Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Op
17 november 1752 en volgende dagen verkopen de makelaars
J. Cloppenburg en
Hendrik Hart Hendricksz. in
Amsterdam op de
Zuidzijde tussen de
Prinsengracht en de
Eerste Dwarsstraat de inboedel van de overleden
Juffrouw de Weduwe Jan Sluytman Junior. De inboedel bestaat uit meubels, porselein, kleding, juwelen, goud- en zilverwerk en schilderijen. De catalogus is beschikbaar en de spullen zijn op
zaterdag en
maandag voor de verkoop te bezichtigen.
Op
22 november 1752 verkopen
J. Cloppenburg en
Hendrik Hart Hendricksz. buiten de
Raampoort in
Amsterdam aan de
Molen Heyblok een grote partij houtwaren, zoals balken en planken. Drie dagen voor de verkoop zijn de spullen te bezichtigen. Op
25 november 1752 verkopen zij op dezelfde locatie meubels, huishoudelijke spullen, zilverwerk, koper, kleding, linnen en porselein, nagelaten door
Claas Eacker.
Op
15 november 1752 verkoopt makelaar
Bruno Tideman in
Amsterdam in het
Oudezijds Heeren Logement een deftige inboedel met meubels, klokken, linnen, kleding, juwelen, goud- en zilverwerk en porselein. De spullen zijn een dag voor de verkoop te bezichtigen.
Op
20 november 1752 verkoopt
Bruno Tideman in
Amsterdam in het
Oudezijds Heeren Logement een welterende bakkerij aan de
Stille Eg bij de
Achterburgwal. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris
E. van der Vliet.
Op
20 november 1752 om 10 uur 's avonds verkopen
Willem van den Bosch en
Coenraad Hoeneker in
Amsterdam in het
Oudezijds Heeren Logement twee sterke huizen aan de
Noordzijde van de
Boomgracht tussen de
Eerste en
Tweede Dwarsstraat. De eigendomsbewijzen zijn te zien op
dinsdag en
woensdagochtend.
Op
3 november 1752 is de trekking van de
Generaliteitsloterij volbracht. De zesde en laatste klasse van de 31ste loterij begint op
maandag 6 november 1752.
Op
30 oktober 1752 verkopen de makelaars
Gerard Gijsemans en
Adriaan de Haas in
Amsterdam in het
Oudezijds Heeren Logement een sterk koopmanshuis en erf aan de
Oostzijde van de
Oudezijds Achterburgwal benoorden de
Barndesteeg. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris
J. van der Vliet.
Op
30 oktober 1752 verkoopt makelaar
Jan van der Hart Hendricksz. in
Amsterdam in het
Oudezijds Heeren Logement de helft van een huis en erf aan de
Zuidwestzijde van de
Thuynstraat bij de
Baangracht. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris
J. Vygendam.
Op
30 oktober 1752 verkopen de makelaars
Nicolaas Brémes en
Abraham Fallé in
Amsterdam in het
Oude Heeren Logement:
- Een huis in de Oude Doelenstraat aan de Noordzijde achter het hoekhuis van de Oudezijds Achterburgwal.
- Een huis in de Oude Looiersdwarsstraat aan de Westzijde, bewoond door een pistoleur.
De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris
Calkoen Aids.
Op
30 oktober 1752 verkopen de makelaars
Hendrik Campen en
Abraham Fallé in
Amsterdam in het
Oudezijds Heeren Logement een huis. De eigendomsbewijzen zijn op
30 oktober 1752 van 9 tot 12 uur te zien bij notaris
H. Lemant.
Op
30 oktober 1752 verkoopt makelaar
Hubrand Moens in
Amsterdam op het
Heeren Logement aan de
Leidsegracht en
Keizersgracht:
- Een huis aan de Achterburgwal.
- Een huis in de Utrechtsedwarsstraat aan de Zuidzijde.
- Een huis in de Utrechtsedwarsstraat aan de Westzijde.
De eigendomsbewijzen zijn op
30 oktober 1752 van 9 tot 12 uur te zien bij notaris
C. W. Andr. Zoon.
Op
30 oktober 1752 verkoopt makelaar
G. Rebel in
Amsterdam in het
Oude Heeren Logement een sterk huis aan de
Noordzijdse Voorburgwal op de hoek van de straat achter nummer 1. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris
J. M. van der Koppel op de
Koningstraat.
Op
30 oktober 1752 om 5 uur 's avonds verkopen
J. Beudeker en
W. Kantelaar in
Amsterdam een partij goederen, waaronder katoen, hout, tabak, cacao en koffie, afkomstig van het schip
de Hache dat bij
Portland verongelukt is.
Op
30 oktober 1752 verkoopt makelaar
Jan de Wit de Jonge in
Amsterdam in het
Oudezijds Heeren Logement een partij gespecificeerde goederen. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris
J. van der Leeuw.
Op
31 oktober 1752 om 3 uur 's middags verkopen
Jan Adriaan van den Bogaart en
Leeuw in
Amsterdam op de
Nes in de
Brakke Grond een wees. De eigendomsbewijzen zijn op
31 oktober 1752 te zien.
In
Leiden zijn boeken te koop van de heer
C. van Wevringh, waaronder een appendix van de catalogus.
Op
31 oktober 1752 om 3 uur 's middags wordt in een suikerraffinaderij over het
Delftse Veer in
Amsterdam een veiling gehouden van suikerraffinaderijgereedschappen. De goederen zijn op
30 en
31 oktober voor de middag te bezichtigen. Informatie is te verkrijgen bij curator
Jolle Jolles of de makelaar.
Op
1 november 1752 om 4 uur 's middags verkopen
Willem Gerbrands en
Savekes in
Amsterdam in het
Logement het Zwijnshoofd een partij
ALEPS en ruim 100 baal
SMIRNS CATOEN. De goederen zijn op
31 oktober en
1 november 1752 te bezichtigen.
Op
1 november 1752 om 4 uur 's middags verkopen
Pieter Correl,
Cornelis van Vreede en
Jan Jacob de Bruyn in
Amsterdam in de
Nes op de
Brakke Grond een partij van 10 vaten indigo uit
Saint-Domingue. De goederen liggen op de
Schagersmarkt onder het huis van mejuffrouw
de Weduwe Bontekoning.
Op
6 november 1752 om 10 uur 's avonds verkoopt makelaar
Cornelis Arreynae in
Amsterdam in het
Oudezijds Heeren Logement de volgende percelen:
- Een perceel over het Molenpad.
- Een perceel in de Doelenstraat.
- Twee percelen in de Voetboogstraat.
De eigendomsbewijzen zijn twee keer per week op
dinsdag en
donderdag te zien bij notaris
J. Beukelaar in de
Korsjespoortsteeg.
Op
14 november 1752 verkopen
Pieter Cosijn en
Conrad van Vollenhoven in
Amsterdam in het huis van de overleden
Weduwe van der Poll op de
Nieuwezijds Voorburgwal een partij katoenen,
Diemense,
Haarlemmer streep, bordaten en
Brabantse kant. De goederen zijn op
maandag voor de verkoop te bezichtigen. Alles is nagelaten door mejuffrouw
Rachel van Reet.
Op
20 november 1752 verkoopt makelaar
Volkeren in
Amsterdam in het
Oudezijds Heeren Logement een sterke verfmolen genaamd
de Pop met bijbehorende huizing, pakhuis en tuin op het
Kwakers Eiland bij de
Raampoort. De eigendomsbewijzen zijn 8 dagen voor en op de verkoopdag te zien bij notaris
Z. Strum op de
Leliegracht.
In de zesde en laatste klasse van de 31ste
Generaliteitsloterij zijn loten in koop en huur te verkrijgen. De trekking begint op
maandag 6 november 1752. De prijzen variëren van 7500 tot 100 gulden.
In
Leiden zijn
HISTORIE-PENNINGEN te koop, nagelaten door de gestorven heer
Mr. Oud Burgemeester der Stad Leiden. De catalogus is te verkrijgen in verschillende steden.
In
Haarlem zijn twee sterke molens te koop:
- Een moutmolen genaamd de Klock aan het Spaarne over de Waag.
