Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Op 11 juni 1943 zijn in het vernietigingskamp Sobibor in Polen omgekomen:
- Joseph Frank (*1 augustus 1936 in Amsterdam), zoon van Nathan Frank en Vogeltje Matteman.
- Meijer Frank (*2 juni 1941 in Amsterdam), zoon van Hartog Frank en Flora Wegloop.
- Juda Frank (*1 september 1913 in Amsterdam), gehuwd met Sara Krammer, zoon van Meijer Frank en Judik Wurms.
- Nathan Frank (*5 september 1899 in Amsterdam), gehuwd met Vogeltje Matteman, zoon van Joseph Frank en Klara de Leeuw.
- Keetje Frank (*31 maart 1902 in Amsterdam), gehuwd met Samuel Kapper, dochter van Grius Frank en Kaatje Groenteman.
- Siemon Frank (*22 maart 1875 in Groningen), gehuwd met Leentje Goslinski, zoon van Isaac Elkan Frank en Hanna Cohen.
De overlijdens werden pas op 12 april 1950 officieel geregistreerd door een ambtenaar van de burgerlijke stand in Amsterdam, op basis van een schriftelijke melding van de minister van Justitie.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1928547 / 51
Op 15 maart 1824 werden in Amsterdam vier geboortes officieel geregistreerd. Alle inschrijvingen vonden plaats om 11:00 uur 's ochtends.
- Chrestina Wielemina Petersen werd geboren op 13 maart 1824 om 1:00 uur 's nachts. Zij was de dochter van Johannes Petersen (scheepsdokter) en Wendilia Antonia Gerarda van Warmelo. Het gezin woonde aan de Lemmerdijk 115. De geboorte werd gemeld door de vroedvrouw Anna Maria Gorskie, en de getuigen waren Andries Johannes van Gool (25 jaar, chirurgijn) en Everhardus Meetel (34 jaar, scheepstimmerman).
- Sara Seraphina Donker Curtius werd geboren op 13 maart 1824 om 10:00 uur 's ochtends. Zij was de dochter van Benjamin Donker Curtius (directeur van postkanen) en Christoors Tophora Josina van Harn. Het gezin woonde aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal 204. De vader meldde de geboorte, met als getuigen Hermanus Jacobus Beeker (24 jaar, kantoorbediende) en Johannes Jacobus Michael Varenkamp (44 jaar,zelfde beroep).
- Susanna Catharina Peeckens werd geboren op 13 maart 1824 om 3:00 uur 's nachts. Zij was de dochter van Lambertus Legers Veeckens (geen beroep vermeld) en Catharina Charlotta Holle. Het gezin woonde bij de Heeregracht bij Wolvenstraat 477. De vader meldde de geboorte, met als getuigen Iaac Trakranen (33 jaar, geen beroep vermeld) en Abraham Danckerts (44 jaar, koopman).
- Joannes Minaar (eerst genoemd als Johannem Minaer, later gecorrigeerd) werd geboren op 13 maart 1824 om 3:00 uur 's nachts. Hij was de zoon van Johannes Minaar (baardscherder) en Maria van Marle. Het gezin woonde in de Markensteeg 8. De vader meldde de geboorte, met als getuigen Gerrit Coster (26 jaar,zelfde beroep) en Johannes Bleys (26 jaar,zelfde beroep).
Alle akten werden ondertekend door de betrokkenen en bevestigd door een lid van de stadsraad, die hiertoe was aangesteld volgens een besluit van de koning van 14 februari 1823.
Op 14 september 1800 trouwde het echtpaar C. Sacher de Singe in Amsterdam. Op 13 september 1800 werd de naam Joannes Minaar officieel gecorrigeerd door de rechtbank.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931082 / 25
Pieter Stevens (32) en
Pieter van der Velde (chirurgijn, 36) werkten op het schip
Lands Kroon voor de
Kamer Amsterdam (Admiraliteit van Amsterdam).
Pieter Godschalk was landhandelaar en opperwachtmeester in
Karsenshage (173, loon: 26 gulden).
Willem Albert Pauw uit
Enkhuizen was onder-de-hoofdofficier in
Onstwedde (
1758, loon: 26 gulden).
Pieter van der Sprenkel uit
Delft was mijnwerker in
Rinsterwolde (loon: 24 gulden).
Juriaan Adriaansz de Leeuw, timmerman uit de
Commijne, werkte in
Onstwedde (
1730, loon: 11 gulden).
Hille Siebes uit
Leeuwarden was haakbus-schutter in
Ditmarsen (
1731).
Een onbekende uit
Rotterdam werkte als
petronella (kanonnier) voor 48 gulden.
Pieter Beiker uit
Bergen was opper-soldaat in
Nieuwpoort (
1752, loon: 32 gulden).
Frans Affel uit
Amsterdam was onder-officier in
Venendaal (loon: 26 gulden).
Pieter Perfect uit
Amsterdam was 2e onder-officier bij de
saai-lijders (slepers) (
1733, loon: 8 gulden).
Op het schip
Nieuwland (ook voor de
Kamer Amsterdam):
Michiel de Kijser uit
Veere was stuurman (loon: 48 gulden,
1733).
Pieter Keijman (stuurman, loon: 26 gulden) en
Pieter Laurens (chirurgijn) werkten in
Bathberg als opperwachtmeester (
1735, loon: 2 gulden).
Caspardule (36) en
Cornelis Spanjerberg uit
Delft waren onder-officieren in
Haamstede (loon: 24 gulden).
Een onbekende uit
Groningen was 3e matroos in
Middelharnis (loon: 14 gulden).
Doeds Eberts, timmerman uit
Amsterdam, werkte in
Jumadel (
1731, loon: 32 gulden).
Manus Jans de Vries uit
Kerkwerve (loon: 29 gulden),
Claas Eertsschoon uit
Hoorn (loon: 32 gulden), en
Pieter Vroote uit
Amsterdam (onder-officier in
Lijduin, loon: 26 gulden) waren timmerlieden.
Billeg was opper-soldaat in
Halling (loon: 2 gulden,
1754).
Cornelis Broers uit
Amsterdam was onder-officier in
Westhorn (
1732, loon: 1 gulden, later 26 gulden in
1735 en 1754).
Hendrik Schoon was stuurman op een onbekend schip (loon: 32 gulden,
1744).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 7555 / 0048
- Op 13 juli 1674 schrijven de leidinggevenden van het schip Helena een brief vanaf Kaap de Goede Hoop aan Rijckloff van Goens, de gouverneur van Ceylon (nu Sri Lanka). Ze vragen om het nieuws over de vrede tussen Engeland en de Nederlandse Republiek zo snel mogelijk door te geven aan belangrijke plaatsen zoals Ceylon, Canara (kustgebied in Zuid-India), Surat (India), Tuticorin (India) en Colombo (Sri Lanka). Dit is belangrijk voor de belangen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC).
