Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Jacoba Edam was de eigenaar van de volgende tot slaaf gemaakte mensen: De namen van de tot slaaf gemaakte mensen werden soms aangevuld met een bijnaam of een andere versie van hun naam.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op een bepaald moment werd een wisselbrief (een soort schuldbekentenis) getoond en overhandigd door Jacob Vincke namens Mathijs Vinckel. Hij vroeg om directe betaling van deze wisselbrief. Toen kwam Roelof Bos, een schipper, die namens JJ Winckel antwoordde. Hij zei dat zijn vader de wisselbrief niet zou betalen, omdat er geen voorraad (goederen) was.

Daarom liet de notaris een officiële verklaring opstellen tegen S. Winckel dat de betaling was geweigerd. Ook werden extra kosten, zoals rente, wisselkosten en andere schadevergoedingen, genoemd. Dit alles gebeurde in Amsterdam in het bijzijn van Jan el en Dirck van der Groe als getuigen.

De notaris, A. Lock, bevestigde dit op 28 januari in het notarieel register DV: Groe 281, met vermelding van Hans Jansen.

Bekijk transcriptie 


In 17 november 1712 werd in Batavia (in het kasteel) een lijst opgesteld met namen van mensen die waarschijnlijk om hulp of ondersteuning vroegen. De volgende personen stonden op de lijst: De lijst werd opgeschreven door Jacob Jaas en Petrus Vuijst.
Bekijk transcriptie 


De overheid nam in 980 het retourschip Westerdijkshorn over, inclusief de lading en buitgemaakte goederen. Aan boord waren militaire ambtenaren en soldaten die hiermee naar huis zouden terugkeren. De volgende personen stonden geregistreerd:
Bekijk transcriptie 


Op 16 oktober 1784, op een zaterdagavond rond 11 uur, verscheen Judith Rattink, een oudere, ongehuwde vrouw, voor Johannes Petrus Ruenen, een officiële notaris in Haarlem. Zij woonde op dat moment bij Meyndert Luyter in het Sint Pieterstraatje in Haarlem. Hoewel ze ziek en bedlegerig was, was ze helder van geest en wilde ze haar laatste wil vastleggen. Ze begon met het intrekken van alle eerdere testamenten of andere documenten over haar nalatenschap. Daarna bepaalde ze wie wat zou erven:
Bekijk transcriptie 


Op 28 juli 1753 ’s avonds om 9 uur kwamen Willem van Maanen, wijnkoper, en Lena Bos, een echtpaar wonend in Haarlem op de Kruisweg, voor notaris Wernerus Köhne. Zij waren gezond en helder van geest en wilden een testament opstellen. Zij verklaarden:
Bekijk transcriptie 


Lena Bos, een huishoudelijke hulp en echtgenote van Andries Herdst, belooft in Amsterdam op [datum onbekend] officieel dat zij: Zij verklaart ook dat zij alle afspraken en uitspraken in deze kwestie zal accepteren en nakomen. Deze verklaring wordt opgesteld in het bijzijn van de getuigen Meseroij en Hanna Zweerts.
Bekijk transcriptie 


Op 31 augustus 1686 verscheen Scharel Gresnich, een koopman uit Haarlem, voor notaris Dirk van der Groe. In aanwezigheid van getuigen verklaarde Gresnich onder ede, op verzoek van Anthonio Maire (ook koopman in Haarlem), het volgende:
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 10 december 1751 verscheen een groep mensen voor de gerechtsleden Jan Hendrik Dies en Joannes de Leeuw in de stad Galle. Zij bevestigden onder ede – met opgestoken vingers en de woorden "Zo waarlijk helpe mij God Almachtig" – een eerder rapport over de inspectie van het retourschip Bloemendaal en de benodigde reparaties. De volgende personen waren aanwezig en tekenden of maakten een kruisje: De notaris J. de Vos bevestigde de echtheid als griffier, en de gerechtsleden tekenden voor akkoord. Voor het schip Bloemendaal werden de volgende reparaties en voorraden goedgekeurd, op basis van een lijst van noodzakelijke zaken: De lijst werd goedgekeurd door: De bemanningsleden Pieter Fruijt (onderluitenant), Andries Herfst (onderstuurman), Jan ten Gronde (bootsman) en een matroos bevestigden dat deze spullen absoluut noodzakelijk waren voor de reis. Tot slot werd een verzoek gestuurd aan Gerrard Joan Vreelandt, een hoge ambtenaar (raad en gouverneur van Ceylon), om de goederen volgens de lijst van kapitein Steven Baade te leveren. De totale kosten bedroegen 35 gulden.
Bekijk transcriptie 


