond gepland op 19 juni 1838 om 15:00 uur bij de weduwe Hendrik van der Linde, herbergier in Wilp. De verkoop betrof brandhout dat lag op de plek waar het eerder groeide. De verkoop werd aangevraagd door: Op 19 juni 1838 om 15:00 uur leidde notaris Pauw Peraam Crours uit Twello (kwartier Arnhem, provincie Gelderland) de verkoop bij de weduwe Van der Linde in Wilp, in aanwezigheid van getuigen en de vier eerder genoemde mannen.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1389 / 0376  


Op 19 juni 1824 meldde de notaris Meneer P. L. Franxs uit Zwolle dat hij een openbare veiling zou organiseren. Deze veiling zou plaatsvinden op 23 juni 1824 om 13:00 uur in de herberg van Evert Jan Brink in Twello. De veiling was aangevraagd door:

Op 23 juni 1824 om 15:00 uur startte Meneer Bunre Paronm Franxs, notaris in Twello (onder het kwartier Arnhem, provincie Gelderland), de openbare veiling. Deze vond plaats in de herberg van Evert Jan Brink in Twello, met dezelfde groep aanvragers als getuigen. Tijdens deze bijeenkomst werden verschillende vissen openbaar geveild onder specifieke voorwaarden.

Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1375 / 0325  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/