Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op 19 mei 1890 verscheen Teunis Jansen van Domselaar, landbouwer bij de Leeuwerikkenpol te Lunteren, voor notaris meester Rudolph Abraham Eduard Colenbrander te Nijkerk in de provincie Gelderland. De getuigen waren Dirk Prins Hendriks, notarisklerk, en Justus de Visser, kandidaat-notaris, beiden wonend te Nijkerk.

Teunis Jansen van Domselaar maakte zijn testament. Hij verklaarde:

Het testament werd voorgelezen aan de erflater, die bevestigde dat dit zijn laatste wil was. Daarna ondertekenden de erflater, de getuigen en de notaris de akte.

De akte werd geregistreerd te Nijkerk op 25 april 1906. Er werd 3 gulden en 60 cent aan rechten betaald.

Bekijk transcriptie 


2 januari 1730 bracht de dessave van de 3 en 7 Corles rond 10 uur 's ochtends een bericht. Hij meldde dat er gisteren avond enkele hofgroten waren aangekomen in Rouannelle. Deze avond kwamen de volgende hofgroten aan in Colombo:

Bekijk transcriptie 


Op 23 januari 1730 werd vanuit Ceylon gemeld dat men het verzoek van de dessave (bestuurder) van de 3 en 7 Corles, namens de Kandiase vorst, zou uitvoeren. Men zou de volgende avond aan de heer 2 grote en 2 half volwassen varkens van het vaderlandse ras toezenden, bestemd voor dienst aan zijn majesteit. De dessave zou hiervan op de hoogte worden gesteld.

De brief werd ondertekend door L. Hoepels, secretaris, in opdracht van Stephanus Versluijs, raad extraordinaris van Indië en gouverneur van Ceylon.

Op 1 januari 1730 volgde vanuit Colombo een tweede brief die diende als geleidebrief voor de 2 grote en 2 half volwassen varkens van vaderlandse aard, zoals vermeld en beloofd in de brief van de dag ervoor. Deze varkens moesten aan zijn majesteit worden aangeboden op een manier die overleg tussen de heer en de tolk Louis de Sarram het beste en meest raadzaam zou vinden. Ook deze brief werd ondertekend door L. Hoepels.

Bekijk transcriptie 


Op 23 januari 1735 werd vanuit Ceylon bericht dat padij (rijst) herwaarts mocht worden gezonden, zodat zij die konden ontvangen voor hun vertrek. Zij eindigden hun bericht en bevalen de geadresseerde aan Gods hoede. Met eerbiedige groeten bleven zij met hoogachting. Het was ondertekend door P. C. de Patot en Gualterus 't Lam. In de kantlijn stond Titavaque, 31 december 1729. Eronder stond dat het document in overeenstemming was, getekend door Bernhard Schroeder, eerste klerk.

Aan de gezanten van de Compagnie, Pieter Cornelis de Patot en Gualterius t' Lam in Sitavagul: Men had met genoegen uit hun brief van de vorige dag gezien dat enkele hovelingen uit Kandy waren aangekomen om hen te begroeten. Zij hadden tevredenheid getoond over de opgestuurde geschenken, goederen en dieren.

Bekijk transcriptie 


De schrijver wilde volgens zijn vermogen bijdragen aan het vergroten van de beproefde genegenheid en goedwilligheid van de grote machtige monarch en onoverwinnelijke keizer jegens de trouwe Hollandse natie. Daarom verzocht hij op de eerbiedigste manier dat het de keizer mocht behagen om hun 2 gezanten te ontvangen met keizerlijke gunst, hen gunstig gehoor te verlenen en hen zo spoedig mogelijk terug te laten keren.

Daarnaast verzocht hij om keizerlijke toestemming om volgens het oude en jaarlijkse gebruik opnieuw in de bossen van de grote machtige monarch en onoverwinnelijke keizer te mogen werken. Hij wilde de kaneelschillers vrij en onbelemmerd kaneel laten schillen op de gebruikelijke plaatsen. Ook vroeg hij om toestemming voor de doorgang van de olifanten van de Compagnie over Putulang naar Jassenapatnam.

