Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Op
30 september 1666 verklaarde
Johannes Oli, een openbare notaris in
Amsterdam, voor de rechtbank van
Holland het volgende:
Johannes Oli handelde namens:
Deze drie waren erfgenamen van de overleden
Servaes Montenacq. Zij eisten van
François Montenacq dat hij binnen 3 of 4 dagen een volledige financiële verantwoording (rekening, bewijsstukken en restbedrag) zou geven over zijn beheer van de nalatenschap van
Servaes Montenacq.
François had deze taak gekregen via een volmacht, maar had ondanks herhaalde verzoeken nog niets laten zien.
De erfgenamen trokken de volmacht in en waarschuwden dat ze
François via de rechter zouden dwingen als hij niet meewerkte. Ze zouden hem ook aansprakelijk stellen voor alle kosten, schade en rente die hierdoor ontstonden. Daarnaast wilden ze zo snel mogelijk de verdeling van de resterende bezittingen en geld van de nalatenschap regelen.
François Montenacq vroeg om een kopie van dit verzoek en om een officiële akte hiervan. De verklaring werd opgesteld in
Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen
Chacles Vignor en
Dirck Rendorp.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937203 / 290
Geertruyt Cornelis bepaalt in haar testament wie haar bezittingen erft. Deze bezittingen zijn vrij en niet belast met schulden of andere verplichtingen.
De erfenis wordt als volgt verdeeld:
Daarnaast krijgt
Meijchgen Cornelis, een dochter van
Cornelis Jansz van Maurick, uit deze helft een bedrag van
200 als
voorrecht (een soort voorrang op de erfenis).
Geertruyt Cornelis stelt ook regels voor de verdeling als een erfgenaam zonder nakomelingen overlijdt:
- De bezittingen gaan dan naar de overgebleven erfgenamen binnen dezelfde familietak.
- Als de laatste erfgenaam van een tak sterft, gaan de goederen naar de andere familietak.
- Als er helemaal geen nakomelingen meer zijn, gaat de erfenis naar de dichtstbloedende familieleden van de overleden personen.
Geertruyt Cornelis verbiedt dat iemand de erfenis aanvecht op grond van wettelijke regels over
verplichte erfporties (een vast minimum voor bepaalde erfgenamen).
Tot slot benoemt zij:
- Dirck Anthonisz van Broeckhuysen, haar man, als uitvoerder (degene die het testament uitvoert).
- Hij mag iemand anders aanwijzen om hem te helpen of vervangen.
- Zij vraagt Andries van Rijck (waarschijnlijk een rechtsfunctionaris) om toezicht te houden op de uitvoering.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 6507148 / 616
Johan Carel de Leeuw, dijkgraaf in de
Anna Paulownapolder (gemeente
Wieringermeer), treedt op als
toeziend voogd over de minderjarige kinderen
Johanna Jacoba Zocher en
Maria Elisabeth Kocher. Deze kinderen zijn geboren uit het huwelijk van hun vader
Louis Paul Kocher en hun overleden moeder
Wilhelmina Geertruida Santbergen. Omdat de belangen van de kinderen botsen met die van hun vader, is
De Leeuw benoemd door de kantonrechter in
Haarlem op
17 juni 1867.
Johanna Jacoba Ratelband, getrouwd met
Jan David Kocher (architect en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw) onder
huwelijkse voorwaarden (zonder gemeenschap van goederen), staat haar man bij in deze akte. Hun huwelijk is gesloten op
22 maart 1849 voor notaris
Pieter Mabé Junior in
Haarlem.
Albertus Perk, notaris in
Hilversum en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, handelt namens
James de Ryk (kunstschilder) en diens echtgenote
Anna Catharina Machtilda van Delden. Zij zijn getrouwd
zonder huwelijkse voorwaarden (in wettelijke gemeenschap van goederen) en wonen in
Hilversum.
De Ryk is tevens vader van de minderjarige
Maria Ambrosina Geertruida de Ryk, wiens belangen hij behartigt.
Anna Catharina Machtilda van Delden en
Maria Ambrosina Geertruida de Ryk zijn de
enige erfgenamen van de overleden kunstschilder
Johannes de Waal Malefyt, die op
19 november 1851 in
Hilversum kinderloos en zonder nabestaanden stierf.
Van Delden erft
twee derde van de nalatenschap,
De Ryk (als minderjarige)
een derde. Haar deel wordt beheerd door haar ouders tot haar meerderjarigheid, zoals bepaald in het
testament van
De Waal Malefyt uit
24 december 1850, opgemaakt bij notaris
Aart Jacob Croll in
Amsterdam en geregistreerd in
Weesp op
28 november 1851.
De akte vermeldt ook het overlijden van
Hendrikje van der Horst, weduwe van
Adriaan de Waal Malefyt Junior, die op
7 april 1849 in
Haarlem kinderloos stierf.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701549 / 253
- Op de Voorburgwal (Nieuwe Zijde, Amsterdam) waren tussen de huisnummers 120 en 334 in de jaren 1920-1930 veel bedrijven, organisaties en verenigingen gevestigd. Hier een overzicht per adres:
- 120-126: Instituut voor Commerciële Documentatie, Canditex (N.V.), Hinders-Agency, Erkel (N.V.), American Publications, Fanfold Continental Office, Louis Fles, W.L. Cohen, Conimex (Naaml. Venn.), N.V. Maatschappij voor Uurwerk-Industrie, Uitgeverij Candida, Internationale Federatie van Bonden voor Import en Groothandel in Levensmiddelen (I.F.I.W.A.), E.R. Falk, H. Prent, Continentale Leder Comp. (Caleco, Naaml. Venn.), Enkev. (N.V.), G. Henckel, Jacq. Kuijper & Binger, Gez. Borst, Br. Joel Beer, Nederlandse Bond van Grossiers in Margarine (N.E.G.I.M.), Nederlandse Grossiersbond, Nederlandse Suikerbond, Vereeniging van Nederlandse Koffiebranders, N.V. Nievak, Rijks-Telefoondistrict Amsterdam, Commissaris voor het Loodswezen, P. Teenstra Jr., Eerste Nederlandse Kunsthaarspinnerij "Edam-Volendam" (N.V.), Vox Eiophone Cy., Handelsvereeniging (v/h Reiss & Co.), Kehrer & Zoon, N.V. Cement-Unie, Belgisch Cement Bureau (N.V.).
