Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Jacoba Edam was de eigenaar van de volgende tot slaaf gemaakte mensen:
- Martha, ook wel Maarsteg genoemd
- Catharina Johanna Ledenberg
- Dido, ook wel Ollooij genoemd, en haar kinderen:
- Deeder Welenal
- Henrietta Francina Vroom, ook wel Vetta genoemd
- Abraham, ook wel Osdod genoemd
- Hendrik, Johanna, Anthony Odrag en Jacoba Wendrina, met de kinderen:
- Abraham en Johannes, met Abraham die ook Raphael Goedharto werd genoemd
- Santje Dapper (ook Santje)
- Doris Ruimveld (ook Doris)
- Charles Keciphout (ook Charles)
- Christiana Biervliet (ook Christiana)
- Wilhelmina, ook wel Nanly genoemd, met haar kind Jansje Margaretha
- Antoinetta Straatweg (ook Sansje Margaretha)
- Hendrike en Everhardus Hendrik Moestuir
- Leentje en Josephina Hupseh (ook Welena)
- Hetty, Agathia en Wetty Behoorlyk
- Johannes Bernhard, ook wel Onvermoeid genoemd
- Richard Arnold Wermelijns (ook Richard) en Jacques Johan Arnoldus (ook Jacques)
- Magdalena, ook wel Maydalena genoemd
De namen van de tot slaaf gemaakte mensen werden soms aangevuld met een bijnaam of een andere versie van hun naam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 3367 / 0222
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320363 / 154
Op een bepaald moment werd een wisselbrief (een soort schuldbekentenis) getoond en overhandigd door Jacob Vincke namens Mathijs Vinckel. Hij vroeg om directe betaling van deze wisselbrief. Toen kwam Roelof Bos, een schipper, die namens JJ Winckel antwoordde. Hij zei dat zijn vader de wisselbrief niet zou betalen, omdat er geen voorraad (goederen) was.
Daarom liet de notaris een officiële verklaring opstellen tegen S. Winckel dat de betaling was geweigerd. Ook werden extra kosten, zoals rente, wisselkosten en andere schadevergoedingen, genoemd. Dit alles gebeurde in Amsterdam in het bijzijn van Jan el en Dirck van der Groe als getuigen.
De notaris, A. Lock, bevestigde dit op 28 januari in het notarieel register DV: Groe 281, met vermelding van Hans Jansen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965484 / 48
In
17 november 1712 werd in
Batavia (in het kasteel) een lijst opgesteld met namen van mensen die waarschijnlijk om hulp of ondersteuning vroegen. De volgende personen stonden op de lijst:
De lijst werd opgeschreven door
Jacob Jaas en
Petrus Vuijst.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1950 / 0984
De overheid nam in
980 het retourschip
Westerdijkshorn over, inclusief de lading en buitgemaakte goederen. Aan boord waren militaire ambtenaren en soldaten die hiermee naar huis zouden terugkeren. De volgende personen stonden geregistreerd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1950 / 0983
Op
16 oktober 1784, op een zaterdagavond rond
11 uur, verscheen
Judith Rattink, een oudere, ongehuwde vrouw, voor
Johannes Petrus Ruenen, een officiële notaris in
Haarlem. Zij woonde op dat moment bij
Meyndert Luyter in het
Sint Pieterstraatje in
Haarlem. Hoewel ze ziek en bedlegerig was, was ze helder van geest en wilde ze haar laatste wil vastleggen.
Ze begon met het intrekken van
alle eerdere testamenten of andere documenten over haar nalatenschap. Daarna bepaalde ze wie wat zou erven:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974734 / 158
Op
28 juli 1753 ’s avonds om
9 uur kwamen
Willem van Maanen, wijnkoper, en
Lena Bos, een echtpaar wonend in
Haarlem op de
Kruisweg, voor notaris
Wernerus Köhne. Zij waren gezond en helder van geest en wilden een testament opstellen.
Zij verklaarden:
- Alle eerdere testamenten, codicillen (aanvullingen op testamenten) en andere uiterste willen werden ingetrokken en hadden vanaf nu geen waarde meer.