- Een moutmolen genaamd de Klock in de Grote Houtstraat.
Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 010909474 / 2
De
Franse Indische Compagnie huurde schepen in
Amsterdam om zout van
Prouage naar
Honsleur te vervoeren. Volgens een contract van
10 april 1720 regelde de compagnie paspoorten voor de schepen om ze te beschermen tegen Turkse piraten. De schepen
Juffrouw Geertruyd en
Jonge Kloris kregen deze paspoorten, maar werden toch gevangen genomen door de Turken.
De eigenaren van de schepen,
Bels en Zonen en
Bontekoning, wendden zich tot een tussenpersoon. Na veel onderhandelingen, onder andere door
Arnoldus Heynen, werd op
13 oktober 1723 een overeenkomst gesloten met de
Franse Indische Compagnie. Hierin beloofde de compagnie binnen een bepaalde tijd de gevangen genomen opvarenden vrij te kopen. De schadevergoeding voor de schepen zou worden beslist door twee neutrale scheidsrechters.
Op
30 oktober 1723 werd een compromis opgesteld en werden de scheidsrechters benoemd. Zij begrootten op
20 mei 1724 de schade voor het verlies van de schepen en de gevangenschap van de opvarenden op 38.700 gulden. Beide partijen leverden bewijs om hun standpunt te onderbouwen.
Op
5 januari 1725 beslisten de scheidsrechters in het voordeel van de
Franse Indische Compagnie. Wel kregen de geïnteresseerden 3.000 piasters als schadevergoeding, omdat een van de schippers al was vrijgelaten door de
Franse Indische Compagnie. Hiermee was de zaak afgerond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 8715 / 0259
Op
8 juni 1909 tekende een bloembollenkweker uit
Noordwijk een akte waarin hij zich samen met
Faase hoofdelijk verantwoordelijk stelde voor de schulden ten opzichte van de schuldeisers. Hij zou echter alleen als borg voor
Faase fungeren, volgens Artikel 1331 van het Burgerlijk Wetboek. De partijen kozen het kantoor van de notaris als woonplaats voor de uitvoering van de akte. De akte werd opgesteld in
Overveen, gemeente
Bloemendaal, in aanwezigheid van
Hendrikus Gerardus Lindeman (notarisklerk) en
Teunis Bruyn Pieterszoon (kandidaat-notaris), beiden wonend in
Haarlem. Na voorlezing tekenden alle partijen en getuigen, waaronder notaris
J. W. Faase Idelgront. De akte werd geregistreerd in
Maarlem op
10 juni 1909 tegen een recht van 1 gulden en 20 cent.
Op
11 juni 1909 hield notaris
Jacob Harmen Wildervanck de Blécourt in
Santpoort (gemeente
Velsen) een openbare verpachting van landerijen in
Velsen en
Bloemendaal. Hierbij waren aanwezig:
De verpachte percelen waren:
- Voor het Hofje van Nicolaas van Beevensteeg: perceel "De vijf mad middelste Kamer" (2 hectare, 23 are, 10 centiare) in Velsen.
- Voor August Hendrik Bredemeijer:
- "De tweemad Bergkamp" (1 hectare, 32 are, 90 centiare).
- "De driemad Hoogenmaal of Mosjes Driemat" (1 hectare, 53 are, 30 centiare).
- Voor Meerenberg: perceel tegenover Meerenberg II (ca. 2 hectare) aan de Kleverlaan in Bloemendaal.
- Voor de andere pachters: vier percelen met afmetingen variërend van 1 hectare tot 1 hectare, 13 are, 86 centiare.
De voorwaarden van de verpachting waren:
- De notaris mocht percelen en het voor- en nagewas combineren of onverhuurd houden.
- Huurders moesten naast de pacht ook 10% extra betalen voor zegel-, registratie- en veilingkosten. Betaling moest uiterlijk op 1 november 1909 gebeuren.
- Pachters van het voorgewas moesten dit uiterlijk op een aangewezen dag maaiën, anders betaalden ze een boete van 25 gulden per dag.
- Het gemaaide gewas moest binnen 14 dagen worden weggevoerd, anders was de boete 10 gulden per dag.
- Geschillen over ontruiming werden beslecht door de notaris.
- Pachters van het voorgewas mochten hun paarden niet in het nagewas laten lopen (boete: 3 gulden per overtreding).
- Pachters van het nagewas mochten de percelen direct gebruiken na ontruiming door de voorgangers, maar uiterlijk tot 1 november 1909.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5332673 / 102
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 482 / 0034
Het schip van
Cornelis Kroon en koopman
Floris Bontekoning, met 107 zeelieden en 69 militairen (in totaal 178 personen), vertrok op
25 september 1722 uit
Amsterdam voor de
Kamer Amsterdam.
De reis verliep als volgt:
- Op 9 oktober 1722 kwam het schip aan in Duins.
- Op 16 oktober 1722 vertrok het weer.
- Op 24 maart 1723 arriveerde het bij Kaap de Goede Hoop. Hier gingen mensen aan land. 9 zeelieden en 10 militairen overleden. Er kwamen 3 zeelieden en 1 militair bij.
- Op 18 april 1723 vertrok het schip weer.
- Op 28 juni 1723 bereikte het Diemermeer met 95 zeelieden en 48 militairen. Onderweg waren 9 zeelieden en 11 militairen overleden.
De reis duurde 6 maanden en 28 dagen.
Voor de reis was voedsel meegenomen:
- 11 vaten vlees (in totaal 5940 pond). Hiervan werd 3792 pond verbruikt. Er had 2148 pond over moeten zijn, maar door tekorten was er nog maar 634,5 pond.
- 31 vaten spek (in totaal 10896 pond). Hiervan werd 6886,5 pond verbruikt. Er had 3674,5 pond over moeten zijn, maar door tekorten was er nog maar 1269 pond.
Voor wijn was meegenomen:
- 3¾ halve leggers Franse wijn (768 kan) en 5¾ leggers Spaanse wijn (2560 kan). Hiervan werd 2244,2 kan verbruikt. Er had 1427,5 kan over moeten zijn, maar door tekorten was er nog maar 1131,9 kan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2514 / 1492
- Op 29 december 1653 vertrok een vloot van schepen uit Gravesende onder leiding van Admiraal Amsterdam.
- De schepen en hun kapiteins waren:
- Aront Schipper Poast de Wille
- Jan Jamssen, Frans Panssen, Jan Sweyers, Warner Jacobsen, Augustinus van Berg, Gerril Ariens Comen Gyssen, Andrics Diericx (uit Rotterdam)
- Robbert Scriksen, Pieter Pornssen, Pieter Durcxe, Jacob Hendricke, Daniel Peters, Jan Tadassen, Claas Lourissen, Matheus Berckman, Jacob Reinders, Poris Cant, Dirich Panssen, Dorich Andriessen, Joost Cornelassen, Claas Boij, Jacob Roclofsen, Jan Evertsen, Jan Cornelisse, Jan Pieterse, Gerrit Claasen, Wilhem Pantscx
- Schip maagt van Enckhuysen met kapitein Malcontent
- Cleyne Lieyde met kapitein Pieter Criense Block
- Ragel Shruys met kapitein Cruyk
- Hollandia met kapitein de Munnick
- Meerman met kapitein Cleydijck
- Swarton Crent met kapitein Christ. Surriaanse
- Ichilses met kapitein Scheij
- Poost van Groyea met kapitein Abraham van Campen (uit Enkhuysen, Hoorn)
- Halve maan met kapitein Hendrik Putexse
- Hedenblih met kapitein Schellinger
- Jacht Frisia met kapitein Wiggelma en Symon Claasen
- Neslorgo met kapitein Ary Jacobs
- Goude Faam met kapitein Lounch
- Goude Haan met kapitein Jan Artois en la Sage
- Waller Choy met kapitein Copers
- S Pecter in de boone met kapitein Doon
- Bootjen met kapitein Oomtyen
- Coopraardi uit Edam met Picter Andriesson (uit Medenblih)
- Tobbe Lounssen uit Harlingen
- Abraham Aiters, Turrien Claasen uit Zeeland
- Reindert, Harmans Ceindert Claasen, Dirick, Barentsen, Wlhem Pansson, Claas Roeysen
- Hlyne lefde met schipper Hendrik Harmanssen
- Pust met schipper Hendrih Jacobssen (uit Amsterdam)
- Houttuyn met schipper Dirich Ariens Vredenblik
- 2 Pelgrims met schipper Maarten Cl. hies (uit Medenblic)
- Bontehoning met schipper Jan Janssen
- Gerril Flosiuon, Gerrit Piderse Wenckel
- De Comp met schipper Cornelis Jansen, Jacob Pietersen, Paulus Ariense (uit Hoorn)
- Coimer Celussen, Jan Pieterse, Albert Hendriks Tierck Reindertse
- De Clomp met schipper Gerbrand Jacobsen, Jacob Pietersen Coche (uit Rotterdam)
- Cornelis Herperssen, Corstiaen Petersen (uit Hoorn)
- Jonge Prince met schipper Cont Gerrits (265 schepen in totaal).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11890 / 0275
Op
21 en 22 december 1789 brak de
IJperdijk bij
Nek door, waardoor de polder van
Wormer en
IJsp onder water liep.
