archieftoegang 499, inventarisnummer 251, pagina 20
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
De volgende morgen , 28 September , werd zijn lichaam gevonden en naar het gasthuis gebracht . Wij weten uit Not . Arch . 10695 notaris S . Dorper , Sept . 30 , 1735 , ( nr . 91 ) " t geen de overledene aan gehad heeft ', te weten : ' een hembde , een lakenne rok kamisool en broek , een hoed en paruyk , een paar kousse en een Schoen , een port epee , een degen en een stock '. In zijn zak werd gevonden : ' een goude dubbelde guigje , negen stuyvers en vier duyten '. De kostbaas Hendrik Jutting zorgde voor de begrafenis en waarschuwde blijkbaar op een of andere wijze Sohlberg , die zich toen op 29 September naar de Hartekamp spoedde om Linnaeus te halen . Deze ging onmiddellijk mee naar Amsterdam en vertelt : ' Toen ik het stijve en levenloze lichaam zag , het schuim op de bleke lippen , van mijn dierbare vriend van zovele jaren , kwamen de vele slapeloze nachten in mijn herinnering , de vele uren van ingespannen arbeid , de vele grote en gevaarlijke tochten , die hem hadden doen rijpen tot een van de grootste geleerden . - Ik barstte in tranen uit !' Linnaeus doet dan de gelofte , dat hij zal zorgen , dat de weten- schappelijke arbeid van zijn vriend , de vrucht van zoveel jaren moeizame arbeid , niet verloren gaat . Hij zal de manuscripten van Artedi publiceren . Linnaeus heeft die belofte gehouden en in het werk ' Petri Artedi , Sueci , medici , Ichthyologia ' ( 1738 ), dat de grondslag vormt van alle moderne kennis over de vissen , de manuscripten van zijn vriend gepubliceerd . Linnaeus begeeft zich naar Seba om hem te vragen een bijdrage te gevenvoor de begrafenis . Hij kreeg ƒ 50 ,— en vond dat maar heel weinig , wantArtedi had , omdat zijn werk nog niet af was , nog niets van Seba ontvangen.Hij had van 17 Juli tot 27 September voor Seba gewerkt en er moestennog slechts 10 vissen beschreven worden . Linnaeus vond de betaling tegering . ^-'- : ] De hospes Hendrik Jutting liet op 30 September inventaris maken van alle bezittingen van Artedi en zorgt verder voor de begrafenis , die de vrienden waarschijnlijk bijwonen . In de Declaratie van het middel op het Begraven .. 1 Oct . 1735-31 Maart 1736 ( Arch . M.B . 1735 ) geeft op 1 October 1735 een zekere Anna Molenbeek Petrus Artedi aan bij de onvermogenden . De begrafenis had plaats op Zondag 2 October ( Begrafenis register van het Sint Anthoniskerkhof - DTB 1201 fol . 119 ): ' Petrus Artedi in Warmoesstraat bij de Nieuwebrugsteeg '. In tegenstelling tot het feit , dat Artedi op een kerkhof begraven werd , staat het verhaal van Linnaeus , dat Hendrik Jutting niets aan kosten voor de begrafenis spaarde en dat hij teneinde Seba of de vrienden te dwingen hem al zijn kosten te vergoeden , alle nagelaten goederen van Artedi achterhield . In de bovengenoemde acte van notaris Dorper ( Not . Arch . 10695 , Sept . 30 1735 nr . 91 ) vinden we de volledige ' Inventaris van de goederen en nalatenschap met de dood ontruymt ende nagelaten bij wijlen Petrus Artedi tussen Dingsdag en Woensdag nagt , den 27 en 28 September 1735 , komen te verdrinken hier ter stede en bevonden te berusten op een kamer in het Wapen van Overijssel , aldaar gelogeert geweest bij ' t opgeven en ten versoeke van de Hospes Hendrik Jutting in de Warmoesstraat '. Behalve de manuscripten en boeken vermeldt de inventaris : ' een zakje met 26 Engelse schellingen , 1 agtentwintig dito , 4 halve schellingen dito , een sackje met koperen penningen , een doosje met gedroogde vissen , agt hembden , 3 halve hemden , 3 paar mouwtjes , nog een , een gesondheyd , een kistje met vyssche zo groot als kleyn , dertig vlessen met Insecten toebehorende de Heer Zeba , enkele boeken , die Seba toebehoren , drie overhembden gemerckt met S , toebehorende Sohlberg , met een strop , Gril goudbalans en Essayeboek , een oude lexicon mede toebehorende Sohlberg - en verder wat de overledene aangehad heeft '. De acte is opgemaakt in tegenwoordigheid van Carel Gustaph Tersmeeden , Claudius Sohlbergh en Hendrick Jüttinck . Linnaeus eist de manuscripten op , maar Jutting weigert en wil eerst geld zien . De oude Seba , die misschien beter de mentaliteit van de kost- bazen uit de zeemansbuurt kende dan Linnaeus , weigerde iets bij te dragen en adviseerde hem te wachten tot de officiële verkoping van de goederen . Men kon ze dan goedkoop krijgen ; niemand zou er interesse voor hebben , maar Linnaeus schreef opgewonden naar de familie in Zweden om machti- ging de manuscripten op te eisen , belovende ze geheel als Artedi's werk te publiceren ( men nam het toen niet zo nauw als wij met de auteurs- rechten - wanneer in Seba's ' Thesaurus ' later de aantekeningen over de vissen van Artedi worden gepubliceerd , wordt de naam Artedi nergens genoemd : Seba had er voor betaaldl ). Met het antwoord van de familie ging Linnaeus naar Jutting , maar deze eiste eerst betaling van de rekening , die hij opgemaakt had en wel ƒ 320 , — voor de . MSS . Linnaeus wist tot ƒ 100 ,— af te dingen , maar kon daarvan slechts een deel zelf voldoen en sloeg voor , dat voor de resterende ƒ 20 ,— Jutting alle bezittingen behalve de MSS behouden zou . Deze weigerde en ook Seba wilde dat bedrag niet geven . Hij adviseerde te wachten tot de verkoping en beloofde Linnaeus dan alles te zullen laten inzien . Maar dat leek Linnaeus te gevaarlijk ( hij verdacht Seba ervan de MSS zelf te willen gebruiken ). Hendrik Jutting vraagt ( RA 886 , Scheepenen Minuut Register Nr . 183 fol . 70 r ° en v °) aan Schepenen om een procurator . Men besluit op 25 October de vrienden van Artedi op te roepen en op 27 October om Jan Mol Antonisz als procurator te benoemen . Deze leidde volgens Linnaeus tenslotte de onderhandelingen over de prijzen der manuscripten . Op fol . 112 v c en 113 r ° van hetzelfde Register staat een verzoek van Albert Seba om hem zijn 35 flessen met dieren en 3 boeken terug te geven . De Schepenen roepen Jutting op tegen 26 October en op 25 November gelasten ze Jutting de bezittingen van Seba af te geven . Tot Linnaeus ' grote vreugde was Clifford bereid voor ƒ 100 ,— de manuscripten te kopen . Hij behield deze zelf , maar liet er voor Linnaeus afschriften van maken , zodat in 1738 Artedi's ' Ichthyologia sive Opera Omnia de Piscibus ', met grote piëteit door Linnaeus uitgegeven en met een ' Vita Authoris ' voorzien , het licht kon zien . . H . Engel 30 31
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 251, AANVULLING 2006, Maandbladen, jaargangen 1 - 87, 48, 1961
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.