- De brief is ondertekend door Isbrand Goske, Albert van Breugel, Dirck Jansz Smaent en Hendrik Crudop (als secretaris).
- Op 15 juli 1674 schrijft Hendrik Crudop namens de gouverneur en raad van Batavia (nu Jakarta) aan Joan Maatsuijker, gouverneur van Ceylon. Ze bevestigen dat het schip Couwerre, vertrokken uit Zeeland op 16 maart 1674, brieven heeft gebracht met het nieuws over de vrede tussen Engeland en de Republiek. Dit nieuws moet zo snel mogelijk verspreid worden.
- Twee schepen, de Brantgans (een hoeker) en de Quartel, zijn met spoed onderweg om het nieuws te verspreiden:
- De Quartel vaart rechtstreeks van Kaap Comorin (zuidelijkste punt van India) naar Colombo.
- De schepen hebben vertraging opgelopen door slecht weer, maar hopen snel op weg te zijn.
- Er wordt ook een zaak gemeld over Frans Hendricxse, een metselaar van het schip Pijnacker. Hij zou 250 gulden te veel hebben ontvangen (in plaats van 100 gulden) op zijn rekening, mogelijk door een fout in de administratie. Zijn moeder, Aeltje France van Rietbeec, woont in Amsterdam, maar in de papieren staat ten onrechte Neeltje Hendricx uit Haarlem genoemd. De scheepsboeken van de Pijnacker moeten dit nog bevestigen.
- De brieven bevestigen dat het nieuws over de vrede nog niet officieel bekend is gemaakt. De VOC hoopt dat de vrede standhoudt.
- De brief van november 1673 (uit het vorige jaar) en bijlagen voor zowel de Kaap (Zuid-Afrika) als het vaderland (Nederland) zijn ontvangen en komen overeen met de registers. Hieruit blijkt dat de vrede nog niet algemeen bekend was op 1 januari 1674.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4011 / 0058
Op 20 april 1659 schreef Adriaen van der Meijde een brief vanaf het jacht De Schelvis, dat voor anker lag bij Calicoelangh (nu: Kalkulang, nabij Tuticorin). Hij besprak militaire plannen tegen de Dessavas (lokale heersers) in Zuid-India, met name in gebieden als:
- Jaffanapatnam (nu: Jaffna)
- Mannaer (nu: Mannar)
- Calpatijn (nu: Kalpatta)
- Chilap (mogelijk Chidambaram)
- Galos Balija (mogelijk Golconda of een nabijgelegen gebied)
De bedoeling was om met extra troepen uit de verwachte vloot van Goa Baer (een Portugese of lokale commandant) de Dessavas aan te vallen of elders voordelen te behalen. Dit hing af van:
- het weer (regen kon de plannen verstoren)
- of de Dessavas de Nederlandse inwoners met rust zouden laten
- of er elders betere kansen waren, zoals in Sammanture (nu: Kandy), Baticalo (nu: Batticaloa), of Cotjaer (nu: Kottiyar), waar de koning van Kandy weinig argwaan zou hebben.
Er werden schepen en troepen ingezet:
- De Goutsblom met 107 soldaten en 92 sascarijns (inheemse huursoldaten) naar een onbekende bestemming.
- De Schelvis met 66 soldaten naar Colombo.
- Het jacht Coilan en het fregat Tutucorijn naar Kayalpattinam (nu: Kayalpattnam), waar Tutucorijn ook rijst moest laden.
De plannen werden aangepast toen De Rode Leeuw arriveerde met een brief van koopman Isbrant Godtske. Deze meldde dat het plan voor Coilan vanuit Colombo was gewijzigd. De nieuwe afspraken stonden in een bijgevoegde kopie (niet inbegrepen in deze tekst). Jan Compas, de schipper die bij de gebeurtenissen in Coilan aanwezig was, kon hier mondeling meer over vertellen.
De brief werd later, op 11 mei 1669 in Colombo, bevestigd door Jacob Borchoost als een exacte kopie van het origineel. De tekst eindigt met een verwijzing naar een eerdere brief ("aris 384"), maar details hierover ontbreken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1231 / 0782
In 1080 arriveerde Jan van Almonde in de regio. Adriaen de Leeuw en Ottho van Schrick, de secretaris, werden als de meest geschikte personen gezien om hout te halen. Er was dringend behoefte aan een groter schip, de mees, dat door Hartsinck was gestuurd. Met dit schip kwam ook Joan van Almonde, de opperkoopman, aan, samen met alle documenten en brieven die bij de zaak hoorden.
Joan van Almonde had de Herren XVII (leiding van de VOC) gevraagd om een oordeel te vellen in een conflict tussen hem en de Goske (lokale bestuurder) en de raad van Malabar. De bestuurders in de regio vonden dit echter te ingewikkeld. Ze hadden al twijfels over de betrouwbaarheid van de Goske, die dacht dat ze partij kozen voor Van Almonde. Ze weigerden een beslissing te nemen, omdat dit het hele bestuur zou ontregelen. Ze verwachtten dat de Herren XVII dit zou begrijpen en de zaak niet verder zou laten lopen.
De rekening van Van Almonde werd doorgestuurd zoals die was binnengekomen. Het schip de Inlandse Vrede was tijdelijk in gebruik genomen om hout te vervoeren van Mature naar Galle, omdat het hout te zwaar en groot was voor het schip van Waluwe. Er was dringend behoefte aan een groter schip, omdat de Vrede niet lang meer kon worden gebruikt en dringend gerepareerd moest worden. De pakhuizen waren bovendien ernstig beschadigd door ratten, waardoor er risico bestond op verlies van kostbare goederen zoals neli (een soort rijst) en specerijen.
Adriaen de Leeuw was naar de Herren XVII gestuurd omdat hij weigerde voor de VOC te werken. Zijn salaris was al stopgezet. Ottho van Schrick was aangesteld als secretaris, terwijl Simon Walpoth (secretaris van de Raad van Justitie) tijdelijk werd ingezet als beheerder van de soldij (salaris) op Galle, op verzoek van commandeur Roothaes.
De bestuurders ontkenden dat het fort Tricoen door verraad of verandering van de Konchiise prinsen (lokale vorsten) was overgegeven aan de Canarezen (een lokale bevolkingsgroep). Ze zagen dit als een leugen om wantrouwen te zaaien. Ze hoopten op een vrede met Engeland, omdat een zwakke koning van Konchin (een lokale vorst) beter was dan een strijdlustige. Ze benadrukten dat ze zich niet volledig uit de lokale politiek konden terugtrekken.
