Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
De grenscommandanten kregen de opdracht om een goede buurverhouding met een ongenoemde partij te onderhouden, met de belofte dat deze partij wekelijks een vast aantal runderen via boeren zou laten leveren als belasting. Dit voorstel werd afgewezen. In plaats daarvan verzamelden zich duizenden Hongaren bij
Comorra en
Vesprím om een bepaalde plaats te blokkeren.
De hertog van Mantua vertrok op
30 juli 1687 (donderdagmiddag) na een ontvangst door de keizerlijke majesteiten, begeleid door
graaf Paar (generaal van de keizerlijke posten) en
graaf Rapach (vice-commandant van
Raab). Hij inspecteerde
Raab,
Comorra en andere plaatsen onderweg, met een gevolg van 5 koetsen. De volgende dag volgde de rest van zijn suite.
Op
1 augustus 1687 werd de verjaardag van
aartshertog Joseph (toen 10 jaar) groots gevierd.
Frankrijk wilde de wapenstilstand met Engeland niet onder voorwaarden garanderen. Daardoor bleef de situatie voorlopig onveranderd, terwijl men zocht naar manieren om Frankrijk af te houden van het bouwen van nieuwe vestingen.
De graaf van Martiniz, die namens de keizer de koningin van Portugal had bezocht, keerde terug uit
Heidelberg.
Elsinore,
2 augustus 1687:
Op
29 juli arriveerden
P. Bentes en
I. de Lin.
Op
30 juli arriveerden
S. Carstens,
C. de Ruyter,
T. Baylif,
J. Bontekoning,
I. Symonsz.,
W. Annes,
I. Malo,
J. Leyer,
S. Knoetsz. en
T. Grudy.
Op
31 juli arriveerden
A. Pitie,
P. Sjoukes,
J. Banck,
J. Read en
J. Gentelman.
Op
1 augustus arriveerden
J. Gulitsz. en
M. Boese.
Op
2 augustus arriveerden
S. Martensz.,
G. Martensz.,
A. Rotfort,
B. Panckman,
M. Muria,
A. Andreesz.,
J. Vliet,
R. Cornelisz.,
W. Ariaensz. en
J. Warton.
Berlijn,
3 augustus 1687:
De keurvorst van Brandenburg keerde 3 dagen eerder terug uit
Frankfurt an der Oder en zou de volgende dag of overmorgen naar
Potsdam vertrekken.
Keulen,
3 augustus 1687:
Franse troepen langs de
Saône braken hun kamp op om terug te keren naar hun garnizoenen.
De keurprins van de Palts verbleef nog in
Hambach.
Hamburg,
5 augustus 1687:
In
Altona arriveerde een Groenlandvaarder uit
Groenland met 6 schepen onder leiding van
Govert van Altona. Hij bracht een lijst mee van Nederlandse Groenlandvaarders met hun vangst:
Van Nederlandse schepen waren bekend:
Kassel,
5 augustus 1687:
De keurprins van Brandenburg verbleef nog in
Kassel en werd dagelijks vermaakt. Wanneer hij zou vertrekken, was onbekend, maar hij zou niet naar
Kleef gaan.
Frankrijk:
Parijs,
5 augustus 1687:
De Savoyardse ambassadeur, marquis Dogliani, had een audiëntie bij
de hertog van Chartres. Een koerier melde dat
de hertogin van Modena in
Rome was overleden.
Nederlanden:
Brussel,
6 augustus 1687:
Sijn Excellentie woonde op maandag het feest van
Dominicus bij en zou de volgende dag naar
Ter Veuren terugkeren. De Geheime Raad verleende
de prins van Piombino uitstel om niet door zijn schuldeisers lastiggevallen te worden. Hij begon zijn kleinste schulden af te betalen, maar wachtte op geld uit Spanje voor de grotere schulden. Zijn intendant en hofmeester, die 4 weken geïsoleerd waren, mochten weer bezoek ontvangen.
's-Gravenhage,
7 augustus 1687:
Afgevaardigden van de Admiraliteit en de Commissarissen-Generaal hadden de vorige avond overleg over zeezaken, konvooien en licenties, die op
1 oktober 1687 in zouden gaan.
De admodiateur Nieupoort was hierbij aanwezig. De vorige avond had
de heer Holshalb (buitengewoon gezant van de Zwitserse kantons) audiëntie bij
prins Willem III van Oranje.
De graaf van Hohenlo (buitengewoon gezant van de keizer) keerde de vorige middag terug en nam afscheid om de volgende dag via
Brabant naar Duitsland te vertrekken. Er was bericht over de nadering van Oost-Indische retourschepen. Enkele afgevaardigden van
Holland en
West-Friesland vertrokken op missie naar verschillende plaatsen.
Baron Craegh (Deens gezant) keerde de vorige avond terug uit
Amsterdam.
