Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Bekijk transcriptie 


Chrétien Jean Gerard de Booy, notaris in Haarlem, maakte op 19 november 1874 een officiële akte op. Nicolaas Beets, predikant in Utrecht, kwam naar het kantoor. Hij was daar in twee rollen:
  1. Als vertegenwoordiger van: Deze drie, samen met Nicolaas Beets en de overleden Adriaan Beets, waren de enige nog levende kinderen van de overleden Martinus Nicolaas Beets en zijn vrouw Jacoba Beets op het moment dat Jacoba stierf.
  2. Als vertegenwoordiger van: Zij was de wettelijke voogd over haar vier minderjarige kinderen met Adriaan Beets:
Pieternella Jacoba Maria Makkers was in augustus 1850 getrouwd met Adriaan Beets.
Bekijk transcriptie 


De tekst beschrijft een overeenkomst tussen een persoon (de comparant) en de Naamloze Vennootschap Haarlemsche Bankvereeniging. Hierin staan de volgende afspraken:
Bekijk transcriptie 


Deze tekst beschrijft een overeenkomst tussen een schuldenaar en een schuldeiser over een pand in Haarlem. Hier volgt een samenvatting in modern Nederlands:
Bekijk transcriptie 


De schuldenaar en de schuldeiser hebben afspraken gemaakt over een lening met het volgende als onderpand: gebouwen en grond. Hier gelden de volgende regels:
Bekijk transcriptie 


Op 25 februari 1920 ging Cornelis Johannes Roozen, een machinist uit Haarlem, naar Nicolaas Jan Hoeflate, een kandidaat-notaris die inviel voor notaris Jan Arnold Wilkens in Maarlem (tegenwoordig Haarlem). Bij deze afspraak waren ook getuigen aanwezig. Roozen verklaarde dat hij een hypotheek gaf aan de Naamlooze Vennootschap Haarlemsche Bankvereeniging (een bank in Haarlem). Deze hypotheek was een extra zekerheid voor alle schulden die hij bij de bank had, zowel privé als voor zijn bedrijf. Het ging om een bedrag van 6000 gulden, inclusief rente en kosten. Als onderpand voor deze lening gaf Roozen een pand met pakhuis en bovenwoning, gelegen aan de Schoterweg in Haarlem (kadastergegeven: sectie G, nummer 1068, groot 884 m²). Dit pand was eerder al belast met een hypotheek van 8500 gulden ten behoeve van de Naamlooze Vennootschap Haarlemsche Bouwvereeniging (een bouwvereniging in Haarlem), die op 16 april 1920 was vastgelegd.
Bekijk transcriptie 


Een man heeft een hypotheek afgesloten bij de Haarlemsche Bankvereeniging (een naamloze vennootschap). Hiermee geeft hij de bank het recht om zijn onroerend goed (bijvoorbeeld een huis of land) te verkopen als hij zijn schuld niet betaalt. Hij stemt ermee in dat de bank dit mag doen zonder dat hij daar later nog bezwaar tegen kan maken.

De volgende afspraken zijn gemaakt:

De man gaat akkoord met een extra bedrag van 2200 gulden (genoteerd als "Bijgevoegd 2 nom C.J. R. yll M m"), maar er wordt niet uitgelegd waar dit voor is.

Bekijk transcriptie 


Op 27 april 1921 gingen Samuel Machiel Mok en Hendricus Smolenaars, beide handelaren uit Bloemendaal, naar Jan Arnold Wilkens, notaris in HaarlemDavid Bakker, directeur van de Naamloze Vennootschap De Kampioen in Rotterdam (maar wonend in Amsterdam). Bakker kocht:
  • Een villa met nummer 7, inclusief schuur, tuin en grond.
  • Het huis staat aan de Jozef Israëlsweg in Bloemendaal.
  • De grond is 5 are en 20 centiare groot (kadaster: Bloemendaal, Sectie A, nummer 6273).
De verkopers hadden het huis gekocht op 31 mei 1920 via een akte bij notaris Nicolaas Jan Hoeflake (plaatsvervanger van Wilkens). De verkoopprijs was 26.000 gulden, die Bakker contant betaalde.
Bekijk transcriptie 


In deze overeenkomst werd vastgelegd dat:

  • de schuldenaar zich moest houden aan de administratie van de Naamlooze Vennootschap Hanze bank. Een door de bank goedgekeurd uittreksel uit hun boeken gold als bewijs van de hoogte van de schuld, tenzij het tegendeel kon worden bewezen;
  • de kosten voor het opstellen van deze akte en het officieel bekendmaken ervan bij de schuldenaar voor rekening kwamen van de persoon die de overeenkomst tekende (de comparant).

