Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op het schip de Jonge Hilligman stonden de volgende bemanningsleden die, bij aankomst in het Vaderland (Nederland), recht hadden op een beloning volgens de regels van 1742:

Daarnaast was er een weesjongen aan boord, Willem Nicolaas Vrugt (jonger dan 12 jaar), afkomstig van Kaap de Goede Hoop. Hij was de zoon van de overleden kapitein-ter-zee en uitrustingsmeester Willem Vrugt. Voor zijn verzorging en verblijf in de kajuit was het benodigde transportgeld al betaald aan de kassier van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), Jacobus Johannes Le Sueur, op 6 mei 1714. Ook was er een kist met kleding voor hem meegenomen.

Het document was ondertekend in Kasteel de Goede Hoop op 6 mei 1714 door C: L: Neethling en G: H: Cruijwagen.

Een andere zeeman, Anthonij Helber (oud, uit Hamburg, van beroep kuiper), was eerder actief op het schip de Jonge Lieve. Hij was door ziekte achtergebleven in Duinkerke. Zijn loon werd geregeld via:

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


De Staten-Generaal behandelden verschillende verzoeken en besluiten:

Bij een verzoek van de burgemeesters en het stadsbestuur van Appingedam werd besloten:

Verzoeken om paspoorten werden als volgt behandeld:

Op 15 augustus 1595 werd er niets besloten (nihil actum).

Op 17 augustus 1595 werd beslist:

Er werd een ontwerpbesluit over de verdeling van serviciegelden (logeergelden) in grenssteden doorgestuurd naar de Raad van State voor advies.

Twee brieven van de Raad van State (gedateerd 11 en 13 augustus 1595) meldden:

Brienen, terug uit Gelderland, zou verslag doen aan de Staten-Generaal over zijn bevindingen, ondanks de afwezigheid van de afgevaardigden van Zeeland. Dit verslag zou plaatsvinden tijdens de bijeenkomst met de gezanten in Delft op 16 augustus 1595.

Bekijk transcriptie 


Johanna Catharine Isabelle Wiggers van Kerchem, een vrouw zonder vaste woonplaats (tijdelijk in Brussel), vraagt aan de rechtbank in 's-Gravenhage om toestemming voor de openbare verkoop van een aantal onroerende goederen. Deze goederen maken deel uit van de erfenis van haar overleden moeder, Isabella Petronella Louisa Stelling (weduwe van Carel Frederik Wilhelm Wiggers van Kerchem), die op 31 december 1921 in Leiden overleed.

De erfenis bestaat uit:

Johanna wil de grond verkopen omdat:

De rechtbank in 's-Gravenhage roept Fritz Roeber Sr. op om op 26 mei 1922 te verschijnen. Tijdens deze zitting geeft zijn advocaat aan dat Fritz Roeber Sr. geen bezwaar heeft tegen de verkoop. Daarna besluit de rechtbank op 5 mei 1922 dat de openbare verkoop van de grond mag doorgaan, volgens de geldende regels.

Bekijk transcriptie 


De notaris Alvalui J. den Blanken heeft wijzigingen aangebracht in een eerder document. Deze veranderingen gaan over:

Het document is opgemaakt en ondertekend in Uithoorn door de betrokkenen, getuigen en de notaris. Twee heren, Wesseling en van den Ancker, hebben het document niet ondertekend omdat zij vertrokken voor de afronding.

