archieftoegang 499, inventarisnummer 266, pagina 17
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
achter dan lag het aan de beperkte finan- ciële middelen der kerkgenootschappen . Wat kroegen betreft , die komen in de buurten van tussen de wereldoorlogen toch nog op menige straathoek voor . De bijschriften bij de afbeeldingen in Hamer of aambeeld zijn zeer ongelijk in hun informatieve waarde . Het boekje van Kroes is aantrekkelijker uitgevoerd en de illustraties vormen één geheel met de tekst . De stof is uiteraard overzichtelijker dan die van Harmsen : de geschiedenis van Berlages schepping uit 1900 aan de toenmalige Plantage Fransche- laan , de huidige Henri Polaklaan . Rond dit gebouw komen aan de orde Amsterdam als diamantstad , de diamantbewerking , de vakorganisatie van de diamantbewer- kers en de teruggang van al deze bedrij- vigheid na 1919 . Bij vele jubilea werd het Bondsgebouw verfraaid en aan de daarbij aangebrachte kunstwerken en hun makers als prof . R . N . Roland Holst , Jan Eisen- loefTel , Jac . van den Bosch , Elie Smalhout en J . Kops wordt ruimschoots aandacht besteed . De afbeeldingen stellen de lezer in de gelegenheid de verloren gegane schilderingen van Roland Holst uit 1907 met die uit 1937 te vergelijken . In 1958 hield de in 1894 opgerichte Algemene Nederlandse Diamantbewer- kers Bond op te bestaan . Het Bondsge- bouw kwam aan de Algemene Nederland- se Metaalbedrijfsbond , die het liet ver- bouwen , waarbij de werkelijk monumen- tale delen werden ontzien , maar die toch veel deed verdwijnen . Gelukkig dat hier zoveel nog eens is vastgelegd , ook van het ontwerp dat in 1898 aan het uitgevoerde voorafging . J . H . v.D . HO R . M . Dekker , Oproeren in Holland GEZIEN DOOR TIJDGENOTEN , VAN GORCUM Assen , 1979 . ƒ 22.50 . De heer Dekker heeft getracht voor dit boekje , dat de ondertitel heeft : ' Oogge- tuigenverslagen van oproeren in de pro- vincie Holland ten tijde van de Republiek ( 1690- 1750 )' zoveel mogelijk eenvoudige ooggetuigen aan het woord te laten ko- men . Geheel daarin geslaagd is hij niet , wat min of meer vanzelfsprekend is . We krijgen twee verslagen van het tabaksop- rocr te Haarlem van 1690 , drie van het aansprekersoproer te Amsterdam van 1696 , een van het hongeroproer te Rotter- dam in 1740 en twee van de oproeren naar aanleiding van de verpachte belas- tingen te Haarlem in 1750 . Wat de laatste betreft had ik gaarne een verwijzing gezien naar de Jiddische kroniek van Braatbard , die door Dr . L . Buks in 1960 is uitgegeven onder de titel ' De zeven provincittn in beroering '. In wezen was Braatbard evenmin een heel eenvoudig man , maar toch toont hij wat meer medeleven met het volk dan de meeste andere kronikeurs . De heer Dekker heeft overigens maar een korte inleiding , waaruit ik vermeld , dat hij speciaal wijst op de 17de eeuwse visie van de sociale structuur van de stad uit het ooggetuigeverslag van Joris Craffurd . Amsterdam is maar met drie verhalen vertegenwoordigd , maar die beslaan de pagina's 37- 117 , de helft van de teksten . Ook de afbeeldingen zijn grotendeels aan Amsterdamse gebeurtenissen ontleend . Wat dat betreft komen onze lezers dus niet te kort . Behalve het verslag van Joris Craffurd , is er een veel korter van een anonyme schutter en ook nog twee brieven van Lysbet Heere aan haar schoon- zoon , de kunstschilder Laurens van der Vinne te Haarlem . De heer Dekker geeft steeds een korte uiteenzetting over de schrijver . Van Joris Craffurd deelt hij niet meer mede dan dat hij in 1704 makelaar werd , gespecialiseerd in obligaties , en dat hij in 1733 stierf en toen ƒ 10000 . — naliet . De gegevens ont- leende hij aan een artikel van de archivaris Oldewelt van 1955 . Men moet echter altijd op zijn hoede zijn met oude gegevens , daar er nu door de voortreffelijke indices veel meer te vinden is . Het lijkt mij nuttig om hier iets meer van Joris Craffurd te vertellen . Hij moet , gezien zijn naam , van Engelse afkomst zijn geweest , maar daarover kan ik niets vertellen , want toen hij op 27 december 1681 in ondertrouw ging , gaf hij op 29 jaar oud te zijn en geboortig van Breda , waar zijn moeder nog woonde . Hij woonde op de Herengracht en werd vergezeld door Hendrik Brouwer . De bruid was Anna Stedingh , 28 jaar oud en geboortig van Ootmarsum . Het echt- paar woonde in 1694 in ieder geval al in de Oude Hoogstraat , want toen werd op 7 oktober zijn neef Joannes Craffurd uit hun