De orders over de pasjes voor de Canarezen kwamen overeen met eerdere instructies. Over de peperhandel was er geen meningsverschil met de Herren XVII. De bestuurders vonden het jammer dat hun inspanningen vaak werden bekritiseerd door mensen die minder ervaring hadden.
De reis van Christoffel Jansen van Bimelpatnam naar Perzië was goedgekeurd, maar omdat hij onder het gezag van de gouverneur van de Kust Coromandel viel, konden ze geen advies geven over de beschuldigingen tegen de leiders van de Pauw (een VOC-schip).
Adriaen van der Goes had de aanstelling van Nicolas Verburgh verwacht en wenste hem succes in zijn moeilijke taak. Van Goens (een andere bestuurder) begreep dat zijn verzoek was afgewezen en zou wachten op verdere instructies uit Nederland, zolang er oorlog met Engeland was.
De fiscale ambtenaar François Montanier bevestigde dat hij van Adriaen van der Goes 174 rijksdaalders had ontvangen als schuldeiser (niet als gevolmachtigde). Het resterende bedrag van 35,1 rijksdaalders was in de kas van de VOC gestort. Dit zou worden gebruikt om de schuld van Van der Goes aan de VOC af te lossen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1268 / 0813
- Op 21 mei 1673 en juli 1673 gebeurden in Fort de Goede Hoop (bij Kaapstad) de volgende zaken:
- Een soldaat, Cornelis Jansen Potman uit Edam, werd ter dood gebracht omdat hij een man had gedood. Hij toonde veel berouw en kreeg voor zijn executie een laatste maaltijd en een preek om hem te troosten.
- Een leeuw had in de nacht van 15 mei 1673 bij Schaapenhoek (een gebied nabij het fort) 16 schapen gedood en opgegeten. Een burger schoot de leeuw dood en kreeg daarvoor een beloning van 25 gulden.
- Een koe die bij het fort graasde, werd ook door een leeuw aangevallen en gedood. De eigenaar van het land zou hiervoor later een vergoeding krijgen.
- De Raad van Justitie (een soort rechtbank) behandelde een zaak tegen Andries Meyer, een assistent. Hij werd beschuldigd van:
- Vieze en schandalige daden sinds de dood van zijn baas.
- Fraude met de erfenis van een predikant, Demetrius, waaronder het stiekem verkopen van spullen van het schip Asia.
- Het schip Europa vertrok op 18 juli 1673 met gunstige wind. Men hoopte op een veilige reis.
- Er kwamen oesters uit Hottentots Holland (een gebied nabij Kaapstad) om ze bij de klippen te planten, maar er waren te weinig om het de moeite waard te maken.
- Er was bezorgdheid over een tijger die in Schaapenhoek opnieuw 5 schapen had gedood. Ook waren er geruchten dat de Khoikhoi (in de tekst "Hottentotten" genoemd) met geweld een groep mensen en hun slaven hadden aangevallen in de Saldanhabaai.
- Een groep van 18 paarden en soldaten was onderweg om de Gonnemase (een Khoikhoi-groep) te achtervolgen, maar hun voorraad eten begon op te raken.
- De Raad van Justitie besloot Hottentots Holland te versterken met 10 extra soldaten en een landmeter, Wittebol, om een verdedigingsmuur te bouwen. Ook zou al het vee van de VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie) daarheen worden gebracht om het te beschermen.
- Het weer was slecht met zware regen en donkere wolken, wat het bouwen van een nieuw fort en het metselwerk bemoeilijkte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4010 / 0232
Op 24 januari 1680 schreef Simon van der Stel vanuit Kasteel de Goede Hoop in Hottentots Holland (Kaapstad) een brief aan korporaal Hans Michel Caembach. Hierin meldde hij dat bijna alles was afgehandeld, behalve één boek schrijfpapier dat nog ontbrak. Dit boek werd nu meegestuurd. Ook werden assistent Salomon de Leeuw en sergeant Steven Wagenaer naar het eiland gestuurd om de spullen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) daar te inventariseren. Van der Stel benadrukte dat Caembach goed moest letten op de schepen die werden verwacht en dat hij de gebruikelijke groet met de vlag naar Bokkebaai (vermoedelijk Tafelbaai) moest uitvoeren. Ook moest hij zeldzame voorwerpen die hij vond, opsturen. Verder beloofde Van der Stel dat er later meer nieuws zou volgen.
Op 29 januari 1680 schreef Van der Stel opnieuw, nu aan korporaal Jacob Herckenraedt. Hij bevestigde de ontvangst van 13 gestroopte schapenvachten en een brief van 27 januari. Omdat de steenbok (een schip of dier) was omgekomen, moest Herckenraedt doorgaan met het stroppen van schapen, maar niet meer dan nodig. Hij moest goed opletten dat er niets van de VOC werd gestolen. Van der Stel was blij dat Herckenraedt onnodig personeel had teruggestuurd, want die konden in Kaapstad goed worden ingezet. Hij stuurde ook de gevraagde twee boeken papier mee en hoopte snel weer nieuwe vachten of huiden te ontvangen.
Op dezelfde dag (29 januari 1680) schreef Van der Stel een brief vanuit Batavia (Jakarta) aan Rijkloff van Goens, de gouverneur-generaal, en de Heren Raad (de bestuurders) van de VOC. Deze brief ging over het schip De Hoeck, dat bijna was vertrokken en onderweg was geweest via Mauritius. Het schip moest in Batavia worden gerepareerd. Van der Stel hoopte dat er snel een nieuw schip uit Nederland zou komen om De Hoeck te vervangen. Hij meldde ook dat het hoofd en de raad van Mauritius Hecker (vermoedelijk een schip of persoon) zo snel mogelijk terug wilden sturen na het lossen van de lading.
Verder beschreef Van der Stel de situatie op Mauritius: er lag al lang een grote voorraad ebbenhout (een soort hout) klaar, dat nog steeds bruikbaar was. Hij stelde voor dit hout te gebruiken als ballast voor schepen die terugvoeren of voor andere doeleinden, zodat het niet zou vergaan. Hij vermeldde dat hij een kort budget had opgesteld voor Mauritius, maar dat dit toch nog een bedrag van ƒ4740,17 opbracht. Tot slot vroeg hij of de Heren Raad beslissingen hadden genomen over de eerdere verzoeken om Oom Vlemin en een monster van Mauritius-arrack (een alcoholische drank) naar Nederland te sturen. Hij sloot af met de mededeling dat beide nog niet in Batavia waren aangekomen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4015 / 0222
Op 18 mei 1914 werden in Amsterdam verschillende geboortes officieel geregistreerd door een ambtenaar van de burgerlijke stand. De volgende kinderen werden aangemeld:
- Salomon de Leeuw, een 22-jarige straatverkoper, meldde de geboorte van zijn dochter Hilhelmina. Zij werd geboren op 15 mei 1914 om 14:00 uur in de Salmstraat 53. De moeder was Wilhelmina Hendrika Johanna de Dood.
