Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op 11 juni 1943 zijn in het vernietigingskamp Sobibor in Polen omgekomen:

De overlijdens werden pas op 12 april 1950 officieel geregistreerd door een ambtenaar van de burgerlijke stand in Amsterdam, op basis van een schriftelijke melding van de minister van Justitie.

Bekijk transcriptie 


Op 15 maart 1824 werden in Amsterdam vier geboortes officieel geregistreerd. Alle inschrijvingen vonden plaats om 11:00 uur 's ochtends.

Alle akten werden ondertekend door de betrokkenen en bevestigd door een lid van de stadsraad, die hiertoe was aangesteld volgens een besluit van de koning van 14 februari 1823.

Op 14 september 1800 trouwde het echtpaar C. Sacher de Singe in Amsterdam. Op 13 september 1800 werd de naam Joannes Minaar officieel gecorrigeerd door de rechtbank.

Bekijk transcriptie 


Pieter Stevens (32) en Pieter van der Velde (chirurgijn, 36) werkten op het schip Lands Kroon voor de Kamer Amsterdam (Admiraliteit van Amsterdam). Pieter Godschalk was landhandelaar en opperwachtmeester in Karsenshage (173, loon: 26 gulden). Willem Albert Pauw uit Enkhuizen was onder-de-hoofdofficier in Onstwedde (1758, loon: 26 gulden). Pieter van der Sprenkel uit Delft was mijnwerker in Rinsterwolde (loon: 24 gulden). Juriaan Adriaansz de Leeuw, timmerman uit de Commijne, werkte in Onstwedde (1730, loon: 11 gulden). Hille Siebes uit Leeuwarden was haakbus-schutter in Ditmarsen (1731). Een onbekende uit Rotterdam werkte als petronella (kanonnier) voor 48 gulden. Pieter Beiker uit Bergen was opper-soldaat in Nieuwpoort (1752, loon: 32 gulden). Frans Affel uit Amsterdam was onder-officier in Venendaal (loon: 26 gulden). Pieter Perfect uit Amsterdam was 2e onder-officier bij de saai-lijders (slepers) (1733, loon: 8 gulden). Op het schip Nieuwland (ook voor de Kamer Amsterdam): Michiel de Kijser uit Veere was stuurman (loon: 48 gulden, 1733). Pieter Keijman (stuurman, loon: 26 gulden) en Pieter Laurens (chirurgijn) werkten in Bathberg als opperwachtmeester (1735, loon: 2 gulden). Caspardule (36) en Cornelis Spanjerberg uit Delft waren onder-officieren in Haamstede (loon: 24 gulden). Een onbekende uit Groningen was 3e matroos in Middelharnis (loon: 14 gulden). Doeds Eberts, timmerman uit Amsterdam, werkte in Jumadel (1731, loon: 32 gulden). Manus Jans de Vries uit Kerkwerve (loon: 29 gulden), Claas Eertsschoon uit Hoorn (loon: 32 gulden), en Pieter Vroote uit Amsterdam (onder-officier in Lijduin, loon: 26 gulden) waren timmerlieden. Billeg was opper-soldaat in Halling (loon: 2 gulden, 1754). Cornelis Broers uit Amsterdam was onder-officier in Westhorn (1732, loon: 1 gulden, later 26 gulden in 1735 en 1754). Hendrik Schoon was stuurman op een onbekend schip (loon: 32 gulden, 1744).
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 20 april 1659 schreef Adriaen van der Meijde een brief vanaf het jacht De Schelvis, dat voor anker lag bij Calicoelangh (nu: Kalkulang, nabij Tuticorin). Hij besprak militaire plannen tegen de Dessavas (lokale heersers) in Zuid-India, met name in gebieden als:

De bedoeling was om met extra troepen uit de verwachte vloot van Goa Baer (een Portugese of lokale commandant) de Dessavas aan te vallen of elders voordelen te behalen. Dit hing af van:

Er werden schepen en troepen ingezet:

De plannen werden aangepast toen De Rode Leeuw arriveerde met een brief van koopman Isbrant Godtske. Deze meldde dat het plan voor Coilan vanuit Colombo was gewijzigd. De nieuwe afspraken stonden in een bijgevoegde kopie (niet inbegrepen in deze tekst). Jan Compas, de schipper die bij de gebeurtenissen in Coilan aanwezig was, kon hier mondeling meer over vertellen.