- Zij benoemden elkaar tot enige en volledige erfgenaam. Dat betekende dat als een van hen als eerste zou overlijden, de langstlevende alles zou erven: alle bezittingen (zoals meubels en onroerend goed), geld, schulden die anderen nog aan hen hadden, en alle rechten. De langstlevende mocht met deze erfenis doen wat hij of zij wilde, alsof het volledig eigen bezit was.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974575 / 999
Lena Bos, een huishoudelijke hulp en echtgenote van
Andries Herdst, belooft in
Amsterdam op
[datum onbekend] officieel dat zij:
- een waarborg (financiële zekerheid) zal geven,
- alles zal doen wat nodig is om een aanklacht wegens smaad (valse beschuldiging) af te handelen,
- zelf aanwezig is in deze zaak en niet de mogelijkheid of het geld heeft om verder juridische stappen te ondernemen.
Zij verklaart ook dat zij alle afspraken en uitspraken in deze kwestie zal accepteren en nakomen. Deze verklaring wordt opgesteld in het bijzijn van de getuigen
Meseroij en
Hanna Zweerts.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 605561 / 486
Op
31 augustus 1686 verscheen
Scharel Gresnich, een koopman uit
Haarlem, voor notaris
Dirk van der Groe. In aanwezigheid van getuigen verklaarde
Gresnich onder ede, op verzoek van
Anthonio Maire (ook koopman in
Haarlem), het volgende:
- Gresnich had eerder honderden pond Haarlemse pijpkoralen gekocht van Maire voor 18 stuivers per pond, met korting:
- 1% voor gewichtsverlies
- 1% voor snelle betaling ("contant")
Dit was de gebruikelijke prijs voor koralen die op "huisgewicht" (standaardgewicht) werden verkocht.
- Later kocht Gresnich dezelfde koralen voor 16 stuivers en zelfs 15 stuivers per pond van Maire.
- Gresnich ontdekte rond maart-april 1686 dat de koralen ook door Joris Colonius (wonende in de Warmoesstraat in Haarlem) werden verkocht. Hij klaagde hierover bij Maire, omdat de glasblazers Jda en Jacomo Pallada uit Haarlem de koralen voor lagere prijzen zouden verkopen of laten verkopen.
- Maire beloofde dit tegen te houden, omdat de glasblazers hem schade berokkenden door tegen hun afspraken met Maire in te gaan. Zij mochten de koralen namelijk niet zelf verkopen of laten verkopen.
- Gresnich hoorde dat Joris Colonius tijdens het contract van Maire partijen Haarlemse pijpkoralen verkocht aan anderen, zoals Samuel Terhiel en Daniel Waywel.
- Rond mei-juni 1686 werden Gresnich namens Terhiel en Waywel meerdere keren Haarlemse bijtkoralen aangeboden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606772 / 464
- Op 22 juni 1616 in Amsterdam eist Insumant (de eiser) dat zijn "meesters" (opdrachtgevers) en hijzelf schadevergoeding krijgen als er langer gewacht wordt met betalen. Hij dreigt met een klacht als dat nodig is.
- Insumant zegt dat hij met de koper heeft afgesproken om 12 vaten goederen te leveren. Hij heeft al 56 gulden ontvangen, maar er is nog 100 gulden openstaand. Als dat betaald wordt, levert hij de goederen direct.
- Dit gebeurt officieel in het bijzijn van de getuigen Evert de Marre en Gerrit van der Groe.
- Later, op dezelfde dag, wordt in aanwezigheid van dezelfde getuigen en op verzoek van heer Gerrit Scherf (de koper) een nieuwe overeenkomst opgesteld. Insumant moet nu 639 gulden betalen voor 9 stukken "boratte" (een soort stof) die eerder genoemd waren.
- Insumant vraagt om directe levering zonder verdere vertraging. Als dat niet gebeurt, herhaalt hij zijn eerdere dreiging met een klacht.
- De koper (geïnsinmeerde) houdt vol dat hij bij zijn eerdere standpunt blijft.
