Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Aelbert Cornelis van Grevenbroeck en de kinderen van Dirck Cornelis van Grevenbroeck erven elk voor een vierde deel. Heijliger Cornelis van Grevenbroeck erft het resterende deel. De testateur verklaart dat dit zijn laatste wil en testament is, dat na zijn dood moet worden uitgevoerd. Het testament is opgesteld in Tilburg op 25 juni 1768 voor notaris Andries van der Burgh in aanwezigheid van getuigen Adriaan de Roije, Jan Verschueren, Peter Geraect van Poppel en Monte de Voon. Op 28 oktober 1737 verschijnt Marcelis Pieter Marcelisse uit Hoort voor notaris Andries van der Burgh in Tilburg. Hij machtigt Walterus Molenbergh, procureur voor het gerecht van Tilburg, om een schuld van 50 gulden met rente in te vorderen bij Gerrit van de En en zijn vrouw, de weduwe van Adriaen Adriaen Francken, volgens een obligatie van 15 november 1714.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1770685 / 263  


Op 2 januari 1696 in Tilburg gaf Cornelis Jansz van Grevenbroeck, koopman, aan Sint Pieter de opdracht om namens hem zaken te doen met Arnold Bolengier en Joan van Mettenhorsten, factoren in laken in Amsterdam. Sint Pieter mocht laken kopen en verkopen die nog bij Bolengier en Van Mettenhorsten lagen. Ook mocht hij geld ontvangen of betalen volgens de gebruikelijke koopmanspraktijken aldaar. Cornelis Jansz van Grevenbroeck beloofde alles wat Sint Pieter in zijn naam deed te eerbiedigen. Getuigen waren Johan van Heyst en Oors Nelis Nouwens. De notaris was Wittebol.

Op 8 januari 1696 in Tilburg huurde Cornelis van Dorden van Jorden Adriaens van Doren een brouwerij met ketel, koelbak, kuipen, vaten en andere benodigdheden achter het huis van de huurder. Ook huurde hij een plek om brandhout te leggen, een plek voor hoenderen of varkens, een kelder in het achterhuis en een zolder. De huur duurde 2 jaar, beginnend op 1 december 1695 en eindigend op 1 december 1696, met een jaarlijkse huur van 36 gulden. Cornelis van Dorden verbond zich met zijn bezittingen om te betalen. Getuigen waren Jan van Doren en Cornelis Nouwens. De notaris was opnieuw Wittebol.

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 4069124 / 328  


In 1756 werd Anthoni Glarman benoemd als notaris voor de vrijheid en dingbank van Oosterwijk door de Leenhof van Brabant en Overmaas. Hij hield een register bij van notariële akten van 1756 tot 1758, genummerd van 1 tot 7. Enkele akten uit 1756:
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1730653 / 192  


Op 1550-03-31 maakten Jan Jansz (een zieke man in bed) en Grietge Jacobs Clouck (gezond) in Schiedam een testament op bij notaris Maerten Kouwenhove. Ze schrapten alle eerdere testamenten en maakten nieuwe afspraken. Getuigen waren Cornelis Vander Dusse (president-weesmeester) en Franchoijs Grevenbroeck (schilder). Ook Jacob Joppen, Joris Cornelisz, Willem Michielse van dick vander Dussen en Francoijs Grevenbroeck ondertekenden.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1500597 / 197  


In een huwelijksvoorwaardencontract tussen Hendrick Schellekens en Anneken Jansen van Grevenbroeck (ook wel dert Janse van Grevenbroeck genoemd) op 26 april 1700 in Tilburg werd afgesproken:

De partijen beloven deze afspraken na te leven en er niets tegen te doen. Getuigen zijn Hendrick Peijs en Adriaen Smittens, beide inwoners van Tilburg. De akte is ondertekend door Arnold van Loon, notaris.

