Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
In 178? (het exacte jaartal ontbreekt) organiseerde een notaris in Harlingen een openbare veiling van roerende goederen. Deze veiling was goedgekeurd door de regering van Harlingen met een vergunning ("patent") voor 4,25 jaar, afgeven op 7 januari van datzelfde jaar.
De veiling had de volgende regels:
- De prijs werd vastgesteld door opbod in Nederlandse guldens en cents.
- De koper moest direct betalen aan de notaris, plus 5% extra kosten voor de notaris (zoals loon, administratie en advertenties).
- Na de aankoop was de koper direct verantwoordelijk voor het gekochte item, inclusief eventuele gebreken. Klachten over beschrijvingen of fouten waren niet mogelijk.
- Als de koper niet volledig betaalde, bleef het gekochte item belast met een voorrangsrecht (de verkoper kon het alsnog opeisen).
- Door te bieden, ging de koper automatisch akkoord met deze voorwaarden.
De veiling bestond uit verschillende items, zoals:
- Twee karaffen
- Potloodhouders
- Schilderijen
- Flessen
- Pothaakjes (kleine haakjes voor potten)
- Een naaidoos
- Theekistjes
- Spiegels
- Kroppen (kleine mandjes of bakjes)
- Een blad (mogelijk een dienblad of schoteltje)
De veiling trok kopers uit verschillende plaatsen, zoals Akkrum, Oldeboorn, Sneek, Nes en Langweer. Enkele kopers en hun beroepen:
- Harmen Bontsma (smid, Akkrum) – kocht voor 1 gulden en 4 cent.
- Douwe van der Goot (koopman, Akkrum) – kocht meerdere items, zoals een transport voor 2 gulden en 40 cent.
- Pieter de Vries (uitslaper, een soort dagloner, Akkrum) – kocht voor 30 cent.
- Sake Veenstra (bakker, Akkrum) – kocht voor 60 cent.
- Wiebe Weimar (schipper, Akkrum) – kocht voor 3 gulden en 30 cent.
- Reinder Brouwer (herbergier, Akkrum) – kocht voor 2 gulden en 80 cent.
- Klaas de Groot (koopman, Akkrum) – kocht voor 50 cent.
- Antonia Rood (commis, een soort kantoorbediende) – kocht voor 80 cent.
- Willem Kuipers (kuiper, iemand die vaten maakt) – kocht voor 1 gulden en 20 cent.
De prijzen van de items varieerden van 4 cent (een "bladje") tot 3 gulden en 30 cent (een schilderij of spiegel). De meeste kopers waren afkomstig uit Akkrum en omstreken.
Bekijk transcriptie NL-0400410000 / 26 / 001005 / 000153
Op
12 december 1670 werd in
Amsterdam een officiële lijst gemaakt van alle spullen, meubels en huishoudelijke zaken die hadden toebehoord aan
Jacob Waijer (overleden) en zijn vrouw
Barbara van Nieulandt. Deze spullen werden geërfd door hun kinderen:
Deze kinderen hadden op
25 november 1666 van de
Hoge Raad van Holland toestemming gekregen om alleen verantwoordelijk te zijn voor de schulden van de erfenis tot het bedrag van de waarde ervan ("beneficie van inventaris").
De lijst werd opgesteld door
Pieter De Ruijter, een beëdigd ambtenaar van de
Hoge Raad, in aanwezigheid van
Cornelis de Vrijp. De waarde van de spullen werd geschat door de beëdigde taxatrices
Weijntie Willems en
Grietie Arents uit
Amsterdam.
Een deel van de inventaris in het
voorhuis bestond uit:
Totaal voor dit deel:
74 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937021 / 141
- Op 4 mei 1812 huurde Schuttmakers knecht een pand in Akkrum (bij Aknim) voor een jaar. De huurprijs was 72 frank en 40 centime.
- De huurder, de batellier (een soort bootwerker), accepteerde de voorwaarden en beloofde de huur te betalen. Als borg stond Rienk Hendriks Boxum, scheepstimmerman uit Akkovom (Akkrum), garant met zijn huis en timmerwerkplaats.
- Later werd hetzelfde pand opnieuw verhuurd, nu aan de hoogste bieder: Philippus Valk, een tabaksverkoper uit Akkrum. Hij bood 67 frank en 65 centime en kreeg de huur voor een jaar, vanaf 12 mei 1812 tot 12 mei 1813.
