Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
De tekst bevat een opsomming van documenten en onderwerpen uit de Nederlandse koloniale geschiedenis, met verwijzingen naar pagina’s.
- Er zijn documenten over rechtspraak in Nederlands-Indië (pagina 169, 181), Guinea (pagina 509) en militaire rechtspraak (pagina 10116).
- Er zijn kaarten van verschillende gebieden, zoals:
- Er zijn documenten over landbouw en plantages, zoals:
- Kaneelplanten uit Oost-Indië voor Suriname (pagina 871).
- Katoenteelt aan de kust van Guinea (pagina 903, 907, 61).
- De hassaveplant (pagina 594).
- Kaneelcultuur op Java (pagina 207, 254).
- Klapperbomen op Java (pagina 204).
- Er zijn documenten over schepen, zoals:
- Het koloniaal schip Jupiter (pagina 476).
- Het schip Hinderdyk (pagina 220, 721, 9724, 1266).
- Het hoophandelschip (pagina 709, 431, 132, 445, 281, 934).
- Het schip Hortenaar (pagina 423, 427).
- Het schip Honing Willem (pagina 714, 483).
- Er zijn documenten over personen, zoals:
- Er zijn documenten over militaire zaken, zoals:
- Cavalerie in Oost-Indië (pagina 993, 932, 936, 949, 965, 9722, 97272).
- Ketels voor stoombagger molens in Oost-Indië (pagina 145).
- Ketelmakers voor de fabriek voor het stoomwezen in Toerabaga (pagina 1189).
- Militaire uniformen en kleding (pagina 1057).
- Kledingtassen voor suppletietroepen naar de koloniën (pagina 1057).
- Er zijn documenten over financiële zaken, zoals:
- Kapitaal van het opgeheven West-Indisch pensioenfonds (pagina 134, 136).
- Inning van belastingen en pensioenen (pagina 1309).
- Koloniale begroting over 1849 (pagina 53).
- Commissie tot onderzoek der koloniale rekening over 1869 (pagina 53).
- Er zijn documenten over handel, zoals:
- Hoophandel en zeevaart (pagina 353).
- Handel in Oost-Indië (pagina 701).
- Hooi- en bakgoederen (pagina 1217, 1277, 1218, 1219, 1228, 1221, 1222, 1223, 1224, 12242).
- Er zijn documenten over onderwijs, zoals:
- Opleiding van kleurlingen of inlandse kinderen tot onderwijzers in Oost-Indië (pagina 620).
- Er zijn documenten over ambtenaren, zoals:
- Koloniale ambtenaren in het algemeen (pagina 65).
- Koloniale gidsen in Suriname (pagina 9110).
- Er zijn documenten over correspondentie, zoals:
- Correspondentie van en naar de koloniën (pagina 413).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5657 / 0033
Jan de Boer schrijft in
1747 in de
Amsterdamse Saturdaegse Courant, uitgegeven door
Hendrik Linsen in
Amsterdam bij het
Antwerpsche Post-Comptoir, dat zijn werk gebaseerd is op eigen waarnemingen en betrouwbare berichten. Hij reageert op mogelijke kritiek door te zeggen dat hij het werk voor zijn plezier schreef en fouten mogen worden gecorrigeerd, zolang de betekenis maar behouden blijft.
- In Italië:
- In Milaan arriveerde op 15 april kolonel graaf de Castiglione met het nieuws dat het leger alle moeilijkheden had overwonnen en voor Genua stond. De vijand was verdreven uit alle posten, veel gevangenen en buit waren gemaakt. De stad werd nu beschoten. Generaal Schuemberg was van zijn paard gevallen.
- In Frankrijk:
- In Versailles kwam op 24 april een koerier met het bericht dat de Oostenrijkers voor Genua stonden om de stad te bombarderen, net als de Engelsen vanaf zee. De hertog van Boussers zou met Franse troepen naar Italië vertrekken om Genua te helpen. Hij had een aanstelling als opperbevelhebber van het Genueese leger ontvangen. Maarschalk de Belisle overlegde met de koning en graaf d’Argenson over operaties in die richting. Een koerier van maarschalk van Saksen bracht belangrijke berichten over een expeditie tegen Staats-Vlaanderen. De koning zou binnenkort naar het leger vertrekken, gevolgd door buitenlandse ministers, behalve de heer van Hoey.