Op 13 april 1700 in Tilburg erkennen Pieter Holler (voogd) en Leendert Haels (toezichthouder) namens de 5 minderjarige kinderen van de overleden Jan Holler (wiens moeder Cornelia Haels was) schuldig te zijn aan Dingna Gijsbert Hoffkens een bedrag van 200 Carolusgulden. Dit bedrag is geleend en moet binnen 1 jaar worden terugbetaald met een rente van 4% per jaar. De rente loopt door tot het volledige bedrag is afbetaald. De voogd en toezichthouder verbinden zich hiertoe met de bezittingen van de kinderen. Getuigen zijn Hendrick Peijs en Nicolaes van Dijck. De akte is ondertekend door notaris Arnold van Loon.

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1499736 / 291  


Op 23 april 1703 getuigt een man dat hij al lang jong plantsoen of pootsel (zoals els en beuk) als jonge heesters koopt en verkoopt om te verplanten. Hij heeft hiervoor nooit houtschot (een soort belasting) betaald of hoeven aan te geven. Ook de pachters van de houtschap hebben dit nooit geëist. Hij weet ook niet dat iemand hiervoor ooit is aangesproken. Hij vertelt dat hij en anderen dit altijd zo hebben gedaan. Bijvoorbeeld Aert Pieter Bogaart en Cornelis Janssen van Grevenbroeck hebben aan Antoni Lombaarts (toenmalig pachter of innemers van de houtschap) gevraagd of dit plantsoen ook onder houtschot viel. Antoni Lombaarts antwoordde dat dit niet hoefde, omdat het niet als houtschot gold. De getuige heeft zelf ook vaak plantsoen verkocht zonder dat er om houtschot werd gevraagd. De verklaring wordt ondertekend door verschillende getuigen, waaronder Peeter Janssen van Broeckhoven, Ariaen Clasen, Adriaen Peterboven, Jan een van rijff, Aert Jansen van Grevenbroeck en anderen. Sommigen kunnen niet schrijven. Op dezelfde dag, 23 april 1703, verschijnen Wouter Janssen van Laarhoven en Jenneke Janssen van Broeckhoven (een echtpaar) voor Abraham van Rotterdam, notaris in Oisterwijk (bij 's-Hertogenbosch). Ze zijn gezond en bij zinnen, maar bedenken dat het leven broos is en de dood onvermijdelijk. Ze willen hun testament opmaken. Eerst bevelen ze hun zielen aan bij God Almachtig, hun Schepper en Verlosser. Ook willen ze dat hun lichamen na hun dood eerlijk en christelijk begraven worden.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1659520 / 40  


Op 25 april 1740 kwam Anthoni Glaviman, een openbaar notaris die was toegelaten door de Edele Mogende Raad van Brabant en de landen van Overmaas in 's-Hage en woonachtig in de vrijheid Oosterwijk, samen met de getuigen Willem Grevenbroeck en Jan Hendrick Tabbers, die woonden onder de dingbank van Den Hout. Zij gaven aan dat hen via koop en opdracht, voor de schepenen van de vrijheid Oosterwijk op 1 juni 1739, een derde deel van een stuk akkerland was toegekomen. Dit land was in totaal 2,5 kopense groot en lag onder de genoemde dingbank van Oudenhout, bij de Huijsstraat aan de oostkant.

Zij sloten een overeenkomst waarbij Willem Grevenbroeck de voorste helft van dit derde deel zou hebben en behouden, en Jan Hendrick Tabbers de achterste helft, zoals zij dit zelf zouden afbakenen. Samen behielden zij het recht op de weg die daarbij hoorde. Willem Grevenbroeck moest aan Jan Hendrick Tabbers een voetpad over de genoemde erve leveren en laten.

De partijen beloofden deze afspraak naar behoren na te komen en deze altijd als geldig, vast en onveranderlijk te beschouwen. Zij verbonden zich hiertoe met hun persoon en goederen, nu en in de toekomst, zonder ooit bezwaar te maken of rechtszaken te voeren.

De akte werd opgesteld in de vrijheid Oosterwijk, op het kantoor van de notaris, in aanwezigheid van Franciscus Baeijens, koopman uit 's-Bosch, en Willem de Gier, inwoner aldaar, als getuigen. De akte werd ondertekend door Willem van Grevenbroek, Jans Hendrick Tabbert, H. Burger en De Gul Mij, met Harman als present.

