Blader door transcripties » Lokale Kronieken uit de Nederlanden 1500-1850
archieftoegang 1792_Brie_Klui_05, pagina 5



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

Eindelijk staat ons nog te melden den staat van het velt gewas en markt der graanen en mee, beneevens de zege-ningen en onheilen ons in dit jaar bejegent.
En dus merken wij aan, dat in het gepasseerde voorjaar de somer sig alleraangenaamst deed opdaagen, waardoor de meeplanterije soo hier als elders seer favorabel stond, de graanen beloofden een goede schooff <15> en de weiden waaren met gras overlaaden. Geheel anders is het in dit voorjaar gestelt geweest. Men heeft een goedt gedeelte van de lente meest noord en noord-noordoost winden gehad, verselt van schraale koude en veel sneeuw, waardoor de mee vooral extraordinair veel heeft geleeden. In sooverre dat heele stucken oude mee, die voorleeden jaar veel beloofden, nu zijn omgeploegt en van de overige konde weinig kiemen geplukt worden, waardoor meer dan een derde van 't gedestineerde land voor de mee is opgeschort en er was soo weinig groeij dat men den 20e meij eerst aan 't setten is gegaan.
Evenwel is 't jaar nog wel uitgekoomen en den hooijoegst is extra goet uitgevallen. Men kogt het voer klaver-hooij voor ses en het slagthooij voor vijff gl. Dog het saat heeft van het schraale voorjaar zijn aandeel gehad, veel is er uitgeploegt en dat bleeff staan was slegt <16> en er quam weinig van voort. Sommige een vierde, andere een halff en de beste kreegen drie vierde hoet van 't gemet en de boeren konde door een geen halff hoet staande houden.
Het winter en soomergraan was reedelijk goed, er was veel stroo op het veldt en het graan wat schraal, dat ontstaan was door te veel wind, die 't in den bloeijtijd gehad heeft. Evenwel is het een ruime schooff geweest na mate men verwagt had, zijnde door sommige tien en door andere wel agtien, maar dooreen wel veertien sakken tarw van 't gemet gewonnen en van de rogge iets minder. De gerst en haven was extra goet, werdende als veel en wel door een twee hoet van 't gemet gedorschen. Ook waren de erten soo grauwe als groene seer goet komerde door een wel 16 a 18 sal van 't gemet, de prijzen van 't raapsaat geweest 85 a 92 gl. De oude tarw wierdt <17> van januarij tot sept. van 6 tot 8 gl. de sak verkogt en van sept. tot dec. de nieuwe van 6 tot 7 gl., de rogge doorgaans voor dertien en 14 schell. de sak, de wintergerst was in jan. op 43 en rees in junij tot 50 gl. dog daalde in decemb. weder tot 44 gl. 't hoet, de haver was in jan. tot 32 en in sept. tot 28 gl. 't hoet verkogt, de graauwe en groene erten van het gewas golden 29 en 30 schellingen de sak.
Wat de meeplanterij aangaat is in dit jaar ongemeen slegt gevallen. Hier boven verhaalden wij reets, dat off-schoon dit gewas in 't voorleeden jaar seer schoon stond, egter in 't voorjaar veel van dezelve door de sneeuw is omgeploegt en er zijn sommige planters geweest, die uit 20 gemeten maar 1300 lb. hard goet gedolven hebben. Ook is er in de delftijd nog veel omgeploegt, dat de kosten van 't delven en reeden niet waart <18> was, diversche
Hebben 2 a 300 lb. en maar enkelde 700 ponden gedolven, dog door een verre na geen 500 ponden hardt goedt. Dog de importante markten houden de balans in den evenaar, want in februarij wierd de mee van 't gewas van 1766 voor 50 en van dat van 1765 voor 54 gl. de 100 lb. verkogt en die van de teelt van 1767 wierd in sept. de onberoofde voor 54 en den 14e december voor 55 gulden verkogt.
