Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De slaaf Julij, ongeveer 25 jaar oud, die eigendom was van burger Joachim Johan Lodewijk, werd op 14 juli 's avonds ondervraagd door de onafhankelijke fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn. Julij werkte in de keuken en hielp met het afruimen van de tafel. Hij was ook verantwoordelijk voor het verzorgen van de lege vaten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0724 De slaaf Iuli heeft 26 juli 1753 in het Kasteel de Goede Hoop een verklaring afgelegd voor de Raad van Justitie. De verklaring is opgeschreven door klerk C.L.P. Neethling en ondertekend door twee leden van de raad: I. Raeck en H. van der Heijde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0723 Moses van de Kaap legde een verklaring af bij de Raad van Justitie van het kasteel in Kaap de Goede Hoop. De verklaring werd getuigd door klerken Otto Wilhelm Rotenburg en Michiel Daniel Leij, en ondertekend door secretaris J. Tiemmendorf. Moses bevestigde dat zijn verklaring correct was voorgelezen en dat hij er niets aan toe wilde voegen. Hij vertelde alleen nog dat hij na het voorval advies had gevraagd aan de slaaf oude Pieter. Pieter had echter geantwoord dat hij geen raad kon geven bij zulke zware zaken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0720 De baas wagenmaker gaf zijn slaven opdracht om Marik weg te sturen als hij weer aan zijn deur zou komen klagen over wateroverlast. Op 20 april kwam Marik het huis binnen terwijl hij met een zwarte meid sprak over de waterafvoer. De slaaf van de baas wagenmaker vertelde hem toen op een brutale manier dat hij moest vertrekken. Later die dag sprak Marik de baas wagenmaker aan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0710 Op 18 juni 1753 heeft Paul Tets, een burger van de vereiste leeftijd, verklaard bij de secretaris Christiaen Ludolph Heethling in het Kasteel de Goede Hoop, in aanwezigheid van getuigen. De verklaring was op verzoek van de belastingambtenaar Pieter Reede van Oudshoorn. Ongeveer 2 maanden eerder, rond 1 uur 's middags, hoorde Paul Tets vanaf zijn stoep scheldwoorden van zijn buurman Christiaan Mariek. Mariek liep ongeveer 3 stappen achter de wagenmaker van de Compagnie, Borgard Riegner, en de metselaar Godlieb Hermansz.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0699 De getuige hoorde lawaai maar kon door de gesloten kamerdeur niet precies verstaan wat er werd gezegd of waarom er ruzie was. Hij kon alleen horen dat iemand op straat "jij hoerenpraatjesmaker" riep, waarop de wagenmaker binnen antwoordde "dat ben je zelf". Toen de getuige de deur opende, zag hij dat de burger Christiaen Marick stenen van de grond pakte en dreigde deze naar de wagenmaker te gooien. Marick probeerde ook met een stok over de onderdeur heen te slaan naar de wagenmaker. Hoewel Marick twee keer de bovendeur open duwde, heeft hij uiteindelijk niets gedaan. De getuige heeft verder niets gezien of gehoord.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0692 De burger Christiaan Marick nam een gebakken steen en gooide deze naar een kind. De steen viel in stukken, ongeveer 3 voeten van het kind af tegen de muur. De aangever keek over de muur die tussen hem en Marick stond. Hij zag dat Marick snel naar binnen rende en de deur achter zich dicht trok. De aangever vroeg aan de slaaf van Marick, die op dat moment hout aan het hakken was, waarom zijn meester met een steen had gegooid. Omdat deze slaaf geen Nederlands sprak, riep de aangever zijn eigen slaaf erbij. Deze vroeg het in het Maleis, waarop het antwoord kwam dat zijn meester inderdaad had gegooid. De aangever liet het hierbij.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0680
