Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 4101229 / 118
Bekijk transcriptie BE-MeSM / 10290941 / 13
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 576 / 0127
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 25
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 24
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 23
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0010
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0009
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974707 / 156
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974707 / 150
Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366762 / 165
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209410 / 61
Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 277 / Requestboek / 1804-1807 / Gda / 0013 12 juli 1790 verschenen voor notaris Jan Schouten in Haarlem: enerzijds burger Ruth van de Pol, wonend op het plein buiten de Grote Houtpoort onder de vrijdom van de stad, en anderzijds Dirk de Bruyn en Jan Westrik, beiden wonend in de stad, in hun hoedanigheid als voogden over Klaas de Bruyn en Jan de Bruyn en beheerders van hun goederen.
Zij verklaarden dat wijlen Rutgert de Bruyn en Dirkje Janse Disseldorp getrouwd waren geweest in gemeenschap van goederen. Dit echtpaar had 6 december 1781 bij notaris Gerrit Kok Junior een testament laten opmaken waarbij zij elkaar over en weer tot erfgenaam hadden benoemd, zodat de langstlevende alles zou erven. Hun kinderen zouden alleen hun legitieme portie krijgen.
Rutgert de Bruyn overleed. Dirkje Janse Disseldorp wilde hertrouwen met Ruth van Pol. Voordat dit huwelijk werd voltrokken, had zij 27 en 28 mei 1782 bij notaris Schouten aan haar 2 minderjarige kinderen Klaas en Jan de Bruijn, uit haar huwelijk met wijlen Rutgert de Bruyn, een bewijs verstrekt voor elk een bedrag van 50 gulden.
Ruth van Pol en Dirkje Janse Disseldorp maakten 17 april 1796 een testament bij notaris Johannes Petrus Kuenen. Hierin benoemde hij als testateur zijn echtgenote Dirkje Janse Disseldorp tot zijn enige erfgename. Zij als testatrice benoemde tot haar erfgenamen: haar man Ruth van Pol, haar 2 kinderen uit haar eerdere huwelijk met wijlen Rutgert de Bruyn, namelijk Klaas en Jan de Bruyn, en eventuele kinderen die zij met Ruth van Pol zou krijgen, allen in gelijke delen. De testateurs benoemden elkaar over en weer tot voogd over hun minderjarige kinderen. Zij benoemde alleen Dirk de Bruyn en Jan Westrik tot voogden over haar voorkinderen en beheerders van de goederen die zij van haar zouden erven, met uitsluiting van de weeskamer van de stad.
Dirkje Janse Disseldorp overleed. Ruth van Pol had op grond van de gemeenschap van goederen recht op de helft van de gemeenschappelijke boedel, en op grond van het testament op 1/3 van de andere helft, omdat Dirkje Janse Disseldorp zonder kinderen bij hem was overleden. De pupillen van de andere verschenen personen hadden recht op de overige 2/3 van die andere helft van de gemeenschappelijke boedel.
Om de gemeenschappelijke boedel en nalatenschap te regelen zou alles verkocht of door Ruth van Pol overgenomen moeten worden tegen een taxatiewaarde, waarna alle schulden en lasten betaald zouden worden. Omdat onzeker was hoe de boedel er
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974707 / 152 Johannes Windthorst, drogist te Bloemendaal, had een schuld van 2.600 gulden, ingeschreven op 7 november 1919 deel 421 nummer 127.
Frans Enseler, metselaar te Haarlem, had een restschuld van 800 gulden, ingeschreven op 18 december 1919 deel 427 nummer 121.
Jacobus Johannes Smolenaars, koopman te 's-Gravenhage, had een restschuld van 4.750 gulden, ingeschreven ten hypotheekkantore te 's-Gravenhage op 5 april 1920 deel 789 nummer 69. Voor deze schuld was Hendricus Smolenaars, koopman te Haarlem, borg gebleven.
Martinus Molenkamp, logementhouder te Haarlem, had een schuld van 1.000 gulden, ingeschreven op 9 april 1920 deel 438 nummer 3.