De
Mercurius van
december 1789 meldde een opmerkelijk geval: een man van 104 jaar kreeg de kinderziekte, herstelde ervan en voelde zich weer als vanouds. Dit gebeurde in
Utrecht.
In
1789 doneerde
juffrouw Johanna van Meekeren, geboren
Bontekoe, 30.000 gulden voor de stichting van een opvanghuis voor arme bejaarden en weeskinderen van de gereformeerde godsdienst. De locatie werd vastgesteld op de
Nieuwe Herengracht bij de
Weesperstraat in
Amsterdam. Op
9 december 1789 legde haar echtgenoot,
Jan van Meekeren, de eerste steen na het leggen van de nodige fundamenten.
Op
7 maart 1790 werden in de mennonietengemeente te
Westzaandam voor het eerst 10 zilveren bekers gebruikt tijdens het avondmaal.
Het huwelijk tussen
Karel Georg August, erfprins van
Brunswijk, en
Frederica Louisa Wilhelmina, prinses van
Oranje-Nassau, vond plaats in
1790. Op
5 oktober arriveerde de jonge
Brunswijkse erfprins in
Utrecht, waar de koetsen van
Den Haag klaarstonden voor zijn vertrek en de edelen van het hof aanwezig waren. Op
12 oktober werden de hoge echtgenoten in ondertrouw genomen. Ze ontvingen een geschenk van juwelen ter waarde van 20.000 gulden van 16 steden, zoals eerder beslist door de staten.
Op
14 oktober werd het huwelijk plechtig voltrokken.
Munneke Moolen, de oudste leraar van de
Haagse Nederduitse gemeente en degene die de prinses doopte, hield een toepasselijke korte toespraak gebaseerd op
Hebreeën 13:4. Voor de plechtigheid werd
Psalm 128 gezongen en na afloop
Psalm 112.
Bekijk transcriptie kronieken / 108225 / 150
Op
27 november 1863 gaven
Hermanus van der Tange,
Gerrit Frederik Godfried Houtgraaf (namens
Hendrika Houtgraaf en
Johanna Hendrika Houtgraaf),
Maresje ten Haghuis (weduwe van
Dirk Houtgraaf en moeder/voogd van haar zes minderjarige kinderen) en
Hendrik van der Fange (toeziend voogd) toestemming voor de inventarisatie van de nalatenschap van
Hendrika Houtgraaf.
De erfgenamen zijn:
- de kinderen van Maria Aletta Houtgraaf en Hendrik van der Fange: Catharina Hendrika de Haan geboren van der Fange, Hermina van der Tange, Hendrik van der Fange Junior, Jan Rudolf van der Tange, Charlotta Maria van der Fange, Pauline Reinhardine Stol geboren van der Fange en Hermanus van der Fange (eén helft);
- Gerrit Frederik Godfried Houtgraaf, Hendrika Houtgraaf, Johanna Hendrika Houtgraaf en de kinderen van Dirk Houtgraaf en Maresje ten Haghuis: Maria Aletta Houtgraaf, Hermanus Houtgraaf, Jan Rudolph Houtgraaf, Hermina Houtgraaf, Frederik Houtgraaf en Dirk Houtgraaf (andere helft).
De inventarisatie vond plaats in
Bloemendaal op
30 november 1863 onder leiding van notaris
Johannes Leendert ter Hoffsteede. De waardering werd gedaan door
Hendrik Verdegaal (landbouwer in
Vogelenzang) en
Adelbertus Engesmet (makelaar in
Haarlem).
Aanwezig waren ook
Jan Knijp (veldwachter) en
Jacobus Trenen (politiebeambte) als getuigen.
De inventaris omvatte huisraad, meubelen, linnen, kleding, zilverwerk, sterke dranken, likeuren en winkelgoederen. Enkele voorbeelden:
- op zolder: een stoel, gordijnen, een spiegel (waarde: 1 gulden);
- een geschilderde kast (waarde: 2 gulden en 50 cent) met daarin een koffiemolen en een doos met messen en lepels.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5351614 / 9
Mensen die geld claimen van de nalatenschap van Corn. Trompetter, overleden bij Keern net buiten Medenblik, moeten hun claim voor 1 juni 1747 indienen bij de voogden van het Nieuwe Weeshuis in Medenblik.
Will. Haring, makelaar in Amsterdam, verkoopt op woensdag 17 mei in herberg De Keizers Kroon in de Kalverstraat een collectie zijden stoffen, linnen, wol en gereedschappen. Alles is te bezichtigen voor de veiling.
Fl. Bontekoning en S. Aukes, makelaars, verkopen op maandag 15 mei in De Witte Zwaan houtwaren, waaronder 350 eiken blauwe planken en 100 zware balken, opgeslagen in de Plantage en op Bikkers Eiland.
Maerten Noteboom, zoon van Pieter Noteboom, is overleden zonder nakomelingen. Iedereen die denkt recht te hebben op de erfenis aan vaderskant, moet voor half juli 1747 met bewijzen naar de secretarie van Goedereede. Na die datum gaat de erfenis naar degenen die zich al als erfgenaam hebben gemeld.
Schepen die zijn aangekomen:
- In Smirna: Reyer Hogentreed uit Algiers.
- In Venetië: Jochem Dirks uit Livorno, Pieter Meyer en Jan Karstens uit Nantes.
- In Livorno: Dominico Vandren uit Bona (Barbarij), Giovanni Fabreschi en Nic. Bruin uit Genua, Nic. Crundin uit Salouw, Jan van der Velden en Jan Casper Luhring uit Savona, George Son uit Villa Franca en David Speet.
- In Marseille: Joris Hendriksz. Pronk en Pedro Smechia uit Venetië, C. Bogaert, Jac. Hoek, Hend. Fokkes en Elias van Houten uit Marseille en Nantes, Laus Theunisz..
- In Saint-Malo: Sape Jansz..
- In Brest: Ipe Heeres.
- In Charente: Douwe Tjamkes, die onderweg was aangevallen door de kaapvaarder Nicolaes Coutur uit Guernsey.
- In Havre de Grace: Meyndert Obbes uit Allikanten.
- In Duinkerken: Cornelis Siebesz. Rotgans uit Saint-Malo.
- In Ter Veer: Job Trapper uit Bordeaux.
Koerswaarden op 3 mei 1747:
Op 3 mei 1747 hebben de Staten van Holland en West-Friesland Prins Willem IV van Oranje-Nassau benoemd tot stadhouder, admiraal en kapitein-generaal van de provincie. Dit werd direct bekendgemaakt met trompetgeschal, pauken, het hijsen van Oranje-vlaggen en vuurwerk. De hele stad Den Haag was in feeststemming.
De burgemeesters en thesauriers van Vlissingen in Zeeland stellen de aanbesteding voor het uitdiepen van het Molenwater uit tot vrijdag 19 mei 1747.