- De koning had een lijst ontvangen van kardinalen die de paus op 10 april had benoemd op voordracht van verschillende vorsten, waaronder:
- Troye, bisschop van Olmutz (voor de keizer)
- Marc Mellini, deken van de Heilige Rota (voor de keizerin-koningin van Hongarije en Bohemen)
- de la Rochefoucault, aartsbisschop van Bourges (voor de koning van Frankrijk)
- Mendozza, Tellaride, abt van Sales, Giovanni Francois Albani (voor de koningen van Spanje, Portugal, Sardinië en Polen)
- Daniel Delfino, patriarch van Aquileia (voor de republiek Venetië)
- de Vantadour, coadjutor van Straatsburg (voor de ridder van St. Joris)
- Giovanni-Baptist Mesmer (thesaurier) en Simonetti (gouverneur van Rome)
- In Parijs arriveerde op 24 april een koerier uit Genua met het bericht dat graaf von Schulenburg nieuwe voorstellen had gedaan namens de keizerin-koningin van Hongarije. Deze bood aan om de privileges en vrijheid van Genua te garanderen als de wapens werden neergelegd. De Senaat was bereid te onderhandelen als de Piemontese troepen drie posities opgaven, maar het volk weigerde en wilde de uitkomst afwachten op het slagveld.
- In Zweden:
- In Stockholm vertrokken op 15 april troepen naar Finland. De uitrusting van de vloot werd versneld. Buitenlandse officieren die zich aanboden voor de marine kregen het recht op naturalisatie en andere privileges.
- In Duitsland en aangrenzende rijken:
- In Wickenraath (in Gulik) was er al lang een conflict tussen baron van Quaat (heer van de heerlijkheid en protestant) en de katholieke geestelijken van een klooster over het vieren van bedevaarten. Beide partijen hadden klachten ingediend bij de rijksdag in Regensburg. De spanning was zo hoog opgelopen dat katholieken uit Keur-Palts en Keur-Keulen militaire steun hadden ontboden. Deze hadden 7 dagen lang huishouden verstoord. De predikant en schout waren naar Berlijn vertrokken om verslag uit te brengen aan de koning.
- In Hannover arriveerde op 25 april prins Frederik, zoon van hertog Christiaan Lodewijk (administrateur van Mecklenburg), met zijn vrouw en zus Ulrica Sophia. Na een bezoek aan de bezienswaardigheden reisden ze via Kassel naar Stuttgart.
- In Hamburg arriveerden op 25 april schepen uit verschillende havens, waaronder Kopenhagen, Livorno, Genua, Engeland, Bergen en Holland. Schipper Neuschilling was op 18 maart bij Kaap Vincent aan boord geweest van Jürgen Andriesen, samen met andere schepen die veilig door de Straat van Gibraltar waren gekomen.
- In de Nederlanden:
- In Veere kozen de burgemeesters en raadsleden op 25 april om 5 uur ’s ochtends prins Willem van Oranje-Nassau als stadhouder, admiraal en kapitein-generaal van Zeeland. Deze beslissing werd later die dag bevestigd door de Staten van Zeeland.
- In Middelburg waren op 26 april 30 gewapende schepen klaar voor de verdediging, naast 6 Engelse oorlogsschepen. Een schip van de VOC met 350 man aan boord was omgebouwd tot oorlogsschip. Kanonnen waren opgesteld om de haven te beschermen. Op 22 april waren 2 regimenten uit Bergen op Zoom aangekomen. Een transport met 3000 Engelse troepen lag voor de rede om Zeeland te steunen. In Philippine waren versterkingen en voorraden gestuurd. De Fransen hadden het fort nog niet beschoten, maar de bezetting vuurde hevig op de aanvallers, die weinig vooruitgang boekten. Veel vluchtelingen uit Vlaanderen kwamen aan, vaak beroofd door de Fransen. Een man uit Schoondijke (op het eiland Cassand) vertelde dat veel inwoners gedwongen waren gevlucht, soms met alleen de kleren die ze droegen. De Grassins stalen en roofden het meest, soms met hulp van hun vrouwen. Ze schenden ook jonge meisjes en vrouwen voor de ogen van hun mannen.
- Uit Vlissingen vertrokken 4 loodsen naar de Maas om 4 daar liggende oorlogsschepen op te halen.
- In Bergen op Zoom verdedigde Lillo zich op 27 april om 4 uur ’s ochtends nog tegen de Fransen, ondanks hevig kanongebulder. ’s Nachts was ook geschut uit Antwerpen gehoord, waar het geallieerde leger in volle mars was. Er ging een gerucht dat Sas van Gent was gevallen.
