Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


1708-08-08, Lissabon: De Marquis de Fronteira heeft een aanval op vijandelijk gebied uitgevoerd, maar aan de grenzen van Portugal is verder niets gebeurd. De heer Mechwin, voormalig gezant van de koningin van Groot-Brittannië, vertrekt morgen aan boord van het oorlogsschip Warspiglu om de vloot van Portugal en die van Porto naar Engeland te begeleiden. Er is grote vreugde over de overwinning van de Geallieerden bij Oudenaarde. De Grave van Galloway heeft ter ere hiervan een banket gegeven voor de ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders.

1708-08-13, Madrid: Het leger van de Hertog van Orléans is op 2 augustus in Agramunt aangekomen. Een detachement is naar Balfagier gestuurd om de rivier de Segre te beveiligen. De troepen die door Admiraal Lake uit Italië naar Catalonië zijn gebracht, zijn bij Santa Colonna aan land gegaan en hebben zich aangesloten bij het vijandelijke leger onder Grave van Starremberg, dat nu 10.000 man sterk is. Er wordt gevreesd dat dit leger iets tegen de Geallieerden zal ondernemen, maar volgens de laatste berichten kamperen de vijanden nog steeds bij Santa Colonna.

Door een aanval van de Portugezen met 2.000 soldaten op Gibraltar zijn de inwoners van Sevilla niet zo geschrokken als de Hertog van Ossuna in zijn brieven aan het hof heeft doen geloven. De hertog dacht namelijk dat het detachement sterker was en dat de vijandelijke vloot iets tegen Cádiz zou ondernemen, wat hem vanuit Gibraltar was geschreven.

In Madrid is alles rustig. Het hof lijkt meer bezig met het vinden van geld dan met oorlogsvoering. De Marquis van Santiago (ook bekend als Salineró) is ontheven van het voorzitterschap van de Cruzada ten gunste van de Alcayde van de Advana, die hiervoor 65.000 dubloenen heeft betaald. Ook zijn de geestelijken, met toestemming van de paus, verplicht bij te dragen aan de oorlogskosten. Verschillende bisschoppen hebben al geld gegeven.

1708-08-15, Turijn: Vijandelijke troepen die in Peroufa en Exilles gelegerd waren en krijgsgevangenen maakten, zijn in Turijn aangekomen. De overgave van het fort Exilles aan de Geallieerden bevat de volgende voorwaarden:

Alles zal in goede trouw worden uitgevoerd. Ondertekend in het kamp voor La Perouse op 1708-08-11 door D. Andorne en Boyon.

De capitulatie van het fort Exilles luidt als volgt:

Ondertekend in het fort Exilles op 1708-08-12 door Laßoullay.

1708-08-27, Parijs: Uit berichten van de Hertog van Orléans blijkt dat de vijanden in Catalonië, na aankomst van de laatste versterkingen uit Italië, in beweging zijn om de Geallieerde troepen in de vlakte van Urgell aan te vallen. De Grave van Starremberg heeft ongeveer 20.000 man bij zich. De Geallieerden hebben verschillende detachementen moeten sturen, waardoor men vreest dat Starremberg iets zal ondernemen. Er wordt gemeld dat hij in de buurt van Agramunt, Cervera en Solfone is gesignaleerd en dat het Geallieerde leger zich in slagorde had opgesteld, maar zich vervolgens heeft teruggetrokken. De Ridder d'Asseld zou Denia zeker belegeren.

Uit Dauphiné wordt gemeld dat de Hertog van Savoye de belegering van Fenestrelles voortzet. Sommige geruchten beweren dat deze plaats zich over 2 of 3 dagen zou overgeven. Men wacht met spanning af of de legers onder de Hertog van Bourgondië en Hertog van Berwick samenkomen. Omdat de koning positieve orders heeft gegeven om Rijsel te ontzetten, heeft de Cardinaal van Noailles, aartsbisschop, openbare gebeden ingesteld om goddelijke bijstand af te smeken.

1708-08-13, Galloway: De 6 Oost-Indische en 2 Jamaicaanse schepen die enige tijd in deze haven hebben gelegen, zijn gisteren onder begeleiding van 1 oorlogsschip naar Kinsale gezeild, waar ze nog 1 ander oorlogsschip zullen aantreffen om gezamenlijk naar Engeland te vertrekken.

1708-08-28, Londen: Er is een express koerier aangekomen met brieven van de vloot van Admiraal Byng van 1708-08-24, geschreven in de baai van La Hogue. De inhoud is als volgt: Op 2 augustus vertrok men uit de rede van Dover, waar 2 regimenten dragonders zich bij hen voegden. Men stuurde verkenners om te zien of men kon landen. De beslissing hierover werd dezelfde dag nog genomen. De volgende ochtend om 4 uur naderde de vloot zo dicht mogelijk bij de wal. Door onvoorziene omstandigheden duurde het echter wel 6 uur voordat de platbodems, met 1.200 man aan boord, de strand konden bereiken. In die tijd hadden de vijanden 9 bataljons en 14 eskadrons in goede orde langs de kust opgesteld, alsmede verschillende fortjes en batterijen. Men oordeelde dat het eerste detachement niet voldoende ondersteund kon worden door een gelijk aantal manschappen en dat een landing bijna onmogelijk was. Daarom beval men de troepen weer aan boord te gaan.