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0672 De wagenmaker Krieger had een kind. De buurman was boos en zei dat hij iedereen die door de gang zou lopen, zou aanvallen met een steen, zelfs als dit zou leiden tot de dood. Hij eiste ook dat niemand over de muur naar zijn terrein mocht kijken. De buurman wilde dat Krieger zijn slaven zou verbieden over de muur te kijken, zoals de kinderoppas eerder had gedaan. Ook mochten de slaven van beide buren niet meer met elkaar praten over de muur heen. Krieger antwoordde hierop dat de buurman dan maar een hogere muur moest bouwen. Hij gaf de buurman toestemming om zijn slaven met een stok te slaan als ze over de muur zouden praten of klimmen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0663 Een wagenmaker probeerde via zijn slaaf te communiceren met een andere slaaf die geen Nederlands sprak. Via de vertaling begreep de wagenmaker dat de baas van die slaaf met een steen had gegooid. Een paar dagen later, rond 10 uur 's avonds, zaten de wagenmaker en een smid voor het huis van de wagenmaker een pijp te roken. Toen de dader ook buiten kwam en hen gedag zei, vroeg de wagenmaker waarom hij met een steen had gegooid. Hij zei dat dit niet goed was en dat hij beter op een volwassene had kunnen mikken. Ook waarschuwde hij de dader om de volgende keer beter te kijken waar hij gooide.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0660 Een vrouwelijke bediende liet een kind zijn behoefte doen naast de scheidingsmuur tussen de woning van de wagenmaker en het huis van burger-luitenant Bletterman. De beklaagde, die naast het huis van de wagenmaker woonde, was op dat moment op zijn erf. Toen hij zag dat de bediende over de lage muur naar zijn erf keek, pakte hij een baksteen en gooide deze naar de bediende en het kind. De steen sloeg kapot tegen de muur, ongeveer 3 voet van het kind vandaan.
De wagenmaker zag dit gebeuren en ging naar de scheidingsmuur. Hij zag nog net hoe de beklaagde naar binnen rende en de deur achter zich dichttrok. De wagenmaker vroeg vervolgens aan de slaaf van de beklaagde, die op dat moment hout aan het hakken was op het achtererf, waarom zijn meester met de steen had gegooid.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0659 Op 19 diende de hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn een aanklacht in bij rechter Sergius Swellengrebel en de Raad van Justitie. De aanklacht was tegen burger Christiaan Mariek wegens belediging en geweld tegen Borchard Riegner, de hoofdwagonmaker van de VOC. De aanvallen vonden plaats in het huis van Riegner en op straat, waarbij Mariek hem ook uitdaagde tot een gevaarlijk gevecht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0657 Dit rapport werd opgesteld in het Kasteel de Goede Hoop op 30 juni 1753. Het werd ondertekend door raadsleden Brand en Cornelis Eelders, samen met de bekennende partij en de beëdigde klerk Lo Keethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0655 De slaaf September verklaarde dat hij, omdat hij dronken was, niet weet of hij de sergeant en korporaal heeft gestoken of gesneden. Hij weet ook niet of hij de tas van de sergeant heeft gestolen. Hij werd daarna door de sergeant en korporaal Gul vastgebonden en vastgezet. Dit verklaarde hij in het Nederlands aan Kaap de Goede Hoop op 26 juni 1753, voor de raadsleden Brand en Cornelis Belders. Hij ondertekende dit samen met de beëdigde klerk. Later verscheen September weer voor de leden van de Raad van Justitie van het gouvernement. De verklaring werd hem voorgelezen en hij bleef bij zijn woorden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0654
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0653 De getuige zag hoe de slaaf December de sergeant een duw gaf. De sergeant riep dat hij gewond was en dat de jongen een mes had. De getuige trok daarop December aan zijn haar naar achteren op de grond, precies toen deze een tweede keer probeerde de sergeant te steken zonder hem te raken. Terwijl December op de grond lag, zwaaide hij met één hand alsof hij naar de getuige sneed. Hoewel de getuige het mes nog niet had gezien, sleepte hij December onder het geven van enkele zweepslagen aan zijn haar naar de kombuis. Toen er een lamp werd gebracht, zag de getuige het mes dat December verloor toen hij ermee in de drempel van de kombuis sneed. Daarna werd de slaaf naar de kombuis gebracht en vervolgens in de gevangenis gezet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0649 De verteller zag hoe een slaaf genaamd December via het keukenraam naar binnen was geklommen. December schold hem uit en vloekte in het Portugees en Nederlands, waarbij hij zei: "Sergeant Tajoli, ik krijg je wel". Daarna rende