Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Op 7 januari 1745 legden verschillende mensen een verklaring af voor Daniel Arentsz, de secretaris van de rechtbank van het gouvernement. De getuigen waren:
Ze waren allen soldaten in dienst van de Compagnie en gestationeerd bij de Landpoort van het fort. Ze legden een verklaring af op verzoek van de tijdelijke aanklager Carl Jan Hout. De eerste getuige Tangana verklaarde dat hij op 18 december geschreeuw hoorde bij zijn post. Toen hij ging kijken zag hij dat Otto Hendrik Kloek, de baas van de wapenkamer, een vrouw sloeg met een stok. Deze vrouw was eerder de prostituee van de overleden eerste konstabel. De tweede getuige Piero Pietersz had die dag wacht bij de Landpoort en wist alleen dat Jan Fredrik Gieseke, de helper van de wapenkamer, die middag bij de Landpoort was.
Van het Sumatraanse Westkust-kantoor van de VOC op 25 maart 1764 de volgende bestellijst voor de jaren 1761-1765:
Voor het pakhuis:
In een brief uit juni 1885 wordt gesproken over het verlenen van een titulaire rang. Rekening houdend met eerdere besluiten van 10 augustus 1876 en 21 juli 1877 blijkt dat gedurende 12 jaar een onderofficier als adjudant heeft gefunctioneerd. Dit heeft nooit problemen voor de dienst opgeleverd. Het voorstel van de Commandant der troepen lijkt meer gebaseerd op persoonlijke voorkeuren dan op het belang van de dienst. Het advies is om dit voorstel niet in te willigen.
Uit dit historische document blijkt dat er een handelssamenwerking werd opgezet met 66 personen, waaronder 6 hoofden en bestuurders. Het totale startkapitaal was 11.350 pagodas (Indiase munteenheid) om te kunnen handelen met de VOC.
De verdeling van de aandelen was als volgt:
Op onbekende datum in Amsterdam werd een juridische volmacht opgemaakt. De tekst beschrijft een juridische machtiging, waarin iemand toestemming krijgt om namens een ander te handelen. Als getuigen waren aanwezig: Freddrick Sylvius en Hendrick Bringer. De akte werd ondertekend door Daniel Tangena, F. Sijlvius en H. Baangen. De notaris Sivius heeft de akte bekrachtigd.
Barent Coster, vleeshandelaar, en Maria Tangena waren getrouwde partners. Ze beloofden aan Tangena, de zus van Maria, alle kleding van linnen en wol, plus goud- en zilverwerk. Ze moesten aan Jan Tangena en Hendrikje Bruijgick, de ouders van Maria, of de langstlevende van hen, 100 gulden betalen plus kleding en sieraden als wettelijk erfdeel. Als de ouders zouden overlijden, moest er worden uitgekeerd aan:
Dit testament werd opgesteld in Amsterdam aan de Heilige Weg in aanwezigheid van Jacob van der Groe en Jacob de Clercq als getuigen. Op een later moment in oktober 1685 verschenen Barent Coster en Maria Tangena opnieuw. Coster leed aan waterzucht. Door zijn aanhoudende ziekte, hoge medische kosten en tegenvallende handel was hun vermogen zo verminderd dat ze meer schulden dan bezittingen hadden. Daarom hebben ze het eerdere testament nietig verklaard. Dit gebeurde in Amsterdam in aanwezigheid van Gerbrand Amnnich en Gerrit van den Groe als getuigen.
Moeder treedt op als wettelijke voogdes over haar 5 minderjarige kinderen die ze had met haar overleden man Theodorus Alexander Walswijk. De kinderen heten:
De kinderen hebben recht op de helft van het bezit dat hun moeder heeft geërfd. Dit bezit komt van Willem, die het heeft nagelaten aan zijn erfgenamen. Het gaat om een heide-molen die verhuurd was aan Hendrik.
De schuldenaar moet zijn bezit verzekeren bij een brandverzekering. Als er schade is, krijgt de schuldeiser een vergoeding voor zover er iets te vorderen valt. Dit geldt ook voor het overgebleven onderpand.
De schuld moet direct worden terugbetaald als:
Bij vrijwillige verkoop mag de koper geen gebruik maken van het recht van zuivering. Als de hoofdsom niet wordt betaald, mag de schuldeiser het onderpand openbaar verkopen. Hij mag de verkoopprijs innen en daarvan de hoofdsom, rente en kosten afhalen.
Deze akte is opgemaakt in Nieuwe-Wetering, gemeente Alkemade, op 15 juni 1906 in aanwezigheid van Antonius van Haastrecht, blikslager en Gerard van't Overvliet, nachtwaker, als getuigen. Jacob Bakker verklaarde wegens trillende handen niet te kunnen tekenen. De akte is geregistreerd in Haarlem op 18 juni 1906.