Don Emanuel de Coloma (buitengewoon gezant van Spanje) zou de volgende week audiëntie krijgen. Over de audiëntie van de
Moscovische gezant (die ziek was) was nog niets bekend. Het lichaam van de zoon van
de heer van Ouwerkerck werd naar
Ouwerkerck gebracht voor begrafenis.
De marquis d'Albeville (buitengewoon gezant van
Groot-Brittannië) was die avond aan het hof.
Amsterdam,
8 augustus 1687:
De vorige ochtend vertrok
kapitein Swaen met straatvaarders uit
Texel:
Twee schepen (
De Leonora en
De Prins te Paert) voeren naar
Lissabon, andere naar
Bordeaux.
Uit
Hamburg werd gemeld dat in
Altona een hoeker uit
Groenland arriveerde met 6 vissen en 300 vaten spek. Het schip was vol. De eerste vis was gevangen op
7 juli 1687. Hij meldde dat
Rijpers (waaronder
De goude Valck met 7 vissen en 270-290 vaten spek) halfvol waren.
Geluckige Matthijs zijn Broer, Joen (admiraal) had 11 vissen en 500 vaten spek;
Matthijs zijn Soon had 18 vissen en was waarschijnlijk vol naar huis gekeerd.
Uit
Bergen (Noorwegen) werd op
15 juli 1687 gemeld dat een schip uit
West-Indië was aangekomen. De schipper had 25 mijl ten oosten van
Hitland een Engelse schipper gesproken die meldde dat 3 Turkse kapers 5 haringbuizen en 1-2 Groenlandvaarders hadden buitgemaakt. Dit bericht werd niet serieus genomen, omdat de Engelse schipper dit vaker deed om betere vrachtprijzen te krijgen.
Uit
Bordeaux (Frankrijk) werd op
29 juli 1687 gemeld dat de vloot Franse vaarders nog in
Saint-Martens lag te wachten op meer konvooi. Er was veel hagel geweest, wat schade aan de wijngaarden had veroorzaakt. Uit Engelse brieven bleek dat de Fransen 2 Algiersse kapers met Sallese passen hadden buitgemaakt. Zes Franse schepen zouden zich bij
de hertog van Mortemar voegen om Algiersse schepen aan te vallen en hen te dwingen niet meer op Sallese passen te varen. Het schip
De Onbevlekte Maagd lag nog in
Duinkerken. Er was nog geen nieuws over Oost-Indische retourschepen of schepen uit
Saint-Hubert. Het gerucht dat een schip uit
Cádiz in
Rotterdam was aangekomen met het Oostendse konvooi, werd niet bevestigd.
's-Gravenhage,
8 augustus 1687:
De graaf van Hohenlo zou pas de volgende dag vertrekken. Hij was die dag, begeleid door
Chevalier Crampricht (keizerlijk gezant), aan het hof. Ook
de heer Holshalb was aanwezig.
De heren van Druyvesteyn,
van Vrybergen en
Stantius (afgevaardigden van de Staten) waren de vorige avond teruggekeerd en zouden die middag verslag doen van hun missie in
Vlaanderen. De afgevaardigden van de Admiraliteit zetten hun overleg met de afgevaardigden in de Vredeskamer voort. Sommigen van hen waren die ochtend bij
prins Willem III en die middag in de vergadering van de Staten.
Prins Willem III zou waarschijnlijk niet voor maandag naar
Loo vertrekken. Het Hof van Justitie was die ochtend buitengewoon bijeen.
In
Amsterdam werd bij
Albert Visscher en
Jan Rieuwertsz. de Jonge (boekverkopers) het boek
De Oeffening van Vrucht-bomen van
le Gendre (parochiaan van
Henouville) uitgegeven, vertaald en van aantekeningen voorzien door
Jan Commelin.
In
Leeuwarden werd bij
Hero Nauta (boekverkoper in de
Peperstraat) het boek
Het Pit der oude Beuselingen, Dwalingen en andere Nevels van Misverstant in de Stof-scheyding van
George Sterckey (in het Engels) gedrukt, vertaald door
D. Feio Johannes Winter en bestreden door
Johannes Ignatius Benitema.
Er werd bekendgemaakt dat de postwagen tussen
Amsterdam en
Arnhem sinds
4 augustus 1687 (maandag) dagelijks reed. In de winter zou deze om 6 uur vertrekken uit
Amsterdam (tot
29 september) en om 9 uur uit
Arnhem (tot
1 september), daarna om 8 uur (tot
31 oktober). Vanaf
1 oktober tot
1 februari zou de wagon bij het openen van de poort vertrekken. Het postkantoor in
Arnhem was gevestigd bij
Arent van den Bosch, in het huis van de weduwe van
Jan van Hummul in de
Neversstraat. De wagons vertrokken in
Arnhem vanaf de
Grote Oort en in
Amsterdam vanaf
De Vergulde Valk op de
Botermarkt.
