archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 96
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
25 juli 1957 (avondzitting) 932 (In ’t Veld e.a.) Concertgebouworkest De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 1151 van afd. 1 van het Gemeente- ‚ blad. Hierna is aan de orde: 48° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 12 juli 1957, tot het verlenen van een aanvullend subsidie voor het seizoen 1954/55 van ten hoogste f 30.814,43 en een subsidie voor het seizoen 1957/°58 van ten hoogste {650.000 aan de Stichting „Nederlandse Orkeststichting, gevestigd te Am- sterdam”, beherende het Concertgebouworkest (Gemeenteblad afd. 1, no. 734, bladz. 1101). Mej. LUNS merkt op, dat zij wil beginnen met het maken van een algemene opmerking. Zij wil nl. haar voldoening uitspreken over het feit, dat de behande- ling van de kunstsubsidies op een tijdstip geschiedt, dat de mogelijkheid voor de gezelschappen opent om ten minste vóór het zomerreces enige zekerheid te hebben over de mogelijkheden in het seizoen 1957/°58. Het is een stap in de goede richting, al zou het uiterst wenselijk zijn, dat deze zekerheid nog vroeger gegeven kon worden, omdat het seizoen van een kunstinstelling reeds vroeg in het voorjaar bepaald moet worden. Verbetering in deze gang van zaken zou hi. slechts te verkrijgen zijn door subsidiëring of financiering op langere ter- mijn. Deze gedachte, in de laatste tijd meermalen naar voren gebracht, is zeker waard, bestudeerd te worden, al is het duidelijk, dat aan deze wijze van subsi- diëren of financieren de nodige moeilijkheden verbonden zijn, inzonderheid wat betreft het aanpassen aan het tijdstip van indiening van de verschillende gemeente- en rijksbegrotingen. In ieder geval is een principe-uitspraak, lange tijd vóór de behandeling van de Begroting, een stap in de goede richting. Het spijt spreekster, dat bij de diverse voordrachten tot het verlenen van kunst- subsidies een voordracht tot het verlenen van een subsidie aan het Ballet der Lage Landen ontbreekt; ook voor deze groep zou het uiterst belangrijk zijn geweest om op dit tijdstip te weten, waar men aan toe is. Concertgebouworkest 933 Gemeenteblad afd. 2 belangrijk, alle instanties, die gesubsidieerd worden, heel duidelijk te laten weten, dat de nu gevoteerde bedragen inderdaad als maximaal te beschouwen zijn en Amsterdam zeker niet bereid is, zelfs niet in de mogelijkheid verkeert, deze achteraf weer eens te verhogen of aanvullende subsidies op tekorten te ver- strekken. Een zinnetje in de diverse voordrachten maakt spreekster op dit punt wat ongerust. [De heer SAJET: Behandelen wij thans vijf voordrachten ?] ‚houders aanbevelen. Het is noodzakelijk, dat de zeer kleine pensioentjes van deze mensen meer aan de huidige toestand worden aangepast, Ook nu weer blijkt, dat men te weinig aandacht en gevoel heeft voor de moeilijkheden, waarin deze nog maar zeer kleine groep van werkers van het eerste uur, die er toe bijdroegen om het Concertgebouworkest groot te maken, onder de huidige omstandigheden verkeren. Kunnen Burgemeester en Wethouders spreekster misschien geruststellen over deze aangelegenheid? Zij vindt het bijzonder on- aangenaam en tevens onbegrijpelijk, dat zij steeds weer op deze kwestie moet terugkomen en dat verbeteringen voor deze groep klaarblijkelijk alleen onder druk van de overheid te bereiken zijn. op een beslissing van de Minister om een vergoeding voor het inenten van meer jaarklassen te betalen. Het spreekt van zelf, dat het niet gemakkelijk valt, in een tijd als deze het benodigde geld bijeen te brengen om de subsidies voor de kunstinstellingen op het oude niveau te kunnen handhaven en dat het momenteel uitgesloten moet worden geacht, dat zij in de naaste toekomst verhoogd kunnen worden. Men mag dan ook van de gesubsidieerde gezelschappen begrip verwachten voor de hoofdstedelijke moeilijkheden; bovendien mag men van deze gezelschappen verwachten, dat zij in het komende speelseizoen de uiterste zuinigheid zullen betrachten en ernstig zullen proberen, het berekende deficit door inkrimping der uitgaven en verhoging der inkomsten tot het minimum te beperken. Met goede wil is er altijd wel iets te bezuinigen. Aan de andere kant is spreekster er van overtuigd, dat men er uiterst voorzichtig mee moet zijn om door een spec- taculaire bezuinigingsgeste subsidies te gaan afkappen, die met zeer veel zorg en beleid zijn verkregen, want wanneer men deze nu van de Begroting zou af- voeren, is de kans bijzonder groot, dat deze daarop later, in betere tijden, nim- mer meer geplaatst zullen worden. Het totale bedrag, dat in Nederland aan kunst en cultuur wordt besteed door de overheid, is immers toch al dermate gering, dat h.i. hier geen enkel risico mag worden genomen. Wel is het zeer De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, merkt op, dat, als mej. Luns een paar algemene opmerkingen over de subsidiëring wil maken, die ook betrekking hebben op de volgende subsidievoordrachten, daartegen geen enkel bezwaar bestaat. Spreker meent, dat dit een normale gang van zaken is. Hij verzoekt mej. Luns derhalve, met haar betoog voort te gaan. De heer LUIRINK merkt op, dat het in de bedoeling van zijn fractie ligt, bij de behandeling van de Begroting uitvoeriger op het kunstbeleid terug te komen. Daarom zal spreker over deze voordracht, die in het algemeen de in- stemming van zijn fractie heeft, slechts enkele korte opmerkingen maken. Mej. LUNS wijst er op, dat bijv. in de voordracht betreffende de Opera het volgende wordt medegedeeld: „Het is te verwachten, dat het Riijk met een subsidie van f 900.000 voor de helft zal bijdragen in het tekort van de opera- exploitatie”. Spreekster vindt dit zinnetje nogal vaag en gevaarlijk en zou daarom gaarne van Burgemeester en Wethouders vernemen, op welke positieve gronden hun verwachtingen in deze zijn gebaseerd. Hierover mag naar de mening van haar fractie geen enkel misverstand bestaan. Evenals mej. Luns betreurt spreker het, dat een voordracht voor het ver- lenen van een subsidie aan het Ballet der Lage Landen ontbreekt. Hij zou gaarne van Burgemeester en Wethouders vernemen, of deze voordracht binnen afzien- bare tijd tegemoetgezien kan worden. Spreekster wil niet in den brede ingaan op ieder voorgesteld subsidie, doch wil slechts enkele praktische opmerkingen maken en enige vragen stellen. Mej. Luns heeft gezegd, dat de gezelschappen medegedeeld moet worden, Uit de gegevens betreffende de voordracht in zake het subsidie aan de Nederlandse Orkeststichting ziet men, dat de exploitatie van het Concert- gebouworkest gunstig genoemd mag worden. Hier heeft de verhoging van de entreegelden met 25% klaarblijkelijk geen weerstand gewekt en deze verho- ging heeft een belangrijke stijging van de inkomsten ten gevolge gehad. Het is dan ook te verwachten, dat het in uitzicht gestelde subsidie voldoende zal zijn. Het is spreekster echter niet duidelijk, hoe men de nog onbekende onkosten, voortvloeiende uit de aanvullende pensioenregeling, denkt te dekken. In ver- band hiermede wil zij wederom met de meeste klem de belangen van de oud- gepensioneerden van deze instelling in de aandacht van Burgemeester en Wet-
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/