- 130: Vereeniging van Nederlandse Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij, Paul Judell & Beutier, Joh. J. Beutier, Neptunus (Naaml. Venn.), J.E.M. Kramers, J. Zoetelief, A.J. Kreeft, Dagblad "Scheepvaart", M. Wijt & Zonen, N.V. Suikerkantoor, Koenraad van Andel, J.F. Romer Jr., S.J. van Limburg Stirum, Zeevaartkundig Tijdschrift "De Zee", N.V. Londense Continentale Export Maatschappij (Lonconex).
- 132: Bestelhuis "Noviomagum", Bartels & van Nie., Huistelefoon Alg. Telefoon Maatschappij (v/h Ribbink van Bork & Co.).
- 134: H. Bührman Sr., Centraal Bodehuis.
- 136: O. Bunjes en Zoon, Eerste Nederlandse Figurenen Letter-Industrie.
- 138: Wilh. C. Block.
- 140: Stoombootonderneming H. Janssen, Amsterdam-Limburg Expresse, Hartog Cohen, De Amstelgids (weekblad), Gooische Editie (weekblad), Amsterdam-Oost (weekblad), Amsterdam-West (weekblad), De Voorstad (weekblad), De Nieuwe Diemer Courant, De Schinkelbode (weekblad).
- 144: J. Sas.
- 146: N.V. J. Friederichs' Fourniturenhandel, J.M.C. Friederichs.
- 148: Jul. Vos, Firma F. Hahn.
- 150: N.V. Handelsvereeniging "Holland".
- 152: Goederenhandel (v/h H.B. de Leeuw, Naaml. Venn.), V.F.A.V. (Van Fabriek aan Verbruiker).
- 154: Max Bloch.
- 156: Fa. W.J. Boeser, J.H. van der Andel Jr., Fa. Johs. van der Andel (v/h van der Andel & Praetorius).
- 158: Hamburg-Bremer Brandverzekerings-Maatschappij (opgericht in 1854), Mijnarends & de Rooij, Brand- och Lifförsakings Aktiebolag "Svea" (opgericht in 1867), Nord-Deutsche Verzekerings Ges. in Hamburg, Jacobus Remmers, Basler Verzekeringsmaatschappij tegen Brandschade (opgericht in 1863), Caledonian Insurance Company (opgericht in 1805), A.F. Bonsée, Inkoopvereniging "G.I.M.A.".
- 160: Boeken Steendrukken en Kantoorboekenfabriek (v/h Johannes Jesse, Naaml. Venn.), Vereeniging "Justus van Maurik" (secretariaat).
- 162-170: Handelsvereeniging "Amsterdam".
- 172: D. Ederzeel, Th.C. Sluitman.
- 176: J. Hofler.
- 178-180: N.V. Bierhuis "De Port van Cleve" (v/h Gebrs. Hulscher).
- 182-210: Postkantoor, Bureau Rijks Postspaarbank, Rijks-Telegraaf.
- 226: Rijks-Postkantoor (Geldkantoor), Postcheque- en Girodienst, Ontvanger der Directe Belastingen en van Successie, Registratie en Domeinen, Inspectie der Directe Belastingen, Inspectie der Directe Belastingen (Afd. Personeele Belasting).
- 228: W. Wierink, Bakker & Röpcke.
- 230-232: Centraal Advertentie Bureau Max R. Nunes (N.V.), Centraal Uitgevers-Bureau, Weekblad "De Dameskroniek", Reis & Theaterbureau "W.A.C.O." (N.V.).
- 234: N.V. Uitgeversmaatschappij "De Jeugd", "Doe Mee", Weekblad voor Jong en Oud.
- 234-240: Bureau Algemeen Handelsblad, Keizerrijk.
- 242: A.P. Scheltema, Ricardo's Adv.-Bureau, J.C. Vermeulen, Bijblad Haagsche Post.
- 244: A.P. Scheltema.
- 248: M.H.P. Terpoorten, A.J. Faber, Swart-Terpoorten, Mevr. E. Korner.
- 250: Engers & Faber, C. Hazelhoff, Wegener's Couranten Concern, Weekblad "Overtoom & Omgeving", Weekblad "De Indische Buurt", Weekblad "Het Amstelkwartier", Weekblad "Het Olympiakwartier", Weekblad "Amsterdamsche City", Weekblad "Haarlemmerpoort", Weekblad "Oud-Sloten", Weekblad "De Jordaan", Weekblad "Plan West", Weekblad "Transvaalbode", Weekblad "Ooster-kwartier", Weekblad "Sarphatikwartier", Weekblad "Bilderdijkkwartier".
- 252: Maatschappij "tot Nut van 't Algemeen", Afd. Kinderleeszalen en Inlichtingenbureau.
- 254: Automobiel- en Taxibedrijf (v/h W.G. Korthof, F.E. Steijn), J.W. Merkelbach.
- 256: F. Tas, W. Beets, G. Saan.
- 258: A. Heddes-Duijts.
- 260: Valentin Muller, K. Muller.
- 262: The British Oak Ins. Cy. Ltd., L'Union Maatschappij voor Levensverzekering, Firma van Weeren & de Nagtegaal, L. van Weeren, H.J. de Nagtegaal, The Federated Employers' Insurance Association Ltd., Geïllustreerd Weekblad "De Stad Amsterdam", Weekblad "Ons Land Panorama", L. Rubens, P. Steinz.
- 264: Vereeniging van Assuradeuren te Amsterdam (secretariaat), Vereeniging van ter Amsterdamse Beurze vertegenwoordigde Brandassuradeuren, Amsterdamse Commissie voor het Engelse Brandtarief voor Industriële Risico's in Holland, Vereeniging van Brandverzekeringsmaatschappijen die in Holland Nederlands-Indische zaken accepteren, Commissie tot Verbetering van het Transportverzekeringsbedrijf te Amsterdam, Combinatie voor de Verzekering van Goederen in Pakhuizen te Amsterdam en Rotterdam, Mr. C. Scheltema.
- 266: N.V. Fourniturenhandel (v/h Faddegon & Krook), N.J. Krook, Firma G. van Wees & Weiss.
- 268: Wed. T. Berkemeijer, Mej. J.M.H. Engels.
- 270: B. Brandenburg.
- 272: Alex Buijs, Wed. A. Buijs-Zimmerman.
- 274: N.V. "Citax", Firma Prodi, Bondsgebouw voor Nationaal Jongeren.
- 276: "De Manufacturier" (Vakblad voor Manufacturen), N.V. Reclamefilm Bedrijf, Maandblad "Favoriet".