Dus besluiten wij dit jaar 1767 naar alvorens te hebben aangemerkt, dat men buiten het misgewas van het zaat en meede geen reeden gehad heeft om over algemeene rampen sig te beklaagen en dus maaken wij een
Einde voor 't jaar 1767.
<19>
Januarij 1768.
Soo loffelijk het is, dat overheeden wetten maaken om daar door een goede oeconomie onder haare ingezeetenen te onderhouden, soo straffbaar is het daar en teegen in de onderdaanen, als zij die gemaakte wetten moetwillig overtreeden. En 't sal 't eerste object in dit jaar zijn, dat wij zullen te verhandelen hebben, namentlijk het verleenen van eene nieuwe ordonnantie van de koornmarkt binnen de stad Brielle door balliuw, burgermr. en regeerd. der stad Brielle en leenmannen van den lande van Voorne. Hier toe hadden sommige schippers en nego-tianten van de dorpen in den lande van Voorne en vooral die van Swartewaal aanleiding gegeeven en welke
laastgenoemde <20> hier in meesterlijk hunnen rol speelde.
Men begrijpe dan voor aff om den sin der saake beter te beseffen, dat de stad Brielle door vrouwe Maria van
Bourgondie en bij Maxmiliaan Rooms koning en Philippus aartshertog van Oostenrijk als heer en vrouwen van de stad Brielle en lande van Voorne in den jaaren 1477 en 1494 &. is begiftigt met een privilegie, waar door de huisluiden en ingezeetenen in den lande van Voorne gehouden zijn al het koorn, graan en veldgewassen uitge-sondert het tiende en mulderkoorn, dat in den lande van Voorne tusschen Oostvoorne en Flacquee gewassen is, ongeveilt en onverkogt te brengen op de ordinaires weekelijkse koornmarkt in den Brielle, onder de verdere verpligtingen als bij de voorn. privilegien en naderen confirmatien <21> van dezelve is gespecificeert.
Niemant kan ontkennen, dat dit een groot privilegie voor deeze stadt, maar teffens een knellend dwang-middel voor de huisluiden in den lande van Voorne is om al haar graanen in den voorn. lande geteelt, altoos bepaaldelijk in den Briell ter markt te brengen.
En daarom hebben deeze en geene dorpelingen sig nu en dan dikwils tegen dit privilegie aanged(ruist?), in soo verre, dat sommige der selve mogelijk niet eens meer dagten, dat zoodanigen privilegie in weezen was. Evenwel heeft de regeering van den Briell van tijt tot tijt teegens deeze infractien door diversche keuren en ordonnantien gewaakt. Maar de selve waaren nu in lange jaaren niet vernieuwt en onder en tusschen waaren de inbreuken soo groot geworden, dat er schier geen redres meer te hoopen was. 't Moeide mij dermaaten, dat ik soo <22> dikwils hoorde en sag, dat er in het dorp van Swartewaal schier meerder koorn vermangelt en afgescheept wierdt dan in deeze stadt. En zulx gaf mij meer dan eens gelegenheid om met diversche heeren regenten van deselve stad over dit onderwerp te raisoneeren. Door die weg kreeg ik in 't laast van 't jaar 1761 (juist toen ik de bewuste memorie over de stadtsimport van de brandewijnen aan burgemr. en vroedschappen hadde overge-levert) een sollicitatie van een in die tijd regeerende burgermr. om mijne considiratien over dit poinct een te ontwerpen en zijn Weled. gestr. daar meede te vereeren, dat door mij op de volgende wijse wierd verrigt.

Bronvermelding

Lokale Kronieken uit de Nederlanden 1500-1850, archieftoegang 1792_Brie_Klui_05, Kluit, Jan. “Historische Jaerboeken Der Stad Briel, Deel 3, 1e Stuk, 1767-1770.” Brielle, 1770. 501, inventarisnummer 5. Streekarchief Voorne-Putten Rozenburg.,



Ga naar de volgende pagina (6)  Ga naar de vorige pagina (4) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/