- Als borg voor Philippus Valk trad Luitjen Jacobs de Groot op, die zijn eigen huis en herberg (nummer 124) als waarborg gaf.
- De akte werd opgesteld door notaris D. Suringar in het huis van Luitjen Jacobs de Groot (herbergier in Akkrum). Getuigen waren Rinse Jelles Siesma, Freerk Johannes Langweer (eerste veldwachter), en de tweede bode van Akkrum.
- De huurovereenkomst werd later goedgekeurd door de prefect (een Franse bestuurder).
Bekijk transcriptie NL-0400410000 / 26 / 009004 / 000104
Op
onbekende datum tekende notaris
Oebele Braunius Oeberuis uit
Sint Anna Parochie (in de buurt van
Leeuwarden, provincie
Friesland) een verkoopakte op.
Twee mannen waren hierbij betrokken:
Steensma verkocht een stuk bouwland aan
Osinga. Dit land had de volgende kenmerken:
- Grootte: ongeveer 1 bunder (ruim 1 hectare), 38 roeden (ca. 145 meter) – volgens de oude maten. Volgens het kadaster: 1 bunder, 37 roeden en 77 ellen (ca. 1 bunder en 33 meter).
- Locatie: op de voormalige zathe* de Kas (een oud bestuursgebied), in het Oud Bildt onder Sint Jacobi Parochie, in de Zuid-Ooster Watermolenpolder. Het kadaster noemt het: gemeente Sint Jacobi Parochie, sectie O, nummer 569.
- Buren:
- Bijzonderheid: Aan de westkant van het land loopt een pad (reed) en een watergang (drift) voor land dat vroeger bij de Kas hoorde. Het gekochte land moet deze toegang blijven toestaan.
* Zathe = oud-Fries bestuurlijk gebied, vergelijkbaar met een kleine rechtsstreek.
Bekijk transcriptie NL-0400410000 / 26 / 005024 / 000236
In
1614 werden er afspraken gemaakt tussen
Hans Schrijver (wijnkoper) en
Joris Jorisz (timmerman) over de bouw van 12 huizen in
Amsterdam. De huizen lagen in de
Spui(der)straat en de
Spanjeaarderdwarsstraat (nu
Spanjaardstraat).
-
Joris Jorisz mocht de huizen bouwen, maar moest ervoor zorgen dat de daken (van "wolfdaken", een soort schuine daken) minimaal 7 voet (ruim 2 meter) overstaken. Hij mocht niet:
- Gaten of ramen in de dakpannen maken voor licht, behalve bij 5 huizen in de Spanjeaarderdwarsstraat. Daar mocht hij aan de achter- en zijkant 3 of 4 pakken dakpannen met glas gebruiken om licht binnen te laten.
- De gang in de Spanjeaarderdwarsstraat (die al door Joris Jorisz was overtimmerd) ooit lager maken. Deze moest altijd minstens zo hoog blijven als het huidige "vierkant" (een bepaalde maat) of de hoogte van de "puibalk" (een balk in de gevel).
-
Hans Schrijver mocht een poort bouwen in de gang van de Spanjeaarderdwarsstraat, maar moest:
- Deze aan beide kanten verbinden met de gemeenschappelijke muren, met een halve steen diepte.
- Als hij dieper in de gang timmerde of werkte, moest hij hiervoor betalen: 15 daalders (een oude munt) per jaar, naar rato van het gebruik.
- De muur aan de westkant van de gang (tot dezelfde hoogte als hierboven) als gemeenschappelijke muur laten gelden. Joris Jorisz mocht deze muur ook gebruiken voor zijn eigen doorgang, met dezelfde voorwaarden.
-
Hans Schrijver moest 200 Carolusguldens (een groot geldbedrag) betalen aan Joris Jorisz voor de bouw van de overdekte gang, de poortverbindingen en andere werkzaamheden.
-
Beide partijen beloofden dat zij en hun erfgenamen zich aan deze afspraken zouden houden. De overeenkomst werd op 15 september 1614 getekend in Amsterdam, in aanwezigheid van getuigen zoals Pieter Thijn en Dirck Fransz.
Op 11 september 1644 werd in Amsterdam bevestigd dat Hans Schrijver en Joris Jorisz eerder deze afspraken hadden gemaakt. Getuigen hierbij waren Pieter Jacobsz en Juriaen Schrijver.
In dezelfde tekst werd ook kort vermeld dat:
- Een zekere Nieulant (mogelijk een directeur) ziek was geweest en niet aanwezig was bij een aanval op een Portugees fort (Fort Real) in het gebied Colria dala (vermoedelijk in Brazilië of Afrika).