- De notaris, D. van der Groe, bevestigt dat alles correct is opgeschreven en ondertekent de akte.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606839 / 474
Op
10 december 1751 verscheen een groep mensen voor de gerechtsleden
Jan Hendrik Dies en
Joannes de Leeuw in de stad
Galle. Zij bevestigden onder ede – met opgestoken vingers en de woorden
"Zo waarlijk helpe mij God Almachtig" – een eerder rapport over de inspectie van het retourschip
Bloemendaal en de benodigde reparaties. De volgende personen waren aanwezig en tekenden of maakten een kruisje:
De notaris
J. de Vos bevestigde de echtheid als griffier, en de gerechtsleden tekenden voor akkoord.
Voor het schip
Bloemendaal werden de volgende reparaties en voorraden goedgekeurd, op basis van een lijst van noodzakelijke zaken:
- Touwen en zeilen:
- 1 groot fokkewant (zeiltouw)
- 1 fokkestag (steunmasttouw)
- 1 voorbramsteng (mastonderdeel)
- 1 reserve-steng (mast)
- Hout en onderdelen:
- 30 vadems (oude maat, ongeveer 60 kubieke meter) brandhout voor het fornuis
- 90 hels (planken) en 7 deggens (latten) om vatwerken te repareren
- 12 halve reparten (houten planken) voor de scheepszijden
- Overige reparaties:
- Koperen goederen repareren
- Touwen (strengmast, dubbelhuid, delanthaarns) vervangen
- Sloten, vensters in de kajuit en kamers, en glasramen in de nachthuisjes (toiletten) herstellen
De lijst werd goedgekeurd door:
De bemanningsleden
Pieter Fruijt (onderluitenant),
Andries Herfst (onderstuurman),
Jan ten Gronde (bootsman) en een matroos bevestigden dat deze spullen
absoluut noodzakelijk waren voor de reis.
Tot slot werd een verzoek gestuurd aan
Gerrard Joan Vreelandt, een hoge ambtenaar (raad en gouverneur van Ceylon), om de goederen volgens de lijst van kapitein
Steven Baade te leveren. De totale kosten bedroegen
35 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2796 / 0016
In
Gale verklaarden enkele getuigen (attestanten) op
onbekende datum dat bepaalde goederen aan boord van een schip versleten, kapot of onbruikbaar waren geraakt. Ook ontbraken er spullen die nodig waren voor de verdere reis.
De getuigen zeiden dat:
- de benodigde reparaties niet aan boord konden worden uitgevoerd;
- de overgebleven goederen essentieel waren voor noodgevallen tijdens de reis;
- ze deze verklaring onder ede (een plechtige belofte om de waarheid te spreken) bevestigden.
De verklaring werd opgesteld in aanwezigheid van de getuigen
Hendrik Ditmers,
Frederik Christiaan Frobus en
Clercquen. De tekst werd ondertekend door de getuigen, de attestanten en
N=s B3:t Martheze, een beëdigd klerk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0100
- Er moesten reparaties uitgevoerd worden aan een schip voor de terugreis. De volgende werkzaamheden waren nodig:
- Gaten in het dek hakken voor een nieuwe pomp.
- De pompbuis en de pomp zelf installeren.
- De boot en het schuit (klein vaartuig) naar de wal halen voor onderhoud:
- Calfaten (kieren dichtmaken met hennep en pek).
- Boeisel (reling) repareren.
- Het vlak (platte bodem) van de laatste boot spijkeren.
- Een nieuw roer maken.
- Het grootste deel van het lopend touwwerk (touwen voor zeilen en masten) was versleten en moest vervangen of bijgemaakt worden met nieuwe touwen.
- De overige zeilen moesten gerepareerd worden.
- Andere gebreken die tijdens het timmeren en calfaten gevonden zouden worden, moesten ook verholpen worden.
- De deskundigen (attestanten) verklaarden dat deze materialen niet in Batavia (het huidige Jakarta) waren aangeschaft.
- Sommige onderdelen waren wel goedgekeurd in Batavia en stonden in de kostenberekening en inventarislijst.
- Deze onderdelen hoorden bij het schip, maar waren tijdens de reis beschadigd geraakt.
- Voor de terugreis waren nieuwe materialen absoluut noodzakelijk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0099
Joh. (waarschijnlijk de inspecteur) vond de volgende problemen bij de inspectie van het schip:
- De lijtuilen (touwen om zeilen mee te bedienen) en spieren (dikke touwen) waren versleten of kapot.
- De grote bramzeil (een type zeil) ontbrak.