De brief werd later, op 11 mei 1669 in Colombo, bevestigd door Jacob Borchoost als een exacte kopie van het origineel. De tekst eindigt met een verwijzing naar een eerdere brief ("aris 384"), maar details hierover ontbreken.

Bekijk transcriptie 


In 1080 arriveerde Jan van Almonde in de regio. Adriaen de Leeuw en Ottho van Schrick, de secretaris, werden als de meest geschikte personen gezien om hout te halen. Er was dringend behoefte aan een groter schip, de mees, dat door Hartsinck was gestuurd. Met dit schip kwam ook Joan van Almonde, de opperkoopman, aan, samen met alle documenten en brieven die bij de zaak hoorden.

Joan van Almonde had de Herren XVII (leiding van de VOC) gevraagd om een oordeel te vellen in een conflict tussen hem en de Goske (lokale bestuurder) en de raad van Malabar. De bestuurders in de regio vonden dit echter te ingewikkeld. Ze hadden al twijfels over de betrouwbaarheid van de Goske, die dacht dat ze partij kozen voor Van Almonde. Ze weigerden een beslissing te nemen, omdat dit het hele bestuur zou ontregelen. Ze verwachtten dat de Herren XVII dit zou begrijpen en de zaak niet verder zou laten lopen.

De rekening van Van Almonde werd doorgestuurd zoals die was binnengekomen. Het schip de Inlandse Vrede was tijdelijk in gebruik genomen om hout te vervoeren van Mature naar Galle, omdat het hout te zwaar en groot was voor het schip van Waluwe. Er was dringend behoefte aan een groter schip, omdat de Vrede niet lang meer kon worden gebruikt en dringend gerepareerd moest worden. De pakhuizen waren bovendien ernstig beschadigd door ratten, waardoor er risico bestond op verlies van kostbare goederen zoals neli (een soort rijst) en specerijen.

Adriaen de Leeuw was naar de Herren XVII gestuurd omdat hij weigerde voor de VOC te werken. Zijn salaris was al stopgezet. Ottho van Schrick was aangesteld als secretaris, terwijl Simon Walpoth (secretaris van de Raad van Justitie) tijdelijk werd ingezet als beheerder van de soldij (salaris) op Galle, op verzoek van commandeur Roothaes.

De bestuurders ontkenden dat het fort Tricoen door verraad of verandering van de Konchiise prinsen (lokale vorsten) was overgegeven aan de Canarezen (een lokale bevolkingsgroep). Ze zagen dit als een leugen om wantrouwen te zaaien. Ze hoopten op een vrede met Engeland, omdat een zwakke koning van Konchin (een lokale vorst) beter was dan een strijdlustige. Ze benadrukten dat ze zich niet volledig uit de lokale politiek konden terugtrekken.

De orders over de pasjes voor de Canarezen kwamen overeen met eerdere instructies. Over de peperhandel was er geen meningsverschil met de Herren XVII. De bestuurders vonden het jammer dat hun inspanningen vaak werden bekritiseerd door mensen die minder ervaring hadden.

De reis van Christoffel Jansen van Bimelpatnam naar Perzië was goedgekeurd, maar omdat hij onder het gezag van de gouverneur van de Kust Coromandel viel, konden ze geen advies geven over de beschuldigingen tegen de leiders van de Pauw (een VOC-schip).

Adriaen van der Goes had de aanstelling van Nicolas Verburgh verwacht en wenste hem succes in zijn moeilijke taak. Van Goens (een andere bestuurder) begreep dat zijn verzoek was afgewezen en zou wachten op verdere instructies uit Nederland, zolang er oorlog met Engeland was.

