archieftoegang 499, inventarisnummer 227, pagina 145
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Sweers ' deelnemen in 1762 aan de regering van het gewest Holland en daarmee aan de regering van de Republiek levert het bewijs , dat hij intussen raad in de Vroedschap was geworden . Dit was het jaar daarvóór , op 28 januari , geschied , toen hem het ad vitam te bekleden lidmaatschap , dank zij het in werking treden van het aan de Raad toekomende recht van coöptatie , in de schoot werd geworpen . Wij weten , dat ook bij deze verkiezing de invloed van burgemeesteren zich deed gelden . Meer nog : artikel 8 van de Pointen der Correspondentie schreef voor , dat de leden van het verbond gehouden zouden zijn ' met haere stemmen in de Vroedschap of in den Oud-Raad te concurreeren '. Was Sweers dus in 1761 toe- getreden tot een gezelschap van ja-knikkers , die prezen wat de vier ' matadors ' wezen ? De werkelijkheid moet anders geweest zijn ; nog altijd had de zonder pecuniaire beloning uit te oefenen waardigheid der patres haar glans niet verloren . In de bepalingen van de Correspondentie lag de vorming van een aristocratische oligarchie besloten . Zo kunnen aan de bij burgemeesteren berustende besluit- vorming particuliere gesprekken met bevriende of verwante raden vooraf zijn gegaan . Ook toen zal men het begrip lobbyen hebben gekend . - De rustige tijden , die men in de jaren zestig beleefde , zullen een vreedzame samenwerking bevorderd hebben . Zelfs in het altijd latent aanwezige antagonisme tussen Amsterdam en de stadhouder heerste kalmte . De hertog van Brunswijk , sinds 1759 de voogd , sinds 1766 de ' consiliarius ' van Willem V , deed alles om met ' de grote stad ' op goede voet te blijven . Wij weten , dat dit streven in het volgende decennium op weder- zijdse teleurstelling , verbittering en nog erger uitliep . Overzien wij de carrière van Sweers in de korte spanne tijds van 1758-62 en nemen wij in aanmerking , dat hij in 1763 door burgemeesteren en Raad benoemd werd tot schout of hoofdofficier , dan moet hij in de regentenkring een goede naam hebben gehad . In zijn nieuwe kwaliteit zou hij zes jaren achtereen de hoogste ambtenaar ter stede zijn , hoofd van het corps politiedienaren , daarnevens open- baar aanklager , die voor schepenen recht moest vorderen uit naam van de souve- rein , de Staten van Holland en West-Friesland . Natuurlijk behield hij zijn zetel in de Vroedschap . In deze periode werden de diensten van de schout niet met een vast traktement gehonoreerd . Zijn inkomsten bestonden uit een derde deel van de door hem met voorbijgaan van de Schepenbank opgelegde en geïnde boeten ; de rest deelden de stad en de kapitein der dienders gelijkelijk . Wij maken hier kennis met het z.g . compositie-systeem , dat de hoofdofficier toestond , de lichte overtredingen zoals straatschenderij , niet-naleven der keuren , enz . eigen- machtig te berechten en ' af te maken ' met de dwang tot betaling van naar de aard der delicten variërende bedragen . Om een denkbeeld te geven van wat Sweers kon toucheren , heb ik , geheel willekeurig , het jaar 1767 gekozen 1 ; de verschillen met andere jaren waren niet aanzienlijk . Het bedrag der boetegelden , verminderd met het deel voor de kapi - 1 De berekening over dat jaar vindt men in register 81 van het Rechterlijk-archief tegenover fol . 