Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op 17 november 1752 en volgende dagen verkopen de makelaars J. Cloppenburg en Hendrik Hart Hendricksz. in Amsterdam op de Zuidzijde tussen de Prinsengracht en de Eerste Dwarsstraat de inboedel van de overleden Juffrouw de Weduwe Jan Sluytman Junior. De inboedel bestaat uit meubels, porselein, kleding, juwelen, goud- en zilverwerk en schilderijen. De catalogus is beschikbaar en de spullen zijn op zaterdag en maandag voor de verkoop te bezichtigen.

Op 22 november 1752 verkopen J. Cloppenburg en Hendrik Hart Hendricksz. buiten de Raampoort in Amsterdam aan de Molen Heyblok een grote partij houtwaren, zoals balken en planken. Drie dagen voor de verkoop zijn de spullen te bezichtigen. Op 25 november 1752 verkopen zij op dezelfde locatie meubels, huishoudelijke spullen, zilverwerk, koper, kleding, linnen en porselein, nagelaten door Claas Eacker.

Op 15 november 1752 verkoopt makelaar Bruno Tideman in Amsterdam in het Oudezijds Heeren Logement een deftige inboedel met meubels, klokken, linnen, kleding, juwelen, goud- en zilverwerk en porselein. De spullen zijn een dag voor de verkoop te bezichtigen.

Op 20 november 1752 verkoopt Bruno Tideman in Amsterdam in het Oudezijds Heeren Logement een welterende bakkerij aan de Stille Eg bij de Achterburgwal. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris E. van der Vliet.

Op 20 november 1752 om 10 uur 's avonds verkopen Willem van den Bosch en Coenraad Hoeneker in Amsterdam in het Oudezijds Heeren Logement twee sterke huizen aan de Noordzijde van de Boomgracht tussen de Eerste en Tweede Dwarsstraat. De eigendomsbewijzen zijn te zien op dinsdag en woensdagochtend.

Op 3 november 1752 is de trekking van de Generaliteitsloterij volbracht. De zesde en laatste klasse van de 31ste loterij begint op maandag 6 november 1752.

Op 30 oktober 1752 verkopen de makelaars Gerard Gijsemans en Adriaan de Haas in Amsterdam in het Oudezijds Heeren Logement een sterk koopmanshuis en erf aan de Oostzijde van de Oudezijds Achterburgwal benoorden de Barndesteeg. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris J. van der Vliet.

Op 30 oktober 1752 verkoopt makelaar Jan van der Hart Hendricksz. in Amsterdam in het Oudezijds Heeren Logement de helft van een huis en erf aan de Zuidwestzijde van de Thuynstraat bij de Baangracht. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris J. Vygendam.

Op 30 oktober 1752 verkopen de makelaars Nicolaas Brémes en Abraham Fallé in Amsterdam in het Oude Heeren Logement: De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris Calkoen Aids.

Op 30 oktober 1752 verkopen de makelaars Hendrik Campen en Abraham Fallé in Amsterdam in het Oudezijds Heeren Logement een huis. De eigendomsbewijzen zijn op 30 oktober 1752 van 9 tot 12 uur te zien bij notaris H. Lemant.

Op 30 oktober 1752 verkoopt makelaar Hubrand Moens in Amsterdam op het Heeren Logement aan de Leidsegracht en Keizersgracht: De eigendomsbewijzen zijn op 30 oktober 1752 van 9 tot 12 uur te zien bij notaris C. W. Andr. Zoon.

Op 30 oktober 1752 verkoopt makelaar G. Rebel in Amsterdam in het Oude Heeren Logement een sterk huis aan de Noordzijdse Voorburgwal op de hoek van de straat achter nummer 1. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris J. M. van der Koppel op de Koningstraat.

Op 30 oktober 1752 om 5 uur 's avonds verkopen J. Beudeker en W. Kantelaar in Amsterdam een partij goederen, waaronder katoen, hout, tabak, cacao en koffie, afkomstig van het schip de Hache dat bij Portland verongelukt is.

Op 30 oktober 1752 verkoopt makelaar Jan de Wit de Jonge in Amsterdam in het Oudezijds Heeren Logement een partij gespecificeerde goederen. De eigendomsbewijzen zijn te zien bij notaris J. van der Leeuw.

Op 31 oktober 1752 om 3 uur 's middags verkopen Jan Adriaan van den Bogaart en Leeuw in Amsterdam op de Nes in de Brakke Grond een wees. De eigendomsbewijzen zijn op 31 oktober 1752 te zien.

In Leiden zijn boeken te koop van de heer C. van Wevringh, waaronder een appendix van de catalogus.

Op 31 oktober 1752 om 3 uur 's middags wordt in een suikerraffinaderij over het Delftse Veer in Amsterdam een veiling gehouden van suikerraffinaderijgereedschappen. De goederen zijn op 30 en 31 oktober voor de middag te bezichtigen. Informatie is te verkrijgen bij curator Jolle Jolles of de makelaar.

Op 1 november 1752 om 4 uur 's middags verkopen Willem Gerbrands en Savekes in Amsterdam in het Logement het Zwijnshoofd een partij ALEPS en ruim 100 baal SMIRNS CATOEN. De goederen zijn op 31 oktober en 1 november 1752 te bezichtigen.

Op 1 november 1752 om 4 uur 's middags verkopen Pieter Correl, Cornelis van Vreede en Jan Jacob de Bruyn in Amsterdam in de Nes op de Brakke Grond een partij van 10 vaten indigo uit Saint-Domingue. De goederen liggen op de Schagersmarkt onder het huis van mejuffrouw de Weduwe Bontekoning.

Op 6 november 1752 om 10 uur 's avonds verkoopt makelaar Cornelis Arreynae in Amsterdam in het Oudezijds Heeren Logement de volgende percelen: De eigendomsbewijzen zijn twee keer per week op dinsdag en donderdag te zien bij notaris J. Beukelaar in de Korsjespoortsteeg.