De fiscale ambtenaar François Montanier bevestigde dat hij van Adriaen van der Goes 174 rijksdaalders had ontvangen als schuldeiser (niet als gevolmachtigde). Het resterende bedrag van 35,1 rijksdaalders was in de kas van de VOC gestort. Dit zou worden gebruikt om de schuld van Van der Goes aan de VOC af te lossen.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 24 januari 1680 schreef Simon van der Stel vanuit Kasteel de Goede Hoop in Hottentots Holland (Kaapstad) een brief aan korporaal Hans Michel Caembach. Hierin meldde hij dat bijna alles was afgehandeld, behalve één boek schrijfpapier dat nog ontbrak. Dit boek werd nu meegestuurd. Ook werden assistent Salomon de Leeuw en sergeant Steven Wagenaer naar het eiland gestuurd om de spullen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) daar te inventariseren. Van der Stel benadrukte dat Caembach goed moest letten op de schepen die werden verwacht en dat hij de gebruikelijke groet met de vlag naar Bokkebaai (vermoedelijk Tafelbaai) moest uitvoeren. Ook moest hij zeldzame voorwerpen die hij vond, opsturen. Verder beloofde Van der Stel dat er later meer nieuws zou volgen.

Op 29 januari 1680 schreef Van der Stel opnieuw, nu aan korporaal Jacob Herckenraedt. Hij bevestigde de ontvangst van 13 gestroopte schapenvachten en een brief van 27 januari. Omdat de steenbok (een schip of dier) was omgekomen, moest Herckenraedt doorgaan met het stroppen van schapen, maar niet meer dan nodig. Hij moest goed opletten dat er niets van de VOC werd gestolen. Van der Stel was blij dat Herckenraedt onnodig personeel had teruggestuurd, want die konden in Kaapstad goed worden ingezet. Hij stuurde ook de gevraagde twee boeken papier mee en hoopte snel weer nieuwe vachten of huiden te ontvangen.

Op dezelfde dag (29 januari 1680) schreef Van der Stel een brief vanuit Batavia (Jakarta) aan Rijkloff van Goens, de gouverneur-generaal, en de Heren Raad (de bestuurders) van de VOC. Deze brief ging over het schip De Hoeck, dat bijna was vertrokken en onderweg was geweest via Mauritius. Het schip moest in Batavia worden gerepareerd. Van der Stel hoopte dat er snel een nieuw schip uit Nederland zou komen om De Hoeck te vervangen. Hij meldde ook dat het hoofd en de raad van Mauritius Hecker (vermoedelijk een schip of persoon) zo snel mogelijk terug wilden sturen na het lossen van de lading.

Verder beschreef Van der Stel de situatie op Mauritius: er lag al lang een grote voorraad ebbenhout (een soort hout) klaar, dat nog steeds bruikbaar was. Hij stelde voor dit hout te gebruiken als ballast voor schepen die terugvoeren of voor andere doeleinden, zodat het niet zou vergaan. Hij vermeldde dat hij een kort budget had opgesteld voor Mauritius, maar dat dit toch nog een bedrag van ƒ4740,17 opbracht. Tot slot vroeg hij of de Heren Raad beslissingen hadden genomen over de eerdere verzoeken om Oom Vlemin en een monster van Mauritius-arrack (een alcoholische drank) naar Nederland te sturen. Hij sloot af met de mededeling dat beide nog niet in Batavia waren aangekomen.

Bekijk transcriptie 


Op 18 mei 1914 werden in Amsterdam verschillende geboortes officieel geregistreerd door een ambtenaar van de burgerlijke stand. De volgende kinderen werden aangemeld:

Bij elke aangifte waren twee ambtenaren als getuigen aanwezig: Jan van Soest (30 jaar) en een tweede ambtenaar (variërend in naam en leeftijd, maar altijd 25 jaar). De akten werden voorgelezen en ondertekend volgens de regels.

Bekijk transcriptie 


Op 23 januari 1737 werden in Amsterdam vier overlijdens geregistreerd:

Bekijk transcriptie 


In september 1676 werd in Fort De Goede Hoop (Kaapstad) een financieel overzicht gemaakt: Uitgaven:
Bekijk transcriptie 


Op 20 februari 1919 trouwden twee stellen in Amsterdam:

Izaak van Aals, een 32-jarige winkelier uit Utrecht, weduwnaar van Elisabeth Harschel, en Naatje de Leeuw, een 33-jarige vrouw zonder beroep uit Harlingen. Beide ouders van het stel waren overleden. Het huwelijk werd aangekondigd in Amsterdam en Utrecht op 1 februari 1919. Getuigen waren Jacob van Aals (46 jaar, broer van de bruidegom, winkelchef uit Hoorn) en Salomon de Leeuw (51 jaar, broer van de bruid, veehandelaar uit Amsterdam).