Jan Steurkamp, makelaar, verkoopt op 4 mei 1747 in herberg De Munt in Amsterdam een partij rouwdiamanten, juwelen, losse diamanten en parels, waaronder twee grote diamanten harten.
Op 4 mei 1747 worden in de Bergenvaerders-kamer bij Leendert van der Hart 40 Deense ossen geveild.
H. van der Heyden, J. Delgado, J. Moreno Henriques en E. Phebus, makelaars, verkopen op 4 mei 1747 in Nieuw Malta in de Nes bij de Vleeshal in Amsterdam 200 kisten nieuwe fijnste Varinas-tabak uit Curaçao, opgeslagen in een kelder op de Singel.
Op 5 mei 1747 worden bij herberg De Leggende Os bij de Ossemarkt in Amsterdam ongeveer 150 zware Deense ossen geveild.
S P. Juel verkoopt op 5 mei 1747 buiten de Utrechtsestraatpoort bij herberg van C. de Jong 70 tot 80 zware Deense ossen en 30 lichtere, die op 21 april 1747 zijn aangekomen.
Op 6 mei 1747 wordt in het rechtbanklokaal van de Watergraafsmeer of Diemermeer een huis en erf aan de Ringdijk geveild.
Op 8 mei 1747 worden in Amsterdam verschillende veilingen gehouden:
Jacobus van Bosvelt, veilingmeester van Utrecht, verkoopt op 8 mei 1747 en volgende dagen in zijn huis diverse inboedels, juwelen, horloges, marmeren beelden, porselein en schilderijen.
C. van Vreede, makelaar, verkoopt op 8 mei 1747 in de Nes in de Brakke Grond in Amsterdam 26 balen Tournesol.
De veiling van 13 vaten Cajana Bolorliaen en Spaans groen door Pieter Cotrel, Regnerus van Dyk, Nicolaas Simon van Winter en Pieter Calkoen Willemsz. op 4 mei 1747 is uitgesteld.
C. van Vreede verkoopt op 12 mei 1747 in de Nes in de Brakke Grond een partij meekrap, bestaande uit 10 vaten fijn en 10 vaten onberoofd, van het gewas van 1745.
P Cotrel, C. van Vreede en H. Gellink verkopen op 12 mei 1747 in de Nes in de Brakke Grond verfwaren, waaronder 30 vaten mul, wijnsteen en Spaans groen.
De veiling van 50 balen Aleppo-gallen en Terra Verde door Pieter van Winter, Michiel de Roode en Jan Jacob de Bruyn is uitgesteld tot 17 mei 1747.
Op 9 mei 1747 worden bij het rechtbanklokaal van Loenen Croonenburg ongeveer 200 zware Oost-Friese en Jeverlandse ossen geveild, waarvan de helft hersteld is van een ziekte.
Op 9 mei 1747 worden buiten de Haarlemmerpoort in Vryburg bij Dirk de Vry 40 melk- en kalfkoeien geveild, waaronder één hersteld en één stier.
Te koop in Hagestein: een ezelin die in mei 1747 veulens verwacht. Informatie bij Gerrit Goes over de kerk aldaar.
De executeurs van de nalatenschap van Louis de Groet bieden te koop:
- Een tafel van zuiver zwart toetsteen, achthoekig, met inlegwerk van parelmoer.
- Een schilderij van zuiver toetsteen met de geschiedenis van Piramus en Thisbe.
Beide werken zijn gemaakt door
Dirk Ryswyk in
Amsterdam. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met
Dirk van der Helling, raad in
Schoonhoven.
Juffrouw Alyda Elsely, een bekende arts, heeft in een half jaar honderden vrouwen genezen van diverse klachten op Het Rokkin in Het Wapen van Zeeland. Haar man behandelt mannen voor klachten zoals blindheid, steen, breuken en inwendige kwalen. Zij zijn verhuisd en ontvangen patiënten buiten de Leidsepoort voorbij de Pestbrug in Bramenburg, dagelijks van 9.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 18.00.
Marten den Bel, timmerman, heeft een nieuwe methode gevonden om rook af te voeren. Hij woont op de Keizersgracht bij de Spiegelstraat in Amsterdam.
Johann Christoph Broll uit Anspach wordt opgeroepen om zich binnen 3 maanden te melden bij het Hofgerecht van Anspach om zijn erfenis op te eisen, nu zowel zijn moeder als vader (voormalig kamerraad) zijn overleden.
Iedereen die een claim heeft op de goederen, handel of effecten van de overleden Philippus Soomer (gestorven op 15 december 1746 in Curaçao), moet dit voor 1 oktober 1747 met bewijzen indienen bij Pieter Kock Jansz., koopman in Curaçao en curator van de nalatenschap.
Op 6 mei 1747 beschrijft iemand hoe hij 's avonds op zijn stoep viool speelt, waarna zijn buren in feeststemming raken en dansen op de straat. Hij speelt driemaal Wilhelmus van Nassouwe, waarna zelfs twee bejaarde vrouwen meedansen. Om middernacht gaat iedereen tevreden naar bed.
Op 6 mei 1747 zijn er in Amsterdam veel Oranje-vlaggen, cocardes en linten te zien op de beurs en in de hele stad. Alles verloopt rustig. De substituten-schouten en gerechtsdienaren zijn deze week niet op straat gezien, maar worden op 6 mei wel waargenomen op de Noordermarkt.
Bekijk transcriptie kronieken / 366795 / 14
Op
12 februari 1743 werden in
Malacca 200 militairen, waaronder 4 tamboers, en 2 chirurgen voor de medische winkel geregistreerd. De brief was ondertekend door
De Laver en
W.B. Albinus.
Op
5 april 1743 bevestigden
Floris Bontekoning,
Meij G. D. Heijnne en
Janszoon in
Batavia in het kasteel dat de brieven en bijlagen correct waren vergeleken met de originele documenten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8630 / 0614
In Besiers zal een bedrag gegeven worden aan de bisschop. De Marquis de Saucourt, de zwager van een abt, heeft een functie als raadsheer in het parlement gekregen.
Er zijn berichten uit Candia dat de Grote Visier gewond is geraakt door een vergiftigde kogel aan zijn hand. Mr. de St. Andre Monbrun heeft zelf geschreven dat zijn verwonding nu volledig genezen is.
De Hertog de Montemare, als gouverneur van Parijs, heeft gisteren zijn plek in het stadhuis ingenomen. Vorige dinsdag vertrok de koning naar Versailles en keerde ’s avonds terug naar de stad.
In Londen (1 februari) zijn de plannen voor de uitrusting van de vloot aan de koning voorgelegd. Er wordt gesproken over het klaarmaken van 50 schepen. Ook zal het leger aan land versterkt worden, met een extra leger van 25.000 man. De koning zal het geld tijdelijk lenen op eigen krediet. Lord Montagu vertrekt morgen naar Frankrijk.
In Danzig (6 januari) zijn de afgelopen dagen 2 schepen uit Hamburg, 1 uit Nederland en 2 uit Engeland vertrokken naar Noorwegen. Drie schepen, de Neptunis (een Schots schip), de Mercurius en de St. Iean, zijn uit Riga en Tilsit aangekomen.
In Speyer (28 januari): zodra Keurpalts zekerheid kreeg dat de koning van Frankrijk garanties aan Lotharingen had beloofd en het Lotharingse leger werd verminderd, begon de keurvorst zijn troepen te ontbinden. Ook stopte hij met werven en gaf toestemming voor een vredesakkoord. Men wacht nu op de uitvoering hiervan.
In Brussel (3 februari): de Engelse gezant Sprang is 2 dagen geleden vertrokken. Men denkt dat hij zal proberen Nederland, Engeland, de Staten en Zweden in een triple alliantie te laten toetreden. Gisteren zijn 2 mensen uit Antwerpen op ongeveer 1 uur van de stad beroven.
In Rijsel (4 februari): ondanks verdere besprekingen tussen de commissarissen over geschillen, is er nog geen oplossing. De Franse kant dringt aan op een duidelijke verklaring van de Spaanse commissarissen, die men hier verdacht van het vertragen van de onderhandelingen. Als de Spanjaarden geen tevredenheid geven, zal men maatregelen nemen.