- In ’s-Gravenhage kwamen op 27 april de Staten van Holland en West-Friesland bijeen. Gecommitteerden van de admiraliteiten en gedeputeerden van de Staten-Generaal hielden overleg. De Britse minister graaf van Sandwich was de vorige dag naar Breda vertrokken. De Sardijnse minister graaf van Chavanne was teruggekeerd en had gesproken met regeringsleden. Ook generaal de Bross (extra gezant en gevolmachtigde van de koning van Polen) en d’Ammon (minister van de koning van Prussen) hadden overleg gevoerd. Baron van Lintelo (heer van Stedum) nam zitting in de vergadering namens Groningen, geïntroduceerd door Tamminga (heer van Maesbergen). E.J. Lewe van Middelstum nam zitting in de Raad van State, ook namens Groningen. Een koerier van generaal vorst van Waldeck was die ochtend aangekomen. Het geallieerde leger was tot ongeveer 3 uur van Antwerpen genaderd. De Hongaarse minister graaf van Harrach werd de volgende dag in Breda terugverwachtd. ’s Nachts kwam een expresse koerier uit Middelburg met het nieuws dat de Staten van Zeeland prins Willem van Oranje-Nassau als stadhouder hadden erkend.
- In Amsterdam kwamen op 26 april schepen binnen uit Curaçao, Suriname, St. Sebastiaen, Bajoenen, Nantes, Londen, Petersburg, de Oostzee, Nerva en Noorwegen. Op 27 april kwamen schepen binnen uit Bilbao, Bordeaux, Rouen en Noorwegen. Schepen vertrokken naar St. Ubes. In Port Mahon, Whay, Savona, Cagliari, Dantzig, Newcastle, Hull, Lübeck, Bourneuf, Bourdeaux, St. Ubes, Kopenhagen, Stettyn en Livorno waren schepen gearriveerd. Kapitein Dirk Luytjes meldde dat hij bij Corsica door een Engels oorlogsschip was gecontroleerd en gedwongen zijn route naar Genua te wijzigen. Hij had op 28 maart bij Kaap Palos gesproken met Gustavus Ranje (op weg van Livorno naar St. Crux in Barbarij). Op 30 maart had hij bij Kaap Gate gepraat met het schip van Frans Witte, een Rotterdams fregat en een fluitschip, allemaal komend uit Cette.
- In Antwerpen:
- Op 28 april waren de forten De Paerl en Liefkenshoek gevallen. Het garnizoen was de avond ervoor naar de citadel gebracht. Over de val van Sluis werd gemeld dat de commandant op 22 april twee officieren naar graaf van Lowendahl had gestuurd om over capitulatie te onderhandelen. Als antwoord kregen ze dat het garnizoen zich als krijgsgevangene moest overgeven. De volgende ochtend stuurde de commandant opnieuw onderhandelaars, waarna de stad zich overgaf. De buitenposten werden die dag nog door de Fransen bezet. Men hoopte Lillo spoedig in handen te krijgen.
- In Brussel:
- Op 27 april keerde maarschalk van Saksen terug uit Antwerpen. De 3 Hollandse bataljons die in Sluis krijgsgevangen waren gemaakt, werden naar Brugge gebracht, van waaruit ze naar Frankrijk zouden worden vervoerd. De gouverneur van Sas van Gent had om capitulatie gevraagd, maar graaf van Lowendahl had geantwoord dat hij opdracht had om het hele garnizoen krijgsgevangen te maken.
- In Parijs:
- Op 24 april werd gemeld dat de loopgraven voor Sas van Gent werden geopend. De koning zou op 2 mei naar het leger vertrekken. De acties stonden op 13,80 livre.
- In Hulst:
- Op 26 april werd Sas van Gent hevig beschoten door de Fransen. Fort St. Jan was al gevallen.
Bekijk transcriptie kronieken / 366795 / 7
Op
10 augustus 1843 bevestigde een ambtenaar van de burgerlijke stand in de kolonie
Suriname dat
Maria Antoinette Hoepel, weduwe van
Vredrck Andreus Rucker, op die dag persoonlijk voor hem verschenen was. Zij woonde in de kolonie en was niet hertrouwd.
De ambtenaar stelde deze verklaring op verzoek van
Maria Antoinette Hoepel op in
Paramaribo op
10 augustus 1843.
Op
7 augustus 1841 werd in
Camaribo een verklaring ondertekend door de gouvernementssecretaris
Aculeras Sihum en
Wed F. H Nicoker.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 3262 / 0262
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 11104594 / 144
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1527132 / 34
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 51 / 0605
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604556 / 73
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1511051 / 63
In een testament uit
1757 verklaren
Bartholomeus Gijbel en
Amelia Margareta Gijbel, een getrouwd stel, dat zij samen 200 gulden bezitten. In dit testament is geen sprake van een erfenis die aan bepaalde voorwaarden verbonden is.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604596 / 203
In de laatste dagen van haar leven was de dochter en nicht van
Leux samen met enkele schildervrienden van de
Chère Cousine.
M. le Tiers had de brief voor de prior van
Sainte Catherine niet gestuurd, maar beloofde later uit te leggen waarom.
