Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Op 12 december 1759 werd in Cádiz een wisselbrief getekend voor een bedrag van 650 dukaten en 97 gros (kleine munteenheid) per dukaat. Dit was gelijk aan 650 gulden. De betaling gebeurde in twee termijnen:
Op 2 januari 1708 (mogelijk een fout, bedoeld wordt waarschijnlijk 1760) volgden nog twee betalingen via wisselbrieven:
De wisselbrieven werden steeds doorgegeven (geëndosseerd) aan de volgende ontvanger, zoals hierboven beschreven.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510798 / 520
De kosten voor het afhandelen van de erfenis, zoals het opstellen van de boedellijst, successiebelasting, deze verdeling en vier volmachten, inclusief uitgaven voor zegels, reiskosten, getuigen en registratie, bedragen samen
115 gulden.
De totale kosten (passief) van de gemeenschap zijn:
2815,24 gulden.
De totale bezittingen (actief) zijn:
1451,39 gulden.
Hierdoor is er een tekort van:
1363,84 gulden.
Dit tekort wordt gelijk verdeeld:
- De erfgenamen van de overleden vrouw moeten
681,92 gulden betalen.
- De erfgenamen van de overleden man moeten ook
681,92 gulden betalen.
De begrafeniskosten bedroegen
634,10 gulden, waardoor de nalatenschap van de overleden man uiteindelijk een tekort heeft van
1316,02 gulden.
Bij de verdeling van de erfenis wordt het volgende vastgelegd:
Egbert van IJsseldyk (de eerste betrokkene):%22">Aan
Egbert van IJsseldyk (de eerste betrokkene):
- Een schuldvordering op
Cornelis Egbertus van IJsseldyk voor geleend geld:
1055 gulden.
- Een schuldvordering op
Aart Willem van IJsseldyk voor geleend geld:
291,04 gulden.
Totaal:
1451,39 gulden.
Tegenover deze vorderingen staan de volgende schulden:
-
500 gulden geleend van
Egbert van IJsseldyk op
1 maart 1910 (renteloos).
-
1800 gulden geleend van
Egbert van IJsseldyk op
15 maart 1910 (renteloos).
-
281,06 gulden geleend van
Egbert van IJsseldyk op verschillende tijdstippen.
-
55 gulden aan
F.W.G. Nieuwland.
-
48,55 gulden aan
Arie de Groot.
-
5 gulden aan
Bloemst van der Tuin.
-
10,63 gulden aan taxateurs voor roerende goederen.
- Kosten voor het redden van de boedel.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 66
Margaretha Catharina Scholten maakte op
3 juli 1797 bij notaris
Gerrit Cornelis Merens in
Haarlem een testament. Daarin benoemde ze haar man,
Egbert van IJsseldijk, als haar enige erfgenaam. Volgens de wet en haar testament erfden na haar overlijden:
- haar man voor ¼ deel,
- haar 8 kinderen elk voor 3/24 (oftewel 1/8) deel.
Na haar overlijden stierf hun zoon
Hendrik Theodorus van IJsseldijk. Hij was getrouwd met
Anna Nyland (de moeder van een van de betrokkenen in deze akte). Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen:
Toen
Egbert van IJsseldijk later stierf zonder testament, erfden volgens de wet:
- zijn 7 levende kinderen elk 1/8 deel,
- de 3 kinderen van zijn overleden zoon Hendrik Theodorus elk 1/24 deel.
Op
7 januari van het huidige jaar werd de gemeenschappelijke erfenis officieel vastgelegd bij notaris
Koolhoven. Nu willen de erfgenamen de erfenis verdelen. De boedel bestaat uit:
De waarde van de spullen wordt berekend vanaf de sterfdag van
Egbert van IJsseldijk. Rente of kosten vanaf die datum komen ten goede (of nadele) van de erfgenaam die het item toegewezen krijgt.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 65
In een notariële akte staan de volgende personen genoemd:
Deze personen bevestigen dat:
Deze informatie is bevestigd door twee handgeschreven volmachten, die op
7 januari van dat jaar zijn opgesteld bij notaris
Johan Koothoven in
Haarlem en gratis geregistreerd in
Haarlem op
9 januari.