Er werd bekendgemaakt dat het schip
De Stadt Bayonne, dat vastzat in de grond bij
Santvoort, samen met opgeborgen rommel en tonwerk, zou worden geveild op
16 augustus 1687 (zaterdag) bij de officier ter plekke. Wie het schip nog uit de grond wilde halen of kopen, kon zich wenden tot
Pieter van Swol in
Amsterdam op de
Brouwerskade, bij de brouwerij
Het Witte Hart.
Gedrukt te
Haarlem door
Abraham Casteleyn, stadsdrukker op de
Markt in
De Blauwe Druk, op
9 augustus 1687.
Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 011225536 / 2
Op
5 februari arriveerden in
Portugael de schepen
De Bootschap Maria (schipper
Adriaen Wybrantsz.),
De Groene Kloek (schipper
Cornelis Arendsz.) en
Jan Jansz. Bontekoning.
In
Spanje,
Cádiz:
In
Madrid werden op
13 februari besluiten genomen over bezuinigingen:
- Minder uitgaven voor het paleis.
- Vermindering van de rantsoenen.
- Vermindering van het aantal raadsheren.
In
Italië,
Venetië:
- Op 16 februari meldde een Engels schip uit Tripoli dat 7 oorlogsschepen van de Barbarijse piraten waren uitgerust om samen met de Turkse vloot te opereren.
- Uit Ragusa kwam bericht dat de nieuwe primo vizier oorlogsvoorbereidingen trof, waaronder het afmaken van 6 galeien. Een deel van de Milaneese infanterie was al in Venetië aangekomen.
In
Frankrijk,
Parijs:
- Op 26 februari vaardigde de koning een bevel uit: Franse schepen die schipbreuk ledigen, moesten door schepen van vriendelijke naties worden opgepikt. Schepen tussen 50 en 100 ton moesten 3 Franse opvarenden meenemen, schepen boven 100 ton 6. Dit gold ook voor Franse kooplieden en consuls in buitenlandse havens.
- De markies de Castelmaine bereidde zich voor op een reis naar Rome.
In
Engeland:
- Op 2 februari vertrokken uit Duinkerk 35 schepen, waaronder 5 Oost-Indische en 10 Hollandse koopvaardijschepen, begeleid door 2 oorlogsschepen.
- In Londen:
- Op 22 februari meldden Schotse brieven het overlijden van George Gordon, graaf van Panmure. Zijn lichaam lag in een nieuwe kerk tot zijn bloedverwanten terugkeerden.
- De graaf van Traquair en Sir Robert Sibbald vertrokken naar Edinburgh.
- Op 21 februari werd Mr. Booth, een lakenfabrikant, gearresteerd voor een schuld. Hij werd vrijgelaten na een eed af te leggen.
- Dr. Eedes en Mr. Graunt werden op borgtocht vrijgelaten.
- Op 23 februari werd Thomas Saxon, hoofdgetuige tegen Lord Delamere, in de pillory gezet en mishandeld. Hij zou de volgende dag opnieuw in de pillory staan en op 25 februari van Newgate naar Tyburn worden gebracht.
- Het huwelijk tussen de graaf van Northampton en de gravin-douairière van Conway ging niet door. Zij trouwde in plaats daarvan met de graaf van Mulgrave, kamerling van het huishouden van de koning.
- Op 24 februari organiseerde de graaf van Sunderland een bal voor de koning en koningin in het appartement van de hertogin van Portsmouth. Er waren 12 paren dansers, gekleed in nationale kostuums.
Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 011225365 / 3
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176090 / 555
De erfenis van de overleden Pieter Treschouw is overgenomen door Hr. Schulle. De betrokkenen verklaren dat ze Hr. Frans Kofler hebben gemachtigd om namens hen en in hun hoedanigheid op te treden. Met toestemming van de Raad van Amsterdam en bijgestaan door een voogd en vier andere personen, mocht Hr. Frans Kofler voor de eerbiedwaardige en achtingwekkende heren schepenen van de stad verschijnen.
Daar heeft Hr. Frans Kofler namens de weduwe Pieter Treschouw een huis en erf, gelegen aan de binnenzijde van Nieuw Eiland in Amsterdam, overgedragen aan Jan Bontekoningh. Dit gebeurde op 12 april 1718 voor een bedrag van ƒ 2350, volgens de gebruikelijke koopvoorwaarden. De koopsom was volledig betaald en Hr. Frans Kofler beloofde vrijwaring te geven. Hiervoor verbonden de betrokkenen hun persoonlijke goederen, de goederen van hun kinderen en die van de pupillen van de tweede betrokkene.
