archieftoegang 499, inventarisnummer 227, pagina 159
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
DE MAALTIJDEN VAN JONGEHEER PIJNAPPEL DOOR MEVROUW DR . E . P . DE BOOY ' Wij aten ten 2 uur : snijboonen , met worst en koud vleesch ; ze smaakten me thans nogal beeter dan gewoonlijk , schoon ik geen groot liefhebber van dit eeten ben '. Het op 1 januari begonnen dagboek van Jan Pijnappel jr . is vol van dit soort mededelingen . In de eerste maanden van dat jaar vertelt de jeugdige schrijver bijna elke dag wat hij gegeten heeft . Later verdwijnen de vermeldingen van de dagelijkse maaltijden en na het overlijden van zijn vader , eind 1808 , verliest hij het plezier in zijn dagboek . Hij maakt in de loop van 1809 nog enige notities , maar dan is het afgelopen . De zeven nagelaten schriftjes 1 zijn zeker geen spannende lectuur , maar ze geven ons wel éen uniek beeld van dagindeling en maaltijden van een Amsterdamse koopmanszoon in het begin der 19de eeuw . Zo weten we bijna van uur tot uur hoe Jan op 15 januari 1806 , toen hij bovenvermelde snijbonen tot zich nam , de dag verder doorbracht - een dag die eindigde met het nuttigen van een wentel- teefje en een boterham met kaas onder de lectuur van het ' Leesboek van La Fon- taine voor Vrouwen en Jongedochters ' 2 . Het is niet de bedoeling hier de gehele inhoud van het dagboek weer te geven ; ik wil mij beperken tot een beschrijving van de gewone dagelijkse dingen . Bij- zondere gebeurtenissen , zoals bijvoorbeeld de kruitramp in Leiden , of de reisjes naar Rotterdam , Friesland , Gelderland en Kleef , komen hier niet aan de orde ; zelfs het ongeluk dat Jan in Westfriesland overkwam waarbij zijn been uit de kom schoot en waaraan een dokter , twee chirurgijns en enige sterke Wognummers te pas kwamen 3 zal hier onbesproken blijven . Als het dagboek begint is hij ruim 14 jaar oud en al een paar jaar van school af . Wat deed zo'n jongen nu de hele dag ? Aan de hand van zijn aantekeningen kunnen we voor het begin van 1806 het volgende schema opstellen : omstreeks half acht 1 ontbijt , onder het lezen van kranten , na het ontbijt werken op kantoor , rekeningen uitbrengen , boodschappen doen , van twaalf tot twee uur tekenen en viool studeren , omstreeks twee uur middagmaaltijd , na het eten ' kuieren ' met vader Pijnappel , daarna thee , van vijf tot zes uur thuis vioolles of Engelse les ( elk driemaal per week ), van zeven uur tot half negen eenmaal per week thuis tekenles , en eens in detwee weken op zaterdagen en maandagen lessen op Felix Meritis in wis - ennatuurkunde , tien uur avondmaaltijd , elf uur naar bed . Bovendien bezocht hij ' s avonds vaak kunstbeschouwingen en concerten en ' s zaterdags had hij op het midden van de dag een uur catechisatie . Dat die dag ook om een andere reden iets bijzonders had blijkt uit de ( één keer voorkomende ) opmerking : ' Nu ( Saturdag avond zijnde ) waschte ik mijne voeten en aangezicht en deed ook eenig schoon goed aan 2 . De zondag , met tweemaal een kerkgang , week uiteraard nog meer af van de overige dagen . Jan Pijnappel was op 28 augustus 1791 te Amsterdam geboren als zoon van Jan , handelaar in boter en kaas , en Maria Groenewoud 3 . Zijn moeder was ge- boren in Waverveen en Jan had nog vrij wat neven in het Westen van Utrecht zitten , zoals neef Martinus de Bruijn in Kockengen , die in het voorjaar daarvan- daan wel kievitseieren en kropsla stuurde 4 . Toen Jan nog geen vijf jaar oud was stierf zijn moeder , en zijn vader bleef verder ongetrouwd . Jan ging in Amsterdam op school bij meester Philippe Grégoire 5 , maar zijn enige jaren jongere broer Gerrit bezocht in Bodegraven de school van meester Marchant . Gerrit was dus alleen in de vacanties thuis , tot de zomer van 1806 , toen ook hij van school genomen werd . Er was een oudere zuster Elisabeth geweest , gehuwd met Ds . Willem van Voorthuijsen te Vreeland , maar zij was in 1805 overleden bij de geboorte van haar zoontje Evert . Zo waren Jan en zijn vader sterk op elkaar aangewezen en Vader Pijnappel maakte zijn oudste zoon al vroeg deelgenoot van al zijn zorgen . Stellig drukte dit een stempel op Jan , die liever aan gesprekken met volwassenen deelnam dan met ' wilde naare jongens ' te spelen . 1 Het dagboek berust op de Universiteitsbibliotheek te Amsterdam . Behalve het dagboek zijn daarook enkele van 1805 tot 1809 geschreven reisverhalen bij . Het geheel is later uitgetikt , welk typo- script van ruim 630 bladzijden thans berust in het familiearchief Pijnappel op het gemeentearchiefte Amsterdam . 2 In de aflevering van nov . 1805 van de Naamlijst van Nederlandsche boeken vindt men bij de werkenvan Lafontaine vermeld : ' Nuttig en aangenaam leesboek voor het vrouwelijk geslacht , bestaande uitverhalen en zedekundige lessen ; uit het Hoogduitsch '. 8 Dagboek , 6 tot 12 aug . 1807 . Het ontbijtuur is onzeker . In de zomer van 1806 moest Jan om half acht van huis voor zijn Engelse les , maar vond dat wel vroeg . Soms versliep hij zich en hij ontbeet dan om half negen . Normaal was het ontbijt dus vermoedelijk tussen half acht en acht uur . 2 Dagboek , 18 jan . 1806 . 8 Zie bijlage A . 4 Dagboek , 23 maart 1806 . 6 Philippe Grégoire werd april 1801 op 43-jarige leeftijd aangenomen als lid van de sociëteit Felix Meritis , afdeling tekenkunde . Hij woonde toen te Amsterdam op de Leidsegracht . GA Amsterdam , Felix Meritis nr . 142 . 312 313
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 227, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 70, 1978
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/