Daarnaast treden twee gemachtigden op:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 64
Op
22 maart 1918 kwamen de volgende personen bij elkaar in
Haarlem voor
Bernardus Martinus Semé, een notaris in opleiding die inviel voor notaris
Johan Koolhoven. Ook aanwezig waren rechter
Willem Gijsbert Bel Baere en twee getuigen.
De aanwezigen waren:
De bijeenkomst had betrekking op een schuldbekentenis en hypotheekakte uit
9 september 1914.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 63
Op 19 februari 1787 om half twaalf ’s middags verscheen voor Vernerus Köhne, een notaris erkend door het Hof van Holland in Haarlem, Mejuffrouw Catharina Geertruid van Senden, weduwe van de overleden Johannes van IJsseldijk. Johannes was predikant in Utrecht, maar Catharina woonde nu in Haarlem, op de Oude Gracht. Zij was gezond en helder van geest en wilde een testament opstellen over haar nalatenschap.
Eerst maakte Catharina alle eerdere testamenten, codicillen (aanvullingen op testamenten) en andere documenten over haar laatste wil ongeldig, of ze nu alleen, met haar overleden man of met anderen waren gemaakt.
Vervolgens bepaalde ze dat haar zoon, Abraham Rudolph van IJsseldijk (die op dat moment in het buitenland was), haar mede-erfgenaam zou zijn. Hij kreeg echter alleen het wettelijke minimum waar hij recht op had: de legitieme portie (het verplichte erfdeel). Daarbij werd rekening gehouden met alles wat hierop in mindering gebracht of bijgeteld moest worden. Dit gold vooral als Abraham Rudolph zijn moeder zou overleven en nog geld aan haar schuldig was.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 621
De tekst beschrijft de laatste wensen van een vrouw (de
Juffrouw Testatrice) in haar testament, opgesteld door notaris
N. J.Röhne in
Haarlem. Hier de belangrijkste punten:
- De vrouw houdt het recht om haar testament altijd te veranderen, aan te vullen of in te korten, zonder beperkingen. Ze mag ook nieuwe erfstellingen (legaten) of voorrechten (prælegaten) toevoegen of intrekken.
- Dit kan op elke manier: via een notaris, een handgeschreven brief, of zelfs met alleen een handtekening. Al haar wijzigingen blijven geldig, alsof ze in dit originele testament stonden.
- De notaris leest het testament voor, en de vrouw bevestigt dat ze het goed begrijpt en dat het haar eigen vrije wil is, zonder druk van anderen.
- Na haar dood moet het testament worden uitgevoerd als een officieel testament (of in ieder geval als een aanvulling daarop, een codicil).
- Aanwezig als getuigen: Jan Bosch Junior, Jacob Scholting en G. van Senden (weduwe van IJsseldijk).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 624
Juffrouw Testatrice (een vrouw die een testament opstelt) bepaalt in haar testament het volgende:
Juffrouw Testatrice wijst
Pieter Roos (wonend in
Amsterdam) aan als:
- Uitvoerder van het testament.
- Verantwoordelijke voor haar begrafenis.
- Beheerder van de erfenis voor minderjarigen of erfgenamen in het buitenland.
Pieter Roos krijgt de volgende bevoegdheden:
- Goederen en bezittingen verkopen (openbaar of privé), inclusief het regelen van transport en betalingen.
- Geld verdelen onder de erfgenamen, ook voor minderjarigen of buitenlandse erfgenamen.
- Namens hen onderhandelen en afspraken maken met schuldeisers en schuldenaren.
- Rechtsgeldige documenten opstellen zonder tussenkomst van een rechter of anderen.
Het testament eindigt met een groet aan de
Weesmeesters (toezichthouders op wezen en erfenissen) van
Amsterdam en andere steden waar haar nalatenschap van toepassing is.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 623
Juffrouw Testa (de vrouw die een testament opstelde) maakte duidelijk dat zij aan elk van haar drie kinderen, waaronder
Heer Abraham Rudolph van IJsseldijk, alle schulden kwijtscheldde die zij bij haar overlijden nog aan haar hadden. Dit gold niet voor het geld dat zij eventueel aan haar schoonzoon
Pieter Roos verschuldigd was, inclusief rente.