- De heer Directeur Morthamer met luitenant Hiadersum en militairen aan land was gegaan om de stad São Paulo de Loanda (nu Luanda, Angola) in te nemen.
- De Portugezen een legerkamp hadden bij de rivier de Bengo (in Angola).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510385 / 197
De tekst bevat een lijst met juridische documenten uit het verleden, zoals huwelijksvoorwaarden, verklaringen, testamenten en transportakten (eigendomsovereenkomsten). Hier volgt een samenvatting van de belangrijkste gegevens per document, gerangschikt op volgorde van vermelding:
- Jacob Kith heeft een verklaring (attestatie) op een bladzijde (folio).
- Joris Gijs, advocaat, heeft een volmacht (procuratie) voor huwelijksvoorwaarden op folio 168 voor Jacobs (aan de ene kant) en Neeltge Hendrick Backer (weduwe van Rocuws).
- Een verklaring over bier van Gerritsz, een bierverkoper, staat op de achterkant (verso) van folio Tonger en folio 169.
- Jacob Gerrit Barentsz heeft een verklaring op folio 212.
- De Clercq heeft een volmacht op een bladzijde voor Hendrick Dommer (aan de ene kant) en Cor (aan de andere kant).
- Een overeenkomst (accoord) tussen Jeronimes Charasen en een andere partij staat op een bladzijde.
- Een akte van verklaring tussen Etge Heeres (aan de ene kant) en Hille Ringe (aan de andere kant) staat op folio 214.
- Hendrick Jan Wijnants heeft een inkomen met Josua Keijdorp als borg. Een procesvolmacht staat op folio 174 en de achterkant van folio 218.
- Een huwelijksschuldverklaring tussen Hendrick Arentsz, Claes Arentsz, Jacob van Nieulandt (in een bedrijf) en De Vidder (aan de ene kant) en Oijtge (aan de andere kant) staat op de achterkant van folio 229.
- Jan Jansz Jaantij Jans heeft een volmacht voor huwelijksvoorwaarden op folio 176.
- Beertgen Jans en Onnetje Jans hebben verklaringen op een bladzijde.
- Jan Jansz de Ginnon heeft een volmacht op folio 220.
- Een overeenkomst tussen Pans van Cursen (kapitein, aan de ene kant) en een andere partij staat op folio 85 en folio 178.
- Lucas Gilles heeft een verklaring op een bladzijde voor Jannetge Wiggerts.
- Jan den Walles van Westerver heeft een verklaring op folio 179.
- Een huwelijksvoorwaarde en volmacht staan op de achterkant van folio 239 voor Claes.
- Jan Loots (in een bedrijf) heeft een akte van verklaring op de achterkant van folio 192.
- Jan Stappert en Elisabet hebben een verklaring. Jan Bom Claesz (overleden) en Iscom Gerrits (zijn vrouw) hebben een testament dat is ingeschreven op folio 493 en folio 198.
- Jan Jansz de Quinoij heeft een volmacht op folio 201.
- Jan Barentsz, een schout (een soort bestuurder), heeft een verklaring in een inventaris op de achterkant van folio 2.
- Jan Oom Claesz (in een bedrijf) heeft een document op een bladzijde.
- Jan Jansz de Onnoi heeft een volmacht (aan de ene kant) en Claes Jansz Root (schipper) heeft een overeenkomst met Matheus Caroe over een transport op de achterkant van folio 2123.
- Jacob van der Bercen, wijnkoper, en Ma Jeremias Goesaert hebben een verklaring. Olfsen van Campen heeft een volmacht. Michiel Gilles heeft een goedkeuring op een bladzijde.
- Jan Jansz de Guinon heeft een verklaring op folio 105.
- Marten Papenbroeck heeft een volmacht voor Oom Claesz de Jonge op de achterkant van een bladzijde.
- Jan Claesz (aan de ene kant) en Marre hebben een document. Marten Papenbroeck heeft een verklaring op de achterkant van folio 71.
- Jacob Jansz Duijnkercker heeft een verklaring voor een huwelijkspas uit Engeland op folio 108.
- Machtelt Eenten heeft een verklaring op een bladzijde.
- Jan Eeckhorst heeft een verklaring op een bladzijde.
- Jan Roose (uit Moorwer) en Pietersz (een schuimaker) hebben een volmacht op een bladzijde.