In Doesburg (4 februari): de commandant hoorde eergisteren dat de bisschop van Münster zijn eigen troepen heeft verzameld en geïnspecteerd. Een reiziger uit Westfalen meldde dat hij bij Kötzvelt 25 Franse ruiters tegenkwam die 6 muilezels escorteerden, beladen met geld voor 900 Franse soldaten die daar al enige tijd zijn.
In Den Helder (6 februari): gisteren zijn de volgende schepen aangekomen en voor anker gegaan:
Men verwacht dat deze schepen
morgen bij goed weer binnen zullen lopen. Ook is
Kapitein Middelant met een oorlogsschip van de Republiek aangekomen.
In Brussel (6 februari): er worden nog steeds besprekingen gehouden met de resident van haar Hoog Mogende. Men hoopt op een nauwere bondgenootschap met die staat, omdat men een nieuwe breuk met Frankrijk verwacht. Uit Spanje zijn 300.000 patacons (munten) aangekomen, wat men ziet als een eerste betaling van de subsidie aan Zweden.
In ’s-Gravenhage (6 februari): over 8 dagen zullen de Staten van Holland en West-Friesland weer bijeenkomen. Dan zullen belangrijke zaken besproken worden, met name de uitrusting van de vloot, die uit 60 grote oorlogsschepen zal bestaan. Een eskader hiervan zal naar De Straat (Straat van Gibraltar) gaan. De Portugese ambassadeur Don Francisco de Melo is eergisteren aangekomen, maar houdt zich nog incognito op zijn ambassade.
In ’s-Gravenhage (6 februari): er worden berichten bevestigd dat de bisschop van Münster weer sterk werven. Dit is ook aan haar Hoog Mogende gemeld. Men begint hierover te praten en men verwacht dat er op de aankomende vergadering meer over gezegd zal worden.
In ’s-Gravenhage (7 februari): Don Francisco de Melo, ambassadeur van Portugal, houdt zich nog steeds incognito. Zijn aankomst is nog niet aan de Staten gemeld, maar dat zal binnen 2 of 3 dagen gebeuren. Dan zal hij een officiële audiëntie krijgen. Men weet niet waarom hij dit doet. Sommigen denken dat hij niet voldoende instructies heeft om de Staten tevreden te stellen, maar dat hij zal aandringen op tegenprestaties (die men hier ongefundeerd vindt). Hij zal misschien tijdelijk een bepaalde tevredenheid aanbieden, maar men verwacht dat de Staten de gewenste tevredenheid zonder uitstel willen.
Er is verder niets nieuws over de geschillen in Overijssel, de gezantschap uit Zeeland en andere zaken. De bagage van Monsieur Pompone is al aangekomen.
In Den Helder (7 februari): alle schepen die gisteren werden genoemd, liggen nog voor anker. Alleen Schipper Dirck Meeheuning met De Vis uit Guinea, bestemd voor Hoorn, is veilig in het Nieuwe Diep aangekomen.
In Amsterdam (8 februari): De heer Adelaer, admiraal van Denemarken, is gisteren aangekomen. Uit recente brieven uit Venetië blijkt dat er nog geen schepen met nieuws uit Candia zijn aangekomen. Wel is er bericht uit Otranto dat een grote uitval daar nog niet heeft plaatsgevonden. De generaals weten nog niet wanneer of hoe deze zal gebeuren, maar men verwacht spoedig goed nieuws.
Brieven uit Regensburg (27 januari) melden dat alle onderwerpen zijn behandeld, zodat de vergadering volgende maand zal sluiten. De Franse ambassadeur is tevreden vertrokken. Er wordt niet meer getwijfeld aan de vrede tussen Keurpalts en Lotharingen, nu beide partijen hun troepen afdanken.
De heer Gerard Cincq, huidige burgemeester van Gouda, is van plan zijn goed ingerichte apotheek met woonhuis en alle bijbehorende zaken aan de oostzijde van de haven, dicht bij de grote sluis, te verkopen. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Gerard Cincq, die iedereen een goed bod zal doen.
Hendrick van Gelder, apotheker in Nijmegen, woonachtig in de Broederstraat, wil zijn apotheek met alle potten, medicijnen, gereedschappen en suikerbakkerijbenodigdheden verkopen. Geïnteresseerden kunnen zich melden bij Hendrick van Gelder.
In Amsterdam zijn bij Johannes van Veen, boek- en perkamentverkoper tegenover het Oost-Indisch Huis, verkrijgbaar:
- de uiteindelijke verklaringen van gedoopte christenen over het boek waarin Bastiaen van Wenigen met 17 redenen probeert te bewijzen dat de doop door begieting met water ook een geldige doop is;
- een onderzoek naar wat hij tegen de instellingen van de voetenwassing en het Avondmaal van Jezus Christus heeft ingebracht, door Joan Arent, lid bij degenen die men de Dompelaars noemt, te Hamburg in 12 oktober 1664.
Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 010758924 / 2
- Augustus Cornelis Cornelisse van Harlingh had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 16 juli 1641 in Amsterdam 311,10 gulden veergeld.
- Cornelis Sijmonso van Hoorn had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Koerland. Hij betaalde op 18 juli 1641 in Hoorn 275,10 gulden veergeld.
- Aelbert Pieters Pijckeren van der Schellingh had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Danzig. Hij betaalde op 15 juli 1645 in Amsterdam 409,10 gulden veergeld.
- Fop Albertso van der Schellingh had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 15 juli 1645 in Amsterdam veergeld.
- Gerrit Florisse Bont Koningh had elf onafgemaakte schepen uit Vlieland met zout, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 21 juli 1645 in Medemblik 275,1 gulden veergeld.
- Ecker Cornelisz Wegheter van Enkhuizen had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Danzig. Hij betaalde op 21 juli 1645 in Enkhuizen 347,10 gulden veergeld.
- Maerten Claesse van Medemblik had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Danzig. Hij betaalde op 8 juli 1641 in Hoorn en op 21 juli 1641 in Enkhuizen 388,10 gulden veergeld.
- Cornelis Wijbesen van Veenhuizen had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 21 juli 1641 in Enkhuizen 275,10 gulden veergeld.
- Thierck Cornelisse van der Schellingh had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 15 juli 1641 in Amsterdam 364,10 gulden veergeld.
- Augustus Arijen Harckus van Enkhuizen had een onafgemaakt schip uit Enkhuizen met zout, bestemd voor Danzig. Hij betaalde op 24 juli 1645 in Enkhuizen veergeld.
- Pieter Dirckse Taei van Lantsmeer had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Riga. Hij betaalde op 20 juli 1641 in Edam 347,10 gulden veergeld.
- Pieter Cornelisse van Quadijck had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Riga. Hij betaalde op 21 juli 1645 in Amsterdam 408,10 gulden veergeld.
- Helmer Olfferto van Hunloopen had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 15 juli 1642 in Hunloopen 239,10 gulden veergeld.
- Aris Aertse van Amsterdam had een onafgemaakt schip uit Amsterdam met stukgoederen, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 18 juli 1645 in verschillende plaatsen veergeld in 39 termijnen.
- Jan Dirckse Verhauwert van Hoorn had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 22 juli 1641 in Medemblik 275,10 gulden veergeld.
- Maerten Triense Bonteloe had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 21 juli 1645 in Medemblik veergeld.
- Heltje Johannes van Harlingen had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Riga. Hij betaalde op 11 juli 1645 in Harlingen veergeld.
- Cornelis Wingelse van Enkhuizen had een onafgemaakt schip uit Vlieland met zout, bestemd voor Königsberg. Hij betaalde op 24 juli 1645 in Enkhuizen 997,19 gulden veergeld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 9316 / 0108
Op
26 december 1696 kwamen
Dirk van der Groe, notaris, en getuigen bijeen in
Nabesz.
Aanwezig waren:
Zij spraken af om te trouwen onder de volgende voorwaarden:
- Beide partijen brengen al hun bezittingen in als steun voor het huwelijk. Deze worden opgeschreven in twee aparte lijsten, die door beide partijen worden ondertekend en bij de huwelijkse akte worden gevoegd.
