archieftoegang 499, inventarisnummer 251, pagina 39
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
een eer die hij deelde met de beroemd geworden Pieter Nieuwland . Het volgend jaar ( hij was toen achttien ) werd hij volwaardig lid . Hij had toen al verzen als ' De lof der milddaadigheid ', ' De Deugd ' en meer onverteerbaar dichtwerk op zijn naam staan . Zijn tijdgenoten - ook zijn dichtvrienden C . Hoogeveen en Willem Bilderdijk - hadden niet bijzonder veel met zijn werk op . In een brief aan de baronesse De Lannoy schrijft de laatste , dat Dobbrauski in de dichtkunst behoort ' tot die soort van minnaars , die zich beroemen op gunsten die zij nimmer genoten hebben . Men wil zelfs dat hij , bij de Dame ( de Muze ) geen hoop hebbende , bij een harer kamer jufferen , het rijm , zo zij genoemd wordt , het hof maakt , ten einde door het frequen- teren van haren drempel zich het uiterlijk aanzien van haren begunstigde te gewinnen . Of dit waar of valsch is , laat ik aan zijn medeminnaars te be- slissen : maar zij die in een vertrouwden omgang met de Dichtkunst zijn , getuigen dat hij hen nooit in de weg liep .' In ' t kort gezegd : Ferdinand ging voor een rijmelaar door , al werd hij óók nog werkend lid van het Rotterdams en Haags dichtgenootschap . Dat moet hem verdriet hebben gedaan , denkt U zich maar in ; je bent negentien jaar en bovendien dichter . Overdag zit je pennen te versnijden op het kantoor van Christiaan Paulus Meyer , en als je ' s avonds in je pension bent ( bij P . W . Sagius op het Rokin ) moet je om het kostgeld te betalen , nog kopieerwerk aannemen . Dan kom je niet tot meesterwerken I Gelukkig werd Ferdinand blijkens zijn dikke vriendenrol als mens wel op prijs gesteld en heeft hij ook het genoegen gesmaakt , een boekje uit te geven : een lofzang op het tweede eeuwfeest van de invoering der Her- vormde godsdienst in Amsterdam . Maar plotseling komt een eind aan dat leventje . Op voornoemde vijf- tiende januari 1782 , enkele dagen voor zijn drieëntwintigste verjaardag , tussen twaalf en twee , is Ferdinand Dobbrauski verdwenen . ' Zonder orde op zaken te stellen ', zegt de verklaring die nog in het schepenen minuut- register in het rechterlijk archief van de stad berust . De zaak werd nog vreemder , toen men twaalf dagen later bemerkte , dat het klerkje drie paarden en een fargon had bezeten , die gestald waren bij SchijfF aan het Haarlemmerplein . . hoe kwam hij eraan »? Zijn weinige schuldeisers die alles heten verkopen , hebben daar waarschijnlijk niet lang over nagedacht , maar voor degenen die niets van Dobbrauski te vorderen hebben , is het zonderling . Hij is verdwenen , maar waarschijnlijk niet weg- gereisd . Dan had hij immers wel een paard genomen , Hij heeft bij zijn kosthuis geen geld of goederen opgehaald . 1 ) Hij is niet verdronken , zoals men wel eens heeft gedacht ; het is onmogelijk om tussen de middag in de *) Voor notaris Galenus van Hole werd na de verdwijning een inventaris van zijn bezit- tingen in een voorkamer en achterkamer bij P . W . Sagius op het Rokin opgemaakt . Daaruit blijkt , dat hij niet alleen dichter en paardenliefhebber , maar ook verzamelaar was . Vele beelden , schilderijtjes , schelpen - en een grote bibliotheek waren daar . Meubels waren er weinig , maar wel een goed gevulde klerenkast en dan nog ' een doos en een papiere omslag met eenig gocheltuig en eenige printjes '. Ook werden nog bezittingen bij de stalmeester Schijf , bij de zadelmaker Geerlof , bij de boekverkoper Vermandel en op het comptoir van de heer Meyer beschreven . ( N.A . 16334 , 61 en 92 ). De afwikke- ling van deze boedel duurde tot 1796 ( R.A . 1203 , 59 ) ( Noot Redactie ). Gedicht van de Lange Brug over het Rokin , waar Ferdinand Dobbrauski woonde in het % esde buis ten Ruiden van de Gapersteeg . Opticaprent ± 1760 Verrr . IJsbrand Kok stad te verdrinken zonder dat iemand het merkt . Voor zijn familie is het altijd een raadsel gebleven ; pas in 1809 , wanneer Ferdinands moeder op 12 april haar testament maakt voor notaris Santhagens , wordt aangenomen dat hij niet meer zal terugkeren . Hoe zijn ' vrienden op het verdwijnen gereageerd hebben , is niet bekend ; slechts weet ik dat Bilderdijk op 11 februari 1782 aan zijn Amsterdamse vriend P . J . Uylenbroek schreef : ' Schrijf mij , bid ik , zo dra mogelijk , ' t geen gij weet en hoort van de zaak Dobbrauski ? Hij placht mij niet on- verschillig te zijn ; waarom zou hij ' t nu wezen ? ' t Geen er goeds in hem was , is er nog in , en ik heb nooit zijn gebreken bemind '. Deze woorden zijn de laatste die ons van een tijdgenoot over Dobbrauski zijn overgekomen . Voor ik overstap naar het schimmenrijk om Ferdinands gangen daar na te sporen , vermeld ik alleen dat de bekende romancière Truitje Bosboom- Toussaint eens een schets zou hebben gemaakt voor een novelle over Ferdinand ( een mededeling die ik niet kon controleren ) en dat het Amsterdamse gezelschap Drachenfels in januari 1957 ( dus 175 jaar na de verdwijning ) een bijeenkomst hield , waarop enkele leden hun fantasieën vertelden over ' hoe het Ferdinand verder was gegaan '. o o 62 63
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 251, AANVULLING 2006, Maandbladen, jaargangen 1 - 87, 48, 1961
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.