De heer Roelof Klarinus Berends, kantoorbediende uit Rotterdam, bevestigde namens de Hanze bank dat hij deze afspraken en voorwaarden accepteerde.

Alle betrokkenen kozen het kantoor van de notaris als officiële plek voor verdere afhandeling. De akte werd opgemaakt in Haarlem op de datum die bovenaan vermeld stond, in aanwezigheid van de heren François Wilhelm Johan Tethof (kantoorbediende uit Beverwijk) en Giljam Lokerse (kantoorbediende uit Haarlem) als getuigen. Na voorlezing tekenden alle partijen, inclusief de notaris.

De akte werd geregistreerd in Haarlem op 4 mei 1820 in deel 27, bladzijde 92 (achterkant), vak 5, over 3 bladzijden zonder doorverwijzingen. De ontvanger noteerde een betaling van 1 gulden en 50 cent (€1,50) voor de registratiekosten.

Bekijk transcriptie 


Heer van Balen had een stuk grond in Gemeente dat bij het kadaster bekendstond als Sectie G, nummer 1068, met een oppervlakte van 88 centiare. Hij gaf dit als onderpand (hypotheek) aan de Hanze Bank onder de volgende voorwaarden:
  • Heer van Balen draagt al zijn rechten op de hypotheek over aan de Hanze Bank. Hij mag niets doen met deze hypotheek (zoals het opheffen ervan) totdat hij zijn volledige schuld aan de bank heeft afbetaald.
  • Als Heer van Balen zijn schuld niet betaalt na een aanmaning, mag de Hanze Bank de hypothecaire vordering (het recht op de grond) publiekelijk verkopen volgens de lokale regels en artikel 1201 van het Burgerlijk Wetboek. Met de opbrengst betaalt de bank eerst de schuld, rente en kosten. Het eventuele overschot gaat naar Heer van Balen.
  • Als Heer van Balen zijn afspraken niet nakomt of iets doet wat tegen de regels is, is hij meteen in gebreke. Er hoeft geen extra waarschuwing gegeven te worden.
  • Heer van Balen geeft de Hanze Bank toestemming om namens hem de schuld op te eisen en te innnen, en om de verbonden goederen (de grond) te verkopen als hij niet betaalt. De bank mag alles doen wat Heer van Balen zelf ook zou mogen doen als eigenaar van de hypotheek.
Deze afspraken zijn gebaseerd op een eerdere leningsovereenkomst van 25 februari 1920, opgemaakt door kandidaat-notaris N. J. Hoeflake als vervanger van de notaris.
Bekijk transcriptie 


Karel van Balen heeft een officiële schuldbekentenis getekend. Hierin staat dat als hij het geleende geld (de hoofdsom) of de rente niet op tijd betaalt, de geldschieter het onderpand onherroepelijk mag verkopen. Met de opbrengst hiervan worden dan de schuld, de achterstallige rente en de kosten afbetaald. Karel van Balen gaat akkoord met deze afspraken, inclusief de hypotheek (het onderpand). Voor eventuele problemen kiest hij het kantoor van de tijdelijke bewaker van dit document als zijn vaste woon- of verblijfplaats (domicilie). De akte is opgesteld in Haarlem op de datum die bovenaan staat. Aanwezig waren: Zij fungeerden als getuigen en kenden alle betrokkenen, inclusief de waarnemend notaris. Na voorlezing tekenden Karel van Balen, de getuigen en de notaris de akte direct. Er werd een kleine fout gecorrigeerd (een doorgehaalde letter op regel 8 van pagina 4). De notariële kosten bedroegen 1 gulden en 50 cent (voor 20 foliopagina’s, een vierde deel en rechtstaks). De ontvanger, Meulier (ingenieur in Heemstede), noteerde op 25 februari 1920 het bedrag 433/4.
Bekijk transcriptie 