Ook trouwden Jan Albertus Wouter Vermeys, een 27-jarige kantoorbediende uit Amsterdam, en Johanna Catherina Boom, een 27-jarige lerares uit Amsterdam. De ouders van de bruidegom, Albertus Elisa Vermeij (64 jaar, arts) en Anna Oostenbroeks (65 jaar), en de moeder van de bruid, Wendelina Elisabeth Snellebrand (58 jaar), gaven toestemming. Het huwelijk werd aangekondigd in Amsterdam en Blaricum op 1 februari 1919. Getuigen waren Willem Gerard Bonebakker (57 jaar, fabrikant uit Naarden) en Karel Cornelis Schöne (34 jaar, handelsessayeur uit Blaricum).

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


In een oude verkooplijst staan de volgende kopers en hun aankopen vermeld:

De totale waarde van alle verkochte spullen was 654 gulden, 4 cent.

Bekijk transcriptie 


Deze tekst is een financieel overzicht van Fort de Goede Hoop (tegenwoordig Kaapstad, Zuid-Afrika) tussen 8 juni 1676 en 24 juni 1676. Het gaat over inkomsten en uitgaven van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) op dat fort.

Uitgaven (wat er betaald is):

Gouverneur Joan Bax van Herenthals (30 realen, een Spaanse munteenheid), koopman Hendrick Crudop (13 realen), kapitein Dirck Jans Smient (13 realen), predikant Petrus Hulsenaer (13 realen), luitenant Jeronimus Cruse (16 realen), vaandrig Jacob Croon (6 realen), onderkoopman Van Bancken (6 realen), dokter Joannes Ravensberg (6 realen), ziekenbezoeker G. Victor (6 realen), chirurgijn M. Wolf (6 realen), Arent Steenrots (6 realen), apotheker Christiaen Gril (6 realen), garnizoensboekhouder Welcker (6 realen), 9 soldaten (6 realen per persoon), Gerrebrant Muller (4 realen), Jan Hendrick Blom (4 realen), Lambertus de Flinis (4 realen), Salomon de Leeuw (4 realen), Andries de Man (4 realen), Guljam van der Stappen (4 realen), Joannes Meijndersz (4 realen), Oeloff Bergh (4 realen), en Jan Westsalen (4 realen). Totaal: ƒ39,10.

Inkomsten (wat er ontvangen is):

Eindsaldo: ƒ2956,6.

Bekijk transcriptie 


Op 1 augustus 1916 trouwden in Amsterdam:

De vader van Cornelis en de moeder van Anna Maria gaven toestemming voor het huwelijk. Het huwelijk werd op 19 juli 1916 aangekondigd zonder bezwaar. Tijdens de ceremonie beloofden Cornelis en Anna Maria elkaar te trouwen en de wettelijke plichten van het huwelijk na te komen. De ambtenaar verklaarde hen vervolgens wettig getrouwd.

Getuigen waren:

Beide getuigen woonden in Amsterdam.

Op 31 augustus 1916 trouwden ook in Amsterdam:

Het huwelijk werd op 9 augustus 1916 aangekondigd zonder bezwaar. Tijdens de ceremonie beloofden Mannus en Elisabeth elkaar te trouwen en de wettelijke plichten van het huwelijk na te komen. De ambtenaar verklaarde hen vervolgens wettig getrouwd.

