archieftoegang 1.04.02, inventarisnummer 1663, pagina 21
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
28 29 Van Macassar onder Dato 4=en Iulij A:o 1702 Van Macassar onder dato 4=en Julij A:o 1702. door den Luijtenant Ian Riddel ten faveure van de waerheijt gegeven, alwaer desen getuijgd uijt de mond van aron Teko bij seker gesprek dat naderhant nog wel gerepeteerd is, gehoord te hebben dat hij arou Teko, nu nog ten Eeuwigen dage Raadja bonyj geen goed hart soude toedragen, al stampte men sijn beenderen ook tot pulver seggende op sijn tande bijtende sulx is onmogelik dewijle in mijn hart gewond ben, daer sijn hand opligtende bijvoegde, maer wagt, laet ik los komen, — belangende het vierde middel, dat men de broeders van arou teko aron manpoe, en aron kaijpe, hier ook wel toe soude kunnen gebruijken. maer dat zulx bij ons alhier best en gevoeglykst geoirdeeld wiert dunkt mij, behoudens het respect harer Ho: Ed=ns, en andre die van dat gevoelen mogten zijn, dat er te vergeefs soude werden gearbeijt al soo den eerst genoemde in de volle vergadering, wanneer daer over sijn broeders zaken, gebesoigneerd en gehandelt wierd, publiecq gesegt, ende verklaert heeft, sig hier mede niet te willen bemoeijen om dat hij overtuijgd synde als regter, hem aron teko selfs over zijne d waelgrepen soude moeten doeneen,: behalven dat dese die van arou ponij gelieftoost werden, om dat versoek niet en soude durvendenken, ten ware dat zij voor af versekering hadden, dat zin hoogheijt sig het zelve twelk buijten de minste apparentie is, wel soude laten gevallen, en wijl haer ho: Ed=ns tot een slot van dat vierde voorstel believen te Leggen, dat men daer toe ook wel andere namentlik tot die intercessie soude kunnen gebruijken, naer dat wij dat alhier best en gevoeglijxkt souden bevinden, soo bekenne ik voor mijn aendeel als gouverneur de zulke niet te weten, wel is waer dat ik aen mijne vertrouwelingen die van geen kleijne agtinge hier op Celebes sijn, over dit stuk om haer ho: Ed=ns was het mogelyk vergenoeging te geven, nu en dan van verre wel een bal hebbe te grabbelen gegoijt, en quaer vero- gevraegd wat Ten derden hebbe ik wyt en breet myn gedagten laten gaen, over het gene en staed by den secreeten brief van den 6=en januarij jongstleden alwaer haer Ho: Edns seggen, hoe het zeker is, dat de slegte conduites van den presenten Conink van bonij in comparatie van syn voorsaet d' E. Comp: niet soo seer moet doen, sien op de onderhouding van een goede intelligentie met den zelven alleen, maer voornamentlijk ook op het bewijsen van alle vriendschap en verbintenisse omtrent de mindere bonijsche vorsten bysondert de gene die wij onse bondgenoten noemen, ende het maer alleen toege„ laten werd het met bonin te houden, ook zelfs net sodanig een submissie als men om dat het niet wel anders beschikt kan worden, bespeurd heeft, enz: het gene mij onder de meditatie over dit alles te binnen quam bestaed hier in dat onse voorleden jaerse afgegane brieven en principalyk die van den 20=e april een voltlage bewys ons te doen soude staen, als aron te kos vrinden haer Hoogheyt of wel jmand anders uijt consideratie van syn tekos geslagt mitigatie van het gewysde of wel een absolut pardon van d' E. Comp:— quamen versoeken, dog onder die verhandeling van gelyke geen kleyne bevreemding en alteratie bespeurd in soo verre dat men ons aende voeten vattende bat hier aen soo weynig te willen denken, als sij vast stelden dat er niemand op dit geheele land soude derven doen, ten ware sij opentlijk een algemenen oproer onder de bontgenoten die alle gestemd ende haer gevolgelyk blood gegeven hebben, met het los komen van arou teko sogten werkstellig te maken, Evenwel sal ik met lief 't aenhoren, soo er eenige leden deser vergadering sijn die onder het opstellen van hunne over te levere schriftelijke Consideratie daer toe een Heijlsaem en secuur Expedient weten te vinden, jae ik belove de zaek soo goed gevonden werdende met een sonderlinge sugt en ijver mijne hulpe tot de uijtvoering te zullen contribueren twelk het ook al is, t geene ik oirdele dat men van mij soude konnen ons mede vorderen. —
Bronvermelding
Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland, archieftoegang 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventarisnummer 1663, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Overgekomen brieven en papieren, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, 1703. RRRRR. Dertiende boek: Batavia's ingekomen brievenboek, deel II: Makassar, Timor, Palembang, Japan, Malakka
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.