Het proces-verbaal is geregistreerd in Amsterdam op 12 juni (jaar niet vermeld) onder nummer 1210. Er is 351 gulden betaald voor rechten en registratie. Op 21 juli 1922 is een uittreksel hiervan overgeschreven in deel 2408, nummer 23.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 29 januari 1849 werd in Amsterdam, in een huis aan de Roepoortstraat (wijk A, nummer 13), een boedelinventaris opgemaakt van de overleden weduwe Fruytier. Zij woonde en overleed hier. De inventarisatie gebeurde op verzoek van een andere weduwe, die met de overledene had samengewoond en nu als erfgename optrad. De overledene had geen testament achtergelaten voor deze erfgename, dus erft zij volgens de wet (als wettelijk erfgename). De erfenis werd als volgt verdeeld: Er bleek echter wel een testament te bestaan, opgemaakt op 14 september 1839 bij notaris Gerhard Leefkens in Amsterdam en geregistreerd op 29 januari 1849. Hierin werd de erfenis als volgt verdeeld: De waarde van de inboedel werd geschat door Jan Gerhardus van Neke uit Duivendrecht, een deskundige die hiervoor een eed aflegde. De belangrijkste bezittingen waren: De totale waarde van de roerende goederen bedroeg 915 gulden en 65 cent. Daarnaast waren er financiële bezittingen: Deze gegevens werden bevestigd door weduwe Tentem, die ook een afschrift van het testament van 14 september 1839 overhandigde. Er waren geen andere papieren of schuldbewijzen bekend. De originele bewijzen berustten bij heer Schuijmer in Amsterdam.
Bekijk transcriptie 


Aert Laurensz van Bylebelt, als echtgenoot en wettig vertegenwoordiger van Anna Ghysbert Corneliszdochter, en de vier kinderen van Jan Jan St en Groetzen Ghusbert Corneliszdochter (zijn vrouw), allemaal erfgenamen van Ghysbert Cornelisz (hun vader en grootvader), komen overeen over de verdeling van diens nalatenschap. De schulden en bedragen zijn als volgt: De goederen uit de nalatenschap zijn 6.099 gulden en 2 stuivers waard. Daarnaast is er nog een schuld van 175 gulden en 5 stuivers die de weduwe van Jan (en haar kinderen) moeten betalen. Deze 175 gulden en 5 stuivers worden gelijk verdeeld tussen Aert Laurensz (helft) en de vier kinderen (andere helft), zoals afgesproken op 25 januari 1623. Wat nog gemeenschappelijk en onverdeeld is: De partijen (Aert Laurensz voor de helft en de vier kinderen van Jan Jansz en Geertje Jans voor de andere helft) hebben nu afgesproken dit bedrag van 6.874 gulden en 9 stuivers vriendschappelijk en eerlijk te verdelen. Willem Adriaen van Montfoort treedt op als borg. Alle partijen gaan akkoord met deze verdeling.
Bekijk transcriptie 


Op 11 oktober 1645 verscheen voor notaris Cornelis Schoffs van Vliet in Utrecht: Zij waren allemaal kinderen en erfgenamen van Aert Laurensz van Bijlevelt. Ze verklaarden dat ze Annigje Aertsdr Bijlevelt (weduwe van Antoni Laurensz van Bijlevelt) en Gerrit van Schrijck (een koopman en burger van Utrecht, ook momboir over Gijsberta) machtigden om namens hen op te treden. Deze volmacht gold voor het overdragen van twee stukken land in het gerecht van Jutphaas aan Lambert de Snuyter en diens vrouw: Ze bevestigden dat de koopsom volledig was betaald en beloofden de landen vrij te houden van jaarlijkse lasten zoals tienden en heerlijkheidsrechten. De akte werd ondertekend in het huis van de weduwe van Staten Lancens bij het Weeshuis, met Cornelis Hendriksz en een andere burger als getuigen. --- Op dezelfde dag, 11 oktober 1645, verscheen voor notaris Gerard Vastert in Utrecht: De akte werd opgesteld in het huis van De Swezeringh bij het Sint-Servaasklooster, met Francois de Wijs en Gerard van Waerije (ook notaris) als getuigen. --- Op 13 oktober 1645 verscheen voor dezelfde notaris Gerard Vastert: Hij machtigde Geerloff van Jaersvelt om namens hem: Dit land grensde aan de Hofsteden van Hendrick Tonissen, de Koswijse Molen, de Merendijk, en de Costeijsel Molen. De akte werd ondertekend in hetzelfde huis als de vorige, met dezelfde getuigen.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Laurens van Bijlevelt, die buiten de Tolsteegpoort in Utrecht woonde, en Henrick Jansz, kleermaker, traden op als voogden over Elizabeth, het minderjarige kind van de overleden Pons Avez (een rooimaker) en Neeltje Lakens. Op 17 december 1633 verklaarden zij bij notaris Gerrit Vastert dat ze net het lichaam van Pons Jansz (de overleden vader) bij de Wittevrouwenpoort in Utrecht hadden laten begraven. Ze benadrukten nadrukkelijk dat ze geen erfenis wilden aanvaarden, noch als officiële erfgenamen, noch als tijdelijke beheerders. Wel hadden ze tijdelijk krediet verstrekt voor de begrafenis, met het recht dit later te verhalen op de nalatenschap. Omdat er spullen in het huis (waar Pons was overleden) lagen, maar er niemand was om die te bewaken (er woonden soldaten), vreesden ze dat de bezittingen gestolen, vernield of verdwenen zouden raken. Ze wilden voorkomen dat de nalatenschap hierdoor helemaal verloren zou gaan.
Bekijk transcriptie 


