Blader door transcripties » Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland
archieftoegang 1.04.02, inventarisnummer 1663, pagina 72



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

132
133
Van Macassar onder dato 4=en Julij A„o 1702.
Van Macassar onder Dato 4=en Iulij Ao 1702
de algemene bevrediging gelijk had, van wederom tot de Contracten
te springen, waerom sy aen haer kant, schoon sy dese klenigheijt
liever ingewilligt, en geconniveert zagen, hun hier ook niet
souden tegen zetten, maer in tegendeel D„o bevel schultpligtigh
obedieren op welk bescheijt den gouverneur onder een bly gelaet
sig aldus het horen, wel bappa Carain bontosongo ik verheige my
over de goetwilligheyt die ik, dese bij de vorige tijden vergelykende
in Radja Goa, en sijne Rijxraden sie en bespeur maer wy konnen
er ook die van zeggen dat 'er geen tegenspreken valt als de dingen
soo notoir leggen, voor myj ik soude de eerste voorpraek der
macassaren syn ingevalle daer maer eenige schyn redenen waren,
dewelke my deden presumeren dat de jongste assopiatie amn het
waggelen stond te raken, dog die niet vindende moet ik in tegendeel
de hartste parthij sijn, beroept men sig niet altijd op de
Contracten! en wil men niet dat daer de Conservatie vande
algemene ruste, en het welvaren van geheel Celebes aenhangts
moet ijder bontgenoot, wie, en hoe kleen, of groot hy ook is, dierhalven
niet in den hoogsten top Ialours zyn, als men daer maer een
kleene in breuk in siet: kan d' E. Comp: als eerste en
hooft bontgenoot welkers ampt het is te beletten, dat den eenen
over den anderen niet en heerscht, ende sig meer prerogativen aen„
matigt als hem regtmatigt Competeren dut den dat syn jongste
broeders met de andere niet te gelijk in een en deselve schotel soude mogen
tasten, mag hij dese wel bedekt, en geene met naekte billen—
sien lopen, wy gelovenen zeggen ronduijt van neen, volland dier„
halven by de voorsz: goetwilligheijt, en Caveerd hier door dat andere
buijten af geen schemperige handen slaen, aen een werk, dat men
selfs volbrengen kan, wie isser in de wereld die zulx siende het
selve niet sal moeten prijsen, en wie twijffelt 'er aen of ik zal
na de volvoering bewijsen geven van in schickkelykheijt als wij
eens ten principale onder de nadere approbatie van haer ho: Ed=ne
van dit gesprek twelk hier syn besluyt kreeg raekte men onder
een Copje Coffy en een snuyfje in 't Rond weder op gemene
praetjens daer men nog wel van noteren mag hoe dien
ouden guyjsaert den gouverneur vroeg of er desen jare int
geheel geen vaertuijgen naer Solor alor, mangraij en Zomba
ten handel souden mogen varen, en kreeg van syn Ed ten antwoort
staen te disponeren, over een gedeelte van de Landen van polon bankang
ten minsten sal ik 'er soo veel in doen als buijten krenking van
een anders regt, en verderf van het overige van polonbankeengh
geschieden kan, terwijl my bekent is wat Radja goa waerlyk
by syn Eerste versoek heeft gepretendeert, maer ik bidde VE
segt mij, dewijle wy hier nu in vrundschap by den anderen zyn,
eens, wanneer dit werkje syn begin sal nemen, den drogen tyd hebben
wij thans, en de Padie is geplant, souw het dierhalven in de aenstaende
maent niet gevoeglyk konnen geschieden; neer repliceerde Crain
bontosoengo de pady sal nu beginnen sijn halmen te scheten, en dan
heeft de gemeente nog al teveel te doen, beter sal het wesen, dat —
wij die eerst laten moegsten, en daer stel ik nog dry maenden
voor, om dan gelyker hand het voorgenomene kort af te maken,
maer versoeken dat wy dan ook ons weder te gelyk mogen bepaggeren,
met pallissaden, of anders, om het vee voor de gouwdieven te besluijten, den
gouverneur diende hier weder op dat wy naderhand wel zouden seggen,
wat voor een omheyning de beste onder ons geoordeelt wierd, en mi
by provisie een vaste staet soude maken dat de demoljering der steene
wallen ter geprefigeerder tyd sijn voortgank stond te krijgen, dat wy
van meninge waren haer Ho: Ed„e tot batavia met den Eersten
hier van kennisse te geven, om die mede van Radja goas goedwvilligheyt
de weet te doen, daer Crain bontosoengo op antwoorde, dat is ook goet
myn zoon, doet die orijelijk want gij kant op myn woorden staet
staen
maken. —

GLOBALISE

Bronvermelding

Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland, archieftoegang 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventarisnummer 1663, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Overgekomen brieven en papieren, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, 1703. RRRRR. Dertiende boek: Batavia's ingekomen brievenboek, deel II: Makassar, Timor, Palembang, Japan, Malakka



Ga naar de volgende pagina (73)  Ga naar de vorige pagina (71) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/