hij weg. Even later, toen Fortuijn terugkwam van een boodschap voor de verteller aan Korporaal Wolraad, zag Fortuijn in de schemering hoe December langs het pad van burger Munnik liep, vlakbij de smederij, met een onbedekt mes in zijn handen. Fortuijn hoorde December twee keer zeggen: "Wacht maar Tajoli, ik krijg je wel". Fortuijn rende daarop snel naar de achterplaats om dit aan de verteller te melden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0640 In de rechtszaak tegen Theunis Janssen van Amsterdam en Nicolaas Meehuijsen eist de openbaar aanklager Pieter Reede van Oudshoorn straf voor de volgende feiten:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0018 Op donderdag 22 februari 1753 werd in het Kasteel de Goede Hoop een vonnis uitgesproken namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden en de prins van Oranje en Nassau. Paul Seldereij kreeg een boete van 50 rijksdaalders. Dit bedrag werd verdeeld in:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0016 Er was een incident tussen de hoofdtimmerman van de Oost-Indische Compagnie, Borchard Riegner, en gedaagde. De aanklager toont een verslag van Riegner, ondersteund door 6 verklaringen van:
De aanleiding voor dit voorval was een kind van ongeveer 2 jaar oud, eigendom van burger Jan Krieger, met zijn slavin als oppas. Begin april was dit kind 's middags bij het huis van de hoofdtimmerman. De slavin bracht het kind naar de achterplaats van de timmerman.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0658 Op 21 juni 1753 werd een verklaring afgelegd door de hoofdwagenbouwer van de Oost-Indische Compagnie, Borchard Riegner van Grooten Langheijm. Hij vertelde dat op 8 april 's middags een kind van ongeveer 2 jaar oud, dat bij de burger Jan Kruger hoorde, met een slavin naar de binnenplaats ging om zijn behoefte te doen. Het kind zat naast de scheidingsmuur tussen de woning van de verklaarder en het huis van luitenant Bletterman.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0679 De belastingcontroleur Pieter Reede van Oudshoorn kreeg een melding van de chirurg Honoratius Maijnier over een incident. Een weggelopen slavin van burger Floris Brand, die zich verschool achter de kloof van de Leeuwenkop, probeerde een zoon van Evert Colijn te wurgen. De jongen wist zich los te rukken, haalde thuis een geweer met hagel en schoot de slavin in haar benen. Volgens de chirurg was ze ernstig gewond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10952 / 0017 De gevangene werkte als schoolmeester op de boerderij van de weduwe van Taak aan Riebeeks Kasteel. Na het overlijden van haar man ontwikkelde hij gevoelens voor haar. Hij liet dit soms doorschemeren in gesprekken met bedekte woorden. Hij dacht dat hij daarom een vriendelijke omgang met haar had.
Als bewijs hiervoor zijn er deze documenten:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1126 Op een zeker moment vroeg iemand aan de vertelster hoe laat het was. Toen ze terugkwam en dit vroeg, antwoordde de schoolmeester Wiedeman dat het 6 uur was. Hij voegde eraan toe dat het nog vroeg genoeg was en dat de kinderen nog konden slapen. Kort daarna nam de schoolmeester een pijp van het rek en stopte deze met tabak uit een doos die op de tafel achter de vertelster stond. Terwijl ze op een klein stoeltje aan de theetafel zat, werd ze van achteren bij haar haar gepakt. Ze dacht eerst dat haar zoontje Andriesje met haar speelde. Toen haar hoofd hard naar achteren werd getrokken, zag ze dat het schoolmeester Wiedeman was die haar vastgreep en een mes in zijn hand had.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1154 De onafhankelijk aanklager Pieter Reede van Oudshoorn diende een aanklacht in bij de rechtbank van het bestuur. De aanklacht was gericht tegen August Christiaan Wiedeman uit Hannover. Hij was een soldaat in dienst van de Oost-Indische Compagnie, die laatst als leraar bij de weduwe van wijlen de burger-luitenant Pieter van Taak werkte. Hij werd gevangen genomen op beschuldiging van het beramen van moord en het doen van gewelddadige pogingen om deze moord uit te voeren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1125 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/