Zaterdagmorgen omstreeks 4 uur brak door onvoorzichtigheid brand uit aan boord van het schip Falcon-galey, een nieuw schip met 26 kanonnen, geladen met zeer waardevolle goederen en bestemd voor Livorno. Het lag voor vertrek gereed in de rivier. Het meeste van de lading is door de vlammen verwoest.

Een schip dat in 5 weken van Virginia naar Ilford is gekomen, meldt dat het samen met het oorlogsschip Garland en 4 koopvaarders van dat eiland onderweg was naar hier. Deze vloot, die naar het eiland IJsland zou gaan om zich daar bij enige andere oorlogsschepen aan te sluiten, verkeerde in goede staat.

Het regiment Rooms, dat door Kolonel Davenish voor koning Karel de Derde in Ierland is geworven en nu compleet is, is naar Cork en Kinsale getrokken om naar Oostende te worden vervoerd.

Omdat men bericht heeft ontvangen dat de gezant bij de keizer van Marokko in vrijheid is gesteld, is de wacht voor het huis van de ambassadeur van Marokko zondag ook ingetrokken.

De Grave van Pembroke zal trouwen met de weduwe van de onlangs omgekomen Admiraal Shovel.

De koningin en de prins zullen morgen via Deptford van Kensington naar de stad komen om een dankdienst bij te wonen in de St. Paul's Cathedral voor de overwinning bij Oudenaarde.

Uit het leger voor Rijsel, 1708-08-18: Gisteren heeft het kanon weer gedonderd. Vanavond zullen de aanvalstroepen tot bij de contregarden oprukken. Morgen of uiterlijk overmorgen zullen deze bestormd worden. Ook zal er een redoute met een molen worden aangevallen.

Uit het hoofdkwartier te Amougies, 1708-08-18: Morgen zal het leger hier opbreken en naar Ath en Audenaarde trekken om te kamperen. De Franse linie is vandaag weer opgerukt. De Hertog van Berwick is door Mons gemarcheerd met de bedoeling om zich met de Hertog van Vendôme te verenigen.

1708-08-19, Gent: Zondagavond kreeg het Franse leger order om de volgende dag te marcheren. Hiertoe zijn scheepsbruggen over de Schelde achter Meulebeke en over de Leie dicht bij de Keizerspoort geslagen. Maandag bij zonsopgang marcheerde het leger over deze bruggen en door de stad. De Hertog van Vendôme volgde om 8 uur met de prins. Tegelijkertijd marcheerde het leger buiten de Keizerspoort en verzamelde zich bij Melle, waar het rendez-vous was. Het hele leger, daar 's avonds aangekomen, ging naar Mellebeke, Gontrode, Schelderode, Quaremont en andere plaatsen kamperen. Gisteren marcheerde men weer naar de kant van Ninove, waar men zegt dat men de Dender zal oversteken. De scheepsbruggen blijven liggen voor het geval van een aanval of terugtocht. Men bakte brood en bracht dit met opgetuigde wagens naar het leger. Men werkt onophoudelijk aan de versterkingen van de stad en de citadel. Verschillende mooie huizen en hoven werden omvergehaald om daar werken aan te leggen. Duizenden bomen werden omgehakt voor de palissades op de dorpen. Het water wordt ook opgehouden, waardoor de landerijen niet meer zo vruchtbaar zijn om vee te weiden. In noodgevallen kan het water binnen 4 uur zo hoog worden gelaten als nu.

Uit het leger voor Rijsel, 1708-08-20: De belegering van Rijsel vordert goed. Op 17 augustus begonnen de batterijen te vuren, waardoor al verschillende breuken in de muren bij de Sint-Andriespoort zijn veroorzaakt. De vijandelijke legers zijn intussen opgerukt: die onder de Hertog van Berwick van Mons naar het kasteel van Soignies, en die onder de Hertog van Vendôme van Gent naar Geraardsbergen. Beide legers zijn bij Enghien samengekomen. Daarna heeft de Hertog van Vendôme het voorste kamp bij Leuze betrokken. De Prins van Hesse-Kassel is met 6.000 à 7.000 man paarden versterking naar het leger voor Rijsel gestuurd. Er zal een felle aanval plaatsvinden als de vijanden besluiten om Rijsel te ontzetten, wat ze niet kunnen doen zonder de Geallieerden aan te vallen.

Sinds 1 nacht is het garnizoen in de wapenen en op de wallen geweest vanwege de nadering van vijandelijke troepen. Men meent dat de vijand, wiens kanonnen deels zijn aangekomen, verder naar Mons zal trekken.