Op 14 november 1752 verkopen Pieter Cosijn en Conrad van Vollenhoven in Amsterdam in het huis van de overleden Weduwe van der Poll op de Nieuwezijds Voorburgwal een partij katoenen, Diemense, Haarlemmer streep, bordaten en Brabantse kant. De goederen zijn op maandag voor de verkoop te bezichtigen. Alles is nagelaten door mejuffrouw Rachel van Reet.

Op 20 november 1752 verkoopt makelaar Volkeren in Amsterdam in het Oudezijds Heeren Logement een sterke verfmolen genaamd de Pop met bijbehorende huizing, pakhuis en tuin op het Kwakers Eiland bij de Raampoort. De eigendomsbewijzen zijn 8 dagen voor en op de verkoopdag te zien bij notaris Z. Strum op de Leliegracht.

In de zesde en laatste klasse van de 31ste Generaliteitsloterij zijn loten in koop en huur te verkrijgen. De trekking begint op maandag 6 november 1752. De prijzen variëren van 7500 tot 100 gulden.

In Leiden zijn HISTORIE-PENNINGEN te koop, nagelaten door de gestorven heer Mr. Oud Burgemeester der Stad Leiden. De catalogus is te verkrijgen in verschillende steden.

In Haarlem zijn twee sterke molens te koop:
Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 010909474 / 2  


De Franse Indische Compagnie huurde schepen in Amsterdam om zout van Prouage naar Honsleur te vervoeren. Volgens een contract van 10 april 1720 regelde de compagnie paspoorten voor de schepen om ze te beschermen tegen Turkse piraten. De schepen Juffrouw Geertruyd en Jonge Kloris kregen deze paspoorten, maar werden toch gevangen genomen door de Turken. De eigenaren van de schepen, Bels en Zonen en Bontekoning, wendden zich tot een tussenpersoon. Na veel onderhandelingen, onder andere door Arnoldus Heynen, werd op 13 oktober 1723 een overeenkomst gesloten met de Franse Indische Compagnie. Hierin beloofde de compagnie binnen een bepaalde tijd de gevangen genomen opvarenden vrij te kopen. De schadevergoeding voor de schepen zou worden beslist door twee neutrale scheidsrechters. Op 30 oktober 1723 werd een compromis opgesteld en werden de scheidsrechters benoemd. Zij begrootten op 20 mei 1724 de schade voor het verlies van de schepen en de gevangenschap van de opvarenden op 38.700 gulden. Beide partijen leverden bewijs om hun standpunt te onderbouwen. Op 5 januari 1725 beslisten de scheidsrechters in het voordeel van de Franse Indische Compagnie. Wel kregen de geïnteresseerden 3.000 piasters als schadevergoeding, omdat een van de schippers al was vrijgelaten door de Franse Indische Compagnie. Hiermee was de zaak afgerond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 8715 / 0259  


Op 8 juni 1909 tekende een bloembollenkweker uit Noordwijk een akte waarin hij zich samen met Faase hoofdelijk verantwoordelijk stelde voor de schulden ten opzichte van de schuldeisers. Hij zou echter alleen als borg voor Faase fungeren, volgens Artikel 1331 van het Burgerlijk Wetboek. De partijen kozen het kantoor van de notaris als woonplaats voor de uitvoering van de akte. De akte werd opgesteld in Overveen, gemeente Bloemendaal, in aanwezigheid van Hendrikus Gerardus Lindeman (notarisklerk) en Teunis Bruyn Pieterszoon (kandidaat-notaris), beiden wonend in Haarlem. Na voorlezing tekenden alle partijen en getuigen, waaronder notaris J. W. Faase Idelgront. De akte werd geregistreerd in Maarlem op 10 juni 1909 tegen een recht van 1 gulden en 20 cent. Op 11 juni 1909 hield notaris Jacob Harmen Wildervanck de Blécourt in Santpoort (gemeente Velsen) een openbare verpachting van landerijen in Velsen en Bloemendaal. Hierbij waren aanwezig: De verpachte percelen waren: De voorwaarden van de verpachting waren:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5332673 / 102  


Op 8 oktober 1737 verzocht Hendrik Colonius, namens zichzelf en als procurationaris van Cornelis van Aalst en Geertruy Colonius (weduwe van Bontekoning), de Bewindhebberen van de Geoctrooieerde Westindische Compagnie in Amsterdam om een aandeel van 12.000 gulden nieuw kapitaal, dat op zijn naam stond volgens de boeken van de compagnie, over te dragen naar zijn rekening in het boek der kapitalen van oude aandelen. Hij aanvaardde dit onder dezelfde voorwaarden en belastingen als die op de oude aandelen waren of nog zouden worden vastgesteld.

Op 10 december 1738 verzochten Le Boullenger en Blaquiere de Bewindhebberen van de Geoctrooieerde Westindische Compagnie in Amsterdam om een aandeel van 3.000 gulden nieuw kapitaal, dat op hun naam stond volgens de boeken van de compagnie, over te dragen naar hun rekening in het boek der kapitalen van oude aandelen. Zij aanvaardden dit onder dezelfde voorwaarden en belastingen als die op de oude aandelen waren of nog zouden worden vastgesteld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 482 / 0034  


Het schip van Cornelis Kroon en koopman Floris Bontekoning, met 107 zeelieden en 69 militairen (in totaal 178 personen), vertrok op 25 september 1722 uit Amsterdam voor de Kamer Amsterdam.

De reis verliep als volgt: De reis duurde 6 maanden en 28 dagen.

