Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


In deze rechtszaak stelt de eiser dat de slaaf Isaak van Masulipatnam van eigenaar Willem Mensink goederen heeft gestolen en dat verschillende personen deze goederen hebben gekocht, namelijk:

De eiser eist volgens artikel 59 van het algemene plakkaat dat alle gedaagden worden veroordeeld tot een boete van 100 rijksdaalders plus kosten.

Pieter Willemsz (ook bekend als Diet Vrolijk) zegt dat hij 3 rijksdaalders heeft betaald voor de sieraden en dacht dat het van een vrij man kwam omdat deze netjes gekleed was. Het knoopje is verloren gegaan.

Lieve Verstraten erkent zijn aandeel en zegt dat hij naar Mensink is gegaan om het te melden, maar deze verwees hem door naar de fiscaal.

Jonas van der Poel verklaart dat zijn baas' jongen Titus hem het goed bracht en dat hij 12 schellingen heeft betaald, niet wetend dat het van een slaaf kwam. Hij heeft de jongen later een paar klappen gegeven toen hij dit ontdekte.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4081 / 0111  


Trijntje heeft in het kaarslicht een kind laten zien. Willem Mensink beloofde haar de volgende dag een fles bier te sturen. Gerrit, de jongen van Mensink, heeft deze fles gebracht. Na het drinken van dit bier kon ze haar kind en haar werkgeefster geen goed meer doen. Ongeveer 3 weken later heeft Trijntje haar kind uitgekleed en in de keuken bij een trap in de tocht neergelegd. Toen de werkgeefster 's ochtends vroeg waarom het kind 's nachts zo had gehuild, antwoordde Trijntje: "Wat huilen? Daar ligt het." De werkgeefster vond het naakte kind bij de trap, heeft het uit medelijden opgetild, verzorgd en weer aangekleed.

Trijntje heeft toen ze zag dat de werkgeefster saffraan aan haar kind gaf, het doosje met nog een kwart saffraan in een vat met pekelharingen gegooid. Door middel van iets dat Gerrit haar had gegeven, heeft ze schade aangericht. Trijntje heeft zowel voor als na dit voorval veel schade veroorzaakt door:

Ze bekende dit alles te hebben gedaan op aandringen van Willem Mensink. Toen haar kind 9 maanden oud was, is ze ervandoor gegaan na 20 katoenen zakdoeken van haar werkgeefster te hebben gestolen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0723  


Op 7 en 9 augustus 1719 vertrokken de schepen Leijtsman, Haakeburgh en Voorburgh uit Texel. Van de 106 opvarenden waren er 7 dood en 16 ziek. Het schip was verder in goede staat. Er volgden dagen met:

De rechtbank veroordeelde Jacob van Madagascer, een weggelopen slaaf van oud-raadslid Willem Mensink, ter dood. Hij zou levend geradbraakt worden voor verschillende ernstige misdaden die hij in 6 jaar had gepleegd, waaronder moord, roof en diefstal.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4082 / 0344  


Hij heeft aan Trijntje wel bier en bundeltjes gebracht, maar niet met haar binnenshuis gepraat. Hij is namens zijn mevrouw bij Trijntje langsgegaan om boodschappen door te geven. Er werd gezegd dat als Trijntje verkocht zou worden, zijn mevrouw haar zou kopen. Hij heeft Trijntje inderdaad gewaarschuwd om naar het huis van zijn baas, de brouwer Willem Menssink, te komen.

Nadat de dienstmeid Flora een ijzeren voorwerp op straat had gevonden, heeft hij dit aan Trijntje laten geven. Er werd bij gezegd dat ze kon proberen of ze daarmee de kist van haar mevrouw kon openmaken.

