archieftoegang 499, inventarisnummer 342, pagina 18
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
vesting voor de verzameling moderne kunst van de steenkolenhandelaar Carel Joseph Fodor . Zij maakten deel uit van een groep welgestelde Amsterdammers die de stedelijke over- heid probeerde op te wekken tot meer daadkracht op cultureel gebied . Hiertoe behoorden ook Jacob de Vos Jbzn , die in 1 878 overleed , en Christiaan van Eeghen . De laatste drukte tot aan zijn overlijden in 1889 sterk zijn stempel op het culturele leven in Amsterdam . Dit was minder het geval bij Abraham Willet , die samen met zijn vrouw veel in het buitenland verkeerde en aldus een heel eigen collectie van met name kunstnijverheid , foto's en boe- ken samenstelde . Delen van hun kunstbezit werden aan de stad nagelaten op voorwaarde dat deze in het woonhuis van het echtpaar zouden worden tentoongesteld . In 1896 opende het Museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht voor het eerst zijn deuren . Soms zijn er schelpen op het strand die lang onder het zand bedolven liggen . Hun glans en kleuren blijven verborgen , tot ze op een dag in volle glorie te voorschijn komen . Zoiets is het geval geweest met de verzameling tekeningen en gravures van de kunstenaars Jan en Casper Luyken . Deze was bijeengebracht door Christiaan van Eeghen en in 1907 met zijn eigen liefdevol tot stand gebrachte collectie door diens zoon Pieter aan de gemeente Am- sterdam geschonken . In 1975 werd de collectie vanuit het Stedelijk Museum overge- bracht naar het nieuwe Amsterdams Historisch Museum aan de Kalverstraat , waar bij tij d en wijle de schaarse lacunes in de zo rijke collectie worden aangevuld . Ook al was het meer gebruikelijk dat verzamelaars hun collectie in zijn geheel aan de stad nalieten , lang niet altijd verliep dit succesvol . Al tijdens zijn leven was de kunstver- zameling van de zakenman Willem Dreesmann ( 1885-1954 ) bekend en hoog geschat . Het publiek kon er in zijn museum-woonhuis aan de Johannes Vermeerstraat kennis van ne- men . Hoewel de eigenaar zijn bezit graag aan de stad had nagelaten werd de collectie in i960 geveild . Dit bracht de gemoederen in beweging . Oudheidkundige verenigingen ver- weten het stadsbestuur laksheid , en haalden daarbij verschillende voorbeelden uit het verleden aan waar de stad had nagelaten belangrijk kunstbezit voor Amsterdam te behou- den . Uiteindelijk was het , mede dankzij de inzet van burgemeester G . van Hall , toch mo- gelijk op de veiling talrijke en belangrijke aankopen voor de stad te doen . Dit gebeurde met name door de nog hetzelfde jaar opgerichte Stichting tot Bevordering van de Inrich- ting van een Nieuw Historisch Museum . Deze aankopen waren van groot belang : het in 1926 in de Waag op de Nieuwmarkt geopende Amsterdams Historisch Museum was namelijk voor velen niet geworden wat zij van een historisch museum van de machtige stad Amsterdam hadden verwacht en al vrij snel na de opening uitten sommigen openlijk hun teleurstelling . Toen in de loop van de jaren vijftig duidelijk werd dat de gebouwen van het Burgerweeshuis aan de Kalver- straat vrij zouden komen , ontstond het plan om daar eindelijk een passend stadsmuseum te kunnen huisvesten . Maar ten stadhuize en in het Stedelijk Museum besefte men maar al te goed dat de objecten in de Waag niet voldoende waren om de daarbij vergeleken grote ruimten aan de Kalverstraat te vullen . Daarbij kwam dat ook de kwaliteit van de collectie van het historisch museum te wensen overliet . De aankopen op de veiling Dreesmann boden kwalitatief enig soelaas , maar nog lang niet genoeg . Kort na de benoeming van de eerste zelfstandige directeur van het Amsterdams Histo- risch Museum in 1963 , begonnen de eerste verkennende inventarisaties van het stedelijk kunstbezit . Dit bevond zich voor een groot deel al sinds de tweede helft van de jaren tach- tig van de negentiende eeuw in langdurig bruikleen in het Rijksmuseum . Het was het be- gin van een jarenlang proces van onderhandelingen over teruggave van een deel van de stedelijke bruiklenen uit het Rijks . Een eerste schitterende afronding hiervan was te zien bij de opening van het museum in 1975 . In de jaren daarna werden de gesprekken , met name over de teruggave van een van de schilderijen van Rembrandt , voortgezet . De ' Rembrandt- kwestie ' is met de overdracht van de Anatomische les van dr . Deijman in 1994 eindelijk opgelost . Er spoelen nog iedere dag nieuwe , veelvormige , schelpen aan op het strand . Zij voegen zich in de patronen van de oude stedelijke verzamelingen , bij de legaten en schenkingen van kunstminnende burgers en bij de eerdere aankopen die door conservatoren zijn ge- daan . Maar dankzij een modern en gericht verzamelbeleid komen er vaak hele nieuwe patronen bij ! 30 Jaarboek 93 , Amstelodamum [ 2001 ] Jaarboek 93 , Amstelodamum [ 2001 ] 31
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.