archieftoegang 499, inventarisnummer 227, pagina 184
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
en van molens voorzien . Ook hier noemen we de polders met het jaar , waarin door de Staten octrooi verleend werd : Overamstelsche of Oetewalerpolder 1631 Binnendijksche Buitenvelderschepolder 1634 , Riekerpolder 1636 , Buitendijksche Buitenveldersche polder 1637 , Groot Duivendrechtsche polder 1637 , Klein Duivendrechtsche polder 1638 , Venserpolder of Bovenrijkersloter polder 1638 , Diemerpolder 1641 , Rietwijkeroorderpolder 1645 , Spieringhornerbinnenpolder 1645 , Vennerpolder 1645 , Overbrakerbinnenpolder 1645 . Tussen Amstelland en Rijnland lag aan de Kostverlorenwetering de Stads - en Godshuispolder , welks ingelanden in 1636 het besluit namen hun gronden te be- kaden . Eerst in 1752 zou deze polderstichting bij octrooi van de Staten bekrach- tigd worden . In juli 1675 stelde de landmeter Cornelis Coel een lijst op van de 86 watermolens die binnen de ring van Amstelland op de Amstel uitwaterden 1 . Hij verdeelde ze in 46 achtkante ( bovenkruiers ) en 40 vierkante ( wipmolens ). Van de polders bij Amsterdam had alleen de Groot Duivendrechtsche polder wipmolens , één aan de Amstel en één aan de Muider - en Weespervaart . Aan laatstgenoemde had deze polder ook nog een bovenkruier . Buiten Amstelland hebben bij Amsterdam wip- molens gestaan in de Overbrakerbuitenpolder en de polders het Huis de Bretten , Banne Buiksloot , Burkmeer en Blijkmeer . In 1741 werd in Amstelland een zeker boezempeil ingevoerd met de bepaling dat als dat bereikt was , er niet meer gemalen mocht worden , daar anders het boezemwater tot een onverantwoorde hoogte zou stijgen . Om dit goed te doen functioneren werden de molens van de Diemerpolder en de Overdiemerpolder , die dicht bij de Diemerdammersluis stonden , aangewezen als peilmolens waarbij peilschalen geplaatst werden . Lazen de molenaars daarop af , dat het vastgestelde peil bereikt was , dan moesten zij hun molens gelijktijdig ' over het kruis ' zetten . De molens stonden dan met het wiekenkruis onder een hoek van 45 graden met de horizon . De seinmolens moesten dit bericht doorgeven door te gaan staan met een roede recht omhoog , aan welke roede een stok met een rode of blauwe seinvlag werd bevestigd . Van de in dit opstel behandelde molens zijn tussen 1741 en 1872 seinmolens van Amstelland geweest : de bovenmolen van de Bijlmermeer bij de Weespervaart , de bovenmolen van de Watergraafsmeer bij het Nieuwediep , de Groot Duivendrechtsche molen aan de Ringvaart , de molen van de Gemeen- schapspolder aan de Gaasp , de molen van de Bijlmerlanden aan de Gaasp , de Holendrechter molen , de Buitenveldersche molen nr . 3 bij het Kleine Loopveld ( Kalfjeslaan ) en de Bankrasmolen van de Middelpolder . De 17de eeuwse poldermolens rond Amsterdam waren schepradmolens . In de 18de eeuw kwamen naast het verticale scheprad voor de wateropvoering de vijzel , de schijf en het hellende scheprad tot ontwikkeling . De in 1634 uitgevonden vijzel 1 Opgenomen door J . Wagenaar in Amsterdam in zijn opkomst , aanwas etc , derde stuk , Amsterdam 1767 , blz . 136-137 . 362 ging in vele gevallen de plaats van het scheprad innemen , in één der molens van de Binnendijksche Buitenveldersche polder was dat misschien al in 1721 het geval . Veel vijzels werden rond 1870 ter vervanging van schepraderen geplaatst , en molens die toen gebouwd werden , werden meteen van een vijzel voorzien ( Burk- meer 1864 , Osdorperbovenpolder 1872 , Blijkmeer 1873 , Ookmeer 1874 , Durger- dammer Die 1879 ). Sommige molens bleven tot hun einde toe schepradmolens , zoals de Koenenmolen van de Buitendij ksche Buitenveldersche polder en de molen van de Gein - en Gaasperpolder tot hun afbranden in 1919 en 1932 . De schijf en het hellende scheprad vonden in deze omgeving maar weinig toepassing , de eerste alleen in de Watergraafsmeer aan enige molens , het tweede slechts in de Vennerpolder . Deed rond 1880 in de grotere polders de stoommachine haar intrede , een halve eeuw later waren alom olie - en electromotor in opmars . In de kleinere polders vervingen zij de windmolens of traden tenminste als hulpkracht op , in de grotere verdreven zij op hun beurt de stoomgemalen . Het is verheugend , dat Jacob Olie , wiens foto's grote bekendheid kregen door het boek , dat dr . I . H . van Eeghen in 1960 eraan wijdde , rond 1890 enige van deze molens op de plaat heeft vastgelegd . In vijf gevallen zijn foto's van Olie als illustratie bij dit artikel gebruikt . Na de tweede wereldoorlog breidde de bebouwde oppervlakte van de stad zich geweldig uit met tuinsteden , industriegebieden en haventerreinen . Tal van polders werden opgeheven , hetzij omdat de gemeente Amsterdam alle gronden in eigen- dom verworven had , waardoor geen bestuur uit de ingelanden meer gekozen kon worden , hetzij omdat door ophoging of vergraving aan de taak van het wa- terschap , de waterbeheersing , een einde was gekomen . Eigendommen , rechten en verplichtingen van de opgeheven polders gingen op de gemeente Amsterdam over en vele polderarchieven werden dientengevolge naar de gemeenteüjke archiefbewaarplaats overgebracht : Buiksloterham 1910 , Overbrakerbuitenpolder 1926 , Rietwijkeroorderpolder 1939 , Sloterdijkermeerpolder 1953 , Stads - en Gods- huispolder 1955 , Diemer Buitendijksche polder 1960 , Binnendijksche Buiten- veldersche polder 1960 , Riekerpolder 1962 , Overbrakerbinnenpolder 1962 , Lutkemeerpolder 1963 , Buikslotermeer 1966 , Sloterbinnen - en Middelveldsche gecombineerde polders 1966 , Spieringhornerbinnenpolder 1966 , Overamstelsche polder 1969 , Watergraafsmeer 1969 . Van de per 1 januari 1967 opgeheven Dur- gerdammerdiepolder gingen de rechten en verplichtingen over op het hoogheem- raadschap Waterland . Ten zuidoosten van Amsterdam voltrok zich per 1 januari 1967 een concen- tratie van polders toen Bijlmermeer , Venserpolder , Groot Duivendrechtsche pol- der , Verenigde Westbijlmer - en Klein Duivendrechtsche polder , Holendrechter en Bullewijkerpolder , polder de Nieuwe Bullewijk , Oostbijlmerpolder en Gein- en Gaasperpolder werden samengevoegd tot een nieuw waterschap Bijlmer . Wij willen thans zoveel mogelijk de geschiedenis van de verschillende molens nagaan , waarbij we ze verdelen in drie groepen : in het gebied ten zuiden van het 363
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 227, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 70, 1978
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/