- Jan Oom Claesz (oud) heeft een volmacht en een curatie (voogdij) op de achterkant van een bladzijde.
- Jeronimus de Pever heeft een transportakte op folio 115.
- Jeronimus de Vase heeft een volmacht op een bladzijde.
- Jan Pietersz van Amsterdam heeft een volmacht op een bladzijde.
- Jan Oom Claesz Soude heeft een volmacht voor Jeremius de Hijse.
- Maria de Veuwel en Gara Jan Kermgn hebben een protest op een bladzijde.
- Een kwitantie (bewijs van betaling) staat op de achterkant van folio 6.
- Jan Gom Claesz heeft een protest. Margriettge Mentis heeft een testament. Oom Claesz de oude en Jam Andriesz Frus hebben een verklaring op folio 46.
- Jan Heijndrickxz heeft een transportakte op folio 48 en folio 195.
- Jacob Gerritsz (visverkoper) heeft een transportakte. Marten Godde heeft een protest. Jos Gerritsz (in een bedrijf) heeft een overeenkomst met Pieters van Hoorn op folio 146 en folio 53.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937412 / 266
In
1624 werd een financiële afrekening gemaakt voor
Heindrick Nachtegael Strijcker, een opperkoopman van de
Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Hij had goederen (zoals wijn, boter en andere voorraden) uit het magazijn van de Compagnie gebruikt, maar deze waren nog niet verrekend. De rekening werd nu opgemaakt, waarbij verschillende posten werden goedgekeurd of verrekend met anderen.
Nachtegael kreeg credit voor de volgende uitgaven, die hij voor rekening van de VOC had gedaan:
- Wouter van Goutswaart: ƒ 250 voor een vat wijn, bevestigd door Jacob van Nieulandt (onderkoopman).
- Cornelis van Maseyck: 45 realen (ƒ 67,50) voor 60 kannen wijn, geleverd aan heer Lodestein. Lodestein moest hiervoor nog 48¾ realen (ƒ 73,12) bijbetalen, omdat hij eerder te weinig was afgerekend.
- Uitgaven voor feesten en begrafenissen:
- Bruiloft van heer Putmans: 142 realen (ƒ 213).
- Martin Isbrantsz: 220½ realen (ƒ 330,75).
- Kapitein-majoor: 67 realen (ƒ 100,50), waarbij hij zelf 34¼ realen (ƒ 51,37) moest terugbetalen.
- Kapitein Deutecom: 51¼ realen (ƒ 76,87).
- De Diaconie (kerkelijke armenzorg): 122¼ realen (ƒ 183,37), waarbij de helft door anderen werd betaald.
- Gaspar van Beringen: 122¼ realen (ƒ 183,37), onder voorbehoud van terugbetaling.
- Joris Bricxis (meester-kuiper): ½ vat wijn voor Jephs Pieters, met borgstelling.
- Pieter Pollet (vendrich): 89 realen (ƒ 133,50), waarbij hij zelf 65 realen (ƒ 97,50) moest terugbetalen en de rest door Hans Boon was voldaan.
- Maria Nugts: 54¼ realen (ƒ 81,37) voor de rekening van Pieter Nugts.
Daarnaast werden door de
Gecommitteerden (bestuurders van de VOC) extra posten goedgekeurd, omdat
Nachtegael aantoonde dat deze uitgaven waren gedaan met toestemming of als compensatie voor geleverde diensten. Dit betrof onder andere:
- Giften bij begrafenissen:
- Overige vergoedingen:
Het totaalbedrag dat
Nachtegael in credit kreeg, was
377¾ realen (ƒ 566,62) plus een kleine correctie van
8 realen (ƒ 12), samen
377¾ realen (ƒ 566,62).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1115 / 0431
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936960 / 48
Op 15 december 1692 gingen Lourens Lasonder (een smid) en zijn vrouw Barbara Bormeester naar notaris Joannes Boots in Amsterdam. Ze woonden in de Kerkstraat bij de Amstel en waren gevraagd door hun buurman Hendrick Nieulandt, een timmerman.
Ze verklaarden onder ede dat de dag ervoor, rond 3 uur 's middags, de vrouw van Hendrick Nieulandt en mevr. Baseliers (een weduwe) bij hen op bezoek waren geweest. Tijdens dat gesprek had de weduwe Baseliers gezegd:
- Ze had haar erfenis oorspronkelijk met ducaton-munten (gouden munten) betaald.
- Nu zou ze dezelfde erfenis voor schellingen (minder waardevolle munten) aan Hendrick Nieulandt hebben verkocht.
