Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


De afgevaardigden kregen de opdracht om alleen de verkoop van deelbare goederen (voor zover die verdeeld konden worden) te regelen. Volgens de instructies mochten zij niet oordelen over andere kwesties, zoals geschillen over het leen Schaesberg. Hierdoor waren de rechters niet bevoegd om verdere beslissingen te nemen, zelfs als daarom werd gevraagd.

De kwestie of Schaesberg een leen was, moest apart worden behandeld door bevoegde rechters in een algemene rechtszaak. Een eerdere beslissing hierover kon de graaf van Schaesberg niet schaden, omdat zulke uitzonderingen niet definitief waren totdat een bevoegde rechter erover oordeelde.

De goederen van Schaesberg waren inderdaad een leen onder de leenhof van Gulik (Juliers). Volgens de wetten en gewoonten van dat gebied moesten zaken over successie en dergelijke daar worden behandeld. De eerdere beslissing over de verdeling van het kasteel Schaesberg was dus ongeldig, omdat:

Een zaak die al voor de hoogste rechtbank van Brabant liep, kon niet zomaar naar een andere rechtbank worden verplaatst. Bovendien kon een beslissing van gedelegeerde rechters nooit als definitief worden gezien, omdat hun bevoegdheid beperkt was. Voor een geldige uitspraak was instemming van beide partijen nodig – maar die was er niet, omdat de graaf van Schaesberg bezwaar had gemaakt (26 november 1747).

Uit een verklaring van de hertog van Gulik (2 mei 1799) bleek dat de vermeende verdeling nooit was goedgekeurd. Ook in een verzoek aan de regering in Brussel (23 mei 1799) werd de eerdere uitspraak niet genoemd. Hieruit bleek dat de verdeling alleen gold voor vrije goederen (allodiale goederen), niet voor de lenen van Gulik.

Bovendien hadden de partijen na de uitspraak zelf een minnelijke regeling getroffen buiten de rechtbank om. Hierdoor verviel niet alleen de eerdere beslissing, maar ook de zaak die bij de Raad van Brabant liep. De huidige heer van Schaesberg had nooit ingestemd met een verdeling van de lenen onder Gulik.

Bekijk transcriptie 


Op 23 januari 1792 ontvingen de Staten-Generaal in Brussel het verzoek om namens de koning rechtvaardigheid en vriendschap te eisen van hogere machten in een zaak die belangrijk was voor zijn dienst. Ze besloten te wachten op een rapport van heer Hop en stuurden een kopie van zijn aantekeningen en bijlagen naar heer van Heerkens tot Zuns en andere afgevaardigden voor buitenlandse zaken, om de zaak te onderzoeken en verslag uit te brengen.

De zaak ging over Maria Edilia, barones van Wassenaar Warmond (geboren als barones de Steiners), weduwe van Jan Joseph Bazor van Wassenaar en inwoner van Maastricht. Zij verklaarde:

De graaf van Schaesberg, wonend in de rijksstad Aken, protesteerde hiertegen. Hij:

Hierdoor moest barones van Wassenaar bewijzen dat Schaesberg wél onder Valkenburg viel. Zij deed dit met:

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


De Staten-Generaal bespraken verschillende zaken en namen daarover beslissingen:

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Resident Lansberge schreef op 25 februari 1744 een brief aan de Hoog Mogende Heren (de leiders van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) met nieuws uit Keulen en omgeving. Hier volgt een samenvatting van zijn verslag: Lansberge schreef ook op 2 maart 1744 een korte update:
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


De tekst beschrijft een lijst van leenrechten (een soort belasting of verplichting aan een heer) in de regio Gelderland en Limburg, die opnieuw moeten worden toegekend omdat de vorige eigenaren zijn overleden. Hier een overzicht:

Tot slot wordt vermeld dat volgens oude documenten uit 1494 en 1588 er nog een onduidelijk leenrecht bestaat voor de stadstol in Gorinchem. Het is niet duidelijk of dit recht nog geldt of is vervallen.

Bekijk transcriptie 


Er werden twee bijlagen ontvangen:

Tijdens de vergadering werd ook een vonnis voorgelezen en besproken. Dit vonnis was op 19 november 1668 uitgesproken door de Raad en Leenhof van Brabant en het Hof van Overmaze. Het ging over een conflict tussen twee partijen:

De Raad had de zaak zorgvuldig bestudeerd en besloten:

Het vonnis was ondertekend door N. van der Haer. De vergadering besloot dit vonnis als een officiële kennisgeving te accepteren.

Bekijk transcriptie 


In 16 december 1738 bespraken de Staten van Holland en West-Friesland een brief van Frans Reert Synd, namens Egon, vrijheer van Wendt en Hardenberg. Deze brief, gedateerd 4 december 1738 en ontvangen op 13 december 1738, meldde het volgende: De Staten van Holland besloten: De Staten informeren de Provincie Holland hierover op 22 december 1738.
Bekijk transcriptie 


De vergadering vond plaats op 18 februari 1635 onder leiding van heer Tienhoven. Aanwezig waren onder anderen: Graaf van Culemborg, Rantwyck, Verbolt, Beaumont, Ripperda en Swartsenburg.