- 278-280: Reuter's Limited (afd. Nederland), N.V. Alg. Advertentie Bureau, A. de la Mar Azn., Nederlands Telegraaf Agentschap, Europeesche Verreschrijver Maatschappij, C. Schik, "De Indische Post" (Onafhankelijk Weekblad voor Nederlands-Indië), Maandblad "Meer Baet", "Publiciteit" (Naaml. Venn.), N.V. Reclamebureau tot Exploitatie van Aanplakborden "R.E.M.A.C.O.", Remaco's Filmbedrijf (Naaml. Venn.), N.V. Remaco's Etalage Bedrijf.
- 282: A.M. Buchter.
- 284: Mevr. G.H. de Groot-Lauman, C.H.M. de Groot-Blank, A.H. de Groot, J.S. de Groot, W.G. de Groot.
- 286: O. Reisiger Jr..
- 288: S.F. van Vugt.
- 290: Nederlandse Technische Industrie "E.N.O.T." (Naaml. Venn.), Mej. R. Damen, Weekblad "De Hond", T.R. Godschalk.
- 292: Comm. Venn. J. Dijst's Handelsvereniging, Multigraph Company.
- 294: R. Borna, N.V. Behangersfournituren Maatschappij, J. Opten.
- 298: Alta's Advertentie Bureau (Naaml. Venn.), Deutschmann & Roelants, I.J. Drilsma, A. Bijleveld, Langereis & Salomons, M.J. van der Werf, Sidox Waspoeder Verkoop Centrale.
- 300: D.W. Hinse, van Dillen's Publiciteits Bureau, J.G. Allebé, Persdienst "Fotovaria", S. Vaz Dias.
- 308: Cigarettenfabriek J. van Kerckhof (Naaml. Venn.).
- 312: N.V. de Centrale Warenmagazijnen.
- 314: N.V. Nopol Handelsonderneming.
- 316: C.W. Smit, Matthijs Gaasenbeek, G.F. van Maanen, J. van der Busse, J.P.M. Hauser, J.G.C. Vogelezang, Handelsvennootschap voor Opslag en Import van Petroleumproducten "Petrotank".
- 318: H.E. Reurhoff, Likeurstokerij, Distilleerden en Wijnhandel "De Arend" (opgericht in 1791), Gust. A.L. Boissevain, Administratie-Bureau "Pronto", Mevr. J. Schmitz-Smitskaar, Adv.-Bur. "Agidus", "Abica" (Algemene Bevolkings-Inlichtingen Courant van Amsterdam), Nederlandse Pensioenhoudersbond (Afd. Amsterdam), L.W. Leijns, van Ormondt & van Senden, Richard & Co., "Herbo" Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen, Hotels en Café-Restaurants, Max R. Bruck, Advertentie Bureau "De Adelaar", R. Katz, P. Ehrenberg, W.N.J. van Doornik, "Nelta" (Naaml. Venn.), Boissevain & Stolk, Schwabach & Comp., Emaillefabriek "Langcat".
- 320-322: W.H. van Staa, J.W.H. van Staa & Zoon.
- 322: L. Assenbroek, J. Sikking.
- 324: Drukkerij "Plantin" (Naaml. Venn.).
- 326: O. Suurenbroek, J. Kalb.
- 326-328: Wallich & Matthes, Firma Tiedeman & van Kerchem, Cultuur Mij. "Goenoeng Anaga" (N.V.), Cultuur Mij. "Pasir Karet" (N.V.), Cultuur Mij. "Sindang Sari" (N.V.), Cultuur Mij. "Waringin" (N.V.), Rubber Cultuur Mij. "Andjasmoro" (N.V.), Rubber Cultuur Mij. "Hambalang" (N.V.), Rubber Cultuur Mij. "Kawoeng" (N.V.), S.W. Zeverijn, J. Joh. Mons, Comm. Venn. Commissiehandel (v/h D. Schumacher), N.V. Pallas Uitgevers Maatschappij, H.G. Jurriaans, Meekhof en Jurriaans.
- 330: J. & P. Cuypers, Cuypers & Six, G. Schutte, Handel Maatschappij "Linfan" (Naaml. Venn.), Seymour-Sheldon Comp., N.V. Handelmaatschappij "Sterna", Handel Maatschappij de Vries, Fikkert en de Beurs.
- 332: C. Kahmann.
- 334: Noord Hollandsche Kolenhandel, Algemene Brandstoffenhandel "Amsterdam" (Naaml. Venn., afdeling Detail).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3677060 / 1164
In
1676 overleed in
Amsterdam de eerbare
Guurtje Sons, weduwe van
Pieter Aelbertse Noorman. Zij liet een onverdeelde erfenis achter, bestaande uit huisraad en inboedel (de rest was al eerder verdeeld door de erfgenamen). De erfgenamen waren:
Later, in
1693, vond er een verdeling plaats van de nog niet verdeelde goederen. Hierbij waren betrokken:
Maritje Jans van der Hart was de weduwe en erfgename van
Jasper Cornelisse Stilte (die eerder was overleden). Zij vertegenwoordigde ook haar overleden kind, dat door
Jasper Cornelisse Stilte was erkend. Hierdoor had zij recht op een vierde deel van de erfenis, bestaande uit 40 grote stukken, stuivers en penningen.
Deze volmacht (vertegenwoordiging) was vastgelegd in een akte bij notaris
Pieter Baas op
3 mei 1693.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842950 / 356
Op 1 februari 1814 verscheen Gerrit Albas, een 32-jarige arbeider uit Westveen, bij notaris Jacobus Arnijk van Bergen in Ouder-Amstel. Albas was eerder in Zevenhoven ingeschreven voor de landmilitie (een soort loting voor militaire dienst) en had in Alphen aan den Rijn lotnummer 268 getrokken.
Ook Teunis Verweij, een boerenknecht uit De Warre (bij Ouderkerk aan de Amstel), was aanwezig. Hij had bij de loting op 7 januari 1814 in Ouderkerk nummer 19 getrokken.
Beide mannen spraken af om hun lotnummers te ruilen. Hierdoor zou Albas in dienst hoeven als vervanger (romplaçant) voor Verweij. Albas beloofde vanaf die dag als soldaat te zullen dienen, zo lang de overheid dat nodig vond.
Als tegenprestatie zou Verweij aan Albas in totaal 100 gulden betalen:
- 25 gulden direct bij het tekenen van de akte (die Albas meteen ontving),
- 75 gulden zodra Albas daadwerkelijk in actieve dienst werd gesteld.
Beide mannen beloofden zich aan de afspraak te houden en gaven hun woonadres op als officiële contactplek.