Jacobus de Wilde, landbouwer te Wijk aan Zee en Duin, had een schuld van 3.100 gulden, ingeschreven op 19 april 1920 deel 440 nummer 34.
Cornelis Karel van Beaumont, kantoor bediende te Haarlem, had een schuld van 5.000 gulden, ingeschreven op 3 mei 1920 deel 437 nummer 125. Voor deze schuld waren Homme Oudman, inspecteur van politie, en Karel Willem van Beaumont, particulier, beiden te Haarlem, borg gebleven.
Abraham Koebrugge, bloemist te Bloemendaal, had een schuld ingeschreven in 1919 deel 405 nummer 89.
Johannes Heyboer, lichtdrukker te Haarlem, had een restschuld van 800 gulden, ingeschreven op 17 februari 1919 deel 102 nummer 126.
Hermanus Willem Oldenburg, boekhouder te Haarlem, had een schuld van 500 gulden, ingeschreven op 4 februari 1919 deel 403 nummer 82.
Engelina van Duin, zonder beroep te Haarlem, weduwe van Cornelis Nouwland, had een schuld van 885 gulden, ingeschreven op 5 april 1919 deel 108 nummer 38.
Engel Koning junior, meester schilder te Zandvoort, had een restschuld van 1.800 gulden, ingeschreven op 16 april 1919 deel 104 nummer 171.
Willem Frederik Kuit, zonder beroep te Haarlem, had een schuld van 225 gulden, ingeschreven op 24 april 1919 deel 107 nummer 131.
Johannes Cornelis Schradere, kapper te Schoten, had een restschuld van 350 gulden, ingeschreven op 6 mei 1919 deel 405 nummer 160.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209098 / 15
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209098 / 16 Lucien Carolus Mooij, bloembollenkweker te Haarlem, groot 2000 gulden, ingeschreven 7 juni 1921 deel 475 nummer 111.
Lucien Carolus Mooij, bloembollenkweker te Haarlem, groot 2000 gulden, ingeschreven 1 juli 1921 deel 177 nummer 76.
Cor de Wolff, sterkunstenaar te Londen, groot 500 gulden, ingeschreven 4 november 1921 deel 487 nummer 10.
Hendrik Pieter van der Pligt, bankwerker te Haarlem, groot 600 gulden, ingeschreven 1 november 1921 deel 486 nummer 50.
Jacob Drayer voornoemd, groot 4390 gulden en 90 cent, ingeschreven 13 maart 1923 deel 522 nummer 167.
Adriana Francoise Peaux, particulier, wonende te Haarlem, weduwe van Abraham Noé Lodewijk zoon, groot 2772 gulden en 50 cent, ingeschreven 27 mei 1922 deel 502 nummer 37.
Voorts verklaarde de verschijner Rombach dat door genoemde Naamloze Vennootschap Beleggingsbank, Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen en het ter leen verstrekken van gelden zijn verkocht en bij deze in vollen eigendom worden overgedragen de navolgende hypothecaire schuldvorderingen ten behoeve van genoemde vennootschap, tot zekerheid waarvan inschrijving is genomen ten hypotheekkantore te Haarlem, zoals bij iedere vordering afzonderlijk zal worden vermeld, als:
Aan vrouwe Maria Petronella Risseeuw, particulier, wonende te 's-Gravenhage, weduwe van de heer Christiaan Leendert van Pesch, die ten laste van:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209098 / 17 6 oktober 1800 werd een document geregistreerd te Haarlem. Het stond vermeld in deel 32, op pagina 98 verso, in vak 4. Het document bestond uit 3 bladen zonder verwijzingen. Voor de registratie werd 1 gulden en 50 cent aan rechten betaald. De ontvanger was W, met nummer 50.