archieftoegang 499, inventarisnummer 227, pagina 158
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Hobbema's landschap werd in de veilingcatalogus nadrukkelijk geprezen en uitvoerig beschreven 1 . Men leest er over de herkomst ' dat dit stuk , voor ruim 60 jaren uit Gelderland gekomen , en door den Heer de Vos aangekocht , sedert onafgebroken in zijne verzameling heeft berust '. Deze mededeling heeft men naderhand aldus geïnterpreteerd dat Jacob de Vos het schilderij in 1773 uit Gelderland had meegebracht 2 . Dit nu wordt door onze tekening gelogenstraft . Wij zien hierop immers in de kamer van Hendriks de Hobbema in zijn zeventiende eeuwse gesneden lijst duidelijk herkenbaar aan de wand hangen . Mijn vermoeden dat dit erop zou kunnen wijzen dat Hendriks met de aankoop van dit stuk door Jacob de Vos iets te maken heeft gehad , vond ik onlangs bevestigd in een mededeling van Adriaan van der Willigen , die een goede bekende van Wybrand Hendriks was . Wij lezen bij hem over de in 1833 geveilde Hobbema : ' De Heer De Vos kocht deze schilderij , ruim zestig jaren geleden , van W . Hendriks [..], voor eenen zak acht-en-twintigen (ƒ 420 ,—), zoo als mij door dien Schilder meermalen werd verhaald , en Hendriks had voor dat stuk in Gelderland een Portret geschilderd ; maar de Schilderijen , inzonder- heid ook die van Hobbema waren toen aanmerkelijk minder in prijs ' 3 . ' Ruim zestig jaren geleden ' wil zeggen omstreeks 1772/73 . Hendriks was toen nog verbonden aan de Amsterdamse behangselfabriek van Remmers en leerling op de Amsterdamse stadstekenacademie . Pas tien jaar later is er voor het eerst sprake van zijn verblijf in Gelderland . Ik geloof dan ook dat zestig jaren op een vergissing berust en dat daarvoor moet gelezen worden : vijftig jaren . Dan klopt alles precies . Onze tekening is dus niet alleen een interessant dubbelportret , maar ook het oudste document betreffende dit schilderij van Hobbema . In 1833 was het met de prijzen inderdaad anders gesteld dan in 1783 ! De Hobbema werd , aldus weer A . van der Willigen , ' door den Heer Van Brienen van de Groote Lindt gekocht voor de som van ƒ 11.400 ,— en in deszelfs Kunst- kabinet geplaatst . Sommigen hadden zich gevleid , dat dit stuk voor ' s Rijks Museum zou zijn aangekocht geworden ; doch de openbare omstandigheden waren hiertoe wellicht niet gunstig '. Dit laatste is bijna letterlijk wat de directeur van het Rijksmuseum , Cornells Apostool , uit Den Haag ten antwoord kreeg op zijn brief van 3 juni 1833 aan de Minister van Binnenlandse Zaken , waarin hij vurig gepleit had voor aankoop van de Hobbema en enkele andere schilderijen . Hij schreef over de Hobbema : ' Dit stuk heeft men altoos gehouden voor het eerste en beste staal van landschap- schildering , waarin al het ware en natuurlijke van dezen grooten Meester voor- komt , hetgeen alle beschrijving overtreft , en als zoodanig overal bekend is ' 4 . Het was een van die teleurstellingen , die Apostool meermalen te verwerken kreeg , telkens wanneer zich een goede gelegenheid scheen voor te doen om een bepaalde lacune in het Rijksmuseum aan te vullen , maar zijn wensen bij het gouvernement geen gehoor vonden wegens ' de tegenwoordige min gunstige financiële omstan- digheden '. De toen gemiste kans is wat Hobbema betreft sedertdien nooit meer ingehaald . Maar Apostool kan men niet verwijten dat het Rijksmuseum geen groot topwerk van de meester bezit . En aan Hendriks heeft het ook niet gelegen , want aan hem was het toch maar te danken dat dit landschap uit de obscuriteit van de provincie terugkeerde naar Amsterdam . Het was dan ook misschien niet zonder een zekere trots dat hij in 1783 zichzelf afbeeldde met het kapitale kunstwerk , zojuist door hem in Gelderland op de kop getikt en nu , samen met het door hemzelf geschilderde stilleven bestemd om in het befaamde kunstkabinet van zijn vriend Jacob de Vos te worden opgenomen . Misschien niet zonder trots , maar zeker niet zonder zich te voelen : gelukkig door verdiensten . 1 Veiling Jacob de Vos ( schilderijen ), Amsterdam 2 juli 1833 , nr . 16 . 8 O.a . in het bekende standaardwerk van Hofstede de Groot , nr . 168 . 8 R . van Eijnden en A . v . d . Willigen , Geschiedenis der Vaderlandsche Schilderkunst , aanhangsel , Haarlem 1840 , p . 44 . Dit deel verscheen pas jaren later , nadat het geschreven was . 4 Archief Rijksmuseum , copieboek van brieven , 3 juni 1833 . 310 311
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 227, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 70, 1978
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/