Johannes Tamesz van der Veur bepaalde in zijn testament dat zijn erfgenamen of beheerders van zijn nalatenschap van de heer Chappius of diens vrouw geen opgave mochten eisen van meubels, linnen of huisraad. Dit gold niet voor zijn eigen kleding. De verklaring van Chappius of zijn vrouw over deze bezittingen moest worden geaccepteerd alsof de goederen aan hen waren verkocht of geschonken. Hij benoemde zijn broers Willem van der Veur en George van der Veur uit Rotterdam als uitvoerders van zijn testament. Zij kregen alle wettelijke macht om:
Hij wilde dat als hij in Rotterdam zou overlijden, zijn lichaam op de goedkoopste manier zou worden bijgezet in de Grote Kerk of op een nabijgelegen kerkhof. Als erfgenamen benoemde hij zijn broer Willem van der Veur, zijn zuster Gysberts van der Veur (getrouwd met Jan Cornelis van den Berg) en zijn broer George van der Veur, elk voor een gelijk deel. Het testament werd opgesteld in Schiedam op 11 augustus 1813 om 9 uur 's ochtends, in aanwezigheid van de getuigen Jan Snywint, Arij Woensdrecht, Sebastiaan van Brugge en Christiaan Adolf van Griesheijm bij notaris Isaac Penning Junior.

Gemeentearchief Schiedam, archieftoegang 267, Archief van notaris Isaac Penning Junior, 1774-1815, inventarisnummer 3, bladzijden 1-726
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/