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4805439 / 62 Gilissen werd geholpen om uit de handen van de wacht te komen. Op 13 augustus verklaarde iemand dat hij dit niet gezien had, omdat er te veel mensen in het voorhuis stonden. Op 14 augustus verklaarde hij gezien te hebben dat zodra Gilissen en zijn knecht tot voor de straatdeur waren doorgedrongen, de eerste zijn degen en de laatste zijn kortere degen uit de schede hadden getrokken en zich daarmee tegen de wacht verzetten. Op 15 augustus verklaarde de getuige dat hem verder niets bekend was hierover. Hij tekende met een kruisje omdat hij niet kon schrijven. Daarna verscheen Joannes Opsteijn, van volwassen leeftijd en inwoner van het gebied van dit graafschap. Hij werd gevraagd over de onderzoeksvragen en antwoordde als volgt:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 9050 / 0483 Johannes Tijdink werd gemachtigd door zijn broer Hendrik Tijdink, ijzersmid wonende te Borculo. Hendrik Tijdink gaf Johannes Tijdink, dagloner wonende te Twello, toestemming om namens hem voor notaris Philip Helgers Everts te verschijnen. Het doel was een akte te ondertekenen voor het doorhalen van een inschrijving die Hendrik had laten doen op 26 februari 1812 bij het bureau van hypotheken te Arnhem (register 7 nummer 147). Deze inschrijving was tegen Gerrit D. Beekman en Jenneken Hendriks, echtelieden wonende te Wilp, en betrof een katerstede genaamd Het Tryget op 't Hietveld, gelegen onder Wilp.
De akte werd geregistreerd te Apeldoorn op 14 mei 1818. Er werd 9,55 cent ontvangen zonder renteaftrek. Een afschrift werd afgegeven op 3 juni 1818.
De machtiging werd gedaan te Borculo op 28 april 1818. De handtekening van H. Tijdink werd gezien en gelegaliseerd door de schout en secretaris van Borculo op 2 mei 1818.
Als getuigen waren aanwezig Boerendt Vroijen, herbergier, en Gerrit Smits, deurwaarder, beiden wonende te Twello.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1369 / 0100 24 februari 1659 verscheen Teunis Comasen van Naarden, burger en inwoner, voor de schepenen van de stad Amsterdam in Noord-Nederland. Hij verklaarde dat hij op basis van een akte van 4 juli 1645 aan Frerick Aarsen, eveneens burger en inwoner aldaar, in eigendom overdroeg een stuk grond gelegen aan het Marckvelt.
Het perceel werd als volgt begrensd:
Het perceel was door de beëdigde landmeter Jacques Corteljan opgemeten met de volgende afmetingen:
De grond was vrij en onbelast zonder enige schuld, behalve het recht van de heer. Dit stond vermeld in een koopbrief van 11 november 1657, gepasseerd voor notaris Mathdus de Vos met getuigen. Teunis Tomasen verklaarde volledig betaald te zijn door Frerick Aarsen en deed daarom afstand van alle eigendomsrechten en aanspraken op de grond. Hij beloofde hier niet tegen in te gaan, onder verbinding van zijn persoon en alle bezittingen, roerend en onroerend. De akte werd door de overdrager en de schepenen getekend.
Bekijk transcriptie US-NycMA / 7090436 / 13 Jan van Antwerpen maakte de oren aan de genoemde pannen. Hij zei tegen Jan Schouten: als jij nuchter was zou ik je wat anders leren, maar nu weet je niet wat je doet.
De derde getuige Margareta Spoor, echtgenote van Olivier Hollebeek, was baker en verklaarde het volgende. De vrouw van Jan Schouten lag in het kraambed, dit was 8 jaar geleden. Terwijl zij daar aan het oppassen was, gebeurde er op Paasavond het volgende: Jan van Antwerpen was erg dronken en maakte veel lawaai. Schouten ging naar hem toe in de Pattebacken en zei tegen hem dat hij weg moest gaan omdat zijn vrouw in het kraambed lag. Als hij wat te zeggen had, moest hij komen als hij nuchter was. Jan van Antwerpen antwoordde dat hij niet weg wilde gaan maar aan het werk wilde blijven. De getuige hoorde Jan van Antwerpen tegen Schouten zeggen: gij zijt dan een dief van mijn arbeidsloon. Dit geweld of woordenwisseling vervelen de vrouw van Schouten zeer. De getuige riep Schouten in huis en raadde hem te wachten tot Jan van Antwerpen nuchter was, wat hij ook deed.