48 . tein , bedroeg toen ƒ 12.331 ,— en 7 st ., dat van de verstrekte schat - en meet- brieven 1 ƒ 519 ,— en 16 st ., tezamen ƒ 12.851 ,— en 3 st . De helft hiervan of ƒ 6425 , — 11 st . en 8 penn . mocht hij voor zich zelf bestemmen . Zijn uitgaven , o.a . het traktement voor een sekretaris en de kosten voor het oprichten van het schavot , liepen echter hoger op dan de ontvangsten , namelijk tot / 15.237 ,— en 8 st ., zodat hem uit de stadskas competeerde een voorschot van / 2386 ,— en 5 st . Deze som en de genoemde helft , samen uitmakende een bedrag van ƒ 8811 ,— 16 st . en 8 penn ., vormden dus Sweers ' ambtelijke inkomen in 1767 . Zonder aan zijn integriteit en aan die van zijn voorgangers en opvolgers te willen twijfelen , moet opgemerkt worden , dat aan vermeld systeem , en het behoeft geen verkla- ring , ernstige gevaren verbonden waren . Een van de merkwaardigste processen , die Sweers in de jaren van zijn bediening als schout meemaakte , zal het geval-Gaudio zijn geweest . Het is reeds uitvoerig besproken door nu wijlen Dr . M . G . de Boer en een drietal hem voorafgaande onderzoekers 2 . Niettemin wil ik er , ofschoon geen nieuwe feiten tot mijn kennis kwamen , enkele regels aan wijden , daar ik meen wel nieuwe vragen te kunnen stellen . Laat ik eerst de miserabele en vreemde geschiedenis in het kort ophalen . Vincenzio Gaudio , geboren in 1723 te Bari in het koninkrijk Napels , een man van niet alledaagse geleerdheid ( hij was doctor in de rechten , daarbij geverseerd in de klassieken en in de theologie ), had zich in het begin van 1766 na vele om- zwervingen te Amsterdam neergezet en zich hier verbonden aan het bij de boek- verkoper Marc Michel Rey verschijnende Journal des Scavans . Al vroeg overgegaan van het Rooms-Katolicisme tot het Calvinisme toonde hij zich ook van deze godsdienst een bestrijder , in zoverre hij opkwam tegen de orthodoxie en de machtspositie van de officiële exegeten . Wegens het schrijven in deze geest ( men onderkende Rousseau en de Encyclopedie ) werd hij , na een klacht van de Waalse predikanten , op last van de hoofdofficier in de ' boeien ' gebracht : eind juni 1766 . Tijdens de verhoren beschuldigde hij Sweers er van , hem te hebben aangezet tot het voeren van anti-Orangistische , in het bijzonder tot anti-stadhouderlijke propaganda . Hij beweerde over vier getuigen te beschikken en eiste op hoge toon behandeling van dit cos de üse-majesté voor het Hof van Holland . Ook de prins diende er in gekend te worden . Het is duidelijk , dat officier en rechters hierop doof bleven . Daar Gaudio bij voortduring weigerde zijn getuigen te noemen , vol- houdende dit alleen in Den Haag te zullen doen , werd hij ( 20 nov . 1766 ) als ' calumniateur en lasteraar ' veroordeeld tot dertig jaar Rasphuis , door te brengen op de ' secrete plaats ' 8 , met de additionele straf : verbanning voor ' altoos ' uit 1 Zie voor deze brieven Wagenaar , Amsterdam III , blz . 284 . 2 Dr . M . G . de Boer , Vincenzio Gaudio ( Jaarb . Amstelodamum XVIII , 1931 , blz . 185 e.v .). Vooraf- gegaan waren studies van K . R . Gallas , Mr . W . F . H . Oldewelt en Dr . M . Boas , resp . in de Jaarb . XXIII , XXIV en XXV . 3 D.w.z . eenzame opsluiting in een der kamers , die men in het Rasphuis ( Heiligeweg ) voor specialegevallen gereserveerd hield ( Wagenaar , Amsterdam II , blz . 254 ). 284 285
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 499, Archief van het Genootschap Amstelodamum, inventarisnummer 227, AANVULLING 2006, Jaarboeken, nummers 1 - 92, 70, 1978
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/