Verder beloofden ze alles te doen wat nodig was en wat de gemachtigde in hun naam kon of moest doen. Ze beloofden ook alles wat krachtens deze akte gedaan zou worden, te zullen handhaven. Dit gebeurde onder verplichting en onderwerping aan de rechtbank in Amsterdam.
Aanwezig waren: Susanna Maria Alphonsies, David Lamy Junior (weduwnaar van Jean Boldumn), Schulte, Hermanus Van Garel (pastor), H. Minuict en Adr. Baars.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176072 / 473
1631 op
23 maart ging
Dirck van der Groe, notaris, op verzoek van de nabestaanden naar
Amsterdam. Daar vond hij
Jacob van Hoek, koopman in
Amsterdam, die samen met
Abraham Diepres, ook koopman, een transport had ontvangen. Dit betrof een acceptatie van wissels gericht aan
Hr. Dupre.
Hr. Dupre weigerde echter de wissels te accepteren.
Dirck van der Groe protesteerde hierop namens
Jacob van Hoek tegen de niet-acceptatie van de wissels, inclusief herwissel en alle kosten, schade en interest die al waren gemaakt of nog gemaakt zouden worden. Alles werd opgetekend in
Amsterdam in aanwezigheid van
Samuel Romp en
Hercules van Hoorn.
De wissel luidde als volgt:
Lissabon,
9 februari 1631, voor de som van 520.55 pond, te betalen in
Amsterdam aan
Cornelio Wolter Maknes voor rekening van
Loppe Marimiliano. De wissel was getekend door
Jorge Camerino en geadresseerd aan
Abraham Dupre, koopman in
Amsterdam.
Op
25 maart 1631 verscheen
Floris Bontekoningh, ook woonachtig in
Amsterdam, voor de notaris.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606791 / 524
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176123 / 229
De heren J. en D. Bontekouw bevestigden dat scheepskapitein Jan Gerbrand of diens rechtopvolger verantwoordelijk was voor de schade die Jan Gerbrand had geleden aan zijn schip, lading en de goederen van de opvarenden. Deze schade moest worden vergoed volgens een eerdere afspraak of een beslissing van scheidsrechters. Jan Gerbrand moest ook de huur betalen voor het scheepsvolk en de goederen die zij gebruikten. Dit moest gebeuren in het huis van Bontekoningh op het Drie Heuvelen Eiland in Amsterdam. Jan Gerbrand beloofde dat hij alles wat daar werd beslist, zou accepteren alsof het rechtstreeks tegen hem was gericht.
Ook Johannes Bontekouw en Dirk Bontekouw bevestigden dat zij de afspraken en beslissingen van scheidsrechters zouden nakomen. Zij beloofden de schade te vergoeden en de afspraken na te leven. Dit werd bevestigd in Amsterdam op 1654-08-25 in aanwezigheid van getuigen Daniel van de Brink en Lourens Smit. De notaris was Joannes Dirk Bintekoning, met als bijstand Raerd Auses van den Brink, Adr. Baars en L. Smit.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176114 / 66
3 januari 1691 verscheen
Dirk van der Groe, notaris, in
Amsterdam voor
Sr. Alors Boute koningh, makelaar en weduwnaar van
Geurtje Dirx. Deze verklaarde dat hij van plan was om opnieuw te trouwen, maar eerst de erfenis van zijn twee kinderen uit zijn eerste huwelijk wilde regelen:
Hij had
Evert Schagen (notaris) en
Jacot Schagen (secretaris in
Oosterblokker) aangewezen als voogden voor zijn kinderen na zijn overlijden. Ook had hij hun de erfenis van hun moeder gegeven:
- Aan Jan Bontekoningh: twee lijfrentebrieven (een van 155 gulden per jaar ten laste van het land in Amsterdam en een van 90 gulden per jaar in Hoorn), samen goed voor 2500 gulden.
- Aan Dirk Boutekoningh: twee soortgelijke lijfrentebrieven, ook goed voor 2500 gulden.
- Aan elk kind nog eens 12.500 gulden, samen 25.000 gulden.
Totaal bedraagt de erfenis 30.000 gulden (exclusief de lijfrentebrieven).
Dirk van der Groe mocht tijdens de onmondigheid van zijn kinderen de opbrengsten van dit geld behouden, zonder zekerheid te hoeven stellen. Hij moest wel voor zijn kinderen zorgen tot ze meerderjarig of getrouwd waren. Daarna zou hij de lijfrentebrieven en het kapitaal van 12.500 gulden aan elk kind overdragen. De rest van de erfenis van zijn overleden vrouw mocht hij voor zichzelf houden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606954 / 153
De testateur laat aan elk kind van zijn zussen en aan zijn nichten, waarvoor hij peter was, 100 gulden als herinneringsgeschenk na.