De verklaring werd opgesteld in het bijzijn van de getuigen Gysbert van Slingelant en Joris van der Valck.
Daarnaast werd eerder die dag nog een andere verklaring afgenomen over een schipbreuk op Sumatra, waarbij een wisselbrief (een soort schuldbewijs) was verloren gegaan. Deze verklaring werd getekend door Math: V: Heel en Peter Tulcken, met een bedrag van 55 gulden en 59 stuivers genoemd.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320297 / 381
De tekst bevat voornamelijk
lijsten met namen van personen, waarschijnlijk uit historische archieven of registers. De namen zijn onderverdeeld in groepen met verwijzingen naar nummers en soms beroepen of herkomst.
-
Eerste groep (met nummers zoals 15668, 15681, etc.):
Hierin staan achternamen als Schoenmaker, Sachs, Sluimer, Slotboom, Smit, Scheffelaar, Straatman en Scholing, vaak gecombineerd met voornamen als Pieter, Willem, Johannes, Cornelis en Hendricus.
-
Tweede groep (met nummers zoals 16013, 16027, etc.):
Bevat namen als Starren, Stein, Snel, Schoenmaker, Swidde, Snijders, Spaargaren en Stolting, met voornamen zoals Henri, Wilhelmus, Antonius, Gerrit en Petrus.
-
Derde groep (met nummers zoals 16458, 16505, etc.):
Hier staan onder andere Schroeders, van den Staaij, Schaaij, Stolwijk, Scholte, Schols, Smid en Schild, met voornamen als Lodewijk, Johan, Cornelis, Arnoldus en Godefridus.
-
Vierde groep (met nummers zoals 16995, 17003, etc.):
Bevat namen zoals Steffens, Smit, Sevenich, Sluijters, Schuurman, Steen, Schmitz en Schoonderman, met voornamen als Hendrik, Antonius, Johannes, Wouter, Dirk en Matheus.
De namen zijn mogelijk afkomstig uit een
148 jaar oude bron (
augustus 1363 wordt genoemd, maar dit lijkt een fout, aangezien de nummers en namen uit een veel latere periode komen). Er wordt ook verwezen naar
artikel 313 en een getal
70.000, maar de context hiervan ontbreekt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 569 / 0134
Op 4 mei 1741 bevestigde Joan Nilant, waarnemend rechter in Oldenzaal, dat J.C. Nagel en zijn vrouw Maria Sibilla van Eijbergen (als zijn echtgenote en voogd voor Dr. G.H. Heir en diens vrouw Jonnedonia Hunevelt) een stuk land genaamd Telgenkamp hadden verkocht. Dit land lag bij het erve Stoepel in het boerschap Dulder onder het gericht van Oldenzaal. De koper was de weduwe van Henrick Jurriaan Bussemaker en haar erfgenamen. De koopsom was 160 Carolusguldens, die direct betaald werd. De verkopers beloofden dat de koper het land zonder problemen kon gebruiken en dat ze geen rechten meer op het land hadden.
Op 28 mei 1741 bevestigde Joan Nilant opnieuw dat Willem Moesel uit Geesteren (namens zijn vrouw) een stuk land genaamd Stege Berentskamp in Haaksbergen had verkocht aan Harm Wessels. De koopsom was al betaald, en Moesel droeg het land officieel over zonder enige rechten te behouden.
Op 22 mei 1741 verklaarde Berent Jan ter Schiphorst uit Denekamp (namens zichzelf en zijn afwezige vrouw Aaltjen Herick) dat hij een stuk land genaamd Dodencamp in Boninge (met bijbehorende weide Averskamp en kamp Hogenrade) had verkocht aan Jan Braakman en Engele Maldereren. Het land was vrij van belastingen, en de koopsom was al betaald. Het land werd officieel overgedragen zonder verdere rechten.
Op 23 mei 1741 bevestigde Jan Braakman en zijn vrouw Engele Maldereren dat zij een deel van Dodencamp in Boninge hadden verkocht aan Gerrit Wegters en Lambert Ballers. Het land was vrij van belastingen, en de koopsom was al ontvangen. Ook hier werd het land officieel overgedragen zonder verdere rechten.