Hij heeft samen met Isaac een ladder gebracht en weggehaald bij het dakvenster van mevrouw Kingelbach's huis. Hij is zelf in het gevangenhuis geweest bij haar en is daar een keer door kassier Coopman weggestuurd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0796  


De medische experts bekeken een verdacht pakketje. De tweede deskundige gaf een medicijn aan de zieke dame om mogelijke slechte stoffen uit haar lichaam te verdrijven. Twee dagen later liet de dame aan beide artsen worteltjes zien die ze zei te hebben uitgepoept met een aangeslagen lepel. De slavin Trijntje getuigde dat ze deze worteltjes had gekregen van Willem Menssink of zijn knechten, met de opdracht deze in het eten van haar meesteres juffrouw Lingelbagh te doen zodat deze haar geen kwaad zou kunnen doen. Later kwam de eerste arts op een zondag bij juffrouw Lingelbagh thuis en hoorde hij dat Trijntje had bekend dat ze een hand had begraven bij het hoofdeinde van het bed van haar meesteres buiten op het erf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0818  


De rechtbank behandelde een zaak waarin een aantal mensen werden beschuldigd van ernstige misdrijven. Trijntje werd beschuldigd van een poging tot vergiftiging van haar werkgeefster en slechte behandeling van haar ongeboren kind, dat waarschijnlijk door mishandeling en verstikking overleed. Ook had ze een ongeoorloofde relatie met brouwer Menssink. De verdachten werden vervolgd door tijdelijk aanklager Willem van Putten.

De rechtbank oordeelde dat dit soort ernstige misdrijven in een land met rechtspraak niet getolereerd kunnen worden en streng bestraft moeten worden als voorbeeld voor anderen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0685  


Op verschillende momenten werd Carel van Bengalen, een 16-jarige slaaf van Elisabeth Lingelbach (de vrouw van raadslid Willem Menssink), door Gerrit (de bediende van Menssink) geroepen als hij water of koud haalde voor zijn meesteres. Hoewel Carel dit vaak weigerde, nam Gerrit hem bij de hand en bracht hem naar het huis van Menssink. Daar aangekomen gaf Menssink hem, in aanwezigheid van Gerrit, een poeder. Hij vroeg Carel dit aan Trijntje te geven om het in het eten van zijn meesteres te doen. Carel weigerde het poeder mee te nemen, en bleef dit weigeren wanneer het hem werd gevraagd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0821  


Isaac van Masulipatnam, een slaaf van ongeveer 30 jaar oud die toebehoorde aan Willem Mensink, werd ondervraagd door de rechtbank op verzoek van de tijdelijke officier van justitie Willem van Putten.

Isaac verklaarde dat zijn eigenaar hem had gestuurd om de slavin Trijntje, die eigendom was van mevrouw Elisabeth Lingelbach, te vragen of ze bij Mensink kon komen. Trijntje antwoordde dat ze zou komen als ze de gelegenheid had, en anders niet. Als Trijntje kwam, stond het zijpoortje soms open, en anders maakte hij het open om haar binnen te laten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0737  


Willem en Isaac werden door Meussink geroepen. Willem kreeg de opdracht om de huid van een hand af te snijden. Deze hand kwam van een geëxecuteerde persoon bij het buitengerecht. Ze moesten beloven dit geheim te houden, anders zouden ze sterven. Willem heeft het vel inderdaad afgesneden met een mes en aan Meussink gegeven, die het in zijn kamer bewaarde. Dit gebeurde in het donker, waardoor Willem niet kon zien of het een witte of zwarte hand was. Willem bekent ook dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0773  


Op maandag 21 november 1712 werd een ondervraging uitgevoerd door Johannes Laallengrebel en Hendrik Bauman. Ze vroegen iemand of hij Trijntje had opgeroepen. Hij ontkende dit en zei haar niet gezien te hebben. Hij werd verschillende dingen gevraagd:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0770  


De tekst gaat over een rechtszaak waarbij Gerrit, Isaac en Carel betrokken waren bij een inbraak bij juffrouw Lingelbach. Ze worden beschuldigd van:

De misdaden zijn niet volledig uitgevoerd omdat God dit zou hebben verhinderd en omdat de daders weerstand verwachtten. Een van de beschuldigden heeft zich laten inhuren voor deze misdaden en heeft daar geld voor ontvangen. De aanklager vindt dat hij genoeg bewijs heeft geleverd voor de misdaden van alle gevangenen en hun ernst, tenzij de rechtbank vindt dat de laatste drie genoemden (Gerrit, Isaac en Carel) nog verder verhoord moeten worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0703  


