Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


In 178? (het exacte jaartal ontbreekt) organiseerde een notaris in Harlingen een openbare veiling van roerende goederen. Deze veiling was goedgekeurd door de regering van Harlingen met een vergunning ("patent") voor 4,25 jaar, afgeven op 7 januari van datzelfde jaar.

De veiling had de volgende regels:

De veiling bestond uit verschillende items, zoals:

De veiling trok kopers uit verschillende plaatsen, zoals Akkrum, Oldeboorn, Sneek, Nes en Langweer. Enkele kopers en hun beroepen:

De prijzen van de items varieerden van 4 cent (een "bladje") tot 3 gulden en 30 cent (een schilderij of spiegel). De meeste kopers waren afkomstig uit Akkrum en omstreken.

Bekijk transcriptie 


Op 12 december 1670 werd in Amsterdam een officiële lijst gemaakt van alle spullen, meubels en huishoudelijke zaken die hadden toebehoord aan Jacob Waijer (overleden) en zijn vrouw Barbara van Nieulandt. Deze spullen werden geërfd door hun kinderen: Deze kinderen hadden op 25 november 1666 van de Hoge Raad van Holland toestemming gekregen om alleen verantwoordelijk te zijn voor de schulden van de erfenis tot het bedrag van de waarde ervan ("beneficie van inventaris"). De lijst werd opgesteld door Pieter De Ruijter, een beëdigd ambtenaar van de Hoge Raad, in aanwezigheid van Cornelis de Vrijp. De waarde van de spullen werd geschat door de beëdigde taxatrices Weijntie Willems en Grietie Arents uit Amsterdam. Een deel van de inventaris in het voorhuis bestond uit: Totaal voor dit deel: 74 gulden.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op onbekende datum tekende notaris Oebele Braunius Oeberuis uit Sint Anna Parochie (in de buurt van Leeuwarden, provincie Friesland) een verkoopakte op. Twee mannen waren hierbij betrokken: Steensma verkocht een stuk bouwland aan Osinga. Dit land had de volgende kenmerken: * Zathe = oud-Fries bestuurlijk gebied, vergelijkbaar met een kleine rechtsstreek.
Bekijk transcriptie 


In 1614 werden er afspraken gemaakt tussen Hans Schrijver (wijnkoper) en Joris Jorisz (timmerman) over de bouw van 12 huizen in Amsterdam. De huizen lagen in de Spui(der)straat en de Spanjeaarderdwarsstraat (nu Spanjaardstraat).

Op 11 september 1644 werd in Amsterdam bevestigd dat Hans Schrijver en Joris Jorisz eerder deze afspraken hadden gemaakt. Getuigen hierbij waren Pieter Jacobsz en Juriaen Schrijver.

In dezelfde tekst werd ook kort vermeld dat:

Bekijk transcriptie 


De tekst bevat een lijst met juridische documenten uit het verleden, zoals huwelijksvoorwaarden, verklaringen, testamenten en transportakten (eigendomsovereenkomsten). Hier volgt een samenvatting van de belangrijkste gegevens per document, gerangschikt op volgorde van vermelding:
Bekijk transcriptie 


In 1624 werd een financiële afrekening gemaakt voor Heindrick Nachtegael Strijcker, een opperkoopman van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Hij had goederen (zoals wijn, boter en andere voorraden) uit het magazijn van de Compagnie gebruikt, maar deze waren nog niet verrekend. De rekening werd nu opgemaakt, waarbij verschillende posten werden goedgekeurd of verrekend met anderen. Nachtegael kreeg credit voor de volgende uitgaven, die hij voor rekening van de VOC had gedaan: Daarnaast werden door de Gecommitteerden (bestuurders van de VOC) extra posten goedgekeurd, omdat Nachtegael aantoonde dat deze uitgaven waren gedaan met toestemming of als compensatie voor geleverde diensten. Dit betrof onder andere: Het totaalbedrag dat Nachtegael in credit kreeg, was 377¾ realen (ƒ 566,62) plus een kleine correctie van 8 realen (ƒ 12), samen 377¾ realen (ƒ 566,62).
Bekijk transcriptie 