- Morris Alexander Hauer, een 33-jarige koopman, meldde de geboorte van zijn zoon Walter Herbert. Hij werd geboren op 16 mei 1914 om 09:00 uur in de Van Briënstraat 176. De moeder was Hedwig Alsberg.
- Halman Alvis, een 35-jarige renteleven (iemand die van inkomsten uit vermogen leeft), meldde de geboorte van zijn zoon Jacob. Hij werd geboren op 17 mei 1914 om 23:00 uur in de Joden Houttuinen 43. De moeder was Grietje Speijer.
- Raphael Calo, een 33-jarige straatverkoper, meldde de geboorte van zijn dochter Rachel. Zij werd geboren op 16 mei 1914 om 19:00 uur in de Nieuwe Kerkstraat 80. De moeder was Mietje Pach.
- Hessel de Vries, een 36-jarige onderwijzer, meldde de geboorte van zijn zoon Hessel. Hij werd geboren op 17 mei 1914 om 16:00 uur in de Domselaerstraat 47. De moeder was Bernardina Jacoba Josas.
- Aafje Wijbrandus, een 48-jarige vroedvrouw, meldde de geboorte van een jongen: Willem Frederik. Hij werd geboren op 15 mei 1914 om 10:00 uur in de Holstraat 116. De moeder was Saartje Maria Hamaker, de echtgenote van Willem Frederik Mijleman, die op dat moment afwezig was.
Bij elke aangifte waren twee ambtenaren als getuigen aanwezig: Jan van Soest (30 jaar) en een tweede ambtenaar (variërend in naam en leeftijd, maar altijd 25 jaar). De akten werden voorgelezen en ondertekend volgens de regels.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2433635 / 86
Op 23 januari 1737 werden in Amsterdam vier overlijdens geregistreerd:
- Jan Friedrik Frund overleed op 22 januari 1737 om 12:00 uur, 82 jaar oud. Hij woonde en stierf in het Luthers Diaconiehuis in Amsterdam. Frund was geboren in Nieuwfeldt en was weduwnaar. Hij liet onroerend goed na, maar geen kinderen. Getuigen waren Kaaar Gromp (74 jaar) en Aendries Christivan Warwer (64 jaar), beiden zonder beroep. De akte werd ondertekend door de getuigen en bevestigd door wethouder Klaas Gromp Deutz.
- Marianne Salomon de Leeuw overleed op 21 januari 1737 om 18:00 uur, 56,5 jaar oud. Ze woonde en stierf in de Jodenbreestraat 91 in Amsterdam en was geboren in Almelo. Haar ouders waren Salomon Hace de Leeuw en Marianne Salomins. Ze liet onroerend goed na, maar geen kinderen. Getuigen waren Jida Hartog Dikker (50 jaar) uit de Rapenburgerstraat en Jacob Emaniel Gobets (60 jaar) uit de Martenstraat, beiden zonder bekend beroep. De akte werd bevestigd door wethouder Jnda Hartog Dikker.
- Arinbmanuel Gringewaar overleed op 22 januari 1737 om 14:00 uur, 56 jaar oud. Hij woonde en stierf in de Janthinie Breestraat 60 in Amsterdam en was geboren in Amsterdam. Hij was getrouwd met Sara Levee Snyboon en liet onroerend goed na, maar geen kinderen. Getuigen waren Zevie Jamson Coken van Mopper (26 jaar), diamantnyder uit dezelfde straat, en Morai Abraham Brander (19 jaar) uit Marken, zonder beroep. De akte werd bevestigd door wethouder Le S bofen van Mopper.
- Jannetje Hendriks overleed op 22 januari 1737 om 12:00 uur, 88 jaar oud. Ze woonde en stierf in de Binnen Brouwersgracht 39 in Amsterdam en was geboren in Tiel. Ze was weduwe van Johan Wilhelm Boll en liet onroerend goed na, maar geen kinderen. Getuigen waren Casper Hendrik Joggemeier (39 jaar), poelier uit de Vinkenstraat, en Harmancer Ronge (19 jaar) uit de Singe, zonder beroep. De akte werd bevestigd door wethouder C. H. Paggemeier Deutz.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2335881 / 61
In
september 1676 werd in Fort
De Goede Hoop (Kaapstad) een financieel overzicht gemaakt:
- Er werd ƒ3000 ontvangen van Johan Ravens, op bevel van gouverneur Joan Bax, voor transportkosten van zijn bedrijf.
- Er stond nog ƒ2034,10 open van Johan Ravens, wat bij de kas werd opgeteld. Het totaal in kas: ƒ5034,10.
- Er werden goederen verkocht uit het pakhuis van de VOC, met deze opbrengst:
- 21.720 pond rijst (twee soorten) voor ƒ1163,80.
- 708 pond brood (twee soorten) voor ƒ89,15.
- 73,5 maat olijven voor ƒ91,17.
- 145 pond boter (uit Vaderland en Bengalen) voor ƒ30,60.
- 168 pond kaas voor ƒ84.
- 158 maat stroop en vlees voor ƒ63.
- 3 pond peper voor ƒ1,20.
- 1 maat traan (visolie) voor ƒ1,16.
- 10 pond was voor ƒ14.
- 320 pond witte suiker voor ƒ84,12.
- 24,75 pond pruimen voor ƒ3,08.
- 20 pond gezouten vis voor ƒ1.
- 331 maat rode brandewijn (waaronder 5 salfamans) voor ƒ736,02.
- 1 maat anijsarack voor ƒ1,10.
- 112 pond St. Cruz-zeep voor ƒ10.
- 1 maat lijnzaadolie, 2 ijzeren potten, 3,25 pond specerijen, 4 bossen rotting, 14 planken gezaagd hout, 18 maat zijden stof (armozijn), en 35 pond andere goederen voor ƒ35,10.
- Totaal opbrengst verkoop: ƒ2664,16.
Uitgaven:
- ƒ600 betaald aan winkelier Martin van Banchem.
- Kosten voor "vrije kost" (voedselvergoeding) aan het garnizoen voor die maand:
- Gouverneur Joan Bax: ƒ20.
- Hendrick Crudop (koopman), Petrus Hulsenaer (predikant), en Dirck Jansz (kapitein): samen ƒ39.