Op 4 januari 1611 (oude stijl) verscheen Huijbert Harmanssoon van Voorn, een bakker uit Utrecht, voor Jacob Op huijden, een notaris verbonden aan het Hof van Utrecht. Huijbert was gezond en bij zijn volle verstand. Hij had eerder, op 19 januari 1605, een testament gemaakt, maar wilde dit nu wijzigen.

In zijn oude testament had Huijbert zijn dochter Geertgen (getrouwd met Adriaen van Bijlevelt) en haar kinderen als erfgenamen aangewezen. Nu trok hij die beslissing in en veranderde zijn testament als volgt:

Huijbert wijst Harman en Willem (zijn zoons) aan als uitvoerders van zijn testament. Zij moeten erop toezien dat de erfenis goed wordt verdeeld en dat de regels voor de kleinkinderen worden nageleefd. Adriaen van Bijlevelt (de man van Geertgen) heeft geen zeggenschap over de erfenis van zijn kinderen, ook al zou hij daar volgens de wet of gewoonte recht op hebben.

Huijbert bevestigde dat dit zijn nieuwe, geldige testament is. De akte werd opgesteld in Utrecht, in aanwezigheid van twee getuigen: Cornelis Ghijsbertsz (een leerbewerker) en Willem Evertsz van Zutphen (een bakker).

Op 13 januari 1611 werd de akte nogmaals bevestigd door de notaris en de getuigen.

Bekijk transcriptie 


Op 25 augustus 1551 kwam Annichie Gijsberts, weduwe van Anthonis Kaiversz van Bijlevelt, in Utrecht bij notaris Gerard Vastert. Ze was in haar huis aan de Hoogcornmarkt bij het Weeshuis, met getuigen Dirck van Westerholt (een Utrechtse schrijnwerker) en Peter Vastert.

Annichie verklaarde het volgende over de kinderen van haar overleden dochters Johanna en Maria van Bijlevelt:

Bekijk transcriptie 


Adriana, Gerrit en Aert van der Meulen maken afspraken over hun erfenis, ook voor het geval een of meer van hen overlijdt en hun kinderen hen opvolgen. Ze stellen de volgende regels vast: Deze regels zijn bindend en mogen niet worden gewijzigd.
Bekijk transcriptie 