Op 1 augustus 1922 verscheen Jan Arend Vetter, een bouwkundige uit Nieuwer-Amstel, voor notaris Jan Arnold Wilken in Haarlem. Vetter was directeur van de naamloze vennootschap Exploitatie Maatschappij van Roerende en Onroerende Goederen "Steeds voorwaarts" en handelde namens dit bedrijf. Hij verklaarde twee smalle stroken grond te hebben verkocht aan Karel van Balen, een bakker uit Haarlem. De stukken grond lagen achter de Oosterstraat in Haarlem en waren elk ongeveer 2,5 centiare groot. Samen vormden ze een oppervlakte van 9 centiare, afkomstig van kadastrale percelen E2983 en E2985 (groot respectievelijk 1 are 11 centiare en 1 are 10 centiare). Het betrof het noordelijkste deel van perceel E2983. De koop werd officieel vastgelegd.
Bekijk transcriptie 


Deze tekst beschrijft een lening met een hypotheekovereenkomst uit het verleden. Hier volgt een samenvatting in modern Nederlands:
  • De lener (schuldenaar) moet de kosten van verzekeringen (zoals brandverzekering) betalen. Als er brandschade is, krijgt de geldschieter (schuldeiser) het verzekeringsgeld in plaats van het beschadigde pand, maar behoudt nog wel recht op eventuele restschuld.
  • De lener moet alle belastingen en lasten van het onderpand (bijvoorbeeld een huis) op tijd betalen en hiervan bewijs (kwitantie) tonen bij het betalen van de rente.
  • Als het onderpand vrijwillig verkocht wordt, blijft de hypotheek gewoon bestaan (er vindt geen "zuivering" plaats).
  • De hele lening (hoofdsom) en de rente moeten direct betaald worden in de volgende gevallen:
    • als het onderpand (deels) in beslag genomen, verkocht of met andere rechten belast wordt (behalve een hypotheek);
    • als het gebouw (deels) afbrandt;
    • als de lener failliet gaat of om schuldsanering (boedelafstand) vraagt;
    • als de lener de rente niet op tijd betaalt;
    • als de lener een van de andere afspraken niet nakomt;
    • als de lener overlijdt tijdens de looptijd van de lening;
    • als de woning onbewoonbaar wordt verklaard.
  • Als een van bovenstaande situaties zich voordoet, is de lener automatisch in gebreke (er hoeft geen officiële waarschuwing of ingreep te komen).
  • Als de lener de hoofdsom of rente niet betaalt, mag de geldschieter het onderpand openbaar verkopen om de schuld, rente en kosten te betalen.
Koelof Klarinus Berends, een kantoorbediende uit Haarlem, nam deze overeenkomst namens de geldschieter aan. De lener koos als vaste woonplaats voor juridische zaken het kantoor van de tijdelijke bewaker van deze akte. De akte werd opgemaakt in Haarlem op de datum bovenaan vermeld, in aanwezigheid van: De akte werd direct na voorlezing ondertekend door alle betrokkenen en de notaris.
Bekijk transcriptie 


De lening had de volgende voorwaarden: Als extra zekerheid voor de lening gaf de schuldenaar een hypotheek (een soort onderpand) op: Daarnaast waren er extra afspraken:
Bekijk transcriptie 


Deze overeenkomst gaat over de verkoop van een stuk grond met de volgende afspraken:
  • Op de verkochte grond mogen geen gebouwen of gewassen worden geplaatst die schade, gevaar of overlast kunnen veroorzaken, tenzij de Raad van Beheer van de Naamloze Vennootschap Binnenlandse Exploitatie Maatschappij van Onroerende Goederen in Haarlem hier eerst schriftelijk toestemming voor geeft.
  • De verkoper is alleen verantwoordelijk voor het leveren van de exacte oppervlakte die is afgesproken. Als er minder grond blijkt te zijn, is dat voor risico van de koper.
  • De koper mag meteen gebruikmaken van de grond en is vanaf nu verantwoordelijk voor alle belastingen en kosten die daarmee samenhangen.
  • De kosten voor deze akte en de levering van de grond worden gelijk verdeeld tussen koper en verkoper.
De verkoop vond plaats in Haarlem op een niet nader genoemde datum, in aanwezigheid van: De grond is verkocht voor 15.000 gulden, contant betaald door de koper. De verkoper bevestigt het geld te hebben ontvangen en staat vanaf nu alle rechten op de grond af aan de koper. Extra afspraken:
Bekijk transcriptie 