Op 23 mei 1771 (30 jaar later) bevestigde Joan Nilant opnieuw een verkoop: Jan Braakman en zijn vrouw Engele Maldereren hadden een deel van Dodencamp verkocht aan Gerrit Wegters en Lambert Ballers. De koopsom was betaald, en het land werd definitief overgedragen.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 6527999 / 18
Op
22 december 1920 gingen de volgende personen naar het rechtsgebouw in
Hoofddorp, gemeente
Haarlemmermeer:
Hendrik de Ron was benoemd en beëdigd als voogd door kantonrechter
Ten Bokkel Kuinink op
1 november 1917. Hij vertegenwoordigde de belangen van de kinderen, omdat die botsen met die van hun vader.
Deze akte was een kopie van een eerdere akte, aangevraagd door
mevrouw Benit (een schuldeiser) op
5 maart 1921. De kosten waren:
- Zegelrecht: €1,48.
- Inschrijfkosten bij de hypotheekkantoor in Haarlem op 27 december 1920: €1,36.
- Totaal: €2,84.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5351835 / 68
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604575 / 572
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5843082 / 141
Op 8 maart 1624 legde een getuige een verklaring af in Amsterdam voor de makelaars Jan Claes en Willem Martens. De notaris Jok Willem Cluyt noteerde later die dag een conflict over een wisselbrief.
De broers Gaspar en Jan Vinckevoort, kooplieden in Amsterdam, eisten samen met Coenraet Momboirs (ook koopman) betaling van een vervallen wisselbrief. Deze was op 12 maart 1624 getekend en had een waarde van 171 pond, 12 schellingen en 6 penningen (£37-12). Coenraet Momboirs beloofde de schuld over twee dagen te voldoen.
De notaris protesteerde namens de Vinckevoorts tegen deze vertraging. Hij eiste:
- onmiddellijke betaling;
- vergoeding voor wissel- en herwisselkosten;
- vergoeding van alle gemaakte kosten, schade en rente tot aan de daadwerkelijke betaling.
De notaris zou deze eisen later verhalen op
Coenraet Momboirs en andere betrokkenen.
Coenraet Momboirs verdedigde zich met de volgende argumenten:
- Hij had perpetuanen (een soort handelspapier) naar Italië gestuurd namens de Vinckevoorts, maar zij ontkenden dit.
- De Vinckevoorts hadden de perpetuanen eerder zelf afgewezen, omdat ze er niets mee wilden doen.
- Hij had de perpetuanen als betaling voor een schuld van de Vinckevoorts gebruikt, maar zij weigerden dit te accepteren.
- Hij wist niet of de perpetuanen winst of verlies hadden opgeleverd bij verkoop in Italië.
- De Vinckevoorts hadden de transport- en andere kosten voor de perpetuanen niet betaald, volgens zijn administratie.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510575 / 80
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965434 / 424
- Eerder, op dezelfde dag, hadden Sr. Willem Turcke (een koopman in Amsterdam) en een andere partij zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een schuld die Jan Verschaere (een koopman uit Luik) zou kunnen claimen bij Willem Turcke. Deze schuld gaat over een lading "lert ringe" (een soort leer) van Aluijnen. Willem Turcke belooft hiervoor te betalen wat de rechter zou toekennen, zonder gebruik te maken van juridische uitsteltrucs.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937413 / 266
-
Op 1 december 1662 verscheen Hiltje Bastiaans, weduwe van Coenraad Members, voor notaris in Amsterdam. Ze woonde in Alphen, maar lag ziek te bed in het huis van haar dochter Maijcke Members in de Ridderstraat. Hoewel ziek, was ze helder van geest en maakte ze haar testament.
- Ze trok alle eerdere testamenten in.
- Haar drie kinderen hadden al geld gekregen voor hun huwelijk en inrichting. Ze verklaarde dat dit genoeg was en dat ze hierover geen verdere afspraken hoefden te maken, ook al had de een meer gekregen dan de ander.
- Ze had alleen een kist met reisstoel en kleding (voor eigen gebruik) meegebracht naar het huis van Maijcke. Dit mocht Maijcke houden zonder iets aan de andere kinderen te betalen. Als Maijcke hier ruzie over zou maken, erfde ze alleen haar wettelijk erfdeel (het minimale bedrag waar een kind recht op heeft).
- Verder kreeg:
- Maijcke Members: 6 grote porseleinen schotels.
- De dochter van Aaltje Deckers (kleindochter): een zwarte fluwelen jas en een zijden rok.
- Barbara (dochter): een laken vlieger (soort kledingstuk) en een laken rok.
- Maijcke en Barbara samen: alle overige kleding van linnen, zijde, wol en andere stoffen.
