Considiratien over het vervall van de koornmarkt en graannegotie binnen de stadt Brielle. <23> Dat voornaame steeden in vervall koomen door verloop van negotie word door mij aangemerkt als het noodlot, dat deze grooten Alleenheerscher van heemel en aarde in verscheide tijdperken over het geheel All, in het ondermaanse na Zijne wijse voorsienigheid heeft bepaalt en ons daardoor geleert de onbestendigheid van al dat geene, dat bij ons voorspoet genaamd word. 't is onnoodig zulx uit oude Romeinsche off latere geschiedenis-sen te bewijzen. De gebeurtenissen van onse daagen geeven ons maar al te veel getuigenissen van de lotgevallen, die voornaame rijke landen en steeden hebben moeten ondergaan. En in ons vaderlandt leevert deeze onse stad sedert drie en een halve eeuw daar van een aanmerkelijk voorbeelt op. <24> 't Is bekent, dat den Briell in en omtrent het jaar 1400 was een van de florisantse, meest bevoorregte en in den koophandel de voornaamste stad van Holland . Dog als doen was dezelve stad <25> voorsien van twee havens met de eene voeren de scheepen in en uit de Maas en de tweede, genaamt de Goote (dat soo wel een baaij als een have was), voeren de scheepen in en uit de Goeree, dogh welke laastgemelde in soo verre is verland, dat dezelve al in den jaare 1473 door hertog <26> Karel van Bourgondie ter bedijkinge is uitgegeeven en welke verlanding door mij word aangemerkt als de voornaamste en eenige oorsaak van het verloop van de negotie en het declineeren van deese stad, dat een seeker en bepaaldt gevolg van het eerste ongeval moet zijn . Dog dit zijn rampen, die door de Voorsienigheid schijnen verordineert te zijn. <27> die ons door geen menschen vermist zijn toegebragt off door derselver vermoogen te remedieeren. Geheel anders is het, wanneer een land off stad sig vereert en bevoorregt vindt met aansienlijke privilegien, dog waarvan deselve luttel voordeel trekt, 't zij dat de uitvoering daar van niet worde geëxecuteert off anders dat die geene, die door die privilegien tot eenige verpligting worden gebragt, door eene al te groote toegeevenheid die selve privilegien geheel uit het oog verliesen, waardoor zij hunnen aangenomen off wel bij oogluiking geper-miteerde vrijheid uitbreiden, maaken dezelve tot een gewoonte en was het in hun magt zij tranformeerde die gewoonte aldra in een wet, enkel omdat deselve haar diende en aanmerkelijke winsten aanbragt, offschoon een voornaam stadsprivilegie hierdoor den bodem word ingeslagen. <28> Men neeme mij niet qualijk, dat ik deze aanmerking toepasselijk maake op het privilegie van Vrouwe Maria van Bourgondie aan die van den Briell op den 26. aug. 1477 verleent en naderhandt door de volgende graven als heeren van Voorne geconfirmeert en bevestigt, volgens welke alle soorten van graanen, rond en plat zaat gegroeit binnen den lande van Voorne tusschen Oostvoorne en Flacquee (exempt het thiende en mulderkoorn) in den Brielle ter marckt moeten worden gebragt. Dog het schijnt, dat dit octroij als vroeg teegen den smaak der dorpelingen van dit eiland, die met haavens voorsien waaren, was ingerigt. Althans ik vind al dat deeze stad in den jaare 1579 teegen die van Helvoetsluis cum suis in haar regt op dit privilegie zijn gemaintineert en van tijd tot tijdt <29> de voorn. dorpelingen den haak in den neus is gelegt geworden. Evenwel hebben dezelve telkens de gehoorsaamheid onttrocken, die zij als ingezeetenen van den lande aan hunne wettige overheeden schuldig waren, in sooverre, dat balliuw, burgermr. en vroedschappen der stad Brielle mitsgaders leenmannen van de lande van Voorne nog laast op den 10e januarij 1710 hebben gerenoveert een geamplieert de ordonn. op de koornmarkt binnen dezelve stadt. Waar na op den 21e dec. 1711 door ball. en leenmannen voorn. in den lande van Voorne diesweegens eene nadere publicatie is gedaan geworden. Dog in hoeverre voor dat van gemelde ord. en publicatie teegen het verleende octrooij is gepecceert geworden, sal door geschreeven aanteekeningen ter secreta-<30>rie, off door luiden van die tijt kunne ontdekt worden. Vast gaat het egter, dat ik wel weet, dat het boovengem. privilegie nog nooit in soodanige verval is geweest dan jegenswoordig. En ik weet niet. off er tans door veele, die het selve ondermijnen, wel meer om gedagt word. En wil men van 