Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Op 5 april 1883 schreef een ambtenaar uit Amsterdam een brief over een verzoek van H. B. van Isseldijk. Deze had gevraagd om informatie over Derk van Isseldijk (ook wel Derk van Asseldijk genoemd). Volgens het verhaal was Derk in de tweede helft van 1790 of 1791 als scheepsdokter of ambtenaar vertrokken naar een nederzetting in West-Indië of een andere kolonie, beheerd door Amsterdam.
De ambtenaar liet weten dat het niet gelukt was om meer informatie over Derk van Isseldijk te vinden. Hij verwees naar een eerdere brief van 16 maart (met nummer D. N 978) en een notitie van de Referendaris, het hoofd van het Personeelsbureau bij het Departement van Koloniën (met nummer N. D. O 88).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3608 / 0453
H. B. van Isseldijk kreeg op
5 april 1685 in
Amsterdam een brief terug waarin stond dat er geen informatie was gevonden over een zekere
Derk Yseldijk. De schrijver, een ambtenaar van het
Stablisoement (een instelling) in
Amsterdam, liet weten dat het niet was gelukt om ook maar een spoor van
Derk Yseldijk te vinden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3608 / 0452
J. B. van Isseldyk uit
Amsterdam schreef op
13 februari 1883 een brief aan de
minister van Koloniën in
's-Gravenhage. Hij vertelde dat zijn voorvader,
Derk van Ysseldyk (geboren in
Nijmegen op
31 juli 1754), tussen eind 1790 en 1791 als scheepsdokter naar
Oost- of
West-Indië was vertrokken. Sindsdien was er niets meer over hem gehoord, en de familie had alle contact met hem verloren.
J. B. van Isseldyk vroeg de minister om hulp bij het zoeken naar informatie over wat er met
Derk was gebeurd. Hij hoopte dat er in de officiële documenten van
Oost- en
West-Indië nog gegevens te vinden waren over
Derk zijn verblijf en lotgevallen.
Op
5 april 1883 werd gemeld dat er geen spoor van
Derk van Ysseldyk was gevonden.
J. B. van Isseldyk woonde toen op het adres
Keizersgracht 247 in
Amsterdam, bij de heer
J. O. Reich.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3608 / 0451
Willem Jacob Baron van Nagell had twee stukken land met bomen (genaamd
negendikjes en
de Ringel), maar deze werden later bij een openbare verkoop (veiling) aangeboden.
Uit een verslag van de rechtbank in
Wonen (
datum onbekend):
- Het eerste en vierde stuk land met bomen, gelegen bij de Steven, Borch en den Bingel (naast het huis van Jan Tiindens Issels Scholten), werd gekocht door Jan Ysseldyk, een boer uit Apeldoorn, voor 204 gulden. Zijn borgers waren Antoni Berghuis en Gerrit Tykeur, beide landarbeiders uit Apeldoorn. Na voorlezing tekenden zij voor akkoord.
- Het tweede en derde stuk land met bomen (ook wel de Bekenmater en negen dikjes genoemd) werd gekocht door Andres van den Broek, een dijkbewaarder (iemand die toezicht hield op dijken) uit Apeldoorn, voor 328 gulden. Zijn borgers waren Coenraad van Beek, een landman uit Apeldoorn, en Willem Hekker, een boer uit Dapennen. Ook zij tekenden na voorlezing voor akkoord.
De totale opbrengst van de veiling was
532 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1378 / 0661
In
Haarlem werd op
1850 een overeenkomst gesloten tussen twee mannen over het verwisselen van een lotingsnummer voor de nationale dienstplicht (de
Nationale Militie). Hierbij waren betrokken:
Wendel kreeg voor deze vervanging een bedrag van
225 gulden, waarvan:
Van Ysseldyk was hiermee vrijgesteld van verdere oproepen en hoefde niet meer op te komen voor zijn dienstplicht.
De afspraak gold alleen als:
- Het lotingsnummer van Van Ysseldyk daadwerkelijk dienstplichtig was.
- Het nummer van Wendel niet dienstplichtig was.
Als
Van Ysseldyk alsnog vrijgesteld zou worden
of als
Wendel zelf ook opgeroepen zou worden, dan verviel de hele overeenkomst.