- Overige officieren en specialisten (zoals Jeronimus Crafe, Martijn van Banchem, Gerbrant Mulder, Michiel Wolff): 27 personen à 6 realen (≈ ƒ6,75 per persoon), totaal ƒ108,27.
- Manschappen (zoals Andries de Man, Jacob Hinlopen, Jan Westphalen): 27 personen à 4 realen (≈ ƒ4,50 per persoon), totaal ƒ66.
- Transportkosten: ƒ243.
- Totaal uitgegeven: ƒ1800.
- Saldo: ƒ7699,70 (inclusief eerdere bedragen) minus ƒ1800 uitgegeven = ƒ5899,70 over.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4012 / 0602
Op 20 februari 1919 trouwden twee stellen in Amsterdam:
Izaak van Aals, een 32-jarige winkelier uit Utrecht, weduwnaar van Elisabeth Harschel, en Naatje de Leeuw, een 33-jarige vrouw zonder beroep uit Harlingen. Beide ouders van het stel waren overleden. Het huwelijk werd aangekondigd in Amsterdam en Utrecht op 1 februari 1919. Getuigen waren Jacob van Aals (46 jaar, broer van de bruidegom, winkelchef uit Hoorn) en Salomon de Leeuw (51 jaar, broer van de bruid, veehandelaar uit Amsterdam).
Ook trouwden Jan Albertus Wouter Vermeys, een 27-jarige kantoorbediende uit Amsterdam, en Johanna Catherina Boom, een 27-jarige lerares uit Amsterdam. De ouders van de bruidegom, Albertus Elisa Vermeij (64 jaar, arts) en Anna Oostenbroeks (65 jaar), en de moeder van de bruid, Wendelina Elisabeth Snellebrand (58 jaar), gaven toestemming. Het huwelijk werd aangekondigd in Amsterdam en Blaricum op 1 februari 1919. Getuigen waren Willem Gerard Bonebakker (57 jaar, fabrikant uit Naarden) en Karel Cornelis Schöne (34 jaar, handelsessayeur uit Blaricum).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2362381 / 18
-
Op 2 maart 1910 trouwden in Amsterdam twee stellen:
-
Mindes de Leeuw (28 jaar), slager uit Harlingen, en Maria Anna Elisabeth Westra (27 jaar) uit Watergraafsmeer. Mindes was de zoon van overleden ouders Asper de Leeuw en Roosje Cohen. Maria was de dochter van Benjamin Hendericus Westra (beeldhouwer) en Petronella Cornelia Wijs uit Leeuwarden. Haar vader stemde in met het huwelijk, haar moeder had dit eerder schriftelijk gedaan.
- Het huwelijk werd op 20 februari en 27 februari 1910 aangekondigd zonder bezwaar.
- Getuigen: Salomon de Leeuw (42, broer, slager), Mendes de Lange (32, zwager, bakker), Benjamin de Leeuw (29, broer, kantoorbediende) en Dirk Schermer (57, werkman), allen uit Amsterdam.
-
Joseph Moscou (26 jaar), koopman uit Amsterdam, en Rebecca Salomons (26 jaar) uit Amsterdam. Joseph was de zoon van Hyman Moscou (roosjesversteller) en Keetje Soester. Rebecca was de dochter van overleden ouders Mozes Samuel Salomons en Betje Meyer. Haar ouders stemden in met het huwelijk.
- Het huwelijk werd op 20 februari en 27 februari 1910 aangekondigd zonder bezwaar.
- Getuigen: Samuel Salomons (34, broer, briljantslijper) uit Hilversum, Meyer Peper (27, zwager, briljantslijper), Jacob Loester (43, oom, kantoorbediende) en Samuel Sarlie (31, zwager, briljantslijper), allen uit Amsterdam.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2335550 / 18
In een oude verkooplijst staan de volgende kopers en hun aankopen vermeld:
De totale waarde van alle verkochte spullen was 654 gulden, 4 cent.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 0122 / 3765 / 0101
Deze tekst is een financieel overzicht van Fort de Goede Hoop (tegenwoordig Kaapstad, Zuid-Afrika) tussen 8 juni 1676 en 24 juni 1676. Het gaat over inkomsten en uitgaven van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) op dat fort.
Uitgaven (wat er betaald is):
- Aan Valckenrijck voor wijn en bier: een halve legger (vat) Rijnse wijn (ƒ393,15) en Franse wijn (ƒ303,15), plus 2 vaten Hoorns bier (ƒ144). Totaal: ƒ841,10.
- Aan de garnizoensboekhouder Theodoor Welcker voor 17¾ rijder (oude munteenheid) gevonden in de kist van de overleden matroos Pieter Bastiaensz: ƒ53,12.
- Aan de VOC voor 14 mudde (oude inhoudsmaat) Zuratse tarwe (een soort graan): ƒ133.
- Aan de burger Joannis Pretorius voor 1948 pond suiker, geleverd in februari: ƒ389,12.
- Aan de weeskamer (wezenfonds) voor de erfenis van Albert van Breugel, betaald aan schoenmaker Barent Backer voor 58 rijders aan schoenen: ƒ174.
- Aan Pieter van de Westhuizen voor 5 vadem (lengtemaat) hout en hoeden/kappen: ƒ25.
- Aan 1256 arbeiders die tussen 15 juni en 27 juni 1676 aan de verdedigingswerken (fortificatie) werkten: ƒ157 in zwaar geld (een soort munteenheid).
- Vrije kostgelden (vergoeding voor maaltijden) voor juni, betaald aan:
Gouverneur Joan Bax van Herenthals (30 realen, een Spaanse munteenheid), koopman Hendrick Crudop (13 realen), kapitein Dirck Jans Smient (13 realen), predikant Petrus Hulsenaer (13 realen), luitenant Jeronimus Cruse (16 realen), vaandrig Jacob Croon (6 realen), onderkoopman Van Bancken (6 realen), dokter Joannes Ravensberg (6 realen), ziekenbezoeker G. Victor (6 realen), chirurgijn M. Wolf (6 realen), Arent Steenrots (6 realen), apotheker Christiaen Gril (6 realen), garnizoensboekhouder Welcker (6 realen), 9 soldaten (6 realen per persoon), Gerrebrant Muller (4 realen), Jan Hendrick Blom (4 realen), Lambertus de Flinis (4 realen), Salomon de Leeuw (4 realen), Andries de Man (4 realen), Guljam van der Stappen (4 realen), Joannes Meijndersz (4 realen), Oeloff Bergh (4 realen), en Jan Westsalen (4 realen). Totaal: ƒ39,10.
Inkomsten (wat er ontvangen is):
- Van transporten (vervoer) en personen: ƒ159.