Op 25 februari 1820 verscheen Karel van Balen, een broodbakker uit Haarlem, bij Nicolaas Jan Hoeflade, een kandidaat-notaris die inviel voor notaris Jan Arnold Wilkens. Bij deze afspraak waren ook getuigen aanwezig. Karel van Balen verklaarde dat hij een stuk grond met gebouwen had verkocht aan Cornelis Johannes Roosen, een machinist die ook in Haarlem woonde. Het ging om:
  • een windelhuis (een gebouw waar windmolens werden gemaakt of gerepareerd),
  • een pakhuis,
  • een bovenwoning,
  • en een stuk grond (erf).
Dit alles stond op de kaart getekend als nummers 50, 50.a en 50 en lag aan de Schoterweg in Haarlem. Volgens het kadaster (de officiële registratie van grond) was het perceel bekend als sectie G, nummer 1068, met een oppervlakte van 88 centiare (ongeveer 880 m²). Karel van Balen had dit stuk grond gekregen via een eerdere akte. Op 30 september 1811 was er een overschrijving gemaakt bij de hypotheekbewaarder in Haarlem. Deze overschrijving was gebaseerd op een verkoopakte die al op 31 juli 1811 was opgesteld door notaris Loeff, die toen in Haarlem werkte. De grond en de gebouwen waren toen al eigendom van Karel van Balen geworden, omdat hij ze had laten bouwen.
Bekijk transcriptie 


Op 13 maart 1808 verklaarde Everhard Wildebier, die op dat moment op het punt stond om van de kolonie naar Amsterdam te vertrekken, dat hij de volmacht die hij en zijn broer Gerard Wildeboer op 23 januari 1808 hadden ondertekend, nog steeds geldig achtte. Deze verklaring werd officieel vastgelegd door een beëdigde ambtenaar en getuigen. Vervolgens benoemde Everhard Wildebier opnieuw zijn andere broer, Cornelis Dildeboer (die in de kolonie woonde), als zijn officiële vertegenwoordiger. Cornelis Dildeboer kreeg hiermee de volledige bevoegdheid om namens Everhard Wildebier – zowel privé als in zakelijke aangelegenheden – op te treden. Deze volmacht omvatte het recht om:
  • alle zaken en handelingen te regelen, zowel juridisch als zakelijk, alsof Everhard Wildebier zelf aanwezig was;
  • rekeningen te controleren, af te handelen en af te sluiten;
  • geld dat Everhard Wildebier privé of zakelijk te goed had, op te eisen en in ontvangst te nemen;
  • schulden die Everhard Wildebier privé of zakelijk had, te betalen na overleg;
  • kwitanties (bewijzen van betaling) te geven of te vragen;
  • namens Everhard Wildebier voor de rechter te verschijnen;
  • bij geschillen of weigeringen juridische stappen te ondernemen, zoals het inschakelen van een advocaat;
  • voor alle soorten rechtbanken (hoog of laag) op te komen, zowel als eiser als als verdediger;
  • officiële aankondigingen, dagvaardingen en protesten in te dienen;
  • verzoeken, verweerschriften en andere juridische documenten in te dienen;
  • vonnissen en afspraken aan te vragen, deze te laten uitspreken en indien nodig uit te voeren;
  • in hoger beroep, herziening of cassatie te gaan en dit tot het einde toe te volgen – of hiervan af te zien;
  • namens Everhard Wildebier eden af te leggen;
  • schikkingen te treffen, onderhandelingen te voeren en compromissen te sluiten;
  • arbitrale (bindende) uitspraken te aanvaarden of hiertegen in beroep te gaan;
  • beslagen op personen, geld of goederen aan te vragen of deze weer op te heffen;
  • in beslag genomen, gearresteerde of geëxecuteerde gelden vrij te geven;
  • indien nodig, waarborg (borgsom) te stellen.
Bekijk transcriptie 


Op 4 oktober 1808 verscheen Jan van de Poll (ook wel Can van de Poll de Jonge genoemd), een koopman uit Amsterdam, bij notaris Everard Cornelis Bondt. Hij handelde namens het handelshuis Rocquette en van der Soll, dat in 1767 was opgericht door Hubert van Hermaat en Van der Bosch om zaken te doen met plantage-eigenaren in Suriname.