De akte werd opgesteld in Ouderkerk, in het huis van Pieter Kok (kasteelbewaarder) en zijn vrouw Tictie van Rooijen. Omdat Albas en Verweij niet konden schrijven, tekenden alleen de getuigen (Pieter Kok, Pater van Roogen) en de notaris.
De akte werd later, op 1 februari 1834, geregistreerd in Amsterdam. De notaris de Haan ontving hiervoor 1 gulden, 6 stuivers en 8 penningen (omgerekend ongeveer €0,52).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5307737 / 15
In haar testament benoemt de vrouw de volgende personen als haar enige erfgenamen, die alles gelijk verdelen:
Er is één voorwaarde: de erfgenamen moeten akkoord gaan met hoe Jacob van Vaerlem en Martina Montenac (weduwe van Francoijs Mons) de goederen van de overledene hebben beheerd en verdeeld. Ze moeten tevreden zijn met de staat en inventaris die deze twee aan hen presenteren. Als ze dat niet doen, verliezen ze hun erfdeel. Dat deel gaat dan naar degenen die wel akkoord gaan.
De vrouw bevestigt dat dit haar laatste wil is. Het document is opgesteld in Haarlem op onbekende datum (in document "binnen dese st. 355" genoemd), in aanwezigheid van de getuigen Pieter Soutman en Willem van Beveren. De notaris is Assuerus Beuns.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842950 / 355
- Op 11 april 1691 kwamen de volgende personen bij notaris Maerten Rouwenhove in Schiedam:
- Zij waren allemaal erfgenamen van Lucas Jansz Jonge Jan, die in Peruis woonde en overleden was.
- De erfgenamen hadden de erfenis (goederen en bezittingen) van Lucas Jansz eerlijk en in goede harmonie verdeeld.
- Bij de verdeling kreeg Jan Lucassz en de familie van Stoffel Lucasz:
- Een stuk land van 200 roeden in Outgers, grenst aan:
- Een ander stuk land in Outgers, grenst aan:
- Jan Cornelisz Duijn en Pieter Claesz van Crimpen ontvingen 50 gulden bij deze verdeling.
- Pieter Claesz kreeg ook:
- Een stuk land van 44 roeden in Roosand, grenst aan:
- Een boomgaard in Nieuw-Herins, grenst aan:
- De erfgenamen beloofden dat ze elkaars land als eigen bezit zouden respecteren, zonder verdere claims.
- Als ze dit niet deden, konden hun persoonlijke bezittingen (zoals huizen en spullen) als boete worden ingenomen.
- De akte werd ondertekend in het kantoor van de notaris, met Wouter Meijers (wijnverkoper) en Otto Wert (klerk en burger van Schiedam) als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1528463 / 95
Op 18 maart 1735 verscheen Cornelis Ariense van der Meer (64 jaar) en Jan Willemse van der Hoeven (58 jaar), beide inwoners van Schiedam, voor notaris Jan van Lijken. Zij verklaarden op verzoek van:
- Mees van Duijn (woonde in Schiedam),
- Jacob van Duijn (woonde buiten Delft),
- Arij van Duijn (woonde in Schiedam),
- Petronella van Duijn (getrouwd met Joost van der Beek, woonde in Wateringen),
- Catharina van Duijn (getrouwd met Eckbert Kof, woonde in Rotterdam),
- Anna van Duijn (getrouwd met Jacobus van Banken, woonde in Rotterdam),
- Martijntie Stolch (woonde in Schiedam),
dat zij Cornelis Ariensz van Duijn goed hadden gekend. Deze was in 1717 als jonge, ongehuwde soldaat in dienst getreden van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) bij de Kamer van Zeeland in Middelburg. Hij vertrok met het schip 't Vaderland naar Oost-Indië, waar hij later was overleden.
Volgens de getuigen had Cornelis Ariensz van Duijn de volgende familieleden achtergelaten:
Zij bevestigden dat Cornelis Ariensz van Duijn geen andere (half)broers, (half)zussen of nakomelingen had. Zijn ouders, Arij van Duijn en Trijntie Cornelis, waren al jaren eerder overleden en begraven in Schiedam.
De getuigen kenden de familie al jaren en waren bereid hun verklaring onder ede te bevestigen. Aanwezig als extra getuigen waren Jan Hooningh en Johannes Schuijnsteijn.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1526209 / 222
J. Geelvinck meldt in een brief vanaf
1 april 1711 uit
Brussel dat er ongeveer 10.000 soldaten verdeeld worden over verschillende steden in de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België). De verdeling ziet er als volgt uit:
- Luxemburg: het hele regiment van Saxen Gotha, twee grenadiercompagnieën van Murrai en een compagnie artilleristen.
- Mons (Bergen): twee bataljons van Dlinze, zes eskadrons dragonders (bereden soldaten) van Sintignon en een detachement (groep) artilleristen.
- Ath: een compagnie van D'Einse en een detachement artilleristen.
- Brugge: twee bataljons van Vierset en een detachement artilleristen.
- Gent: twee bataljons van Los Rios en een detachement artilleristen.
- Oostende: een bataljon van Vierset en een detachement artilleristen.
- Dendermonde: een bataljon van Los Rios, dat het bataljon van Ferrari vervangt. Dit laatste bataljon gaat naar Luxemburg om zich bij de rest van het regiment te voegen en vervolgens samen op mars (verplaatsing) te gaan.
- Brussel: twee bataljons van Murrai, zes grenadiercompagnieën (twee van Los Rios, twee van D'Einse en twee van Vierset), een compagnie huzaren (lichte cavalerie), een eskadron dragonders van Sintignon en een detachement artilleristen.
- Mechelen: de niet-uitgezonden artilleristen (in totaal 811 man).
- Antwerpen: een bataljon van Murrai en een detachement artilleristen.
De veldbataljons, grenadiers, dragonders en artilleristen van de vijf genoemde regimenten hebben voorlopige orders gekregen om klaar te staan voor een mars. Of ze daadwerkelijk vertrekken, hangt af van hoeveel troepen keizer
Karel VI (keizerlijk) en de koning (koninklijk) nodig achten voor hun plannen, die nog niet bekend zijn. Er gaan geruchten, zelfs onder het volk, dat Franse troepen deze gebieden zouden komen bezetten, omdat ze
Oostende in de laatste oorlog verdedigd hadden.
Geelvinck belooft nauwkeurig verslag te doen van alle troepenbewegingen in de regio en zal
de Mint (de geadresseerde) hierover informeren. De brief is ondertekend in
Brussel op
1 april 1711 en ontvangen op
14 april 1711.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11488 / 0821
Gouverneur John Murray gaf op
26 januari 1873 aan
Brigadegeneraal Dene de opdracht om een vonnis uit te voeren in de kolonie
Berbice.