- Er is geen gemeenschap van goederen: wat ieder inbrengt, blijft diens eigendom en gaat bij overlijden terug naar de familie van herkomst.
- Winst en verlies tijdens het huwelijk worden gelijk verdeeld, tenzij de bruid hier niet aan mee wil doen. In dat geval behoudt zij alleen haar eigen ingebrachte en geërfde bezittingen.
- De bruid behoudt het recht om te kiezen voor haar eigen bezittingen en heeft het recht op een wettelijke hypotheek (veiligheid voor schulden).
- Als de bruidegom sterft zonder kinderen na te laten, dan erft de bruid niets van zijn bezittingen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606800 / 597
Er werden verschillende percelen verpacht:
- Jan Jacob van den Broeke, koopman uit Yerseke, pachtte perceel zes voor 140 gulden. Zijn borgers waren Jan Cornelis Dominicus van den Bussche, commissaris van politie uit Goes, en Jan Bom, schipper uit Yerseke.
- Daniel Marius Molijn, koopman uit Goes, pachtte perceel zeven voor 220 gulden. Zijn borgers waren Jean Arnold Bevier de Pouw, rentmeester uit Goes, en Cornelis van der Endt, opzichter uit Yerseke.
- Pieter Sandee, schipper uit Yerseke, pachtte perceel acht voor 200 gulden. Zijn borgers waren Cornelis Lindenbergh, timmerman, en Antonie de Broekert, landbouwer, beiden uit Hemelinge.
- Holfert Jumelet, schipper uit Bruinisse, pachtte perceel negen voor 720 gulden. Zijn borgers waren Daniel Jumelet Holferkszoon en Frederik Oekerse, beiden schippers uit Bruinisse.
- Daniel Marius Molijn, koopman uit Goes, pachtte perceel tien voor 400 gulden. Zijn borgers waren Pieter Sandee, schipper, en Cornelis van der Endt, opzichter, beiden uit Yerseke.
Alle pachters en borgers beloofden de voorwaarden na te leven en tekenden na voorlezing.
Bekijk transcriptie NL-MdbZA / 13.2 / 1292 / 0591
5 maart 1733 tot
5 november 1732:
- 3 november 1732 (maandag) tot 6 november 1732 (donderdag): Niets bijzonders gebeurd in het kampement.
- 8 november 1732 (zaterdag) en 9 november 1732 (zondag): Niets gemeld.
- 10 november 1732 (maandag): Albertus Haakmeester uit 's-Haage deserteert.
- 11 november 1732 (dinsdag) tot 15 november 1732 (zaterdag): Niets bijzonders.
- 16 november 1732 (zondag) en 17 november 1732 (maandag): Niets gemeld.
- 18 november 1732 (dinsdag): Ontvangen brief van luitenant A. Vermheer uit het kampement bij Rheelij. Alles gaat goed, niets opmerkelijks gebeurd.
- 19 november 1732 (woensdag): Vertrokken met het opperhoofd de Munt naar Fettuwa, met 10 man die terugkwamen van de Engelsen. Een van hen moest verslag uitbrengen aan de Uitvoerend Bewind en Raad over wat er was gebeurd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8772 / 1392
Op
2 mei 1855 trouwden in
Amsterdam:
- Johannes Verardus Ludenhoff (29), loodgieterknecht, zoon van Gerrit Ludenhoff (koopman) en de overleden Angenietje Reyndorp, met Neeltje van der Zyde (25), dienslode, dochter van Leunis van der Zyde (rietdekker) en Angenieta Sortengen. De vader van de bruidegom en de ouders van de bruid gaven toestemming. Getuigen waren: Gerarus Antonius Ludenhoff (28, aardappelkoopman), Johannes Koswer (27, kleermaker), Pieter Diks (36, zeilmaker) en Johan Teuge Burendse (29, kistenknecht).
- Uldrikus Jacobus Boelhouwer (30), zeeman en weduwnaar van Fredrika Angel, zoon van David Boelhouwer (werkman) en de overleden Anna Catharina Oom, met Johanna Engelina Huybertina Willen (21), naaister, dochter van de overleden Johannes Willen en Maria Bendel (leesbibliotheekhoudster). De moeder van de bruid gaf toestemming. Getuigen waren: Jan Boelhouwer (25, smid), Willem Fredrik Hui (24, zonder beroep), Johannes van Tubergen (30, zeeman) en Vyke Teikes (30, zeeman).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931991 / 42
Op 14 februari 1861 werd door de Generaal een besluit genomen over een bedrag van 180 gulden per jaar, dat vanaf 1866 niet meer werd opgevorderd. Dit was gebaseerd op een reglement van 24 december 1859, opgesteld door Mr. Kenlint, over pensioenen en salarissen voor Oost-Indische ambtenaren, militairen en hun families. Het gagement (een soort financiële regeling) verviel als het gedurende 5 jaar niet werd opgevorderd.
C. J. Stutterheim, namens de gepensioneerde Koloniale Militair Robert Friedrich Schorr (geboren in Gera op 9 oktober 1838), schrijft op 9 maart 1882 aan de Minister van Koloniën in 's Gravenhage. Schorr, die sinds 1861 een pensioen van 160 gulden per jaar ontving na een verwonding tijdens een expeditie op Borneo, had zijn gagementstukken in bewaring gegeven bij de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Amsterdam. Hij vertrok in 1867 via Londen naar Rio de Janeiro zonder de stukken op te halen en ontving sindsdien zijn pensioen niet meer.
Stutterheim vroeg de kerkeraad om de stukken van Schorr terug te geven, maar kreeg op 8 maart 1882 te horen dat er geen stukken van Schorr aanwezig waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3501 / 0897
De grenscommandanten kregen de opdracht om een goede buurverhouding met een ongenoemde partij te onderhouden, met de belofte dat deze partij wekelijks een vast aantal runderen via boeren zou laten leveren als belasting. Dit voorstel werd afgewezen. In plaats daarvan verzamelden zich duizenden Hongaren bij
Comorra en
Vesprím om een bepaalde plaats te blokkeren.
De hertog van Mantua vertrok op
30 juli 1687 (donderdagmiddag) na een ontvangst door de keizerlijke majesteiten, begeleid door
graaf Paar (generaal van de keizerlijke posten) en
graaf Rapach (vice-commandant van
Raab). Hij inspecteerde
Raab,
Comorra en andere plaatsen onderweg, met een gevolg van 5 koetsen. De volgende dag volgde de rest van zijn suite.
Op
1 augustus 1687 werd de verjaardag van
aartshertog Joseph (toen 10 jaar) groots gevierd.
Frankrijk wilde de wapenstilstand met Engeland niet onder voorwaarden garanderen. Daardoor bleef de situatie voorlopig onveranderd, terwijl men zocht naar manieren om Frankrijk af te houden van het bouwen van nieuwe vestingen.
De graaf van Martiniz, die namens de keizer de koningin van Portugal had bezocht, keerde terug uit
Heidelberg.
Elsinore,
2 augustus 1687:
Op
29 juli arriveerden
P. Bentes en
I. de Lin.
Op
30 juli arriveerden
S. Carstens,
C. de Ruyter,
T. Baylif,
J. Bontekoning,
I. Symonsz.,
W. Annes,
I. Malo,
J. Leyer,
S. Knoetsz. en
T. Grudy.
Op
31 juli arriveerden
A. Pitie,
P. Sjoukes,
J. Banck,
J. Read en
J. Gentelman.
Op
1 augustus arriveerden
J. Gulitsz. en
M. Boese.
Op
2 augustus arriveerden
S. Martensz.,
G. Martensz.,
A. Rotfort,
B. Panckman,
M. Muria,
A. Andreesz.,
J. Vliet,
R. Cornelisz.,
W. Ariaensz. en
J. Warton.
Berlijn,
3 augustus 1687:
De keurvorst van Brandenburg keerde 3 dagen eerder terug uit
Frankfurt an der Oder en zou de volgende dag of overmorgen naar
Potsdam vertrekken.
Keulen,
3 augustus 1687:
Franse troepen langs de
Saône braken hun kamp op om terug te keren naar hun garnizoenen.
