Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Bekijk transcriptie 


A. de Jong, een voormalig soldaat uit het leger in Oost-Indië, had 12 jaar onafgebroken gediend. Volgens de regels had hij vanaf 1 september 1885 recht op pensioen. Hij verliet echter al op 20 juni 1885 het Hollandsch Werfdepot en dacht vanaf dat moment recht op pensioen te hebben. Daarom stuurde hij op 28 augustus 1885 een verzoek aan de minister van Koloniën. Hij vroeg of zijn pensioen alsnog in kon gaan vanaf de datum van zijn ontslag, omdat hij sinds die tijd werkloos was. De minister van Koloniën besloot op basis van een reglement uit 24 augustus 1675 dat het verzoek van de Jong niet kon worden goedgekeurd. Zijn pensioen bleef dus ingaan op 1 september 1885.
Bekijk transcriptie 


Op 31 mei 1691 kwamen Catharina Buyck (de vrouw van Cornelis Rademaker) en Frederick Seghman (beide wonend in Amsterdam) bij notaris Dirck van der Groe. Zij verklaarden het volgende:

De verklaring werd opgemaakt en ondertekend in Amsterdam.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Cornelis Melijn kreeg de opdracht om de vlakte landen achter Kol Tappaan (bij het huidige Tappan in New York) en andere gebieden te verkennen. Hij moest onderzoeken of daar geschikte plekken waren om nederzettingen te stichten. Bij zijn onderzoek keek hij naar:

Als de plekken geschikt bleken, zouden er nederzettingen worden gebouwd en zouden veel mensen zich daar vestigen.

De uitrusting en reparatie van het schip voor deze reis kostte ongeveer 5000 gulden. Melijn zou hiervan 2000 gulden betalen. Van dit bedrag werden de kosten voor twee paarden en vier kleine schepen (pincken) afgetrokken, die de heer van Naderhorst zou leveren. Andere noodzakelijke uitgaven zouden later worden verrekend via een schuldbrief. Afgesproken was dat de helft van de winst die uit de expeditie voortkwam (met Gods zegen) naar de heer van Nederhorst zou gaan.

Melijn zou na zijn terugkeer in Nederland weer vertrekken vanuit Amsterdam met een schip vol hout, vachten en bont. Voor de duur van 6 jaar zou hij vervolgens dienstdoen als bestuurder (baillieu) en schout (een soort politierechter) van de nieuwe kolonie, volgens specifieke instructies die hij nog zou ontvangen. De kolonie zou zelfstandig rechtspreken volgens de regels die de West-Indische Compagnie (WIC) had gegeven.

Vrije kolonisten konden een contract krijgen waarbij ze twee paarden, twee koeien en een huis kregen, plus 100 of meer morgens (een oude oppervlaktemaat) land. Hiervoor moesten ze een vijfde deel van hun oogst afstaan en de helft van de opbrengst van hun tuin (bastiael). Na een aantal jaren, als ze hun schuld hadden afbetaald, hoefden ze alleen nog de helft van de tuinopbrengst af te dragen. Voor de teelt van tabak en wijnstokken konden aparte afspraken worden gemaakt, afhankelijk van wat het meest voordelig was.

Beide partijen beloofden zich aan deze afspraken te houden en vroegen om een officiële akte, opgesteld door een notaris in de sterkste en bindendste vorm. Dit werd bevestigd op onbekende datum.

Bekijk transcriptie 


Op 5 november 1614 verschenen voor Jeurian de Ves, een beëdigd notaris van het Hof van Holland in Amsterdam, twee getuigen: Simon Torm en Mauritius Waterkamp, beide juweliers in de stad. Zij werden gevraagd om een verklaring af te leggen in opdracht van Cornelis van Mek en Isaak Melijn, kooplieden en voogden van de kinderen en erfgenamen van de overleden Agatha Bellaart, weduwe van Simon Sloot (die in zijn leven majoor was in Batavia, Oost-Indië). De getuigen bevestigden onder ede dat in het najaar van 1670 (de exacte datum konden ze niet meer herinneren) zij waren uitgenodigd: Zij moesten naar het huis van Isaak Melijn komen om daar, samen met andere aanwezigen, ruwe diamanten te bekijken en te beoordelen. Deze diamanten waren eigendom van de weeskinderen waarvan Cornelis van Mek en Isaak Melijn de voogden waren. Bij de lange tafel in het huis van Melijn waren ook aanwezig: Er werden verschillende bundels met ruwe diamanten op tafel gelegd, zowel door de Regten als door Egmont en Helt. De bundels waren goed verzegeld en voorzien van een stempel. De diamanten uit elke bundel werden geteld en gewogen om te controleren of alles klopte.
Bekijk transcriptie 