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1703733 / 283  


Op 20 juli 1750 verscheen Johan Adriaan van Meurs, openbaar notaris in Den Haag, voor de heerlijkheid Bilborgh. Hij noteerde dat Leonard Goris, wijnkoopman uit Amsterdam, zijn zwager Jacob Maardingerwout, controleur van konvooien en licenten in Tilburg, machtigde om in zijn naam geld op te eisen van Anthonij van Grevenbroeck uit Oirschot. Dit betrof een openstaande schuld voor geleverde wijn, volgens een eigenhandige afrekening. Jacob Maardingerwout mocht: Hij mocht ook iemand anders aanstellen om deze taken uit te voeren. Alles wat in zijn naam werd gedaan, gold als geldig. Getuigen waren Jan Huijsmans en Hermanus Beckers, beide uit Tilburg. Leonard Goris en Jan Huijsmans tekenden niet zelf; Hermanus Beckers deed dit wel. De notaris, Jan Meus, bevestigde de akte.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1803089 / 417  


Op 19 september 1728 verscheen Janneke Elias Bock, weduwe van Aertjen Robben en woonachtig in Berckel, voor Andries van der Burgh, openbaar notaris in ’s-Gravenhage. Zij bevestigde een testament dat zij eerder, op 29 december 1726, had laten opmaken bij dezelfde notaris.

Zij benoemde als voogden over de onmondige kinderen van Aert Jacob Juggen en Aeltje (dochter van Jan Robben):

Deze voogden moesten samen of afzonderlijk de kinderen en hun bezittingen beheren voor hun welzijn. Ook benoemde zij dezelfde voogden voor de kinderen van Maria (dochter van Aert Jan Robben), wier vader Heijlige Aert Grevenbroeck was. Daarnaast werden Heijlige Aert Grevenbroeck, Anthonis Hove en Sack Brocken als voogden aangesteld.

Janneke Elias Bock sluit andere voogden en de schepenen van Oosterwijck uit, behalve hun wettelijke rechten. Zij vroeg om een officiële akte, maar kon door ziekte en zwakte niet zelf ondertekenen. De getuigen Bart Smulders en Adriaen Frans Arnelissen tekenden in haar plaats, samen met de notaris.

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1770668 / 279  


Op 6 oktober 1763 verscheen Willemijn Peeters van de Meegdenburgh, weduwe van Anthonij van Bergeijk, voor notaris Anthonij Garman in Oosterwijk. Zij gaf haar neef Pieter van den Meegdenburgh uit Huijslum volmacht.

De volmacht gold voor het innen van 100 gulden plus achterstallige rente. Dit bedrag was een restant van een lening van 400 gulden die Willem Grevenbroeck (ook wel Heijliger Grevenbroeck genoemd) uit Indenhout ooit had geleend tegen 4% rente per jaar. De lening was vastgelegd in een akte bij de schepenen van Oisterwijk op 24 september 1753.

Pieter van den Meegdenburgh mocht:

Willemijn Peeters van de Meegdenburgh beloofde dat alles wat Pieter van den Meegdenburgh in haar naam deed, geldig en bindend zou zijn. De akte werd opgesteld in het huis van Willemijn Peeters van de Meegdenburgh in Huijslum, in aanwezigheid van de getuigen Vincent van Dun en Arie van Huychum, beide inwoners van Huijslum. Omdat Willemijn Peeters van de Meegdenburgh niet kon schrijven, zette zij haar handmerk.