- Totaal ontvangen: ƒ3138,6.
Eindsaldo: ƒ2956,6.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4012 / 0590
Op 1 augustus 1916 trouwden in Amsterdam:
De vader van Cornelis en de moeder van Anna Maria gaven toestemming voor het huwelijk. Het huwelijk werd op 19 juli 1916 aangekondigd zonder bezwaar. Tijdens de ceremonie beloofden Cornelis en Anna Maria elkaar te trouwen en de wettelijke plichten van het huwelijk na te komen. De ambtenaar verklaarde hen vervolgens wettig getrouwd.
Getuigen waren:
Beide getuigen woonden in Amsterdam.
Op 31 augustus 1916 trouwden ook in Amsterdam:
Het huwelijk werd op 9 augustus 1916 aangekondigd zonder bezwaar. Tijdens de ceremonie beloofden Mannus en Elisabeth elkaar te trouwen en de wettelijke plichten van het huwelijk na te komen. De ambtenaar verklaarde hen vervolgens wettig getrouwd.
Getuigen waren:
Beide getuigen woonden in Amsterdam.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344500 / 29
-
Op 9 november 1912 trouwden in Amsterdam:
De ouders van de bruidegom gaven toestemming. Het huwelijk werd 10 en 17 november aangekondigd in Amsterdam en Naarden zonder bezwaar.
Johannes Hendrikus Smithuis (timmerman, 53), Johannes van Ballegooij (oom, 78), Jacobus Venverloo (arbeider, 26) en Henderik Antoonie Siemerink (arbeider, 70) waren getuigen.
-
Op 22 november 1912 trouwden in Amsterdam:
De vader van de bruidegom en de ouders van de bruid gaven toestemming. Het huwelijk werd 10 en 17 november aangekondigd in Amsterdam zonder bezwaar.
Dezelfde getuigen als bij het eerste huwelijk waren aanwezig, waaronder opnieuw Johannes Hendrikus Smithuis.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2335690 / 16
Op
16 juni 1805, een zondagmiddag rond
12:00 uur, ging
Hendrina Cohen, weduwe van
Hartog de Leeuw, naar
Pieter van Lee, een openbaar notaris in
Haarlem. Zij was gezond en helder van geest en wilde haar nalatenschap regelen.
Hendrina Cohen verklaarde:
- Alle eerdere testamenten en afspraken over haar erfenis trok zij in. Deze hadden vanaf nu geen waarde meer.
- Als erfgenaam wees zij haar dochter Rachel de Leeuw, getrouwd met Meijer Benjamin, aan. Rachel kreeg echter alleen het wettelijk minimum (de "legitieme portie") waar ze recht op had. Alles wat Rachel al had ontvangen, werd hiervan afgehaald.
- Het restant van Rachels erfdeel ging naar haar eigen (wettige) kinderen, als Rachel voor Hendrina zou overlijden. Als die kinderen ook al overleden waren, ging het naar hun kinderen (kleinkinderen van Rachel). Als er geen nakomelingen waren, werd het gelijk verdeeld onder Hendrina’s andere kinderen.
- Haar andere kinderen, Anna de Leeuw (getrouwd met Eliasar Sijmons, wonend in Uitgeest), Duifje de Leeuw, Salomon de Leeuw, Isaac de Leeuw en Roosje de Leeuw, deelden de rest gelijk (hoofd voor hoofd).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974982 / 210
Op
21 september 1677 werd in
Bantam een brief ontvangen, verstuurd vanaf een schip bij
Anjer (in de Straat Soenda). De brief was bedoeld voor gouverneur-generaal
Joan Maatsuijcker en de
Raden van Indië en kwam aan op
25 september 1677.
De schrijvers,
Abraham Fransen en
Salomon De Leeuw, meldden het volgende:
- Het schip De Alexander was op 21 september aangekomen bij Anjer, na vertrek uit de Kaap de Goede Hoop.
- Het schip was op 11 maart 1677 vertrokken uit de Republiek, samen met de schepen:
- Ceylon,
- Amerika,
- De Beemster Sparrewoude,
- De Lantman,
- De Helm (een kleiner schip, De Posthoorn, was ook mee, maar haalde de Kaap niet).
- Tijdens de reis waren 29 opvarenden overleden. Er lagen nog 16 tot 18 zieken aan boord.
- Op last van de gouverneur waren bij de Kaap 22 mannen van boord gegaan.
- Op 16 juli kwam het schip Africa aan bij de Kaap, gevolgd door het schip Mauritius Eiland op 17 juli.
- De Alexander en Amerika vertrokken samen op 26 juli vanaf de Kaap richting Bantam.
De brief was ondertekend door
Abraham Fransen en
Salomon De Leeuw, vanaf
De Alexander voor de kust van
Anjer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1329 / 1868
-
Op 21 november 1929 meldden Herman Mulder (37 jaar, "aanspreker") en August Reiss (54 jaar, "aanspreker"), beide uit Amsterdam, dat op 20 november 1929 om 13:00 uur in Amsterdam het kind Wilhelmina Margaretha Blokker was overleden. Zij was 6 maanden oud, geboren in Amsterdam, en de dochter van Jacob Blokker (arbeider) en Wilhelmina Margaretha Unland (zonder werk), die ook in Amsterdam woonden.
-
Op 21 november 1929 meldden Hozes van der Kar (70 jaar, zonder werk) en Petrus Schoonenberg (76 jaar, "aanspreker"), beide uit Amsterdam, dat op 20 november 1929 om 19:00 uur in Amsterdam Atper Drouwerman was overleden. Zij was 58 jaar, geboren in Amsterdam, getrouwd met Joël Rabbie, en de dochter van de overleden Joseph Sjouwerman en Vrouwtje van de Kar.
-
Op 21 november 1929 meldden Johannes Codymans (72 jaar, zonder werk) en Cornelis de Voijs (61 jaar, zonder werk), beide uit Amsterdam, dat op 20 november 1929 om 10:00 uur in Amsterdam Cornelia de Vaan was overleden. Zij was 76 jaar, geboren in Den Helder, getrouwd met Bartholomeus Broek, en de dochter van de overleden Dirk de Vaan en Cornelia Tromp.
-
Op 21 november 1929 meldden Adrianus Jonglet (74 jaar, zonder werk) en Frederik Bolleurs (60 jaar, zonder werk), beide uit Amsterdam, dat op 20 november 1929 om 15:00 uur in Amsterdam Wilhelmina Elisabeth Schutz was overleden. Zij was 70 jaar, geboren in Amsterdam, en de dochter van de overleden Bernardus Schutz en Elisabeth Barbara Ruarus.