Een lijst van militaire eenheden en hun commandanten in verschillende plaatsen in het westen van Nederland:
Op 7 april 1762 kregen Hendrik de Haan en weduwe Hamilton & Meijners toestemming van de Sociëteit van Suriname om slaven te vervoeren van de kust van Guinea naar de kolonie Suriname. De Haan deed dit namens Adriaan Kroeff, een koopman uit Vlissingen, met het schip de Geertruijd Elisabets onder leiding van schipper Jasper Deijnoot. Hamilton & Meijners, kooplieden uit Rotterdam, gebruikten het schip d'Africa met schipper Willem de Molders.
Ook deed Jacoba dela Haije, weduwe Whijtsz, een verzoek voor haar zoon M.L. Whijtz. Hij was al kapitein-luitenant in Suriname en wilde graag ingenieur worden bij de artillerie-compagnie van Heerspiering, die een vacature had.
Op 1628 werd in Amsterdam een testament ondertekend door Joos Jacob en Pieter Jansz Bosch. Dit testament moest onveranderlijk worden uitgevoerd volgens de laatste wil van de opsteller. De notaris werd gevraagd hier één of meerdere officiële documenten van op te maken.
Op 7 april 1628 rond 2 uur 's middags in Tichem verscheen Pierre le Maijen uit Marchines voor notaris Jacob Jacobs. Hij ging als soldaat naar West-Indië op het schip Hollandia. Hij maakte zijn testament op omdat de dood zeker is maar het moment onzeker.
Hij verdeelde zijn bezittingen als volgt:
Omdat zijn familie in Marchines woont, stelt hij de broers Jan Gallois en Adam Gallois aan om zijn nalatenschap te beheren en het geld naar zijn vrouw en kinderen te sturen.
In augustus 1811 werden op een Franse school prijzen uitgereikt voor verschillende vakken:
Johan Cornelis van Maurick en Aert Jansz de Man, burgers uit Culemborg, regelen samen met Maria Gerrits (weduwe van Cornelis Jansz van Maurick) een huwelijkscontract voor hun broer Anthonis Cornelisz van Maurick die gaat trouwen met Neeltgen Henrick. Neeltgen wordt bijgestaan door:
De bruidegom brengt in:
De bruid brengt in:
In het contract staat:
Soldaten uit Oterdum hebben geschoten op 18 soldaten van Tijs Oerts en 29 van Hans Spiraets. Hindrick van Delden werd in zijn hiel geschoten en Wybbe van Gouten stierf door kanonschoten toen het schip van Berent Alberti werd aangevallen. In Dam werden huizen afgebroken en naar Ziel gebracht om huizen te bouwen, waaronder die van Claes ten Buers en Gert Smyts. Dode van Amsweer, zoon van Aylco van Amsweer, publiceerde een boek "Spiegel der aanvechting" met klachten over het vaderland. Zijn broer Melchior van Amsweer werd predikant in Antwerpen. Op 24 september werden soldaten uit Oterdum gestuurd tegen vaandeldrager Johan Hillinck. In Embden waren mensen ontevreden dat dieven en straatrovers werden gevoed. Hindrick Karsgijns, een burgerzoon uit goede familie, stierf in de gevangenis van Steenwick door honger en ellende. In deze maand werden muntmeesters gearresteerd in Lubich en Hamburg voor het namaken van munten. Drost Ocko Vrese had minder last van soldaten nu Oterdum werd belegerd. De schans bleek na 14 dagen effectief in verdediging. De belegering zou beter in de winter kunnen plaatsvinden tijdens vorst. De huisvrouw van de drost stierf in Gronnigen. Ocko Vrese kwam uit Loppersum als boerenzoon en kreeg zijn naam door te dienen bij jonker Aylt Vrese. Hij trouwde met Margreta, een rijke weduwe uit Westphalen. Er was veel belasting en dwangarbeid voor de bevolking tijdens de belegering van Oterdum. Vele boeren stierven door beschietingen tijdens het werk aan de schansen.