Cornelis Melijn doet namens Pieter Verlet een officiële aankondiging. Hij handelt hierbij als gemachtigde van jonkheer Frederik van der Capelle, heer van Boelhoff en executeur (uitvoerder) van het testament van de overleden Hendrik van der Capelle, die in zijn leven heer was van Esselt en Hasselt en lid was van de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Eerder, op 8 en 10 augustus, vonden er onderhandelingen plaats tussen Cornelis Melijn en Frederik van der Capelle. Melijn had de hoop dat zijn eisen ingewilligd zouden worden of dat het conflict opgelost zou worden. Bij deze gesprekken waren ook aanwezig: In plaats van een oplossing kreeg Melijn echter alleen algemene besprekingen over de zaak. Bovendien werd hij onverwacht op 18 september gedwongen om binnen 6 weken een rechtszaak te beginnen tegen Van der Capelle. Als hij dat niet doet, mag hij nooit meer over deze kwestie beginnen (een "eeuwig zwijgen"). Melijn ziet dit als een tactiek van Van der Capelle om hem moeite, kosten en tijdverspilling te bezorgen, in plaats van hem te geven wat hem rechtmatig toekomt.
Bekijk transcriptie 


Op 30 april 1740 lieten Gerard van der Paart en Anna Maria Laarhoven, een getrouwd stel uit Amstel (bij Nieuwer-Amstel, nu Amsterdam), een testament opmaken bij notaris Jan Willaars. Gerard was gezond, maar Anna Maria lag ziek in bed. Ze waren allebei helder van geest en wilden vastleggen wat er met hun bezittingen (de "nalatenschap") moest gebeuren na hun dood.

Ze maakten alle eerdere testamenten ongeldig en stelden nieuwe regels op:

Het testament werd opgesteld en voorgelezen door de notaris. Gerard en Anna Maria bevestigden dat dit hun laatste wilsbeschikking was.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Marritgen Jans, dochter van Styntge Pieters, gaf op 8 november 1653 een volmacht aan de burgemeesters, schepenen en raad van de stad Zwolle. Dit was een kopie van het origineel, dat dateerde van 1 december 1652. Op dezelfde dag (8 november 1653) verschenen voor notaris Adriaen Lock en getuigen de volgende personen: Deze groep verklaarde dat zij gezamenlijk 6 grafplaatsen in de oude kerk bij het hoog altaar van Isbrants bezaten. Ze spraken af hoe ze de kosten voor onderhoud en gebruik zouden verdelen.
Bekijk transcriptie 


Op 5 augustus 1639 werd in Amsterdam een overeenkomst getekend waarbij Gabriel Ferdinandus Portugees volmacht kreeg om namens een andere persoon (de "constituant") alle minnelijke schikkingen te regelen. Hij mocht:

Hij beloofde dit alles eerlijk te doen, alsof de constituent zelf aanwezig was. Getuigen waren Jacob van Ewiten en Jan van Hogen.

Op dezelfde dag erkende Gabriel Ferdinandus Portugees dat hij van Jacob van Nieulant (wonende in het Hof van Holland in Amsterdam) 150 gulden had ontvangen. Dit bedrag was onderdeel van een schuld van 186 gulden die Jacob van Nieulant verschuldigd was aan Phillippe George. Gabriel Ferdinandus verklaarde dat deze vordering aan hem was overgedragen en bedankte Jacob van Nieulant voor de betaling. Hij beloofde Jacob van Nieulant te beschermen tegen eventuele claims van Phillippe George of anderen, onder dreiging van beslag op zijn bezittingen. Getuigen waren Samuel de Maijer en Anthonij Haringh.

Op 12 augustus 1639 bevestigde Jacob van Nieulant (namens zichzelf en zijn schoonmoeder, Maria van Hoij) dat hij van Gabriel Ferdinandus Portugees 10 stuivers had ontvangen. Dit was voor kosten en maaltijden die bij hem thuis waren gemaakt. Hij bedankte voor de betaling en beloofde Gabriel Ferdinandus vrij te houden van verdere claims. Getuigen waren opnieuw Samuel de Maijer en Anthonij Haringh.