Door dit een en ander toe te staan zou de grote machtige monarch en onoverwinnelijke keizer hen steeds meer verplichten tot krachtige voortzetting van datgene wat de keizer aangenaam en welgevallig was. Ondertussen bad de schrijver tot God voor de grote machtige monarch en onoverwinnelijke keizer.

Bekijk transcriptie 


23 januari 1730 werd er vanuit Ceylon een brief gestuurd aan de keizer. De afzenders wilden de keizer zoveel mogelijk tevreden stellen en hem op elke mogelijke manier van dienst zijn. Daarmee hoopten ze zijn welwillendheid en gunst te verdienen. Ze boden eerbiedig en nadrukkelijk hun diensten aan bij deze gelegenheid. Ze lieten een zeer nederige brief presenteren voor de gouden troon van de keizer, samen met enkele bescheiden geschenken. Dit gebeurde namens de Compagnie (de VOC). De brief werd overgebracht door 2 gezanten:

Deze gezanten zouden voor de glorieuze zetel van de keizer verschijnen en mondeling bevestigen dat zowel de schrijver als alle getrouwe Hollanders oprechte en eerlijke bedoelingen hadden. Ze wilden de keizer alle getrouwe en aangename diensten aanbieden, zoals hun doorluchtige heren en meesters hen ernstig en voortdurend hadden bevolen.

Bekijk transcriptie 


Op 23 januari 1730 stuurde Ceylon enkele hovelingen naar het kasteel, genaamd Ekenayke madangwolle, Ralehamij (dessave van Matule), Balligalle padicare mohotiar, heendenie Coerwe mohotiar en Dornegamme mohandiram. De gouverneur schreef dat de keizer hierover waarschijnlijk al lang geleden had gehoord. Hij beschreef hoe blij hij was toen deze hovelingen op het kasteel verschenen. Hij was ook zeer vereerd door het bezoek van deze 4 voorname edellieden en door de speciale brief (Ola) die de edelen en hoge heren hem stuurden in opdracht van de keizer om hem te begroeten en welkom te heten als gouverneur op het eiland. Hij vertrouwde erop dat deze 4 afgezanten na hun terugkeer aan de keizer zouden vertellen hoe dankbaar hij was voor deze grote en opvallende gunsten. Hij beloofde dat hij zijn uiterste best zou doen.

Bekijk transcriptie 


28 januari 1730 werden er vanuit Ceylon verschillende goederen ontvangen in Maturee, namelijk 4 pond Ceylonse koffiebonen, 218 dozen kardemom, 1370 balen fijne kaneel in huiden (dit was een restant van eind augustus van het voorgaande jaar) en 395404 pond Malabaarse peper.

Gale, 17 december 1729. Getekend door C. V. Aerden. Akkoord verklaard door Bernh Schroeder, eerste klerk van Candia.

Een brief gericht aan de grootmachtigste monarch en onoverwinnelijke keizer Wire para Crama Nareendre Zinga werd met diens afgezonden boodschapper teruggestuurd.

Bekijk transcriptie 


23 januari 1730 arriveerden vanuit Ceylon verschillende hoogwaardigheidsbekleders, namelijk Mampittij Ralahami (dessave, een soort bestuurder, van de 3 en 7 Corles van Oedepalate), Helepale Batsagalle (padikare mohotiars, een type ambtenaar), Nanajas, en hun Dornagamme Goulangamoewe mohandirams (ambtenaren). Bij hun gevolg bevonden zich:

Deze Kandiase (van het koninkrijk Kandy) groten werden een eindje van het logement (het verblijf) volgens de gebruikelijke manier ontvangen en besprenkeld met rozenwater. Om half 7 's avonds keerden zij terug naar het logement. Nadat de gebruikelijke vragen en antwoorden, met beleefdheidsbetuigingen en tot ieders tevredenheid, waren uitgewisseld, deelden zij mee dat zijn keizerlijke majesteit hen had gestuurd om te vragen naar de gezondheid en de staat van de keizerlijke brief.