- Haar andere goederen (na haar dood) gingen naar Barbara, Nijk en Melchior Mombers (haar 3 kinderen). Als een van hen eerder overleden was, gingen die goederen naar hun nakomelingen.
Ze verklaarde dit haar definitieve wil, die geldig bleef als testament of codicil (aanvulling). Ook zonder alle gebruikelijke juridische formuleringen. Getuigen: Gerrit van Loenen (chirurgijn) en Harman van Berbont (werktuigmaker), beiden woonachtig in de Ridderstraat.
-
Op 18 december 1662 verscheen Machteldina Barterincx, dochter van Machteld Barterincx en Gerard Barterinck, voor notaris. Ze woonde op de hoek van de Oudezijds Achterburgwal en de Koestraat in Amsterdam en was ouder dan 13 jaar.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 607573 / 211
Conraed Jansz, ook bekend als
Jacob de Winter, een 16-jarige jongeman uit
Amsterdam, maakt op
9 december 1679 zijn testament voor notaris. Hij is van plan om als bootsgezel met het schip
Groot Es Siatte naar
Oost-Indië te vertrekken in dienst van de
Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), kamer
Amsterdam.
Hij benoemt in zijn testament:
- Zijn moeder, Maijcke Mombersdr, als zijn enige erfgenaam. Als zij overleden is voor zijn terugkeer, gaan zijn goederen naar zijn broers Jan en Paulus Jansz.
- Zijn erfgenamen krijgen al zijn bezittingen, zoals geld, kleding, schulden die anderen hem verschuldigd zijn, en eventuele veroveringen (buit) die hij in Oost-Indië maakt.
- Hij geeft ook specifiek een deel van de erfenis door die hij van zijn overleden grootvader, Jan Thamess (een zijdekoopman), heeft gekregen volgens diens testament van 9 december 1669.
Zijn erfgenamen mogen vrij over de goederen beschikken, zonder dat ze daarvoor toestemming van een rechter nodig hebben. Ze kunnen ermee doen wat ze willen, alsof het hun eigen bezit is.
Het testament is opgesteld in het huis van
Maijcke Mombersdr in
Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen
Johannes Boots en
Gerrit Blijdenbergh.
Conraed benadrukt dat dit zijn
laatste wil is en dat latere aanpassingen alleen geldig zijn als ze expliciet als zodanig worden genoemd. Ook zonder juridische formaliteiten moet dit testament gerespecteerd worden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 607642 / 146
-
Jacob de Winter, een notaris in Amsterdam, schrijft op 20 december 1669 's avonds om 20:00 uur het testament op van Jan Thamesz Koopman, een zieke maar heldere man die zijn laatste wil bekendmaakt.
-
Jan Thamesz Koopman maakt alle eerdere testamenten en codicillen (aanvullingen) ongeldig en stelt nieuwe erfgenamen aan:
-
Zijn kleinkinderen Coenraed, Jan en Paulus Jansz (kinderen van zijn overleden zoon Jan Thamesz de Jonge en Maijcke Mombers) erven twee huizen met erven in de Ridderstraat en een achterwoning in de Jonckerstraat, allemaal in Amsterdam.
-
Deze huizen mogen niet verkocht, belast of verpand worden door Maijcke Mombers of anderen uit de familie.
-
De huurinkomsten zijn bedoeld voor het onderhoud van de kinderen en moeten door Maijcke Mombers beheerd worden tot ze meerderjarig zijn.
-
De huizen moeten binnen 2 jaar na zijn overlijden in goede staat zijn (inclusief timmerwerk).
-
Zijn dochter Jannetje Thames erft twee huizen met erven aan het eind van de Verchorst Apotheekerssteeg (hoek Baanstraat) en een huis ernaast, bewoond door Cathalina Lintwerckster.
-
Het testament is opgesteld in het huis van de notaris aan de Oudezijds Voorburgwal bij de Armsbuurt, in aanwezigheid van de getuigen Johannes ten Hove en Jacobus Boots (beide klerken).
-
Jan Thamesz Koopman benadrukt dat dit testament bindend is, ook als niet alle juridische formaliteiten zijn gevolgd.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 607641 / 162
- De hoofdofficier (hoogste militair) had loon (soldij) ontvangen tot en met een bepaalde periode.
- Met het hele leger (gement) werd hij in 1864 voor 1286 dagen (ongeveer 3,5 jaar) ingezet.
- Hij kreeg loon voor 41 maanden en 4 dagen: bedragen van 30, 55, 15 en 27 (waarschijnlijk gulden).