1708-08-20, 's-Gravenhage: De Staten van Holland en West-Friesland zullen morgen beslissen over de benoeming van enkele vacante militaire functies en zaterdag voorlopig afscheid nemen.

1708-08-21, Amsterdam: Woensdag zijn in Texel aangekomen: het Zweedse schip Carolus XI, Alof Cramer, van Cádiz, en de koopvaarders De 5 Gebroeders, Pieter Visser; De Maria, Pieter Jansen; Jan Kruijdenier, De Fortuyn, Ocke Siwerts; De Meikroey, Claes Jurgens; Hoop, Pieter Frederiksen; De Aletta, Joannes Scheijde; Sophia, Dirck C. van der Hoef; De Roode Roos, Tide Wijtes; Hendrick Gerritsen, en De Just, Manen Cornelis; Jea en Donderdag de Koning Casper, Isaac du Pon, van Groningen; De Geertruy, Adriaen Gerritsen, van Alicante; De Sint-Nicolaas, Dirk Claessen; De Sint-Jacob, Obbe Luwes; De Blauwe Tas, Jan Tasman, en De Juffrouw Sara, Cornelis Veer.

Volgens brieven uit Elsinore zijn 35 schepen in de Sont aangekomen, waaronder van Riga: Cornelis Jansz Oenig, Cornelis Jansz Groot, Peter Keven, Matten Benin en Severijn Claessen; van Danzig: Lourens Nicolai, Donker Dijckre Craen met Pieter Helt en Jan Claessen, van Königsberg en Lubbe Brouwers van Helsingfors; ook van hier: Pieter ter Vogelfang, Peter Saib, John Brander en Cornelis Minnes van Ameland. De laatste was met het Oost-Indische konvooi van hier vertrokken en bij Schagen daarvan gescheiden, zodat men het ook elk moment verwacht.

Uit Hamburg wordt geschreven dat Pieter Jansz van Mandal van Archangel op de Elbe vorige zaterdag is aangekomen, met ongeveer 100.000 pond groene zeep, zonder dat men weet wie de eigenaar is. Ook zijn op de Elbe aangekomen: Hendrick Jansz Kort van Rouen en Hans Laurensz van Dronthen.

Van 1708-08-07 wordt uit Malaga geschreven dat het schip De Eendracht, onder Kapitein Nemi Govi, van deze stad naar Gibraltar vertrokken, in de straat van Gibraltar door een Algerijnse kaper is genomen. Er zouden nog diverse kapers in die wateren kruisen die nog een ander schip hebben buitgemaakt.

1708-08-21, 's-Gravenhage: Brieven uit Brussel bevestigen de samenkomen van de vijanden bij Grammont en Ninove, maar men weet nog niet wat hun verdere bedoelingen zijn. De Hertog van Marlborough zal morgen ook uit Amougies opbreken om naar de kant van Ath en Audenaarde te marcheren.

De Staten van Holland en West-Friesland hebben de heer Gaspar Hesel van Piercil tot kapitein in het regiment Gardes benoemd in plaats van de overleden brigadier Gauwcker. Ook is de heer Hacquet tot kapitein in het regiment van Colliers benoemd.

1708-08-17, Parijs: De Hertog van Orléans schrijft op 1708-08-11 uit het kamp dat de Prins van Hessen-Darmstadt met ongeveer 25.000 man opgerukt is naar Agramunt, Cervera en Solfone en aankondigde dat hij door de Generaal Starremberg met andere troepen zou worden gevolgd. Zijn Koninklijke Hoogheid, zwakker dan de vijand, had zich voorbereid op een veldslag. Maar de vijanden trokken zich in het zicht van de troepen van de koning terug naar Cervera in de kwartsieren.

Uit Grenoble wordt geschreven dat de Hertog van Savoye Fenestrelles belegerde, maar dat het onmogelijk was de plaats te ontzetten omdat alle paden door de vijanden goed bewaakt werden.

In Italië neemt de ontevredenheid onder de bevolking toe tegen de keizer door de aanzetten van de paus, die volhardend blijft in zijn oorlogen.

Aangezien men verwacht dat er in Vlaanderen een algemene en beslissende veldslag zal plaatsvinden, waarvoor de Hertog van Bourgondië specifieke orders heeft, zijn op bevel van de koning brieven aan alle bisschoppen van het rijk gestuurd om 40 uur lang gebeden te houden voor de zegen van God over de wapens van Zijn Majesteit.

De Keurvorst van Beieren heeft order gekregen om in de linie van Lauterburg te trekken. Hij heeft verschillende detachementen naar Vlaanderen gestuurd. Men zegt dat de vijandelijke vloot bij de kust van Normandië bij Saint-Malo niet is gesignaleerd.

1708-08-18, Hamburg: Volgens berichten uit Königsberg was de koning van Zweden met zijn leger al in Mogilev en had met de Moskovieten een wapenstilstand voor 6 weken gesloten, zodat men hoopte dat daar een vrede op zou volgen.