Abraham Rudolph van IJsseldijk moest zich hierbij neerleggen en mocht geen extra erfdeel (de "wettelijke erfportie" van zijn vader en moeder) eisen. Als hij dat wel deed, moest hij de kwijtgescholden schulden alsnog terugbetalen.
Daarnaast bepaalde
Juffrouw Testatrice het volgende:
Al haar overige bezittingen (zoals geld, onroerend goed, aandelen, schulden van anderen, rechten en andere zaken) die niet specifiek in het testament waren genoemd, gingen naar haar
enige en universele erfgenaam (deze persoon wordt in de tekst niet met naam genoemd).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 622
- De heer Johan Valentijn Sprenger, ontvanger-generaal van de provincie, wordt opdracht gegeven om een bedrag in te wisselen.
- Bij elke nieuwe benoeming van een commissaris (bijvoorbeeld als er een plek vrijkomt) moet deze betalen:
- een provinciale erkenningssom van 100 Vlaamse pond (contant)
- nog eens 100 Vlaamse pond in de 4 jaren daarna
- de kosten voor de ambtsuitrusting (zoals bepaald in de resolutie van 30 mei 1791).
- Alle commissarissen in het departement moeten een ambtsgeld betalen van 4 Vlaamse pond, zoals tot nu toe gebruikelijk was.
- Om deze functies aantrekkelijk te houden, besluiten Hunner Edelen Mogenden (de bestuurders) dat elk van de 6 leden van het collegie jaarlijks een bedrag van 200 gulden ontvangt. Dit bedrag gaat in op de dag dat ze de eed als commissaris afleggen.
- De commissarissen mogen dit bedrag zelf verdelen onder de huidige leden, totdat het collegie uit 6 personen bestaat.
- De Gecommitteerde Raden krijgen de opdracht om jaarlijks, via de ontvanger-generaal, een betalingsopdracht af te geven voor dit bedrag ten behoeve van de 6 commissarissen.
- Een afschrift van deze resolutie wordt gestuurd naar:
- de Provinciale Rekenkamer
- de ontvanger-generaal
- de betrokken commissarissen (als informatie).
Deze besluiten komen overeen met het eerder genoemde register, ondertekend door W.V. P. Vever.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.02 / 163 / 0097
- De West-Indische Compagnie (WIC) had regels voor schepen die van Curaçao naar Nederland voeren. Deze regels stonden in een speciale overeenkomst, de akte van cautie, die door reders en schippers getekend moest worden voor vertrek.
- Volgens deze overeenkomst moesten particuliere schepen die van Curaçao vertrokken:
- de tiende last (een soort belasting op vracht) gratis vervoeren óf
- als dat niet lukte, 30 gulden per last betalen aan de WIC.
- De WIC ontving klachten dat deze regels niet goed werden nageleefd. Schepen betaalden soms te veel (bijvoorbeeld 60 gulden per last in plaats van 30) of helemaal niets, wat de WIC schade berokkende.
- De WIC had al eerder, op 3 augustus 1690, een voorbeeld van zo’n akte van cautie gestuurd (ondertekend door schipper Cornelis Pijl van het schip Christina). Toch bleven er problemen bestaan.
- De WIC herhaalde nu nogmaals de instructies:
- De regels moeten strikt gevolgd worden.
- Als schepen de tiende last niet gratis vervoeren, moeten ze 30 gulden per last betalen – niet meer, niet minder.
- Deze afspraken gelden voor alle particuliere schepen die van Curaçao naar Nederland varen.
- De WIC wees erop dat de benodigde documenten (zoals de akte van cautie) al in 1686 waren meegegeven aan een zekere Cornelis Iacobsz: Bervoets, schipper van het schip Elias Offerhanden.
