archieftoegang 499, inventarisnummer 227, pagina 95
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Lucretia ofte het Beeldt der Eerbaarheydt , dat in 1624 was geschreven , ontleend zijn omdat het geen echt speelstuk was . Wanneer dat toch zo is , is aan haar kledij meer zorg besteed dan in ' t algemeen en poseert zij in een stand , die uit een Venetiaans schilderij , bijvoorbeeld een Veronese of Palma Giovane , was afgelezen . Beide voorbeelden zijn dan ook niet persé representatief voor de relatie met het toneel . Niettemin moet men aanvaarden , dat Brentel het toneel verschillende malen bezocht heeft . Hij moet er door de bekende bloei van het Straatsburgse toneel dier dagen vanzelfsprekend in geïnteresseerd zijn geweest . De zittende vorstin ( afb . 24 ), kan nergens beter aan ontleend zijn dan aan een der telkens opgevoerde stukken , bijvoorbeeld Hertoginne van Savoyen van Roden- burg , maar even goed aan zijn De Hertoginne van Bourgonje of aan een ander stuk . Er zijn te veel traditionele types in het totale programma van die tijd , teveel koningen , prinsen , Turken ( afb . 25 ), landlieden , Muzen ( afb . 26 ) en allegorische figuren om een van hen aan een bepaalde rol in een bepaald stuk gebonden te achten . Het is jammer , maar er is niets aan te veranderen , althans niet door mij : een beter kenner van de letterkunde zal wellicht afb . 18 weten te verklaren . Men zou zich bovendien moeten afvragen , of Brentel niet kan meegewerkt hebben in de zomerbediening van de Schouwburg , voor het ontwerpen der costuums . Indien de data slaan op de voorstellingen , zou er meer gespeeld zijn , dan wij konden vermoeden en zou daar zelfs een argument tegen uit geput kunnen worden . Dan zouden het ook repetities hebben kunnen zijn , wat afb . 18 nog levendiger zou toelichten . Onder de overige onderwerpen , die in de bundel voorkomen , treft er ons nog een : twee slapende naakte nymphen , benaderd door twee satyrs 1 . De nymph vooraan beantwoordt namelijk aan een naaktstudie , blijkbaar naar het leven , die W . Hollar een jaar tevoren had getekend 2 en voorzien van een inscriptie , waarin de ontvanger niet wordt genoemd : ' Dieses mach ich zu gutter immer- wehrender gedachtnusz in Cöllen , den 31 Juli , A °. 1633 . Wentzeslaus Hollar von Prag '. Brentel heeft blijkbaar Hollars studie gebruikt in een omvangrijker tafreel , dat niet ontstaan kan zijn buiten kennis van een door J . Louys gegraveerd schilderij van Rubens , dat volgens professor Van Gelder aan Frederik Hendrik toebehoord heeft 8 . Hij copieerde dit niet , maar parafraseerde het . Men kan zich moeilijk onttrekken aan de gedachte , dat Hans Friedrich Brentel dit blijk van Hollar's vriendschap ontvangen had en het een jaar later in zijn eigen compositie gebruikte . Zou hij geen leerling of werkhulp bij Hollar zijn geweest en hem in 1634 op zijn reis naar Nederland vergezeld hebben ? 1 Karlsruhe , deel Feldmeilen , folio 72 recto onderaan . 2 Afbeelding in Johannes Urzidil , W . Hollar , der Kupferstecker des Barock , Wien-Leipzig , 1936 , plaat 11 . De tekening is in het Museum te Praag . 8 J . G . van Gelder , Rubens in Holland in de zeventiende eeuw , in Nederlandse Kunsthistorisch Jaarboek , 1950- 1951 , Den Haag , 1951 , p . 113-114 , afb . 5 . Het schilderij werd door G . Glück aan J . Boeckhorst toegeschreven en bevindt zich thans in Miinchen . Het werd in 1713 uit de nalatenschap van Willem III op een veiling verkocht . 184 185
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 227, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 70, 1978
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/