archieftoegang 499, inventarisnummer 251, pagina 22
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
De moeder woonde sinds 1804 stil in Gelderland . Van de oudste dochter , de 26jarige Maria Jacoba , tekende makelaar Bousquet aan : ' valt niet op te roemen '. Op de moeder en de drie jongste dochters viel er echter ' niets te berispen '. Voor hen gaf Bousquet jaarlijks ƒ 1400 ,— uit . De kinderen waren door de families de Bas en Reael regelrechte na- komelingen van Alida van Hove en op 25 april 1810 besloten administra- teuren dan ook ƒ 300 ,— per jaar aan de drie jongste dochters uit te keren . Of zij deze ondersteuning lang bleven genieten en hoe het verder ging met hen , weten wij niet . De naam bleef voortbestaan , maar in andere kringen dan voorheen , toen de familie tot de eerste van de hoofdstad van de Republiek behoorde . Nog één geval van hulp moeten wij vermelden . Op 18 december 1810 werd besloten om aan Charles Gustave Polion , de ongelukkige wees , gesproten uit de romantische verbintenis van de Amsterdamse burge- meestersdochter van Hoorn met een avontuurlijke Fransman - waarover men in het vorig Jaarboek heeft kunnen lezen -, ƒ 200 ,— per jaar uit te keren . De kleine Charles Gustave was naar de letter van het woord in decadentie , want zijn ouders hadden geen cent nagelaten . Lang zal hij echter niet hebben getrokken , want zeven jaar later , na de dood van zijn grootmoeder de weduwe van Hoorn-Testart , werd hem een flink kapitaal toebedeeld . Met de dood van Gerrit Hooft houden de papieren op . Hij had alleen een dochter en zijn kleinzoon Gerrit Heshuysen werd pas lang na zijn dood geboren en is nooit administrateur geworden . Wel correspondeerde hij in 1860 en ook nog in 1881 met de opvolgers van zijn grootvader over uitkeringen . Het waren toen leden van de families Hooft , Bicker en van Hoorn , die het geld beheerden , dat bestemd was voor de behoeftige familieleden van de stichter . I . H . v . E . NU EN TOEN Wanneer een meisje , dat zichzelf als volwassen beschouwt maar in feite nog onder de ouderlijke macht staat , verlangens heeft , die niet met de wensen of met de financiële draagkracht van haar ouders in overeenstemming zijn , ziet men daaruit soms conflicten ontstaan , die voor de argeloze buiten- staander onbegrijpelijk hoog oplopen ; de belangen , waar het om gaat , lijken hem niet van dien aard , dat een zeker uitstel enerzijds , of een wat vlottere houding anderzijds niet mogelijk zou zijn . Het ontgaat hem dan , dat in wezen de strijd over iets heel anders gaat : de dochter , die het standpunt inneemt ' ik laat me niets zeggen ' - en de ouders , die daarop reageren met ' we zullen eens zien wie het voor het zeggen heeft '. Een dergelijk conflict kan des te verbitterder uitgestreden worden naarmate er bij- omstandig-heden zijn , die alles nog moeilijker maken , b.v . als een andere dochter iets bezit wat de eerste haar benijdt - en zeker als haar bovendien iets soort- gelijks in het vooruitzicht gesteld is geweest . 34 Dergelijke gedachten komen ook wel eens op bij degenen , die trachten zich los te maken van een eenzijdig en emotioneel ' Amsterdams ' standpunt inzake de IJ-tunnel . De houding van ' den Haag ' in het midden gekten , kan de argeloze buitenstaander zich ook hier afvragen , of de argumenten , die gebruikt worden , nog wel steeds de reële en directe belangen dekken . Als men aan het vroegere lange wachten bij de IJ-ponten terugdenkt lijkt de korte omweg over de brug bij Schellingwou een gering bezwaar ; en wie toch de pont wil gebruiken hoeft tegenwoordig zelfs op de spitsuren nauwelijks meer te wachten . Ook kan men , wanneer men de toenemende overbelasting van het verkeer in de binnenstad ziet , er wel eens aan twijfelen of het leiden van een nieuwe verkeersstroom naar het Waterlooplein , vlak bij het hart van de stad , nu werkelijk wel zo gewenst is - maar al deze over- wegingen raken zo langzamerhand de kern van het conflict niet meer . Het gaat erom , of Amsterdam moet nemen , dat ' den Haag ' zich bemoeit met kwesties , die in Amsterdam als intern beleid beschouwd worden . Men voelt in Amsterdam , dat men het recht heeft zijn eigen beslissingen te nemen - zo men wil , zijn eigen fouten te maken . Hoeveel gemakkelijker was dit 200 jaar geleden . Niet alleen was Amster- dam toen zozeer onomstreden de machtigste stad van de Republiek , dat zelfs de buitenlandse politiek in hoge mate beïnvloed werd door de wensen van de Amsterdamse burgemeesters , om nog maar te zwijgen over wat zich binnen het gebied van de stad afspeelde - maar bovendien waren de rechten van de stad op schrift gesteld en , als iemand het zou wagen deze aan te tasten , dan hoefde men maar een la open te trekken om het vaststaan ervan onomstotelijk aan te tonen . Nu was het opentrekken van die la ook weer niet zó'n eenvoudige zaak . De gewezen Gemeente-Archivaris , Mr . W . F . H . Oldewelt , heeft in het 29ste Jaarboek van Amstelodamum een beschrijving gegeven van de z.g . IJzeren Kapel in de Oude Kerk , waar de privilegiën bewaard werden ; voor bijzonderheden hierover zou ik naar genoemd artikel willen verwijzen . Hier wil ik slechts vermelden , dat de Oude Kerk vanouds de bewaarplaats ervan geweest was , volgens Wagenaar bewijsbaar reeds kort na 1413 ; de ' IJzeren Kapel ' ( een naam die Wagenaar niet noemt ) moet gebouwd zijn tussen 1482 en 1506 , aan de Zuiderkruisbeuk , ook genoemd het Handboog- schutterskoor . De stukken lagen daar veilig opgeborgen in een met ijzer beslagen eiken- houten kast ( tegenwoordig bewaard op het Gemeente-Archief ) en de nood- zaak om te ze raadplegen deed zich zelden , om niet te zeggen nooit , voor . Maar ' Niet slegts de handhaaving van het genot , maar ook de zorge voor het in weezen blijven van de oorspronkelijke afschriften van Stads aloude Privilegiën , is een werk , in de meeste Steden , op Heeren Burgemeesteren berustende .' Het was de enkele jaren tevoren aangestelde stadshistorie- schrijver , Jan Wagenaar , die nu juist 200 jaar geleden , in 1761 , de stedelijke regering op de wenselijkheid hiervan gewezen zal hebben . Het was toen alweer 29 jaar geleden , dat men voor het laatst de toestand was gaan op- nemen . In Juni 1732 waren de thesauriers Mr . Jan Six en Mr . Willem Munter 35 jinn 1111111111111
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 251, AANVULLING 2006, Maandbladen, jaargangen 1 - 87, 48, 1961
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.