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1730658 / 73  


Op 20 september 1738 trouwden Henne en Peter van Jessel in Deijlinge, met Arien Martens Prieme als getuige. Voor Johan Ja Job Altesser, notaris in Oosterwijk (Meierij van 's-Hertogenbosch), verschenen Dirck Albertus en Te Lighe, broers en zussen en meerderjarige kinderen van de overleden Cornelis Jansse Grevenbroeck en Cornelia Verschueren. Zij woonden in de heerlijkheid Tilburg en maakten een erfenisverdeling van de goederen van hun ouders. Uit deze verdeling kreeg:
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1728094 / 10  


Op 15 januari 1732 kwam Dirck Cornelis van Grevenbroeck voor notaris Andries van der Burgh in Tilburg. Hij benoemde Hendrick Jan Hendrick Kuijl, Cornelis van Grevenbroeck en Mutsert als voogden over zijn minderjarige kinderen Anna Maria, Jan Baptiste en Petronella. Deze voogden moesten de kinderen en hun bezittingen beheren. Ze mochten onroerende goederen verkopen om schulden af te lossen. Dirck Cornelis van Grevenbroeck wilde dat niemand anders zich met de nalatenschap of voogdij bemoeide. Hij sluit alle rechten uit die hem als overlevende echtgenoot toekwamen. De akte werd opgesteld in aanwezigheid van de getuigen Adriaen Jan Moonen en Pieter Jan van Jarssel.

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1770685 / 18  


Op 3 mei 1695 kwamen Assuerus Beuns, notaris in Haarlem, en de meerderjarige dochters Geertruij, Cornelis en Nieske van Grevenbroeck bijeen. Zij waren de erfgenamen van hun overleden zus Margrieta van Grevenbroeck uit Waeringen. Zij gaven Anthonij van Grevenbroeck, die ook in Haarlem woonde, de opdracht om namens hen naar Waeringen te reizen. Daar moest hij de erfenis van Margrieta aannemen en verdelen met de andere erfgenamen. Daarnaast mocht hij schulden innemen, goederen verkopen en kwijtingen afgeven, net als zij zelf hadden kunnen doen. De akte werd opgesteld in aanwezigheid van de getuigen Anthonij van Doorn en Thomas Aeltijen van Greven Harmense.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975140 / 275  


Op 24 januari 1687 verklaren Hendrick Adriaen Pieters, Maria (zijn vrouw) en Peter Jansz de Roij voor notaris Cornelis Cloostermans in Den Haag het volgende: De verklaringen zijn bevestigd door de handtekeningen van de betrokkenen en getuigen Laurens Janssen en Pieter Reijliger.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1769092 / 405  


Op 8 november 1683 bevestigde Cornelis Janssen van Grevenbroeck, huwelijkse man in Tilburg, voor notaris Joannes Wittebol schuldig te zijn aan Pieter Jacob Rombouts uit Sprang een bedrag van 250 gulden. Dit betrof de aankoop van een brouwketel, een kuip en ander brouwgerei. Hij beloofde dit bedrag in termijnen te betalen: Bij niet-nakoming verbond Cornelis Janssen van Grevenbroeck zijn persoon en bezittingen. Getuigen waren Sint Cornelis de Wijs en heijliger Colen. De akte werd ondertekend door Cornelis de Wijs, heijliger Jan Kolen en Pieterken Peeters. Op 15 oktober 1685 bevestigde Claes Accembre van Tilburg voor notaris Wittebol 60 gulden ontvangen te hebben van Cornelis Janssen van Grevenbroeck uit de schuld van 250 gulden. Hiermee werd deze deel van de schuld kwijtgescholden. Op 15 november 1685 werd bevestigd dat Jan Adriaen Wijnen uit Sprang 20 gulden had ontvangen, waardoor de volledige schuld van 250 gulden was afgelost. Op 8 november 1683 verklaren Pieter Jacob Rombouts en Pieterken Peeters voor notaris Wittebol dat Pieter Jacob Rombouts 70 gulden afstond aan Jan Adriaen Wijnen uit Sprang en 60 gulden aan Claes Ariens van Tilburg uit Cappel. Beide bedragen kwamen uit de schuld van Cornelis Janssen van Grevenbroeck. Pieter Jacob Rombouts deed afstand van verdere rechten op deze bedragen. Op 10 november 1683 in Tilburg gaf Adriaen Arnt Maes, burgemeester en schepen, voor notaris Joannes Wittebol volmacht aan Johan van Breeij en Abraham van Deventer, kooplieden uit Amsterdam. Zij mochten namens hem vorderingen indienen bij de boedel van Daniel Reeckenen de Pas voor openstaande schulden, inclusief het innemen van geld en het afsluiten van akkoorden. Getuigen waren Sinte Jachgijsberts, Ingenjes de Eers en Peeter aan Willemssen. De akte werd ondertekend door Maes Jan Verschueren en Pieter aan Willemssen.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 4069195 / 58  