De commissarissen ter Admiraliteit te Amsterdam zullen donderdag 1708-09-06 's middags om 4 uur een Frans fregat, genaamd François Augustus, lang ongeveer 95 voeten, 25 voet breed, 11 voet diep, uitgerust met 12 kanonnen, liggende in de dok te Vlissingen, veroverd door D. Sanders, verkopen.

De veiling van de hoofdbreuken binnen de stad Leiden (op de penaliteiten, in voorgaande couranten meermalen vermeld) door haar Edelheid zal op aankomende maandag 1708-09-03 voor de allerlaatste keer van 10 tot 12 uur in de Pieterskerk plaatsvinden. Tot het verhogen van de graven in deze kerk zal op donderdag 1708-09-06 te Amsterdam op de nieuwe Keizersgracht, tussen de Utrechtsestraat en Singen, een kostelijke inboedel, ook 3 mooie zilveren paarden, een ruïne van Jaco en diverse paardentuigen, een Nederlandse atlas van Blaeu met de stedenboeken, 11 delen, alles dagelijks voor de veiling te zien zijn.

Men notificeert dat de postwagens van 's-Gravenhage op Amsterdam en vice versa op 1708-09-01 zullen beginnen te rijden.

Op 1708-09-04 en de volgende dagen zullen te Haarlem op de Oude Gracht ten huize van Elisens Lohemin worden verkocht: een grote hoeveelheid porseleinen borden van allerlei soorten, zoals men in veel jaren in deze landen niet heeft gezien.

1708-09-05 zal men te Dordrecht in de Sint-Joriskerk door Vendue verkopen: een grote partij allerhande soorten halfwitte en rode wijn, nevens wijnmolens en verdere gereedschappen.

Te 's-Gravenhage wordt gemeld dat het regiment van Jaco compleet getrokken is voor het jaar 1708, en dat de conventie die door de collecte te verkrijgen is, getrokken zal worden bij het vertrekken van de buitenvloot.

Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 011220397 / 1  


De overheid besloot om geld beschikbaar te stellen voor het onderhoud van een bepaalde dijk. Proost van Lt. Gelach vroeg goedkeuring voor een afspraak. Er werd een beslissing genomen over een vonnis in een zaak tussen Poell en de beheerders van de Schelbergse boerderijen. Jacobus Dollemans vroeg om een uitzondering op een regel van 13 februari 1767. S. G. Veugen vroeg om de annulering van een verkoop van zijn bezittingen. De Hoogschout Jacobi de Cadier uit Maastricht stuurde een brief over een godsdienstverandering van een zekere Hoseleij. Er werd een brief besproken met overwegingen om een eerdere beslissing van 13 februari 1767 over de toelating van Peligicusen in vrouwenkloosters uit te breiden. Er werd een beslissing genomen over verzoeken van Lambert Geelens en Anna Catharina Groot over het al dan niet kunnen beroep aantekenen tegen bepaalde procedures. Johannes Josephus Roijln vroeg om een heffing op ingevoerde buitenlandse harde zeep. De Gedeputeerden van het Brabants Gerecht vroegen om het voormalige klooster van de Jezuïeten te gebruiken als een herberg of gevangenis. De Gedeputeerden van de Indische Magistraat dienden een verzoek in met voorstellen voor regels tegen het vooraf verdelen van erfenissen. Zij vroegen ook om het onderhoud van weeskinderen te betalen uit de gezamenlijke inkomsten van de Grote Sint. Daarnaast vroegen zij om een uitbreiding van artikel 2 van hoofdstuk 40 van de Pecessen. Mattheus soior vroeg om belasting te heffen op behang van buiten het land. De Provisoren der Twaalf Apostelen vroegen om goedkeuring voor het vieren van een mis. De Waalse Kerkraad vroeg om steun voor een gunstige beslissing op een eerder ingediend verzoek. Er werd een beslissing genomen over de Ophovense Dijk. Er werd een ontvangst en ceremonieel vastgesteld voor een aankomst in Venlo. Er werden rekeningen en notulen onderzocht. W. Thijssen en Matheus Vorsterman vroegen om alle protesten in de akten te laten ondertekenen. Het Akkemans Gilde vroeg om een beslissing in een conflict met de Magistraat.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 9047 / 0661  


De gemeente van Maarssen en Nieuw Maarsseveen doet op 19 januari 1796 een verzoek aan de rechtbank van Utrecht. Ze vertegenwoordigen Sybilla Wijmans, de weduwe van Mattheus Dollemans, die eigenaar was van een kasteel in Maarssen.

De gemeente moet 594 gulden betalen voor schade die is aangericht door gerechtsdienaren in januari en februari. Deze schade ontstond door het inkwartieren van doortrekkende Franse troepen. Sybilla Wijmans vindt dit onterecht en vraagt om een nieuwe hoorzitting.

De rechtbank besluit op 19 januari 1796 dat deze nieuwe hoorzitting plaatsvindt tijdens een vergadering van de raad, volgens de regels. Dit wordt ondertekend door Cornelis de Wys.

Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 11307786 / 9  


Neeltje Noordam was gehuwd in gemeenschap van goederen. Uit een handgeschreven volmacht, die door de lastgever in aanwezigheid van de notaris en getuigen als echt was erkend en door iedereen was ondertekend, bleek dit. De tweede comparant was Leendert Noordam, landbouwer wonend in Haarlemmermeer. De comparanten wilden de nalatenschap van Pietertje Sonneveld, weduwe van Adrianus Noordam, die in Haarlemmermeer woonde en daar overleden was op 22 maart 1923, verdelen. Zij gaven aan dat Pietertje Sonneveld was overleden zonder een testament na te laten. Haar enige erfgenamen waren haar 9 kinderen uit haar huwelijk met Adrianus Noordam: Ieder erfgenaam kreeg 1/9 deel van de nalatenschap. De aanwezige goederen en effecten waren grotendeels verkocht. De opbrengst hiervan zou later onder de contanten worden verantwoord. De nog aanwezige effecten zouden worden gewaardeerd tegen de koers van 25 maart 1923. De lichamelijke roerende goederen zouden worden gewaardeerd op een bedrag waar de partijen het over eens waren. De overige baten en schulden zouden worden berekend tegen het volle bedrag op 28 maart 1923. De nalatenschap van Pietertje Sonneveld bestond uit:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5351717 / 81  


In 1644 werd Arend Stael geboren. In 1688 betaalde hij 105 gulden.

In 1689 betaalde Anthonij vander Pol 10 gulden.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975131 / 8  


Op 16 april 1820 werd Fredrik Hermande Groot, wonend in Gouda, door de vriendenraad benoemd als toezichthouder over de twee minderjarige kinderen van de overleden Arie Sonneveld, die ook in Gouda woonde.

Op 19 mei 1828 gaf Fredrik Hermande Groot in Gouda een volmacht aan Joost Sonneveld, wonend in Gouda, om hem te vervangen in alle zaken rond de erfenis van de overleden Adriana Ruijghrok, weduwe van Wouter van Rossen.

De volmacht omvatte:

De handtekening van Fredrik Hermande Groot werd bevestigd door L. Van Wouw, burgemeester van Gouda, op 19 mei 1828.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1617 / 1747 / 0258  


In een tijd waarin mensen na een oorlog worstelen met nieuwe problemen over de toekomst van de samenleving, wordt de vraag gesteld of het vooroorlogse kapitalistische systeem hersteld moet worden of dat er gestreefd moet worden naar een maatschappij met sterkere morele grondslagen. De keuzes die in de eerste jaren na de oorlog worden gemaakt, zullen van grote invloed zijn op de toekomstige maatschappij.

Al voor de oorlog functioneerde het kapitalistische systeem niet meer perfect. Ondernemers hadden niet meer volledige vrijheid door maatschappelijke omstandigheden. Volgens de klassieke economische leer zou vrije concurrentie de productie moeten reguleren, maar dit prijsmechanisme werkte niet zoals verwacht. Monopolies zoals kartels en trusts ontstonden door de ontwikkeling van grootbedrijven, die het gevolg waren van technische vooruitgang. Deze vooruitgang leidde tot massaproductie en een groter risico voor ondernemers, omdat hun vaste kosten (zoals technische installaties) altijd doorwerkten, ook als de productie daalde. Om verlies te voorkomen, werkten ondernemers soms door met verlieslatende prijzen, wat leidde tot marktverstoringen en kapitaalverliezen. Dit dwong zwakkere ondernemers tot opgeven en sterke ondernemers tot samenwerking om de productie en markt te beheersen.

De technische ontwikkeling en de daarmee samenhangende vaste lasten zijn de hoofdoorzaak van het niet goed functioneren van het prijsmechanisme. Zolang het kapitalistische systeem blijft bestaan, kan technische vooruitgang niet worden tegengehouden. Alleen in een meer geordende maatschappij kunnen technische excessen worden beperkt in het belang van de gemeenschap, in plaats van het individuele belang van ondernemers.

Naast het gebrekkige prijsmechanisme spelen ook andere factoren een rol. Technische vooruitgang (zoals machines) vervangt veel arbeidskrachten, wat de koopkracht niet ten goede komt. Overtollige arbeidskrachten worden deels opgevangen in nieuwe bedrijven, maar niet volledig. De productiviteit per arbeidskracht is toegenomen, evenals de totale hoeveelheid goederen die kopers zoeken. Nieuwe industrieën in landen als Japan, China, Zuid-Amerika en koloniale gebieden beïnvloeden het afzetgebied van bestaande ondernemingen, wat leidt tot een verscherpte strijd om afzet en monopolievorming.