- De WIC eiste dat de lokale bestuurder op Curaçao de regels beter handhaafde en foutieve betalingen (zoals die van schipper Pieter Dircksz) zou corrigeren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 469 / 0095
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1911479 / 18
Op 6 juli 1686 maakte Hermijn van Campen in haar huis in Oosterhout een officiële regeling over haar bezittingen. Ze bepaalde dat deze regeling de enige geldige was en alle eerdere afspraken vervielen. De volgende personen waren hierbij als getuigen aanwezig: Geerit van Rijck, Cornelis Janssen Bervoets, Cornelis Roeffens, Corstiaen Brouw en Cornelis Reet. Hermijn van Campen kon niet schrijven en zette daarom alleen een handtekening-achtig merkteken.
Op 28 juli 1686 stelden Bartholomeus Willem Meeussen en zijn dochter Willemijntje Bartholomens Willemssen (bijgestaan door Margriet Joost Cornelis) in hun huis in Oosterhout een testament op bij notaris Cornelis van Vorssel. Ze waren allebei gezond en helder van geest. Omdat het leven onzeker is, wilden ze vastleggen wat er met hun bezittingen moest gebeuren na hun dood.
- Als Bartholomeus als eerste overlijdt, erft Willemijntje al zijn bezittingen (huis, meubels, grond, geld, goud, zilver, etc.), waar die ook zijn. Zijn drie kinderen uit zijn eerste huwelijk met Jenneken Adriaenssen krijgen wel hun wettelijke erfdeel (het deel waar ze volgens de wet recht op hebben) en moeten meehelpen met het betalen van eventuele schulden.
- Als Willemijntje als eerste overlijdt, erft Bartholomeus al haar bezittingen.
- Als Willemijntje na Bartholomeus overlijdt zonder wettige erfgenamen, gaan de bezittingen die ze van haar vader had geërfd naar zijn drie kinderen uit zijn eerste huwelijk.
Ze benoemden elkaar als enige universele erfgenaam (de langstlevende erft alles). Binnen 6 weken na het eerste overlijden moest de langstlevende een zak rogge geven aan de armen van Oosterhout. De regeling gold als testament, schenking of andere officiële overeenkomst en ging boven eventuele lokale gewoontes of wetten. Getuigen waren Christoffel Willemsz Slegh, Joos de Grooters en Sebrecht Vincent Cocq. Willemijntje kon niet schrijven en zette een handmerkteken.
Op 6 augustus 1686 liet Petronella Jacobs Roevoets, vrouw van Henrick Huijbrechts Bossers en wonende in Slanterbuijten (bij Oosterhout), bij notaris Cornelis van Vossel vastleggen wat er met haar bezittingen moest gebeuren na haar dood. Ze was gezond en helder van geest. Ze bepaalde dat als zij eerder zou overlijden dan haar man, hij de helft van al haar bezittingen (huis, meubels, grond, etc.) zou erven, waar die ook waren. Deze regeling gold als testament of schenking en ging boven lokale gewoontes of wetten. Getuigen waren Sebastiaen van Vossel en Denis Gebrecht Westringhs. Petronella kon niet schrijven; Denis Westringhs zette een handmerkteken voor haar.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1911484 / 23
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1739692 / 19
Cornelis Gerlings, een notaris uit
Haarlem, ontving op
2 mei 1830 een verklaring van
Adriaan de Waal Malefyt Junior, een makelaar uit
Haarlem. Deze handelde namens een groep familieleden, op basis van een volmacht die tussen
27 april en
26 mei 1830 was goedgekeurd door de burgemeesters van
Bloemendaal,
Haarlem,
Amsterdam,
Leeuwarden,
Vollenhove en
Nijkerk.
De volmacht was geregistreerd in
Amsterdam op
11 mei 1830, met een kostenverhoging van 1 gulden en 80 cent (inclusief 1 extra kopie). De ontvanger,
Weggelhorst, had dit genoteerd.
De volgende familieleden waren betrokken:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6700798 / 524
De tekst beschrijft een juridische overeenkomst uit Amsterdam met de volgende afspraken:
- De vertegenwoordigers (de geconstitueerden en gesubstitueerdens) krijgen geen recht om iemand anders in hun plaats te laten optreden in rechtszaken.
- Als er onverwacht één of meer vertegenwoordigers komen te ontbreken (door overlijden of andere redenen), moeten de opdrachtgevers (constituanten) zelf een oplossing regelen.
- De vertegenwoordigers beloven alles te accepteren wat volgens deze overeenkomst wordt gedaan.