William Threlfall, plaatsvervangend
vennootschapsbestuurder (tweede man) van de kolonie, diende een verzoek in. Hij eiste namens
Peter Coner en een zekere
kapitein betaling van een schuld van 567 gulden van
J.A. Leisner en
L.S. Gallen. Deze twee waren
borg (garant) voor een lening.
Threlfall wilde dat
Leisner en
Gallen als borgstelling betaalden, omdat zij volgens de
wetten (officiële documenten) hiertoe verplicht waren. De schuldenaren hadden echter
geen geld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.21 / AB.6.3A / 0087
Op 5 november 1890 dienden Han Pielle Jannette en Willem Abraham Mulder, beiden werkzaam voor de firma Tiedeman en van Kerchem, een verzoek in bij de overheid in Batavia (nu Jakarta). Zij wilden graag een tijdelijke vergunning (voor 1 jaar en 6 maanden) voor het aanleggen en exploiteren van een hoofdspoorweg van:
- De rechteroever van de rivier de Tjiliwoeng (nu Ciliwung),
- via Meester Cornelis (nu Jatinegara), Oosnelio, Aseet,
- naar Sangjong, Plok (met een aftakking naar de staatsspoorweg in Weltevreden (nu centraal Jakarta) en Harmoni).
De totale lengte van het traject zou 47,7 kilometer bedragen. De aanvragers boden 2000 gulden voor de vergunning.
De Resident van Buitenzorg (nu Bogor) bevestigde op 31 oktober 1890 dat Jannette en Mulder Nederlanders waren en in Nederlands-Indië woonden.
In de beoordeling van het verzoek werden een paar punten gemaakt:
- Als de overheid deze vergunning verleende, zou de staat afzien van het zelf aanleggen van deze spoorlijn.
- Het geven van de vergunning zou garanties bieden voor de plannen die de overheid had voor spoorlijnen rond Batavia en Buitenzorg.
- Het afwijzen van de vergunning zou gelijkstaan aan het opgeven van een belangrijke kans, vooral omdat eerdere pogingen om een spoorwegmaatschappij op te zetten waren mislukt. Een afwijzing zou kunnen leiden tot het voortbestaan van een onhoudbare situatie.
De Resident vond dat er nog geen definitief besluit genomen kon worden, omdat de onderhandelingen met de aanvragers nog niet waren afgerond. Hij stelde voor om de uiteindelijke beslissing over te laten aan het Opperbestuur (de hoogste overheid in de kolonie). Wel adviseerde hij om de minister op de hoogte te brengen van het verzoek van de firma Tiedeman en van Kerchem, voor zover dat per telegram mogelijk was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 4443 / 0545
Op 18 maart 1595 verschenen voor een notaris in Haarlem twee mannen:
Zij verklaarden onder ede (maar zonder een echte eed af te leggen, alleen op hun eer en geweten) dat ze zich herinnerden dat Jan Jacobsz Volck op een dinsdag een huis had gehuurd. Dit huis was eigendom van fremyn Laurens ten Nys, die woonde in de Warmoesstraat. Het huis was eerder gekocht door Jacobsz Calck, een kalkverkoper. De huurperiode was 3 jaar, beginnend in mei 1595, en de huurprijs was 22 pond Vlaams per jaar. Deze verklaring werd opgetekend in het huis van Jan ter Letten op de Burchwal, in aanwezigheid van:
Op 29 maart 1595 verschenen voor dezelfde notaris:
Zij handelden namens Jonge Merre Maninxche, de erfgenamen van wylen Kenn. Symons (een overleden persoon) en diens moeder. Zij gaven Roen van Soutelande volmacht om namens hen op te treden bij de Hoge en Provinciale Raad in Holland. Deze volmacht was bedoeld om een rechtszaak te voeren tegen Baert Claesz Bierman en anderen, zowel in civiele zaken als bij de heren van de rechtbank. Roen van Soutelande mocht ook anderen aanstellen om hem te vervangen en alle nodige stappen ondernemen. Claes Jansz en Joost Cornelisz beloofden deze volmacht te bevestigen en te respecteren. De akte werd opgesteld in aanwezigheid van:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974437 / 82
Op 4 december 1662 werd een officiële akte opgemaakt door een notaris in Haarlem, in aanwezigheid van twee getuigen:
Op verzoek van Andries Palinck bevestigden de getuigen onder ede dat:
- Cilletgen, de vrouw van Rut Reynertsz Baker, op vrijdag (de dag voor de akte) had toegegeven dat zij:
- de huishoudelijke spullen en kleding van de weduwe van Joos van Casel (die in haar kamer was overleden) door een tweedehandsverkoper had laten verkopen,
- het geld had ontvangen en
- een deel daarvan had gebruikt om schulden van de weduwe af te betalen.
Ook Fremijn Laurens, een 52-jarige zijdelakenkoopman, bevestigde op verzoek van Andries Palinck dat:
- de tweedehandsverkoper, Lijsbeth Pieters, de dag ervoor bij hem thuis had bekend dat zij:
- op verzoek van Rut Reynertsz Baker’s vrouw de spullen van de weduwe van Joos van Casel uit diens sterfkamer had gehaald,
- de spullen op een veiling "op de Vlaamse wijze" (met opbod) aan verschillende mensen had verkocht en
- daarvoor 15 stuivers had gekregen van Rut Reynertsz Baker’s vrouw, terwijl eigenlijk alleen 10 stuivers was afgesproken.
De getuigen beloofden hun verhaal later nogmaals te bevestigen als dat nodig was. De notaris, N. W. van Triers, maakte hiervan een officiële akte in zijn huis aan de Batterijstraat in Haarlem, met als extra getuigen:
De akte werd ondertekend door de notaris en de getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975208 / 135
In
1751 werd in
Batavia (het huidige
Jakarta) het toezicht op het
waterfiscalaat (belastingen op water) tijdelijk toevertrouwd aan
Willem Daniel Vignon, die toen werkzaam was als
advocaat-fiscaal (openbaar aanklager en belastingcontroleur). Deze taak werd hem gegeven na het overlijden van de vorige
waterfiscaal,
Herlach Cornelis Johannes van Massau, op
30 maart.