Maria Gerrits van Hoorn, een vrouw uit Rotterdam, verscheen op 17 februari 1654 voor notaris Reijnier Duee in Amsterdam. Zij was de echtgenote van Cornelis de Haen en werd bijgestaan door de notaris als haar "voogd" (vertegenwoordiger) voor deze zaak. Zij verklaarde dat zij Salomon van Nieulandt, een notaris in Amsterdam, aanstelde als haar vervanger. Deze mocht namens haar alles doen wat in een eerdere volmacht stond, die haar man Cornelis de Haen voor haar had opgesteld bij notaris Balthasar Bazis in Rotterdam op 11 januari 1654. Salomon van Nieulandt kreeg hiermee dezelfde bevoegdheden als Maria zelf had op basis van die volmacht. Maria beloofde dat alles wat Salomon van Nieulandt in deze hoedanigheid zou doen, geldig en bindend zou zijn. Dit gebeurde in het bijzijn van de getuigen Lucas Jansz Sinck en Sacharias de Vos.
Bekijk transcriptie 


Op 15 december 1692 gingen Lourens Lasonder (een smid) en zijn vrouw Barbara Bormeester naar notaris Joannes Boots in Amsterdam. Ze woonden in de Kerkstraat bij de Amstel en waren gevraagd door hun buurman Hendrick Nieulandt, een timmerman.

Ze verklaarden onder ede dat de dag ervoor, rond 3 uur 's middags, de vrouw van Hendrick Nieulandt en mevr. Baseliers (een weduwe) bij hen op bezoek waren geweest. Tijdens dat gesprek had de weduwe Baseliers gezegd:

De verklaring werd opgesteld in het bijzijn van de getuigen Gysbert van Slingelant en Joris van der Valck.

Daarnaast werd eerder die dag nog een andere verklaring afgenomen over een schipbreuk op Sumatra, waarbij een wisselbrief (een soort schuldbewijs) was verloren gegaan. Deze verklaring werd getekend door Math: V: Heel en Peter Tulcken, met een bedrag van 55 gulden en 59 stuivers genoemd.

Bekijk transcriptie 


De tekst bevat voornamelijk lijsten met namen van personen, waarschijnlijk uit historische archieven of registers. De namen zijn onderverdeeld in groepen met verwijzingen naar nummers en soms beroepen of herkomst. De namen zijn mogelijk afkomstig uit een 148 jaar oude bron (augustus 1363 wordt genoemd, maar dit lijkt een fout, aangezien de nummers en namen uit een veel latere periode komen). Er wordt ook verwezen naar artikel 313 en een getal 70.000, maar de context hiervan ontbreekt.
Bekijk transcriptie 


Op 4 mei 1741 bevestigde Joan Nilant, waarnemend rechter in Oldenzaal, dat J.C. Nagel en zijn vrouw Maria Sibilla van Eijbergen (als zijn echtgenote en voogd voor Dr. G.H. Heir en diens vrouw Jonnedonia Hunevelt) een stuk land genaamd Telgenkamp hadden verkocht. Dit land lag bij het erve Stoepel in het boerschap Dulder onder het gericht van Oldenzaal. De koper was de weduwe van Henrick Jurriaan Bussemaker en haar erfgenamen. De koopsom was 160 Carolusguldens, die direct betaald werd. De verkopers beloofden dat de koper het land zonder problemen kon gebruiken en dat ze geen rechten meer op het land hadden.

Op 28 mei 1741 bevestigde Joan Nilant opnieuw dat Willem Moesel uit Geesteren (namens zijn vrouw) een stuk land genaamd Stege Berentskamp in Haaksbergen had verkocht aan Harm Wessels. De koopsom was al betaald, en Moesel droeg het land officieel over zonder enige rechten te behouden.