De akte werd opgesteld door een notaris in
Haarlem, in aanwezigheid van:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 793 / 0017
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6700966 / 17
In
Amsterdam werd een overeenkomst gesloten tussen
Bertram Wernink, wonend in
Amsterdam, en
Arnoldus Ysseldyk, boekhouder en vader van
Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk. Deze laatste was een loteling (iemand die geloot was voor dienstplicht) voor de
Nationale Militie in
1891 en had nummer
2184 getrokken.
De afspraak was als volgt:
- Wernink nam de plaats in van Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk in de militaire dienst, omdat zijn eigen lotingsnummer waarschijnlijk niet dienstplichtig was.
- Hiervoor kreeg Wernink in totaal 150 gulden:
- 25 gulden was al betaald.
- Nog eens 25 gulden zou betaald worden bij indiensttreding (na goedkeuring door het leger).
- 1 gulden per maand tijdens de diensttijd.
- De rest zou binnen 14 dagen betaald worden na de loting of na voltooide dienst.
- Na betaling was Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk vrijgesteld van verdere oproepen, en hij en zijn vader hadden geen verplichtingen meer.
De overeenkomst gold alleen als:
Als
Ysseldyk alsnog vrijgesteld werd
of als
Wernink toch moest dienen, dan verviel de hele afspraak.
De akte werd opgesteld in
Haarlem in aanwezigheid van
Johan Koolhoven (kandidaat-notaris) en
Frans van Bruijnevoorh als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701410 / 135
Op
24 februari 1851 werd een akte opgesteld in
Haarlem over een overeenkomst tussen twee partijen:
Wernik nam de dienstplicht van
Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk over, omdat diens lotingsnummer waarschijnlijk wel dienstplichtig was, terwijl dat van
Wernik vermoedelijk niet. Hiervoor kreeg
Wernik in totaal 150 gulden:
- 25 gulden was al betaald.
- Nog eens 25 gulden zou betaald worden bij de daadwerkelijke indienststelling, na goedkeuring door het Korps (legeronderdeel).
- 1 gulden per maand tijdens de diensttijd.
- Het resterende bedrag (100 gulden) zou binnen 14 dagen na het "groot verlot" (lotingsprocedure) of na voltooide dienst worden uitbetaald.
De overeenkomst gold alleen als:
Als
Arnoldus Johannes Antonius Ysseldyk alsnog vrijgesteld zou worden van dienst, of als
Wernik zelf toch moest dienen omdat zijn oorspronkelijke nummer werd opgeroepen, dan verviel de overeenkomst.
De akte werd ondertekend in aanwezigheid van:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 457 / 0135
Bij een veiling werden twee percelen grond verkocht. Het eerste perceel werd direct verkocht, evenals het tweede perceel. Daarna werd de hele veiling (de "massa") opnieuw aangeboden en gekocht door Willem Ysseldyk, een boer uit Verwolde, voor 1440 gulden.
Willem Ysseldyk en Jan Kloezeman tekenden de koopovereenkomst bij notaris Covenge in Twello. Uiteindelijk wees de verkoper de hele veiling toe aan Willem Ysseldyk, maar deze gaf aan dat hij het kocht namens Jacob Schimmelpennink, een dagloner uit Peewolde.
Als borg stonden Willem Ysseldyk zelf en Gerrit Schimmelpennink, een boer uit Exel. Zij beloofden samen 1475 gulden te betalen, exclusief extra kosten. De koper en de borgen tekenden bij notaris Everts in Hoels.
Bij de veiling waren ook Albert Geldering (boer) en Hendrik Pelevenaker (dagloner), beide uit Bijbroek, aanwezig als getuigen. Zij, de verkoper en de notaris ondertekenden het proces-verbaal.
De koop werd geregistreerd in Apeldoorn op 20 juli 1841. De totale kosten waren 97,98 gulden, waaronder:
- 2,62 gulden voor kooprecht,
- 7,80 gulden voor borgtocht,
- 0,80 gulden voor volmacht,
- plus een extra heffing van 38%.
De ontvanger, Poel, gaf op 12 oktober 1841 een afschrift van het document.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1394 / 0289
Hans Loet verkocht verschillende percelen grond:
- Eerste perceel: 11 stukken voor 110 gulden aan Bernardus Verheijen, een huurder uit Deventer.
