A 1684 APRIL: Aen den hr. Van Bentem Amsterdam Den 7: Dito Goeden uytslag niet en is te tuffelen. Hoe ick mier denck op de Descontre van den hr van Hugedoorn, hoe ick meer gepersuadt ben dat hy voor heeft gehadt myn een affpont te doen, en dewyl Ick de maior Mansveldt nooydt en heb gekent: veel mingesprock en geen waerschynelyckheydt en heeft, dat een persoon van myn professe met een maior, die confidentie, en familiarin sou Hebben, soo sal het niet anders, als een opgeraepte saeck een eenquerel d'alleman syn geweest. Ick sal daer over schig aen den hr Van der Molen, en hem versoecken dat hydien heergelieft af te vorderen, de naem van diegene die sulcke van myn heeft geseydt: en by weygering soo sal ick myn ade dresseren aen die geene dichem doorhaer gesag daer toe wel sullen constringeren Het soude wel kunnen wesen dat hy sig dat niet en bedanckte op morgen soo sal UEd in een jnandt toe koomen: 16 60 utelles sec en vin Frontiniau een stuck parmesaen en wat taback, en noch by een gebonden verscheyde curievesheden van desen tydt: voor den gceys dient gesorgt Etc. Aen mons. Van der Molen Amsterdam Den 8: Dito Laetst door UEd. seer wel onthaelt synde geweest, soo ver Buymde ick te verhaalen et geene myn een wenig te don door den heer van Hagedoorn: in presentie van den Her Ruysch was ontmoet: daer in bestaende als of ick tegens eenen Mansveldt, synde syn maior soude hebben gesecht dat hy sig hadde geventeert van de stadt van Amsterdam en 4 joecken wel in brandt te willen stecken En dewyl ick nooyn In heb geweten dat soo een persoon in de wereldt was veel mine dat ick sulcks tegens hem soude hebben gesecht soo schynt het myn toe, dat hy een pretcxt heeft gesocht om myn een apront te willen aendoen. En dewyl ick in dese wonderlycke saeck: seer Goude willen procederen met de alder uyterste sircumspecti eneven wel met die intentie, Com door dese Regering geassiteer satisfactie, en myne justificutie teerlangen, soo wenscht Ick wel, dat UEd: met oom Ruysch daer overeens wilde spreck ensonder van desen brief te melden) sien of uyt hem, de on' ginc van dit schelmstick, en den inventeur van dien, met uyt te vorssen soude syn A 1684 APRIL Cock of UEd geenoccasie soude mogen hebben, omuyt de voorof melte maior te vernemen of hem ooydt van myn, iets dier, gelycks soude syn geseydt, en of hy ooydt met myn soude hebb gesproocken: Ick sende UEd hier nevens de gedruckte papiren vooren vermeldt. sullende hem noch in korre toesenden verscheyde deser provincie, en onser vroedtschaps Resclatie tit nader esclercissement van de swevende verschillen dt Amsterdam Den 22: Dito Aen myn schout Ickheb het werck met den heer Dewael soo vergebracht, dat hy wegens het landt, dat de geerfdens voor haer waterlosing van noden hebben) sig in alle iedelyckheydt sal laten vinder Nu soo staet te besorgen, dat men met van son oock een sil Laet myn weten Hoc veel sy noch van myn landt nodig het om de sloot te verwyden, waermede Ick haer oock sal gerwven: De voorgemelte sloot, moet, nevens de vissery aen ons, en aen Haer de uytwatering, gelaten worden, en voor al bedongen, dat wy met schouwen aen ons lande kum koomen: daer sal oock (op haer kosten, een steene beer van den Dipend. dyck, tot aen mynlandt moeten gemaeckt worden om een scheyding van de polder te maecken. Dit is voor desel ve een groote saeck. Nota dat ick niet wil subiect syn, de servi' tut van de molen wegens de 18. morgen, waer van ick reets 3 morgen laet prepareren, om met Els, en grient te bepooten, maer nooyt met opgaende boomen, en geloof dat hetselve, wel 70 roeden van de molen is gelegen. Den heer Dewael versoeckt een kaertye van de in snyding door syn landt om te weren hoe ver deselve sal gaen Etc. Aen den Rector Surendonck Ick heb seer onverwacht (seder tenige dagen, den persoon tot Amsterdam den persoon gepromoveert, dien ick myn woordt had gegeven, waer door ick nu bequaem sal syn, om UE neef Roelof Diodati in die qualiteydt (in het laetste van dit jaer naa Indien te senden, myn inmiddels seer leet synde, dat sulcks met eerder heeft kunnen geschiden: hy kan sig en de tydt met schryven, en boeckhouden occuperen, als een nodige
Bronvermelding
Het Utrechts Archief, archieftoegang 67, Inventaris van het archief van de familie Huydecoper 1459-1956 (1997), inventarisnummer 60, Familie Huydecoper - Joan Huydecoper (1625-1704) - Brieven, uittreksels, dagboekaantekeningen en jaaroverzichten, 1683-1686
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.