De keurprins van de Palts verbleef nog in
Hambach.
Hamburg,
5 augustus 1687:
In
Altona arriveerde een Groenlandvaarder uit
Groenland met 6 schepen onder leiding van
Govert van Altona. Hij bracht een lijst mee van Nederlandse Groenlandvaarders met hun vangst:
Van Nederlandse schepen waren bekend:
Kassel,
5 augustus 1687:
De keurprins van Brandenburg verbleef nog in
Kassel en werd dagelijks vermaakt. Wanneer hij zou vertrekken, was onbekend, maar hij zou niet naar
Kleef gaan.
Frankrijk:
Parijs,
5 augustus 1687:
De Savoyardse ambassadeur, marquis Dogliani, had een audiëntie bij
de hertog van Chartres. Een koerier melde dat
de hertogin van Modena in
Rome was overleden.
Nederlanden:
Brussel,
6 augustus 1687:
Sijn Excellentie woonde op maandag het feest van
Dominicus bij en zou de volgende dag naar
Ter Veuren terugkeren. De Geheime Raad verleende
de prins van Piombino uitstel om niet door zijn schuldeisers lastiggevallen te worden. Hij begon zijn kleinste schulden af te betalen, maar wachtte op geld uit Spanje voor de grotere schulden. Zijn intendant en hofmeester, die 4 weken geïsoleerd waren, mochten weer bezoek ontvangen.
's-Gravenhage,
7 augustus 1687:
Afgevaardigden van de Admiraliteit en de Commissarissen-Generaal hadden de vorige avond overleg over zeezaken, konvooien en licenties, die op
1 oktober 1687 in zouden gaan.
De admodiateur Nieupoort was hierbij aanwezig. De vorige avond had
de heer Holshalb (buitengewoon gezant van de Zwitserse kantons) audiëntie bij
prins Willem III van Oranje.
De graaf van Hohenlo (buitengewoon gezant van de keizer) keerde de vorige middag terug en nam afscheid om de volgende dag via
Brabant naar Duitsland te vertrekken. Er was bericht over de nadering van Oost-Indische retourschepen. Enkele afgevaardigden van
Holland en
West-Friesland vertrokken op missie naar verschillende plaatsen.
Baron Craegh (Deens gezant) keerde de vorige avond terug uit
Amsterdam.
Don Emanuel de Coloma (buitengewoon gezant van Spanje) zou de volgende week audiëntie krijgen. Over de audiëntie van de
Moscovische gezant (die ziek was) was nog niets bekend. Het lichaam van de zoon van
de heer van Ouwerkerck werd naar
Ouwerkerck gebracht voor begrafenis.
De marquis d'Albeville (buitengewoon gezant van
Groot-Brittannië) was die avond aan het hof.
Amsterdam,
8 augustus 1687:
De vorige ochtend vertrok
kapitein Swaen met straatvaarders uit
Texel:
Twee schepen (
De Leonora en
De Prins te Paert) voeren naar
Lissabon, andere naar
Bordeaux.
Uit
Hamburg werd gemeld dat in
Altona een hoeker uit
Groenland arriveerde met 6 vissen en 300 vaten spek. Het schip was vol. De eerste vis was gevangen op
7 juli 1687. Hij meldde dat
Rijpers (waaronder
De goude Valck met 7 vissen en 270-290 vaten spek) halfvol waren.
Geluckige Matthijs zijn Broer, Joen (admiraal) had 11 vissen en 500 vaten spek;
Matthijs zijn Soon had 18 vissen en was waarschijnlijk vol naar huis gekeerd.
Uit
Bergen (Noorwegen) werd op
15 juli 1687 gemeld dat een schip uit
West-Indië was aangekomen. De schipper had 25 mijl ten oosten van
Hitland een Engelse schipper gesproken die meldde dat 3 Turkse kapers 5 haringbuizen en 1-2 Groenlandvaarders hadden buitgemaakt. Dit bericht werd niet serieus genomen, omdat de Engelse schipper dit vaker deed om betere vrachtprijzen te krijgen.
Uit
Bordeaux (Frankrijk) werd op
29 juli 1687 gemeld dat de vloot Franse vaarders nog in
Saint-Martens lag te wachten op meer konvooi. Er was veel hagel geweest, wat schade aan de wijngaarden had veroorzaakt. Uit Engelse brieven bleek dat de Fransen 2 Algiersse kapers met Sallese passen hadden buitgemaakt. Zes Franse schepen zouden zich bij
de hertog van Mortemar voegen om Algiersse schepen aan te vallen en hen te dwingen niet meer op Sallese passen te varen. Het schip
De Onbevlekte Maagd lag nog in
Duinkerken. Er was nog geen nieuws over Oost-Indische retourschepen of schepen uit
Saint-Hubert. Het gerucht dat een schip uit
Cádiz in
Rotterdam was aangekomen met het Oostendse konvooi, werd niet bevestigd.
's-Gravenhage,
8 augustus 1687:
De graaf van Hohenlo zou pas de volgende dag vertrekken. Hij was die dag, begeleid door
Chevalier Crampricht (keizerlijk gezant), aan het hof. Ook
de heer Holshalb was aanwezig.
De heren van Druyvesteyn,
van Vrybergen en
Stantius (afgevaardigden van de Staten) waren de vorige avond teruggekeerd en zouden die middag verslag doen van hun missie in
Vlaanderen. De afgevaardigden van de Admiraliteit zetten hun overleg met de afgevaardigden in de Vredeskamer voort. Sommigen van hen waren die ochtend bij
prins Willem III en die middag in de vergadering van de Staten.
Prins Willem III zou waarschijnlijk niet voor maandag naar
Loo vertrekken. Het Hof van Justitie was die ochtend buitengewoon bijeen.
In
Amsterdam werd bij
Albert Visscher en
Jan Rieuwertsz. de Jonge (boekverkopers) het boek
De Oeffening van Vrucht-bomen van
le Gendre (parochiaan van
Henouville) uitgegeven, vertaald en van aantekeningen voorzien door
Jan Commelin.
In
Leeuwarden werd bij
Hero Nauta (boekverkoper in de
Peperstraat) het boek
Het Pit der oude Beuselingen, Dwalingen en andere Nevels van Misverstant in de Stof-scheyding van
George Sterckey (in het Engels) gedrukt, vertaald door
D. Feio Johannes Winter en bestreden door
Johannes Ignatius Benitema.
Er werd bekendgemaakt dat de postwagen tussen
Amsterdam en
Arnhem sinds
4 augustus 1687 (maandag) dagelijks reed. In de winter zou deze om 6 uur vertrekken uit
Amsterdam (tot
29 september) en om 9 uur uit
Arnhem (tot
1 september), daarna om 8 uur (tot
31 oktober). Vanaf
1 oktober tot
1 februari zou de wagon bij het openen van de poort vertrekken. Het postkantoor in
Arnhem was gevestigd bij
Arent van den Bosch, in het huis van de weduwe van
Jan van Hummul in de
Neversstraat. De wagons vertrokken in
Arnhem vanaf de
Grote Oort en in
Amsterdam vanaf
De Vergulde Valk op de
Botermarkt.
Er werd bekendgemaakt dat het schip
De Stadt Bayonne, dat vastzat in de grond bij
Santvoort, samen met opgeborgen rommel en tonwerk, zou worden geveild op
16 augustus 1687 (zaterdag) bij de officier ter plekke. Wie het schip nog uit de grond wilde halen of kopen, kon zich wenden tot
Pieter van Swol in
Amsterdam op de
Brouwerskade, bij de brouwerij
Het Witte Hart.
Gedrukt te
Haarlem door
Abraham Casteleyn, stadsdrukker op de
Markt in
De Blauwe Druk, op
9 augustus 1687.
Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 011225536 / 2
Op
5 februari arriveerden in
Portugael de schepen
De Bootschap Maria (schipper
Adriaen Wybrantsz.),
De Groene Kloek (schipper
Cornelis Arendsz.) en
Jan Jansz. Bontekoning.
In
Spanje,
Cádiz:
In
Madrid werden op
13 februari besluiten genomen over bezuinigingen:
- Minder uitgaven voor het paleis.