- Hij ontving een extra uitkering (amortisatie) op basis van een besluit van de koning (Koninklijk besluit) van 5 maart 1881, artikel 17.
- Er was sprake van bespaarde bedragen (geld dat niet uitgegeven hoefde te worden): 30,89; 15,81; en 20.244,44.
- De documenten komen uit archieven in:
- Amsterdam (ADR A.S. Monster 42, 16)
- Rotterdam (archiefstuk Korthuis, hip. Maat.)
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5196 / 0719
A. de Jong, een voormalig soldaat uit het leger in
Oost-Indië, had 12 jaar onafgebroken gediend. Volgens de regels had hij vanaf
1 september 1885 recht op pensioen.
Hij verliet echter al op
20 juni 1885 het
Hollandsch Werfdepot en dacht vanaf dat moment recht op pensioen te hebben. Daarom stuurde hij op
28 augustus 1885 een verzoek aan de
minister van Koloniën. Hij vroeg of zijn pensioen alsnog in kon gaan vanaf de datum van zijn ontslag, omdat hij sinds die tijd werkloos was.
De
minister van Koloniën besloot op basis van een reglement uit
24 augustus 1675 dat het verzoek van
de Jong niet kon worden goedgekeurd. Zijn pensioen bleef dus ingaan op
1 september 1885.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3885 / 0659
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606866 / 489
- Jacobus van der Groe en Eert de Marre waren aanwezig in Amsterdam als getuigen.
- Een persoon (niet bij naam genoemd) belooft:
- alleen te handelen of anderen te machtigen in rechtszaken, zowel als eiser als verdediger;
- alles te doen wat nodig is, binnen en buiten de rechtbank;
- zelf aanwezig te zijn of iemand te sturen die hem kan vertegenwoordigen.
- De akte is opgesteld door A. Cornelis Cuijs (als officier van Groenwoud).
- L. Parno bevestigt als notaris (datum onbekend) dat dit correct is vastgelegd.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606755 / 80
Cornelis Melijn kreeg de opdracht om de vlakte landen achter Kol Tappaan (bij het huidige Tappan in New York) en andere gebieden te verkennen. Hij moest onderzoeken of daar geschikte plekken waren om nederzettingen te stichten. Bij zijn onderzoek keek hij naar:
- rivieren en watervallen;
- hoe het land geschikt was voor akkerbouw en weiden;
- de aanwezigheid van bronnen, bossen, goud, visgronden;
- mogelijkheden voor jacht op wild en vogels.
Als de plekken geschikt bleken, zouden er nederzettingen worden gebouwd en zouden veel mensen zich daar vestigen.
De uitrusting en reparatie van het schip voor deze reis kostte ongeveer 5000 gulden. Melijn zou hiervan 2000 gulden betalen. Van dit bedrag werden de kosten voor twee paarden en vier kleine schepen (pincken) afgetrokken, die de heer van Naderhorst zou leveren. Andere noodzakelijke uitgaven zouden later worden verrekend via een schuldbrief. Afgesproken was dat de helft van de winst die uit de expeditie voortkwam (met Gods zegen) naar de heer van Nederhorst zou gaan.
Melijn zou na zijn terugkeer in Nederland weer vertrekken vanuit Amsterdam met een schip vol hout, vachten en bont. Voor de duur van 6 jaar zou hij vervolgens dienstdoen als bestuurder (baillieu) en schout (een soort politierechter) van de nieuwe kolonie, volgens specifieke instructies die hij nog zou ontvangen. De kolonie zou zelfstandig rechtspreken volgens de regels die de West-Indische Compagnie (WIC) had gegeven.
Vrije kolonisten konden een contract krijgen waarbij ze twee paarden, twee koeien en een huis kregen, plus 100 of meer morgens (een oude oppervlaktemaat) land. Hiervoor moesten ze een vijfde deel van hun oogst afstaan en de helft van de opbrengst van hun tuin (bastiael). Na een aantal jaren, als ze hun schuld hadden afbetaald, hoefden ze alleen nog de helft van de tuinopbrengst af te dragen. Voor de teelt van tabak en wijnstokken konden aparte afspraken worden gemaakt, afhankelijk van wat het meest voordelig was.
Beide partijen beloofden zich aan deze afspraken te houden en vroegen om een officiële akte, opgesteld door een notaris in de sterkste en bindendste vorm. Dit werd bevestigd op onbekende datum.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 6507155 / 116
Volgende pagina