In Amsterdam zijn op 23 december 1936 getrouwd:
In deze periode vluchtten sommige burgers uit Antwerpen vanwege de onrust en angst voor wat nog komen zou. De overheid begon zwak op te treden. De calvinisten in Antwerpen hielden heimelijk preken buiten de stad. In 's-Hertogenbosch en andere plaatsen werden mensen vervolgd. Op 10 augustus werd in Antwerpen een bijeenkomst van wederdopers ontdekt. Enkele werden gevangen genomen en gemarteld. Mensen uit Leuven reden met ongeveer 200 bevoorradingswagens naar Luxemburg, waar hertog van Alva verwacht werd. Op 14 augustus kwam graaf Lodewijk Ladron met 12 Duitse legereenheden Antwerpen binnen. Hij was van pauselijke afkomst. De Waalse soldaten van Margaretha van Parma verlieten de stad. Op 15 augustus werd in Antwerpen, Mechelen en omgeving bevolen om hertog van Alva's leger van voedsel te voorzien in het Land van Luik. Hij had ongeveer 12.000 Spaanse soldaten bij zich. Die dag was er in Antwerpen ook de traditionele Onze-Lieve-Vrouwe processie. Op 18 augustus werden de Waalse soldaten uit Antwerpen verbannen omdat velen daar bleven rondhangen. Op 20 augustus kwam hertog van Alva met 20 Spaanse legereenheden en enkele ruiters Leuven binnen. In Brussel, Lier en elders werden Spaanse soldaten ingekwartierd. Sommige mensen vluchtten het land uit om aan de tirannie te ontkomen. De Spanjaarden trokken daarna van Leuven naar Gent. Hun schutters hadden meestal lange geweren, musketten genoemd, die ze op steuntjes legden.
Als er passagiers uit Dordrecht aankwamen, moesten deze op de dienstdoende wagen worden geplaatst. De koetsier moest direct zijn wagen gereed maken (de paarden moesten zowel in zomer als winter klaar staan) om ongeveer gelijktijdig te kunnen vertrekken. De klager had enkele kleine bezwaren:
Volgens de klager was dit schadelijk voor hem en in strijd met:
Voor notaris Isaac Bles in Tilburg verschenen Willem Adriaan Vervest en Hendrina Daniel Rooijens, een getrouwd stel. Ze wilden hun testament aanpassen dat ze op 18 maart 1794 hadden opgesteld. Willem Adriaan Vervest verklaarde, met toestemming van zijn vrouw, dat hij de erfenis die hij eerder had toegezegd aan zijn zus Petronella Vervest wilde intrekken.
Op 30 december 1963 werden in Amsterdam de volgende overlijdens geregistreerd:
Op 30 juni 1937 werden in Amsterdam twee huwelijken gesloten:
Deze tekst beschrijft twee huwelijken die werden voltrokken in Amsterdam op 14 augustus 1935:
Op 7 maart 1656 verschenen Jacob Gerritsz Mayen en Haefgen Cornelis (echtgenoten wonende in Benschop) voor notaris Dirck van Lostadt in Utrecht. Ze maakten hun testament op 12 maart 1652.
Ze benoemden als erfgenamen hun 8 kinderen:
Elk kind krijgt een negende deel van de erfenis. De kinderen van overleden kinderen erven samen het deel van hun ouder. Hun dochter Marichgen krijgt alleen het wettelijk minimum (legitieme portie), waarvan eerst haar schulden aan haar ouders worden afgetrokken. Als voogd over de minderjarige kinderen van Marichgen wordt Willem Aertsz Lange uit Polsbroek aangesteld.
Op 13 maart 1652 verscheen Jannichen Loos uit Westanen voor notaris Niclaes van Lostadt in Utrecht om haar rechten over te dragen aan Tryntgen Balthus, weduwe van Jan Jacobsz Godde uit Amsterdam.
Op 1789 vertrok vanaf de Kamer Delft het schip de Expeditie naar Oost-Indië met de volgende personen aan boord:
Er werden verschillende verdragen gesloten tussen de Nederlandse Republiek en de vorsten van Hannover en Cell. Op 31 december 1694 gaf Friesland toestemming voor een verdrag over troepen in de Nederlanden. Op 1 mei werd een overeenkomst gesloten tussen Engeland, de Republiek en de keurvorsten van Hannover en Cell over het sturen van 6000 soldaten. Verschillende provincies gaven hiervoor toestemming:
Op 4 februari werd een defensief bondgenootschap gesloten met Hannover en Cell. De provincies werden verzocht hun achterstallige betalingen te voldoen. Op 19 april 1697 stemde Overijssel in met de bekrachtiging van dit verdrag, Friesland volgde op 14 maart. Een nieuwe overeenkomst werd gesloten op 19 april 1697 over het sturen van 6000 man naar de Rijn of Maas. De provincies stemden hier als volgt mee in:
Op 20 april werd de koning van Groot-Brittannië verzocht 3000 man paraat te houden. Op 14 mei werd toestemming gegeven voor het uitvoeren van 500 centenaar buskruit en 100 centenaar salpeter naar Lunenburg. Utrecht gaf op 1 maart 1700 hiervoor ook toestemming.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/