't verval van de Brielsche koornmarkt overtuigt worden, men behoeft dan maar slegts 30 off 35 jaaren te rugge te treeden, doen sag men deselve nog in een bloeijende staat, doen was de koorn-markt nog uitgestrekt tot aan de Marelandsche Kerkstraat en ten minsten met vier makelaars, meerder dan nu voorsien. Doen sag men de koornkassen (die nu voor een groot gedeelte voor houthocken en andere diensten ge-<31> bruikt worden) met koorn en graanen gevult en een genoegsaam aantal van kooplieden gestadig de markten alhier frequenteeren. Dog zulks is thans verre te soeken, over dertig jaaren negotieerde en vermangelde een inkelt koopman meerder graanen dan nu alle de koopluiden met elkander doen. Daar uit dan notoir volgt, dat de Brielsche koornmarkt met sterke schreeden na desselfs ondergang begint te loopen. Vraagt men mij, wat hier van de oorsaak zij, so moet ik antwoorden, dat het niet stipt executeeren van het boovengem. privilegie alleen daar van de oorsaak is. Een weinig toegeeventheid heeft de schippers van Swartewaal ocasie gegeeven om vandaar onder allerhande pretexten graanen aff te scheepen. En 't komt mij onbegrijpelijk voor, dat een off twee vrijmoe-<32>dige menschen in staat kunnen zijn om een voornaam privilegie van een nabuurige stad in soo verre te verduisteren, dat er waarlijk maar de schaduw nauwlijks van overig schijnt. En wie weet, als er het gem. privilegie niet in de weerelt was, off de koorenmarkt wel in geringer staat zoude zijn dan ze nu is. En dit seg ik met reeden, gefundeert op de ondervinding, want die van Swartewaal, die nu niets meer en schroomen off selfs begrijpen, dat ze onder de verpligting van een wet (van een naburige stad niet alleen, maar selfs van een stad, wier regenten selfs ambagtheeren van hunne plaats zijn) leggen, gaan thans soo verre, dat zij, die om soo te seggen geen handel in graanen moogen drijven als die welke op de <33> Brielsche markt alvoorens gekogt zijn, in haar negotie de Brielsche markt verre overtreffen. 't Is niet langer al ruim veertien dagen geleeden, zijnde omtrent half de maand febr. van deezen jaare 1762, dat ik sag, dat er in Swartewaal op eene namiddag 17 a 18 waagens met graanen agter elkander stonden te lossen, behalven nog een groot aantal wagens, die bereids op die dag aldaar gelost hadden. En op die selve dag waaren er in den Briell drie a vier waagens met koorn gelost geworden. En geen wonder 't is juist die van Swartewaal soo seer niet qualijk te neemen, want deezen handel strekt haar tweeleedig tot voordeel, maar de stad Briell tot oneindigh meerder na-deel en schade tot welkers betooging wij thans overgaan. Groot is voor eerst het intrest, dat de schippers van Swartewaal genieten, dat zij <34> met terzijde stelling van het voorengemelde privilegie hun graanen niet op de koornmarkt in den Briell maar bij de huisluiden aan derselver wooningen gaan opkoopen en later op sekere bepaalde daagen en tijden aan hunne schuiten brengen, waardoor zijn considirabel veel bij profiteeren als het marktgelt, koornkassehuur, het op en weder affdraagen, meten als anders, wanneer het weder verzonden word. En als men des maandaags over de Brielsche koornmarkt gaat, sal men dikwils een koopman op eene stuiver op een sak koorn een half uur sien dingen en deeze luiden winnen hier, omdat ze tegen de privilegien direct aandruisen drie stuivers soo niet meerder op ieder sak. Ten anderen komt hier bij dat <35> deeze Swartewaalsche koornkoopers teevens zijn en schippers en biersteekers, dat hun hierin seer wel te staade komt. Want het is parallel teegen elkander, dat hoe meerder bier een biersteeker bij een brouwer haalt, hoe meerder gerst hij aan denselven kan leeveren. En 't is niet onnatuurlijk, dat de huisluiden, wiens koorn zij koopen, wanneer zij hetselve thuis brengen, weder een vragt met bieren met sig neemen, offschoon zij voor ider half vat vijff a seeve stuivers meerder moeten betalen dan wanneer zij hetselve uit de brouwerije deezer stad haalen. Dog boven dit alles zijn dezelve schippers off koornkoopers seer suspect, dat zij het arme middel, dat ten behoeven van deese stadsarmen geheeven wordt <36> op eene verregaande wijze verkorten en dat blijkt daar uit, dewijl 't seker is, dat er kooplieden in deeze stad zijn, die in een jaar alleen over de 200 gl. aan het