archieftoegang 1.04.02, inventarisnummer 4247, pagina 406
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
onder en boven met zuijker gevult, gedaan te hebben /:om de onnosele dus te doen gelooven, dat de vaten alleen met zuijker gevult waaren, meede naar land neemen, mitsgad„s aldaar onderling verdeelen souden, terwijl 't overige volg= met het schip als dan doen konde, wat het wilde„ vide N„o 3 ad Artc: 36 en 45. mitsg„s N„o 4 ad ArtC:3 Hebbende hij eerste gev=n zig vervolgens een dag de derdemaal of vier daaraan, 's morgens voor bij den tweede gev=n aan stuurboord zeijde, onder 't half dek begeeven, en denselven gecommuniceert, dat de revolte tusschen den eerste en tweede Maart zijn voortgankneemen zoude, met aanwijsing kan denselven, soo wel te diertijd, als ook nog eenige maalen naderhand, wie hij tweede gev=n tot die Conspiratie aansoeken, en teffens wijs maaken moest, dat hun fortuijn als dan met er haast zoude gemaakt zijn, soo als hij eerste gev=n wijders ook, ten eijnde daardoor de overige Complicen soo veel t' eerder tot de Conspiratie aan te moedigen, aan den tweede gev= een briefje, om„ me het selve aan de andere muijtelingen te Communiceeren, omtrent van den volgenden substantieelen inhoud, gedicteert heeft: dat bij aldien iemand zijn fortuijn haast wilde e maakt hebben, hij meede doen moest in de revolte, dewelke de franschen te doen van sins waaren, dewijl zij, wanneerse met het schip meede gingen, slimmer als de honden getrac„ =teert wierden, en meer slagen als brood te ver„ wagten hadden. — Edog welk briefje, gelijk hier na gesegt worden, volgens opgaaf van den derde gev=n door densel„ ven over boord geworpen is, en dus door den Eiss„r niet heeft kunnen aan 't ligt gebragt werden. — Daar en booven, en om soo veel te beeter bij den oploop te kunnen ageeren, en na hun voorneemen te massacreeren, heeft den eerste gev= ook reets kin, in des tweede gev„e mes, aan weerskanten, volgens bijl: N„o 3. ad artC: 18 en No 24 ad artl: „3. scherp gesleepen, en toen aangeweesen, hoe„ danig zij deselven gebruijken moesten, waarin eenige der Complicen hem ook gevolgt sijn, g'lijk aan de messen, die voor soo veel daar van sijn te bekoomen geweest, den Eijss„r d'eer heeft, hier neevens te vertoonen, g'noegsaam af te leijden is; en waarbij den Eijss„r teffens aanmerkt, dat den tweede gev=ad artl: 18 N: 9. nog van twee messen Sub N„ 3 en N„o 4 art spreekt, tog dat den eerste gev=n sulx negeert, door 't zeggen, dat hij niet meer als een kleijn mes gehad heeft, vide bijC: N„o 24 bij 't recollement„ en waar over den tweede gev=n bij 't recollement sub N„o 4 zig daarnader g'expliceert heeft. Na welke onderling genoomene afspraak, en door de tweede aan den eerste gev=n onder eede gedaane belofte den tweede gev=n als toen /:volgens zijn voorgeeven ad artc: 15 sub N„o 3:/ den derde, vierde vijfde, sesde seevende, agtste, negende, thiende, elfde, twaalfde, dertiende, veertiende en ses en twintigste gev„s in den hoofde deeses gemeld, mitsgad„s de drie persoo„ nen, dewelke de gesmeede Conspiratie ontdekt hebben, of wel de attestanten sub L„ B. N„ s. L„ B: N„ 2. J: B: N„ 3, dog uijtwijsens de nadere Confessie van hem tweede gev=n sub N74 ad„ artC: 4. nog vier persoonen meer, te weeten den vyfthiende; Sesthiende, vijf en twintigste en negen en twintigste gev„s, en dus een getal van twintig persoonen aangesprooken, en tot de revolte aangesogt heeft. Inhoe verre nu een ieder van hun deel in deese Conspiratie gehad, en zig daarin g'enga„ geert heeft, zal den Eijsc„r wanneer hij eerst ten vollen vertoont heeft, wat nog al verders tot deeser beijden gev„s laste legt, en inhoe verre zij eerste en tweede gev„s in hunne muijtziekte uijtgespat zijn, de eer hebben, Uw E E Agtb„s hier namaals aan te toonen, en derhalven, omme deesen draat te vervolgen, hier nog bijvoegen. Dat buijten en behalven de gemelde twintig persoonen, den eerste gev=n aan den tweede gev=n aangeweesen heeft, omme deselven ook aan te spreeken, den negentiende gev=n, mitsg„s drie en twintigste zeeven en twintigste, agt en twintigste en negen en twintigste gedetineer„ dens, hoe wel den tweede gev=n ad artc: 4 n„o tt zegt, dat deselven door hem niet sijn aangesproo„ ken, dog dat den eerste gev=n niet beeter ge= weeten had, of deselven waren door hem a tweede -
Bronvermelding
Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland, archieftoegang 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventarisnummer 4247, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Overgekomen brieven en papieren, Overgekomen brieven en papieren uit Kaap de Goede Hoop aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, Overgekomen brieven en papieren uit Kaap de Goede Hoop en Mauritius aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam. Gedeeltelijk met inhoudsopgaven, 1766 - 1767 [1767]. Derde deel
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/