Aan zijn neef Claard de Weerde Wit (vernoemd naar de vader van de testateur) laat hij na:
- zijn gouden diamanten ring;
- een gouden ring met een zegelsteen met zijn wapen;
- zijn degen met zilveren gevest;
- zijn rotting met zilveren beslag;
- al zijn kleding (boven- en onderkleding van laken, wol, zijde en linnen).
Aan zijn neef
Meijnard de Wit laat hij zijn zakhorloge na.
Al deze legaten moeten binnen 6 maanden na zijn overlijden worden uitgereikt. De erfgenamen hoeven hiervoor geen rente te betalen.
Als erfgenamen benoemt hij zijn vijf zussen:
Elk krijgt een gelijk vijfde deel. Als een of meer zussen voor hem overlijden, gaat hun deel naar hun nakomelingen.
Zijn huis en erf aan het Nieuwe Waals Eiland, op de hoek van de Bantemerstraat (waar hij woont), met alle inboedel (meubels, schilderijen, porselein, linnen, wollen spullen, bedden, dekens, ongemunt goud en zilver, gouden en zilveren munten en andere huishoudelijke spullen), plus alle benodigdheden voor de stokvishandel (balans, schalen, gewichten, windassen, touwwerk) en alles op zolder en in de kelder, moet door zijn zus Rachel de Wit of haar nakomelingen worden overgenomen voor 12.000 gulden contant.
Zijn neef Claard de Weerde Wit mag de stokvishandel overnemen en in het genoemde huis wonen. Hij moet huur betalen aan zijn ouders, naar hun goedvinden. De handel wordt uitgevoerd onder toezicht van zijn vader, en de winst komt toe aan de ouders of aan Claard de Weerde Wit zelf, afhankelijk van wat zijn ouders het beste vinden. De testateur laat de beslissing hierover aan zijn ouders of de langstlevende van hen over.
Rachel de Wit mag, na taxatie door deskundigen (gekozen door de executeurs), alle stokvis die bij zijn overlijden aanwezig is overnemen voor de boedel, mits ze de waarde vergoedt. Ook mag ze zijn aandeel van 1/8 in de walvisvaart met alle bijbehorende zaken (handelsgoederen, uitstaande schulden, etc.) overnemen voor 6.000 gulden.
Het huis naast het hoekhuis (bewoond door zijn zwager Floris Bontekoningh), evenals de schepen en scheepsdelen die hij nalaat, mogen pas na 1 jaar na zijn overlijden worden verkocht. Tot die tijd blijven ze gemeenschappelijk bezit, en de opbrengst wordt gelijk verdeeld onder de erfgenamen. De wijn in beide kelders mag wel eerder worden verkocht, als de erfgenamen dat wenselijk vinden.
Zijn helft in de landerijen in de Diemermeer (met koeien, paarden, wagens, karren en andere toebehoren), die hij samen met zijn zwager Bontekoningh bezit, mag door Bontekoningh worden overgenomen volgens hun contract. Als Bontekoningh dit niet doet, mag een andere vriend van de testateur het overnemen. Als niemand het overneemt, mag het na 1 jaar na zijn overlijden door de executeurs worden verkocht, openbaar of onderhands, naar hun goedvinden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606941 / 293
Op
31 juni 1738 verzocht
Adriaan Baars, openbaar notaris in
Amsterdam, aan
H. Lernordau Hoesim Coopman om een originele wisselbrief te accepteren.
Coopman had deze wisselbrief eerder gevraagd aan
Dirk Bontekoningh, die de zaken waarnam voor
Jagpe Woggens tijdens diens afwezigheid.
Bontekoningh antwoordde dat
Ugijeer uit de stad was en niemand had aangeduid om de wisselbrief te ondertekenen. Hierop protesteerde
Baars formeel tegen het niet-accepteren van de wisselbrief. Hij eiste dat alle kosten, schade en rente volgens de wisselregels vergoed zouden worden.
Het protest vond plaats in
Amsterdam in aanwezigheid van de getuigen
Begind,
Silt en
Jacob Luij.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176081 / 640
Op 26 januari 1734 verschenen Adrian Baars, Johannes Bontekoningh en Dirk Bontkoning voor een notaris in Amsterdam. Zij waren allemaal betrokken bij brouwerij De Ster en handelden namens andere aandeelhouders, zoals vastgelegd in een volmacht van 8 mei 1733. Zij benoemden Cornelis Koop Dinette als hun vertegenwoordiger. Hij mocht namens hen alle geldzaken rond de brouwerij afhandelen, zoals vorderingen indienen, geld ontvangen en kwijtingen afgeven.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176126 / 454
Op
29 april 1699 kwam
Simon van Sevenhoven, notaris in
Amsterdam, samen met getuigen
Johan Theenes en
Jan de Zeeuw.
