Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
-
Op 25 juni 1618 werd een testament opgesteld in Haarlem door Anna Jansdochter, een zieke vrouw uit Gelderland, maar met heldere geest. Ze was aan bed gekluisterd maar kon nog praten en nadenken. Adriaen Willemsz, een notaris verbonden aan het Hof van Holland, legde haar laatste wil vast in aanwezigheid van getuigen. Keizer Matthias I regeerde toen.
-
Anna liet de volgende spullen na:
- Aan Tryntgen, haar dienstmeid: een koe, een oorkussen en een fluwelen kussen.
- Aan Magdalena, de vrouw van Jan Thonis: een koperen ketel.
- Aan Magdaleentgen, de dochter van Magdalena: een klein tafeltje met landschap.
- Aan Grietgen, de vrouw van Aert Bouwens: twee oorkussens en twee fluwelen kussens.
- Aan de vrouw van Roel de wever (echtgenote van Henrick Lambertsz): een grijze rok van Pieter, die bij Anna woonde.
- Aan Annu, de dochter van Jacob Dircksz: een druifvormige sayen (soort stof) kaproen.
- Aan Jannetgen, ook een dochter van Jacob Dircksz: een zilveren vingerhoed.
- Aan Mayken Jans van Roy: twee zilveren naalden.
- Aan Lysken, de vrouw van Jan de Breyer: een linnen lijfje.
- Aan Tryntgen Jans van Roy (dochter van Jan Mathyssen van Roy): haar beste heren sayen rok.
- Aan Weesken, haar broers dochter: haar dagelijkse hemd met twee neusdoeken.
-
Anna hield het recht om later nog wijzigingen aan te brengen, mondeling of schriftelijk. Ze wilde dat haar wil na haar overlijden precies zou worden uitgevoerd, zonder discussie. Het testament werd opgesteld in haar huis aan de Heersteeg in Haarlem, met als getuigen Jan Mathysz van Roye (koopman uit Lankhaar) en Meester Hans Bouduwyns, beide poorters (burgers) van Haarlem.
-
Op 19 juni 1618 werd een tweede testament opgemaakt door Frederick Fredericxz van Leeuwarden en zijn vrouw Hester Fremyn, wonend in Haarlem. Ze waren allebei gezond en helder van geest. Keizer Matthias I regeerde nog steeds.
-
Frederick en Hester maakten hun laatste wil bekend en schrapten alle eerdere testamenten en huwelijkse voorwaarden. Ze benoemden elkaar tot universeel erfgenaam, en hun kinderen als die er waren. Als een van hen als eerste zou overlijden zonder nakomelingen, erfde de langstlevende alles.
-
De langstlevende zou ook voogd worden over eventuele minderjarige kinderen of kleinkinderen, met volle vrijheid om hun bezittingen te beheren zonder bemoeienis van familie, weeskamer of rechters – tenzij de langstlevende daar zelf om vroeg.
-
Extra voorwaarden:
- Als Frederick eerst sterft, moet Hester binnen 1 jaar 400 karolusguldens (elk 40 Vlaamse groten) aan de armen van Haarlem geven.
- Ook moet ze dan 100 karolusguldens aan Fredericx (zijn moeder) geven, en 13 karolusguldens aan het kind (of kinderen) van zijn broer, als die er zijn.
- Als Hester eerst sterft, moet Frederick binnen 1 jaar 600 karolusguldens aan de armen van Haarlem geven.
- Ook moet hij dan 600 karolusguldens aan elk van Hesters volle broers geven, 300 karolusguldens aan elke halfbroer, en 50 karolusguldens aan elk van Hesters twee tantes (als die nog leven).
-
Frederick en Hester behielden het recht om het testament later aan te passen, te vergroten of te verkleinen, of geheel nieuw op te stellen. Ze wilden dat hun wil na hun dood zonder uitzondering zou worden uitgevoerd, ongeacht eventuele juridische formaliteiten die ontbraken. Het testament werd opgesteld in Haarlem, met Mathys Jansz van Aken als getuige.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975132 / 20
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 145 / 0461
De tekst beschrijft een overeenkomst tussen een persoon (de
comparant) en de
Naamloze Vennootschap Haarlemsche Bankvereeniging. Hierin staan de volgende afspraken:
- Als de persoon of zijn bedrijf geld schuldig blijkt te zijn aan de bank, mag de bank zonder toestemming het onderpand (bijvoorbeeld een huis of grond) openbaar verkopen. De bank mag dan:
- de voorwaarden van de verkoop bepalen,
- het geld uit de verkoop innemen,
- de koper vrijwaren van eventuele claims (zoals het recht van zuivering – het opschonen van schulden – en rangschikking – de volgorde van schuldeisers).
