Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De gevangene heeft tijdens de middagmaaltijd van de militaire officieren geen enkel woord over de zaak met hen gesproken. Over het plotselinge ontslag van zijn dienst wordt verklaard dat de gevangene zelf eerst zijn dienst bij de weduwe had opgezegd. Nadat de weduwe per brief vernam dat ze een andere schoolmeester uit Kaap zou krijgen, stond ze de gevangene op zijn verzoek toe om nog enkele dagen, tot eind november, in haar huis te blijven. Dit was een slechte manier om de vele goede daden en vriendelijkheden van de weduwe te belonen. Volgens zijn eigen bekentenis heeft de gevangene alle menselijke en christelijke redenen opzij gezet en heeft hij onder invloed van de duivel deze verschrikkelijke misdaad begaan. Een mens die van God is afgeweken, laat zich door de duivel gebruiken voor gruwelijke daden, waardoor zijn gebed tot God nutteloos is geworden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1135  


De verklaarster vertelt dat er eerst een snee in haar hals werd gemaakt door Wiedeman. Ze denkt dat die deels werd tegengehouden door haar halsketting met kralen, die daardoor brak. De wond was niet diep. Toen ze haar hoofd vooroverboog en Wiedeman daardoor niet goed kon zien, probeerde hij meer sneden te maken. Door haar verzet lukte dit maar gedeeltelijk - hij maakte nog 4 kleine schrammen in haar hals en 1 bij haar kin. De verklaarster heeft zich verdedigd met een klein schaartje dat ze toevallig in haar hand had. De schoolmeester heeft haar toen een snee aan de linkerkant van haar voorhoofd gegeven, waarna ze op haar knieën viel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1155  


Toen de verdachte bij de weduwe op bezoek was, vroeg zij hoe laat het was. Hij antwoordde dat het 6 uur was en voegde toe dat de kinderen nog even konden slapen. Hij pakte een pijp van het rek en begon die te stoppen met tabak uit een doos op tafel. De pijp viel uit zijn handen.

Door wat hij zelf 'duivelse dwang' noemde, besloot hij zijn plan uit te voeren. Hij pakte een scheermes uit zijn zak en greep de weduwe van achteren bij haar hals of haar. De weduwe dacht dat haar zoontje Andriesje met haar speelde en zei: "Nou Andriesje, hoe kun je zo gek doen?" Daarop trok de verdachte haar hoofd naar achteren terwijl hij een mes in zijn hand hield.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1130  


De slaaf Paul van de Caab heeft aan Pieter Reede van Oudshoorn, de onafhankelijke aanklager, het volgende verteld: Paul werkte in het laboratorium van het hospitaal. Hij werd samen met zijn collega Jacob wakker van geschreeuw buiten. Paul pakte een stok en ging naar buiten, waar hij zag dat Jacob een jongen bij zijn haren vasthield. Paul sloeg de jongen met zijn stok. De jongen gaf zich over maar zei dat niet hij de dief was, maar een andere jongen genaamd Onton van Boegis, die was weggelopen. Paul haalde een touw waarmee ze de gevangen jongen vastbonden. Daarna maakten ze de hoofdverpleger wakker.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1121  


Jacob van de Caab heeft in aanwezigheid van de slaaf Januari op 29 november 1752 in Kaap de Goede Hoop een verklaring afgelegd voor 2 bestuursleden van de Raad van Justitie: Hillij en Hassing. Jacob gaf aan bij deze verklaring te blijven en dat er niets meer aan toegevoegd of weggehaald moest worden. De verklaring is ondertekend door beide bestuursleden, Jacob, en de griffier. Dit is bevestigd door notaris Nueth en klerk Diemmen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1120  