- Vermindering van de rantsoenen.
- Vermindering van het aantal raadsheren.
In
Italië,
Venetië:
- Op 16 februari meldde een Engels schip uit Tripoli dat 7 oorlogsschepen van de Barbarijse piraten waren uitgerust om samen met de Turkse vloot te opereren.
- Uit Ragusa kwam bericht dat de nieuwe primo vizier oorlogsvoorbereidingen trof, waaronder het afmaken van 6 galeien. Een deel van de Milaneese infanterie was al in Venetië aangekomen.
In
Frankrijk,
Parijs:
- Op 26 februari vaardigde de koning een bevel uit: Franse schepen die schipbreuk ledigen, moesten door schepen van vriendelijke naties worden opgepikt. Schepen tussen 50 en 100 ton moesten 3 Franse opvarenden meenemen, schepen boven 100 ton 6. Dit gold ook voor Franse kooplieden en consuls in buitenlandse havens.
- De markies de Castelmaine bereidde zich voor op een reis naar Rome.
In
Engeland:
- Op 2 februari vertrokken uit Duinkerk 35 schepen, waaronder 5 Oost-Indische en 10 Hollandse koopvaardijschepen, begeleid door 2 oorlogsschepen.
- In Londen:
- Op 22 februari meldden Schotse brieven het overlijden van George Gordon, graaf van Panmure. Zijn lichaam lag in een nieuwe kerk tot zijn bloedverwanten terugkeerden.
- De graaf van Traquair en Sir Robert Sibbald vertrokken naar Edinburgh.
- Op 21 februari werd Mr. Booth, een lakenfabrikant, gearresteerd voor een schuld. Hij werd vrijgelaten na een eed af te leggen.
- Dr. Eedes en Mr. Graunt werden op borgtocht vrijgelaten.
- Op 23 februari werd Thomas Saxon, hoofdgetuige tegen Lord Delamere, in de pillory gezet en mishandeld. Hij zou de volgende dag opnieuw in de pillory staan en op 25 februari van Newgate naar Tyburn worden gebracht.
- Het huwelijk tussen de graaf van Northampton en de gravin-douairière van Conway ging niet door. Zij trouwde in plaats daarvan met de graaf van Mulgrave, kamerling van het huishouden van de koning.
- Op 24 februari organiseerde de graaf van Sunderland een bal voor de koning en koningin in het appartement van de hertogin van Portsmouth. Er waren 12 paren dansers, gekleed in nationale kostuums.
Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 011225365 / 3
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176090 / 555
De erfenis van de overleden Pieter Treschouw is overgenomen door Hr. Schulle. De betrokkenen verklaren dat ze Hr. Frans Kofler hebben gemachtigd om namens hen en in hun hoedanigheid op te treden. Met toestemming van de Raad van Amsterdam en bijgestaan door een voogd en vier andere personen, mocht Hr. Frans Kofler voor de eerbiedwaardige en achtingwekkende heren schepenen van de stad verschijnen.
Daar heeft Hr. Frans Kofler namens de weduwe Pieter Treschouw een huis en erf, gelegen aan de binnenzijde van Nieuw Eiland in Amsterdam, overgedragen aan Jan Bontekoningh. Dit gebeurde op 12 april 1718 voor een bedrag van ƒ 2350, volgens de gebruikelijke koopvoorwaarden. De koopsom was volledig betaald en Hr. Frans Kofler beloofde vrijwaring te geven. Hiervoor verbonden de betrokkenen hun persoonlijke goederen, de goederen van hun kinderen en die van de pupillen van de tweede betrokkene.
Verder beloofden ze alles te doen wat nodig was en wat de gemachtigde in hun naam kon of moest doen. Ze beloofden ook alles wat krachtens deze akte gedaan zou worden, te zullen handhaven. Dit gebeurde onder verplichting en onderwerping aan de rechtbank in Amsterdam.
Aanwezig waren: Susanna Maria Alphonsies, David Lamy Junior (weduwnaar van Jean Boldumn), Schulte, Hermanus Van Garel (pastor), H. Minuict en Adr. Baars.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176072 / 473
1631 op
23 maart ging
Dirck van der Groe, notaris, op verzoek van de nabestaanden naar
Amsterdam. Daar vond hij
Jacob van Hoek, koopman in
Amsterdam, die samen met
Abraham Diepres, ook koopman, een transport had ontvangen. Dit betrof een acceptatie van wissels gericht aan
Hr. Dupre.
Hr. Dupre weigerde echter de wissels te accepteren.
Dirck van der Groe protesteerde hierop namens
Jacob van Hoek tegen de niet-acceptatie van de wissels, inclusief herwissel en alle kosten, schade en interest die al waren gemaakt of nog gemaakt zouden worden. Alles werd opgetekend in
Amsterdam in aanwezigheid van
Samuel Romp en
Hercules van Hoorn.
De wissel luidde als volgt:
Lissabon,
9 februari 1631, voor de som van 520.55 pond, te betalen in
Amsterdam aan
Cornelio Wolter Maknes voor rekening van
Loppe Marimiliano. De wissel was getekend door
Jorge Camerino en geadresseerd aan
Abraham Dupre, koopman in
Amsterdam.
Op
25 maart 1631 verscheen
Floris Bontekoningh, ook woonachtig in
Amsterdam, voor de notaris.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606791 / 524
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176123 / 229
De heren J. en D. Bontekouw bevestigden dat scheepskapitein Jan Gerbrand of diens rechtopvolger verantwoordelijk was voor de schade die Jan Gerbrand had geleden aan zijn schip, lading en de goederen van de opvarenden. Deze schade moest worden vergoed volgens een eerdere afspraak of een beslissing van scheidsrechters. Jan Gerbrand moest ook de huur betalen voor het scheepsvolk en de goederen die zij gebruikten. Dit moest gebeuren in het huis van Bontekoningh op het Drie Heuvelen Eiland in Amsterdam. Jan Gerbrand beloofde dat hij alles wat daar werd beslist, zou accepteren alsof het rechtstreeks tegen hem was gericht.
Ook Johannes Bontekouw en Dirk Bontekouw bevestigden dat zij de afspraken en beslissingen van scheidsrechters zouden nakomen. Zij beloofden de schade te vergoeden en de afspraken na te leven. Dit werd bevestigd in Amsterdam op 1654-08-25 in aanwezigheid van getuigen Daniel van de Brink en Lourens Smit. De notaris was Joannes Dirk Bintekoning, met als bijstand Raerd Auses van den Brink, Adr. Baars en L. Smit.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176114 / 66
3 januari 1691 verscheen
Dirk van der Groe, notaris, in
Amsterdam voor
Sr. Alors Boute koningh, makelaar en weduwnaar van
Geurtje Dirx. Deze verklaarde dat hij van plan was om opnieuw te trouwen, maar eerst de erfenis van zijn twee kinderen uit zijn eerste huwelijk wilde regelen:
Hij had
Evert Schagen (notaris) en
Jacot Schagen (secretaris in
Oosterblokker) aangewezen als voogden voor zijn kinderen na zijn overlijden. Ook had hij hun de erfenis van hun moeder gegeven:
- Aan Jan Bontekoningh: twee lijfrentebrieven (een van 155 gulden per jaar ten laste van het land in Amsterdam en een van 90 gulden per jaar in Hoorn), samen goed voor 2500 gulden.
- Aan Dirk Boutekoningh: twee soortgelijke lijfrentebrieven, ook goed voor 2500 gulden.
- Aan elk kind nog eens 12.500 gulden, samen 25.000 gulden.
Totaal bedraagt de erfenis 30.000 gulden (exclusief de lijfrentebrieven).
Dirk van der Groe mocht tijdens de onmondigheid van zijn kinderen de opbrengsten van dit geld behouden, zonder zekerheid te hoeven stellen. Hij moest wel voor zijn kinderen zorgen tot ze meerderjarig of getrouwd waren. Daarna zou hij de lijfrentebrieven en het kapitaal van 12.500 gulden aan elk kind overdragen. De rest van de erfenis van zijn overleden vrouw mocht hij voor zichzelf houden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606954 / 153
Volgende pagina