Let op: deze laatste twee rechten gelden alleen als eerdere hypotheken zijn afbetaald en de Haarlemsche Bankvereeniging daardoor de eerste schuldeiser wordt.
- De afspraken die ook voor anderen (bijvoorbeeld nieuwe eigenaren) gelden, moeten officieel worden geregistreerd bij de hypotheekkantoor in Haarlem.
- Bij brandschade komt het verzekeringsgeld in de plaats van het onderpand. Eerdere schuldeisers houden wel hun rechten.
- De eigenaar moet:
- alle belastingen (landelijk en lokaal) op tijd betalen en de bewijzen hiervan direct laten zien,
- ook de verzekeringsbewijzen tonen,
- toestaan dat de bank deze kosten betaalt als de eigenaar dat niet doet – deze kosten komen dan bovenop zijn schuld.
- Zolang de lening (inclusief rente en kosten) niet volledig is afbetaald, mag de eigenaar niet:
- extra schulden maken op het onderpand,
- de bestemming van het onderpand veranderen,
- erfdienstbaarheden (bijvoorbeeld recht van overpad) of andere rechten aan het onderpand koppelen,
- het voor meer dan 2 jaar achter elkaar verhuren of onder de markthuurprijs,
- huur vooraf aannemen of het huurgeld aan derden geven.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 164
Deze tekst beschrijft een overeenkomst tussen een schuldenaar en een schuldeiser over een pand in
Haarlem. Hier volgt een samenvatting in modern Nederlands:
- Het pand is vrij van hypotheek en volledig eigendom van de schuldenaar. Dit is vastgelegd in een akte bij het hypotheekkantoor in Haarlem op onbekende datum, in deel 1081, nummer 2.3.
- De schuldenaar moet het pand in goede staat houden en mag:
- de waarde ervan niet verminderen,
- de aard of bestemming ervan niet veranderen,
- het niet verhuren of in gebruik geven zonder schriftelijke toestemming van de schuldeiser,
- het niet voor langer dan 1 jaar verhuren,
- het niet onder de marktconforme huurwaarde verhuren,
- geen voorschotten op de huur ontvangen.
- De schuldeiser heeft het recht om het pand op kosten van de schuldenaar te laten hertaxeren. Als de waarde daalt, moet de schuldenaar:
- een deel van de schuld direct aflossen, óf
- extra zekerheid bieden, naar keuze van de schuldeiser.
- De schuld (hoofdsom + rente) is opeisbaar of aflosbaar door beide partijen, mits er minstens 3 maanden van tevoren opzegging plaatsvindt.
- De schuldenaar moet de hoofdsom en rente betalen aan het adres van de schuldeiser, zonder korting of schuldvermindering.
- Alle kosten (zoals inschrijving, opzegging, en juridische stappen) komen voor rekening van de schuldenaar. De schuldeiser ontvangt het volledige bedrag zonder aftrek.
- Als extra zekerheid voor de aflossing van de schuld (inclusief rente en kosten) verbindt de schuldenaar een pand hypothecair aan de schuldeiser. Het gaat om:
- een winkel met pakhuis en bovenwoning,
- gelegen aan de Schoterweg in Haarlem,
- aangeduid als kadastraal perceel Sectie G, nummer 1068,
- met een oppervlakte van 88 centiare (ongeveer 880 m²).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 159
De schuldenaar en
de schuldeiser hebben afspraken gemaakt over een lening met het volgende als onderpand: gebouwen en grond. Hier gelden de volgende regels:
- Als het onderpand vrijwillig verkocht wordt, hoeft de schuld niet direct afgelost te worden.
- De hele schuld (hoofdbedrag + rente) moet direct betaald worden in deze gevallen:
- als het onderpand (deels) in beslag genomen, verkocht of met andere rechten belast wordt (behalve een hypotheek);
- als het onderpand (deels) afbrandt;
- als de schuldenaar failliet gaat of zijn bezittingen afstaat;
- als de schuldenaar de rente niet op tijd betaalt;
- als de schuldenaar een afspraak breekt;
- als de schuldenaar overlijdt tijdens de looptijd van de lening;
- als het onderpand onbewoonbaar wordt verklaard.