In Gale verklaarden enkele getuigen (attestanten) op onbekende datum dat bepaalde goederen aan boord van een schip versleten, kapot of onbruikbaar waren geraakt. Ook ontbraken er spullen die nodig waren voor de verdere reis. De getuigen zeiden dat: De verklaring werd opgesteld in aanwezigheid van de getuigen Hendrik Ditmers, Frederik Christiaan Frobus en Clercquen. De tekst werd ondertekend door de getuigen, de attestanten en N=s B3:t Martheze, een beëdigd klerk.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Joh. (waarschijnlijk de inspecteur) vond de volgende problemen bij de inspectie van het schip: Daarnaast waren er nog meer noodzakelijke reparaties nodig:
Bekijk transcriptie 


Op 7 november 1762 verschenen er verschillende bemanningsleden voor Nicolaas Bernardus Martheze, de boekhouder en eerste klerk van het Galjot Commando. Aanwezig waren ook de getuigen: Al deze mannen, die allemaal op het retourschip Amerongen dienden, bevestigden onder ede – op verzoek van kapitein Jan Spek – dat de volgende goederen tijdens de reis van Batavia naar de huidige locatie beschadigd, versleten of onbruikbaar waren geraakt:
Bekijk transcriptie 


Hendrik Joosten, 57 jaar en werkzaam als matroos (varensgezel), geboren in Les maar ingeschreven in Delfzijl, weduwnaar van Anna Cornelia Melkert, en Catharina Elizabet Mulder, 58 jaar, zonder beroep, geboren en wonend in Amsterdam, weduwe van Jan Willem Machiel Hommelsberg, gingen een huwelijk aan.

Heinrich Wilhelm Tamborowski, 38 jaar, koffiehuishouder, geboren in Elbing (Duitsland), en Clara Marie Erdmund Liedtke, 26 jaar, zonder beroep, geboren in Amsterdam maar woonachtig in Danzig, gingen ook een huwelijk aan.

Bekijk transcriptie 


Op 25 september 1716 liet mevrouw Maria Susanna Jannette, gescheiden vrouw van Hendrik Jan van Wijk, bij een notaris in Amsterdam vastleggen dat ze bij helder verstand was. Omdat het moment van sterven onzeker is, trok ze alle eerdere testamenten en andere laatste wensen in.

Ze maakte een nieuwe regeling:

Bekijk transcriptie 


In haar testament bepaalt de vrouw (de Testatrice) wie haar bezittingen erft na haar dood: Ze wijst de volgende personen aan voor belangrijke taken: De vrouw houdt zelf het recht om: Alles wat zij later toevoegt of wijzigt, moet net zo geldig zijn als dit testament. Dit is haar laatste wil, die na haar dood precies moet worden uitgevoerd.
Bekijk transcriptie 


Johanna Helena van Hest, weduwe en beheerder van de erfenis van haar overleden man Dionisius Adriaan van Berkel, verscheen op 10 mei 1776 voor notaris Johan Adriaan van Meurs in Tilburg. Zij was ook aanwezig als moeder en voogd van haar twee minderjarige kinderen, die zij had met Dionisius Adriaan van Berkel. Zij bevestigde dat zij een schuld had van 150 gulden aan Norbarters de Canter, eveneens woonachtig in Tilburg. Dit bedrag was geleend als contant geld, en zij beloofde dit terug te betalen bij het eerste verzoek. De schuld moest worden afgelost in munten, inclusief rente. In de tekst werden ook verschillende andere personen en families genoemd, waaronder: De notaris Johan Adriaan van Meurs was beëdigd door de Edele Mogende Raad en Leenhof van Brabant en de landen van Overmaas in 's-Hage en woonde in Tilburg.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/