- De grote draaireepen (touwen om het roer te bedienen) en het stuurreep (touw voor het sturen) waren op meerdere plekken beschadigd of gespleten, waardoor het roer (stuurmechanisme) niet goed werkte.
Daarnaast waren er nog meer noodzakelijke reparaties nodig:
- Het schip moest van binnen en buiten gekalfat (afgedicht met pek en hennep) worden.
- Er moesten schotten (scheidingswanden) in het ruim (laadruimte) komen om de lading te scheiden.
- Er moest een waterschot (waterdichte wand) en een nieuw luik (deksel) met hang- en sluitwerk voor het watergat (opening om water af te voeren) gemaakt worden.
- Er moest sapanhout (hout voor reparaties) in het ruim geschalmd (op maat gemaakt) worden.
- De dubbelhuid (extra laag hout aan de zijkant) aan bakboord (linkerkant) moest gerepareerd worden.
- De blaasbalken (ondersteunende balken) moesten vervangen worden.
- De stroken (houten planken) bij de steven (voor- en achterkant van het schip) moesten verwijderd en met lood afgedekt worden.
- Er was een lek bij de boeg (voorzijde), dat gemaakt moest worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0098
Op
7 november 1762 verschenen er verschillende bemanningsleden voor
Nicolaas Bernardus Martheze, de boekhouder en eerste klerk van het
Galjot Commando. Aanwezig waren ook de getuigen:
Al deze mannen, die allemaal op het retourschip
Amerongen dienden, bevestigden onder ede – op verzoek van kapitein
Jan Spek – dat de volgende goederen tijdens de reis van
Batavia naar de huidige locatie beschadigd, versleten of onbruikbaar waren geraakt:
- 2 stukken (de exacte goederen worden niet genoemd).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0097
-
Op 20 september 1882 trouwden in Amsterdam twee stellen in het gemeentehuis.
Hendrik Joosten, 57 jaar en werkzaam als matroos (varensgezel), geboren in Les maar ingeschreven in Delfzijl, weduwnaar van Anna Cornelia Melkert, en Catharina Elizabet Mulder, 58 jaar, zonder beroep, geboren en wonend in Amsterdam, weduwe van Jan Willem Machiel Hommelsberg, gingen een huwelijk aan.
Heinrich Wilhelm Tamborowski, 38 jaar, koffiehuishouder, geboren in Elbing (Duitsland), en Clara Marie Erdmund Liedtke, 26 jaar, zonder beroep, geboren in Amsterdam maar woonachtig in Danzig, gingen ook een huwelijk aan.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1940055 / 10
Op 25 september 1716 liet mevrouw Maria Susanna Jannette, gescheiden vrouw van Hendrik Jan van Wijk, bij een notaris in Amsterdam vastleggen dat ze bij helder verstand was. Omdat het moment van sterven onzeker is, trok ze alle eerdere testamenten en andere laatste wensen in.
Ze maakte een nieuwe regeling:
- Haar zoon David van Wijk kreeg het familiewapen, maar met de voorwaarde dat dit na zijn dood naar zijn oudste broer ging (als die nog leefde) en daarna naar de volgende broer, tot aan de jongste.
- Haar zoon Hendrik Jan van Wijk kreeg haar geliefde tafeltje.
- Haar jongste zoon Hermanus van Wijk kreeg een gouden zakhorloge.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974495 / 169
In haar testament bepaalt de vrouw (de
Testatrice) wie haar bezittingen erft na haar dood:
Ze wijst de volgende personen aan voor belangrijke taken:
- Uitvoerders van haar testament en beheerders van haar nalatenschap: haar zoon David van Wijk en Jan Jacob Du Buquoy (schout en secretaris van Spaarwoude).
- Zij mag later nog extra personen toevoegen aan deze lijst.
- Deze beheerders mogen zelf geschikte personen kiezen om hen te helpen, die dezelfde bevoegdheden krijgen.
- Zij sluit hierbij Weeskamers (instanties voor wezen), andere rechtbanken, vrienden en buitenstaanders uit van invloed op haar nalatenschap.
De vrouw houdt zelf het recht om:
- Legaten (speciale erfenissen) en andere afspraken te maken, aan te passen of in te trekken.
- Uitvoerders, voogden en beheerders te benoemen of te ontslaan.
- Dit te regelen via een notaris, onderhands, of mondeling met minstens twee getuigen.