August Christiaan Wiedeman uit Hanover, een 26-jarige lutherse soldaat, verscheen voor de Raad van Justitie. Hij legde een verklaring af aan hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Hij vertelde dat hij als schoolmeester had gewerkt bij luitenant Pieter van Saak op diens landgoed bij Riebeek Kasteel. Toen Van Saak ziek werd, hielp Wiedeman samen met Van Saak's vrouw om beurten bij de verzorging. Na het overlijden van Van Saak was zijn weduwe erg verdrietig.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1141  


Susanna Muller, weduwe van luitenant Pieter van Taak, vertelde aan hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn wat er was gebeurd op woensdag 29 november. Ze zat op haar landgoed Klovenburg aan een klein theetafeltje bij het raam, met haar rug naar de keukendeur. De soldaat en schoolmeester August Christiaan Wiedeman kwam binnen, groette haar en schonk achter haar een kopje koffie in. Na het opdrinken ging hij naar buiten om op de zonnewijzer te kijken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1153  


De beschuldigde heeft tijdens een inspectie verschillende gestolen spullen in zijn bezit gehad, waaronder:

De dief heeft bekend dat hij de meeste goederen in 2 dagen heeft gestolen. Op een zondagmiddag stond hij voor zijn slaapplaats en zag twee Khoikhoi uit de gang komen van het naastgelegen huis van burger Abraham Verrijn. De volgende maandagochtend, toen hij wist dat Verrijn met zijn vrouw en kinderen weg was en de deur van de gang open stond, is hij tussen 4 en 5 uur uit zijn slaapplaats door de gang gegaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0620  


Verrijn ontdekte bij thuiskomst aan de Kaap dat zijn huis was opengebroken. Hij zag bij aankomst dat: Verrijn denkt dat de dief via de tweede kamer naar binnen is geklommen en daarna met een valse sleutel de deuren heeft geopend, omdat het slot onbeschadigd was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0619  


De onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn diende een aanklacht in bij rechtbankvoorzitter Sergius Swellengrebel en de Raad van Justitie. De aanklacht was tegen metselaar Jan Barends uit Dortmund, die was gearresteerd door burger Lambert Meijburg. Barends werd beschuldigd van diefstal. Als bewijs werden verschillende documenten overlegd, waaronder een verklaring van burger Abram Verrijn en een bekentenis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0617  


Een dief sloop uit zijn slaapplaats en ging door de gang naar de keuken achter in het huis. De deur stond open. Hij vond een koperen koffiepot in de keuken. Daarna ging hij naar een kamer waar hij een zwarte jas en kleding zag. Hij nam deze spullen en verliet het huis, terwijl hij alle deuren open liet staan.

Hij verkocht de jas meteen aan een vrije zwarte man voor 5 rijksdaalders. De koffiepot bracht hij naar een dienstmeid genaamd Francina, die werkte in de kroeg naast het huis van burger Jochem Daniel Hubenaar. Hij dronk daar borrels in ruil voor de koffiepot.

De volgende dag, op een dinsdagochtend, ging hij weer naar hetzelfde huis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0638  


Toen de burger Abraham Verrijn ongeveer een maand geleden met zijn gezin naar buiten ging, gaf hij zijn huissleutel aan zijn buurman Pieter Molet. De burger Cornelis Post, bij wie de verdachte toen logeerde, meldde aan Molet dat de deur van Verrijn's huis open stond. Molet ging er direct heen en deed de deur dicht. Hij merkte niet dat er was ingebroken. Verrijn hoorde na ongeveer 14 dagen buiten te zijn geweest...