Johan Theenes was namens een college van de
Admiraliteit Amsterdam aanwezig als eiser. Aan de andere kant stond
Claes Pietersz Trij van Enckhuizen, schipper van het galjoen
De Juffrouw van Lank (84 voet lang, 20 voet breed, 11 voet diep).
Zij spraken af dat
Claes Pietersz Trij van Enckhuizen het schip in goede staat had geleverd, inclusief ankers, zeilen, touwen, takels en andere benodigdheden voor de reis. Ook de bemanning was compleet.
Claes Pietersz Trij van Enckhuizen stelde zich en zijn schip onder het gezag van de eiser, zoals de wet voorschrijft. Dit werd bevestigd door getuigen
Pieter Groot en
Pieter Six.
Later, op dezelfde dag, kwamen
Hendrick Cardinael (scheepstimmerman),
Floris Bontekoningh (makelaar) en dezelfde getuigen samen. Zij verklaarden dat het galjoen
De Juffrouw van Johanna met al zijn uitrusting getaxeerd was op 25.200 gulden. Beide partijen moesten zich hieraan houden zonder uitzonderingen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510894 / 225
In een rapport van 16 juli 1876 uit Batavia geeft de gouverneur-generaal opdracht aan de resident van Cheribon om een verslag te maken. Dit verslag moet gaan over de productie van suiker en een toelichting daarop. Ook moet het ingaan op onderzoeken in andere districten.
De heer De Wit, voormalig controleur van Negorogolo, wordt gevraagd om een rapport te schrijven. Hierin moet hij uitleggen hoe de productie kan worden verhoogd. Ook moet hij een schatting maken van de opbrengst in zijn afdeling en een voorlopige indeling van de dorpen in Tjirebon geven. Dit is nodig volgens de regels voor de belasting op landbouwopbrengsten.
Het rapport is gericht aan Sijne Excellentie de gouverneur-generaal.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 6374 / 0049
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176121 / 667
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606935 / 422
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176099 / 211
Op 30 november en in een naschrift van 10 december had heer Hamel Bruijnincx geschreven dat hij graag zijn correspondentie met de Staat wilde voortzetten en brieven via kooplieden in Wenen wilde laten verzenden. Hij vroeg of de Heren hem hierin wilden steunen, omdat de post tussen Constantinopel en Wenen veilig en regelmatig verliep. De Heren besloten een kopie van de brief te geven aan de Heren van Essen en andere afgevaardigden voor financiële zaken, zodat zij de zaak konden onderzoeken en verslag konden doen.
Thomas Harington de la Cordvrie, een onderdaan van de Franse koning woonachtig in Saint-Malo, diende een verzoek in. Hij had in november 1718 in Gotenburg (Zweedse stad) een schip genaamd De Eenhoorn gekocht van Engele Gatsanielm, een Zweedse koopvrouw. Het schip was eerder in beslag genomen door de Zweedse admiraliteit, maar Harington had een vonnis en een zeebrief gekregen om het schip naar Saint-Malo te varen. Onderweg was het schip door slecht weer gedwongen om aan te leggen in Hellevoetsluis, waar het werd gearresteerd door Jean en Dirck Bonte-Coning, kooplieden uit Amsterdam, die claimden eigenaar te zijn. Cossart en Boutlier, kooplieden uit Rotterdam, verzetten zich hiertegen namens Harington. De arrestanten baseerden zich op een placaat van de Staten-Generaal van 12 juli 1714, maar Harington betoogde dat dit placaat niet gold voor onderdanen van andere koninkrijken. Hij vroeg om opheffing van het arrest. De Heren besloten hem te verwijzen naar de gewone rechtbank.
De regenten van het dorp Esch (in de meierij van 's-Hertogenbosch, kwartier Oosterwijk) dienden een verzoek in. In 1705 en 1707 hadden zij met toestemming van de Staten-Generaal van 30 januari 1705 een lening van 2000 gulden afgesloten om karren, paarden en Franse oorlogsbelastingen te betalen. De afspraak was dat de lening binnen drie jaar na de vrede afgelost moest zijn. Door slechte oogsten, droogte, veesterfte en armoede was dit niet gelukt. Onlangs hadden zij een deel van hun grond verkocht voor ongeveer 1000 gulden, maar ze hadden nog steeds 1000 gulden nodig. Bovendien eiste de ontvanger van de belastingen betaling van een achterstallige verponding. Zij vroegen om uitstel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3400 / 0293
Op
28 augustus 1672 in
Amsterdam kwam
Cu: Cornelis uit
Amsterdam voor de notaris.
Hij was kapitein op het avonturiersschip
De bonte Koenig en beloofde:
- De eigenaren van het schip vrij te houden van kosten en schade door borgtocht of verplichtingen die zij bij de Admiraliteit in Amsterdam voor de staat hadden afgesloten. Dit gold voor een bedrag van 20.000 gulden of meer/ minder, afhankelijk van de borgtocht.