- Ze moeten jaarlijks een gedetailleerde financiële verantwoording sturen, inclusief:
- een lijst van de tot slaaf gemaakte mensen (inventaris der negers) aan het handelshuis;
- elke 4 maanden een overzicht van de plantage, ondertekend door de directeur(en).
- Alle eerdere volgmachten (procuraties) voor deze zaak worden ongeldig verklaard.
De overeenkomst is opgesteld en ondertekend in Amsterdam door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0495
In
1490 werd vastgelegd dat voor het kopen van grond – bijvoorbeeld voor nieuwe gebouwen – of voor andere doelen
toestemming moest worden gevraagd aan het
huis van negotie (een handelsorganisatie) van
Kerkhoren en Coutenho. Dit huis was verantwoordelijk voor het behartigen van de belangen van een bepaalde
plantage (landbouwbedrijf in koloniën).
De organisatie kreeg de volgende taken en bevoegdheden:
- De rechten en financiële belangen van de eigenaren (de constituanten) van de plantage verdedigen en bevorderen.
- Alle goederen, geld en openstaande schulden (vorderingen) die aan de plantage toebehoren, innemen van schuldenaars.
- Afrekenen met schuldenaars, rekeningen vereffenen en kwijtingen (bewijzen van betaling) geven.
- Indien nodig, juridische stappen ondernemen tegen mensen die niet willen betalen of bezwaar maken:
- Rechtzaken starten en doorzetten tot een vonnis.
- Vonnissen aanvechten (in hoger beroep gaan).
- Mensen en goederen laten arresteren (in beslag nemen).
- Beslaggenomen geld vrijgeven of innemen.
- Borgstellingen regelen en garanties afgeven.
- Schikkingen treffen (onderhandelingen voeren om conflicten op te lossen) als dat nuttig is.
- Alle benodigde officiële documenten opstellen, ondertekenen en registreren.
- Over het algemeen alles doen wat de eigenaren zelf zouden kunnen of moeten doen als ze persoonlijk aanwezig waren – ook als daar normaal gesproken een speciale volmacht voor nodig zou zijn.
Alle verdere instructies of opdrachten die
Kerkhoren en Coutenho later aan de vertegenwoordigers van het
huis van negotie zou geven (per brief, notitie of anderszins), golden als onderdeel van deze afspraak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0493
In
Suriname woonden
484 eigenaren van de plantage
Adrichem (inclusief bijbehorende gronden) die niet aanwezig waren. De heer
N. Boo was de enige ter plaatse, gevolgd door
Jan Unies Wilkens,
J.n Planteau,
E. Reijns,
E. Thijm en als laatste
J. H. Schultz J.Z. Zij werkten steeds met z’n tweeën.
Deze mannen kregen de taak om namens de afwezige eigenaren:
- de plantage Adrichem te beheren, inclusief toezicht, bestuur en administratie;
- de plantage in goede staat te houden, met voldoende personeel en onderhoud;
- toezicht te houden op de landbouw, gebouwen en alles wat nodig was voor het welzijn van de plantage;
- de oogst (van 489 producten) op tijd te plukken, klaar te maken en te verzenden;
- de producten te leveren aan het handelshuis Van Kerkhoven en Coutinho (of op hun instructie), inclusief het regelen van verzekeringen en transport;
- alle benodigdheden (zoals voedsel, materialen en medicijnen) bij dit handelshuis te bestellen en niets lokaal in Suriname te kopen, tenzij in noodgevallen of met toestemming;
- alleen wisselbrieven (voor noodzakelijke kosten) uit te schrijven aan dit handelshuis.
Zij mochten
geen extra kosten maken zonder toestemming.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0491
In
1657 was
Anna Catharina Rerkhoven (ook bekend als
Snit), de weduwe van
George Curtius, samen met vier anderen elk voor een vijfde deel eigenaar van de plantage
Adrichem in
Suriname. Deze plantage lag aan de
Matapica-kreek in een nieuw gebied.