arme middel betaalen en die in verre na die quantiteit van graanen niet koopen off debiteeren als de schippers off koornkoopers van Swartewaal doen. En daar en teegen meene ik seer wel geinfor-meert te zijn, dat van al het graan, dat in den gepasseerden jaare 1761 van Swartewaal is affgescheept, nog geen dertig gulden voor het arme middel is gecollecteert geworden. Ik gelooff wel, ja, dat die van Swartewaal wel zullen voorgeeven, dat het koorn door hun versonden, is gekoomen uit het land van Putten, uit de heerlijkheeden <37> van Heenvliet, Abbenbroek off uit den Oudenhoorn off wel anders, dat het tiende off mulderkoorn was, dog dit sal door mij nader worden betoogt. Alleenlijk merke ik hier nog maar op aan, dat het verwonderlijk is, dat alle deeze canaalen allen door de hebsugt geleid wordende, sig soo gemakkelijk en sonder eenige practijcq vereenigen en samenvloeijen in de beursen van deeze onderdruckers deezer stadsprivilegien en voorregten. Vervolgens gaan wij over om aan te toonen, wat nadeelen deeze stad met <38> derselver ingezeetenen door deezen slingschen handel werd aangedaan en komt te lijden. Ik hebbe tevooren reets aangetoont, dat een goed gedeelte der koornkassen en solders voor houthocken worden geëmploijeert, die voor deezen voll graanen wierden opgelegt, waardoor deeze capitaalen merkelijk in prijzen zijn vermindert. Hier uit consteert ten allerklaarsten, dat de graannegotie door een off ander canaal van deese stad moet affgedreeven zijn, dat nog verder beweesen word als men nagaat, dat er over tien a twaalff jaaren alhier nog twee groote kraakscheepen waren, die sig schier alleen geneerden om de graanen van hier na elders te vervoeren en daar twee huishoudens hun bestaan aan vonden, <39> dog die door gebrek aan negotie beide zijn verkogt geworden en de eigenaars elders hun fortuin hebben moeten soeken. De sakkendraagers lijden hierdoor tweeleedig, voor eerst brengen zij het koorn van de markt op de koornkassen en bij 't affscheepen moeten zij hetselve daar weder afwerken, behalven dat de meeters hun loon daar meede van genieten. De brouwerij binnen deeze stad word considirabel door de affscheeping der graanen van Swartewaal gekrenkt, alsoo gelijk wij reets in passant hebben aangemerkt de bouwluiden, die hun koorn te Swartewaal affleeveren, ter selver tijd hun benoodigde bier weeder meede neemen, daar het seeker is, altans seer aparent, dat indien het koorn ten Briel ter markt <40> moeste koomen, de Swartewaalsche biersteekers voor eerst de ocasie soude wor-den benoomen om hunne negotie soo sterk te recommandeeren en ten tweede zouden de boeren sig van dezelve ocasie bedienen, welke zij nu te Swartewaal waarneemen om wanneer zij een vragt off een gedeelte vandien met bier zoude meede neemen. En dat het arme middel hier considirabel door lijd, is hier booven reets getoont, soo wel als het verminderen der capitaalen van de koornkassen. Vraagt men mij, off dit alles soo zijnde er geen middel van redres zoude konnen gevonden worden om alle deeze vervallen saaken weeder eenigsints op te beuren en de koornmarkt tot zijnen voorigen <41> luister te herstellen, ik zoude hier op moeten antwoorden, dat er eene reeden is, waarom de koornmarkt niet weeder tot zijn voorige luister kan geraaken en die reeden bestaat daar in, omdat er een meenigte honderde gemeten land voor aard-appelen en mee thans meerder werd geëmploijeert als over 30 en 40 jaaren en derhalve kunnen deeze landen, die met die vrugten beplant zijn, geen graanen voortbrengen. Zulx er jegenwoordig important minder koorn hier te land geteelt word als er voorheenen gedaan is, maar dat is het ook al. En daar blijft niets meer overig om de vervallen koornmarkt op den oude voet herstelt te sien, als de ordonnantie van burgermr. en vroedschappen der stad Briell van den 13. jan. 1710 en de publicatie van balliuw <42> en leenmannen van Voorne van den 21e december 1711 te doen stand grijpen en executeeren sonder dat er eenige oogluiking van dorpsschippers in considiratie zoude mooge koomen. Edog indien het weeren van de Swartewaalsche en andere dorpsschippers voor onmogelijk wierd geagt (des neen) en aan deselve offschoon teegen verwagting blijve gepermitteert de graanen als voorheenen tot præjuditie van de Brielsche koornkoopers en koornmarkt van buiten