archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 94
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
Orde der vergadering Avondzitting op donderdag 25 juli 1957. Voorzitter: mr. A. de Roos, Wethouder. Secretaris: mr. W. Bakhuys Roozeboom, administrateur ter Gemeente- secretarie. De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, heropent te 20 uur de de vorige avond geschorste vergadering en stelt aan de orde: 36° Preadvies van Burgemeester en Wethouders van 12 juli 1957, op de aanvrage van de Stichting ‚Samenwerkende Christelijke Scholen te Amsterdam-West”, om beschikbaarstelling van gelden voor het herstel van in haar scholen aangerichte schade. De conclusie luidt, adressante in haar aanvrage niet-ontvankelijk te verklaren (Gemeenteblad afd. 1, no. 713, bladz. 1083). De heer VERMEULEN zegt, dat de vraag, waar het bij deze voordracht tot het niet-ontvankelijk verklaren van het bestuur van de Stichting ‚„Samenwer- kende Christelijke Scholen te Amsterdam-West’ om gaat, is, of de kosten van herstelwerkzaamheden, die als gevolg van inbraak moesten worden gemaakt, al dan niet moeten worden gerangschikt onder de kosten van „herstel voor zover niet gewoon onderhoud betreffende”. Orde der vergadering 929 Gemeenteblad afd. 2 het antwoord op de vraag, of men te doen heeft met buitengewone kosten of met die, welke in de rubriek ‚gewoon onderhoud” moeten worden geplaatst. Het komt spreker voor, dat van de in het onderhavige geval gemaakte kos- ten inderdaad moet worden gezegd, dat zij niet gewoon onderhoud betroffen. Het feit van de inbraak staat immers vast. Ook staat vast, dat de gemaakte kosten nodig waren om de schade, bij de inbraak aangericht, te herstellen. Spreker meent, dat in het onderhavige geval moet worden vastgesteld, dat de in het geding zijnde kosten betrekking hebben op „herstel voor zover niet gewoon onderhoud betreffende”. Aanvaarding van dit preadvies zou spreker betreuren, omdat men dan niet handelt in de geest en volgens de letter van de wet en ook omdat volgens spreker, indien het schoolbestuur van deze beslissing in beroep gaat, deze uitspraak niet kan worden gehandhaafd, zodat men dan een nodeloos echec lijdt. Men kan in het licht van de geschiedenis van artikel 72 van de Lager-onder- wijswet moeilijk herstellingen ten gevolge van inbraak als gewoon onderhoud kwalificeren. De desbetreffende clausule is immers in 1948 in dit wetsartikel gebracht in verband met de opheffing van de verzekeringsplicht der school- besturen. Een verzekering sluit men alleen in verband met eventualiteiten, waarin het risico-element aanwezig is, voor omstandigheden, die zich kunnen voordoen, maar waarvan men het tijdstip, de duur of de omvang van te voren niet kan overzien, terwijl het ook zeer wel mogelijk is, dat zij zich niet zullen voordoen. Zo kan men zich tegen inbraak verzekeren. Maar dan is hiermede reeds aangegeven, dat kosten tot herstel van bij inbraak aangerichte schade nimmer kunnen worden gerekend tot die betreffende gewoon onderhoud. Ook het beroep op artikel 1619 B.W., dat in de toelichting op het preadvies wordt gedaan, moet volgens spreker falen. De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, betoogt naar aanleiding van de door de heer Vermeulen gemaakte opmerking, dat het in het geheel niet de be- doeling is, de aanvrage af te wijzen om een echec te lijden, indien het school- bestuur van deze beslissing in beroep gaat. Het komt echter dikwijls voor, aldus spreker, dat er met betrekking tot een bepaalde categorie van uitgaven twijfel bestaat over de vraag, onder welke rubriek zij moeten worden gerang- schikt, zodat het dan wenselijk is, een beslissing in beroep uit te lokken. Spreker meent, dat een dergelijke beslissing in het onderhavige geval wenselijk is. Het is volgens spreker niet zo, dat Burgemeester en Wethouders in deze hard zijn; zij zijn echter van oordeel, dat er twijfel bestaat over de vraag, op welke wijze de gemaakte kosten moeten worden vergoed. De wet kent nl. verscheidene syste- men van vergoeding van kosten, nl. langs de weg van artikel 72 en langs de weg van artikel 101. De kosten, die op grond van het bepaalde in artikel 101 worden vergoed, zijn de gewone kosten voor het onderwijs; de kosten, die op grond van het bepaalde in artikel 72 worden vergoed, zijn de kosten voor de aanschaffing van gebouwen en voor de inrichting en in enkele gevallen bijzondere vergoe- dingen. De wetgever heeft volgens spreker niet uitdrukkelijk bepaald, dat de vergoedingen, waarover de heer Vermeulen heeft gesproken, onder het be- paalde van artikel 72 vallen. Daarom acht hij het ook niet aannemelijk, dat deze groep van uitgaven op grond van het bepaalde in artikel 72 moet worden ver- goed. Spreker meent, dat het hier niet ter zake doet, of het een groot of een klein bedrag is, dat moet worden vergoed; het gaat er om, dat men hier te doen heeft met een uitgave, waarvan men niet weet, op grond van welk artikel zij moet worden vergoed. Dagelijks wordt er aan schoolgebouwen schade toe- gebracht en de kosten voor het herstel van deze schade vallen onder de gewone, dagelijkse kosten, die worden vergoed op grond van artikel 101, te meer, omdat deze zijn opgenomen in de verzamelpost van artikel 55, waarnaar de vergoeding per leerling wordt vastgesteld. Spreker meent, dat het beter is, deze kosten te brengen onder het bepaalde in artikel 101, aangezien, als men ze rangschikt onder het bepaalde in artikel 72, voortdurend voor elke post moet worden gemotiveerd, waarom zij onder artikel 72 vallen. In artikel 1619 B.W. gaat het om ‚‚geringe en dagelijkse reparatiën”, die voor rekening van de huurder komen. Hierbij zijn echter nadrukkelijk die kosten uitgezonderd, welke door de vervallen toestand van het gehuurde of door overmacht noodzakelijk zijn geworden. Spreker verzoekt de Raad, het preadvies goed te keuren en over te gaan tot het niet-ontvankelijk verklaren van de aanvrage, ten einde een beslissing in beroep mogelijk te maken. Het is volgens spreker duidelijk, dat bij inbraak overmacht in het spel is. De beschadigingen, hierdoor aangericht, zijn een gevolg van een van buiten komende oorzaak. Of nu de aangerichte schade omvangrijk dan wel betrek- kelijk gering is, doet niets ter zake. Het gaat hier niet om de omvang van de schade, maar om de oorzaak. Die oorzaak is volgens spreker bepalend voor De heer VERMEULEN zegt, dat hij zich — gezien de grondtoon van de redenering van de Voorzitter, welke is, dat Burgemeester en Wethouders een nadere beslissing in beroep willen afwachten, een redenering, die volgens spreker voortvloeit uit het feit, dat de jurisprudentie op het desbetreffende artikel nog weinig ontwikkeld is — hoewel hij zich met de zienswijze van het College niet kan verenigen, bij de beslissing zal neerleggen. De heer DAMOISEAUX zegt, dat hij zich niet tegen de aanvaarding van het
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/