Alles wat zij later toevoegt of wijzigt, moet net zo geldig zijn als dit testament. Dit is haar
laatste wil, die na haar dood precies moet worden uitgevoerd.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974495 / 170
Johanna Helena van Hest, weduwe en beheerder van de erfenis van haar overleden man
Dionisius Adriaan van Berkel, verscheen op
10 mei 1776 voor notaris
Johan Adriaan van Meurs in
Tilburg. Zij was ook aanwezig als moeder en voogd van haar twee minderjarige kinderen, die zij had met
Dionisius Adriaan van Berkel.
Zij bevestigde dat zij een schuld had van 150 gulden aan
Norbarters de Canter, eveneens woonachtig in
Tilburg. Dit bedrag was geleend als contant geld, en zij beloofde dit terug te betalen bij het eerste verzoek. De schuld moest worden afgelost in munten, inclusief rente.
In de tekst werden ook verschillende andere personen en families genoemd, waaronder:
- Franciscus Johan Erflaten, Cornelis Raet, Elisabeth Jansen Back (aangetekend onder nummer 173), Cornelia van Eersel (15 jaar), Engelen Adam van Re, Hendrik Steel, De Smalders (kinderen afwezig), Jan van Eersel, Adriana van Eersel, Willem Aen, Johanna Hendrica, Arie Reinen Reyne, Cornelis Hendrik Adriaan, Antonet Gysberding, Hendrik Snellen en Jan Snellen (voogden), Hendrik Ellen Snellen (16 cent), Michiel van Peersel (kinderen), Elisabet van Esel (4 kinderen, Donders als voogden), Gijsbert van Eersel, Jack Peter Corssenaar, Catharina Petrium, Hendrik Jan van Reyne, Johanna Boijens, Frans van Sel (10 hele eijzers), Jan van Beurde (9 handen, 5 kussens), en Neerse Rock (uit Tessel, 10 cent, afwezig).
De notaris
Johan Adriaan van Meurs was beëdigd door de
Edele Mogende Raad en Leenhof van Brabant en de landen van Overmaas in
's-Hage en woonde in
Tilburg.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1818962 / 57
- Op 21 juli 1802 bevestigt F. T. Wessels, rechter van het landgericht in Oldenzaal, dat Lucas Nijkers en zijn vrouw Janna Geerdink uit Weerselo voor hem en getuigen J. Willemsen en J. Rasink verschenen zijn.
- Zij verklaren dat ze, na ontvangst van 137 gulden en 10 stuivers, een stuk land van 6 spind (een oude maat voor landerijen) op Dijkerskamp in Weerselo overdragen aan Naander Wanders, ook uit Weerselo.
- Het land grenst aan Voordinkland en Steendijksmaat en wordt met alle rechten en plichten (zoals erfenisrechten) definitief overgedragen.
- Lucas Nijkers kan niet schrijven, dus ondertekent Alex Naguel namens hem. De akte wordt bevestigd en verzegeld door de rechter.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 2836183 / 49
- Op 1 maart 1762 werd besloten dat wie een verzoek wilde indienen voor het overnemen van bepaalde belastingen (admodiaties) of daarvan af wilde zien, dit binnen 3 maanden bij de stad moest aanvragen. Wie dit niet deed, verloor het recht op deze belastingen en moest bovendien een kwart van het bedrag dat hij ervoor had betaald, terugbetalen. Zo zou de stad geen financiële schade lijden terwijl er naar andere geïnteresseerden werd gezocht.
- Gerrit Greve, een chirurgijn in Stad, werd op 8 februari 1762 benoemd tot stadsbreukmeester (een soort medisch specialist). Hij verving Gerrit Bosch, die vrijwillig afzag van deze functie. Greve moest zich houden aan de bestaande of toekomstige regels voor deze functie. Bosch behield wel zijn inkomen uit deze functie voor de rest van zijn leven.
- Otto van Stuijvenberg, een burger en koopman in laken in Stad, kreeg op 8 februari 1762 een uitzondering op de regels van het gilde voor passementwerkers (versieringen op kleding). Hij mocht lid worden van dit gilde, mits hij het vereiste gildegeld betaalde.