- Tweede perceel: voor 110 gulden aan dezelfde koper.
- Derde perceel: voor 115 gulden aan dezelfde koper.
- Vierde perceel: voor 116 gulden aan dezelfde koper.
Borgen: Hendrikus Albertus Smeenk en Jannes Kloosterbaer, beide huurders uit Zeventer.
H. Dechuijen,
H.A. Smeenk en
J. Kloostenboer ondertekenden de akte.
Totaalbedrag van de verkopen: 25281 gulden.
- Perceelnummers: 1, 2, 3 en 5 staan op blad Oonshoet 5287.
- Een 9e perceel (niet volledig beschreven) is gekoppeld aan G. Reede en de heren de Braconeer en van Ter Sa Ryzen, gelegen bij de Fokherij Twelle in Hetmersk.
Andere betalingen voor de
diakonie (kerkelijke armenzorg) in
Swelle:
Totaal voor de diakonie: 547 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1390 / 0228
- Op 22 maart 1729 werd de Isseldijk (ook wel Goung IJsseldyk of Isseldyk genoemd) vermeld in een document. Hierin werden Wille Abraham, John Pieter van Ainold en Francois van Batavia genoemd, samen met 17 anderen uit Londen (31 personen) en Bengalen (36 personen). Ook Petter werd genoemd als "onvermogende" (iemand zonder geld).
- Er was sprake van een "hoopman" (leider) die geen "klein koopman" (kleine handelaar) was, en van een "ambtenaar" die betrokken was bij de "vente" (veiling) van 9 "eideren" (soort eend) op 1612, 1810, 1319, en 1819. Op 22 verschillende plekken werden 1002 zaken geregistreerd, met een waarde van 5 "cent" (geldbedrag).
- Deze activiteiten gebeurden met of zonder toestemming van de overheid. Er werden namen en voornamen genoemd, waaronder een verwijzing naar 1230 en Ammerdingen (mogelijk Amsterdam).
- Er stond een bedrag van 50 vermeld, en een referentie naar 1820 en 1319. Ook werd een "naamboek" (register) genoemd, met een verwijzing naar pagina 24.
- Er werd gemeld dat er 340 personen waren overleden, en dat er 124 "kortetten" (mogelijk kort geding of kleine rechtszaken) waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 3106 / 0115
Op
27 augustus 1759 ging
Arnout deZ' Hommel, een inwoner van
Amsterdam, naar de notaris
Daniel van den Brink. Hij verklaarde dat hij een schuldbrief had verkocht aan
Willem van Isseldyk, een predikant in
Ophemert.
Deze schuldbrief was oorspronkelijk afgeven door de provincie
Holland en West-Friesland en had een waarde van 1000 gulden. De brief stond op naam van
Maria Mullen en was gedateerd op
22 december 1702. Later, op
1 februari 1703, was deze brief geregistreerd onder nummer 14130.
Arnout deZ' Hommel had het recht op deze schuldbrief gekregen via een akte van overdracht op
11 november 1758. Deze akte was opgemaakt door de notaris voor
Susanna Clara Brooks, de weduwe van
Theodorus Brooks.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510793 / 559
Op
17 oktober 1829 werd een veiling gehouden van verschillende stukken land in de omgeving van
Apeldoorn en
Perwolde. De kopers en de prijzen die zij betaalden waren:
- Hendrik (achternaam onduidelijk) kocht land in Tvenep voor ƒ53,40.
- Hendrikus Lipman kocht land in Tens Kuiner voor ƒ5,50.
- Kutger Mulder kocht land in Apeldoorn voor ƒ60,50.
- Cornelis Eltink kocht land in Vremder voor ƒ5,20.
- Hendrik Flierman kocht land in Perwolde voor ƒ5,20.
- Klaas Kolkman (genaamd Hendrik derghuurder Hendrikzen) kocht land in Perwolde voor ƒ5,00.
- Meinder Mulder kocht land in Perwolde voor ƒ5,00.
- Andries Oolman kocht land in Tenvole voor ƒ5,00.
- Derk Isseldyk kocht land in Apeldoorn voor ƒ60,40.
- Hendrik Hendriksen kocht land voor ƒ4,60.