- Als één van bovenstaande situaties zich voordoet, is de schuldenaar direct in gebreke, zonder dat de schuldeiser hem daarvoor nog apart hoeft te waarschuwen.
- Als de schuldenaar niet voldoet aan de afspraak om gedeeltelijk af te lossen of extra zekerheid te geven, moet hij het hele bedrag direct betalen, zonder verdere juridische stappen.
- De schuldenaar moet het onderpand verzekeren tegen brandschade bij een erkende verzekeringsmaatschappij, zolang de schuld nog loopt.
- Hij moet altijd kunnen bewijzen dat dit gedaan is.
- Bij elke rentebetaling moet hij het bewijs van verzekeringsbetaling laten zien, of wanneer de schuldeiser daarom vraagt.
- Als er brandschade is, gaat het verzekeringsgeld eerst naar de schuldeiser, tot de schuld is afbetaald. Wat overblijft, blijft onderpand.
- De schuldenaar moet alle belastingen en lasten op het onderpand betalen en dit driemaal per jaar aantonen bij de rentebetaling.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 160
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 162
Een man heeft een hypotheek afgesloten bij de Haarlemsche Bankvereeniging (een naamloze vennootschap). Hiermee geeft hij de bank het recht om zijn onroerend goed (bijvoorbeeld een huis of land) te verkopen als hij zijn schuld niet betaalt. Hij stemt ermee in dat de bank dit mag doen zonder dat hij daar later nog bezwaar tegen kan maken.
De volgende afspraken zijn gemaakt:
- Het gepande goed (het huis/land) moet verzekerd blijven tegen brand. Het bewijs van deze verzekering moet bij de bank liggen.
- De man heeft al een eerdere hypotheek van Karel van Balen (wonend in Haarlem) op dit goed staan van 9000 gulden. Dit staat genoteerd in het hypotheekkantoor van Haarlem (register deel 1081, nummer 23).
- De nieuwe lening bij de Haarlemsche Bankvereeniging bedraagt in totaal 7890 gulden (6000 gulden + 1890 gulden aan rente en kosten).
- De man belooft dat de bank dit bedrag mag terugvorderen door het goed te verkopen als hij niet betaalt. Dit kan op elk moment gebeuren.
- De man of zijn bedrijf (firma) is de bank dit bedrag verschuldigd, plus eventuele andere schulden die hij bij hen heeft.
De man gaat akkoord met een extra bedrag van 2200 gulden (genoteerd als "Bijgevoegd 2 nom C.J. R. yll M m"), maar er wordt niet uitgelegd waar dit voor is.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 163
Op
27 april 1921 gingen
Samuel Machiel Mok en
Hendricus Smolenaars, beide handelaren uit
Bloemendaal, naar
Jan Arnold Wilkens, notaris in
HaarlemDavid Bakker, directeur van de Naamloze Vennootschap De Kampioen in Rotterdam (maar wonend in Amsterdam).
Bakker kocht:
- Een villa met nummer 7, inclusief schuur, tuin en grond.
- Het huis staat aan de Jozef Israëlsweg in Bloemendaal.
- De grond is 5 are en 20 centiare groot (kadaster: Bloemendaal, Sectie A, nummer 6273).
De verkopers hadden het huis gekocht op 31 mei 1920 via een akte bij notaris Nicolaas Jan Hoeflake (plaatsvervanger van Wilkens).
De verkoopprijs was 26.000 gulden, die Bakker contant betaalde.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209601 / 139
In deze overeenkomst werd vastgelegd dat:
- de schuldenaar zich moest houden aan de administratie van de Naamlooze Vennootschap Hanze bank. Een door de bank goedgekeurd uittreksel uit hun boeken gold als bewijs van de hoogte van de schuld, tenzij het tegendeel kon worden bewezen;
- de kosten voor het opstellen van deze akte en het officieel bekendmaken ervan bij de schuldenaar voor rekening kwamen van de persoon die de overeenkomst tekende (de comparant).
De heer Roelof Klarinus Berends, kantoorbediende uit Rotterdam, bevestigde namens de Hanze bank dat hij deze afspraken en voorwaarden accepteerde.
Alle betrokkenen kozen het kantoor van de notaris als officiële plek voor verdere afhandeling. De akte werd opgemaakt in Haarlem op de datum die bovenaan vermeld stond, in aanwezigheid van de heren François Wilhelm Johan Tethof (kantoorbediende uit Beverwijk) en Giljam Lokerse (kantoorbediende uit Haarlem) als getuigen. Na voorlezing tekenden alle partijen, inclusief de notaris.