Door erfenissen is de eigendom nu veranderd:
De betrokkenen geven
J. M. Klein en
J. C. Fuchs volmacht om namens hen op te treden. Als een van deze twee overlijdt, weigert, afstand doet,
Suriname verlaat of om een andere reden stopt, mag de ander alleen verdergaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0490
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0488
- Op 11 april 1823 trouwden in Amsterdam:
- Jacob Sman Cornelis de Vriese (19 jaar), zonder beroep, uit Middelburg, woonachtig in Zutphen. Zijn vader, Gosewijn Willem Hendrik de Vriede, was overleden. Zijn moeder, Angenieta Louisa Verspijk, woonde in Utrecht.
- Anna Maria Hendrina Woldorff (24 jaar), zonder beroep, geboren en woonachtig in Amsterdam. Haar ouders, Frans Laurens Woldoef en Maria Hendrina Menkema, waren overleden.
De huwelijksaangifte was eerder gedaan in Amsterdam, Zutphen en Utrecht. Er waren doop- en overlijdensaktes van de families overhandigd. Getuigen waren onder anderen Arnoldus Daprind Weddik (makelaar, 73), Hermanus Fredrik Cyben (suikerraffinadeur, 40) en Pieter Jacobus Kerkhoven (koopman, 37).
- Op 16 april 1823 trouwden in Amsterdam:
- Jan Stam (26 jaar), schipper, geboren in Schierecht, woonachtig in Amsterdam. Zijn moeder, Johanna Koning, was overleden. Zijn vader, Johannes Stam, was aanwezig en stemde in met het huwelijk.
- Maria Frederica Catharina Spegt (46 jaar), zonder beroep, geboren en woonachtig in Amsterdam. Zij was weduwe van Wilhelmus Joannes Velman. Haar ouders, Christophorus Spegt en Joanna Voutman, waren overleden.
De huwelijksaangifte was eerder gedaan op 6 en 14 maart 1823. Er waren doop- en overlijdensaktes van de families overhandigd. Getuigen waren onder anderen Johannes Stam (vader, 57), Hendrik Heerdehorst (broer, 24) en Dirk Welman (70).
- Op 16 april 1823 trouwden in Amsterdam:
- Gerhard Hermann Euver (22 jaar), makelaar, geboren en woonachtig in Amsterdam. Zijn moeder, Dorothea Hilverink, was overleden. Zijn vader, Gerhard Hermann Euver, stemde in met het huwelijk.
- Anna Charlotta Gurde (33 jaar), zonder beroep, geboren en woonachtig in Amsterdam. Haar ouders, Johan Willem Gurde en Catharina Maria Koch, woonden ook in Amsterdam.
De huwelijksaangifte was eerder gedaan op 6 en 13 april 1823. Er waren doop- en overlijdensaktes van de families overhandigd. Getuigen waren onder anderen Johan Willem Gurde (vader, 63), Abraham Diederik Reuver (broer, 21) en Dirk Molman (54).
- Op 16 april 1823 trouwden in Amsterdam:
- Hamiliaan Lotz (22 jaar), makelaar, geboren en woonachtig in Amsterdam. Zijn moeder, Anna Catharina Lotze, was overleden. Zijn vader, Johannes Lotz, stemde in met het huwelijk.
- Helena Geertruy Klippink (20 jaar), zonder beroep, geboren in Scharwoude (district Hoorn), woonachtig in Amsterdam. Haar ouders, Pieter Klippink (boekhouder) en Ida Weiland, woonden ook in Amsterdam en stemden in met het huwelijk.
De huwelijksaangifte was eerder gedaan op 6 en 13 april 1823. Er waren doop- en overlijdensaktes van de families overhandigd. Getuigen waren onder anderen Johannes Lotz (vader, 54), Pieter Klippink (vader, 64) en Johan Philip Lotz (makelaar, 27).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1928242 / 95
Arnoldus Laurens Kerkhoven, een 18-jarige man uit
Amsterdam, laat op
1 november 1805 bij notaris
Engelbertus Marinus Basker een verklaring opstellen. Hij staat op het punt te vertrekken naar de kolonie
Suriname en wijst twee mannen aan als zijn executeurs (uitvoerders van zijn laatste wil) en verzorgers van zijn begrafenis voor het geval hij tijdens de reis of in
Suriname komt te overlijden:
Mocht een van hen overlijden, afwezig zijn of om een andere reden niet beschikbaar zijn, dan treedt
Pierre Gabriel Sabadie-Roulleau (ook in
Suriname) in hun plaats. Zij krijgen de opdracht om na zijn overlijden zijn erfenis (na aftrek van kosten) over te maken aan zijn moeder,
Anna Elisabeth Minkema, de weduwe van
Pieter Kerkhoven. Hij sluit uit dat de weeskamer, een curator (voogd) of anderen zich met zijn erfenis zullen bemoeien.