Naast
Vignon werden ook de volgende personen genoemd in deze zaak:
De brief vermeldt ook dat de redenen voor deze beslissing eerder waren toegelicht in een geheime brief aan een hoge functionaris, gedateerd
27 juli van datzelfde jaar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3869 / 1705
Frederik Hendrik, de prins van Oranje, had met zijn leger vier kampementen opgeslagen rond
Breda, maar deze waren niet goed met elkaar verbonden. Toen kreeg hij een brief van
de hertog van Bouillon, gouverneur van
Maastricht, met het nieuws dat
de markies del Ytona met het Spaanse leger onderweg was naar
Bredade Langstraat naar
Drunen en
Heusden, waar hij met het Staatse leger een nieuw kamp opsloeg om het Spaanse leger tegen te houden. Het Spaanse leger, dat voor
Maastricht had gelegen, liet alleen
de markies de Eytona achter om
kasteel Argenteau en een schans bij
Weset te bewaken.
Een brug bij het klooster
De Hucht werd verplaatst naar
Stevensweert, wat de Spanjaarden goed uitkwam. Hierdoor kon
Maastricht ontzet worden.
Daarna werden de steden
Aken en de gebieden
Limburg en
Gulik goed voorzien van allerlei benodigdheden. De
Staten-Generaal dreigden
Luik dat als ze de handel niet vrij zouden laten, ze die zelf zouden stoppen.
Op
14 september 1634 voerden de Spanjaarden met 4 regimenten ruiterij en 200 voet soldaten een aanval uit op het ruiterkamp van
graaf Willem van Nassau bij
Venlo. Ze werden echter verslagen door
baron Slabada en verloren een vaandrig en enkele ruiters. Aan Staatse kant sneuvelde
kolonel Roosekrans, een ervaren soldaat die de
Staten-Generaal goed had gediend.
Adriaan Pauw en
Joan Knuyt werden in
1634 als gezanten naar
Frankrijk gestuurd om een overeenkomst met koning
Lodewijk XIII te bevestigen en verdere afspraken te maken. Later hielp
Joan Knuyt ook mee bij de onderhandelingen voor de Vrede van Münster in
1646 tussen
de koning van Spanje en de
Staten-Generaal.
Na hun verblijf in
Parijs keerde
Joan Knuyt terug met nieuwe voorstellen die afweken van eerdere afspraken. Hierover werd in september
1634 een bijeenkomst gehouden in
Heusden, waar ook
de prins van Oranje aanwezig was. Ze bespraken de volgende punten:
- Koning Lodewijk XIII moest voor 1 januari 1635 duidelijk maken of hij de koning van Spanje de oorlog zou verklaren.
- Als de oorlog uitbrak, zou Frankrijk 25.000 voet soldaten en 5.000 ruiters leveren, met alle benodigde wapens, munitie en andere uitrusting voor een veldslag of belegering.
Bekijk transcriptie kronieken / 367608 / 40
-
Charles de la Selle (ook Selle Braad), namens Louise Morie (een weduwe uit Stadt Zell in Duitsland), verzoekt of de goederen van het gestrande schip De Liefde van Rouaan (bij Den Helder) zonder belasting mogen worden verscheept naar Duitsland. De goederen zijn volgens hem niet bedoeld voor handel in Nederland, maar voor persoonlijk gebruik in Duitsland. De zaak wordt doorgestuurd naar het Collegie ter Admiraliteit in West-Friesland en het Noorderkwartier voor advies.
-
Jan Brand, koopman uit Amsterdam, vraagt namens Hendrick Praegman (koopman uit Staden, België) of de geborgen goederen van hetzelfde schip (De Liefde, kapitein Cornelis Pietersen) belastingvrij naar Staden mogen. De goederen waren voor Praegman zelf en zijn door storm bij Den Helder aangespoeld. Ook dit verzoek wordt doorgestuurd naar het Collegie ter Admiraliteit in West-Friesland en het Noorderkwartier voor advies.
-
Johan Francois Crojé, kapitein in het regiment van Brigadier van Els, vraagt om een bevordering tot majoor voor de komende veldtocht. Zijn verzoek wordt doorgestuurd naar de heren van Broekhuizen en andere militaire adviseurs van Hare Hoog Mogenden (de Staten-Generaal) voor onderzoek.
-
Jan Alexander Bilderbeeck, een Franse huzaar-kapitein in dienst van de koning van Frankrijk, is sinds 28 mei 1707 krijgsgevangene in Bergen op Zoom. Hij vraagt om:
- Een paspoort voor 6 weken om op zijn "woord van eer" zijn familie te bezoeken, met de belofte terug te keren.
- Of anderszins 3 weken verlof om naar Brussel te gaan en geld te regelen voor zijn onderhoud in de gevangenis.
Zijn verzoek wordt geweigerd.
-
Charel Goosen, boer uit de parochie Sainte-Croix (in Vlaanderen), heeft een rechtszaak lopen tegen Gijsbert Coenraed Volmer, burgemeester van Sluis. De zaak sleept al lang en beide partijen hebben stukken uitgewisseld, maar Volmer weigert verder mee te werken. Goosen vraagt om een deadline van 14 dagen voor Volmer om documenten in te dienen, anders verliest hij automatisch. De rechter besluit dat beide partijen binnen 3 weken hun stukken moeten indienen, anders volgt een verstekvonnis.
-
De heren van Broekhuizen en andere buitenlandse zaken-adviseurs rapporteren over een brief van heer Goes (gezant in Kopenhagen). Deze gaat over klachten van Prins Karel van Denemarken: zijn oorlogspensioen (een schadevergoeding) voor 1706 is niet betaald door de Nederlandse provincies. De vertraging veroorzaakt problemen. Hare Hoog Mogenden besluiten Goes te antwoorden dat het pensioen niet voor 1707, maar voor 1706 had moeten worden uitbetaald. De zaak wordt verder onderzocht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3364 / 0269
Gregorius Hendrick Praagman, het opperhoofd in
Siam, schrijft op
25 november 1724 een brief naar de leiding van de
Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in
Batavia.
- De koning van Siam had beloofd jaarlijks 12.000 pikol (een gewichtsmaat) soppanhout (een soort hout) te leveren, maar in werkelijkheid werd slechts ongeveer 1200 pikol per jaar afgeleverd. Praagman vraagt of de VOC-leiding dit in hun volgende brief aan de koning en berquelang (een hoge Siamese functionaris) wil aankaarten.
- Eerdere brieven en geschenken van de VOC, gebracht door het schip Oudenaerde, zijn op 1 oktober 1724 overhandigd aan de berquelang, maar er is nog geen reactie of tegen cadeau ontvangen.
