archieftoegang 499, inventarisnummer 251, pagina 21
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
NOGMAALS HET FONDS „ DE WITTE HOND " In het maandblad van oktober 1958 vertelde ik iets over het oude fonds ' De Witte Hond ', dat , op 26 april 1647 ingesteld door Jhr . Jacob van Hove van Zij 11 , zijn naam ondeende aan het huis in de Warmoesstraat , waaruit de inkomsten aanvankelijk kwamen . In het familie-archief Heshuysen vindt men onder no . 518 een dossier hierover uit het begin van de 19de eeuw . In 1803 werd Gerrit Hooft , die door zijn grootmoeder Read van Alida van Hove , getrouwd met Frans Hendriksz Oetgens , afstamde , gevraagd om als administrateur zitting te nemen . De enige andere administrateur was toen Pieter Theodorus van Hoorn , wiens overgrootmoeder een Oetgens was . Tot zijn dood , in 1815 , toe hield Gerrit Hooft preciese aantekening van wat er gebeurde . Bij zijn komst in 1803 bedroeg het kapitaal ƒ 90000 ,—■, een heel wat groter bedrag dan de / 14400 ,—, die het huis de Witte Hond bij de verkoop in 1735 had opgebracht . De erflater had zelf al bepaald , dat men , indien er geen gevallen van decadentie onder de nakomelingen van zijn boven- genoemde tante voorkwamen , ook mocht oppotten . Zo hoorde korte tijd het bekende huis de Gouden Reael op de hoek van de Zandhoek tot de activa van het fonds . Op 20 maart 1682 werd het door administrateuren verkocht aan Jan Brugman . Op 25 november 1809 konden administrateuren constateren , dat het kapitaal was aangegroeid tot / 108228 ,—. Daarom besloten ze toen enkele uitkeringen wat te verhogen en de boekhouder Anthony Barmentlo , het factotum van de familie van Hoorn , in plaats van ƒ 60 ,— voortaan ƒ 100 , — per jaar voor zijn werkzaamheden uit te keren . De effecten berustten in een kist ten huize van mevrouw van Hoorn-Testart , de moeder van Pieter Theodorus . Het is wel eens merkwaardig te na gaan , welke afstammelingen van Alida van Hove , de tante en het naaste familielid van de erflater , anderhalve eeuw na de stichting van het fonds geacht werden in decadentie te zijn . In 1803 , bij het intreden van Gerrit Hooft , werden slechts twee uit- keringen gedaan . Dat was aan de weduwe Francken-van der Merct en haar moeder , die op Rozenburg op Texel woonden en tezamen ƒ 450 ,— kregen , wat later iets werd verhoogd , en aan haar broer Hendrik van der Merct , die uit zijn bediening was ontzet en zolang dit zou duren / 300 ,— per jaar trok . De oude moeder stierf op 86jarige leeftijd in 1805 , waarna de dochter werd verminderd op ƒ 250 ,—, en de broer op 61 jarige leeftijd op 19 juli 1809 . Door de familie Six waren zij afstammelingen van de Oetgensen . Gerrit Hooft moet al spoedig hebben geadviseerd om aan zijn vrouws achterneef Adolf Jan Heshuysen , die als militair geen ruim inkomen had , een bijdrage te geven voor de opvoeding van zijn zoon . Adolf Jan's moeder was een Backer en dat vond men blijkbaar genoeg om hem te rekenen tot de nazaten van Alida van Hove . Familie zal hij wel zijn geweest , maar een afstammeling van haar was hij stellig niet . Toch kreeg hij zijn uitkering van ƒ 200 ,— per jaar . Op 21 augustus 1803 kwam er een verzoek van Gijsbert Fontein Verschuir om de zuster van zijn schoonmoeder van Foreest , de huisvrouw van Philip Constantijn Boon , die als fiscaal naar Sint Eustatius was vertrokken , te helpen . Zij was met vier kinderen en drie kindskinderen tot haar last , in de bitterste omstandigheden achtergebleven . Dé moeder van de fiscaal was alweer een Six . In deze tak , waarvan meer leden gesteund werden , was het bestaan van het fonds van ouds bekend . Bovendien was de schoon- vader van de heer Verschuir de zoon van de Amsterdamse secretaris Willem de Dieu , die op 12 augustus 1765 voor notaris S . Dorper officieel als administrateur van het fonds was aangewezen . Op 24 december 1803 besloten dan ook beide administrateuren een uitkering van ƒ 400 ,— per jaar aan mevrouw Boon-van Foreest te geven en een jaar later werd aan haar dochter , de weduwe Jordens-Boon , ƒ 100 ,— per jaar toegezegd , die kort daarop werden verhoogd tot / 200 ,—. In 1808 werd voor een na familielid van Pieter Theodorus van Hoorn zelf , Bonaventura Oetgens van Waveren Pancras Clifford , jaarlijks ƒ 300 ,— beschikbaar gesteld , welk bedrag later nog ƒ 200 ,— meer werd . Het betrof alle families , die het niet ruim of soms zelfs uitgesproken arm hadden , maar die toen toch stellig nog niet bepaald waren afgezakt . Heel anders was het gesteld met het grote gezin de Surmont de Bas . In maart 1810 stuurde de Amsterdamse makelaar Daniel Bousquet , die op een of andere wijze achter het bestaan van het zeer in stilte werkende fonds was gekomen , een brief , waarin hij uiteenzette , hoe hij ƒ 1400 ,— per jaar moest spenderen voor het gezin van zijn vrouws zuster , de echt- genote en sedert 1806 de weduwe van Theodorus Jan Baptist de Surmont de Bas . Die echtgenoot was de jongste spruit uit het droevige en veel besproken huwelijk van Jan de Bas en Maria Jacoba de Surmont van Vlooswijk , beide telgen uit de aanzienlijkste Amsterdamse families , hij Protestant , zij Rooms- Katholiek . Theodorus Jan Baptist was in tegenstelling tot zijn beide zusters Rooms-Katholiek gedoopt , op 24 juni 1755 in de Mozes en Aaronkerk . Vader en moeder hadden zich , zoals Elias weet te vertellen , geheel in dronkenschap verlopen en hun fortuin opgemaakt . Het huwelijk van deze enige zoon met een juffrouw de Wit uit Zwammer- dam was rijk met kinderen gezegend . Zes zoons en vier dochters werden eruit geboren . Toen Daniel Bousquet in 1810 zijn verzoek aan administra- teuren richtte , was de oudste zoon van 30 jaar sergeant , de tweede werk- zaam op een plantage in Suriname , de derde sergeant-majoor in Franse dienst , de vierde in de boerenstand , de vijfde in het Zweedse leger en de zesde in opleiding voor ondermeester op een kostschool te Bode- graven . De vier dochters , van wie de jongste pas 13 was , waren allen in naai - en kinderwinkels ondergebracht , hetzij in dienst , hetzij in de leer . 32 33
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 251, AANVULLING 2006, Maandbladen, jaargangen 1 - 87, 48, 1961
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.