Op 22 mei 1741 verklaarde Berent Jan ter Schiphorst uit Denekamp (namens zichzelf en zijn afwezige vrouw Aaltjen Herick) dat hij een stuk land genaamd Dodencamp in Boninge (met bijbehorende weide Averskamp en kamp Hogenrade) had verkocht aan Jan Braakman en Engele Maldereren. Het land was vrij van belastingen, en de koopsom was al betaald. Het land werd officieel overgedragen zonder verdere rechten.

Op 23 mei 1741 bevestigde Jan Braakman en zijn vrouw Engele Maldereren dat zij een deel van Dodencamp in Boninge hadden verkocht aan Gerrit Wegters en Lambert Ballers. Het land was vrij van belastingen, en de koopsom was al ontvangen. Ook hier werd het land officieel overgedragen zonder verdere rechten.

Op 23 mei 1771 (30 jaar later) bevestigde Joan Nilant opnieuw een verkoop: Jan Braakman en zijn vrouw Engele Maldereren hadden een deel van Dodencamp verkocht aan Gerrit Wegters en Lambert Ballers. De koopsom was betaald, en het land werd definitief overgedragen.

Bekijk transcriptie 


Op 22 december 1920 gingen de volgende personen naar het rechtsgebouw in Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer: Hendrik de Ron was benoemd en beëdigd als voogd door kantonrechter Ten Bokkel Kuinink op 1 november 1917. Hij vertegenwoordigde de belangen van de kinderen, omdat die botsen met die van hun vader. Deze akte was een kopie van een eerdere akte, aangevraagd door mevrouw Benit (een schuldeiser) op 5 maart 1921. De kosten waren:
Bekijk transcriptie 


Henricus Cranendoncq, een predikant in Spanbroek en Opmeer, en zijn vrouw Alida Catharina O'Brenan regelden een transport (een officiële overeenkomst) met nummer 103. Zij deden dit voor Jacobus Dico, waarschijnlijk om hem een voordeel of recht te geven.
Bekijk transcriptie 


Op 21 maart 1720 gingen Harmen Janse Luttickhuijs en zijn vrouw Trijntje Egberts ten Hove naar notaris Jan van Dijk in Haarlem. Ze woonden zelf in Appeldoorn. Harmen sprak namens drie partijen: Harmen en Trijntje gaven aan de notaris de volgende volmacht: Ze benoemden Hendrik Jacobsz Orgel, Reijnier Albertsz (een zoon van Harmen) en Harmensz Luttickhuijs (een andere zoon) als hun officieel gemachtigde vertegenwoordigers. Deze drie mochten samen met Cornelis de van der Holen, Mozes van Hulkenroij en Albert van Harmensz Luttickhuijs de boedelinventaris opmaken van de nalatenschappen van Hendrik ten Hove en Gerritje Alberts Luttickhuijs.
Bekijk transcriptie 


Op 8 maart 1624 legde een getuige een verklaring af in Amsterdam voor de makelaars Jan Claes en Willem Martens. De notaris Jok Willem Cluyt noteerde later die dag een conflict over een wisselbrief.

De broers Gaspar en Jan Vinckevoort, kooplieden in Amsterdam, eisten samen met Coenraet Momboirs (ook koopman) betaling van een vervallen wisselbrief. Deze was op 12 maart 1624 getekend en had een waarde van 171 pond, 12 schellingen en 6 penningen (£37-12). Coenraet Momboirs beloofde de schuld over twee dagen te voldoen.

De notaris protesteerde namens de Vinckevoorts tegen deze vertraging. Hij eiste:

De notaris zou deze eisen later verhalen op Coenraet Momboirs en andere betrokkenen.