Van de Poll verklaarde dat zijn handelshuis niets meer te vorderen had van Jacobus Petrus Lemmers. Deze had in 1804 de suikerplantage Vreedenburg (aan de Para-kreek in Suriname) gekocht voor 90.000 gulden, inclusief rente. Als onderdeel van die koop was een hypotheekakte opgesteld, die ook door Lemmers en zijn vrouw was ondertekend.

Van de Poll gaf vervolgens A.F. Belhom en E.I. Veldwyk (beide woonachtig in Suriname) de opdracht om:

  • de hypotheekakte officieel te laten registreren in Suriname,
  • te bevestigen dat het handelshuis geen verdere claims had op de plantage.

Deze volmacht gold ook als één van de twee afwezig of overleden was. Van de Poll beloofde alles achteraf goed te keuren. De akte werd ondertekend in het bijzijn van de getuigen Jan Marten (koopman) en Pieter Hangu van Aram.

Op 5 oktober 1808 bevestigden de notarissen I. Baak, H. Muller en J. van Homrigh dat Bondt een officiële notaris was en dat zijn akten geldig waren. De akte werd later, op 18 februari 1809, geregistreerd door E.J. Veldwyk.

Bekijk transcriptie 


Op 1 juni 1808 werd een officiële koopakte opgesteld in Nederland. Hierin gaf een vertegenwoordiger van het handelshuis van Jan & Theodore van Marsvels drie mannen in Suriname volmacht om namens hen op te treden:

Deze drie mannen mochten samen of apart (als een of twee afwezig of overleden waren) de volgende taken uitvoeren:

Beheer en controle van plantages:

  • De plantages Gustafsthal, Brouwershaven en Carelsburgh overnemen en beheren.
  • Toezicht houden op gebouwen, land, slaven, vee, werknemers en alle andere zaken op de plantages.
  • Zorgen dat alles op de plantages goed verliep en de regels werden nageleefd.

Financiële zaken:

  • Goederen en benodigdheden ontvangen die vanuit Nederland of elders werden gestuurd om de plantages draaiende te houden.
  • De opbrengsten (zoals gewassen) verzamelen en deze naar Nederland of andere plaatsen in Europa verschepen, tenzij lokale verkoop in Suriname voordeliger was.
  • Als verscheping niet mogelijk was, mochten ze de producten in Suriname verkopen of ermee doen wat het meest winst opleverde.
  • Jaarlijks een overzicht (inventaris) en financiële verantwoording sturen naar het handelshuis in Nederland.
  • Wissels (een soort betaalopdrachten) uitschrijven op naam van het handelshuis om kosten te betalen.
  • Salarissen uitbetalen aan werknemers en andere uitgaven voor de plantages doen.

Rechtelijke en administratieve taken:

  • Van eerdere beheerders van de plantages een financiële afrekening en verklaring eisen.
  • Deze rekeningen controleren, goedkeuren of aanvechten en eventuele fouten laten herstellen.
  • Geld vorderen dat het handelshuis nog tegoed had en betalen wat het handelshuis verschuldigd was.
  • Indien nodig, voor de rechter optreden (zowel als eiser als verdediger) in zaken over de plantages.
  • Alle wettelijke termijnen en procedures volgen.

Woon- en werkvoorwaarden:

  • Zelf op een van de plantages wonen als directeur, met vrijheid om een geschikte plantage te kiezen.
  • Het gebruikelijke directeurssalaris ontvangen, inclusief een toelage voor de zoon van de directeur (zoals toen gebruikelijk was).

Al deze taken mochten ze uitvoeren in ruil voor een normale vergoeding (provisie) voor hun werk.

