archieftoegang 1.04.02, inventarisnummer 4247, pagina 407
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
tweede gevn tot het revolteeren aangesogt, En soo meede dat wanneer hij tweede gev=n den een en ander tot de revolle aangesogt had, en aan hem gevraagt geworden was, wie den aanvoer„ der was hij tweede gev=n des eerste gev: naam niet genoemt had, vid: N„o 3 adartC: 15 en N„o 12 ad ar tC:8 mitsg„s N„o 31, vervolgens, dat ook den tweede gev=n, wanneer hij den tweeden en derden ontdekker der Conspiratie, dan wel de attes¬ tanten onder L„a B. n„o 2 en L„a 6 n„o 3 tot de Conspiratie aansogt, en bemerkt had, dat deselven daar toe niet geneegen waren, zig bij deese beijde, om hun te abuseeren, dan wel„ gelijk hij ad art (: 32 sub N„o 3 segt, om dat zij hem agter op niet zouden verklappen, den eijgensten dag, wanneer de revolte in de daar aan volgende nagt voortgank hebben zoude, vervoegt, en als toen getragt heeft, hun wijs te maaken, dat de revolte niet geschieden konde, g'lijk wel hun voorneemen was ge„ weest; dewijl de zee daartoe niet stilgenoeg was, en dat zij derhalven wagten zouden, tot dat se sterk genoeg, en onder de Linie waaren. Dog 't welk afte wagten deese beijde soo min als voornamentlijk den attestant sub LBB. N„os niet raadsaam g'oordeelt, maar goed ge„ vonden hebben, 't zelve ten dage voor de beraam„ de revolle bekent te maaken. — Egter heeft den eerste gev=n zig durven verstou„ ten, eenige dagen na dat dit hun voorneemen reets ontdekt, en den tweede gev=n daarover in de boejen geraakt was, teegens 't gegeeven ver„ bod zig 's nagts onder 't wagthebbend volk„ of schoon het zijne wagt niet was, in de kuijs te laaten vinden, en aldaar den een en ander volgens bijlaag sub N„o 24 ad artC: 4 tot de revolte aan te porren, weshalven hij ook, toen hij daar over door den wagt hebbenden onderstuurman Willem Rijsoort en den Commandeur der zoldaaten Frederik Kegelaar is betrapt gewor =den meede in de boeijen geslooten is, vid bijl: sub P„r L: S=r 2„e 3:e mitsgad„s N„o T en 26. — Dus kortelijks aangeweesen, en verhaalt hebben =de in hoe verre den eerste en tweede gev: aan 't sme„ „den der Conspiratie binnen scheepsboord zig hebben schuldig gemaakt, soo vind, den voor en aleer hij van den eerste gev=n af„ Eissr en tot de overige gev„s en gedetineerdens over gaat, zig nog genoodsaakt, Uw E E Achtb„e meed aan te toonen, dat buijten en behalven het smee„ den der Conspiratie, waar van den eerste gev=n sig selfs gedeclareert heeft /: vid: bijle 8. R 10. 1en 12 en 't geen daaruijt bij 's Eis„r sub Exhib: den 25 der voorleedene maand Iunij ingeleeverden Eijsch ad Forturam reets be„ toogt is:/ den eerste gev=n sig ook schuldigheeft gemaakt, aan het afgrislyke en vuijlaar„ dige misdrijf van scheldende en hoonende Uijtspraak teegens God en desselfs ontsagelij„ ke en onafhankelijke oppermagt, waar voor selfs de blinde heijdenen alle mogelyke eer„ bied betoonen. Ten aansien hij eerste gev=n/ 't geen den Eisc:r sonder ontsteltenis alhier niet ter needer stellen kan :/ dikwerf God voor een Canailje„ een hond, een Jan Foutre, die niet beeter waar was, dan onder de voeten getrapt te werden, gescholden heeft; met bijvoeging, dat er geen God was, en ook wanneer de overige bij 't eeten hebben willen bidden, substan¬ tieelijk te seggen: wat bid gy Godaan bid„ den duijvel aan want God is niet beeter als een schop voor sijn gatwaard! mitsg„s wanneer door den Krankbesoeker 't gebed gedaan wierd telkens te vloeken, dat hij eerste gev=n /:sitvenia verbis:/ in 't gebed wat scheet! en dat gebedeeven eens was, als het geblaf van eenen hondt behalven dat hij eerste gev=n ook het brood en gort over boord geworpen heeft, met te seggen: God geeft mij geen brood! dat geef ik mij selv:s ook bij geleegentheijd, dat het gebed agter op gedaan wierd, een wind te laaten, en daarbij te voegen: soo veel is het Gebed niet waard breeder bij de recollementen sub N„o 4, 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 13 te sien.— Des deesen eerste gev=n en reukloosen Gods den lasteraar
Bronvermelding
Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland, archieftoegang 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventarisnummer 4247, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Overgekomen brieven en papieren, Overgekomen brieven en papieren uit Kaap de Goede Hoop aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, Overgekomen brieven en papieren uit Kaap de Goede Hoop en Mauritius aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam. Gedeeltelijk met inhoudsopgaven, 1766 - 1767 [1767]. Derde deel
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/