Voor de reis was voedsel meegenomen:
Voor wijn was meegenomen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2514 / 1492  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11890 / 0275  


Op 21 en 22 december 1789 brak de IJperdijk bij Nek door, waardoor de polder van Wormer en IJsp onder water liep. De Mercurius van december 1789 meldde een opmerkelijk geval: een man van 104 jaar kreeg de kinderziekte, herstelde ervan en voelde zich weer als vanouds. Dit gebeurde in Utrecht. In 1789 doneerde juffrouw Johanna van Meekeren, geboren Bontekoe, 30.000 gulden voor de stichting van een opvanghuis voor arme bejaarden en weeskinderen van de gereformeerde godsdienst. De locatie werd vastgesteld op de Nieuwe Herengracht bij de Weesperstraat in Amsterdam. Op 9 december 1789 legde haar echtgenoot, Jan van Meekeren, de eerste steen na het leggen van de nodige fundamenten. Op 7 maart 1790 werden in de mennonietengemeente te Westzaandam voor het eerst 10 zilveren bekers gebruikt tijdens het avondmaal. Het huwelijk tussen Karel Georg August, erfprins van Brunswijk, en Frederica Louisa Wilhelmina, prinses van Oranje-Nassau, vond plaats in 1790. Op 5 oktober arriveerde de jonge Brunswijkse erfprins in Utrecht, waar de koetsen van Den Haag klaarstonden voor zijn vertrek en de edelen van het hof aanwezig waren. Op 12 oktober werden de hoge echtgenoten in ondertrouw genomen. Ze ontvingen een geschenk van juwelen ter waarde van 20.000 gulden van 16 steden, zoals eerder beslist door de staten. Op 14 oktober werd het huwelijk plechtig voltrokken. Munneke Moolen, de oudste leraar van de Haagse Nederduitse gemeente en degene die de prinses doopte, hield een toepasselijke korte toespraak gebaseerd op Hebreeën 13:4. Voor de plechtigheid werd Psalm 128 gezongen en na afloop Psalm 112.
Bekijk transcriptie kronieken / 108225 / 150  


Op 27 november 1863 gaven Hermanus van der Tange, Gerrit Frederik Godfried Houtgraaf (namens Hendrika Houtgraaf en Johanna Hendrika Houtgraaf), Maresje ten Haghuis (weduwe van Dirk Houtgraaf en moeder/voogd van haar zes minderjarige kinderen) en Hendrik van der Fange (toeziend voogd) toestemming voor de inventarisatie van de nalatenschap van Hendrika Houtgraaf. De erfgenamen zijn: De inventarisatie vond plaats in Bloemendaal op 30 november 1863 onder leiding van notaris Johannes Leendert ter Hoffsteede. De waardering werd gedaan door Hendrik Verdegaal (landbouwer in Vogelenzang) en Adelbertus Engesmet (makelaar in Haarlem). Aanwezig waren ook Jan Knijp (veldwachter) en Jacobus Trenen (politiebeambte) als getuigen. De inventaris omvatte huisraad, meubelen, linnen, kleding, zilverwerk, sterke dranken, likeuren en winkelgoederen. Enkele voorbeelden:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5351614 / 9  


Mensen die geld claimen van de nalatenschap van Corn. Trompetter, overleden bij Keern net buiten Medenblik, moeten hun claim voor 1 juni 1747 indienen bij de voogden van het Nieuwe Weeshuis in Medenblik.

Will. Haring, makelaar in Amsterdam, verkoopt op woensdag 17 mei in herberg De Keizers Kroon in de Kalverstraat een collectie zijden stoffen, linnen, wol en gereedschappen. Alles is te bezichtigen voor de veiling.

Fl. Bontekoning en S. Aukes, makelaars, verkopen op maandag 15 mei in De Witte Zwaan houtwaren, waaronder 350 eiken blauwe planken en 100 zware balken, opgeslagen in de Plantage en op Bikkers Eiland.

Maerten Noteboom, zoon van Pieter Noteboom, is overleden zonder nakomelingen. Iedereen die denkt recht te hebben op de erfenis aan vaderskant, moet voor half juli 1747 met bewijzen naar de secretarie van Goedereede. Na die datum gaat de erfenis naar degenen die zich al als erfgenaam hebben gemeld.

Schepen die zijn aangekomen:

Koerswaarden op 3 mei 1747:

Op 3 mei 1747 hebben de Staten van Holland en West-Friesland Prins Willem IV van Oranje-Nassau benoemd tot stadhouder, admiraal en kapitein-generaal van de provincie. Dit werd direct bekendgemaakt met trompetgeschal, pauken, het hijsen van Oranje-vlaggen en vuurwerk. De hele stad Den Haag was in feeststemming.

De burgemeesters en thesauriers van Vlissingen in Zeeland stellen de aanbesteding voor het uitdiepen van het Molenwater uit tot vrijdag 19 mei 1747.

Jan Steurkamp, makelaar, verkoopt op 4 mei 1747 in herberg De Munt in Amsterdam een partij rouwdiamanten, juwelen, losse diamanten en parels, waaronder twee grote diamanten harten.

Op 4 mei 1747 worden in de Bergenvaerders-kamer bij Leendert van der Hart 40 Deense ossen geveild.

H. van der Heyden, J. Delgado, J. Moreno Henriques en E. Phebus, makelaars, verkopen op 4 mei 1747 in Nieuw Malta in de Nes bij de Vleeshal in Amsterdam 200 kisten nieuwe fijnste Varinas-tabak uit Curaçao, opgeslagen in een kelder op de Singel.

Op 5 mei 1747 worden bij herberg De Leggende Os bij de Ossemarkt in Amsterdam ongeveer 150 zware Deense ossen geveild.

S P. Juel verkoopt op 5 mei 1747 buiten de Utrechtsestraatpoort bij herberg van C. de Jong 70 tot 80 zware Deense ossen en 30 lichtere, die op 21 april 1747 zijn aangekomen.

Op 6 mei 1747 wordt in het rechtbanklokaal van de Watergraafsmeer of Diemermeer een huis en erf aan de Ringdijk geveild.

Op 8 mei 1747 worden in Amsterdam verschillende veilingen gehouden:

Jacobus van Bosvelt, veilingmeester van Utrecht, verkoopt op 8 mei 1747 en volgende dagen in zijn huis diverse inboedels, juwelen, horloges, marmeren beelden, porselein en schilderijen.