Bekijk transcriptie 


Caatje van Heyne, een vrije vrouw in Paramaribo, maakte op 1801 haar testament bekend. Hierin gaf ze volmacht aan haar uitvoerders (de mensen die haar nalatenschap regelen) en aan Earenfried Gottlick Petri voor specifieke taken. Ook de laatste overlevende uitvoerder en de voogden over haar minderjarige erfgenamen kregen volledige bevoegdheid, zoals het voeren van rechtszaken namens hen. Ze sluit in haar testament uit dat de Nieuwe Wees- en Boedelkamer (een organisatie die wezen en nalatenschappen beheert) of andere soortgelijke instanties in de kolonie zich met haar nalatenschap mogen bemoeien. Dit geldt ook voor eventuele weesmeesters op de plaats waar ze komt te overlijden of waar haar goederen of minderjarige erfgenamen zich bevinden. Daarnaast bevestigde Caatje de verkoop van haar huis en erfpacht op de hoek van de Breestraat in Paramaribo. Deze verkoop was eerder gedaan door Cornelis Wildeboer namens haar aan Mejuffrouw Schuurveld, geboren den Wyl, volgens de afgesproken voorwaarden. Ze verklaarde deze verkoop volledig goed te keuren. Het testament werd voorgelezen en door een beëdigd vertaler, Daniel Fernandes, in het Negerengels (een creoolse taal) uitgelegd aan Caatje. Zij bevestigde dat dit haar laatste wil was en wilde dat het na haar dood zou worden uitgevoerd, minstens als een codicil (een aanvulling op een testament). Ten slotte verklaarde Caatje dat haar bezittingen minder dan 15.000 gulden waard waren. Het document werd ondertekend in het bijzijn van twee getuigen: Jacob d’Aron Cessurun en Samuel Isaak Labadie, die bevestigden dat ze Caatje goed kenden. De notaris, de Kosgezworen Clercq, stelde het document officieel vast.
Bekijk transcriptie 


In Haarlem verschenen op 23 en 30 september 1805 voor notaris Willem Arnoldus Haselaar de volgende personen: Deze drie partijen waren samen eigenaar van vier plantages in Suriname:
  • Bergendaal
  • Bovenrivier
  • Breukelerwaard
  • De Arrier Commewijne
Henri Zacharie op Couderc en Joanne Marie Couderc (samen met Etienne Couderc) bezaten elk voor 1/9 en samen dus voor 1/3 deel. Joan Raye bezat ook 1/3, en de erfgenamen van de barones van Lindau bezaten het laatste 1/3 deel. Al jaren lieten Henri Zacharie en Joanne Marie Couderc (met Etienne) toe dat de kas, het correspondentiekantoor en de administratie van de plantages volledig werden beheerd door een of meer beheerders, aangesteld door Joan Raye en de erfgenamen van de barones van Lindau (die samen 2/3 deel bezaten). Nu wilden Henri Zacharie en Joanne Marie Couderc dit veranderen. Joan Raye ging hiermee akkoord, maar wilde geen schijnbare scheiding van belangen. Er werd afgesproken dat, zodra dit document in Suriname aankwam:
  • de kas, het correspondentiekantoor en alle bijbehorende papieren van de plantages (inclusief het 2/3 deel van Joan Raye en de erfgenamen) overgedragen zouden worden;
  • de beheerders van Joan Raye deze zaken zouden overdragen aan nieuwe beheerders, aangesteld door Henri Zacharie en Joanne Marie Couderc;
  • de administratie over de plantages niet zou veranderen voor het deel van Joan Raye en de erfgenamen.
Als nieuwe beheerders werden in volgorde benoemd:
  1. Pierre Gabriel Labadie Rouleau;
  2. bij zijn overlijden, afwezigheid of weigering: Albert Taccollon;
  3. bijzelfde omstandigheden: M. Jean Planteau;
  4. bijzelfde omstandigheden: F.C. de Sutter;
  5. bijzelfde omstandigheden: Cornelis Wildeboer.
Deze beheerders moesten na ontvangst van dit document het kantoor en de kas overnemen van Joseph Donatius Justus Thijm (of diens opvolger), die op dat moment het kantoor en de kas beheerde in Suriname. Alle eerdere afspraken die hiermee in strijd waren, werden ingetrokken.
Bekijk transcriptie 


Op 4 augustus 1802 ging Oltman Gehrels, een koopman uit Amsterdam, naar notaris Jan Hendrik Zilver. Hij gaf officieel toestemming aan twee mannen om namens hem te handelen: Dit document werd later, op 22 februari 1803, bevestigd door notaris Heystek in Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen Hendrik van Greuninge en Willem Gerrit van Nes. Het werd geregistreerd en voorzien van een zegel van 48 stuivers. Notaris Zilver bevestigde de overeenkomst met het origineel.
Bekijk transcriptie 


In deze tekst wordt een overeenkomst beschreven waarin drie mannen, Arnoldus Laurens Kerkhoven, Ioannes Casparus de Sutter en Cornelis Wildeboer, de verantwoordelijkheid krijgen om een plantage in Suriname te beheren namens de eigenaren (de "Constituanten").