Op 23 maart 1723 sloten Elias Robben, een rooms-katholieke priester in Oosterwijk, en Cornelis Jacobs van Wessel een huurovereenkomst af voor een boerderij in Indenhout, nabij de Schoorstraat. De boerderij bestond uit een woonhuis, schuur, stal, hoven, akkers, weiden, heiland, hooilanden en straatse welden, bekend als de Grote Strijthoef. Cornelis Jacobs van Wessel huurde de boerderij voor 8 jaar, beginnend op 1 mei 1723 en eindigend op 1 mei 1731. De huurprijs bedroeg jaarlijks 155 gulden, betaalbaar op 1 mei of de gebruikelijke verhuurdag. Daarnaast moest Cornelis Jacobs van Wessel de gewone boerenlasten betalen en de eigenaarslasten dragen, voor zover deze gebruikelijk waren. Beide partijen konden de huur opzeggen voor Kerstmis 1726, waarna de huur zou eindigen op 1 mei 1727. Cornelis Jacobs van Wessel moest jaarlijks 200 dakpannen leveren, met een waarde van 10 gulden, en de kosten hiervoor dragen. Hij mocht wel de afval van de dakpannen houden. De daglonen voor dit werk werden ook door hem betaald. De overeenkomst werd opgesteld door notaris Anthonij Glaviman in aanwezigheid van getuigen H. Schaef, d’ Heer Elias Robben, heijliger van Grevenbroeck en Jacobus van den Hove.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1703627 / 42  


De erven van Cornelis Jansse Grevenbroeck en Cornelis Verschueren beloofden op 25 oktober 1720 in Oosterwijk om eventuele extra lasten samen te dragen en te vergoeden. Zij bevestigden dit openlijk en beloofden snel te betalen. Om dit kracht bij te zetten, lieten zij de akte van erfscheiding en verdeling op 25 oktober 1720 vernieuwen en bevestigen, hetzij voor de schepenen van 's-Hertogenbosch, hetzij op de plaats waar de goederen lagen. Dit gebeurde in aanwezigheid van Johan Althoffer, secretaris van de vrijheid en bank van Oosterwijk, en IJbert Swaens, oud-burgemeester, als getuigen. Dirk Cornelis van Grevenbroeck, Aelbertus van Grevenbroeck, heilige Cornelis van Grevenbroeck en Huijbert Aans tekenden met een kruisje omdat zij niet konden schrijven. Op 25 oktober 1785 werd een erfscheiding gedaan door de drie meerderjarige kinderen van Cornelis Jansse Grevenbroeck en Cornelis Verschueren. Voor notaris Johan Jacob Althoffer in Oosterwijk verschenen Wouter Francis, Adriaen en Johan van der Sterre (getrouwd met Maria), allemaal wonend in Den Hout, en Jan Broeke (getrouwd met Annemaria), wonend in Giersbergen. Zij waren allemaal meerderjarige broers, zussen en kinderen van Jan Beekelmans en Jenneke Bouwens. Zij bevestigden dat zij een erfscheiding en verdeling van de goederen hadden gedaan die door hun moeders waren nagelaten. Hierbij viel Wouter, zoon van Jan Boekelmans, een deel van de erfenis toe.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1728094 / 15  