Op 2 augustus 1629 verklaarde notaris Willem Thijt dat hij, op verzoek van koopman Willem de Vries, naar het kantoor van koopman Wouter Lenaertsz was gegaan. Daar hoorde hij van een dienstmeid dat Wouter Lenaertsz niet aanwezig was, maar dat zijn moeder wel bereikbaar was. Bij Wouter Lenaertsz’ moeder toonde de notaris een wisselbrief die aan Wouter Lenaertsz was gericht en door hem geaccepteerd. De notaris vroeg om snelle betaling.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Isaac Pool, een notaris die werkte voor het Hof van Holland en woonde in Amsterdam, ontving op 7 december 1779 een verklaring van Pieter Mulier, die ook in Amsterdam woonde. Pieter Mulier verklaarde het volgende: De overleden Juffrouw Helena Nieulandt had op 11 augustus 1767 een testament laten opmaken bij notaris Johannes Benkelaar. In dit testament had zij haar broer, Hendrik Nieulandt, aangesteld als haar enige erfgenaam. Daarnaast had Helena Nieulandt bepaald dat, als haar broer Hendrik Nieulandt zonder kinderen zou komen te overlijden, een bedrag van 15.000 gulden zou worden nagelaten aan haar neven en nichten: Dirk Mulier, Pieter Mulier, Maria Mulier, Magtilda Mulier en Fredrik Mulier. Deze vijf waren de kinderen van Pieter Mulier en Magtilda Steenhoff (of hun nakomelingen, als zij nog in leven waren op het moment dat Hendrik Nieulandt overleed). Er golden wel een paar voorwaarden bij deze erfenis: Dit was duidelijk en uitdrukkelijk vastgelegd in het testament.
Bekijk transcriptie 


Nicolaes van Oot en Abigael van Nieulandt (namens Isacq Sangeniet, boekverkoper) spreken af dat ze voor de rechtbank zullen verschijnen, persoonlijk of via een vertegenwoordiger met volledige volmacht. Als een partij drie keer niet komt opdagen, verliest deze het recht om bezwaar te maken. De zaak wordt dan beslist op basis van de argumenten van de partij die wel aanwezig is, alsof beide partijen erbij waren. Zij kiezen hun officiële woonplaats voor deze zaak: - Nicolaes van Oot: zijn adres in Amsterdam. - Abigael van Nieulandt: het adres van Isacq Sangeniet in de Vedelaarsteeg in Amsterdam. Alle officiële mededelingen en oproepen zullen op deze adressen worden bezorgd. De partijen af dat ze geen verdere bezwaarmiddelen zullen gebruiken en zich vrijwillig onderwerpen aan de uitspraak van de Hoge Raad van Holland. Ze benoemen hiervoor onherroepelijk hun vertegenwoordigers: - Voor Nicolaes van Oot: Martijn Deijmz en Abraham van Hoogburgh (beide advocaten bij de Hoge Raad), samen of afzonderlijk. - Voor Abigael van Nieulandt: Adriaen Copmoijen en Willem Schuijffhil (ook advocaten bij de Hoge Raad), samen of afzonderlijk. Deze vertegenwoordigers mogen de veroordeling aanvragen en namens hen optreden zonder dat er nog extra oproepen of toestemming nodig is. Beide partijen beloven dat ze alles zullen nakomen wat hun advocaten in deze zaak doen en dat ze hen schadeloos zullen stellen. Deze overeenkomst is opgesteld in Amsterdam op 24 november 1667, in aanwezigheid van de getuigen Wijbrant Wijlrantsz en Jacobus van Heussen (beide inwoners van Amsterdam). De notaris is Dirk Doornick.
Bekijk transcriptie 


Marijtje Montenacq, de weduwe van Pieter Verschuijl, heeft op 21 februari 1732 een officiële volmacht (procuratie) afgegeven.
Bekijk transcriptie 


Op 14 augustus 1672 verscheen Marten Deynen, een volwassen man die normaal in Londen (in Engeland) woont, voor notaris Pieter Baes in Haarlem. Hij bevestigde officieel dat hij het volledig eens is met alles wat Jan Montenacq, een koopman uit Goes, heeft gedaan tijdens Marten Deynen zijn minderjarigheid.

Jan Montenacq handelde namelijk als zijn vervangend testamentair bewindvoerder (iemand die het geld en bezit beheert voor een minderjarige). Dit gold voor:

Marten Deynen verklaarde dat hij dit alles net zo geldig vond alsof hij het zelf als volwassene had gedaan. Hij beloofde ook dat hij zich aan alle afspraken zou houden. Daarnaast gaf hij expliciet aan dat hij geen verdere rekeningen, bewijzen, bezwaar of voorbehouden zou maken tegen Jan Montenacq.

Hij stemde er ook mee in dat Jan Montenacq een officiële kwijting (een bewijs dat alles is afgerond en goed is gegaan) zou krijgen voor zijn werk als bewindvoerder. Hiervoor zou later een aparte akte worden opgesteld.