C. van Vreede, makelaar, verkoopt op 8 mei 1747 in de Nes in de Brakke Grond in Amsterdam 26 balen Tournesol.

De veiling van 13 vaten Cajana Bolorliaen en Spaans groen door Pieter Cotrel, Regnerus van Dyk, Nicolaas Simon van Winter en Pieter Calkoen Willemsz. op 4 mei 1747 is uitgesteld.

C. van Vreede verkoopt op 12 mei 1747 in de Nes in de Brakke Grond een partij meekrap, bestaande uit 10 vaten fijn en 10 vaten onberoofd, van het gewas van 1745.

P Cotrel, C. van Vreede en H. Gellink verkopen op 12 mei 1747 in de Nes in de Brakke Grond verfwaren, waaronder 30 vaten mul, wijnsteen en Spaans groen.

De veiling van 50 balen Aleppo-gallen en Terra Verde door Pieter van Winter, Michiel de Roode en Jan Jacob de Bruyn is uitgesteld tot 17 mei 1747.

Op 9 mei 1747 worden bij het rechtbanklokaal van Loenen Croonenburg ongeveer 200 zware Oost-Friese en Jeverlandse ossen geveild, waarvan de helft hersteld is van een ziekte.

Op 9 mei 1747 worden buiten de Haarlemmerpoort in Vryburg bij Dirk de Vry 40 melk- en kalfkoeien geveild, waaronder één hersteld en één stier.

Te koop in Hagestein: een ezelin die in mei 1747 veulens verwacht. Informatie bij Gerrit Goes over de kerk aldaar.

De executeurs van de nalatenschap van Louis de Groet bieden te koop:

Beide werken zijn gemaakt door Dirk Ryswyk in Amsterdam. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Dirk van der Helling, raad in Schoonhoven.

Juffrouw Alyda Elsely, een bekende arts, heeft in een half jaar honderden vrouwen genezen van diverse klachten op Het Rokkin in Het Wapen van Zeeland. Haar man behandelt mannen voor klachten zoals blindheid, steen, breuken en inwendige kwalen. Zij zijn verhuisd en ontvangen patiënten buiten de Leidsepoort voorbij de Pestbrug in Bramenburg, dagelijks van 9.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 18.00.

Marten den Bel, timmerman, heeft een nieuwe methode gevonden om rook af te voeren. Hij woont op de Keizersgracht bij de Spiegelstraat in Amsterdam.

Johann Christoph Broll uit Anspach wordt opgeroepen om zich binnen 3 maanden te melden bij het Hofgerecht van Anspach om zijn erfenis op te eisen, nu zowel zijn moeder als vader (voormalig kamerraad) zijn overleden.

Iedereen die een claim heeft op de goederen, handel of effecten van de overleden Philippus Soomer (gestorven op 15 december 1746 in Curaçao), moet dit voor 1 oktober 1747 met bewijzen indienen bij Pieter Kock Jansz., koopman in Curaçao en curator van de nalatenschap.

Op 6 mei 1747 beschrijft iemand hoe hij 's avonds op zijn stoep viool speelt, waarna zijn buren in feeststemming raken en dansen op de straat. Hij speelt driemaal Wilhelmus van Nassouwe, waarna zelfs twee bejaarde vrouwen meedansen. Om middernacht gaat iedereen tevreden naar bed.

Op 6 mei 1747 zijn er in Amsterdam veel Oranje-vlaggen, cocardes en linten te zien op de beurs en in de hele stad. Alles verloopt rustig. De substituten-schouten en gerechtsdienaren zijn deze week niet op straat gezien, maar worden op 6 mei wel waargenomen op de Noordermarkt.

Bekijk transcriptie kronieken / 366795 / 14  


Op 12 februari 1743 werden in Malacca 200 militairen, waaronder 4 tamboers, en 2 chirurgen voor de medische winkel geregistreerd. De brief was ondertekend door De Laver en W.B. Albinus. Op 5 april 1743 bevestigden Floris Bontekoning, Meij G. D. Heijnne en Janszoon in Batavia in het kasteel dat de brieven en bijlagen correct waren vergeleken met de originele documenten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8630 / 0614  


In Besiers zal een bedrag gegeven worden aan de bisschop. De Marquis de Saucourt, de zwager van een abt, heeft een functie als raadsheer in het parlement gekregen.

Er zijn berichten uit Candia dat de Grote Visier gewond is geraakt door een vergiftigde kogel aan zijn hand. Mr. de St. Andre Monbrun heeft zelf geschreven dat zijn verwonding nu volledig genezen is.

De Hertog de Montemare, als gouverneur van Parijs, heeft gisteren zijn plek in het stadhuis ingenomen. Vorige dinsdag vertrok de koning naar Versailles en keerde ’s avonds terug naar de stad.

In Londen (1 februari) zijn de plannen voor de uitrusting van de vloot aan de koning voorgelegd. Er wordt gesproken over het klaarmaken van 50 schepen. Ook zal het leger aan land versterkt worden, met een extra leger van 25.000 man. De koning zal het geld tijdelijk lenen op eigen krediet. Lord Montagu vertrekt morgen naar Frankrijk.

In Danzig (6 januari) zijn de afgelopen dagen 2 schepen uit Hamburg, 1 uit Nederland en 2 uit Engeland vertrokken naar Noorwegen. Drie schepen, de Neptunis (een Schots schip), de Mercurius en de St. Iean, zijn uit Riga en Tilsit aangekomen.

In Speyer (28 januari): zodra Keurpalts zekerheid kreeg dat de koning van Frankrijk garanties aan Lotharingen had beloofd en het Lotharingse leger werd verminderd, begon de keurvorst zijn troepen te ontbinden. Ook stopte hij met werven en gaf toestemming voor een vredesakkoord. Men wacht nu op de uitvoering hiervan.

In Brussel (3 februari): de Engelse gezant Sprang is 2 dagen geleden vertrokken. Men denkt dat hij zal proberen Nederland, Engeland, de Staten en Zweden in een triple alliantie te laten toetreden. Gisteren zijn 2 mensen uit Antwerpen op ongeveer 1 uur van de stad beroven.