- Helena Hassing en Gerarda Quint, beide lid van de Gereformeerde Kerk, kregen op 22 februari 1762 toestemming om een kinderschool te beginnen. Zij moesten zich wel strikt houden aan de bestaande of toekomstige regels voor scholen.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 4101229 / 118
-
7 juni (jaar niet genoemd):
-
24 mei (jaar niet genoemd):
-
25 mei (jaar niet genoemd):
- Henric de Wilde en Machiel Gherys uit Weerde (onder de heer van Grimbergen) huren voor 8 jaar de tienden (belasting op oogst) van de heren van Zellaer in de Sint-Romboutskerk te Mechelen. Deze tienden gelden voor de parochie en het dorp Weerde.
- Zij moeten jaarlijks op Sint-Andriesmis (30 november) 69 kwartelen (≈ 345 liter) goede Mechelse rogge betalen aan Roebosch Herman van den Bossche (als vertegenwoordiger van de kerk) en de Broeders van het Heilig Sacrament.
- De pachters mogen de tienden niet doorverhuren of delen met anderen. Als ze dit wel doen, mogen de heren van Zellaar nieuwe pachters zoeken.
-
25 mei (jaar niet genoemd):
- De erfgenamen van de overleden Francon en Anthonis (zonen van de overleden Gabriel van Heffene) en de overleden Anthonis Jorys van Heffene (broer van Francon en zoon van de overleden Vranck van Heffene) hebben hun erfenis verdeeld. Dit betreft landerijen in en rond Mechelen die zij erfden van Vranck van Heffene en Lysbetten Tyman (zijn vrouw).
- Anthonis van Heffene (zoon van Vranck) krijgt:
- De hoeve Oliviersgoed met huizen, land, essen, vol bos en wilgen in Hever, inclusief jaarlijkse pachtinkomsten.
- Anthonis van Heffene (zoon van Gabriel) krijgt:
- De hoeve Clercxpoorte met huizen, land, essen, bos en moerassen in Sint-Kathelina-Waver.
- Een stuk bempt (weiland) van ongeveer 1 bunder (≈ 1,2 hectare) in Hever, achter de kerk.
- Omdat het deel van Anthonis (zoon van Gabriel) kleiner is, moet hij jaarlijks met Pasen 2 Mechelse gulden betalen aan Anthonis (zoon van Vranck).
- Deze 2 gulden kunnen worden afgelost: elk voor 16 gulden in contanten.
- Als een van de hoeven meer opbrengt dan de andere, moeten ze het verschil eerlijk verdelen.
Bekijk transcriptie BE-MeSM / 10290941 / 13
-
De tekst bevat gegevens over verschillende soldaten die in de 19e eeuw dienden in het Nederlandse koloniale leger, met name in Suriname. Hieronder volgt een samenvatting per persoon:
-
Karl Seinrich Vele Bernard:
- Geboren in Eisenach, Taxen Weimar op 19 juni 1888.
- Ouders: Loring Sophie Magner (moeder).
- Laatst woonachtig in Eisenach voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 7 palmen en 2 duimen.
-
Onbekende soldaat 1:
- Geboren in Oldenzaal, Overijssel op 11 mei 1840.
- Ouders: Franciscus Josephus (vader) en Cornelia Hroink (moeder).
- Laatst woonachtig in Oldenzaal voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 6 palmen en 4 duimen.
- Dienstverloop:
- Op 11 mei 1863 ingedeeld bij het 5e Regiment Infanterie als militair voor 5 jaar (loteling uit Warpelo, Overijssel).
- Op 1 juli 1863 overgegaan naar het 4e Regiment Infanterie met een vrijwillig contract voor 6 jaar, met een beloning van 43 gulden en 19 cent.
- Op 26 januari 1864 overgegaan naar het koloniale wervingsdepot met een vrijwillig contract voor 6 jaar bij de koloniale troepen, ingaande op de dag van inscheping, met een beloning van 120 gulden.
- Aangekomen in Suriname op 7 juni 1864 met het schip Albrecht Frederik onder gezagvoerder M. Meijer.
- Op 8 juni 1864 ingedeeld bij het Bataljon Jagers 27.
-
Onbekende soldaat 2:
- Geboren in Haarlem, Noord-Holland op 24 september 1845.