Karel Jan Bangala heeft samen met Gerrit en Trijntje schadelijke zaken verhandeld, waaronder poeders, botten, haar en andere gevaarlijke ingrediënten. Hij heeft 's nachts het huis van juffrouw Lingebach bespioneerd. Dit deed hij in opdracht van zijn baas, bierbrouwer Mensink. Bij verhoor wilde hij hier eerst niets over zeggen. Karel Jan Bangala werd door Gerrit verleid tot deze criminele activiteiten. Hij bekende later dat hij een belangrijke rol speelde in deze illegale praktijken. Hij gaf toe dat hij criminelen heeft geholpen, waaronder:

Dit deed hij door de woning van zijn meesteres onveilig te maken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0702  


De gevangene heeft zich op een stiekeme manier in het gevangenenhuis begeven. Hij bezocht daar de gevangen dienstmeid Trijntje en bracht haar koek en pepernoten. Hij moedigde haar aan door te zeggen dat ze niet verdrietig hoefde te zijn, want als ze verkocht zou worden, zou zijn baas (de brouwer Mensink) haar kopen.

De gevangene heeft dit meerdere keren gedaan, totdat hij de derde keer werd gezien door de kassier Koopman. Hij bekende ook dat hij samen met de gevangene Isaac 's nachts meerdere keren een ladder tegen het zolderraam van het voorhuis van juffrouw Lingelbach heeft gezet. Dit maakte het makkelijk voor nachtelijke dieven om in te breken.

Daarnaast heeft de gevangene aan Trijntje niet alleen een flesje bier gegeven, maar ook een pakketje met de opdracht dat zij de inhoud door het eten van haar mevrouw moest doen. Hij beweerde dat hij niet wist wat erin zat.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0698  


De gevangene probeerde zich te verdedigen met een verhaal dat hij en de jonge Isaac op de dag dat ze door de gerechtsbode werden opgeroepen, van Willem Mensink de instructie kregen om niets te zeggen, zelfs niet als ze zouden worden opgehangen. Dit verhaal was om de rechter te misleiden over de ware gang van zaken.

De misdaden die de gevangene later vrijwillig heeft bekend, bestaan uit het voortdurend bespioneren van het huis van mevrouw Lingelbach. Hij hield daarbij ook geheime contacten met haar dienstmeid, waardoor het huis onveilig werd gemaakt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0697  


Gerrit van Tutucorijn werd onderzocht vanwege ernstige misdaden. Hij gedroeg zich tijdens zijn ondervraging zeer oncoöperatief tegenover zowel de commissarissen als de officier van justitie. Hij toonde zich een sluwe crimineel en een koppige dader.

Ondanks de pogingen van de aanklager om de waarheid boven tafel te krijgen, bleef deze hardnekkige misdadiger ontkennend. Hij deed alsof hij van niets wist en dreef zelfs de spot met het gerechtshof. Dit blijkt duidelijk uit zijn eigen antwoorden in document nummer 7, artikelen 8, 9, 11, 12, 22 en 23, vooral als deze vergeleken worden met zijn antwoorden op de vragen 17, 18, 19 en 20.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0696  


Op 15 maart 1662 is er uitspraak gedaan in een rechtszaak over een groep weggelopen slaven. Trijntje van Mijdagahar, Karel van Bengalen, Gerrit van Tutu Corijn en Isaacq van Masulipat„nam werden veroordeeld omdat ze waren weggelopen van hun eigenaren in Batavia. De slaven hadden met elkaar afgesproken om te gaan vluchten. Ze kregen de volgende straffen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0688  


Eerrit werd veroordeeld om met een strop om zijn nek onder de galg tentoongesteld te worden. Daarna werd hij op zijn blote rug gegeseld en gebrandmerkt. Hij werd in ketenen gesloten en moest 25 jaar dwangarbeid verrichten op het Robbeneiland.

Isaac werd op zijn blote rug gegeseld en gebrandmerkt. Hij werd in ketenen gesloten en moest 3 jaar dwangarbeid verrichten voor de Compagnie op genoemd eiland. Na afloop van hun verbanning moesten de derde en vierde gevangene naar hun eigenaren teruggestuurd worden. De eigenaren van de laatste drie gevangenen moesten de kosten betalen.

Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop op 2 maart 1713 door:

In aanwezigheid van secretaris D. Thikault. Het vonnis werd uitgesproken en uitgevoerd op 4 maart.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0687  


Het gerecht heeft besloten om tegen de gevangenen het volgende vonnis uit te spreken namens de Staten-Generaal van de Nederlandse Republiek:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0686  


De getuige verklaarde dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0684  


Hij bekende dat hij voor Trijntje bij de gevangenis is geweest om haar te waarschuwen dat als ze verkocht zou worden, zijn mevrouw haar zou kopen. Hij heeft haar op verzoek van Menscink peperkoek en tabak gebracht. Ook heeft hij haar bier en bundeltjes gebracht. Hij zei in opdracht van zijn baas dat ze de inhoud van de bundeltjes in de tas van haar mevrouw moest doen. Hij heeft Trijntje opgeroepen om naar het huis van zijn baas te komen. Aan Flora gaf hij een vijl met de instructie om te proberen daarmee de kist van haar mevrouw open te maken. Hij heeft aan Trijntje een afgevijlde deursleutel gebracht. Samen met gevangene Isaacq de Hadder heeft hij 's nachts tussen 11 en 12 uur een ladder bij het dakraam opgezet. Die ladder hebben ze later tussen 2 en 3 uur teruggebracht zodat Menscink daar langs kon afdalen. Menscink gebruikte gewoonlijk de ladder om bij Trijn op zolder te komen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0683  


Het zieke kind is 2 dagen na het eten overleden. De bedienden hebben van Meusink de brouwer en zijn werknemers Gerrit en Isaac verschillende ingrediënten gekregen, waaronder:

Dit moest in het eten worden gedaan zodat hun mevrouw niet boos op ze zou worden. Gerrit bracht ook een afgestroopte hand, die hij op bevel van zijn baas had meegenomen. Hij zei dat ze die onder het hoofdeinde van mevrouws bed moest begraven. Omdat de kamer een vloer had, deed ze dit buiten bij het hoofdeinde van het bed. Gerrit vertelde ook dat de huid van de hand tot poeder was gemaakt om aan mevrouw te geven. Toen zij aan Meusink vertelde dat mevrouw er slecht aan toe was en ze medelijden had...

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0678  


De beschuldigde heeft bekend dat ze vergif in het eten en thee van haar meesteres heeft gestopt. Ze kreeg het gif van Menscink en twee jongens, Gerrit en Isaac. Menscink vroeg haar waarom haar meesteres nog niet ziek was na het eerste vergif. Daarna gaf hij haar twee verschillende stukjes van een onbekende plant (een witte en een gele) die ze in de thee moest doen. Hij zei dat haar meesteres daar pijn van zou krijgen. Later kreeg ze van Menscink en de jongens ook dodelijk poeder en beenderen die ze in het eten van haar meesteres deed. Menscink gaf haar het laatste poeder omdat hij had gehoord dat haar meesteres van hem wilde scheiden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0675  


Na een verboden relatie met een brouwer kreeg een dienstmeid een onwettig kind. Dit zorgde voor problemen aan beide kanten. Er werd nagedacht over manieren om van de baby af te komen. Ook wilden ze de vrouw des huizes een ellendig leven of een wrede en onverwachte dood bezorgen. Na het drinken van bier dat haar minnaar had gebrouwen en dat door de jonge Gerrit tijdens haar kraamtijd was gebracht, werd ze erg boos. Ze kon haar eigen kind niet meer aanzien en werd zeer kwaadaardig tegen haar werkgeefster. Om haar kwade plannen uit te voeren kreeg ze de benodigde middelen en ingrediënten. Deze wist ze via eten en drinken aan haar werkgeefster en kind toe te dienen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0692  


De gevangene heeft bekend, niet alleen in haar eigen verklaring maar ook in de aanklacht, dat ze haar werkgeefster heeft blootgesteld aan gevaar. Ze heeft inbrekers, dieven en moordenaars de kans gegeven om binnen te komen. Ze heeft zelfs actief zulke mensen aangemoedigd om binnen te komen. Ze heeft ook bekend dat ze:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0691  


De tekst beschrijft een rechtszaak waarbij Trijntje van Madagascar wordt aangeklaagd. Ze heeft voor de rechter bekend dat ze sinds ze door haar meesteres was gekocht, doorlopend een buitenechtelijke relatie had met de brouwer Willem Mersink. Deze ontmoetingen vonden plaats bij hem thuis en vooral in het huis van haar meesteres Elisabeth Lingelbouk. Ze waren zo brutaal dat het hen niet leek te deren of Elisabeth Lingelbouk hen betrapte of niet.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10997 / 0690  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/