archieftoegang 1001, inventarisnummer 2730, pagina 26
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
mijnen laatste aen den Coningh van Engelt. is geweest vanden 2e. Maij uijt den Hage zedert hebbe oock niet geschreven, daerop geen antswoort hebbe ontfangen in buijten 't gene alhier berichte, weete hem niet vol tebrengen, dat dan aan sijn majesteijt van de Heer. Envoije Molsworth met meerder kennisse wel sal gesz: werden, waer mede verblijven Heer van Ginkel Hamburg 1e junij 1690 Mijne soon mijnen laatsten aen UHEd: is geweest van den 27e maij uijt Bremen, Zedert ben ick den 30e daeraen alhier aengekomen alwaer ick hebbe gevonden onder anderen drie UHEd: missiven als een van den 29e Ap: 12e ende 18e maij, Ick versoecke eens voor al, dat UHEd: in sijne brieven wils eenen stijl houden, sij sijn somwijlen soo confuselijck geda- teert, dan met de nieuwen, dan met den ouden stijl: alle regenten en Luijden van fatsoen, gebruijcken heden daegs de nieuwen stijl ende die meijne ick, dat men eens voor al behoorde te houden; ick kan somwijlen niet distingueren welck UHEd: eerste oft laetste Brief tis, van de munsterste Saacke:,offschoon door Beesten mij hadde belooft hierop Hamburgh te sullen schrijven hebbe niet naders gehoort, niet wetende wat de Heer Bisschop daer op mach hebben gedisponeert, oft wat hij Beesten daer over aen Otters magh hebben geschreven Hier tot Hamburgh wert seer divers van het Engelsse wesen gesproken, en men vint hier oock al Jacobijnen, selfs onder die van de (?) Coert: dese magistraet ende de Coopluijden houden haer seer qualijck, dat men haere Commercie niet alleen op vrankrijck, maer op spagnen ende elders turbeert verantwoorden, dat men qualijck voor den dienst van 't gemeijn sal werden gedaen mijn ijver ten gemene beste en den dienst voor den Coninge heeft mij veeltijts gerui- neert ende in mijn fortuijn verhindert, soo ick meijnde, maer Godt de Heere heeft altijt beter doen uijtvallen, als men hadde gemeijnt, en soo heeft 't mij in alle mijne Buijtenlantse Commissie gegaen, die ick in ende dan jegens het sentiment van de vrouw van Amer: en UHEd: hebbe ondernomen, ende echter mij niet qualijck daer bij hebbe bevonden, soo hope ick, sal het mij nu weder gaen en ick ben tot noch toe dubbelt wel tevreeden, alleen bekomm-t mij UHEd: uijtlandigh-t en dat hij in alles geen satisfactie vint, maer een eerlijck man kan niet onge- luckigh wesen, oftschoon men dat van hem seijt: wij hebben overal veel vrienden die estime voor ons hebben, Godt de Heere beware UHEd * ick blijve als voren * van het misnoegen tussen P. en D. hoort men noch niet gelijck men hadde opgegeven
Bronvermelding
Het Utrechts Archief, archieftoegang 1001, Huis Amerongen, inventarisnummer 2730, Brieven aan Godard Adriaan van Reede van zijn zoon Godard van Reede-Ginkel - Minuten - periode 1673, 1690-1691
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.