- Ouders: Peter Caspar (vader) en Anna Elisabeth Meinertyhage (moeder).
- Laatst woonachtig in Maarlei voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 6 palmen en 8 duimen.
- Dienstverloop:
- Op 1 maart 1861 ingedeeld bij het 7e Regiment Infanterie als militair voor 5 jaar (loteling uit Oldenzaal, Overijssel).
- Op 7 maart 1862 overgegaan naar het 1e Regiment Infanterie met een vrijwillig contract voor 6 jaar, met een beloning van 50 gulden en 19 cent.
- Op 28 januari 1864 overgegaan naar het koloniale wervingsdepot met een vrijwillig contract voor 6 jaar bij de koloniale troepen, ingaande op de dag van inscheping, met een beloning van 120 gulden.
- Aangekomen in Suriname op 7 juni 1864 met het schip Albrecht Frederik.
- Op 8 juni 1864 ingedeeld bij het Bataljon Jagers 27.
- Op 28 april 1870 opnieuw aangeworven voor 6 jaar met een beloning van 120 gulden.
-
Onbekende soldaat 3:
- Geboren in Viersen, Pruisen op 23 augustus 1832.
- Laatst woonachtig in Viersen voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 5 palmen en 8 duimen.
- Dienstverloop:
- Op 7 juni 1862 vrijwillig in dienst getreden bij het 8e Regiment Infanterie als soldaat voor 6 jaar, met een beloning van 30 gulden.
- Op 20 januari 1864 overgegaan naar het koloniale wervingsdepot met een vrijwillig contract voor 6 jaar bij de koloniale troepen, ingaande op de dag van inscheping, met een beloning van 120 gulden.
- Aangekomen in Suriname op 7 juni 1864 met het schip Albrecht Frederik.
- Op 8 juni 1864 ingedeeld bij het Bataljon Jagers 27.
- Op 24 oktober 1865 geplaatst in de 2e categorie van de 2e klasse voor discipline.
- Op 14 april 1869 bevorderd naar de gewone klasse van militairen.
- Op 8 augustus 1869 geplaatst in de 2e categorie van de 1e klasse voor discipline.
- In februari 1870 overgegaan van de 2e naar de 1e categorie.
-
Wilhelmus Johannes Derkse:
- Geboren in Rotterdam, Zuid-Holland op 6 december 1835.
- Ouders: Cornelis (vader) en Cornelia de Bruin (moeder).
- Laatst woonachtig in Rotterdam voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 5 palmen en 8 duimen.
- Dienstverloop:
- Op 5 september 1860 vrijwillig in dienst getreden bij het 4e Regiment Infanterie als soldaat met een beloning van 30 gulden.
- Op 26 januari 1864 overgegaan naar het koloniale wervingsdepot met een vrijwillig contract voor 6 jaar bij de koloniale troepen, ingaande op de dag van inscheping, met een beloning van 120 gulden.
- Aangekomen in Suriname op 7 juni 1864 met het schip Albrecht Frederik.
- Op 8 juni 1864 ingedeeld bij het Bataljon Jagers 27.
- Op 19 april 1868 bevorderd tot sergeant-majoor.
- Op 14 juli 1868 bevorderd tot korporaal.
- Op 17 juli 1875 voor de krijgsraad gedaagd.
- Op 4 juli 1876 veroordeeld tot 6 weken gevangenisstraf en 1 maand arrest, ontslagen uit militaire dienst en veroordeeld tot een boete van 25 gulden.
-
Overige soldaten:
- Diverse andere soldaten worden genoemd met soortgelijke gegevens over geboorte, lengte, ouders, dienstverloop en bevorderingen.
- Enkele soldaten zijn overleden tijdens hun dienst, bijvoorbeeld op 13 november 1866 en 19 september 1874 in het ziekenhuis in Paramaribo.
- Enkele soldaten zijn verdwenen of deserteerden, bijvoorbeeld op 19 mei 1872.
- Enkele soldaten kregen onderscheidingen, zoals de bronzen medaille.
- Enkele soldaten hernieuwden hun contract, bijvoorbeeld op 28 april 1877 voor 6 jaar met een beloning van 120 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 576 / 0127
-
Op 27 januari 1905 trouwden in Amsterdam:
- Johannes Marinus Landheer (21 jaar), pakhuisknecht, geboren en wonend in Amsterdam. Zijn vader, Pieter Leopoldus Zandheer, was overleden. Zijn moeder, Maria van der Noen (57 jaar), was schoonmaakster en woonde ook in Amsterdam.