Bekijk transcriptie 


23 januari 1730 vertrok vanaf Ceylon een gezelschap na de goederen van de heer Schenkagie te hebben bezocht. Zij werden vergezeld door ruiters en zogenoemde pennisten. De laatsten gingen alleen mee tot aan de pannenbakkerij. Nadat de ruiters bij de pannenbakkerij waren aangekomen, keerde de edele heer Gouverneur met de andere heren en vrienden 's avonds terug naar het kasteel.

Dit verslag werd goedgekeurd en was getekend door Bernh Schroeder, eerste klerk.

In Colombo werd een brief gericht aan de weledelgrootachtbare en hooggebiedende heer Stephanus Versluijs, buitengewoon raad van Nederlands-Indië, Gouverneur en directeur van het eiland Ceylon, de kust Madure, Indhiado en andere gebieden.

Volgens hun plicht en nederige belofte van 29 van die maand, deelden zij onderdanig mee dat gisteren avond 8 hofgrootten waren aangekomen, in totaal 207 personen.

Bekijk transcriptie 


Op 23 januari 1732 werd een koninklijke brief uit Ceylon naar het logement gebracht. De edele heer gouverneur en andere vrienden begaven zich daar ook naartoe. Er werden 3 salvo's afgevuurd uit de snaphanen en onder deze salvo's ook een schot uit de veldstukken, die de dag ervoor daar naar gebruik waren gebracht. Hierna volgden nog diverse schoten. Tijdens het middagmaal werden er meerdere glazen wijn gedronken op verschillende belangrijke personen. Er werden ook verschillende kanonskoten afgevuurd uit de genoemde veldstukken. Om 5 uur 's avonds werd afscheid genomen van de gezanten met de keizerlijke brief en de geschenken. De gezanten werden door de politieke leden en andere vrienden naar buiten begeleid tot voor het tuinhuisje. De handgranaten schoten 3 keer uit hun geweren en er werden diverse schoten gelost uit de veldstukken. Bij hun vertocht naar Sitavaque werden de gezanten begeleid door de edele dessave van de Colombose landen Dirk Bierens, soldijboekhouder meester Daniel vanden henghel en eerste pakhuismeester Daniel Evertsen. Zij werden vergezeld door 3 Compagnie soldaten onder hun hoofdofficieren Hackert, Clop en Andriesz, en lascorijns uit de Corles en attepattoe van de edele dessave.

Bekijk transcriptie 


Op 23 januari 1730 vertrok een stoet vanuit Ceylon. De eerste koets werd getrokken door 4 paarden. Hierin zaten de gouverneur, de gezanten van de Compagnie en de hoofdadministrateur Adriaen Maten. Er marcheerden 12 militairen van de Compagnie, aangevoerd door vaandrig Johannes Hackaart die dienst deed als luitenant. De tweede koets werd ook door paarden getrokken en vervoerde de predikanten en enkele politieke leden. De derde koets vervoerde de overige politieke leden. Er was ook een rijtuig met enkele voorname personen. Toen de stoet door de Delftse Poort reed, gaven de daar aanwezige militairen onder bevel van vaandrig Ary van Marseveen, die als luitenant dienstdeed, 3 salvo's af met hun musketten. Tussen elk salvo werden vanaf de punten van het kasteel en daarna 31 kanonschoten afgevuurd. Met deze ceremonie en in deze volgorde kwam de stoet aan bij Naplegam. De vooruit gegane militairen en ruiters stelden zich in 2 rijen op voor het logement, waardoor de keizerlijke brief en de koetsen passeerden.
Bekijk transcriptie 


23 januari 1730 werd er vanuit Ceylon een processie gehouden. Deze bestond uit:

  1. Vaandrig Jan Pieter Cloff
  2. De schensagie Rassen met een lijst van personen, allemaal gekleed in wit linnen
  3. 2 bijzondere zwarte paarden, één met een kostbaar paars fluwelen kleed en één met een groen laken kleed, beide met een bos witte veren op hun hoofd
  4. Een groep tamboerslagers, heros en hoornblazers
  5. Een trompetter en een slagwerker, beide te paard, gevolgd door de ruiterij bestaande uit 6 gelederen penisten. De eerste 3 gelederen droegen rode en de laatste 3 droegen blauwe rokken met zwarte dassen, onder leiding van ritmeester de edele Iodocus Wilhelmi Hiltebrand
  6. De keizerlijke brief onder een wit baldakijn, opgehouden door 4 appoehamijs en een zilveren schotel bedekt met een gouden laken kleed. Deze werd op het hoofd gedragen door een sergeant, vergezeld van nog 2 andere sergeanten die elkaar onderweg aflosten. Daarnaast liepen 4 inlanders met brandende fakkels
  7. Een compagnie soldaten, aangevoerd door de commanderende sergeant Carel Andriesz
  8. Lascorijns
  9. 2 trompetters te paard
  10. Zijn edeles oppassers voor en achter de eerste draagstoel
Bekijk transcriptie 


23 januari 1730 vertrok vanuit Ceylon de patot en Gualterus t' Lam met een groot geschenk voor de keizer van Ceylon in Candia, Weerapara Kramia Nax. Dit was een driesinga (een type schip of voertuig). Volgens het besluit dat was genomen in de raad van politie op 27 september van het jaar ervoor en dat bij de secretarie werd bewaard, werden volgens oud gebruik de doorgangen versierd met praalzuchtige bogen. Deze liepen van de woning van de heer gouverneur tot aan de Delftse Poort en verder bij de wachtposten Zwaanenburg en Kaaijmanspoort. Bij deze poorten stond het leger opgesteld in een dubbele rij. Om half 9 's ochtends begon de mars als volgt:

  1. Eerst marcheerde de inlandse garde van de gouverneur en die van de dessave (een bestuursfunctionaris), samen met nog enkele andere groepen soldaten met hun hoofden, met wapperende vlaggen en slaande trommels.
  2. Daarna de lijfcompagnie van de gouverneur, bestaande uit handgranaten-werpers, aangevoerd door luitenant Ioan Willhem Snere. De tweede divisie werd aangevoerd door de commanderende sergeant Casper Stijger met ontvouwde vlag, en de troep werd afgesloten door vaandrig Hermanus Ladenius.
  3. Een compagnie soldaten aangevoerd door de...
Bekijk transcriptie 


Op 22 december 1729 werden in Colombo alle voorbereidingen getroffen die nodig waren voor de optocht van de gezanten. De dessave van Mature en de dispensier Pieter Cornelis waren hierbij betrokken.

Bekijk transcriptie 


In een brief uit Ceijlon van 23 januari 1730 werd gemeld dat toestemming was gevraagd aan de koning voor het schillen van reukbast in de bossen van de koning en voor de mars van de olifanten van de Compagnie door het gebied van de koning naar Iassanapatnam in februari of maart. Dit werd nader uitgelegd in een brief aan de koning, waarvan een afschrift werd bijgevoegd, samen met een lijst van geschenken. Voor deze geschenken en de koninklijke brief moest onderweg goed gezorgd worden en ze moesten dagelijks bekeken worden.

Hoewel het hof van Candy al enkele jaren geen verzoek had gedaan om gesloten havens van het eiland te openen, was het mogelijk dat dit bij deze gelegenheid opnieuw ter sprake zou komen. In dat geval moest men het verzoek helemaal afwijzen en duidelijk maken dat de orders van de heren meesters in het vaderland daar krachtig tegen waren. Volgens wat daar bekend was, mocht er op dat punt niet de minste verandering worden toegestaan. Andere vragen van het hof van Candy werden verder behandeld.

Bekijk transcriptie 


23 januari 1735 werd vanuit Ceylon gemeld dat bij de eerste audiëntie bij de koning, na overhandiging van de brief, een eerbiedige groet moest worden afgelegd. Daarbij moesten wensen voor volmaakte gezondheid worden uitgesproken en krachtige verzekeringen worden gegeven namens de Edele en Doorluchtige Compagnie dat men steeds zou blijven werken om de welwillendheid en gunst van zijn majesteit voor de Hollandse natie te behouden. Er mocht niet worden verzuimd om zijn majesteit speciaal te bedanken voor het sturen van 4 hofedelen met een speciale ola (geschrift) om iemand op dit eiland te laten verwelkomen. Verder moest met nadruk worden verzocht om voortzetting van zijn hoge en kostbare gunsten. Bovendien moest de vorst namens de Doorluchtige Compagnie worden bedankt voor het gemak en de hulp die de kaneel-schillers en olifanten-bedienden tijdens hun reis in het afgelopen voorjaar hadden ontvangen. Daarbij moest een nieuw verzoek worden gedaan om toestemming voor het aanstaande jaar om de Chialiassen (functionarissen) te zenden in zijn majesteit.