De akte werd geregistreerd in Haarlem op 4 mei 1820 in deel 27, bladzijde 92 (achterkant), vak 5, over 3 bladzijden zonder doorverwijzingen. De ontvanger noteerde een betaling van 1 gulden en 50 cent (€1,50) voor de registratiekosten.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209601 / 137
Heer van Balen had een stuk grond in
Gemeente dat bij het kadaster bekendstond als Sectie G, nummer 1068, met een oppervlakte van 88 centiare. Hij gaf dit als onderpand (hypotheek) aan de
Hanze Bank onder de volgende voorwaarden:
-
Heer van Balen draagt al zijn rechten op de hypotheek over aan de Hanze Bank. Hij mag niets doen met deze hypotheek (zoals het opheffen ervan) totdat hij zijn volledige schuld aan de bank heeft afbetaald.
-
Als Heer van Balen zijn schuld niet betaalt na een aanmaning, mag de Hanze Bank de hypothecaire vordering (het recht op de grond) publiekelijk verkopen volgens de lokale regels en artikel 1201 van het Burgerlijk Wetboek. Met de opbrengst betaalt de bank eerst de schuld, rente en kosten. Het eventuele overschot gaat naar Heer van Balen.
-
Als Heer van Balen zijn afspraken niet nakomt of iets doet wat tegen de regels is, is hij meteen in gebreke. Er hoeft geen extra waarschuwing gegeven te worden.
-
Heer van Balen geeft de Hanze Bank toestemming om namens hem de schuld op te eisen en te innnen, en om de verbonden goederen (de grond) te verkopen als hij niet betaalt. De bank mag alles doen wat Heer van Balen zelf ook zou mogen doen als eigenaar van de hypotheek.
Deze afspraken zijn gebaseerd op een eerdere leningsovereenkomst van
25 februari 1920, opgemaakt door kandidaat-notaris
N. J. Hoeflake als vervanger van de notaris.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209601 / 136
Karel van Balen heeft een officiële schuldbekentenis getekend. Hierin staat dat als hij het geleende geld (de hoofdsom) of de rente niet op tijd betaalt, de geldschieter het onderpand
onherroepelijk mag verkopen. Met de opbrengst hiervan worden dan de schuld, de achterstallige rente en de kosten afbetaald.
Karel van Balen gaat akkoord met deze afspraken, inclusief de hypotheek (het onderpand). Voor eventuele problemen kiest hij het kantoor van de tijdelijke bewaker van dit document als zijn
vaste woon- of verblijfplaats (domicilie).
De akte is opgesteld in
Haarlem op de datum die bovenaan staat. Aanwezig waren:
Zij fungeerden als getuigen en kenden alle betrokkenen, inclusief de waarnemend notaris.
Na voorlezing tekenden
Karel van Balen, de getuigen en de notaris de akte direct. Er werd een kleine fout gecorrigeerd (een doorgehaalde letter op regel 8 van pagina 4).
De notariële kosten bedroegen
1 gulden en 50 cent (voor 20 foliopagina’s, een vierde deel en rechtstaks). De ontvanger,
Meulier (ingenieur in
Heemstede), noteerde op
25 februari 1920 het bedrag
433/4.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 161
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209667 / 39
Deze tekst beschrijft een lening met een hypotheekovereenkomst uit het verleden. Hier volgt een samenvatting in modern Nederlands:
- De lener (schuldenaar) moet de kosten van verzekeringen (zoals brandverzekering) betalen. Als er brandschade is, krijgt de geldschieter (schuldeiser) het verzekeringsgeld in plaats van het beschadigde pand, maar behoudt nog wel recht op eventuele restschuld.
- De lener moet alle belastingen en lasten van het onderpand (bijvoorbeeld een huis) op tijd betalen en hiervan bewijs (kwitantie) tonen bij het betalen van de rente.
- Als het onderpand vrijwillig verkocht wordt, blijft de hypotheek gewoon bestaan (er vindt geen "zuivering" plaats).
- De hele lening (hoofdsom) en de rente moeten direct betaald worden in de volgende gevallen:
- als het onderpand (deels) in beslag genomen, verkocht of met andere rechten belast wordt (behalve een hypotheek);
- als het gebouw (deels) afbrandt;
- als de lener failliet gaat of om schuldsanering (boedelafstand) vraagt;
- als de lener de rente niet op tijd betaalt;
- als de lener een van de andere afspraken niet nakomt;
- als de lener overlijdt tijdens de looptijd van de lening;
- als de woning onbewoonbaar wordt verklaard.