Bekijk transcriptie 


De bisschop van Würzburg wilde al een tijdje door Straatsburg en Elzas trekken en vervolgens door Lorraine. Daarom had de hertog (waarschijnlijk Alexander Farnese, hertog van Parma) soldaten bij alle doorgangen geplaatst om weerstand te bieden tegen de troepen uit Milaan. Uit brieven uit Spanje bleek dat de hertog van Savoje met 30.000 man in Barcelona was om terug te keren naar Italië. In Provence, bij Aix, had Monseigneur de la Valletta een belangrijke plaats ingenomen. Hij probeerde ook een vesting bij de grens met Savoje te veroveren, maar dat lukte niet. In eigen land gold een verbod: niemand mocht graan op het veld vooraf kopen tot 11 juli 1591. Wie dat al had gedaan, moest het geld terugkrijgen. Uit Constantinopel kwam nieuws dat de oorlog in Perzië doorging. De scheepswerven daar werkten hard, dus er zouden dat jaar waarschijnlijk geen nieuwe schepen gebouwd worden. De Raad van State schreef op 17 juni 1591 (ontvangen 19 juni) dat de vijand nog in de Betuwe was. Graaf Van den Bergh (vermoedelijk bedoeld met "Rontsom Guodsenborg") leidde een deel van zijn troepen, terwijl de rest aan de andere kant van de rivier bleef om 's-Hertogenbosch in bedwang te houden en makkelijker voedsel van bovenaf te krijgen. Het ruitervollek kon weinig uitrichten in de Betuwe en wilde niet oversteken vanwege het regenachtige weer, dat de rivieren deed stijgen. Door dijken door te steken, konden ze de vijand in het nauw drijven. Het exacte aantal vijandelijke troepen was onduidelijk: sommigen zeiden dat het er weinig waren, maar de Raad van State vermoedde van niet. Ze vonden dat alle beschikbare soldaten klaar moesten staan. Ze wachtten op de graaf van Leicester (vermoedelijk bedoeld met "syn Exc:") om het leger te versterken en de verwoeste gebieden te bevrijden. De troepen in Ewijk en Zevenbergen waren gemotiveerd en deden dagelijks uitvallen, wat schade toebracht aan het vijandelijke leger. Ze hoopten dat de graaf van Leicester snel en veilig met het leger zou komen, vooral nu het slechte weer de vijand kon hinderen.
Bekijk transcriptie 


In de 16e eeuw werd een overeenkomst gesloten tussen de keurvorst van de Palts (een Duitse vorst) en een andere partij, waarbij de volgende afspraken werden gemaakt: Deze afspraken golden voor de Oostenrijkse Nederlanden (ongeveer het huidige België en delen van Nederland) en werden vastgelegd in artikel 59.
Bekijk transcriptie 


De afgevaardigden melden aan Hare Hoog Mogenden dat de zaken niet zo vlot verlopen als gehoopt, ondanks hun wens. Hier de belangrijkste punten:
Bekijk transcriptie 


De tekst gaat over een juridisch geschil rondom de erkenning van leenrechten door de heren van Schaesberg aan de keizer. Hier een samenvatting:

Bekijk transcriptie 


De vrouw van de overleden heer van Overleeuw had een vrijwillige rechtszaak aangespannen bij de Stadhouder en Leenmannen van het Monhuys van Valkenburg, namens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Haar man had eerder al een soortgelijke procedure gevolgd bij dezelfde Leenhof van Valkenburg. Tijdens deze procedure kwam graaf van Schaesberg, die in Pekingstad bij Aken woonde, in verzet. Hij claimde dat de heerlijkheid Schaesberg niet onder de Leenhof van Valkenburg viel. Volgens hem had baron de Bourscheid nooit een deel van deze heerlijkheid bezeten. In plaats daarvan zou het om twee twaalfde delen gaan die privé-eigendom waren van graaf van Schaesberg zelf. De graaf vroeg daarom om de vrouw voor het juiste leenhof te dagen, waar de heerlijkheid Schaesberg volgens hem wel leenplichtig was. Hij gaf echter niet aan welk leenhof dat dan zou moeten zijn. Later bleek uit documenten, ingediend bij de Leenhof van Valkenburg, dat graaf van Schaesberg stelde dat de heerlijkheid Schaesberg een oud Guliks leen was (een leen onder het hertogdom Gulik). Hiermee zou de heerlijkheid dus niet onder Valkenburg vallen.
Bekijk transcriptie 