Deze verklaring werd opgesteld in Haarlem, in het bijzijn van de getuigen Dirck van Rossum en Jan du Laat.

Bekijk transcriptie 


Pieternella Carlot, een weduwe van Abraham Goderns die in Haarlem woonde, ging op 21 september 1693 ’s middags naar notaris Assuerus Benus. Deze notaris was officieel erkend door het Hof van Holland en de magistraat van Haarlem. Pieternella was ziek, maar leek helder van geest en kon goed praten. Ze zei dat ze, omdat iedereen ooit sterft en niemand weet wanneer, haar zaken wilde regelen. Ze vertrouwde haar ziel na haar dood toe aan Gods barmhartigheid en liet haar lichaam achter voor haar erfgenamen, zodat ze een fatsoenlijke begrafenis kon krijgen. Ze maakte alle eerdere testamenten, codicillen (aanvullingen op een testament) of andere soortgelijke documenten die ze eerder had gemaakt, ongeldig. Dit nieuwe testament maakte ze vrijwillig, zonder druk van anderen.
Bekijk transcriptie 


Op 12 juli 1642 verschenen twee getuigen, Jan Staes (ongeveer 30 jaar) en Dirck Mont (ongeveer 41 jaar), beide inwoners van Amsterdam, voor notaris Barent Coop van Groen. Zij verklaarden op verzoek van koopman Jacob Pruijs (ook uit Amsterdam) het volgende: De getuigen beloofden dit altijd te kunnen bevestigen. De akte werd opgemaakt in aanwezigheid van Jan Fransz Maeckel, Jan Fransz Sael, Jan Hans, en Jan Fransen Sael.
Bekijk transcriptie 


Op 14 juni werd door Martin Montenacq een lading van Nj4 schapen getransporteerd.
Bekijk transcriptie 


In een overeenkomst uit 1716 werden de volgende afspraken gemaakt over een huis:

De akte werd ondertekend in het bijzijn van de getuigen Willem Baart en Pieter Albertus Vernatie, met Nots. Pub. Baas (de notaris) als officiële getuige.

Bekijk transcriptie 


Op 10 december 1716 kwamen voor Cornelis Baart, een openbare notaris in Haarlem, de volgende personen: De eerste groep verkocht en Jacob Cornelisse Santvoort kocht een huis met erf en een tuin erachter in de Vlamingstraat in Haarlem. Het huis grensde: Het huis werd verkocht met alle rechten en plichten, zoals: De koper hoefde geen reparaties uit te voeren of diensten te vergoeden. Hij kreeg dezelfde rechten als de weduwe Montenacq had. De koopsom was 360 gulden, te betalen in drie termijnen: Bij te late betaling moest de koper een rente van 20% betalen vanaf de vervaldatum tot de volledige betaling.
Bekijk transcriptie 


Pieter Heuschen maakte een rekening op als procuratie (volmacht) en gaf advies. De rekening was ondertekend door Juan Christoffo Kelm op 7 november 1661 en mede-ondertekend door Montenacq. Het adres op de brief was: "Monsieur Pieter Montenacq te Amsterdam", en er stond ook "in opdracht van Anthonie van Winder". De notaris Anthonie Lock bevestigde dit als officiële notariële akte. Hij zette erbij: "Quod attestor rogatus" (wat betekent: "Ik bevestig dit op verzoek").
Bekijk transcriptie 


Op 15 oktober 1666 verklaarde Johannes Oli, een openbare notaris uit Amsterdam, het volgende voor de ondergetekende getuigen:

Op verzoek van François Montenac (getrouwd met Martijntgen Moutenac en erfgenaam van de overleden Servaes Montenac) en namens zijn schoonzus Elisabeth Montenac (ook een dochter en erfgenaam van Servaes), werd een verklaring voorgelezen aan Joris Becqs (getrouwd met Mouwijntgen Montenac, eveneens een dochter en erfgenaam van Servaes).

De verklaring luidde:

De verklarenden (François en Elisabeth Montenac) protesteerden via de notaris tegen de onterechte intrekking van de volmacht en het betalingsverbod. Zij eisten dat alle kosten, schade en rente die hierdoor waren ontstaan (en nog zouden ontstaan) op Joris Becqs en zijn bezittingen zouden worden verhaald, mocht dat nodig zijn.

Joris Becqs vroeg om een kopie van deze verklaring en bevestigde dat hij deze in de juiste vorm wilde ontvangen, zonder bedrog.

De akte werd opgemaakt in Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen Charles Vignom en Dirck Rendorp.

Bekijk transcriptie 



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/