De drie mannen krijgen de volgende taken en bevoegdheden:

  • Zij mogen borgstellingen regelen en garanties geven.
  • Zij mogen een woonplaats in Suriname kiezen.
  • Zij mogen de plantage vertegenwoordigen in alle zaken, zowel binnen als buiten de rechtbank.
  • Zij mogen alles doen wat de eigenaren zelf zouden kunnen of moeten doen als ze aanwezig waren.
  • Zij mogen anderen aanstellen om hen te helpen, zolang er altijd minstens twee beheerders actief zijn.
  • Als een van de drie mannen (behalve Arnoldus Laurens Kerkhoven) wegvalt, moet Kerkhoven ervoor zorgen dat er twee nieuwe beheerders komen.
  • De Wees- en Onbeheerde Boedelskamer in Suriname en de Curator ad lites (een soort rechtsbijstander) worden uitgesloten van deze afspraken.

De beheerders moeten:

  • Regelmatig verslag doen aan de eigenaren en hen op de hoogte houden.
  • Belangrijke zaken eerst met de eigenaren overleggen voordat ze beslissingen nemen.
  • Bij spoedzaken mogen ze wel direct handelen, maar ze moeten de eigenaren daarna informeren.

De verdeling van de beloning voor het beheer is als volgt:

Alle eerdere afspraken over dit beheer worden met deze overeenkomst ongeldig verklaard.

De overeenkomst is opgesteld in Amsterdam op een niet genoemde datum, in aanwezigheid van de getuigen Jacob Wilhelm Lange en Samuel Anthonij Buchner. De notaris is E. M. Dorper.

De overeenkomst is goedgekeurd en geregistreerd op 9 november 1808 door Guicnels, een ambtenaar.

Bekijk transcriptie 


Op 23 mei bevestigde het Hof van Civiele Justitie in de kolonie Suriname een eerdere rechtszaak. Hiermee kreeg een groep mensen officieel het eigendom over een vijfde deel van plantage Adrichem (inclusief bijbehorende gronden). Deze plantage was eerder in handen van Frans Laurens Woldorff Joachimsz en zijn vrouw, Anna Elisabeth Menkema (de weduwe van Pieter Kerkhoven).

Anna Elisabeth Menkema was volgens een huwelijkscontract van 8 oktober 1776 getrouwd zonder gemeenschap van goederen (ze behielden elk hun eigen bezit). In het testament van Catharina Margaretha Smit (weduwe van Hendrik Kemper) van 2 februari 1802 was Anna Elisabeth Menkema benoemd als uitvoerder (degene die het testament regelt).

Daarnaast waren er nog drie vrouwen betrokken, allemaal zussen of verwanten van elkaar:

De betrokken vrouwen woonden allemaal in Paramaribo (de hoofdstad van Suriname). Ze wezen officieel de volgende mannen aan als hun vertegenwoordigers (personen die namens hen mochten handelen):

Er werden ook reservevertegenwoordigers aangesteld voor het geval een van de hoofdvertegenwoordigers zou komen te overlijden, zou weigeren, of afwezig zou zijn:

Bekijk transcriptie 


Op 22 mei 1825 werd in Amsterdam een document geregistreerd met nummer 17. Er werd een bedrag van 7 gulden en 6 cent betaald, plus 1 gulden en 46 cent voor kosten. Het document bestond uit 2¼ bladzijde zonder doorverwijzingen. Het was ondertekend door Abbema.

Een afschrift van dit document kostte extra. De notaris Willem van Homrijgh bevestigde dit.

Drie notarissen in Amsterdam, waaronder Willem van Hamrigh (bij wie de akte was opgesteld en ondertekend), verklaarden op 28 mei 1825:

  • Willem van Hamrigh was een officiële notaris in Amsterdam.
  • Alle akten die door hem waren opgesteld en ondertekend, waren geldig, zowel in Amsterdam als daarbuiten.

Deze verklaring werd ondertekend door de notarissen J. Baak, Johannes Wilhelmus Cramer en J.P. Klinkhamer.

Bekijk transcriptie 



Volgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/