In Rijsel (4 februari): ondanks verdere besprekingen tussen de commissarissen over geschillen, is er nog geen oplossing. De Franse kant dringt aan op een duidelijke verklaring van de Spaanse commissarissen, die men hier verdacht van het vertragen van de onderhandelingen. Als de Spanjaarden geen tevredenheid geven, zal men maatregelen nemen.

In Doesburg (4 februari): de commandant hoorde eergisteren dat de bisschop van Münster zijn eigen troepen heeft verzameld en geïnspecteerd. Een reiziger uit Westfalen meldde dat hij bij Kötzvelt 25 Franse ruiters tegenkwam die 6 muilezels escorteerden, beladen met geld voor 900 Franse soldaten die daar al enige tijd zijn.

In Den Helder (6 februari): gisteren zijn de volgende schepen aangekomen en voor anker gegaan:

Men verwacht dat deze schepen morgen bij goed weer binnen zullen lopen. Ook is Kapitein Middelant met een oorlogsschip van de Republiek aangekomen.

In Brussel (6 februari): er worden nog steeds besprekingen gehouden met de resident van haar Hoog Mogende. Men hoopt op een nauwere bondgenootschap met die staat, omdat men een nieuwe breuk met Frankrijk verwacht. Uit Spanje zijn 300.000 patacons (munten) aangekomen, wat men ziet als een eerste betaling van de subsidie aan Zweden.

In ’s-Gravenhage (6 februari): over 8 dagen zullen de Staten van Holland en West-Friesland weer bijeenkomen. Dan zullen belangrijke zaken besproken worden, met name de uitrusting van de vloot, die uit 60 grote oorlogsschepen zal bestaan. Een eskader hiervan zal naar De Straat (Straat van Gibraltar) gaan. De Portugese ambassadeur Don Francisco de Melo is eergisteren aangekomen, maar houdt zich nog incognito op zijn ambassade.

In ’s-Gravenhage (6 februari): er worden berichten bevestigd dat de bisschop van Münster weer sterk werven. Dit is ook aan haar Hoog Mogende gemeld. Men begint hierover te praten en men verwacht dat er op de aankomende vergadering meer over gezegd zal worden.

In ’s-Gravenhage (7 februari): Don Francisco de Melo, ambassadeur van Portugal, houdt zich nog steeds incognito. Zijn aankomst is nog niet aan de Staten gemeld, maar dat zal binnen 2 of 3 dagen gebeuren. Dan zal hij een officiële audiëntie krijgen. Men weet niet waarom hij dit doet. Sommigen denken dat hij niet voldoende instructies heeft om de Staten tevreden te stellen, maar dat hij zal aandringen op tegenprestaties (die men hier ongefundeerd vindt). Hij zal misschien tijdelijk een bepaalde tevredenheid aanbieden, maar men verwacht dat de Staten de gewenste tevredenheid zonder uitstel willen.

Er is verder niets nieuws over de geschillen in Overijssel, de gezantschap uit Zeeland en andere zaken. De bagage van Monsieur Pompone is al aangekomen.

In Den Helder (7 februari): alle schepen die gisteren werden genoemd, liggen nog voor anker. Alleen Schipper Dirck Meeheuning met De Vis uit Guinea, bestemd voor Hoorn, is veilig in het Nieuwe Diep aangekomen.

In Amsterdam (8 februari): De heer Adelaer, admiraal van Denemarken, is gisteren aangekomen. Uit recente brieven uit Venetië blijkt dat er nog geen schepen met nieuws uit Candia zijn aangekomen. Wel is er bericht uit Otranto dat een grote uitval daar nog niet heeft plaatsgevonden. De generaals weten nog niet wanneer of hoe deze zal gebeuren, maar men verwacht spoedig goed nieuws.

Brieven uit Regensburg (27 januari) melden dat alle onderwerpen zijn behandeld, zodat de vergadering volgende maand zal sluiten. De Franse ambassadeur is tevreden vertrokken. Er wordt niet meer getwijfeld aan de vrede tussen Keurpalts en Lotharingen, nu beide partijen hun troepen afdanken.

De heer Gerard Cincq, huidige burgemeester van Gouda, is van plan zijn goed ingerichte apotheek met woonhuis en alle bijbehorende zaken aan de oostzijde van de haven, dicht bij de grote sluis, te verkopen. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Gerard Cincq, die iedereen een goed bod zal doen.

Hendrick van Gelder, apotheker in Nijmegen, woonachtig in de Broederstraat, wil zijn apotheek met alle potten, medicijnen, gereedschappen en suikerbakkerijbenodigdheden verkopen. Geïnteresseerden kunnen zich melden bij Hendrick van Gelder.

In Amsterdam zijn bij Johannes van Veen, boek- en perkamentverkoper tegenover het Oost-Indisch Huis, verkrijgbaar:

Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 010758924 / 2  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 9316 / 0108  


Op 26 december 1696 kwamen Dirk van der Groe, notaris, en getuigen bijeen in Nabesz. Aanwezig waren: Zij spraken af om te trouwen onder de volgende voorwaarden:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606800 / 597  


Er werden verschillende percelen verpacht:

Alle pachters en borgers beloofden de voorwaarden na te leven en tekenden na voorlezing.

Bekijk transcriptie NL-MdbZA / 13.2 / 1292 / 0591  


5 maart 1733 tot 5 november 1732:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8772 / 1392  


Op 2 mei 1855 trouwden in Amsterdam:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931991 / 42  


Op 14 februari 1861 werd door de Generaal een besluit genomen over een bedrag van 180 gulden per jaar, dat vanaf 1866 niet meer werd opgevorderd. Dit was gebaseerd op een reglement van 24 december 1859, opgesteld door Mr. Kenlint, over pensioenen en salarissen voor Oost-Indische ambtenaren, militairen en hun families. Het gagement (een soort financiële regeling) verviel als het gedurende 5 jaar niet werd opgevorderd.