-
Op 21 november 1929 meldden Mozes van der Kar (70 jaar, zonder werk) en Petrus Schoonenberg (76 jaar, "aanspreker"), beide uit Amsterdam, dat op 20 november 1929 om 22:00 uur in Amsterdam Salomon de Leeuw was overleden. Hij was 72 jaar, geboren in Harlingen, getrouwd met Rika Rozeveld, en de zoon van de overleden Mannus Salomon de Leeuw en Johanna Hozes van der Wonde.
-
Op 21 november 1929 meldden Hendricus Holleman (52 jaar, "aanspreker") en Barend Jorenburg (78 jaar, "aanspreker"), beide uit Amsterdam, dat op 19 november 1929 om 19:00 uur in Amsterdam Antonia Cornelia Sophia van Os was overleden. Zij was 42 jaar, geboren in Rotterdam, getrouwd met Hendrikus Otten, en de dochter van Cornelis Johannes van Os (tabakswerker in Rotterdam) en de overleden Margaretha Maria van Veluw.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344093 / 75
- Op 29 mei 1933 liet Roosje Theresia Koster, zonder werk en wonend in Amsterdam, bij de burgerlijke stand een afschrift registreren van een echtscheidingsvonnis. Dit vonnis was op 13 april 1933 door de rechtbank in Amsterdam uitgesproken in afwezigheid van haar man, Levie van Wezel (diamantslijper). Het huwelijk was gesloten op 18 november 1919 in Amsterdam. Er was geen verzet tegen het vonnis ingetekend, zoals bevestigd door de griffier op 20 mei 1933.
- Op 30 mei 1933 liet Anna Regina Bredschneijder, zonder werk en wonend in Amsterdam, een echtscheidingsvonnis registreren. Haar man, Marinus Petrus Bleeker (autobekleeder), was bij verstek veroordeeld op 17 oktober 1932. Het huwelijk was gesloten op 16 mei 1917 in Amsterdam (in het vonnis abuislijk vermeld als 16 mei 1907). De griffier bevestigde op 11 maart 1933 dat er geen verzet was ingediend.
- Op 29 mei 1933 liet Salomon de Leeuw, koopman in Amsterdam, een echtscheidingsvonnis registreren. Hij en zijn vrouw Aaltje Hus (zonder werk) waren op 30 oktober 1924 in Amsterdam getrouwd. De rechtbank had op 2 januari 1933 de echtscheiding uitgesproken na een procedure met verweer. De griffier bevestigde op 8 april 1933 dat er geen hoger beroep was aangetekend.
- Op 1 juni 1933 liet Willem Petrus Verheuvel, timmerman in Amsterdam, een echtscheidingsvonnis registreren. Hij en zijn vrouw Frederika Geertruida de Vries (winkelbediende) waren op 10 augustus 1920 in Amsterdam getrouwd. De rechtbank had op 9 januari 1933 de echtscheiding uitgesproken na een procedure met verweer. De griffier bevestigde op 29 april 1933 dat er geen hoger beroep was aangetekend.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1920465 / 18
Jeronimus Cruse (lieutenant) en
Salomon de Leeuw (assistent), in dienst van de
Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) op
Kasteel Batavia, meldden op bevel van
Hendrick Crudop (de VOC-gezagvoerder) dat zij de volgende goederen hadden gecontroleerd, gewogen en geteld. Deze goederen waren verstuurd door de
Heren Bewindhebberen (bestuurders) van de
Kamer Amsterdam (een VOC-afdeling) met de schepen
Nieuw Middelburg en
Hollandsche Tuin naar
Herwaerts (een gebied in Azië).
De goederen bleken bij aankomst in de volgende staat te verkeren:
- Van het schip Middelburg:
- 1 pakket met Letter H:
- 4 rollen Braziliaanse tabak, waarvan 3 rollen in goede staat waren en samen 336 pond wogen (brutogewicht).
- 1 rol was beschimmeld en beschadigd en woog 163 pond.
- 1 kist met Letter K:
- Bevat 20 rollen tapijt, maar de tabak ontbrak. De overgebleven 4 rollen tabak waren wel goed en wogen samen 363 pond.
- 1 kist met Letter L:
- Bevat 18 rollen tabak in goede staat, met een totaalgewicht van 326 pond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4015 / 0391
- 1674-07: Jean Chameau geeft een volmacht namens Isaac Guitard.
- 1674: Jan Gerard Ameldung en Gerrit Storm krijgen een wisselprotest (een officiële verklaring dat een betaling niet is gedaan) met nummer 1068.
- 1674: Jan Pasch Junior en Hendrik en Willem Clankenhagen krijgen een wisselprotest met nummer 1070.
- 1674: John Pall geeft een verklaring over het schip De Digge en de scheepstolk (tolk voor schepen).
- 1674: John Pall geeft een verklaring over De Digge, het fregat Joannes, en Bernardus Hagelis over een protest van bodemarij (het in beslag nemen van een schip).
- 1674-07: Levinus Vincent en de IJsbrand Compagnie sluiten een handelsovereenkomst voor 2940.
- 1674: Lupper Olders Acherman geeft een verklaring over De Jonge op bladzijde 964.
- 1674: Laurens Altius geeft een volmacht namens Van der Mark uit Utrecht.
- 1674: Het testament van Lueretia Goijers wordt geregistreerd onder nummer 1107.
- 1674-07: Maria van der Donk, weduwe van Henk. Wigman, tekent een akte voor haar.
- 1674: Matheus Lubeeks en zoon geven een volmacht aan Oborp en Van Deurs.
- 1674: Jacob Makartoni uit Amsterdam geeft een volmacht aan Pieter Avet.
- 1674: Maria van den Bosch, weduwe van Herken, neemt een marskramer (handelaar) aan onder nummer 1026.
- 1674: Malijardus Keijzer geeft een volmacht aan Joannes Baptist Bervoets.
- 1674: Margareta van Bergum geeft een volmacht aan Schoppens en Edwards.
- 1674-07: Matrozen van De Digge, onder kapitein Ball, doen een insinuatie (een officiële mededeling).
- 1674: Nicolaas Kohl en Richard Paulse geven een certificaat voor Paul Bulsen de Jonge.
- 1674: Nicolaas Theodore geeft een kwitantie (bewijs van betaling) aan William Hobbs voor 8 balen mastiek (hars).
- 1674: Nicolaas Kohl geeft een volmacht aan Pieter van Bodeghem.
- 1674: Nicolaas Sepeltak en Jentje Hendriks krijgen een certepartij (een soort overeenkomst) onder nummer 1057.
- 1674-07: Pierre le Febvre geeft een verklaring over de Aunable Jheresia.
- 1674: Pieter Pieterse geeft een volmacht aan Fredrik Janse.
