Blader door transcripties » Het Utrechts Archief
archieftoegang 1001, inventarisnummer 2722, pagina 38



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

houde het welcke hij seijde sij eensins van meeninge waeren, so
seijde ick hem dewijlle het nu aen hem stont dat nu geen oorsaeck¬
hehoorde te sijn dat Een goetwerck so verde gebrocht sijnde nu
tot sijn Efeckt niet soude gebrocht worde en soot hier naer
geen wtslach naer sijn en onse wens en nam dat ment nie
mant als hem sou moete wijten, of met wat beleefder ter¬
mees dan gaf hem dat te verstaen, hij verseeckerde mij het
dien avont alles vast soude gestelt worde, het welcke ick
de heer van sandenburch die noch bij mij quam seijde en
daer bij voechgende dat de burgemeester nellisteijn te

vreede was net van linteren en bot, in alles te korespondeere
midtsdat sij van gelijcke soude doen en dat hij vertroude
ijae hem sterck maeckte dat sijn swager martens die al
ten deelle in sijn broers sollisitasie dissesteerde dat sij
daer geen swaericheijt van soude te verwachte hebbe
dat hij nellisteijn beloofde ock so voor als naer ockto
alles met uhEd korespondensie te doen en de persoone
die uhEd hem tot de nominaesi vant Eerste lidt soude
reeckomandeere in groote achtine soute neeme, dit alles
scheen bij dien heer weijnich plaets te hebbe die mij seijde dat
dat alles niet met al geseijt en was en dat van lintere daer
geen kontentement in soude naeme doch dewijl ick hem
seijde dat den domheer bodt hem socht, en bij van lintere
wilde brenge om te sien ofment werck koste vinde
sou hijse soecke te vinde, het welcke geschiede en sijn
dien avont noch bij Een in presensie vande heer van
langeraeck geweest, maer so den heere van langeraeck
en sandenburch mij saeter daechs mergens seijde, sijnsij
oneverichter saecke gescheijde en bleef van lintere
stin staen dat hij van nellisteijn wilde verseeckeri
hebbe van bot op de nominaesi te sulle helpe, waer
op ick en teegens lange raeck die heel inde partij van
bodt is, en teegens den heere sandenburch die beij
verscheijde bij mij quaeme, seijde dan int Een ent
tander niet meer te konne doen dat het nu bodt
sijn schult was want als werck van ockto geen goede wt
slach nam dat ick ock geen raet tot ons gemeene werck
en sacn dat uhEd daer so veel toegedaen had dat
ick niet geloofde uhEd daer weer moeijte om
doen soude s maer het voort op sijn beloop sou
laeten het mocht dan gaen soot wilde, daer op
scheijde de heer van sandenburch van mij, en so ick
stont op de koets te gaen quam den dom heer bodt
bij mij deede sijn beklach van dat het werck geen
beeter wtslach had genoome, die ick het voorseij
reeplijseerde dat wijt daer bij soude laete en geen
moeijte meer doen dat ons niet aen ons neef als
aen onse soon was geleechge alst niet weesen kost
dat wij paesijensie soude hebbe, daer op hij antwoorde
op degunste vande heer van Ameronge te staen en
te vertrouwen, dat hij nu sou kontentement neeme
en sien sijn vriende dien merge noch bij Een te brenge
die voort vast te stelle, dat het ock noeijt haer intensi
svas geweest tot vande dusse overte gaen maer allee
te sien dat sij wat meer toe seggen vaan neblisteijn moch
te krijge, hoet nu gegaen is heb ick sins niet meen
van gehoort ben daer op vertrocke,
hier koomende verstaen ick dat men te wttrecht van
sin is het bekramen vanden berch bij rienen of de
greb int b publijck aen te besteede en dat de schout
van rhiene gesint is dat aen teneemen, nu verlanck
mij te weeten wat de heer van dijckvelt dies aengaen
s op de uhEd schrijfvens heeft geantwoort, en of uhE
hier Eits verders in wilt gedaen hebbe, de schade die
hier door de stercke wint is geschiet is heel weijnich de
heere sij gedanckt, die ons so genadelijcke heeft bewaert

de doot van Aeltge van bemel heb ick uhEd geschreefve
waerdoor groote desensie tuschen onse gesupstituweer
seeckreetaris en de preedikant is ontstaen, en dat over
de twee hondert gul die de kerck van haer heeft te pree
tendeere daer velpe vborch voor staet die wel sufi
lant genoech voor die peninge is maer ock lange ge

Bronvermelding

Het Utrechts Archief, archieftoegang 1001, Huis Amerongen, inventarisnummer 2722, Brieven gericht aan Godard Adriaan van Reede afkomstig van zijn echtgenote Margareta Turnor, 1667 juni-aug., 1671 sept.-1672 dec



Ga naar de volgende pagina (39)  Ga naar de vorige pagina (37) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/