- Als een van bovenstaande situaties zich voordoet, is de lener automatisch in gebreke (er hoeft geen officiële waarschuwing of ingreep te komen).
- Als de lener de hoofdsom of rente niet betaalt, mag de geldschieter het onderpand openbaar verkopen om de schuld, rente en kosten te betalen.
Koelof Klarinus Berends, een kantoorbediende uit
Haarlem, nam deze overeenkomst namens de geldschieter aan.
De lener koos als
vaste woonplaats voor juridische zaken het kantoor van de tijdelijke bewaker van deze akte.
De akte werd opgemaakt in
Haarlem op de datum bovenaan vermeld, in aanwezigheid van:
De akte werd direct na voorlezing ondertekend door alle betrokkenen en de notaris.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209658 / 55
De lening had de volgende voorwaarden:
Als extra zekerheid voor de lening gaf de schuldenaar een
hypotheek (een soort onderpand) op:
Daarnaast waren er extra afspraken:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209658 / 54
Deze overeenkomst gaat over de verkoop van een stuk grond met de volgende afspraken:
- Op de verkochte grond mogen geen gebouwen of gewassen worden geplaatst die schade, gevaar of overlast kunnen veroorzaken, tenzij de Raad van Beheer van de Naamloze Vennootschap Binnenlandse Exploitatie Maatschappij van Onroerende Goederen in Haarlem hier eerst schriftelijk toestemming voor geeft.
- De verkoper is alleen verantwoordelijk voor het leveren van de exacte oppervlakte die is afgesproken. Als er minder grond blijkt te zijn, is dat voor risico van de koper.
- De koper mag meteen gebruikmaken van de grond en is vanaf nu verantwoordelijk voor alle belastingen en kosten die daarmee samenhangen.
- De kosten voor deze akte en de levering van de grond worden gelijk verdeeld tussen koper en verkoper.
De verkoop vond plaats in
Haarlem op een niet nader genoemde datum, in aanwezigheid van:
De grond is verkocht voor
15.000 gulden, contant betaald door de koper. De verkoper bevestigt het geld te hebben ontvangen en staat vanaf nu alle rechten op de grond af aan de koper.
Extra afspraken:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 157
Op
25 februari 1820 verscheen
Karel van Balen, een broodbakker uit
Haarlem, bij
Nicolaas Jan Hoeflade, een kandidaat-notaris die inviel voor notaris
Jan Arnold Wilkens. Bij deze afspraak waren ook getuigen aanwezig.
Karel van Balen verklaarde dat hij een stuk grond met gebouwen had verkocht aan
Cornelis Johannes Roosen, een machinist die ook in
Haarlem woonde. Het ging om:
- een windelhuis (een gebouw waar windmolens werden gemaakt of gerepareerd),
- een pakhuis,
- een bovenwoning,
- en een stuk grond (erf).
Dit alles stond op de kaart getekend als nummers 50, 50.a en 50 en lag aan de
Schoterweg in
Haarlem. Volgens het kadaster (de officiële registratie van grond) was het perceel bekend als sectie G, nummer 1068, met een oppervlakte van 88 centiare (ongeveer 880 m²).
Karel van Balen had dit stuk grond gekregen via een eerdere akte. Op
30 september 1811 was er een overschrijving gemaakt bij de hypotheekbewaarder in
Haarlem. Deze overschrijving was gebaseerd op een verkoopakte die al op
31 juli 1811 was opgesteld door notaris
Loeff, die toen in
Haarlem werkte. De grond
en de gebouwen waren toen al eigendom van
Karel van Balen geworden, omdat hij ze had laten bouwen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209619 / 156
Op
13 maart 1808 verklaarde
Everhard Wildebier, die op dat moment op het punt stond om van de kolonie naar
Amsterdam te vertrekken, dat hij de volmacht die hij en zijn broer
Gerard Wildeboer op
23 januari 1808 hadden ondertekend, nog steeds geldig achtte. Deze verklaring werd officieel vastgelegd door een beëdigde ambtenaar en getuigen.
Vervolgens benoemde
Everhard Wildebier opnieuw zijn andere broer,
Cornelis Dildeboer (die in de kolonie woonde), als zijn officiële vertegenwoordiger.