Thérèse was volledig hersteld en stuurde een briefje naar haar goede tante. Iedereen was tevreden over de goede prior die in
Sainte Catherine de feestdag van de wijding had gevierd. Hij preekte met inzicht en intelligentie, en iedereen onder zijn leiding was gelukkig met zijn aanwezigheid.
De schrijver vraagt om respect te tonen aan
notre très chère Cousine en om haar gebeden en herinnering aan God te vragen, en zichzelf niet te vergeten.
Op
10 maart 1504 bedankt de schrijver voor de goedheid die getoond is aan haar en haar verdrietige familie. Zonder vertrouwen in de gebeden van de ontvanger zou ze overweldigd zijn door haar eigen zwakte. Ze hebben
M. le prieur ontvangen, die vol liefdadigheid is. Hij stuurde een vriend die vertrouwen wekt en die volgens de schrijver goed zal doen voor degenen die in hem willen geloven.
Er wordt nog een brief van de nicht gestuurd, die diep geraakt is door alle verliezen. Ze lijkt meer verlangen te tonen om dichter bij God te zijn. De leraar van haar zoon voldoet niet; hij mist toewijding en inzet, en weet geen respect af te dwingen. De schrijver vreest dat de nicht hierdoor ontmoedigd raakt. Een persoon in wie ze veel vertrouwen heeft, denkt echter dat ze hem zijn gang moet laten gaan, hoewel de schrijver hier niet tevreden mee is. Ze bidt dat God een betere leraar zal vinden.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 5587997 / 4
Op 17 februari 1944 om 11:00 uur overleed in Amsterdam Roelof Snel, 71 jaar, kraanmachinist. Hij was geboren en woonde in Amsterdam en was de zoon van Anthonie Snel en Waria Rutveld, die beide al overleden waren. De aangifte werd gedaan door Cornelis Heere, 27 jaar, aannemer, die uit eigen kennis van het overlijden op de hoogte was.
Op 16 februari 1944 om 10:14 uur overleed in Amsterdam Talkert Bonten, 50 jaar, kantoorbediende. Hij was geboren in Rotterdam en woonde in Amsterdam. Hij was getrouwd met Alida Cattarina Cornelia Veltman en de zoon van Watthyp Pieter Bonten en Bindrika Meppelder, die beide overleden waren. De aangifte werd gedaan door Johanmis Jhiel, 37 jaar, aanspreker.
Op 16 februari 1944 om 20:30 uur overleed in Amsterdam Adriaan de Smit, 83 jaar, zonder beroep. Hij was geboren in Hellevoetsluis en woonde in Amsterdam. Hij was weduwnaar van Maria Hoppen en de zoon van Abram Johannes de Smit en Neeltje van Es, die beide overleden waren. De aangifte werd gedaan door Hermanus Antonius Hollak, 35 jaar, aanspreker.
Op 16 februari 1944 om 7:30 uur overleed in Amsterdam Barcadina Pelthuis, 49 jaar, zonder beroep. Zij was geboren en woonde in Amsterdam en was de dochter van Barend Pelthuis (overleden) en Wilhelmina Prospeul, zonder beroep, die in Amsterdam woonde. De aangifte werd gedaan door Johannes Thiel, 37 jaar, aanspreker.
Op 16 februari 1944 om 10:15 uur overleed in Amsterdam Johannes Kat, 73 jaar, zonder beroep. Hij was geboren in Schoorl en woonde in Amsterdam. Hij was de zoon van Cornelis Kat en Eeltje Koning, die beide overleden waren. De aangifte werd gedaan door Hermanus Antonius Hollak, 35 jaar, aannemer.
Op 17 februari 1944 om 20:50 uur overleed in Amsterdam Gerrit Schroot, 80 jaar, zonder beroep. Hij was geboren in Beesd en woonde in Amsterdam. Hij was weduwnaar van Geurtje Jacobd van Ravestein en eerder getrouwd met Jacoba Lantwaard. Hij was de zoon van Cornelis Schroot en Johanna Henriette van Mil, die beide overleden waren. De aangifte werd gedaan door Antoon Holmijk, 66 jaar, zonder beroep.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931766 / 11
Op
7 juli trouwden in
Amsterdam:
- Jan Meindert Kramer (41), bootwerker uit Tiel, weduwnaar van Francisca Huijben, zoon van overleden Johannes Jurrien Kramer en Johanna van Eeken (zonder beroep), met Catharina Mathilda Petronella Bonten (22) uit Rotterdam, dochter van overleden Matthijs Pieter Bonten en Hinderika Meppelder. De afkondigingen vonden plaats op 26 juni en 3 juli. Getuigen: Hendrik Stigter (50), Jacobus Venverloo (68), Engbert Rozeboom (72) en Abraham Ephraim (53), allemaal werkman in Amsterdam.