Ongeveer 1 uur of anderhalf uur na het bovenstaande kwam Jan van Antwerpen niet alleen in het huis van Schouten maar zelfs in dezelfde kamer waar diens vrouw gevaarlijk in het kraambed lag. Hij vroeg aan Schouten of hij een pijp mocht opsteken. Schouten stond dit toe. Toen de pijp was opgestoken, begon Jan van Antwerpen Schouten uit te schelden voor schurk en schelm. Schouten antwoordde daar vrijwel niets op. De getuige, als baker, zei toen tegen Jan van Antwerpen dat hij uit de kamer moest gaan of dat zij hem eruit zou gooien. Jan van Antwerpen ging toen al razen en scheldend weg.
De vierde getuige Anna Kamp, echtgenote van Jan Vlamingh, verklaarde ook dat zij op dezelfde Pinksterwoensdagochtend
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974335 / 160 15 januari 1672 verscheen voor notaris Lourens Baert in Haarlem de zieke Zeger Jacobsz Sleepen, wonende op de Sint Jansweg buiten de stad. Hij was wel ziek maar had zijn verstand, geheugen en spraak nog volledig. Hij verklaarde dat wanneer hij zou overlijden, al zijn nagelaten kinderen uit zijn goederen moesten worden opgevoed en grootgebracht totdat elk van hen meerderjarig werd of in het huwelijk trad. Pas op dat moment mochten zijn kinderen een verdeling van de goederen krijgen, niet eerder. Hij wilde dat zowel de jongste als de oudste kinderen tot die tijd uit zijn goederen werden onderhouden.
Hij stelde als voogden over zijn minderjarige kinderen en het beheer van hun goederen aan:
Hij gaf hen alle macht en gezag die voogden volgens de wet nodig hebben. Hij sloot de weeskamer van Haarlem en alle andere weeskamers en rechtbanken waar zijn nalatenschap zou vallen uit, evenals alle vrienden, verwanten en bloedverwanten die hier om ambtelijke of familierelatie bij betrokken zouden kunnen zijn.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842814 / 457 1 december 1864 verschenen voor notaris Jan Harms Kemelaar uit Veenendaal de volgende personen:
Evertje Willemyntje Leinweber (geboren van Schuppen) en Johanna Hendrika Spruijt (geboren van Schuppen) waren de 2 enige kinderen en erfgenamen van wijlen hun moeder mejuffrouw Johanna Sterk, die tijdens haar leven getrouwd was met wijlen hun vader de heer Dirk Stevense van Schuppen.
De heer Steven van Schuppen en mejuffrouwen Jacoba Jeanettina en Roelofje Elise Helena van Schuppen waren kinderen van Woutertje Anna Pannekoek uit haar tweede huwelijk met wijlen de heer Dirk Stevense van Schuppen. Samen met Evertje Willemyntje Leinweber (geboren van Schuppen) en Johanna Hendrika Spruijt (geboren van Schuppen) waren zij de 5 enige kinderen en erfgenamen van wijlen hun vader de heer Dirk Stevense van Schuppen.
De verschenen personen verklaarden dat zij de gemeenschappelijke bezittingen wilden verdelen die bestaan hadden tussen wijlen de heer Dirk Stevense van Schuppen en zijn overleden eerste echtgenote wijlen mejuffrouw Johanna Sterk, en zijn tweede echtgenote mejuffrouw Woutertje Anna Pannekoek, evenals de nalatenschappen van zijn eerste echtgenote en van hemzelf.
Zij gaven de volgende toelichting:
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 34-1 / 2312 / 0048 De notaris stelde verdere voorwaarden vast voor de verkoop:
Na het voorlezen van de voorwaarden aan de aanwezigen ging de notaris over tot de verkoop van droge turf. De volgende personen kochten turf:
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 34-1 / 2296 / 0287 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/