Cornelis Dildeboer kreeg hiermee de volledige bevoegdheid om namens
Everhard Wildebier – zowel privé als in zakelijke aangelegenheden – op te treden.
Deze volmacht omvatte het recht om:
- alle zaken en handelingen te regelen, zowel juridisch als zakelijk, alsof Everhard Wildebier zelf aanwezig was;
- rekeningen te controleren, af te handelen en af te sluiten;
- geld dat Everhard Wildebier privé of zakelijk te goed had, op te eisen en in ontvangst te nemen;
- schulden die Everhard Wildebier privé of zakelijk had, te betalen na overleg;
- kwitanties (bewijzen van betaling) te geven of te vragen;
- namens Everhard Wildebier voor de rechter te verschijnen;
- bij geschillen of weigeringen juridische stappen te ondernemen, zoals het inschakelen van een advocaat;
- voor alle soorten rechtbanken (hoog of laag) op te komen, zowel als eiser als als verdediger;
- officiële aankondigingen, dagvaardingen en protesten in te dienen;
- verzoeken, verweerschriften en andere juridische documenten in te dienen;
- vonnissen en afspraken aan te vragen, deze te laten uitspreken en indien nodig uit te voeren;
- in hoger beroep, herziening of cassatie te gaan en dit tot het einde toe te volgen – of hiervan af te zien;
- namens Everhard Wildebier eden af te leggen;
- schikkingen te treffen, onderhandelingen te voeren en compromissen te sluiten;
- arbitrale (bindende) uitspraken te aanvaarden of hiertegen in beroep te gaan;
- beslagen op personen, geld of goederen aan te vragen of deze weer op te heffen;
- in beslag genomen, gearresteerde of geëxecuteerde gelden vrij te geven;
- indien nodig, waarborg (borgsom) te stellen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 614 / 0407
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0323
Op 1 juni 1808 werd een officiële koopakte opgesteld in Nederland. Hierin gaf een vertegenwoordiger van het handelshuis van Jan & Theodore van Marsvels drie mannen in Suriname volmacht om namens hen op te treden:
Deze drie mannen mochten samen of apart (als een of twee afwezig of overleden waren) de volgende taken uitvoeren:
Beheer en controle van plantages:
- De plantages Gustafsthal, Brouwershaven en Carelsburgh overnemen en beheren.
- Toezicht houden op gebouwen, land, slaven, vee, werknemers en alle andere zaken op de plantages.
- Zorgen dat alles op de plantages goed verliep en de regels werden nageleefd.
Financiële zaken:
- Goederen en benodigdheden ontvangen die vanuit Nederland of elders werden gestuurd om de plantages draaiende te houden.
- De opbrengsten (zoals gewassen) verzamelen en deze naar Nederland of andere plaatsen in Europa verschepen, tenzij lokale verkoop in Suriname voordeliger was.
- Als verscheping niet mogelijk was, mochten ze de producten in Suriname verkopen of ermee doen wat het meest winst opleverde.
- Jaarlijks een overzicht (inventaris) en financiële verantwoording sturen naar het handelshuis in Nederland.
- Wissels (een soort betaalopdrachten) uitschrijven op naam van het handelshuis om kosten te betalen.
- Salarissen uitbetalen aan werknemers en andere uitgaven voor de plantages doen.
Rechtelijke en administratieve taken:
- Van eerdere beheerders van de plantages een financiële afrekening en verklaring eisen.
- Deze rekeningen controleren, goedkeuren of aanvechten en eventuele fouten laten herstellen.
- Geld vorderen dat het handelshuis nog tegoed had en betalen wat het handelshuis verschuldigd was.
- Indien nodig, voor de rechter optreden (zowel als eiser als verdediger) in zaken over de plantages.
- Alle wettelijke termijnen en procedures volgen.
Woon- en werkvoorwaarden:
- Zelf op een van de plantages wonen als directeur, met vrijheid om een geschikte plantage te kiezen.
- Het gebruikelijke directeurssalaris ontvangen, inclusief een toelage voor de zoon van de directeur (zoals toen gebruikelijk was).
Al deze taken mochten ze uitvoeren in ruil voor een normale vergoeding (provisie) voor hun werk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0320
Caatje van Heyne, een vrije vrouw in
Paramaribo, maakte op
1801 haar testament bekend. Hierin gaf ze volmacht aan haar uitvoerders (de mensen die haar nalatenschap regelen) en aan
Earenfried Gottlick Petri voor specifieke taken. Ook de laatste overlevende uitvoerder en de voogden over haar minderjarige erfgenamen kregen volledige bevoegdheid, zoals het voeren van rechtszaken namens hen.