Getuigen waren:

Beide getuigen woonden in Amsterdam.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 16 juni 1805, een zondagmiddag rond 12:00 uur, ging Hendrina Cohen, weduwe van Hartog de Leeuw, naar Pieter van Lee, een openbaar notaris in Haarlem. Zij was gezond en helder van geest en wilde haar nalatenschap regelen. Hendrina Cohen verklaarde:
Bekijk transcriptie 


Op 21 september 1677 werd in Bantam een brief ontvangen, verstuurd vanaf een schip bij Anjer (in de Straat Soenda). De brief was bedoeld voor gouverneur-generaal Joan Maatsuijcker en de Raden van Indië en kwam aan op 25 september 1677. De schrijvers, Abraham Fransen en Salomon De Leeuw, meldden het volgende: De brief was ondertekend door Abraham Fransen en Salomon De Leeuw, vanaf De Alexander voor de kust van Anjer.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Jeronimus Cruse (lieutenant) en Salomon de Leeuw (assistent), in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) op Kasteel Batavia, meldden op bevel van Hendrick Crudop (de VOC-gezagvoerder) dat zij de volgende goederen hadden gecontroleerd, gewogen en geteld. Deze goederen waren verstuurd door de Heren Bewindhebberen (bestuurders) van de Kamer Amsterdam (een VOC-afdeling) met de schepen Nieuw Middelburg en Hollandsche Tuin naar Herwaerts (een gebied in Azië). De goederen bleken bij aankomst in de volgende staat te verkeren:
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 16 juli 1718 verscheen Pieter Duijts Jongman, een meerderjarige man uit Amsterdam, voor notaris David Walschaart. Jongman had toestemming gekregen van de Staten van Holland en West-Friesland om ondanks zijn jonge leeftijd zelfstandig zaken te doen. Hij verklaarde dat hij drie schuldbrieven (obligaties) had verkocht aan: Elke schuldbrief had een waarde van 1000 gulden en was uitgegeven door de provincie Holland, met betaling in Haarlem. De brieven waren gedateerd op 16 oktober 1708 en goedgekeurd op 15 juni 1709, met de volgende nummers: Jongman had deze schuldbrieven gekregen via een akte op 27 december 1715, opgemaakt door notaris Jan Snoek. Hij bevestigde dat hij het volledige bedrag, inclusief rente, van de kopers had ontvangen en beloofde dat de schuldbrieven vrij waren van claims. Hij zou deze overdracht altijd respecteren, onder een boete van 3000 gulden.
Bekijk transcriptie 


Gedeputeerden (afgevaardigden van de hoogmogende heren) werden na een ontvangst op het Raadhuis op de Poort door dezelfde heren begeleid naar de kamer van burgemeester Burgh. Daar namen ze afscheid en werden de gedeputeerden naar de deur van hun logement gebracht. Daar wachtten kolonel Robberts (commandant van het garnizoen) en luitenant-kolonel Meijners op hen. Tijdens het eten kregen ze van de stadsbodes, namens de burgemeesters en regenten, 8 grote stads kannen met Rijnse wijn als geschenk voor de hoogmogende heren. Als dank schonken de gedeputeerden de kannen – zoals gebruikelijk – aan de regenten van het Licilia en Catharina Gasthuizen (voor ouderen). De bodes kregen elk een fooi van 4 zilveren dukaten. Op uitnodiging van de gedeputeerden kwamen 29 mei 1665 om half twee ’s middags drie burgemeesters (Joan van der Marck, Adriaan Evertsz Petrus Cunaus en Hendrik van Buren), samen met de pensionaris, secretarissen en twee bodes met bussen, naar het logement van de burgemeester. De gedeputeerden ontvingen hen bij de voordeur, leidden hen naar de kamer en nodigden hen uit voor een maaltijd, samen met Jacob Schultens (regent van het Staten College). De gedeputeerden zaten aan het hoofd van de tafel, de burgemeesters en hun medewerkers aan weerszijden, gevolgd door de aanwezige predikanten (gerangschikt naar hun positie). De maaltijd verliep vriendschappelijk en in goede sfeer. Om 8 uur namen de burgemeesters en hun medewerkers afscheid en werden ze door de gedeputeerden naar de deur van het logement gebracht, waar ze ’s middags ook waren ontvangen. Daarna vertrokken de gedeputeerden met de predikanten, tevreden over alles, in dezelfde volgorde als bij aankomst. Ze kwamen ’s avonds om 11 uur weer aan in Den Haag. De volgende ochtend bedankten de voorzitter en de secretaris, namens alle predikanten, de hoogmogende gedeputeerden persoonlijk. Daarna besloten de gedeputeerden:
Bekijk transcriptie 



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/