De akte wordt ondertekend in
Amsterdam in aanwezigheid van de getuigen
Jan Hendriq van Munster en
Dork Anthonij van der Teen.
Op
1 juli 1809 bevestigt
Leonard Hendrik Raatgever in
Paramaribo (
Suriname) voor
Jan de Koff, Eerste Gezworen Clerk (ambtenaar), dat het document met
Kerkhovens laatste wil echt is en door hem is ondertekend.
Raatgiever verklaart dat
Kerkhoven minder dan 5000 gulden bezit. Het document wordt verzegeld met het officiële stempel van 4 gulden en voorzien van
Kerkhovens handtekening op de vier hoeken en drie tussenruimtes. Getuigen hierbij zijn
Jean Elie Genarden en
Evert Jan Weesenhagen.
Op
10 juli 1809 wordt de akte geregistreerd door
Jan de Koff, nu als Tweede Gezworen Clerk. Hij bevestigt dat het origineel overeenkomt met de door
Kerkhoven ingeleverde versie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 684 / 0061
Drie zussen, Clara Catharina Smit, Anna Wilhelmina Smit en Catharina Margaretha Smit, waren de eigenaressen van de plantage Adrichem in Suriname. Zij waren erfgenamen van hun overleden tante, Elisabeth Geertruid Snit, die op 3 november 1781 was overleden zonder testament.
De zussen woonden in Nederland en gaven een officiële volmacht aan:
Als een van de laatste twee zou wegvallen (door overlijden, weigering of afwezigheid), kreeg Arnoldus Laurens Kerkhoven hun aandeel erbij. Bij wegval van beide kreeg hij de volledige leiding. Als Kerkhoven zelf wegviel, namen De Sutter en Wildeboer elk de helft over. Bij wegval van De Sutter kwam Jan Nieuwenshuizen in zijn plaats, en bij wegval van Wildeboer nam Pierre Gabriel Labadie Rouleau zijn taak over.
Deze volmachtgevers mochten:
- de plantage Adrichem volledig beheren, inclusief aankoop van slaven en benodigdheden;
- de oogst en opbrengsten naar Nederland sturen;
- zaken doen met de handelsfirma Weduwe Pieter Kerkhoven en Zonen (voor verzekeringen, transport en verkoop);
- rekeningen bijhouden, betalingen innen en juridische stappen ondernemen in Suriname (zoals gedingen voeren of beslag leggen);
- alle instructies van de zussen opvolgen alsof die in de volmacht stonden.
Als beloning kregen de volmachtgevers een standaard percentage van de netto-opbrengst na verkoop in Nederland.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 757 / 0254
In
1823 werden in
Ommen en
Avereest verschillende stukken land en goederen verhuurd en verkocht. Hier een overzicht:
Verhuur van land in Avereest:
- Hendrik Geertr Landbouneer huurde in Oottenhuizen 6 stukken land (nummers 2, 3, 4, 5, 6) voor 12 gulden per jaar (dat is 1 gulden en 33⅓ cent per stuk per jaar). Het land was ongeveer 2 bunder en 15 ellen groot.
- Geuchien Vogelzang, een boer in Avereest op de Vosseberg, huurde een stuk land voor 9,92 gulden per jaar. Het totale bedrag voor alle jaren was 89 gulden en 25 cent.
- Klaas te Linde huurde twee stukken land (nummers 0 en 8) van ongeveer 6 en 30 roeden voor 5 gulden en 25 cent per jaar (in totaal 24 cent per stuk).
