archieftoegang 1.04.02, inventarisnummer 4247, pagina 403
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Paradijs al 't geen hem, soo wel door den tweede gev=n en ged„e Pieter Jan de Neckere, als d'overige Com„ plicen in actis ten laste is gelegt, en 't welk hij voor den scheepstaad bevoorens, ook vrijwillig heeft belee„ den, voor heeren Gecommitteerden uijt deesen E: Agb: raade heeft durven negeeren, egter daarna op de pijnbank, waar op hij volgens het Jnterlocutoi„ „ve vonnis van Uw EE Agtb„s de dato 26: der afge„ weekene maand Junij is gebragt geworden, en bij 't daarop genoomen recollement, blijkens, bli kens bilaag sub N„o 24, 't selve wederom volleedig geconfesseert heeft; soo heeft den ondergeteeken„ den exficioliss„, thans d' eer, alle dienaan„ gaande, soo door den scheeps raad van 't uijt= gekoomene en op den 13: deeser naar Batavia vertrockene schip Duijnenburg ingewonne, en van L„a M: tot 't gequoteerde enquesten, als ook 't geen den Eijss„r tot meerder ontvouwing der Conspiratie voor welgem: heeren Gecommitteerde, heeft kunnen exploreeren, hier neevens onder N„o 1: tot N„o 48 overteleggen, en Uw EE Agtb:s daar uijt kortelijx te demonstreeren. N„o 1 en 2. Dat wanneer 't schip Duinenburg omtrent den 14 of 15 feb„i deeses loopenden Jaars in de Noord zee, in 't gesigt van Zuijd Voorland ten anker was gekoomen; en 't anker op zeekeren agtermiddag zoude geligt werden, invoegen 't scheepsvolk zig boven op 't oek bevond, tetwijl den eerste en tweede ged„s en ged„t, als ziek sijnde, zig omlaag onthielden vide bijl: N„o 2. 14 en 15, mitsg„s N„o 4 ad Int: 2:, den eerste gev=en, bij de tweede gev=n koomende, en na zig alvoorens met hem in een ander discour ingelraten te hebben, blijkens 't product N„o 6 ad artc: Een C aan denselven substantieelijk gevraagt heeft, of hij tweede gev=n, wanneerse met hun bodem nog Op 't flacke voor Rammekens geleegen hadden niet gehoort had, dat er als toen onder de franschen, een mompeling van een revolte was geweest, ter saake dat zij geen brood gekreegen hadden. maar dat den tweede gev=n (: naar sijn seggen:/ 't selve met Neen! beantwoord had, vid: Mt: N„o 4. ad art 2. — Dat den Eijss„r dat gesegde van een mompeling eener revolte wat nader gedisquireert hebbende, om te zien of ook wel weesentlijk daardoor de grond tot de Conspiratie gelegt was, egter dien aangaan„ de niets anders heeft kunnen ontdekken, als dat den in den hoofde deeses gemelde drie en twin„ tigste gedetineerde Judoc du Bleuar, na dat se een dag drie â vier in zee waaren geweest, vid rec: agter L„ B: N„o S: mitsgad„s bijl: N„o 45 en 't volk weegens groote beesigheeden, tot 's avonds omtret ses, of soo als den 23 gedetineerde segt, tot agt uuren, had moeten werken, zonder brood te hebben bekoomen, teegens de andere volk zoude gesegt hebben: indien dat nog meer gebeurt, dat we soo lang moesten werken, zonder dat men ons kost geeft, hebben wij niet anders te doen, als ons meester van 't geweer te maa„ ken, en mains bas te speelen, Edog! dat als toen in die termen alles gebleeven was, zonder dat men heeft kunnen naspeuren, dat den een ofte ander dien aangaande, iets verder zou¬ =de opgevat, dan wel g'uijthebben, niet tee„ genstaande het tog wel zoude kunnen zijn, dat den eersten gev=n schoon hij uijtwijsens desselfs responsie der nadere Interrogatorien sub N„o 6, ad artc:q: niet weeten wil, het gesegde van Judor du Bleaux gehoort te hebben, zijn ver„ langen tot een revolte, ten tijde wanneer hij soo als voorsz:, van de mompeling eener revolte teggens den tweede gev=n gesprooken had, bedoelt Waar omme weeder ter saake te koomen, zegt heeft. den Eijss„r verders, dat wanneer den tweede gev=n de aan hem gedaane vraag, soo als voorsz:, met Neen b'antwoord, en op des eerste gev„s daarop verdere gedaane propositie: maar als de fran„ schen eens een revolte aanvangen, zoudje wel willen meede doen hem toegevoegt had, Neen! ik g'loof niet dat dat zal geschieden door den eerste gev=n niet alleen gesegt was; ik zoude wel meede doen, en ik ben ook ver„ seekert, dat sulx geschieden zal! maar dat hij eerste gev=n ook, wanneer den tweede gev=n daarop g'antwoord had: diergelijken lingen zoude ik niet willen doen! met bij voeging: indien ik wist, dat diergelijken saaken zouden geschieden, zoude ik het aanstonds aan d'officieren bekent maaken„ onder - d
Bronvermelding
Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland, archieftoegang 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventarisnummer 4247, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Overgekomen brieven en papieren, Overgekomen brieven en papieren uit Kaap de Goede Hoop aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, Overgekomen brieven en papieren uit Kaap de Goede Hoop en Mauritius aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam. Gedeeltelijk met inhoudsopgaven, 1766 - 1767 [1767]. Derde deel
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/