Bekijk transcriptie 


Op 23 januari 1730 werd vanuit Ceijlon geschreven dat er geen buitensporigheden mochten plaatsvinden. Men moest zich juist stil en gematigd gedragen en geduldig omgaan met de gebruikelijke vertragingen van de Kandianen. Onder de genoemde bedienden bevonden zich ook assistent Coryn Stevensz als schrijver en de modliar (functionaris) Louis de Sarram als tolk. Aan deze laatste was ook een Singalese appoehamijs (lagere functionaris) toegevoegd genaamd Balthazar Dias, om van hem alles te leren over de gebruiken en gewoonten van het Singalese hof. Dit was bedoeld zodat hij op termijn ook de Oost-Indische Compagnie kon dienen als tolk, voor het geval dat Louis de Sarram door zijn toenemende leeftijd en zwakheden daartoe niet meer in staat zou zijn. De langjarige ervaring van de genoemde Parram, samen met zijn dagelijkse omgang, zou kunnen laten zien hoe de Kandianen en vooral de hofedelen met beleefdheid en meegaandheid volgens de landse wijze behandeld moesten worden. Dit was nodig om ontevredenheid te voorkomen bij deze achterdochtige volksaard. Deze mensen waren zeer gehecht aan hun bijzondere gewoonten en hoffelijkheden. Daarom werd het goed geacht om ter instructie enkele originele dagregisters van eerdere gezantschappen mee te geven.

Bekijk transcriptie 


Op 23 januari 1730 werd op Ceylon besloten om alle tekenen van goede wil en hoog aanzien van Nederlandse kant te beantwoorden met gelijke tekenen van genegenheid en respect. Dit gebeurde vooral om alle slechte indrukken en ontevredenheid uit het verleden weg te nemen. Er werd een mooi en belangrijk geschenk voorbereid dat onder begeleiding van 2 mensen zou worden gebracht. Deze laatsten werden gekozen als gezanten van de Compagnie. Ze zouden met het geschenk op reis gaan samen met een keizerlijke brief. Dit geschenk was volgens gebruik bij het wisselen van gouverneurs van dit eiland veel groter dan wat men normaal jaarlijks naar dat hof stuurde. Bovendien werd het vergezeld door zeldzame dieren die daar eerder nooit waren gezien. Men had reden om aan te nemen dat dit alles wel aangenaam zou zijn. Het zou vooral veel genoegen doen wanneer de Nederlandse en inlandse bedienden die namens de Compagnie waren toegevoegd voor dienst en staat, in goede discipline werden gehouden en geen sterke drank kregen, zodat ze in dat vreemde land niet tot...
Bekijk transcriptie 


Gualterus t' Lam werd samen met een andere gezant namens de Verenigde Oostindische Compagnie naar de machtige keizer Were Praac creme Nar Eendre zinga van het eiland Ceylon gestuurd. De keizer en zijn hovelingen waren zeer tevreden over de recente veranderingen in het bestuur van het eiland. Dit bleek uit het feit dat 4 belangrijke hovelingen naar Colombo werden gestuurd met een speciale brief om Gualterus t' Lam welkom te heten als nieuwe gouverneur. De gesprekken met deze gezanten en wat er verder gebeurde werd uitgebreid opgetekend in het Colombo dagregister op 27 en 28 september en op 1, 5, 7 en 8 oktober van het vorige jaar.