- Jan Buizer (37), schrijver bij de gemeentesecretarie in Amsterdam (geboren in Nieuwer Amstel), weduwnaar van Regina Hendrika Johanna Brandon Bravo, erkende natuurlijke zoon van Jannetje Buizer, met Johanna Hermina Eijbinck (41) uit Almelo, weduwe van Willem Nicolaas Henri Huart, dochter van Barend Saris Eijbinck en overleden Johanna Frielink. De afkondigingen vonden plaats op 26 juni en 3 juli 1910. Getuigen: Cornelis Johannes Kramer (48), Casper Cornelis Kramer (53), Mees van de Graaf (41) en Hans Nicolai Christophersen (54), allen werkzaam bij de gemeentesecretarie in Amsterdam.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2446854 / 41
Op
15 oktober 1872 werd een lijst opgesteld met goederen en kosten voor
de Artillerie en
de Marine.
- Er werden verschillende soorten doek geleverd, zoals Hollantsch zeildoek, Karldoek en Presenningdoek, in grote hoeveelheden.
- Er waren ook kisten met materialen, zoals Mos Papier (ongeschreven papier) en blikken met inhoud.
- Voor de Artillerie werden onder andere hoorns, trompetten en andere muziekinstrumenten geleverd.
- Er waren kosten voor transport, verzekeringen (assurantie), pakhuishuur, schuiters (vervoerders over water) en arbeidsloon.
- Voor de Marine werden onder andere zeildoek, touwen en andere scheepsbenodigdheden geleverd.
- Er waren ook kosten voor inspectie, keuring en kleine onkosten.
- Sommige zendingen betroffen leveringen aan Onrust en Dava.
- Er werden ook kisten met appels en theedoek (theedoeken) geleverd, met een totaal gewicht van 11.032 pond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1924 / 0386
In een register werden namen, beroepen en geboorteplaatsen van mensen genoteerd.
- Eckhof, Martin, Annes, Selhuiten, Wendrik Brantsema, Egbert Doderis, Johannes Geerts, Antonié van der Schaft, Jacobus Moustant, de Lang, Sipke, van der Linden, Joseschus Meppelder, Wendrik Stremaijer, Julius Jansen, Johannes Palck, Edouard Evers, Jan Louwerens, Matthijs van Lienden, Antonie op Vrijheer von Lichtenstern, Josef Harl, de Jong, Olle, Berkenbos, Jan, Ramak, Pieter, Rofhes, Cornelis en Jansen, Johannes Graden waren onder anderen opgesomd. Zij waren afkomstig uit Wasterland (Friesland), Groningen, Borger (Drenthe), Zwolle (Overijssel), Budel (Noord-Brabant), Medemblik (Noord-Holland), Leeuwarden (Friesland), Alkmaar (Noord-Holland), Delft (Zuid-Holland), Holle, Leuven (België), Arnhem (Gelderland), Beielle, Collen, Lienden (Gelderland), Heerum (Groningen), Sneek (Friesland), Leiden (Zuid-Holland), Utrecht en Heenen (Oostenrijk). Zij vertrokken in 1666 met het schip Rosmopoliets uit Nederland.
- van der Herff, Duco, van Dijk, Sijmon, Boogers, Johannes, Nortrijkt, Wijbe, Meijer, Bauke Rinderts, Casteleijn, Petrus, Spaanstra, Thijs, van Biedek, Willem, Jansen, Johannes Ebermanus, Kramp, Halbert, Pehstra, Sijtze, Hooisma, Jds Johannes, Jonks, Johannes Wilhelmus, Akkermans, Adrianus, von Hegedus, Eugen, Le Blanc, Wilhelmus Petius, et Witte, Johannes Pieter, Hagen, Gerrit, de Bolf, Hermanus en Bruineshof, Hendrikus Lambertus Kramer stonden ook in het register. Zij kwamen uit Dokkum (Friesland), Franeker (Friesland), Dordrecht (Zuid-Holland), Volta, IJsselham (Friesland), Borkum (Duitsland), 's Bosch (Noord-Brabant), Smallingerland (Friesland), Boudekerk (Zuid-Holland), Heere (Gelderland), Doetinchem (Gelderland), Friesland, Holwerd (Friesland), Leiden (Zuid-Holland), Breda (Noord-Brabant), Raal (Oostenrijk), Boorn (Friesland), Deventer (Overijssel), Apeldoorn (Gelderland), Purmerend (Noord-Holland), Goes (Zeeland) en Halten (Gelderland). Zij vertrokken met het schip Connepolicke 123 uit Nederland.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 456 / 0181
Op 6 juli 1780 verscheen Mejuffrouw Elizabeth Meuil, weduwe van Pieter van Eijsen en koopvrouw in Haarlem, voor notaris Wernerus Köhne. Zij handelde onder de firma Jacques Ménil en verklaarde:
Twee vaten blauwsel, gemerkt R N.o 73 & 74, waren op haar bevel geladen aan boord van het schip De Boertange, onder leiding van kapitein Jan Jacobz Meppelder. Het schip voer van Rotterdam naar Saint-Valery-sur-Somme. De vaten waren en bleven haar volledige eigendom tot aankomst op de bestemming of tot verkoop. Alle opbrengsten waren voor haar rekening.
