Mr. van Rhijn Het en leeft v.h. niet genoo geweest mijn te Nantes opt hoogst verobligeert te hebben. maer heeft ik gelieft mij daer en boven te stvlmvR bij mou¬ Cannars, de blijcken van v.h. affectie te doen gevoelen, waer in ick mijn on¬ geluckkig heb te achten, nademael van mijn ongemeriteert heeft waerdig willen kennen van sijne vrintschap en oock dat ick voor mijn vantreck v.h. niet mondeling heb kunnen salueren. het vertrouen van v.h. discresie (daer ick soo veel blijcken van Lee¬ en de confirmatie door uE. lestleden) d'eet mijn schriftelijck panden versoeken gelijck ick oock continueer in dese beneffens 24. miloenen, dewelke die v.l. tegen den 1. september moeten gesneden worden, gelieft te ontfangen als van Mons v.h. ootmoedigen dienaer A S A V L M V R Den 29 Augus 1648 H: V: Maerse reed. voor: De groetenis aen al de mer¬ mou Dommer. Gall en andere die mijn opt hoogst hebben verobligeert Reverende pater. sitteras vestras. 29. Iuly exaratas per coq¬ natum merin sarrasium accepi. Tannilm meum intercessione Do: vander platen reçep, qui exillo tempore bene se gessis Creden¬ Quem prima occasio ne dimittant forecum augustino me cantioren quem servis me missurum. Multum en viositati mea in IIALIA in sarviet obserentiam Cingnae latine, quam no¬ Nil credo ipsum oblivioni traduisse mih. in ipse duplicet nisi quod recor¬ — datio inventutis nostra, ipsum fami¬ Liarrorem quam decet redditura sit hisse inconvenientib facile tua providentia obstabit, ipsi inculcando, atque persuadende alind vitae gemis in l'Altyt, quam Maerse insistendum esse: O portet ut per mare prima occasione redatur. a NANTE qua nvbs spatio 20 miliarium salmer¬ rie distat. Non absie erit ut ipsi 14 a 15 ulna linteamimus dentur. Quid mihi sommopere necessaria sunt. Galli enni Lavande Luitea id fustibus adeo excipi¬ unt, ut brevi tempore fragilia et in utilia reddantur, omnia mea indusio perforata sunt, et continuo comtando et peregrionande in partes discipa¬ quod millos libros Architecturae mis¬ est, quo niam sic nulli venales extant Omni diligentia in qui re faciem Palatii Ducis vichelij. Palatij ducis d'Esperneij sed wil tale in venituijs
Bronvermelding
Het Utrechts Archief, archieftoegang 67, Inventaris van het archief van de familie Huydecoper 1459-1956 (1997), inventarisnummer 53, Familie Huydecoper - Joan Huydecoper (1625-1704) - Brieven, uittreksels, dagboekaantekeningen en jaaroverzichten, 1648
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.