Op 30 maart 1946 vond in Batavia een bespreking plaats tussen Dr. Van Mook en Soetan Sjahrir. Uit de gesprekken bleek dat de standpunten van de Nederlandse en Indonesische delegaties voldoende overeenkwamen om een bezoek van Dr. Van Mook aan Nederland te rechtvaardigen. Dr. Van Mook zou op 4 april 1946 naar Den Haag reizen, vergezeld door Sir Archibald Clark Kerr en enkele adviseurs. Soetan Sjahrir wees Dr. Soewandi, Dr. Soedarsono en Dr. A.K. Pringgodigdo aan om mee te reizen. Sir Archibald Clark Kerr verklaarde dat hij na zijn vakantie in Engeland naar Washington zou gaan en niet van plan was om terug te keren naar Indonesië.

Dr. Van Mook gaf op een persconferentie aan dat de onderhandelingen in Batavia binnenkort zouden worden afgerond en dat de onderhandelingen in Den Haag slechts een week of korter zouden duren. Hij benadrukte dat de onderhandelingen alleen de grondslag voor een nieuwe constitutie betroffen en dat andere bevolkingsgroepen die niet aan de besprekingen hadden meegedaan, ook gehoord zouden moeten worden. Hij zei ook dat de Nederlandse troepen die in de toekomst in Indonesië zouden landen, als plaatsvervangers moesten worden gezien en niet als een aanval op de nationalistische beweging.

In Indonesië was er een enorme behoefte aan artsen. Van de 325 artsen in de hele archipel konden er door honger en ziekte slechts 70 tot 80 werken. Klinieken drongen steeds dieper het binnenland in, waar de omstandigheden door ziekten als leproze en pokken onbeschrijfelijk waren.

La Guardia, de voormalige burgemeester van New York, aanvaardde zijn nieuwe functie als directeur-generaal van de UNRRA. Hij verklaarde de oorlog aan de zwarte markt in Europa en zei dat hij onmiddellijk graan in Argentinië zou proberen te kopen om levensmiddelen naar miljoenen uitgehongerde mensen te vervoeren.

Het Arnhemse Bijzonder Gerechtshof veroordeelde de Nijmegenaar C.J.F. Selbach, handlanger van de Sicherheitsdienst, tot levenslange gevangenisstraf. Voor het Amsterdamse tribunaal stond de voormalige hoofdredacteur van de NSB-krant De Pegel, Lindt, terecht voor nationaalsocialistische propaganda. De zaak werd aangehouden voor nader onderzoek.

Het nieuwe Belgische kabinet-Van Acker was gereed. Het bestond uit socialisten, communisten, liberalen en extra-parlementairen. De belangrijkste posten waren als volgt verdeeld:

De communisten hadden drie portefeuilles: Voedselvoorziening, Volksgezondheid en Openbare Werken. Het kabinet zou zich vooral bezighouden met sociale, economische en financiële vraagstukken en geen partijpolitiek voeren.

Op Zaterdag werd het herstellingsoord voor oud-illegale werkers in de beide vleugels van het Koninklijke Paleis Het Loo geopend. Koningin Wilhelmina had het paleis ter beschikking gesteld. Onder de aanwezigen waren minister Beel (Binnenlandse Zaken), generaal Kroon (oud-commandant der BS), kolonel Sex (waarnemend chef van het MIG), de heer Kettwich-Schuurman (directeur-generaal van het Nederlandse Rode Kruis), dr. Charles van Ufford (commissaris van de koningin in Gelderland) en tal van bestuursleden van organisaties voor oud-illegale werkers. De openingsrede werd gehouden door mr. A. Ruël, voorzitter van de Stichting Herstellingsoorden Oud-Illegale Werkers, die Koningin Wilhelmina bedankte voor haar aanbod.

Minister van Financiën prof. P. Lieftinck hield op vrijdagavond 9 uur een radiorede naar aanleiding van het verkregen krediet van $ 200 miljoen van de Import-Exportbank.

Dankzij nasporingen van de militaire politie in Paal Merah (ten zuidwesten van Batavia) werd een partij gestolen goederen ter waarde van 2 miljoen Nederlandsch-Indische guldens teruggevonden. Onder de schuldigen waren een kapitein van de Britse militaire politie, verschillende Britse onderofficieren en Brits-Indiërs. Onder de goederen bevonden zich 500 Nica-uniformen, grote hoeveelheden uniformen, ongeveer 380.000 Dunlop vrachtbanden, trommels met vaseline en alcohol, waarvan een deel voor 45 gulden was verkocht aan militaire kantines en restaurants.

Voor het kopen van petroleum in april 1946 konden de bonnen 29 en 31 van de kaart UD 510, de bonnen 68 van de UD 610 en de bonnen 10 en 128 van de UD 6510 worden gebruikt.