Zij bevestigde dat noch de koning van Frankrijk, noch de koning van Spanje, noch enige andere persoon of organisatie uit hun gebieden of Britse of Amerikaanse koloniën enig recht op de vaten had of zou krijgen.
Daarnaast gaf zij volmacht aan de heren A & E & C: Dutilh, kooplieden in Rotterdam, om namens haar op te treden bij de schepenen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974599 / 28
Deze historische advertenties richten zich op verschillende bedrijven en winkels in Amsterdam en Rotterdam:
- O. Otjes, beeldhouwer in de Spuistraat F 12 in Amsterdam, verkoopt ook voedingsmiddelen zoals:
- boter (o.a. Meppelder kluitenboter en vatboter),
- kaas (o.a. Vriesche kaas, Edammer kaasjes, Leidse kaas, zoetemelksche kaas),
- vleeswaren (o.a. Gelderse worst, ham, rookvlees),
- gesmolten ossenvet en reuzel.
Bestellingen worden thuisbezorgd.
- M. van Zoest (Singel over de Reguliersstraat, G 397, Amsterdam) is gespecialiseerd in:
- breukbanden (groot en klein),
- medische hulpmiddelen zoals klysma’s (van 60 cent tot 2,50 gulden), vrouwenspuiten, oor-, oog- en neusspuiten, lucht- en waterkussens, urinoirs (voor mannen en vrouwen), melkpompen, trek- en kopglazen, irrigators, bougies en katheters,
- elastieke producten zoals kousen, kniestukken, buizen, slangen, gezondheidsgordels en lijfbanden.
Alles wordt tegen lage prijzen geleverd.
- A. Riema (Nieuwe Stadsherbergbrug L 1, Damstraat A 246 en Overtoomse Weg I 62 in Amsterdam, en Nieuwer-Amstel) wordt genoemd als contactpersoon (verdere details ontbreken).
- F.J.H. Dekker, leverancier van koningin Emma, verkoopt chocolade in Amsterdam (Leidschestraat 374) en Rotterdam (Korte Hoofdsteeg 4). Het assortiment omvat:
- chocolade in poeder, repen en dessertvorm,
- merkchocolade zoals Marquis, Masson en Suchard,
- cadeauverpakkingen in luxueuze doosjes.
Suchard-chocolade wordt geprezen om de hoge kwaliteit en mooie verpakking, ideaal als cadeau.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3677037 / 308
In
1837 werd
Gouverneur-Generaal Merens geïnformeerd door
Algemeen Secretaris Pors over problemen met een zending goederen die was aangevoerd met het schip
Resolutie. Deze goederen waren bestemd voor het
Departement van Marine, maar een deel moest teruggestuurd worden volgens een besluit van
21 januari 1837.
De volgende problemen werden gemeld:
- Er zaten 3 grote splitshovingen (touwen) bij die door de douane in Hellevoetsluis waren aangenomen, maar deze bleken van slechte kwaliteit: in plaats van sterk weefgarens zaten er zwakke garen in. Ook zaten er 5 dalers waard aan paardenhuiden tussen, die ongeschikt waren voor de Marine omdat ze niet waterdicht (gepompt) waren.
- Bij teer (voor schepen) was er te weinig geleverd omdat:
- de vaten slecht waren en al lekten door zwakke hoepels.
- van 72 vaatjes zwartsel (een soort verf of beschermmiddel) was de helft leeg; ook deze hadden slechte hoepels.
- Op 17 november 1836 waren 121 vaatjes zo slecht dat ze alleen met grote reparaties verzonden konden worden. Door deze slechte staat ontbrak uiteindelijk:
- Bij zeildoek klopte de kwaliteit niet:
- Ook voor het maritieme etablissement (marinebasis) op het eiland Onrust (bij Batavia) ontbraken goederen volgens een rapport van 22 oktober 1836.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 2588 / 0261
Op 8 juni 1820 werd een officiële akte opgesteld en ondertekend door verschillende leden van de familie Kerkhoven en twee notarissen: Willem van Homrigh en Johannes Commelin, beide werkzaam in Amsterdam. De akte ging over de afhandeling van wezen, curatele (voogdij) en onbeheerde erfenissen, zowel in Nederland als in Suriname. De ondertekenaars beloofden alles wat in deze akte stond te accepteren en na te leven, volgens de wet.