Op 23 oktober 1700 maakten partijen afspraken over de afval die niet gebruikt kon worden voor reparaties aan de molen of het huis. Ze beloofden om hiervoor te zorgen en stelden hun bezittingen als zekerheid. Adriaen Adriaensz van Eersel trad op als borg en hoofdsculdige. Dit gebeurde in Heusden voor notaris Gravia en getuigen Cornelis van Heusden en Jacob Gerrit Haes. De kosten bedroegen 4 gulden. Op 11 november 1700 kwamen in Oosterwijk verschillende erfgenamen van Adriana van Hemert bijeen, waaronder Adriaen Adriaensz van Eersel, Willem Grevenbroeck, Albert Cornelis Grevenbroeck, Jan Baptist, Amamaria weduwe Adriaen de Cort, Adriaen de Bont, Johanna Grevenbroeck weduwe Jan Piggen, Maria Stijligers Grevenbroeck, Petronella Cornelia Colen, Jan Roijmans, Huijbert van Berkel, Annamaria Geraerts van der Put, Johannes de Cock, Francois de Coninck, Guilhelmus de Coninck en Arnoldus Pinenborg. Zij gaven Adriaen Adriaensz van Eersel en Willem Grevenbroeck de opdracht om de nalatenschap van Adriana van Hemert te beheren. Dit omvatte het taxeren van goederen, het betalen van belastingen, het innen van schulden en het verkopen van bezittingen. Dit gebeurde voor notaris Anthonij Glaiman en getuigen Stephanus van der Henst en Rer van Hemert.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1703733 / 321  


Francis Jan Piggen had een overleden halfbroer. Als deze zonder wettige nakomelingen zou overlijden (wat gebeurd is), dan moesten diens erfgenamen de overgebleven goederen na zijn dood afstaan aan de naaste familie van zijn grootvader Adriaen Gommerts de Cort aan vaderskant. Deze familie, zonder verdere sterfgevallen, bestaat nu uit de ondertekenaars. Zij ontvangen een bedrag van 400 gulden. De moeder van de overleden halfbroer, Johanna Grevenbroeck, leeft nog. Daardoor is de erfenis nog niet definitief toegekend, want het is onzeker wie na haar dood het dichtst in leven is en recht heeft op het geld. Johanna Grevenbroeck wil graag de laatste wil van haar zoon uitvoeren en zich ontdoen van de 400 gulden (ondanks dat ze niet verplicht is). De ondertekenaars, als rechtmatige ontvangers, bevestigen dat zij de 400 gulden van Johanna Grevenbroeck (eerst weduwe van Jan de Cort en later van Jan Liggen) in zijn geheel hebben ontvangen en betaald gekregen. Zij ontheffen Johanna Grevenbroeck en haar erfgenamen hiervan en beloven geen verdere claims te maken, nu of in de toekomst. De akte is opgesteld in Oosterwijck op het kantoor van de notaris, in aanwezigheid van Arnout van Huis en Jan de Gier (inwoners aldaar) als getuigen. Datum: 12 oktober 1700. Ondertekend door: De ondertekenaars bevestigen namens de betrokkenen dat zij, indien zij later (in zijn geheel of gedeeltelijk) recht zouden hebben op de 400 gulden, deze als voldaan en betaald beschouwen en Johanna Grevenbroeck hiervan ontheffen. Ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1703736 / 125  


Op 2 januari 1700 verscheen Anthonij Glavina, een openbaar notaris die in Den Haag was toegelaten door de Edele Mogende Raad van Brabant en het Land van Overmaas, voor notaris in de vrijheid Oosterwijk. Hij bevestigde in aanwezigheid van getuigen dat Elias van Grevenbroeck tevreden was met het beheer en de administratie die zijn broer Willem van Grevenbroeck (wonend in Den Hout) voor hem had uitgevoerd. Dit was gebaseerd op een volmachtbrief die op 15 januari 1748 was opgesteld door de heren burgemeesters, schepenen en raad van Groningen.

Elias van Grevenbroeck ontheffende Willem van Grevenbroeck van verdere verantwoording, rekening of bewijs. Hij bedankte zijn broer voor het zorgvuldige beheer van zijn goederen en verklaarde hem vrij van alle verplichtingen hieromtrent. Deze vrijwaring zou voor altijd gelden, onder verantwoordelijkheid van Elias van Grevenbroeck en zijn bezittingen.

De akte werd opgesteld in Oosterwijk op het kantoor van de notaris, in aanwezigheid van Arnout van Nuijs, Jan Wouters van de Wijs en Jan van Mij als getuigen.