Bekijk transcriptie NL-WbdRAZU / 1946-04-02 / 1  


In Frankrijk op 12 februari 1725:

In de Nederlanden:

In Culemborg:

Veilingen en verkopen:

Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 010800981 / 2  


In Italië:

In Livorno: In Genua: In Massa: In Spanje: In Wenen: In Frankrijk: In de Nederlanden:

Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 010809561 / 1  


De tekst bevat een opsomming van documenten en onderwerpen uit de Nederlandse koloniale geschiedenis, met verwijzingen naar pagina’s.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5657 / 0033  


Jan de Boer schrijft in 1747 in de Amsterdamse Saturdaegse Courant, uitgegeven door Hendrik Linsen in Amsterdam bij het Antwerpsche Post-Comptoir, dat zijn werk gebaseerd is op eigen waarnemingen en betrouwbare berichten. Hij reageert op mogelijke kritiek door te zeggen dat hij het werk voor zijn plezier schreef en fouten mogen worden gecorrigeerd, zolang de betekenis maar behouden blijft.
Bekijk transcriptie kronieken / 366795 / 7  


Op 10 augustus 1843 bevestigde een ambtenaar van de burgerlijke stand in de kolonie Suriname dat Maria Antoinette Hoepel, weduwe van Vredrck Andreus Rucker, op die dag persoonlijk voor hem verschenen was. Zij woonde in de kolonie en was niet hertrouwd. De ambtenaar stelde deze verklaring op verzoek van Maria Antoinette Hoepel op in Paramaribo op 10 augustus 1843. Op 7 augustus 1841 werd in Camaribo een verklaring ondertekend door de gouvernementssecretaris Aculeras Sihum en Wed F. H Nicoker.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 3262 / 0262  


Op 29 september 1745 werd in Leiden een verklaring afgenomen van Hendrick van der Marck, stadsdeurwaarder. Hij bevestigde dat de informatie over het stelen van goederen uit de tuin van Kornelis Augustinus van Leersum op 25 september 1745 waar was. Ook Hermannus Pauw (46 jaar) en Johannes van Otterloo (36 jaar) bevestigden dit.

Hendrick van der Marck verklaarde ook dat hij als deurwaarder en exploiteur belast was met het innemen van het enkle en dubbele huisgeld. Hij had hiervoor gedrukte biljetten laten ophangen om de huizen van Johan van der Tin, een chirurgijn, op 7 september 1745 openbaar te verkopen omdat deze de belasting niet had betaald. Johan van der Tin had zijn huizen echter aan niemand verkocht.

Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 11104594 / 144  


Op 11 werd een verzoek ingediend namens Willem van Otterloo aan Manasse Hoogburen, die schout en secretaris was van Diemen.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1527132 / 34  


Op 22 april 1850 werd in Doerbeeka een proces-verbaal opgesteld onder toezicht van majoor de Applinie, directeur van de fabriek Phoenix. De ontvangst werd bevestigd door 1e luitenant Magazijnmeester Coeijser, Deutums, de commandant van de artillerie in de 3e Militaire Afdeling op Java, en anderen.

Op 15 mei 1850 onderzochten Jonge Cornelis Verheij (voeder C.), de heer van Otterloo (beide 1e luitenants der artillerie) en 1e kapitein Magazijnmeester der Artillerie C. H. Allemann in opdracht van de commandant der artillerie in de 5e Militaire Afdeling op Java de goederen. Deze goederen waren afkomstig uit Nederland en bestemd voor de artillerie in Batavia. Zij bevestigden de ontvangst en onderzochten de goederen volgens de bevindingen.

Bij het onderzoek waren betrokken: S. S. Kramer en Waarde Renfacteur. De goederen waren bestemd voor verschillende departementen of diensten en werden opgeslagen in pakhuizen of magazijnen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 51 / 0605  


Op een onbekende datum legde Bartholomeus Gijbel Anthonij Bourse een verklaring af bij een notaris ten voordele van Jacob Waarts.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604556 / 73  


In Amsterdam bevestigde de verklaring onder ede, met Jan ter Linde Junior en Jan Gijbel als getuigen. Stephanus Barels was ook aanwezig.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1511051 / 63  


In een testament uit 1757 verklaren Bartholomeus Gijbel en Amelia Margareta Gijbel, een getrouwd stel, dat zij samen 200 gulden bezitten. In dit testament is geen sprake van een erfenis die aan bepaalde voorwaarden verbonden is.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604596 / 203  


In de laatste dagen van haar leven was de dochter en nicht van Leux samen met enkele schildervrienden van de Chère Cousine. M. le Tiers had de brief voor de prior van Sainte Catherine niet gestuurd, maar beloofde later uit te leggen waarom. Thérèse was volledig hersteld en stuurde een briefje naar haar goede tante. Iedereen was tevreden over de goede prior die in Sainte Catherine de feestdag van de wijding had gevierd. Hij preekte met inzicht en intelligentie, en iedereen onder zijn leiding was gelukkig met zijn aanwezigheid. De schrijver vraagt om respect te tonen aan notre très chère Cousine en om haar gebeden en herinnering aan God te vragen, en zichzelf niet te vergeten. Op 10 maart 1504 bedankt de schrijver voor de goedheid die getoond is aan haar en haar verdrietige familie. Zonder vertrouwen in de gebeden van de ontvanger zou ze overweldigd zijn door haar eigen zwakte. Ze hebben M. le prieur ontvangen, die vol liefdadigheid is. Hij stuurde een vriend die vertrouwen wekt en die volgens de schrijver goed zal doen voor degenen die in hem willen geloven. Er wordt nog een brief van de nicht gestuurd, die diep geraakt is door alle verliezen. Ze lijkt meer verlangen te tonen om dichter bij God te zijn. De leraar van haar zoon voldoet niet; hij mist toewijding en inzet, en weet geen respect af te dwingen. De schrijver vreest dat de nicht hierdoor ontmoedigd raakt. Een persoon in wie ze veel vertrouwen heeft, denkt echter dat ze hem zijn gang moet laten gaan, hoewel de schrijver hier niet tevreden mee is. Ze bidt dat God een betere leraar zal vinden.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 5587997 / 4  