Ze sluit in haar testament uit dat de
Nieuwe Wees- en Boedelkamer (een organisatie die wezen en nalatenschappen beheert) of andere soortgelijke instanties in de kolonie zich met haar nalatenschap mogen bemoeien. Dit geldt ook voor eventuele weesmeesters op de plaats waar ze komt te overlijden of waar haar goederen of minderjarige erfgenamen zich bevinden.
Daarnaast bevestigde
Caatje de verkoop van haar huis en erfpacht op de hoek van de
Breestraat in
Paramaribo. Deze verkoop was eerder gedaan door
Cornelis Wildeboer namens haar aan
Mejuffrouw Schuurveld, geboren
den Wyl, volgens de afgesproken voorwaarden. Ze verklaarde deze verkoop volledig goed te keuren.
Het testament werd voorgelezen en door een beëdigd vertaler,
Daniel Fernandes, in het
Negerengels (een creoolse taal) uitgelegd aan
Caatje. Zij bevestigde dat dit haar laatste wil was en wilde dat het na haar dood zou worden uitgevoerd, minstens als een
codicil (een aanvulling op een testament).
Ten slotte verklaarde
Caatje dat haar bezittingen minder dan 15.000 gulden waard waren. Het document werd ondertekend in het bijzijn van twee getuigen:
Jacob d’Aron Cessurun en
Samuel Isaak Labadie, die bevestigden dat ze
Caatje goed kenden. De notaris,
de Kosgezworen Clercq, stelde het document officieel vast.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 88 / 0118
In
Haarlem verschenen op
23 en 30 september 1805 voor notaris
Willem Arnoldus Haselaar de volgende personen:
Deze drie partijen waren samen eigenaar van vier plantages in
Suriname:
- Bergendaal
- Bovenrivier
- Breukelerwaard
- De Arrier Commewijne
Henri Zacharie op Couderc en
Joanne Marie Couderc (samen met
Etienne Couderc) bezaten elk voor 1/9 en samen dus voor 1/3 deel.
Joan Raye bezat ook 1/3, en de erfgenamen van de
barones van Lindau bezaten het laatste 1/3 deel.
Al jaren lieten
Henri Zacharie en
Joanne Marie Couderc (met
Etienne) toe dat de kas, het correspondentiekantoor en de administratie van de plantages volledig werden beheerd door een of meer beheerders, aangesteld door
Joan Raye en de erfgenamen van de
barones van Lindau (die samen 2/3 deel bezaten). Nu wilden
Henri Zacharie en
Joanne Marie Couderc dit veranderen.
Joan Raye ging hiermee akkoord, maar wilde geen schijnbare scheiding van belangen.
Er werd afgesproken dat, zodra dit document in
Suriname aankwam:
- de kas, het correspondentiekantoor en alle bijbehorende papieren van de plantages (inclusief het 2/3 deel van Joan Raye en de erfgenamen) overgedragen zouden worden;
- de beheerders van Joan Raye deze zaken zouden overdragen aan nieuwe beheerders, aangesteld door Henri Zacharie en Joanne Marie Couderc;
- de administratie over de plantages niet zou veranderen voor het deel van Joan Raye en de erfgenamen.
Als nieuwe beheerders werden in volgorde benoemd:
- Pierre Gabriel Labadie Rouleau;
- bij zijn overlijden, afwezigheid of weigering: Albert Taccollon;
- bijzelfde omstandigheden: M. Jean Planteau;
- bijzelfde omstandigheden: F.C. de Sutter;
- bijzelfde omstandigheden: Cornelis Wildeboer.
Deze beheerders moesten na ontvangst van dit document het kantoor en de kas overnemen van
Joseph Donatius Justus Thijm (of diens opvolger), die op dat moment het kantoor en de kas beheerde in
Suriname. Alle eerdere afspraken die hiermee in strijd waren, werden ingetrokken.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974985 / 443
Op
4 augustus 1802 ging
Oltman Gehrels, een koopman uit
Amsterdam, naar notaris
Jan Hendrik Zilver. Hij gaf officieel toestemming aan twee mannen om namens hem te handelen:
Dit document werd later, op
22 februari 1803, bevestigd door notaris
Heystek in
Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen
Hendrik van Greuninge en
Willem Gerrit van Nes. Het werd geregistreerd en voorzien van een zegel van 48 stuivers. Notaris
Zilver bevestigde de overeenkomst met het origineel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 756 / 0344
In deze tekst wordt een overeenkomst beschreven waarin drie mannen, Arnoldus Laurens Kerkhoven, Ioannes Casparus de Sutter en Cornelis Wildeboer, de verantwoordelijkheid krijgen om een plantage in Suriname te beheren namens de eigenaren (de "Constituanten").