- Zijn schip en bemanning niet buiten hun opdracht van de staat te laten opereren.
- Geen vrije schepen aan te vallen of te beschadigen.
Bij overtreding zou hij zijn lichaam en bezittingen, nu en in de toekomst, verliezen.
Getuigen waren
Dirck Gerritsz en
Lodewijck Roose, beide uit
Amsterdam.
De notaris was
Ger: van Breugel.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 959789 / 309
De schepen van
Maerten Tames,
Claes Cornelis,
Pieur Sijmons Vlaer,
Cornelis Jacobs,
Dirck draeij,
Dirck Claes Cleijn,
Claes Beijn,
Joost Dircx,
Jan Gloris,
Fredrick Pieters,
Jan Pieters Boet,
Gerrit Pieters Boot,
Jan Jocob Bol,
Leendert Vinck,
Paulis Jans Pos,
Pieter Cornelis,
Pieter Werver,
Abraham Jacs,
Jacob Pieters groot,
Wijbrandt Vircx,
Jan Jons Schaerdam,
Pieter Hendrixs,
Jocob Claes Steijns,
Cornelis Mostaert,
Willom Jansz,
Cornelis Vinck,
Jacob Maertens pren,
Cornelis Willemsz,
Ben,
Billebrant Barcks,
Claes Ducx Trammel,
Cloes Pieters Veer,
Pieter Jacobs,
Michiel Colomlesau,
Thijs Jans,
Cornelis Jacobs,
Cornelis durcxs zijn afgeladen en verzonden door
Barleus. De totale waarde is 156389 mooijen.
De schepen van
Jacob Ysbrants,
Jan Pieters van hem,
Jan Elberts,
Adrioen Jacobs Cromer,
Adr. Dircx Trammel,
Pieter Jans Baijs,
Sijman Waters blon,
Gerrit Dix Appelman,
Jan Jacobs Bons,
Jan Tennisz,
Claes Cornelis,
Jan Claesz raert,
Dirck Froeij,
Adriaen Jansz Stredecker,
Ja. Elberts Boeck,
Harman Eijckels,
Ais Brantsz,
Jan Cool,
Gerbrant Adr. Vis,
Pieter Dircx oppordoes zijn verzonden door
Wolffen in
St. Moes. De totale waarde is 12530 mooijen.
Samen is de waarde 168920 mooijen, wat gelijkstaat aan 250001600 rees. Na aftrek van 1 mooij blijft 210800110 rees over, wat gelijkstaat aan 500000 cruzade en 120 rees. De heren bewindhebbers zijn nog 1480 rees schuldig.
Op
7 februari 1676 ontving
Brandenburgh zes paspoorten van
De Temple, drie voor ambassadeurs van
Frankrijk en drie voor
Zweden. Deze paspoorten mochten niet worden gebruikt voordat
Frankrijk en
Zweden hun eigen paspoorten aan
De Temple hadden gegeven.
Brandenburgh wachtte op de beslissing van
de keizer over de paspoorten voor de afgezant van de bisschop van
Straatsburg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11152 / 0125
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 959782 / 122
De tekst bevat geen bruikbare historische informatie om samen te vatten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.36.22 / 889 / 0026
De boedel bevat de volgende roerende goederen met hun waardes:
- 1 transport van 6 gulden, 15 cent
- 1 onder- en overbed met 2 kussens en 1 bedpenlum: 90 gulden
- 3 onder- en overbedden met 6 kussens en 3 bedpeluwen: 72 gulden
- 1 bonte beddeken: 5 gulden
- 16 Pierentinsche handdoeken: 4 gulden, 80 cent
- 2 hoekkussens: 60 cent
- 2 koeien: 75 gulden
- 1 mestgrep en melkstoeltje: 50 cent
- aardwerk potten en pannen: 1 gulden, 50 cent
- hooi, stro en andere kleine zaken: 5 gulden
Totaal waarde roerende goederen:
506 gulden,
55 cent.