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1703736 / 76  


Op 1712-01-13 verscheen Jan van Grevenbroeck voor Michiel van Tilburgh, een openbaar notaris van het Hof van Holland in Den Haag. Hij bevestigde een huurovereenkomst te hebben gesloten met de notaris en Dirk van Sasburgh, heer van Mangen, voor 17 landerijen in Klein Asperen. De huur gold voor 4 jaar, van 1712 tot 1715, tegen een jaarlijkse huur van 23 gulden per landerij. In totaal betaalde Jan van Grevenbroeck dus 391 gulden en 10 stuivers per jaar. Voorwaarden: Michiel van Tilburgh bevestigde ook dat hij op dezelfde dag een nieuwe huurovereenkomst had gesloten met Jan van Grevenbroeck voor de helft van de 17 landerijen in Klein Asperen. Deze huur gold eveneens voor 4 jaar, vanaf 1712, tegen 23 gulden per landerij per jaar. In totaal betaalde Jan van Grevenbroeck dus 195 gulden en 10 stuivers per jaar. Deze nieuwe overeenkomst had dezelfde voorwaarden als een eerdere huurovereenkomst uit 1708-03-26, behalve dat de kosten voor de huurovereenkomst nu voor rekening van Michiel van Tilburgh kwamen. Jan van Grevenbroeck moest de nieuwe huurovereenkomst ondertekenen en voldoende borg stellen.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1739600 / 161  


Op 19 augustus 1668 verklaren Rien Jacobsz Copper, wonend in Ketel, en Leendert Pietersz van de Velde voor notaris Jacob Bollaert in Schiedam dat Rien Jacobsz Copper twee melkkoeien (een bonte en een blauwe) heeft verkocht aan Leendert Pietersz van de Velde.

De koeien zijn naar tevredenheid geleverd voor een bedrag van 110 Carolusgulden (40 groten per stuk). Rien Jacobsz Copper bevestigt het volledige bedrag ontvangen te hebben.

Beide partijen verbinden zich tot nakoming van de afspraak, met inbegrip van alle rechten en lasten, inclusief die van de Hoge Raad van Holland.

Aanwezig als getuigen zijn Herman van der Bilt (boodschapper) en Dingman Franssz.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1529286 / 94  


Op 18 en 20 mei 1695 werden in Haarlem twee notariële akten opgesteld door notaris Adriaen van Gellinchuijsen. In de eerste akte, opgesteld in het huis van de testatrice, verklaren Lambert te Meulenbroeck, Jannetje Everts van Grevenbroeck (met haar man Marinus Joosten), Zara Everts van Grevenbroeck (met haar man Roeloff Roeloffsz) en Bartelt Hendricxsz (getrouwd met Susanna Jans van Grevenbroeck) namens zichzelf en hun overleden grootvader Jan Evertsz van Grevenbroeck een vijfde deel van een huis aan de Ritterstraat in Haarlem over te dragen aan Hans Jansen Rasch en Geertruij Dircxsz. Ze beloven het deel vrij van schulden te leveren en alles te doen wat nodig is om de overdracht geldig te maken. Getuigen zijn Adriaen Mens (secretaris van Voorhout) en Cornelis Claesz. In de tweede akte, opgesteld bij de Schalkwijckerpoort in Haarlem, geeft Gerrit Jansz als voogd van zijn minderjarige kinderen volmacht aan Pieter om namens hen alle zaken, zowel eisende als verwerende, te behartigen. Dit omvat het innnen van schulden, het voeren van rechtszaken, het ontvangen van geld, het geven van kwijtingen en het sluiten van schikkingen. Ook mag Pieter alles doen wat nodig is om de belangen van de kinderen te behartigen. Getuige is opnieuw Adriaen Mens.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975182 / 117  


Op 15 februari 1650 maakte Evert Evertsz van Grevenbroek, inwoner van Haarlem, een testament op. Hij was gezond en bij zinnen. Hij schrapte alle eerdere testamenten en besloot zijn bezittingen opnieuw te verdelen. Hij liet na aan: De rest van zijn bezittingen (roerend en onroerend) verdeelde hij gelijkelijk onder Jan Evertsz van Grevenbroek, Susanneken Everts van Grevenbroek, Dirck Ebertsz van Grevenbroek, Abraham Evertsz van Grevenbroek en Saertgen Eberts (de dochter van zijn overleden zoon Evert Evertsz van Grevenbroek). Ieder kreeg een vijfde deel, met het recht om hun aandeel vrij te gebruiken of door te geven. Het testament werd opgesteld in Haarlem, in de Kleine Houtstraat, in aanwezigheid van de getuigen Heijndrick Jansz (schoenlapper) en Barent Heyndricxsz Linneweck. De notaris was Casewindius.