Bekijk transcriptie 


23 januari 1730 werden vanuit Ceylon de volgende goederen verzonden: 10 vaten met medicinale wateren, waarvan 2 vaderlandse en 8 inlandse, genummerd 17, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85 en 86. Verder 144 grote flessen Perzijaans rozenwater in 6 kisten genummerd 87, 88, 89, 90, 91 en 92. Ook 200 pond poedersuiker in 2 kisten genummerd 93 en 94, en 100 pond kandijsuiker in 1 kist genummerd 95. Daarnaast 300 pond welriekend sandelhout in 2 bundels, genummerd 96 en 97.

Er waren 2 mooie zwarte hengsten, waarvan 1 met een rood fluwelen en de andere met een groen lakens kleed. Ook was er een Ambonse zeeslang in een mooie kooi bedekt met rood laken. Verder waren er 2 zeer mooie vreemde vogels die op een eiland waren gevonden door 1 van de onlangs aangekomen schepen uit het vaderland, in een mooie kooi eveneens met een rood lakens kleed.

22 december 1729 werd dit document ondertekend in Colombo door Lodewijk Hoepels, secretaris. Later werd bevestigd dat het klopt door Bern Schroder, eerste klerk.

Het document diende als instructie voor de gekwalificeerde hoofd-landmeter van Mature, Pieter Cornelis, en de apotheker van Colombo.

Bekijk transcriptie 


Van Ceylon werd 23 januari 1730 een lijst met goederen verzonden. Deze bevatte onder andere:

Bekijk transcriptie 


10 juli 1899 stuurde een referendaris namens de minister een brief naar de heer H. Bakema in Meolder. De brief bevatte het droevige nieuws dat Drewes Bakema, met nummer 16244, op 6 juni 1847 in Malang was overleden aan cholera. Over het bedrag van de nalatenschap was nog geen informatie ontvangen. Het Indisch Bestuur zou worden gevraagd om deze informatie te verstrekken, zodat H. Bakema hierover later bericht zou krijgen.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Om 19:00 uur werd de wacht overgenomen van brigadier Mandsma.

Om 19:00 uur werd telefonisch medegedeeld dat er een drijvende heipaal van ongeveer 10 meter lengte was aangedreven bij de speelgoedfabriek "Sonja" aan de Oostzijde 327.

Om 20:15 uur deed Trijntje Smits, 20 jaar oud, kantoorbediende, wonende aan de Westzijde te Westzaan, aangifte van opzettelijke verduistering van een bruinlederen schoudertas. In de tas zaten 1 vulpen, 1 bruinlederen portemonnee met 125 gulden en 1 blauwe vulpenhouder. Zij had de tas op 24 september 1950 om 14:45 uur laten liggen in een autobus van de MEA die uit Westzaan kwam. Brigadier Tado deed onderzoek.

Om 21:45 uur deelde opzichter Baart van gemeentewerken mee dat er zich in de Parbstraat tussen de brug in de Trosweg een diepe kuil in de weg bevond.

Om 22:00 uur werd de wacht zonder arrestanten overgegeven aan brigadier Veenema.

Om 22:00 uur werd de wacht zonder arrestanten overgenomen van brigadier Arts.

Om 23:45 uur deed Lena van Marion, 26 jaar oud, secretaresse, wonende aan de Westzijde 73a, aangifte van diefstal van haar damesrijwiel. Zij had het rijwiel die dag om 20:45 uur op slot gezet tegen het perceel Westzijde 73. Om 23:30 uur bleek het rijwiel verdwenen te zijn. Aangifte werd opgenomen.

Om 24:00 uur meldden de agenten Van der Worp en Kruit senior dat zij waren gewaarschuwd door journalist Meijroos dat er werd gevochten voor ijssalon Temps. Bij hun komst bleek de ruzie al bedaard te zijn, zodat zij niet hoefden op te treden.

Om 1:00 uur werd telefonisch om assistentie gevraagd bij de heer Witgenstraat 6, waar een dronken man aan de deur herrie maakte. Agent Kruit senior ging samen met Van der Worp per Chevrolet daarheen. Zij meldden daarna dat zij bij het genoemde perceel Cornelis Jan de Heer van de Eschdvoornbaan 76 hadden aangetroffen. Hij was licht onder invloed van alcohol maar niet dronken.

Bekijk transcriptie 



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/