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0618  


Op 9 september 1752 verscheen voor Christiaan Ludolph Heethling, een beëdigd klerk bij het gerechtshof van het kasteel in Kaap de Goede Hoop, de slavin Francina van de Kaap. Zij was eigendom van burger Jochem Daniel Hiebner. Op verzoek van de onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn verklaarde zij het volgende: Ongeveer 8 dagen geleden (ze wist de precieze dag niet meer) kwam de metselaar Ian bij haar in de tapperij. Deze tapperij lag naast het huis van haar eigenaar. Ian had een drankschuld van ongeveer 4 schellingen bij haar, maar kon dit niet betalen door geldgebrek. Hij zei tegen haar dat hij naar buiten moest.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0645  


Toen de houtkappers de rivier overstaken, vroegen ze aan de landbouwers waarom ze zonder toestemming hout uit het bos vervoerden. Ze legden uit dat hun sergeant hen had opgedragen om het bos in de gaten te houden. De tweede gedaagde vroeg daarop wie er hout uit het bos had gehaald. De houtkappers antwoordden dat ze niet wisten wie het precies had gedaan, maar dat ze verse sporen zagen en dat het hout nog bij de rivier lag. De eerste gedaagde kwam toen van zijn zaagbank af met een meetlat in zijn hand en begon tegen de houtkappers te schelden. Hij noemde hen schurken en vroeg of ze voor de Compagnie werkten als veewachters of veldwachters. Hij was boos omdat ze hem beschuldigden van het stelen van hout uit het bos. Joseph Koen antwoordde hierop dat hij niet kon zeggen dat de gedaagde het hout had gestolen, maar dat het hout er wel lag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0335  


De rechtbank veroordeelt Pieter Moolman tot het afnemen van al zijn burgerrechten en levenslange verbanning uit de stad. De tweede verdachte Hermanus Pietersz moet een boete van 100 rijksdaalders betalen aan de aanklager. Beiden moeten ook de proceskosten betalen. Dit vonnis werd ondertekend door A. V. Schoor en voorgelegd aan de rechtbank op 16 september 1751 door Diemmenderf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0339  


De getuige zag vers gekapt hout bij een lege wagen. Aan de andere kant van de rivier stond landbouwer Pieter Mooleman samen met landbouwer Hermanus Pietersz en 4 of 5 andere onbekende landbouwers. De getuige ging samen met Cornelisz en Spiering met een boot de rivier over, terwijl Hafkes achterbleef om hun paard vast te houden. Ze vroegen Mooleman en zijn groep waarom ze zonder toestemming hout uit het bos vervoerden. Ze legden uit dat ze van de sergeant de opdracht hadden gekregen om het bos te bewaken. Pietersz vroeg wie er hout uit het bos had gereden. Ze antwoordden dat ze niet wisten wie het had gedaan, maar dat ze de verse sporen konden zien en dat het hout nog bij de rivier lag. Mooleman kwam van zijn zaagbank af met een meetlat in zijn hand en noemde de getuige en zijn metgezellen schurken en gespuis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0350  


Uit deze situatie blijkt dat er een handgemeen ontstond waarbij Moleman en Barend Cornelis betrokken waren. Moleman sloeg Barend Cornelis in het gezicht. Daarna sloeg Hermanus Pietersz Barend Cornelis ook in het gezicht. Een onbekende boer dreigde naar het bos te gaan om hout te kappen. Een andere boer stond dreigend met een zweep, maar sloeg niet. Hermanus Pietersz bedreigde Barend Cornelis met een mes en zei dat hij hem in het gezicht zou kunnen snijden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0360  


De eerste en tweede chirurg van het ziekenhuis van de Verenigde Oost-Indische Compagnie hebben op 29 april 1752 de ogen van Jan Donker van Koxhaven onderzocht. Ze vonden:

Dit onderzoek werd gedaan in opdracht van Pieter Reede van Oudshoorn, de onafhankelijke aanklager. Jan Donker was kwartiermeester op het schip De Hoop dat voor anker lag bij Kaap de Goede Hoop. De verklaring is ondertekend op 16 mei 1752 door B. de St. Jean en Dirck Wijdenaar. De secretaris J. van Diemmender bevestigde de echtheid.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0329  


Op 3 mei 1752 legde Adam Jansz van Westermoer, matroos op het schip de Hoop, een verklaring af voor Christiaan Ludolph Neethling, administratief medewerker bij het gerechtshof. Dit deed hij op verzoek van Pieter Reede van Oudshoorn, de openbaar aanklager.