Op 16 februari 1650 kwamen Servaes Pietersz Blaeureeder, Gerrit Pietersz Lintwercker en Int Gerritsz (ook lintwercker) voor notaris Casewindius in Haarlem. Zij hadden een geschil over de waarde van goederen die Servaes Pietersz had gekocht van Jan Gerritsz (vader van Gerrit Pietersz en Int Gerritsz). Ze kwamen overeen dat Gerrit Pietersz alle goederen die Servaes Pietersz van Jan Gerritsz had gekocht, zou overnemen. De prijs zou worden vastgesteld door drie scheidsmannen: Dam Visscher, Abraham Martsz en Daniel Goderis. Servaes Pietersz moest alle documenten en bewijzen over de aankoop aan Gerrit Pietersz overhandigen. Beide partijen beloofden zich aan deze afspraak te houden en geen verdere claims te maken. Het akkoord werd getekend in het huis van Johannes Aker (klerk van de notaris), in aanwezigheid van de getuigen Zouduwijn Jansz, Jan Jansen en Gerrit Pietersz.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975005 / 84  


Op 19 december 1613 werd Magdalena Dueuen, weduwe van Frederich van Rostorff en Gerritz, en op 19 december 1613 ook Cornelis van Huchtenbrouck, zoon van Johan van Huchtenbrouck, doorverwezen naar de Raad van State voor hun verzoeken. Elysabeth Gerrits van Dalen, weduwe van Pieter Naggers, vroeg om extra geld bovenop de 100 pond Vlaams die haar al was toegekend. Dit verzoek werd afgewezen. Hugo Griffin kreeg zijn extra salaris van 10 gulden per maand verlengd met nog eens 6 maanden. Jan Baeck, een Schot die onder Johan Hamelton had gediend en zijn rechterarm bij Sluys was kwijtgeraakt, mocht zich wenden tot de Raden van State om behandeld te worden als andere gewonde soldaten. Elsgen Jansdr., een arme weduwe van Lambrecht Lambrechtsz, kreeg uit medelijden 18 gulden, in plaats van de eerder toegekende 12 gulden die ze niet had ontvangen. Op 20 december 1613 was er niets beslist onder voorzitterschap van Clant. Op 21 december 1613 waren Pieck, Biesman, Luchterenvoocht, Lennep, Magnus, Joachimi, Goyer, Moesbergen en Tengnagel aanwezig. Schoonburch, afvaardiger van Churvorst Paltzgraaf, vroeg om een snelle beslissing op zijn punten, omdat hij zijn reis naar de koning van Groot-Brittannië wilde voortzetten. Na overleg werd besloten dat een snelle beslissing niet mogelijk was, omdat afvaardigingen van sommige provincies afwezig waren. Als Schoonburch zijn reis wilde voortzetten, zou de zaak later worden behandeld. Ook werd besloten zijn verblijf in de herberg af te spreken. Daniel de Blyer van Noortwyts en Fredenck Mathyss van Lubbrecht, burgers van Utrecht, kregen een octrooi voor 10 jaar om in de Verenigde Nederlanden een instrument of molen te maken en te gebruiken om ondiepe binnenwateren en havens te verdiepen tot 10, 12, 20 of meer voet diepte, zonder de scheepvaart te hinderen. Ook kregen ze toestemming voor een watermolen om sluizen aan te leggen, zelfs als de fundamenten 20 of 25 voet diep moesten zijn. Niemand anders mocht deze instrumenten in die periode maken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3170 / 0775  



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/