C. J. Stutterheim, namens de gepensioneerde Koloniale Militair Robert Friedrich Schorr (geboren in Gera op 9 oktober 1838), schrijft op 9 maart 1882 aan de Minister van Koloniën in 's Gravenhage. Schorr, die sinds 1861 een pensioen van 160 gulden per jaar ontving na een verwonding tijdens een expeditie op Borneo, had zijn gagementstukken in bewaring gegeven bij de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Amsterdam. Hij vertrok in 1867 via Londen naar Rio de Janeiro zonder de stukken op te halen en ontving sindsdien zijn pensioen niet meer.

Stutterheim vroeg de kerkeraad om de stukken van Schorr terug te geven, maar kreeg op 8 maart 1882 te horen dat er geen stukken van Schorr aanwezig waren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3501 / 0897  


De grenscommandanten kregen de opdracht om een goede buurverhouding met een ongenoemde partij te onderhouden, met de belofte dat deze partij wekelijks een vast aantal runderen via boeren zou laten leveren als belasting. Dit voorstel werd afgewezen. In plaats daarvan verzamelden zich duizenden Hongaren bij Comorra en Vesprím om een bepaalde plaats te blokkeren. De hertog van Mantua vertrok op 30 juli 1687 (donderdagmiddag) na een ontvangst door de keizerlijke majesteiten, begeleid door graaf Paar (generaal van de keizerlijke posten) en graaf Rapach (vice-commandant van Raab). Hij inspecteerde Raab, Comorra en andere plaatsen onderweg, met een gevolg van 5 koetsen. De volgende dag volgde de rest van zijn suite. Op 1 augustus 1687 werd de verjaardag van aartshertog Joseph (toen 10 jaar) groots gevierd. Frankrijk wilde de wapenstilstand met Engeland niet onder voorwaarden garanderen. Daardoor bleef de situatie voorlopig onveranderd, terwijl men zocht naar manieren om Frankrijk af te houden van het bouwen van nieuwe vestingen. De graaf van Martiniz, die namens de keizer de koningin van Portugal had bezocht, keerde terug uit Heidelberg. Elsinore, 2 augustus 1687: Op 29 juli arriveerden P. Bentes en I. de Lin. Op 30 juli arriveerden S. Carstens, C. de Ruyter, T. Baylif, J. Bontekoning, I. Symonsz., W. Annes, I. Malo, J. Leyer, S. Knoetsz. en T. Grudy. Op 31 juli arriveerden A. Pitie, P. Sjoukes, J. Banck, J. Read en J. Gentelman. Op 1 augustus arriveerden J. Gulitsz. en M. Boese. Op 2 augustus arriveerden S. Martensz., G. Martensz., A. Rotfort, B. Panckman, M. Muria, A. Andreesz., J. Vliet, R. Cornelisz., W. Ariaensz. en J. Warton. Berlijn, 3 augustus 1687: De keurvorst van Brandenburg keerde 3 dagen eerder terug uit Frankfurt an der Oder en zou de volgende dag of overmorgen naar Potsdam vertrekken. Keulen, 3 augustus 1687: Franse troepen langs de Saône braken hun kamp op om terug te keren naar hun garnizoenen. De keurprins van de Palts verbleef nog in Hambach. Hamburg, 5 augustus 1687: In Altona arriveerde een Groenlandvaarder uit Groenland met 6 schepen onder leiding van Govert van Altona. Hij bracht een lijst mee van Nederlandse Groenlandvaarders met hun vangst: Van Nederlandse schepen waren bekend: Kassel, 5 augustus 1687: De keurprins van Brandenburg verbleef nog in Kassel en werd dagelijks vermaakt. Wanneer hij zou vertrekken, was onbekend, maar hij zou niet naar Kleef gaan. Frankrijk: Parijs, 5 augustus 1687: De Savoyardse ambassadeur, marquis Dogliani, had een audiëntie bij de hertog van Chartres. Een koerier melde dat de hertogin van Modena in Rome was overleden. Nederlanden: Brussel, 6 augustus 1687: Sijn Excellentie woonde op maandag het feest van Dominicus bij en zou de volgende dag naar Ter Veuren terugkeren. De Geheime Raad verleende de prins van Piombino uitstel om niet door zijn schuldeisers lastiggevallen te worden. Hij begon zijn kleinste schulden af te betalen, maar wachtte op geld uit Spanje voor de grotere schulden. Zijn intendant en hofmeester, die 4 weken geïsoleerd waren, mochten weer bezoek ontvangen. 's-Gravenhage, 7 augustus 1687: Afgevaardigden van de Admiraliteit en de Commissarissen-Generaal hadden de vorige avond overleg over zeezaken, konvooien en licenties, die op 1 oktober 1687 in zouden gaan. De admodiateur Nieupoort was hierbij aanwezig. De vorige avond had de heer Holshalb (buitengewoon gezant van de Zwitserse kantons) audiëntie bij prins Willem III van Oranje. De graaf van Hohenlo (buitengewoon gezant van de keizer) keerde de vorige middag terug en nam afscheid om de volgende dag via Brabant naar Duitsland te vertrekken. Er was bericht over de nadering van Oost-Indische retourschepen. Enkele afgevaardigden van Holland en West-Friesland vertrokken op missie naar verschillende plaatsen. Baron Craegh (Deens gezant) keerde de vorige avond terug uit Amsterdam. Don Emanuel de Coloma (buitengewoon gezant van Spanje) zou de volgende week audiëntie krijgen. Over de audiëntie van de Moscovische gezant (die ziek was) was nog niets bekend. Het lichaam van de zoon van de heer van Ouwerkerck werd naar Ouwerkerck gebracht voor begrafenis. De marquis d'Albeville (buitengewoon gezant van Groot-Brittannië) was die avond aan het hof. Amsterdam, 8 augustus 1687: De vorige ochtend vertrok kapitein Swaen met straatvaarders uit Texel: Twee schepen (De Leonora en De Prins te Paert) voeren naar Lissabon, andere naar Bordeaux. Uit Hamburg werd gemeld dat in Altona een hoeker uit Groenland arriveerde met 6 vissen en 300 vaten spek. Het schip was vol. De eerste vis was gevangen op 7 juli 1687. Hij meldde dat Rijpers (waaronder De goude Valck met 7 vissen en 270-290 vaten spek) halfvol waren. Geluckige Matthijs zijn Broer, Joen (admiraal) had 11 vissen en 500 vaten spek; Matthijs zijn Soon had 18 vissen en was waarschijnlijk vol naar huis gekeerd. Uit Bergen (Noorwegen) werd op 15 juli 1687 gemeld dat een schip uit West-Indië was aangekomen. De schipper had 25 mijl ten oosten van Hitland een Engelse schipper gesproken die meldde dat 3 Turkse kapers 5 haringbuizen en 1-2 Groenlandvaarders hadden buitgemaakt. Dit bericht werd niet serieus genomen, omdat de Engelse schipper dit vaker deed om betere vrachtprijzen te krijgen. Uit Bordeaux (Frankrijk) werd op 29 juli 1687 gemeld dat de vloot Franse vaarders nog in Saint-Martens lag te wachten op meer konvooi. Er was veel hagel geweest, wat schade aan de wijngaarden had veroorzaakt. Uit Engelse brieven bleek dat de Fransen 2 Algiersse kapers met Sallese passen hadden buitgemaakt. Zes Franse schepen zouden zich bij de hertog van Mortemar voegen om Algiersse schepen aan te vallen en hen te dwingen niet meer op Sallese passen te varen. Het schip De Onbevlekte Maagd lag nog in Duinkerken. Er was nog geen nieuws over Oost-Indische retourschepen of schepen uit Saint-Hubert. Het gerucht dat een schip uit Cádiz in Rotterdam was aangekomen met het Oostendse konvooi, werd niet bevestigd. 's-Gravenhage, 8 augustus 1687: De graaf van Hohenlo zou pas de volgende dag vertrekken. Hij was die dag, begeleid door Chevalier Crampricht (keizerlijk gezant), aan het hof. Ook de heer Holshalb was aanwezig. De heren van Druyvesteyn, van Vrybergen en Stantius (afgevaardigden van de Staten) waren de vorige avond teruggekeerd en zouden die middag verslag doen van hun missie in Vlaanderen. De afgevaardigden van de Admiraliteit zetten hun overleg met de afgevaardigden in de Vredeskamer voort. Sommigen van hen waren die ochtend bij prins Willem III en die middag in de vergadering van de Staten. Prins Willem III zou waarschijnlijk niet voor maandag naar Loo vertrekken. Het Hof van Justitie was die ochtend buitengewoon bijeen. In Amsterdam werd bij Albert Visscher en Jan Rieuwertsz. de Jonge (boekverkopers) het boek De Oeffening van Vrucht-bomen van le Gendre (parochiaan van Henouville) uitgegeven, vertaald en van aantekeningen voorzien door Jan Commelin. In Leeuwarden werd bij Hero Nauta (boekverkoper in de Peperstraat) het boek Het Pit der oude Beuselingen, Dwalingen en andere Nevels van Misverstant in de Stof-scheyding van George Sterckey (in het Engels) gedrukt, vertaald door D. Feio Johannes Winter en bestreden door Johannes Ignatius Benitema. Er werd bekendgemaakt dat de postwagen tussen Amsterdam en Arnhem sinds 4 augustus 1687 (maandag) dagelijks reed. In de winter zou deze om 6 uur vertrekken uit Amsterdam (tot 29 september) en om 9 uur uit Arnhem (tot 1 september), daarna om 8 uur (tot 31 oktober). Vanaf 1 oktober tot 1 februari zou de wagon bij het openen van de poort vertrekken. Het postkantoor in Arnhem was gevestigd bij Arent van den Bosch, in het huis van de weduwe van Jan van Hummul in de Neversstraat. De wagons vertrokken in Arnhem vanaf de Grote Oort en in Amsterdam vanaf De Vergulde Valk op de Botermarkt. Er werd bekendgemaakt dat het schip De Stadt Bayonne, dat vastzat in de grond bij Santvoort, samen met opgeborgen rommel en tonwerk, zou worden geveild op 16 augustus 1687 (zaterdag) bij de officier ter plekke. Wie het schip nog uit de grond wilde halen of kopen, kon zich wenden tot Pieter van Swol in Amsterdam op de Brouwerskade, bij de brouwerij Het Witte Hart. Gedrukt te Haarlem door Abraham Casteleyn, stadsdrukker op de Markt in De Blauwe Druk, op 9 augustus 1687.
Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 011225536 / 2  