- Berend Egberts Klipoor huurde een stuk land (nummer 10) van ongeveer 43 roeden voor 1 gulden en 5⅗ cent per jaar. Het totale bedrag voor alle jaren was 9 gulden en 50 cent.
- Klaas Slag huurde vier stukken land (nummers 1, 2, 3, 4) van ongeveer 1 bunder en 72 roeden aan de Vaart. De huurprijs was 2 gulden en 72⅗ cent per jaar.
- Willem Bloemendal huurde een stuk land (nummer 5) van 43 roeden voor 6 gulden en 50 cent per jaar (totaal 2 gulden en 72⅗ cent per stuk).
- Meines Middelado, een arbeider, huurde een stuk land (nummer 6) voor 15 gulden en 50 cent totaal, wat neerkomt op 1 gulden en 72⅗ cent per jaar.
- Rutger Hoekman, ook een arbeider, huurde twee stukken land (nummers 7 en 8) van 83 roeden voor 39 gulden en 75 cent totaal, wat 4 gulden en 42 cent per jaar is.
De huurders die niet konden schrijven, zoals
Jacobus Jansen Geert,
Kortink,
Andries Arend Krinse,
Jan Nrends Peter,
Berend Eybers Klapbor en
Meines Middelveld, bevestigden de overeenkomst met hun handtekening of merk. De akte werd op
30 oktober 1823 opgemaakt door notaris
Klaas te Linde Geerts in aanwezigheid van getuigen
Jan Hendriks Bucker en
Willem Ritman, een eigenaar uit
Ommen.
Openbare verkoop in Ommen:
- Op 28 oktober 1823 hield notaris Johannes Amama Chevalleau een openbare verkoop van vrouwenkleding. Deze verkoop was georganiseerd in opdracht van Jan Paar, huisadministrateur van de diakenie (armenzorg) van de gereformeerde gemeente van Ommen.
- De verkoop vond plaats om 10 uur 's ochtends in het huis van Jan Paar.
- De notaris betaalde 3 gulden, 95 en een halve cent aan rechten en vergoedingen. Het proces-verbaal bestond uit 3 bladzijden.
Deze gebeurtenissen werden vastgelegd in officiële documenten, waaronder een register van openbare verkopingen onder nummer
298.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 0122 / 3038 / 0109
- Op 3 juni 1817 verklaarde Hendrik Veerhoven, een schoolonderwijzer uit Ommen, namens WL Hoorn akkoord te gaan met het schrappen van een schuld (een zogenaamd roijement). Deze schuld was ingeschreven op 1 juni 1816 bij het kantor in Deventer (deel 9, nummer 266) en betrof een huis aan het Kerkhof 127 in Ommen en een stuk land in Bestemer Esch (de Wester Enk, ongeveer 3 schepels groot). De schuld was oorspronkelijk van Harmen Bosch, een koopman uit Ommen, en vastgelegd in een akte van 2 mei 1816.
- De akte werd opgesteld door notaris Johannes Amama Chevallerau in Ommen (kantoor: Brugge straat 145), in aanwezigheid van de getuigen Hendrik Jan Kerkhoven, Zenever Stoker en Hendrik Bosscher (allen uit Ommen). De kosten bedroegen 1 gulden en 25 cent (1:25), inclusief 54 cent aan registratiekosten. De akte werd geregistreerd in Ommen op 3 juni 1817.
- Op 5 juni 1817 stemde Willem van der Voort, een koopman uit Zwolle, in met het schrappen van een andere schuld. Deze schuld was vastgelegd in een hypotheekakte uit 6 mei 1805 en betrof het Erve Aaftink in Lemele (van Albert Aaftink en zijn vrouw Gerritdina Harms). Het land omvatte ongeveer:
- 18 dagwerken hooiland,
- 20 mudden laagland,
- 2,5 oogwerk hooiland (Oostinkmate in Archem),
- 0,5 mud zaailand (Veldender in Lemele).
- De akte werd opgemaakt door notaris Chevallerau in Ommen, met als getuigen Egbertus Mensink (tapper) en Johannes Coenraad Weenink (schilder), beiden uit Ommen. De bewoner der hijpotheken in Deventer werd gemachtigd om het roijement uit te voeren.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 0122 / 3025 / 0218
Volgende pagina