Op 16 oktober 1652 verscheen Annichgen Gijsberts, de weduwe van Aert Laurensz van Bijlevelt, voor een notaris in Utrecht. Zij werd bijgestaan door de notaris als haar vertegenwoordiger. Annichgen stelde zich borg voor een schuld van 385 gulden aan de executeurs (de mensen die een erfenis afhandelen) van de nalatenschap van Adriaen Beijer. Deze schuld betrof de pacht van een stuk land met een boerderij aan de oever, voor ongeveer 30 jaar. Zij beloofde de schuld in termijnen te betalen: Annichgen gaf de executeurs toestemming om haar te vervolgen als ze niet betaalde. Ze gaf ook toestemming aan Gijsbert van de Meij, een advocaat bij het Hof van Utrecht, om namens haar juridische stappen te ondernemen. Op dezelfde dag verscheen ook Johan Ram, een van de executeurs van het testament van Adriaen Beijer. Hij bevestigde namens zichzelf en de andere executeurs dat ze op 26 maart van dat jaar al 40 gulden hadden ontvangen van Gijsbet van Bijlemelt (waarschijnlijk een familielid of vertegenwoordiger). Dit was de restschuld voor de pacht van 1649, plus 15 gulden voor de huur van de nieuwe huizen en 3 gulden en 10 stuivers voor gemaakte kosten.
Bekijk transcriptie 


Op 9 oktober 1650 verkochten een aantal familieleden, waaronder Judith Jans van Meerlant (weduwe van Adam van Roijesteijn) en andere erfgenamen, een huis in Utrecht. Dit gebeurde namens zichzelf en als vertegenwoordigers van minderjarige kinderen uit de families Van Roijesteijn en Van Weskenen. De verkoop was officieel vastgelegd bij notaris Cornelis Vliet in Amsterdam op 27 september 1650.

Het huis stond aan de Donkere Gaarde 467 in Utrecht, met aan de zuidkant een ander huis van Judith van Meerlant en aan de noordkant het huis van Bisschopshof. De kopers waren de weduwe en erfgenamen van de overleden Jan Petersz van der Meer.

De verkopers beloofden:

Op 9 oktober 1650 werd de lening officieel geregistreerd volgens de regels van de Staten van Utrecht (vastgesteld op 26 maart 1668).

Later, op 9 juni 1668, werd de lening overgedragen aan Catharina van Roijesteijn, de vrouw van Dirk Richardus van der Nijpoort. Dit gebeurde door Insebius Brants van Huijssen, een timmerman uit Utrecht, als vertegenwoordiger van Anna Beernts van Geverdingen (weduwe en executeur van Jan Petersz van der Meer).

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 14 juni 1625 verscheen voor notaris Egbert van Besuelt in Haarlem: De partijen kwamen overeen over de verdeling van de erfenis van Gabriel Blommert: Alle partijen beloofden zich aan de afspraken te houden en verzochten de notaris drie gelijke akten op te stellen. Getuigen waren Linnewijck van Gerrit Janssen en Daniel Jacobsz, beide uit Haarlem.
Op 12 juni 1625 bevestigden de Weesmeesters namens Catalina Blommerts dat zij akkoord gingen met de overeenkomst, in aanwezigheid van notaris Van Besuelt en D. De Bosvelt.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Chrétien Jean Gerard de Booy, notaris in Haarlem, maakte op 19 november 1874 een officiële akte op. Nicolaas Beets, predikant in Utrecht, kwam naar het kantoor. Hij was daar in twee rollen:
  1. Als vertegenwoordiger van: Deze drie, samen met Nicolaas Beets en de overleden Adriaan Beets, waren de enige nog levende kinderen van de overleden Martinus Nicolaas Beets en zijn vrouw Jacoba Beets op het moment dat Jacoba stierf.
  2. Als vertegenwoordiger van: Zij was de wettelijke voogd over haar vier minderjarige kinderen met Adriaan Beets:
Pieternella Jacoba Maria Makkers was in augustus 1850 getrouwd met Adriaan Beets.
Bekijk transcriptie 


De tekst beschrijft een overeenkomst tussen een persoon (de comparant) en de Naamloze Vennootschap Haarlemsche Bankvereeniging. Hierin staan de volgende afspraken:
Bekijk transcriptie 


Deze tekst beschrijft een overeenkomst tussen een schuldenaar en een schuldeiser over een pand in Haarlem. Hier volgt een samenvatting in modern Nederlands:
Bekijk transcriptie 


De schuldenaar en de schuldeiser hebben afspraken gemaakt over een lening met het volgende als onderpand: gebouwen en grond. Hier gelden de volgende regels:
Bekijk transcriptie 



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/