- 1674: Het testament van Pieter Reeder en zijn vrouw wordt geregistreerd.
- 1674: Pieter Duijts en Gebrand Salhn krijgen een wisselprotest onder nummer 35.
- 1674: Pieter Meurant en George Cliffort en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 294.
- 1674: Pierre Baumgarten geeft een blanco volmacht (een volmacht zonder specifieke details) aan Jochem Samulls.
- 1674: Pieter Moses en Chittij en Zoon en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 948.
- 1674: Pieter Moses en Chittij en Zonen en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 1949.
- 1674: Philippe de Graaf en Bergh krijgen een wisselprotest onder nummer 1007 en 993.
- 1674: Philippe Abraham van Halle en Cesar Sardi en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 101.
- 1674: Philip van der Boorten en Marchant krijgen een wisselprotest onder nummer 8 en 1018.
- 1674-07: Een verklaring over de redderij (berging) van het schip Whitmore of Christopher Bound.
- 1674: Renders en De Wit en Gilles, Thomas en Jan Teijler krijgen een wisselprotest.
- 1674: Reders van het galjoot (type schip) De Stad Rotterdam en de weduwe van Jan Mor de Jonge krijgen een transportverklaring van hetzelfde schip.
- 1674-07: Robert Goff, bootsman of matrozen van De Digge onder kapitein Pall doen een insinuatie.
- 1674: Severus Svensberg geeft een volmacht aan Paulus Korp.
- 1674: Salomon Norden en Compagnie en François Zorgh, curator (beheerder) van de nalatenschap van Isaac Alvares, doen een insinuatie.
- 1674: Sijne Sijmense Everman geeft een volmacht aan P. de Simon Palache.
- 1674: Selomoh Lopes Colasso en zoon Palache geven een volmacht.
- 1674: Lietje Teunis geeft een verklaring voor het eerste gerecht (rechtbank).
- 1674: Salomon Norden en Compagnie en Gerrit van Heijningen krijgen een wisselprotest.
- 1674: Sprengel en Bott en Gerrit van Heiningen krijgen een wisselprotest.
- 1674: Racharias Strombergh en Marvochaij Iliaander en Compagnie krijgen een wisselprotest onder nummer 1020 en 1021.
- 1674: Damuel Gaisein en Compagnie geven een verklaring over thee.
- 1674: Zacharias Stromberg geeft een blanco volmacht aan Fistulator.
- 1674: Stephan de Johannes, Pieter Aved, Nies Theodor, Wassil en Zatur de Petrus, arme kooplieden, krijgen een makentum (een soort overeenkomst).
- 1674-07: Sarraburse en Gilles, Thomas en John Teijler krijgen een wisselprotest.
- 1674: Thames Broekveldt geeft een volmacht aan Dirk Sevenhuijsen.
- 1674: Thomas Jones geeft een verklaring over het stelen van de lading van het schip Lucretia voor 929.
- 1674: Thomas Ellis bevestigt een volmacht aan Coenraad Smit voor de desolate boedels (failliete nalatenschappen).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1175973 / 640
Op
16 juli 1718 verscheen
Pieter Duijts Jongman, een meerderjarige man uit
Amsterdam, voor notaris
David Walschaart.
Jongman had toestemming gekregen van de
Staten van Holland en West-Friesland om ondanks zijn jonge leeftijd zelfstandig zaken te doen.
Hij verklaarde dat hij drie schuldbrieven (obligaties) had verkocht aan:
Elke schuldbrief had een waarde van 1000 gulden en was uitgegeven door de provincie
Holland, met betaling in
Haarlem. De brieven waren gedateerd op
16 oktober 1708 en goedgekeurd op
15 juni 1709, met de volgende nummers:
- 1265, nummer 1227, register folium 14,
- 166, nummer 7228, register folium 714,
- 1267, nummer 7229, register folium 714.
Jongman had deze schuldbrieven gekregen via een akte op
27 december 1715, opgemaakt door notaris
Jan Snoek. Hij bevestigde dat hij het volledige bedrag, inclusief rente, van de kopers had ontvangen en beloofde dat de schuldbrieven vrij waren van claims. Hij zou deze overdracht altijd respecteren, onder een boete van 3000 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320392 / 37
Gedeputeerden (afgevaardigden van de hoogmogende heren) werden na een ontvangst op het
Raadhuis op de Poort door dezelfde heren begeleid naar de kamer van burgemeester
Burgh. Daar namen ze afscheid en werden de gedeputeerden naar de deur van hun logement gebracht.
Daar wachtten
kolonel Robberts (commandant van het garnizoen) en
luitenant-kolonel Meijners op hen. Tijdens het eten kregen ze van de stadsbodes, namens de burgemeesters en regenten,
8 grote stads kannen met Rijnse wijn als geschenk voor de hoogmogende heren. Als dank schonken de gedeputeerden de kannen – zoals gebruikelijk – aan de regenten van het
Licilia en
Catharina Gasthuizen (voor ouderen). De bodes kregen elk een fooi van
4 zilveren dukaten.
Op uitnodiging van de gedeputeerden kwamen
29 mei 1665 om half twee ’s middags
drie burgemeesters (
Joan van der Marck,
Adriaan Evertsz Petrus Cunaus en
Hendrik van Buren), samen met de pensionaris, secretarissen en twee bodes met bussen, naar het logement van de burgemeester. De gedeputeerden ontvingen hen bij de voordeur, leidden hen naar de kamer en nodigden hen uit voor een maaltijd, samen met
Jacob Schultens (regent van het
Staten College).
De gedeputeerden zaten aan het hoofd van de tafel, de burgemeesters en hun medewerkers aan weerszijden, gevolgd door de aanwezige predikanten (gerangschikt naar hun positie). De maaltijd verliep vriendschappelijk en in goede sfeer. Om 8 uur namen de burgemeesters en hun medewerkers afscheid en werden ze door de gedeputeerden naar de deur van het logement gebracht, waar ze ’s middags ook waren ontvangen.
Daarna vertrokken de gedeputeerden met de predikanten, tevreden over alles, in dezelfde volgorde als bij aankomst. Ze kwamen ’s avonds om 11 uur weer aan in
Den Haag.
De volgende ochtend bedankten de voorzitter en de secretaris, namens alle predikanten, de hoogmogende gedeputeerden persoonlijk. Daarna besloten de gedeputeerden:
- De predikanten te bedanken voor hun bezoek.
- De kosten van het bezoek (inclusief reiskosten en dagvergoedingen) te laten betalen.
- Een afschrift van dit besluit te sturen naar de Raad van State en de Generalitéits Rekenkamer (voor hun informatie).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 2677 / 0253
Volgende pagina