In 26 januari 1772 was er een geschil over het leenrecht van het kasteel en de heerlijkheid Schaesberg, gelegen bij Valkenburg. De stadhouder en leenmannen van het Manhuys van Valken (een leenhof) hadden een rechtszaak lopen over de verdeling van een erfenis. Een vrouw, wier man was overleden, had een zogenaamde purgatie civiel (een juridische procedure om leenrechten te bewijzen) aangespannen bij het Leenhof van Valkenburg. Hierbij claimde ze rechten op een deel van de heerlijkheid Schaesberg. Graaf van Schaesberg, die in Ripstad Aken woonde, was het hier niet mee eens. Hij stelde dat: De graaf eiste dat de zaak verplaatst zou worden naar het juiste leenhof, waar Schaesberg volgens hem wel leenplichtig was. Eerst noemde hij niet welk leenhof dat dan wel was, maar later claimde hij in een schriftelijke verklaring met bijlagen dat: Door deze tegenwerping (exceptie declinatoir) werd de vrouw gedwongen de procedure voort te zetten. Ze moest met een openbare eed (een plechtige bevestiging onder ede) aantonen dat het kasteel, de heerlijkheid en de goederen van Schaesberg al sinds onheuglijke tijden afhankelijk waren van het kasteel van Den... (de plaatsnaam ontbreekt in de tekst).
Bekijk transcriptie 


De graaf van Schaesberg claimde dat bepaalde landerijen en het kasteel Schaesberg al eeuwenlang een leengoed (een soort erfpacht) waren van de leenhof (een rechtbank voor leenzaken) van Valkenburg. Hij eiste dat de huidige eigenaar, de graaf van Schaasbeng, zich hiervoor zou melden bij het leenhof om de leenplicht te bevestigen. De graaf van Schaasbeng had hiertegen bezwaar gemaakt en stelde dat het goed een oud Guliks leen was (een leen onder het voormalige hertogdom Gulik). Volgens hem hoorde het bij de Mankamer (een leenhof) in Düsseldorf en was het nooit verbonden aan Valkenburg. De zaak was eerder behandeld door rechters die namens de keizer en koning (de hoogste gezagsdragers in het Heilige Roomse Rijk) een vonnis hadden geveld. Hierin werd bepaald dat: De graaf van Schaasbeng werd dus in het ongelijk gesteld.
Bekijk transcriptie 


Op 23 augustus 1630 werd in Amsterdam een huwelijksovereenkomst opgesteld door Gerrit Hoijer Ras en Grietgen van der Gous. Zij waren al getrouwd, maar legden nu de financiële afspraken vast. Hier de belangrijkste punten: Gerrit Hoijer Ras en Grietgen van der Gous beloofden deze afspraken strikt na te leven. Ze lieten dit officieel vastleggen door een notaris. --- Op dezelfde dag, 23 augustus 1630, rond 16:00 uur, kwam het echtpaar voor notaris Jacobo Westfrisio (een openbare notaris in Amsterdam, erkend door het Hof van Holland). Gerrit was ziek en lag in bed, Grietgen was zwanger, maar beide waren helder van geest. Ze beseften dat het leven breekbaar is en de dood onvoorspelbaar. Daarom maakten ze, na een christelijke aanbeveling voor hun zielen en lichamen, hun testament op.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Deze tekst gaat over de straf en de inbeslagname van bezittingen van de opstandige en moordenaars uit Het Zuiderland. De zaak werd behandeld door commandeur Francisco Pelsaert en de scheepsraad van het schip Sardam, samen met de advocaat-fiscaal (openbaar aanklager) voor de Raad van Justitie.

De volgende bedragen werden maandelijks in beslag genomen en toegewezen:

De bedragen werden maandelijks geïnd en verdeeld zoals hierboven vermeld.

Bekijk transcriptie 


William Wylich was in 1645 en 1646 schepen in een bepaalde stad. Tijdens zijn tweede jaar als schepen gaf hij zijn functie als stadhouder op, met toestemming van de toenmalige hoogschout Bergaigne. Zijn plaats als stadhouder werd ingenomen door Laurens van Berkel, die zelf in 1648 en 1649 schepen was. Tijdens die jaren liet Laurens van Berkel zijn taken als stadhouder waarnemen door William Wylich, die toen weer schepen was. Johan van Blosenburg was in 1651 stadhouder en in 1667 schepen. Uit documenten bleek dat hij alleen als schepen had gewerkt, niet als stadhouder terwijl hij schepen was. Cornelis Hoofd was in 1677 stadhouder en werd in oktober van dat jaar ook schepen. Hij bleef schepen in 1678 en 1679, maar gaf bij zijn aanstelling als schepen zijn stadhouderschap op. Turriaan van Luenen was van 1679 tot 1693 stadhouder en werd in 1699 schepen. Er was geen bewijs dat hij als stadhouder optrad terwijl hij schepen was. Uit deze voorbeelden bleek niet dat een stadhouder die schepen werd, verplicht was zijn stadhouderschap op te geven vanwege een officiële verklaring of vonnis. Wel bleek dat stadhouders die schepen werden, hun stadhouderschap soms vrijwillig opgaven, soms na onderhandelingen of toestemming van de hoogschout. Dit voorkwam conflicten met de schepenen of de overige bestuurders, die anders tot ernstige problemen konden leiden, zoals in de voorgaande eeuw was gebeurd. De bewijzen hiervoor stonden in de bijlagen van het adres onder nummer 112.
Bekijk transcriptie 



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/