Op 5 februari arriveerden in Portugael de schepen De Bootschap Maria (schipper Adriaen Wybrantsz.), De Groene Kloek (schipper Cornelis Arendsz.) en Jan Jansz. Bontekoning. In Spanje, Cádiz: In Madrid werden op 13 februari besluiten genomen over bezuinigingen: In Italië, Venetië: In Frankrijk, Parijs: In Engeland:
Bekijk transcriptie NL-0100030000 / 011225365 / 3  


1720: Gerard Colonius en zijn vrouw Gesina Grim maakten een testament in Amsterdam bij notaris Willem de Nis. Hierin stelden ze hun kinderen als erfgenamen aan voor hun wettige deel. De langstlevende zou de rest erven. 1729: Hun zoon Gerrit Colonius overleed ongetrouwd in Amsterdam. 1730: Op 1 oktober overleed Gesina Grim in Amsterdam. Zij had geen ander testament dan dat van 1720. Op 23 oktober 1730 bevestigden Dirk Bontekoningh (man van Geertruijd Colonius), Johanna Colonius, Jan Colonius en Hendrik Colonius voor notaris Adrianus Baars in Amsterdam dat:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176090 / 555  


De erfenis van de overleden Pieter Treschouw is overgenomen door Hr. Schulle. De betrokkenen verklaren dat ze Hr. Frans Kofler hebben gemachtigd om namens hen en in hun hoedanigheid op te treden. Met toestemming van de Raad van Amsterdam en bijgestaan door een voogd en vier andere personen, mocht Hr. Frans Kofler voor de eerbiedwaardige en achtingwekkende heren schepenen van de stad verschijnen.

