archieftoegang 1.04.02, inventarisnummer 1663, pagina 22
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
30 31 Van Macassar onder Dato 4=e Julij A:o 1702 Van Macassar onder Dato 4=en Julij 1702: mede brengen, dat wij de hoedanigheden vanden presenten Conink van banij, daer sijn oom Radja Palacca soo veel te door trapter was, ende alle de grooten van Celebes tot een schrik verstrekte soo niet van een slegter alloy ten minsten mediocre hebben getaxeerd en waer omtrent ik gelove dat alle de leden deser vergadering als nog van het selfde sentiment zin, sonder dat den tijd daerveel verbe„ „tering (of het moeste wesen dat sy sijn Hoogheijt in het bedinigen sijner passien, wat moderater, en te gelijk ook assuranter vonden om sijne voornemens sonder tegenspreken te zien op volgen.) ingebragt heeft sulx't ook waer is, gelik haer ho: Ed=ns believen te seggen dat d' E. Comp: niet soo seer moet sien op een goede intelligentie met den zelven alleen als wel op het bewysen van alle vrientschap en verbintenis omtrent de bonijsche vorsten en overige mindere bantgenoten, maer hier leijt de knoop om zulx sonder aen stoot of jalonke te doen, ende dese bontgenootjes een indruk van onse goede intentie te geven, sijnde het notoir dat ik— opentlyk genoeg aen die touwtje getilt, ende mijn menigmael voor haer alle gedeclareerd heb, in soo verre dat ik geen hoger toon, dorst singen, soo ik radja bomy tot geen Extravagante buijten sporigheden wilde doen uijtspatten over welke materie aen haer Ho: Ed=ns ten naeste secretelijk mijn gevoele en Consideratien ook hope te doen afgaen, want al is het schoon dat wij hier toe naer den inhoud der Contracten schynen volslagen gequalificeerd te syn, soo moet men evenwel op de gevolgen die 'er door den inbreuk des tyds uijt soude konnen resulteren deselfde agt geven, ende uijt twee quade het beste kiesen, voor mij ik houde mij gepersuadeert en volslage overtuijgd, soo als nog jongst mit de mond van een der voornaemste bontgenoten, hoorde, dat de disfidentie die 'er eerst tusschen den Conink van bonij en Raedja goa, in dese laetste jaren, gekomen is, sijn principaetste wortel kreeg uijt eenige mindere bontgenoten, die door de macassaren aengelokt het Hof van goa in haer herte toegedaen, ende daer nevens door de domme regering en oplopenden aerdt van aron Zony verongelykt sijn, en stelle daer nevens vast, dat wij al te heftig op het stuk— van hare vryheijt en onafhankelykheyt van het hof van bonij aendringende, niet anders souden uijt werken als arou Lonij rasende te maken, en een goed getal der bontgenoten, de macassabrse kant te doen kiesen, twelk tot de nodige balans het verderfelyke te soude wesen dat men practiseren kost. — Dese veriode nauwlijx volvoerd synde schoot mij aenstonds in de zin hoe haer Ho: Ed=ns in desen selfden brief van den 6=en januarij believen te besluijten dat Comp:s Eere die sy met het vellen van een aquitabel vonnis over arouteko stond in te leggen, geensints konde beneveld worden, door de gratie en pardon die de E. Comp: genegen is, naer dat vonnis te verlenen, eensdeels uijt de magt die d' E. Comp: uijt kragte van't 25=e articul van't boengaijse Contract soo wel soude hebben als tot de straffe ende ten anderen wel by sonderlijk om de bontgenoten te doen sien, dat d' E. Comp: noijt eenig regt van hardigheijt gesogt heeft maer veel eer de magt om hun uit algemeen en een jegelyk— in 't by sonder Comp:es wel doenden aerd in alle occagien te doen gevoe„ „len die den band van eenigheijt en verpligting tot malkander beminnende deselve aller meest door liefelyke wegen tragt te maintineren. dog hoewel dit voorschrift harer Ho: Ed=ns een Heylsame en christelijke methode in sijn besluijt tot de Conservatie van alle wereltse alliantien, soo moet ik tot mijn leetwesen— gemoetshalven evenwel betuijgen te sustineren dat den megaenden aert veelmalen hier te lande onder den inlander (heydenen of mahumetanen en Consequentelijk van natuure ende volgens hunne vervloekte wet doot vijanden van ons, en onse leer sijnde,) geen plaets heeft, en voornamentlijk in dit geval geen proefhouden, ofte stant grijpen kan, want gemerkt dat wij naer
Bronvermelding
Nationaal Archief / Rijksarchief Zuid-Holland, archieftoegang 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventarisnummer 1663, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Overgekomen brieven en papieren, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, Overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, 1703. RRRRR. Dertiende boek: Batavia's ingekomen brievenboek, deel II: Makassar, Timor, Palembang, Japan, Malakka
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.