- Het Siamese hof was eerst ontevreden omdat ze niet op de hoogte waren gebracht van de benoeming van Praagman als opperhoofd. Na de vertrek van de schepen en een genomen beslissing (waarvan eerder een kopie was gestuurd) is hier echter geen ruzie meer over gemaakt. Praagman bedankt de VOC-leiding wel voor hun steun in deze kwestie.
- De VOC had gevraagd om gomlak (een soort hars) en olifantstanden, maar hier kon niet aan voldaan worden:
- Door ziekte (kinderpokken) in het gebied waar gomlak verzameld wordt, is er te weinig van binnengebracht. Het beetje dat wel beschikbaar was, werd door Chinese handelaren opgekocht tegen 8 tical (munteenheid) per picol (gewichtsmaat).
- Er waren geen olifantstanden beschikbaar, omdat een Engels schip onder leiding van kapitein Abbadie met handelaren uit Benja (mogelijk Banten of Bengalen) de hele moesson (seizoen) in de regio was geweest en alles had opgekocht.
- Praagman bedankt de VOC-leiding voor:
- De toestemming voor reparaties aan de schepen Leguw, Huis ter Boede en Limburg.
- De afschrijving (financiële kwijtschelding) van bepaalde kosten.
- Het afdanken (uit dienst nemen) van de schepen Barcq, Spiering en Rena Coe.
- Toestemming om 4100 pond slecht soppanhout te verbranden, zoals opgedragen in eerdere instructies (onder nummer 5).
- Hij sluit af met een wens voor goede gezondheid en kracht voor de VOC-leiding, voor het welzijn van de Compagnie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2013 / 0262
- De schuldenaar moest het geleende geld in één keer aflossen, samen met de rente. Er mocht geen rechtszaak komen, behalve een simpele aanmaning tot betaling die bij de rechtbank in Kieren werd ingediend.
- Als de schuldenaar niet betaalde, mocht de geldschieter (of diens erfgenamen) het onderpand openbaar verkopen in Amsterdam. De opbrengst hiervan werd gebruikt om de schuld, rente en kosten te betalen.
- De schuldenaar beloofde dat al zijn huidige en toekomstige bezittingen als zekerheid golden. Hij gaf de geldschieter het recht om deze afspraken direct uit te voeren zonder verdere rechtsstappen.
- De kosten voor het innnen van de schuld moesten altijd door de schuldenaar worden betaald.
Op 12 mei 1858 werd in Heemstede een boedelbeschrijving opgemaakt bij notaris Jan Dolleman, in aanwezigheid van:
De boedel omvatte:
- Een afschrift van het testament van Heindrickje Roodenburg (18 april 1845), waarin Cornelis Lok als erfgenaam werd benoemd voor een deel van de nalatenschap.
- Een afschrift van de boedelscheiding uit het eerste huwelijk van Cornelis Lok, waarbij hij een huis, schuur en erf in Zevenhoven (kadastraal bekend: sectie B, nummers 677-678, groot 2 roeden en 55 ellen) had gekregen. Dit was al verkocht voor het overlijden van zijn tweede vrouw.
- Een boerderij met schuur en hooiberg aan de Yweg in Haarlemmermeer (sectie K, nummer 26), gebouwd op gehuurde grond van de Heer van Outeren. Bij beëindiging van de huur zou de verhuurder eigenaar worden van de gebouwen.
- Roerende goederen in de woning, getaxeerd door Jacob Roodenburg, waaronder:
- Twee gordijnen, matten en een kleed: 2 gulden.
- Twee tafels en zes stoelen: 6 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4748864 / 73
In een brief aan het opperhooft werd een verzoek ingediend om
4100 pond sappanhout te mogen verbranden, omdat het ongeschikt was voor transport.
Bij de brief zaten ook documenten van de bedienden, waaronder een overdrachtsbewijs. Dit bewijs toonde aan dat alle geld, goederen en andere bezittingen van het kantoor in
Judia (een oude naam voor een gebied in Azië) waren overgedragen door
Rogier van der Welt, een koopman en opperhooft genaamd
Gregorius Hendrik Praagman. Deze overdracht klopte met drie
sap-negotiëboeken (boeken voor de handel in sappanhout).
Bij het controleren van de overdracht bleek dat er nog
1.259.665 pond sappanhout in
Judia lag, waarvan
400 pond onbruikbaar was voor vervoer. De bedienden vroegen toestemming om
2091 pond te verbranden, omdat dit hout bedoeld was voor drie grote schepen die het
Limburghout (een soort sappanhout) moesten ophalen, maar een schip en zes bemanningsleden waren verdwenen.
Het verzoek om het hout te verbranden zou later worden beoordeeld, samen met de vraag of er aan de eisen van de bedienden kon worden voldaan, zoals het leveren van drie grote schepen voor het vervoer van het
sappanhout en andere goederen.
In een naschrift van de brief werd ook vermeld dat de sloep van het schip
Consteeren en de sloep van het schip
Limburg, bemand door
100 man, waren verdwenen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1989 / 0118
- Al sinds de begintijd was het de gewoonte dat de gouverneur-generaal en de Raden van Indië (het bestuur van de Vereenigde Oostindische Compagnie, afgekort VOC) een nieuwe leider stuurden voor de handelspost in Siam (het huidige Thailand).
- De lokale bestuurder (waarschijnlijk een Siamees) kreeg dan altijd een brief van de gouverneur-generaal over deze nieuwe leider. Pas daarna mocht de nieuwe man zijn werk voor de VOC beginnen.
- Maar in 1703 (het "Jaar van de Haas" in de Siamees-Chinese kalender) kwam de Nederlander Gregorius Hendrik Praagman aan met een schip van de VOC.
- Twee lokale ambtenaren (een fetor – een soort douanebeambte – en een tolq – een tolgaarder) vertelden de bestuurder dat Praagman door de gouverneur-generaal was gestuurd als nieuwe leider van de VOC-post in Siam.
- De bestuurder vond dit vreemd, want:
- Daarom zei de bestuurder tegen Praagman:
- Hij moest terug naar Batavia (het huidige Jakarta, het hoofdkwartier van de VOC).
- Hij moest een officiële brief van de gouverneur-generaal meebrengen als bewijs.
- Pas dan mocht hij in 1704 (het "Jaar van de Aap") terugkomen om zijn werk te doen.
- Praagman protesteerde hiertegen, maar de bestuurder bleef bij zijn besluit.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1988 / 1109
In
1725 ontving de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) op
12 april een officiële brief afkomstig uit
Calouang (het huidige
Ayutthaya,
Thailand).