Coenraet Momboirs verdedigde zich met de volgende argumenten:

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Conraed Jansz, ook bekend als Jacob de Winter, een 16-jarige jongeman uit Amsterdam, maakt op 9 december 1679 zijn testament voor notaris. Hij is van plan om als bootsgezel met het schip Groot Es Siatte naar Oost-Indië te vertrekken in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), kamer Amsterdam. Hij benoemt in zijn testament: Zijn erfgenamen mogen vrij over de goederen beschikken, zonder dat ze daarvoor toestemming van een rechter nodig hebben. Ze kunnen ermee doen wat ze willen, alsof het hun eigen bezit is. Het testament is opgesteld in het huis van Maijcke Mombersdr in Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen Johannes Boots en Gerrit Blijdenbergh. Conraed benadrukt dat dit zijn laatste wil is en dat latere aanpassingen alleen geldig zijn als ze expliciet als zodanig worden genoemd. Ook zonder juridische formaliteiten moet dit testament gerespecteerd worden.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


A. de Jong, een voormalig soldaat uit het leger in Oost-Indië, had 12 jaar onafgebroken gediend. Volgens de regels had hij vanaf 1 september 1885 recht op pensioen. Hij verliet echter al op 20 juni 1885 het Hollandsch Werfdepot en dacht vanaf dat moment recht op pensioen te hebben. Daarom stuurde hij op 28 augustus 1885 een verzoek aan de minister van Koloniën. Hij vroeg of zijn pensioen alsnog in kon gaan vanaf de datum van zijn ontslag, omdat hij sinds die tijd werkloos was. De minister van Koloniën besloot op basis van een reglement uit 24 augustus 1675 dat het verzoek van de Jong niet kon worden goedgekeurd. Zijn pensioen bleef dus ingaan op 1 september 1885.
Bekijk transcriptie 


Op 31 mei 1691 kwamen Catharina Buyck (de vrouw van Cornelis Rademaker) en Frederick Seghman (beide wonend in Amsterdam) bij notaris Dirck van der Groe. Zij verklaarden het volgende:

De verklaring werd opgemaakt en ondertekend in Amsterdam.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Cornelis Melijn kreeg de opdracht om de vlakte landen achter Kol Tappaan (bij het huidige Tappan in New York) en andere gebieden te verkennen. Hij moest onderzoeken of daar geschikte plekken waren om nederzettingen te stichten. Bij zijn onderzoek keek hij naar:

Als de plekken geschikt bleken, zouden er nederzettingen worden gebouwd en zouden veel mensen zich daar vestigen.

De uitrusting en reparatie van het schip voor deze reis kostte ongeveer 5000 gulden. Melijn zou hiervan 2000 gulden betalen. Van dit bedrag werden de kosten voor twee paarden en vier kleine schepen (pincken) afgetrokken, die de heer van Naderhorst zou leveren. Andere noodzakelijke uitgaven zouden later worden verrekend via een schuldbrief. Afgesproken was dat de helft van de winst die uit de expeditie voortkwam (met Gods zegen) naar de heer van Nederhorst zou gaan.

Melijn zou na zijn terugkeer in Nederland weer vertrekken vanuit Amsterdam met een schip vol hout, vachten en bont. Voor de duur van 6 jaar zou hij vervolgens dienstdoen als bestuurder (baillieu) en schout (een soort politierechter) van de nieuwe kolonie, volgens specifieke instructies die hij nog zou ontvangen. De kolonie zou zelfstandig rechtspreken volgens de regels die de West-Indische Compagnie (WIC) had gegeven.

Vrije kolonisten konden een contract krijgen waarbij ze twee paarden, twee koeien en een huis kregen, plus 100 of meer morgens (een oude oppervlaktemaat) land. Hiervoor moesten ze een vijfde deel van hun oogst afstaan en de helft van de opbrengst van hun tuin (bastiael). Na een aantal jaren, als ze hun schuld hadden afbetaald, hoefden ze alleen nog de helft van de tuinopbrengst af te dragen. Voor de teelt van tabak en wijnstokken konden aparte afspraken worden gemaakt, afhankelijk van wat het meest voordelig was.

Beide partijen beloofden zich aan deze afspraken te houden en vroegen om een officiële akte, opgesteld door een notaris in de sterkste en bindendste vorm. Dit werd bevestigd op onbekende datum.

Bekijk transcriptie 



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/