26. 32225 L RCATTET. 10 Maart 1610 Laus deo Rhijtou, Ady 10 Maert Anno 1610 Eersaemme goede vrandt Sergeant Joost de sutter v L' schrijvens vanden 24 november, mett een rolle blaeusamosijn, hel p de saloup Rotterdam well ontfangen, ul gesontheyt is mij Lieff geweest om hoorren, de minne (godtloffe gaetredel well thoe, naer gelegentheytt des tijts, ul hoochgel beduncken voor t'selffde rolleken armosijn, t' hadde voorwaer onnoodich geweest t'selffde te zenden, tot sulcken fynne wast niett dat ul de hoenderen stierde, dun alleenl wuijt goed vruntschap, ende oude kennisse, alsoo well wiste dat ul alduer van gheen hoenderen vsien en waertt, en eens mett de goede vrunden daer mede houtt vroolick zijn, doch alsoo hett ul gelieft heeft, mij t'selffde rolleken te vreeren, ben voorsuect tselffde tallen tijden wederom te vschuldigen, vl schrijvens hadde op 24 december, beantwoortt, end uytervolgen te begeertte wat tuback gecochtt, hett welcke mett een van mijn, volck, naer t'casteell stierde, twelck een dach reijsens van hier is) om ins suloux te geeven, op dat het ul behundicht zoude moogen worden, dun alssoo de zaloup snachts te voorren vtrocken was, is mij t'selffde wederom gebragtt, als meede voor 2 rijvellen van 8e. aen tuback, voor de Noble daer hij mij geltt toegezouden hadde, twelck hem pr aelbert gerritss wederom gesonden is, & heb hem t'selffde verhoelt, hadde querne gesien, vol brieven ende tuback mett de scheeppen voort gegaen hadden, dan alsoo het selffde niett heeft willen weezen, sult mij gelijeven vexcuseertt te houden, Ende alsoo brenger deeses genaemptt, huns verhounen, dienaer van3 heer gouverneur alhier, decrewaerts gaeft, mett eenijghe brieven gecoommen, van ternaetten, heb niett willen naerlaetten U dit parxken mett tuback te senden, twelck in dunck zulft gelijeven te ontfangen, zoude well meer gesonden hebben dan is, mett menichtte hier op hij toe soo niett te bewoomen, op eergisteren ben, mett eenighe coopmanschap ende gelft eerst wederom vant casteel gekeert alwaer over de 14 daegen geweest syn, om mij watt te vmaecken, Alhier hebben schrijven gehadt hoe dat ons volck batssryan Ingenoomen hebben, alwaer ontrent 35. psoonnen vanden vijant doot gebleeuen syn, daer onder seeckere spangiaerts, portuyeesen, ende eenijghe nieuwe christenen daer over commanderen & eenen vendrich die meede doott gebleeuen is, voort de reste alle gevungen, waer van de vicead re eenijge mede gebrocht den 2e Aoi. 1760 Ceram. (onder Ams .20 2710
Quelle Zitat
National Archives / Archiv South Holland, Archivnummer 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), Inventar nummer 1053, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Kopie-resoluties van gouverneur-generaal en raden, Kopie-resoluties van gouverneur-generaal en raden in de serie overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, 1610-1637, 1610 dec. 20 - 1611 juli 13
Klicken Sie auf das Bild, um es zu vergrößern und die Transkription daneben anzuzeigen
Künstliche Intelligenz
Die Transkription erfolgte computergestützt mittels automatischer Handschrifterkennung. Die Zusammenfassung wird vom Computer auf Basis eines Sprachmodells erstellt. Keine dieser Methoden ist perfekt, doch oft reichen sie völlig aus, um das historische Dokument verständlich zu machen. Die Ergebnisse der Anwendung (europäischer) künstlicher Intelligenz wurden nicht von einem Menschen überprüft.
Finden Sie Ihre Vorfahren und veröffentlichen Sie Ihren Stammbaum auf Genealogie Online über https://www.genealogieonline.nl/de/