huis daar , dat de Koning David heette , in de Zuiderkerk begraven . Op 12 september 1704 werd Joris Craffurd door burgemeester Corver tot makelaar benoemd . Inderdaad zijn er dan akten , die vertellen , dat hij speciaal in obligation en rentebrieven deed . Op 29 maart 1710 werd Anna Sophia Stedingh in de Zuider- kerk begraven ; voor de belasting werd ze in de vierde klasse ingedeeld . Uiteraard betaalde men liever niet meer dan nodig was en wist Joris Craffurd zich misschien minder welgesteld voor te doen dan hij was . Zeker is , dat , toen hij zelf op 27 juli 1733 stierf , hij in de eerste klasse werd aangegeven en voor de belasting op de collaterale successie op bijna ƒ 11000 . — aan effecten werd aangeslagen . Hij woonde nog steeds in de Oude Hoogstraat . Er kwamen veel gedrukte boekjes over het oproer uit . Er deden geschreven manuscripten de ronde , Zo was er ook een exemplaar van het verslag van Craffurd in het archief Huydecoper . Ik vertelde op pag . 12 van het maandblad van 1976 , hoe dat met nog twee andere stukken over het oproer , op merkwaardige wijze op het gemeente-archief terecht kwam . Er zijn de verhoren van de plunderaars , die overigens alleen direct over hun wan- daden ondervraagd werden . Daarom kan ik dan ook de lezers de lectuur van dit thans gemakkelijk te raadplegen verhaal , waarin ook meer algemeen beschouwend wordt gesproken , zeer aanraden . I . H . v . E . Carel Clemens Elias d'Engelbronner 1816- 1897 ( 1979 ) In 1973 , 1974 en 1978 trof men reeds verhalen of vermeldingen van de interes- sante geschiedenis van de familie d'Engel- bronner in dit maandblad aan . Een na- komeling , E . R . d'Engelbronner , publi- ceerde boeiende overzichten , ontleend aan het familiearchief . Thans is weer zo'n verhaal in stencilvorm voor de familie in het licht gekomen . Een exemplaar berust bij de Gemeentelijke Archiefdienst te Amsterdam . Het is ditmaal de zoon van de man , die zijn carrière op droevige wijze in Goes beëindigde , en zijn laatste jaren weer in zijn geboortestad sleet ( zie 1978 ). De hier- boven genoemde Carel Clemens Elias d'Engelbronner kwam omstreeks 1827 naar Amsterdam , bezocht hier nog het gymnasium en ging daarna studeren aan het Athenaeum . Het familiearchief bevat weer tal van aardige stukken uit die tijd . Er is een tijdschriftje van de jonge d'Engelbronners , dan heel toepasselijk ' De Engelen Bron ' heette en waarop fami- lieleden en vrienden des huizes inte- kenden , Bij die vrienden was o.a . Jacob Willem van den Biesen , die in 1828 het Algemeen Handelsblad had opgericht . Na het voltooien van zijn studie , wat in Leiden moest gebeuren , verliet de jonge d'Engelbronner Amsterdam . De loopbaan lijkt eerst zeer voorspoedig . De bekroning is de benoeming in 1853 tot secretaris- generaal van Justitie . Slechts ruim drie jaar zetelt d'Engelbronner op deze plaats . Dan volgt het ongemotiveerd eervol ont- slag , met wachtgeld . Dit laatste wordt door d'Engelbronner geweigerd , wat hem in grote financiële moeilijkheden brengt . Pas in 1857 wordt dank zij een nieuwe minister weer de mogelijkheid een toelage uit de rijkskas te ontvangen een realiteit . De zaak blijft nog steeds duister . D'Engelbronner was in zijn functie op het departement van Justitie zeer kwets- baar . Uiteraard speelt zich dan het meeste betreffende de geheime politie buiten Amsterdam af . Toch vindt men in deze publicatie nog tal van Amsterdamse bijzonderheden , o.a . over het dramatische overlijden van de bovengenoemde Van den Biesen en van zijn echtgenote . D'Engelbronner bleef tal van verdedigers houden , ook in Amsterdam . Uit de be- waarde correspondentie leert men velen van hen kennen . Ook dit werk van zijn nazaat levert ons dus weer heel wat bij- zonderheden over de Amsterdamse ge- schiedenis . I . H . v . E . J . H . Kruiztnga , 350 jaar Water- graafsmeer , Buijten en Schipperheijn / Repro- Holland , Amsterdam/Alphen aan den Rijn 1979 , 303 m.z . met 373 ill ., prijs ƒ 59,50 . De heer Kruizinga heeft aan zijn oeuvre over de Watergraafsmeer , dat ik bij de be- spreking van een ander werk van zijn hand kortelijks releveerde in dit maand- blad van 1978 op blz . 70 , een zeer be- langrijke prestatie toegevoegd . Op de verschijning ervan is de laatste zin van 20 21
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 266, AANVULLING 2006, Maandbladen, jaargangen 1 - 87, 67-69, 1980-1982
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.