De akte werd opgesteld op de woonplaatsen van de betrokkenen. Het origineel bleef in bewaring bij notaris Van Homrigh. De ondertekenaars waren:
De akte kostte 2 revocatien (soort belasting) van ƒ2,- en werd geregistreerd in Amsterdam op 8 juni 1820 in deel 3, folium 2-3 en 5-7. Er werd ƒ4,75 betaald, inclusief 13½ cent belasting.
Op 9 juni 1820 bevestigden de notarissen Johannes Welhelmus Cramer, B. Baak en J.H. Silver dat Willem van Homrigh en Johannes Commelin indertijd indruk indrukwekkende, betrouwbare notarissen waren. Alle akten die door hen waren opgesteld, werden als geldig en waarheidsgetrouw beschouwd, zowel in als buiten de rechtbank.
Op 17 augustus 1820 werd een afschrift van de akte getoond aan S.M. Klein en geregistreerd. Een gezworen klerk, Spillenaar, bevestigde dit onder toezicht van notaris Johannes van Trigt uit Soetermeer (bij ’s-Gravenhage, Zuid-Holland).
Bij deze gelegenheid waren ook aanwezig:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 924 / 0089
Deze tekst lijkt een onleesbare, waarschijnlijk verkeerd gescande of gecodeerde bron te zijn. Er valt geen bruikbare historische informatie uit te halen om samen te vatten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.36.22 / 889 / 0154
- Op 1 december 1661, een donderdagavond na 21:00 uur, gaan Mathijs Steen en Aeltien Olpherts (een echtpaar) naar notaris Henr Schaeff in Amsterdam.
- Zij wonen in Camer op de Heerenmarkt, bij de Haarlemmerstraat, dicht bij het notariskantoor.
- Beide zijn gezond en helder van geest. Omdat het leven onzeker is, maken ze een testament voor hun bezittingen.
- Belangrijkste punten:
- Mathijs Steen is zeeman op het schip Amsteltant, op weg naar Oost-Indië (onderdeel van de VOC).
- Het testament geldt voor alle bezittingen die ze nu hebben of later krijgen (erfenissen, schulden, inkomsten, etc.).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 565730 / 43
- Op 22 augustus 1657, om 10 uur 's ochtends, verscheen Maritge Jans, weduwe van Jan Mathijsz Steen, voor een notaris in Amsterdam. Ze was ziek en lag op bed, maar was helder van geest.
- Ze maakte een nieuwe laatste wil en schrapte alle eerdere testamenten. Ze verdeelde haar bezittingen als volgt:
- Aan haar dochter Maritge Jans:
- De helft van een kledingkast met alles wat erin zit.
- Het beste bed met toebehoren, twee groene gordijnen en twee groene valletjes (gordijnaccessoires).
- Een zilveren onderhemd, een naaikussen, een zilveren tafelkleed met twee zilveren haakjes.
- Een helft van al haar kleding (linnen, wol) en gouden spelden.
- Een bedrag van 500 Carolusgulden (te ontvangen in termijnen van 12 gulden).
- Vier hoofdkussens, twee voetkussens, een klein kussentje, twee paar lakens.
- Aan haar dochter Trijntge Jans:
- De andere helft van de kleding en spelden.
- Aan haar zoon Abraham Jansz Steen:
- Aan haar zoon Jan Jansz Steenhoren:
- Aan haar zoon Mathijs Jansz Steen:
- Al haar andere kinderen (Jochum, Pieter, en Maritge Amst.) erven de rest van haar bezittingen.
- De akte werd opgesteld in het huis van de notaris, met Jan Willemsz en Pieter Lambertsz als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936882 / 377
Op
4 februari 1717:
- Het kleermakersgild had klachten over het maken van militaire kleding en uitrusting voor de provinciale troepen in deze stad en andere steden van de provincie. Deze klachten waren al vaker ingebracht het jaar ervoor. De zaak werd overgedragen aan de heren gecommitteerden (vertegenwoordigers) van het gild om te onderzoeken en er verslag over uit te brengen.
- De burgemeesters brachten een vreemde zaak naar voren: in Thiel was een juridische procedure gestart tegen Lambert Stapelkamp, die in deze stad was aangesteld als koopmansbode tussen de twee steden. De enige reden voor deze procedure was dat Stapelkamp dit ambt had aangevraagd en gekregen. De vroedschap (stadsbestuur) besloot een brief te schrijven aan het bestuur van Thiel met het verzoek om de procedure tegen Stapelkamp te stoppen. Als dat niet zou gebeuren, zou deze stad genoodzaakt zijn tot "retorsies" (tegenmaatregelen), wat onprettig zou zijn voor andere inwoners van Thiel.