- Hendrik Kleerman kocht land voor ƒ4,20.
De totale opbrengst van deze veiling was ƒ94,20. Het verkoopproces werd officieel vastgelegd door notaris
G.P. Martz en
J. Krol, in aanwezigheid van twee getuigen:
Smits uit
Tuellen en
Jannes Brol uit
Terwolder.
De akte werd geregistreerd in
Apeldoorn op
9 maart 1830. De kosten voor registratie en rechten bedroegen in totaal ƒ2,95. De ontvanger tekende voor ontvangst.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1381 / 0568
Jan Ganjefles Gerrit Isseldyk en
Teunis Veenhuizen, beide dagloners uit
Twello, kochten op een veiling een huis in
Terwolde voor
424 gulden.
De veiling werd gehouden onder toezicht van:
Het document werd geregistreerd in
Apeldoorn op
15 juli 1842 in register
25, blad
31, vak
6. De registratie kostte:
De totale kosten, inclusief 3,8% belasting, kwamen uit op
7,35 gulden. Dit bedrag werd betaald aan de ontvanger.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1395 / 0268
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1376 / 0365
Op 4 oktober 1811 werd een openbare veiling gehouden voor onverkocht land. De regels voor de veiling waren:
- Wat gekocht werd, was meteen eigendom van de koper, maar er was 1 uur bedenktijd na afloop van de hele veiling.
- Het geld moest contant betaald worden aan notaris Meester Pannberaarn Branrs in Rwetto of uiterlijk op 1 november 1811. Wie te laat betaalde, moest extra 10% betalen.
- Kopers moesten twee betrouwbare borgstellers vinden die garant stonden voor de betaling. Als dat niet lukte, werd het land opnieuw geveild.
- Alle ruzies over de veiling werden beslist door de notaris, zonder hoger beroep.
- Het hout op het land moest voor 20 juni 1812 gekapt zijn.
De volgende stukken land werden verkocht (met kopers, borgstellers en prijzen in guldens):
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1385 / 0238
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1385 / 0237
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 366 / 0737
Op
31 maart 1771 verscheen
I.P.H. Muzelius, die woonde in
Paramaribo maar op dat moment op zijn plantage
Pabriam verbleef, voor
Daniel Godeob Schlick, een ambtenaar van de kolonie
Suriname.
Muzelius verklaarde dat hij zijn vrouw,
Susanna Muzelius-Nepveu, volmacht gaf om:
- alle zaken, zowel juridisch als zakelijk, namens hem te regelen, zowel aanvallend als verdedigend;
- de gezamenlijke bezittingen (vastgoed, losse goederen en geld) te beheren;
- indien nodig wissels (schuldbrieven) te ondertekenen;
- alles te doen wat Muzelius zelf zou kunnen als hij aanwezig was.
Muzelius gaf haar dezelfde bevoegdheden als een officiële beheerder volgens de lokale wetten en gewoonten. Hij beloofde ook alles wat zijn vrouw in deze hoedanigheid deed te zullen goedkeuren en te erkennen.
Als
Muzelius later zou besluiten om naar het vaderland of elders te verhuizen en zijn vrouw zou kiezen om hem niet te volgen, mocht zij:
- iemand anders aanwijzen om hun gezamenlijke bezittingen te beheren;
- een eerder opgestelde en ondertekende overeenkomst (opgesteld door Schlick en bewaard bij de kolonie) openen, 2 dagen voor haar vertrek.
Muzelius gaf haar hiermee de nodige toestemming. Dit alles werd vastgelegd in
Paramaribo op de genoemde datum.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 558 / 0363
Johannes Dolyh van Claveren Berkhoff en
Hermanus Willem Kerkhoven waren getuigen toen iemand (de
comparant) beloofde om zichzelf en zijn bezittingen verantwoordelijk te houden voor beslissingen van de rechtbank.
Deze afspraak gold speciaal voor het
Hof van Civiele Justitie (een rechtbank voor burgerlijke zaken). Het document werd ondertekend op dezelfde datum en plaats als hierboven genoemd (
9 [datum onvolledig] in
Paramaribo).