Daar heeft Hr. Frans Kofler namens de weduwe Pieter Treschouw een huis en erf, gelegen aan de binnenzijde van Nieuw Eiland in Amsterdam, overgedragen aan Jan Bontekoningh. Dit gebeurde op 12 april 1718 voor een bedrag van ƒ 2350, volgens de gebruikelijke koopvoorwaarden. De koopsom was volledig betaald en Hr. Frans Kofler beloofde vrijwaring te geven. Hiervoor verbonden de betrokkenen hun persoonlijke goederen, de goederen van hun kinderen en die van de pupillen van de tweede betrokkene.

Verder beloofden ze alles te doen wat nodig was en wat de gemachtigde in hun naam kon of moest doen. Ze beloofden ook alles wat krachtens deze akte gedaan zou worden, te zullen handhaven. Dit gebeurde onder verplichting en onderwerping aan de rechtbank in Amsterdam.

Aanwezig waren: Susanna Maria Alphonsies, David Lamy Junior (weduwnaar van Jean Boldumn), Schulte, Hermanus Van Garel (pastor), H. Minuict en Adr. Baars.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176072 / 473  


1631 op 23 maart ging Dirck van der Groe, notaris, op verzoek van de nabestaanden naar Amsterdam. Daar vond hij Jacob van Hoek, koopman in Amsterdam, die samen met Abraham Diepres, ook koopman, een transport had ontvangen. Dit betrof een acceptatie van wissels gericht aan Hr. Dupre. Hr. Dupre weigerde echter de wissels te accepteren. Dirck van der Groe protesteerde hierop namens Jacob van Hoek tegen de niet-acceptatie van de wissels, inclusief herwissel en alle kosten, schade en interest die al waren gemaakt of nog gemaakt zouden worden. Alles werd opgetekend in Amsterdam in aanwezigheid van Samuel Romp en Hercules van Hoorn. De wissel luidde als volgt: Lissabon, 9 februari 1631, voor de som van 520.55 pond, te betalen in Amsterdam aan Cornelio Wolter Maknes voor rekening van Loppe Marimiliano. De wissel was getekend door Jorge Camerino en geadresseerd aan Abraham Dupre, koopman in Amsterdam. Op 25 maart 1631 verscheen Floris Bontekoningh, ook woonachtig in Amsterdam, voor de notaris.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606791 / 524  


Op 10 november 1731 verscheen Jacob de Jongh, koopman in Amsterdam, voor notaris Adrian Baars. Hij verklaarde twee schuldbekentenissen te hebben verkocht en over te dragen aan Jacob Faas en Dirk Bontekoning. Zij waren executeurs en voogden over de minderjarige kinderen van de overleden Hillegonde Sara Rombouts, weduwe van Gerard Vlak: Maria Rombout en Jan Ulik. De schuldbekentenissen waren: Jacob de Jongh had het recht op deze schuldbekentenissen gekregen via een verdeling van goederen tussen hem en zijn zus Luintje de Jongh. Deze verdeling was geregeld door Tomas Guis en Boudewyn Schrick als voogden, aangesteld door hun vader Albetis de Jongh. Aan de andere kant stonden Tomas Geirren, Boudewijr Ploos van Amstel en Jan Majeglas als voogden over de goederen van hun moeder Weintje Ploos van Amstel. Dit was vastgelegd op 4 september 1732.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176123 / 229  


De heren J. en D. Bontekouw bevestigden dat scheepskapitein Jan Gerbrand of diens rechtopvolger verantwoordelijk was voor de schade die Jan Gerbrand had geleden aan zijn schip, lading en de goederen van de opvarenden. Deze schade moest worden vergoed volgens een eerdere afspraak of een beslissing van scheidsrechters. Jan Gerbrand moest ook de huur betalen voor het scheepsvolk en de goederen die zij gebruikten. Dit moest gebeuren in het huis van Bontekoningh op het Drie Heuvelen Eiland in Amsterdam. Jan Gerbrand beloofde dat hij alles wat daar werd beslist, zou accepteren alsof het rechtstreeks tegen hem was gericht.

Ook Johannes Bontekouw en Dirk Bontekouw bevestigden dat zij de afspraken en beslissingen van scheidsrechters zouden nakomen. Zij beloofden de schade te vergoeden en de afspraken na te leven. Dit werd bevestigd in Amsterdam op 1654-08-25 in aanwezigheid van getuigen Daniel van de Brink en Lourens Smit. De notaris was Joannes Dirk Bintekoning, met als bijstand Raerd Auses van den Brink, Adr. Baars en L. Smit.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1176114 / 66  


3 januari 1691 verscheen Dirk van der Groe, notaris, in Amsterdam voor Sr. Alors Boute koningh, makelaar en weduwnaar van Geurtje Dirx. Deze verklaarde dat hij van plan was om opnieuw te trouwen, maar eerst de erfenis van zijn twee kinderen uit zijn eerste huwelijk wilde regelen: Hij had Evert Schagen (notaris) en Jacot Schagen (secretaris in Oosterblokker) aangewezen als voogden voor zijn kinderen na zijn overlijden. Ook had hij hun de erfenis van hun moeder gegeven: Totaal bedraagt de erfenis 30.000 gulden (exclusief de lijfrentebrieven). Dirk van der Groe mocht tijdens de onmondigheid van zijn kinderen de opbrengsten van dit geld behouden, zonder zekerheid te hoeven stellen. Hij moest wel voor zijn kinderen zorgen tot ze meerderjarig of getrouwd waren. Daarna zou hij de lijfrentebrieven en het kapitaal van 12.500 gulden aan elk kind overdragen. De rest van de erfenis van zijn overleden vrouw mocht hij voor zichzelf houden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606954 / 153  



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/