op te koopen onder den verbloemden naam van tiende koorn off uit Putten, Heenvliet off elders inkoomende aldaar aangebragt om weder van daar vervoert te worden, dan vermeen ik, dat er seer naukeurige rechergie op dezelve zoude moeten worden gedaan, Daartoe zoude in Swartewaal <43> en elders op de dorpen alwaar graanen met scheepen vandaan kunnen worden vervoert, moeten worden aangestelt bequaame persoonen tot sakkendraagers en meeters, die gehouden zouden zijn al het graan niet uitgesondert, dat in Swartewaal wierde gebragt, selve van de wagens te draagen en in de schuiten off huizen te brengen, dog indien het selve eerst in de huizen wierde affgedragen om naderhand het selve graan weder in de schuiten over te brengen, soude zulx al weder niet moogen worden verwerkt, als door de voorn. geswooren sakkendraagers en geen gestort koorn zoude moogen worden affgelevert, als 't geen alvorens door een geswoore meeter was gemeten geworden. En nadien de steeden die weekelijksche <44> marktdagen hebben alleen bevoorregt zijn (bij het 10. art. van de generaale ordonnantie van de gemenelandsmiddelen op den 28. aug. 1749 gearresteert), dat de huisluiden de producten van het platte land, die na de steeden op de marktdagen gevoert worden, zulx zullen moogen doen, sonder eenig biljet daarbij benoodigt te hebben, derhelve consteert ten vollen, dat indien de huisluiden eenige producten van het platte land (en dus voor al de graanen) zullende vervoeren na eenige dorpen off plaatzen, dewelke geen publicque markten hebben, absoluit idem schuit off waagen met graanen, die zij na sodanige plaatzen vervoeren, moeten zijn gemunieert met een behoorlijk biljet. Daar en boven schijnen haar Ed. Groot Mog. de steeden in het geheel te hebben willen protegeeren teegen het ondermijnen van de graannegotie door die <45> vanwegens het platte land ondernoomen wordende als allesints is blijkende uit het beloop en de samenhang der gemenelands ordonnantie op de rondemaat gearrest. den 7e aug. 1749. Om nu nog te betoogen hoe er gehandelt zoude dienen te worden indien er luiden waaren, die hunne graanen in Swartewaal bragten onder voorgeeven, dat het koorn was gekoomen uit het land van Putten, de heerlijkheeden van Heenvliet, Abbenbroek off wel uit den Oudenhoorn, off dat het selve was tiende off mulderkoorn, hiertoe is alleen maar noodig, dat de aangestelde en beëdigde sakkendraagers nauwkeurig souden moeten toesien en letten, off de wagens met graanen, die aldaar zoude moeten lossen wel voorsien waaren met behoorlijke biljetten van de plaatzen <46> van waar het koorn was affgesonden en hierdoor zoude telkens kunnen ontdekt worden off dit graan uit een van de hier voorengemelde districten gekoomen was. Allernaukeurigts zoude er moeten worden gelet. dat er onder den naam van tiendekoorn geen quantiteiten graan uit het land van Voorne te Swartewaal wierde gelost, off men zoude moeten ondersoeken, off de versender van dat graan waarlijk veel tiendekoorn besat, door welke naukeurige rechergie de contraventeurs den moed geheel zoude laaten sacken. Eindelijk staat nog maar te remarqueeren, dat dewijl de ondervinding geleert heeft, dat er veel graanen in den lande van Voorne gewasschen zijnde te Abbenbroek, Heenvliet, soo wel als aan de Nieuwe Sluis door Voornsche boeren werd affgescheept, derhalve is vooral <47> noodig, dat op alle die plaatzen vertroude persoonen werden gehouden, die zoude moeten observeeren en nagaan, wat bouwluiden in den lande van Voorne woonende, aldaar hunne graanen aff scheepten en zulx ontdeckende zoude op die luiden stipt moeten worden gelet en dezelve kunnende worden agterhaalt, na den inhout der wet rigoureus teegen dezelve moeten worden geprocedeert en andere ten exempel gecorrigeert. Dit alles geobserveert wordende gelijk seer gemackelijk te doen is, vleije ik mij, dat de Brielsche koornmarkt het hooft weeder zoude opbeuren en een goed gedeelte van desselfs vorigen luister weeder bekoomen. Brielle den 10e maart 1762 J. Kluit
Bronvermelding
Lokale Kronieken uit de Nederlanden 1500-1850, archieftoegang 1792_Brie_Klui_05, Kluit, Jan. “Historische Jaerboeken Der Stad Briel, Deel 3, 1e Stuk, 1767-1770.” Brielle, 1770. 501, inventarisnummer 5. Streekarchief Voorne-Putten Rozenburg.,
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.