De boedel bevat de volgende onroerende goederen met hun waardes:
- 1/7 deel van een stuk bouwland genaamd het Waterland in Goor, grenst aan de Schipbeek en Erve Heyinik: 35 gulden
- 1 huis en werf met bijbehorende hofstede in Rijssen, Elsener Straat, grenst aan het huis van Jan Baanen en de erven Struik: 1050 gulden
- oude en nieuwe Slag en Hooiland in Markelo, ongeveer 4 dagwerken, grenst aan land van Derk Jan Heijlersig en Lambert Krijgsman: 600 gulden
- 1 stuk bouwland genaamd het Groote Stuk in Markelo, ongeveer 2 mudden: 425 gulden
- 1 stuk bouwland genaamd Weijsdiers Stuk in Markelo, ongeveer 6 schepels, grenst aan land van Jan Hendrik van Heek en Albert Wannink: 375 gulden
- 1 stuk bouwland genaamd achterste Nieuwe Land in Herke of Hericke, Markelo, ongeveer 1 mudde, grenst aan land van Bezend Klosters en Hendricus van Eerden: 135 gulden
- 1/7 deel van een stuk bouwland in Goor, grenst aan land van weduwe Ian Hendrik Jalink en Malbergs-Beek: 42 gulden, 85 cent
- 1/7 deel van een half stuk bouwland genaamd Bonenkampje in ’t Laar, Goor, grenst aan hooiland van mejuffrouw Catharina Aalpaal, weduwe Wilhelm Engelbert Hulsken en kinderen: 15 gulden
- 1 perceel bouwland genaamd Aanholts kamp in Herke of Hericke, ongeveer 3 schepels, grenst aan land van Mannes Hollenberg en Nieuwen kamp: 140 gulden
- 1 perceel bouwland genaamd voorste Nieuwe Land in Herke of Hericke, ongeveer 5 schepels, grenst aan land van Jan Hendrik Kampers en Bezend Schottuuk: 165 gulden
Totaal waarde onroerende goederen:
2982 gulden,
85 cent.
Totaal waarde van roerende en onroerende goederen: 4041 gulden, 59 cent.
Hendricus van Eerden moet in 1 maand betalen:
- als eigenaar voor de helft: 2020 gulden, 79 cent en een halve cent
- als mede-erfgenaam van zijn overleden zoon JHarmina je Albert Jan Hendrik van Eerden voor 1/4 deel: 1010 gulden, 39 cent en drie kwart cent
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 0122 / 18 / 0269
Op
21 juni 1933 om 14:00 uur werd in het berg van
Ubachs-Claessen te
Woerendaal een openbare verkoop gehouden door
Andries Vincent Maria Lemmens, notaris te
Valkenburg, in het arrondissement
Maastricht. Dit gebeurde op bevel van de rechtbank van
Maastricht van
31 mei 1933.
De verkoop vond plaats op verzoek van de kinderen en afstammelingen van de overleden
Maria Catharina Honderd, weduwe van
Jan Habets:
- Jan Willem Habets, landbouwer te Aalbeek-Gulpen;
- Maria Elisabeth Habets, landbouwster te Aalbeek;
- Pieter Joseph Habets, landbouwer te Winthagen-Woerendaal;
- Pieter Hubert Habets, landbouwer te Ubach over Worms;
- Hendrik Herman Habets, landbouwer te Voerendaal;
- Joanna Catharina Habets, zonder beroep, gehuwd met Hubert Kretfels, landbouwer te Hek-Voerendaal;
- Antoinetta Habets, zonder beroep, gehuwd met Leonard Pieter, landbouwer te Humarde-Woerendaal;
- Maria Josepha Habets, landbouwster te Winthagen-Voerendaal, weduwe van Gosius Cratsbouw, en als moeder en voogdes over haar minderjarige kinderen:
A. Hubert Pieter Bestrand, landbouwer te Bocholtz, was toeziend voogd over deze minderjarigen.
- De kinderen en afstammelingen van de overleden Senden:
- Frans Willem Senden, landbouwer te Rekem-Voerendaal;
- Carolina Cornelia Senden, zonder beroep, weduwe van Jan Senden te Luik;
- Maria Anna Senden, zonder beroep, gehuwd met Daniel Joseph Gorissen, landbouwer te Waubach-Ubach over Worms;
- Jan Mathys Senden, landbouwer te Hek-Voerendaal;
- Catharina Josephina Senden, landbouwster te Hek-Voerendaal;
- Lodewijk Senden, landbouwer te Hek-Voerendaal;
- Anna Catharina Schreur, weduwe van Jan Willem Houterman, landbouwer te Wellen-Heerlen.
De genoemde mannen handelden in eigen naam en om hun vrouwen te vertegenwoordigen.
Bekijk transcriptie NL-MtRHCL / 09.009 / 9217 / 0307
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4864357 / 161
Op
12 december 1832 vragen
Catharina van Schoonhoven en haar mede-suppliante om hulp aan de koning.
Zij zijn door ziekte, ouderdom en gebrek aan inkomen in diepe armoede beland.
Ook hun overleden zoon, die 15 jaar lang trouw en eerlijk had gediend, kan hen niet meer steunen.
Daarom smeken zij de koning om mededogen en financiële steun om een volledige ondergang te voorkomen.
Bij hun verzoek voegen zij twee brieven van
excellente heer Generaal de Hooghe toe, die de goede eigenschappen van hun zoon bevestigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 866 / 0433
Volgende pagina