- Wilhelmina Catharina Meijlink (19 jaar), zonder beroep, geboren en wonend in Amsterdam. Haar vader, Johannes Engelbertus Meijlink, was overleden. Haar moeder, Maria Alida Sluijter (51 jaar), had geen beroep en woonde in Amsterdam.
6 januari 1905 zonder problemen. De ambtenaar van de burgerlijke stand vroeg of ze elkaar als echtgenoten wilden nemen en alle huwelijksplichten wilden nakomen. Na hun bevestiging verklaarde hij hen in naam van de wet getrouwd.
Getuigen waren:
Maria van der Noen kon niet tekenen omdat ze niet kon schrijven.
-
Op 12 oktober 1917 besloot de Arrondissements-Rechtbank in Amsterdam dat dit huwelijk ontbonden werd door echtscheiding. Dit werd geregistreerd in het huwelijks- en echtscheidingsregister van Amsterdam op 2 maart 1918.
-
Op 27 januari 1915 trouwden in Amsterdam:
- Martinus Draijer (23 jaar), koetsier, geboren en wonend in Amsterdam. Zijn ouders, Martinus Draijer (60 jaar), werkman, en Magdalena Maria Drevers (61 jaar), zonder beroep, woonden ook in Amsterdam.
- Frederika Hermina Bruns (24 jaar), zonder beroep, geboren en wonend in Amsterdam. Haar ouders, Karel Bruns (59 jaar), winkelier, en Henrietta Catharina Elisabeth Zek (51 jaar), zonder beroep, woonden ook in Amsterdam.
Beide ouders gaven toestemming voor het huwelijk. De huwelijksaankondiging vond plaats op 16 januari 1915 zonder problemen. De ambtenaar van de burgerlijke stand vroeg of ze elkaar als echtgenoten wilden nemen en alle huwelijksplichten wilden nakomen. Na hun bevestiging verklaarde hij hen in naam van de wet getrouwd.
Getuigen waren:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 25
- Op 27 januari 1915 trouwden in Amsterdam twee stellen:
- Eerste huwelijk:
- Cornelis de Groot, 20 jaar, winkelbediende, geboren en wonend in Amsterdam. Hij was de minderjarige zoon van Cornelis de Groot (52, arbeider) en Jetta Pietersen (geen beroep). Zijn moeder Ytske Venema was overleden.
- Antoinetta Maria Aring, 19 jaar, geen beroep, geboren en wonend in Amsterdam. Zij was de minderjarige dochter van Hermanus Pietersen (49, kolen drager) en Antoinetta Maria Aring (50).
- De vader van de bruidegom en de ouders van de bruid gaven toestemming voor het huwelijk.
- De huwelijksaankondiging vond plaats op 6 januari 1915 en 10 januari 1915 in Amsterdam zonder bezwaren.
- Getuigen: Johannes Zabordus (38, zwager van de bruidegom, geen beroep) en Hermanus Pietersen (25, broer van de bruid, beeldhouwer).
- Tweede huwelijk:
- Dirk van Dam, 22 jaar, arbeider, geboren en wonend in Amsterdam. Hij was de meerderjarige zoon van Jacobus Johannes van Dam (47, winkelier) en Johanna Margaretha Elisabeth de Boer (41, geen beroep).
- Wilhelmina Agatha Brouwers, 21 jaar, geen beroep, geboren en wonend in Amsterdam. Zij was de meerderjarige dochter van Dirk Brouwers (61, arbeider) en Aaltje Burger (62, geen beroep).
- De ouders van beide partijen gaven toestemming voor het huwelijk.
- De huwelijksaankondiging vond plaats op 16 januari 1915 in Amsterdam zonder bezwaren.
- Getuigen: Jan Gerrit van Dam (40, oom van de bruidegom, arbeider) en Egbert Langenhoff (77, zwager van de bruid, koopman).
- De moeder van de bruidegom, Johanna Margaretha Elisabeth de Boer, kon niet tekenen omdat ze niet kon schrijven.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 24
Volgende pagina