De drie mannen krijgen de volgende taken en bevoegdheden:
- Zij mogen borgstellingen regelen en garanties geven.
- Zij mogen een woonplaats in Suriname kiezen.
- Zij mogen de plantage vertegenwoordigen in alle zaken, zowel binnen als buiten de rechtbank.
- Zij mogen alles doen wat de eigenaren zelf zouden kunnen of moeten doen als ze aanwezig waren.
- Zij mogen anderen aanstellen om hen te helpen, zolang er altijd minstens twee beheerders actief zijn.
- Als een van de drie mannen (behalve Arnoldus Laurens Kerkhoven) wegvalt, moet Kerkhoven ervoor zorgen dat er twee nieuwe beheerders komen.
- De Wees- en Onbeheerde Boedelskamer in Suriname en de Curator ad lites (een soort rechtsbijstander) worden uitgesloten van deze afspraken.
De beheerders moeten:
- Regelmatig verslag doen aan de eigenaren en hen op de hoogte houden.
- Belangrijke zaken eerst met de eigenaren overleggen voordat ze beslissingen nemen.
- Bij spoedzaken mogen ze wel direct handelen, maar ze moeten de eigenaren daarna informeren.
De verdeling van de beloning voor het beheer is als volgt:
Alle eerdere afspraken over dit beheer worden met deze overeenkomst ongeldig verklaard.
De overeenkomst is opgesteld in Amsterdam op een niet genoemde datum, in aanwezigheid van de getuigen Jacob Wilhelm Lange en Samuel Anthonij Buchner. De notaris is E. M. Dorper.
De overeenkomst is goedgekeurd en geregistreerd op 9 november 1808 door Guicnels, een ambtenaar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0256
Op 23 mei bevestigde het Hof van Civiele Justitie in de kolonie Suriname een eerdere rechtszaak. Hiermee kreeg een groep mensen officieel het eigendom over een vijfde deel van plantage Adrichem (inclusief bijbehorende gronden). Deze plantage was eerder in handen van Frans Laurens Woldorff Joachimsz en zijn vrouw, Anna Elisabeth Menkema (de weduwe van Pieter Kerkhoven).
Anna Elisabeth Menkema was volgens een huwelijkscontract van 8 oktober 1776 getrouwd zonder gemeenschap van goederen (ze behielden elk hun eigen bezit). In het testament van Catharina Margaretha Smit (weduwe van Hendrik Kemper) van 2 februari 1802 was Anna Elisabeth Menkema benoemd als uitvoerder (degene die het testament regelt).
Daarnaast waren er nog drie vrouwen betrokken, allemaal zussen of verwanten van elkaar:
De betrokken vrouwen woonden allemaal in Paramaribo (de hoofdstad van Suriname). Ze wezen officieel de volgende mannen aan als hun vertegenwoordigers (personen die namens hen mochten handelen):
Er werden ook reservevertegenwoordigers aangesteld voor het geval een van de hoofdvertegenwoordigers zou komen te overlijden, zou weigeren, of afwezig zou zijn:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0253
Op 22 mei 1825 werd in Amsterdam een document geregistreerd met nummer 17. Er werd een bedrag van 7 gulden en 6 cent betaald, plus 1 gulden en 46 cent voor kosten. Het document bestond uit 2¼ bladzijde zonder doorverwijzingen. Het was ondertekend door Abbema.
Een afschrift van dit document kostte extra. De notaris Willem van Homrijgh bevestigde dit.
Drie notarissen in Amsterdam, waaronder Willem van Hamrigh (bij wie de akte was opgesteld en ondertekend), verklaarden op 28 mei 1825:
- Willem van Hamrigh was een officiële notaris in Amsterdam.
- Alle akten die door hem waren opgesteld en ondertekend, waren geldig, zowel in Amsterdam als daarbuiten.
Deze verklaring werd ondertekend door de notarissen J. Baak, Johannes Wilhelmus Cramer en J.P. Klinkhamer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0497
Volgende pagina