Op
4 februari 1732:
- De heren gecommitteerden voor stadsfinanciën rapporteerden dat ze de postrekening van de heer Meijer over december 1731 hadden gecontroleerd en afgesloten. De inkomsten bedroegen 1489 gulden en 12 stuivers, de uitgaven 509 gulden en 11 stuivers. Het overschot voor de stadskas was 980 gulden en 1 stuiver. De vroedschap ging akkoord met deze afhandeling en bedankte de heren.
- Er werd een rapport gehoord over het verzoek van Abraham van der Schilden (zoon van Jan) om uitbreiding van zijn huis buiten de Tolsteeg, op grond van de stad. De vroedschap gaf toestemming om twee nieuwe kamers aan te bouwen, mits dit niet in strijd was met de voorwaarden van de erfpachtovereenkomst en alleen bedoeld was als woonruimte voor zijn gezin en bedienden.
- Het rapport van de heren gecommitteerden voor de plantage (stadsplantsoen/landgoed) werd behandeld. De vroedschap droeg de heer Cameraer (penningmeester) op hier verder naar te kijken.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 4088715 / 64
David Stapelkamp liep een steekwond op, ongeveer een handbreedte onder zijn lies. De wond bloedde hevig. Hij kwam alleen en zwaar bloedend bij de woning van de persoon die deze verklaring aflegt (de
deponent).
Stapelkamp vertelde tegen de
deponent en anderen die daar aanwezig waren dat
Toon Dingenman hem met een getrokken mes had gestoken. Daarna vluchtte
Dingenman direct na de steekpartij.
De volgende ochtend heel vroeg was
Stapelkamp opnieuw bij het huis van de
deponent.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 11104569 / 103
In
1668 had
Jan Pou uit
Thiel ruzie met zijn buurman
Stapelkamp.
Jan Pou noemde
Stapelkamp voor de grap een "zen aluwe" (een soort scheldwoord). De ruzie liep zo hoog op dat
Stapelkamp Jan Pou uit zijn huis zette.
Later probeerde
Jan van Helmond (een soort bemiddelaar) de ruzie te sussen. Hij zei tegen
Stapelkamp dat het maar een grapje ("korstwijl") was en dat mensen elkaar wel vaker zo noemen. Maar
Stapelkamp reageerde boos en vroeg of
Jan van Helmond het voor
Jan Pou op wilde nemen. Daarna zette hij
Jan van Helmond ook uit zijn huis.
Toen ze allebei buiten stonden, zei
Jan Pou opnieuw dat het maar een grapje was. Daarop trok
Stapelkamp een mes en stak
Jan Pou twee keer: één keer in zijn been en één keer in zijn rechterarm.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 11104667 / 131
De tekst bevat een lange lijst met namen, vaak met verwijzingen naar kaarten, huwelijken ("haart" = trouwt) of geboortegegevens. Hier is een overzichtelijke samenvatting van de belangrijkste informatie:
- Schuitemaker Mey S. J. R. trouwt Hlder Ereutelen S. op 521.
- Schukkmann, von wordt genoemd op 221 en 608.
- Schuller (verschillende personen met deze of soortgelijke namen) komt vaak voor, onder andere:
- Schultze N. trouwt met Maart Copz (geboren Aorster Mev.) op H6.
- Schutte, C. op 7 V5 318.
- Schuttenhelm, W. C. wordt genoemd.
- Schuurman (verschillende personen):
- Schuylenburch (of Schuylenburgh):
- Schuyten Mr. H. op 59, 102, 104 en 2 190.
- Schwab wordt genoemd op 472 en 617.
- Schweitzer, A. H. op 1 3339 en 578.
- Scipio (verschillende personen):
- Seegers (geboren Eilbracht Mev. H. G. L.) op 487.
- Schijndel C. C. heeft een kaart.
- Schuurman, H. R. op 179.
- Schwantje, L. trouwt op 20.
- Schwantje Mer. A. 8 (geboren Basten. Ryg3).
- Schwab, E. A. trouwt met dehirantje (geboren de Vries HemE).
Plaatsnamen die genoemd worden:
De tekst bevat veel verwijzingen naar kaarten, huwelijken en geboorten, maar zonder verdere context is het moeilijk om alle details precies te duiden. De data en cijfers lijken verwijzingen naar pagina’s, registratienummers of jaartallen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.36.22 / 953 / 0125
Volgende pagina