De brief was een origineel schrijven van het opperhoofd
Gregorius Hendrik Praagman en de raad in
Siam (het huidige
Thailand), gericht aan de gouverneur-generaal van de VOC.
De brief bevatte ook een
register van brieven en belangrijke bijlagen, die in
1725 waren verzonden en ontvangen. De documenten waren achtereenvolgens ingesloten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8320 / 0211
In
25 december 1724 schreef een brief uit
Siam (het huidige
Thailand) over een verzoek om Nederlandse en Indiase stoffen (zoals kleding en zijde) naar
Siam te sturen. Dit zou helpen om de handel vast en goed te houden.
In het jaar van het Konijn (een bepaald Jaar in de Aziatische kalender) stuurden de gouverneur-generaal en de Raad van
Indië (de VOC-leiding in Azië)
Gregorius Hendrik Praagman als nieuwe leider naar
Siam. Toch kwam er toen geen officiële brief voor het hof of een bevestiging van zijn aanstelling. Daarom schreef de afzender (waarschijnlijk een lokale bestuurder) terug naar de gouverneur-generaal dat
Praagman nog niet als leider werd geaccepteerd.
Nu had de gouverneur-generaal wel een officiële brief gestuurd, zowel voor het hof als voor de afzender zelf, om
Praagman als leider te bevestigen. Als
Praagman verstandig en volgens de afspraken werkt, zal de afzender hem ondersteunen, zoals afgesproken in eerdere overeenkomsten.
Daarnaast werd bekend dat de
Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) een geldlening had gegeven aan ambtenaren van de
Chinese Keizer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8689 / 0101
Johannes Abllas bezat een stuk land in de buurt van
Haserswoude met de volgende grenzen:
- Oosten: Johannes Abllas
- Zuiden: een waterloop genaamd Boezem Kadens
- Westen: de Heerweg en Ysbrand de Kok
- Noorden: de Molen Erven en een ringsloot
Het land bestond uit verschillende percelen hooiland en weiland, verspreid over verschillende polders rond
Haserswoude:
- Een perceel hooiland/weiland van 5 morgen en 400 roeden in de Oostgeere polder, grenzend aan:
- Twee kleine stukjes weiland bij elkaar, aan de oostkant van Haserswoude (maar vallend onder de Laagbosknoopse polder), ter waarde van 500 bunders, grenzend aan:
- Oosten, Zuiden en Noorden: de erfgenamen van Hendrik Praagman
- Westen: de oostzijde
- Een perceel weiland in de Rietveldsche polder van 2 morgen en 200 roeden, grenzend aan:
- Een perceel weiland van 1 morgen en 200 roeden, grenzend aan:
Er waren ook verschillende erven (kleine stukken land met vaak een huis) in het
westeinde van
Haserswoude:
- Een erf van 137 roeden (kaartnummer 15), grenzend aan:
- Een elstwerf (een soort erf) van 95 roeden (kaartnummer 8), grenzend aan:
- Een erf van 155 roeden (kaartnummer 14), grenzend aan:
- Oosten: de erven van Boon van Ostade
- Zuiden: de dijk van de droogmakerij
- Westen: de baljuw (een soort rechter) Boers
- Noorden: een vaart
- Een erf van 73 roeden (kaartnummer 18), grenzend aan:
- Een erf van 93 roeden (kaartnummer 20), grenzend aan:
- Een erf van 127 roeden (kaartnummer 37), grenzend aan:
- Westen: Arij van Noord
- Zuiden: de dijk van de droogmakerij
- Oosten: de baljuw Boers
- Noorden: een vaart
Er waren ook twee schuldbrieven (leningen) gekoppeld aan deze eigendommen:
- Een schuldbrief van 3 augustus 1759 voor ƒ300,-, afgesloten door Jacob van der Hart (nu in handen van zijn weduwe) ten behoeve van Pieter van Wilgen. Het geld was geleend onder pand van een huis en erf in het oosteinde van Haserswoude, met een rente van 3,5%. De rente was betaald tot 1 juli 1780.
- Een schuldbrief van 29 mei 1761 voor ƒ375,-, afgesloten door Hendrik Lubeek ten behoeve van Cornelis van der Schaap. Later, op 13 oktober 1762, werd deze overgedragen aan Abraham Wittebol. Er was al ƒ50,- afgelost op 1 mei 1762, dus de openstaande schuld was ƒ325,-. Ook dit was geleend onder pand van een huis en erf in het oosteinde van Haserswoude, met een rente van 3%. De rente was betaald tot 1 mei 1797.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974913 / 377
In deze overeenkomst werden de rechten van een
naamloze vennootschap in liquidatie (een bedrijf dat bezig was met afwikkeling) overgedragen aan verschillende kopers. De afspraken waren als volgt:
- De kopers kregen recht op de rente van de overgedragen leningen vanaf de laatste betaaldag.
- Alle risico’s en verantwoordelijkheden voor de overgedragen vorderingen (geld dat nog betaald moest worden) gingen vanaf dat moment naar de kopers.
- De vennootschap garandeerde alleen dat de schulden op dat moment daadwerkelijk bestonden voor de genoemde bedragen. Verdere garanties gaf ze niet.
- De kosten van deze akte en eventuele gevolgen daarvan werden betaald door de vennootschap.
Er werden enkele kleine fouten in de tekst verbeterd.
De akte werd opgesteld in
Haarlem op de datum die bovenaan vermeld stond, in aanwezigheid van twee getuigen:
Een deel van het bedrag, namelijk 1500 gulden, werd betaald met een lening op naam van
Arie Geylvoet, een gasfitter uit
Haarlem, die was ingeschreven op
20 maart 1920.
De verkoper,
Jan Arnold Wilkens, bevestigde dat hij de volgende zaken had verkocht aan verschillende kopers (genummerd I t/m VII) voor de volgende bedragen:
- Totaalbedrag voor Jan Arnold Wilkens: 130.723 gulden en 40 cent.
- Vrouwelijke koper (sub I): 41.755 gulden.
- Koper (sub II): 6.790 gulden.
- Kopers (sub III): 6.000 gulden.
- Kopers (sub IV): 19.000 gulden.
- Kopers (sub V): 19.000 gulden.
- Kopers (sub VI): 10.000 gulden.
- Kopers (sub VII): 1.500 gulden.
De verkoper verklaarde dat alle bedragen volledig waren voldaan en dat er niets meer openstond. De kopers werden officieel de nieuwe eigenaars van de vorderingen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209098 / 20
Vorige paginaVolgende pagina