Op 17 februari 1944 om 11:00 uur overleed in Amsterdam Roelof Snel, 71 jaar, kraanmachinist. Hij was geboren en woonde in Amsterdam en was de zoon van Anthonie Snel en Waria Rutveld, die beide al overleden waren. De aangifte werd gedaan door Cornelis Heere, 27 jaar, aannemer, die uit eigen kennis van het overlijden op de hoogte was.

Op 16 februari 1944 om 10:14 uur overleed in Amsterdam Talkert Bonten, 50 jaar, kantoorbediende. Hij was geboren in Rotterdam en woonde in Amsterdam. Hij was getrouwd met Alida Cattarina Cornelia Veltman en de zoon van Watthyp Pieter Bonten en Bindrika Meppelder, die beide overleden waren. De aangifte werd gedaan door Johanmis Jhiel, 37 jaar, aanspreker.

Op 16 februari 1944 om 20:30 uur overleed in Amsterdam Adriaan de Smit, 83 jaar, zonder beroep. Hij was geboren in Hellevoetsluis en woonde in Amsterdam. Hij was weduwnaar van Maria Hoppen en de zoon van Abram Johannes de Smit en Neeltje van Es, die beide overleden waren. De aangifte werd gedaan door Hermanus Antonius Hollak, 35 jaar, aanspreker.

Op 16 februari 1944 om 7:30 uur overleed in Amsterdam Barcadina Pelthuis, 49 jaar, zonder beroep. Zij was geboren en woonde in Amsterdam en was de dochter van Barend Pelthuis (overleden) en Wilhelmina Prospeul, zonder beroep, die in Amsterdam woonde. De aangifte werd gedaan door Johannes Thiel, 37 jaar, aanspreker.

Op 16 februari 1944 om 10:15 uur overleed in Amsterdam Johannes Kat, 73 jaar, zonder beroep. Hij was geboren in Schoorl en woonde in Amsterdam. Hij was de zoon van Cornelis Kat en Eeltje Koning, die beide overleden waren. De aangifte werd gedaan door Hermanus Antonius Hollak, 35 jaar, aannemer.

Op 17 februari 1944 om 20:50 uur overleed in Amsterdam Gerrit Schroot, 80 jaar, zonder beroep. Hij was geboren in Beesd en woonde in Amsterdam. Hij was weduwnaar van Geurtje Jacobd van Ravestein en eerder getrouwd met Jacoba Lantwaard. Hij was de zoon van Cornelis Schroot en Johanna Henriette van Mil, die beide overleden waren. De aangifte werd gedaan door Antoon Holmijk, 66 jaar, zonder beroep.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931766 / 11  


Op 7 juli trouwden in Amsterdam:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2446854 / 41  


Op 15 oktober 1872 werd een lijst opgesteld met goederen en kosten voor de Artillerie en de Marine.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1924 / 0386  


In een register werden namen, beroepen en geboorteplaatsen van mensen genoteerd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 456 / 0181  


Op 6 juli 1780 verscheen Mejuffrouw Elizabeth Meuil, weduwe van Pieter van Eijsen en koopvrouw in Haarlem, voor notaris Wernerus Köhne. Zij handelde onder de firma Jacques Ménil en verklaarde:

Twee vaten blauwsel, gemerkt R N.o 73 & 74, waren op haar bevel geladen aan boord van het schip De Boertange, onder leiding van kapitein Jan Jacobz Meppelder. Het schip voer van Rotterdam naar Saint-Valery-sur-Somme. De vaten waren en bleven haar volledige eigendom tot aankomst op de bestemming of tot verkoop. Alle opbrengsten waren voor haar rekening.

Zij bevestigde dat noch de koning van Frankrijk, noch de koning van Spanje, noch enige andere persoon of organisatie uit hun gebieden of Britse of Amerikaanse koloniën enig recht op de vaten had of zou krijgen.

Daarnaast gaf zij volmacht aan de heren A & E & C: Dutilh, kooplieden in Rotterdam, om namens haar op te treden bij de schepenen.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974599 / 28  


Deze historische advertenties richten zich op verschillende bedrijven en winkels in Amsterdam en Rotterdam:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3677037 / 308  



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/