Adam verklaarde dat hij op vrijdag 28 april aan wal was gegaan. Hij was toen in het huis van burger Ian Commering, samen met andere bemanningsleden van de scheepsboot, waaronder de kwartiermeester en de bootsman. Die avond kwam kwartiermeester Jan Doncker nuchter thuis. Rond 9 uur gingen zij met een groep aan tafel zitten om te eten, waaronder:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0325  


Op 3 mei 1732 verscheen voor Christiaan Ludolph Neethling, klerk bij het gerechtshof van het bestuur, in aanwezigheid van getuigen, Hendrik Matthijsz, zeeman uit Hamburg op het schip De Hoop. Hij kwam op verzoek van hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn een verklaring afleggen.

Op vrijdag 28 april was hij met de scheepsboot aan wal gegaan. 's Avonds rond half 9 bevond hij zich in zijn logement, het huis van burger Jan Commeving. Daar kwam de kwartiermeester van hun boot, Jan Doncker, die daar ook logeerde, nuchter thuis. Deze ging samen met hem, matroos Adam Jansz en andere zeelieden, plus de eigenaar van het huis, aan tafel zitten om te eten. Na een korte tijd kwam de bootmansmaat binnen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0321  


Op 28 april was Jan Donker van Coxhaven, kwartiermeester op het schip de Hoop dat voor anker lag bij Oudshoorn, aan wal. Hij verbleef in het huis van burger Ian Commering. Daar logeerde ook de bootsmansmaats Hendrik Steers. Deze vroeg Jan Donker om mee te gaan naar de brouwerij. Jan Donker weigerde omdat hij, in tegenstelling tot de bootsmansmaats, aan wal was voor zijn werk en niet voor plezier. Dit verslag werd opgesteld op verzoek van de onafhankelijke fiscaal Pieter Reede.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0317  


Op 28 januari hebben de eerste en tweede hoofdchirurgen van het hospitaal van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in Kaap de Goede Hoop een onderzoek uitgevoerd. Dit gebeurde op verzoek van de onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Het onderzoek werd uitgevoerd in aanwezigheid van twee leden van de Raad van Justitie, Cornelis Belders en David de Hillij.

Ze onderzochten het lichaam van Johannes Rijs uit Schiedam, een matroos van het schip de Bevalligheid. Ze vonden:

De dodelijke verwondingen waren veroorzaakt door een lang en scherp voorwerp. Het slachtoffer is overleden door inwendig bloedverlies en zenuwbeschadiging aan de maag, wat leidde tot stuiptrekkingen.

Deze verklaring is op 31 januari 1752 ondertekend door B. de Saint Jean en Dirck Wijdenaar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0305  


Op zaterdag 26 februari 1752 verschenen de heren Abraham Decker en Jan Raeck voor een verhoor. Die ochtend had bootsmansmaat Andries Krensker uit Bremen aan hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn gevraagd om nogmaals voor de rechters te mogen verschijnen. Krensker wilde iets rechtzetten dat hij de dag ervoor tijdens zijn verhoor had ingetrokken, om zijn geweten te ontlasten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0301  


De beklaagde en de beëdigde ambtenaar hebben dit document ondertekend. Heethling was de verantwoordelijke ambtenaar. Diemmender was de secretaris die het document goedkeurde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0298  


Op 9 februari 1752 werd bij Kaap de Goede Hoop een bekentenis afgelegd voor de raadsleden A. Decker en J. Hoeck. De griffier C.L. Neethling was hierbij aanwezig. Op 23 februari 1752 verscheen Andries Krensker voor de rechtbank. Zijn eerdere bekentenis werd hem voorgelezen. Hij verklaarde bij zijn woorden te blijven en wilde niets toevoegen of weglaten, behalve dat hij niet wist of hij die persoon verwond had of niet. Dit werd vastgelegd door de raadsleden Decker en Roeck.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0297  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/