De getuigen bevestigden dit met hun handtekening, en
S.S.G. Schuck, een beëdigd ambtenaar, maakte het officieel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 364 / 0394
Op
14 juli 1710 verscheen
Pieters Hailhoff, een beëdigd klerk van de secretarie van de kolonie
Suriname (inclusief de rivieren en omliggende gebieden), voor notaris. Bij hem was
P. Berkhoff, die in het bijzijn van getuigen een verklaring aflegde.
Berkhoff verklaarde dat hij, volgens het vonnis van het
Hof van Civiele Justitie in
Suriname van dezelfde maand, zich borg stelde voor
C.F. Georgie. Dit was ter zekerheid van
J.D. Dutrij, die een rechtszaak tegen
Georgie had aangespannen.
Berkhoff gaf hierbij alle mogelijke juridische bezwaarprocedures op.
De borgstelling betrof twee wisselbrieven, ondertekend door
Js Wourques en
C.F. Georgie op
25 augustus 1766. De bedragen waren:
- ƒ 6.278,16
- ƒ 6.562,01 (en 4 penningen)
Deze wissels waren getrokken op naam van
J.o. De Dutrij als betaling voor drie achtste deel van de koopsom van plantage
Marias Lust. De kosten waren voor rekening van
Herman van de Poll in
Amsterdam.
Berkhoff beloofde dat, als de wissels bij vervaldatum niet betaald zouden worden en met protest terugkwamen, hij
Dutrij zou vrijwaren van alle schade en claims die hieruit konden voortvloeien. Dit gold specifiek voor
Dutrij zijn handtekening (endossement) op de wissels.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 364 / 0393
Op 161 werd er grond verkocht op de heide Hader Kamp bij Twello:
Het totale bedrag dat met deze verkopen werd verdiend, was 2204 gulden.
Daarnaast:
Het totale transportbedrag (totaal van alle verkopen) was 2530 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1370 / 0522
Op
15 augustus 1786 verscheen voor
Johannes Jacobus Wohljahre, beëdigd secretaris van de kolonie
Suriname en de omliggende rivieren en districten, in aanwezigheid van twee genoemde getuigen:
De betrokkenen, die allemaal in
Paramaribo woonden, verklaarden het volgende:
Toen
M.E. Trey de plantages en grond eerder had overgedragen aan
J.R. Morin (die toen zaakwaarnemer was van
Dirk Luden en
Jacob Speciaal), had zij als voorwaarde gesteld – en ook onder ede bevestigd – dat:
- De slavin Abba (die toen nog geen kinderen had) niet bij de overdracht hoorde, maar in ruil daarvoor de slavin Constantia werd overgedragen. Constantia was eigendom van M.E. Trey en stond niet op de inventaris van de plantage, dus hoorde zij ook niet bij de plantage.
- Met toestemming van J.P. Morin behield M.E. Trey ook de slavin Maria en haar twee kinderen. Dit kwam doordat Maria de min was geweest van het kind van de overleden N.O. Pelichet (uit zijn huwelijk met M.E. Trey).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 133 / 0245
Op 13 februari 1771 werd een overeenkomst gesloten voor het Hof van Civiele Justitie in de kolonie Suriname. Deze overeenkomst werd goedgekeurd door het hof en betrof een hypotheek die geregistreerd stond in het hypotheekregister van Suriname (register nummer 3, pagina 382 en volgende).
De betrokkenen waren:
In de overeenkomst van 13 februari 1771 stond dat Pieter Wilkes zijn helft van de plantage Onverwagt afstond aan Nicolaas Olivier Pelichet. Vanaf dat moment werd Pelichet beschouwd als de enige eigenaar van de hele plantage, alsof hij deze vanaf het begin alleen had gekocht. Pieter Wilkes had vanaf dat moment geen rechten meer op de plantage.
Pelichet werd gemachtigd om de helft die oorspronkelijk van Wilkes was, op zijn eigen naam te zetten of over te dragen. Hij beloofde ook dat de erven van Pieter Wilkes geen aanspraak meer konden maken op de plantage.
De overeenkomst werd opgesteld in Amsterdam en later, op 17 maart 1773, bevestigd door notaris Isaac Pool. Op 12 juni 1786 werd de akte geregistreerd in Suriname door J.J. Fallmann, een beëdigd griffier.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 740 / 0032
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 730 / 0540
Volgende pagina