archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 93
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 (avondzitting) 926 IJ-tunnel (Den Uyl e.a.) IJ-tunnel 927 Gemeenteblad afd. 2 tegenover de aanbesteding, die men wil laten doorgaan. Laat het Gemeente- bestuur voordien toch ruggespraak houden met Rijkswaterstaat! Waarom zouden we het niet doen? We verliezen er niets mee en we bereiken, dat alles in overleg met de Regering geschiedt. Men is er toch van overtuigd, dat we dit overleg met de Regering moeten voeren en dat we zonder een dergelijk overleg niets kunnen doen! | » De motie-Seegers (no. 768) wordt verworpen met 33 tegen 6 stemmen. Vóór: de leden Jansz, Kuiters, Luirink, mevr. Teeboom-van West, Wee- nink en Seegers. Tegen: de leden Herfst, Rossen, Scheerens, mevr. Van der Sluis-Fintel- man, mevr. Wijsmuller-Meijer, De Bruijne, Schippers, Baruch, Sajet, mevr. Vorrink-Bergmeijer, mevr. Mozer-Ebbinge, mej. Luns, Le Cavelier, Boetje, Elkerbout, mevr. Friedmann-van der Heide, Meewezen, Vermeulen, Van Rij, Van Sandick, Van der Hoeven, Van den Bergh, Van ’t Hull, Steinmetz, Ram, mej. Koppenschaar, Van Wijck, Damoiseaux, Elsenburg, Den Uyl, Burger, Wiggermann en De Roos. van deze tunnel een levensbelang is voor Amsterdam en van grote betekenis uit nationaal oogpunt, hun woord gestand zullen doen en dat zij dit gedachtig zullen zijn, zodra financieel-economisch de ruimte ontstaat, die het mogelijk zal maken, dat Amsterdam in volle vaart kan gaan werken aan de afbouw van de IJ-tunnel. De heer VAN SANDICK zegt, dat omstreeks 1935 de toenmalige minister- president van Engeland, Baldwin, een poging heeft gewaagd om tot overeen- stemming te komen met Rusland en daarvoor onderhandelingen opende. Een lid van de oppositie in het Lagerhuis maakte daartegen een geweldig kabaal. Toen verscheen er een prentje in ‚„Punch”, waarop een conferentie- kamer was afgebeeld en men zag Baldwin door een kier van de deur zijn hoofd naar boven steken en men liet hem tot het tierende Lagerhuislid zeggen: zoudt U niet wat stil willen zijn, want ik ben juist bezig te overleggen met degene, tegen wie U zo te keer gaat! Spreker meent, dat de parallel duidelijk is. Hierin is zijn standpunt samengevat ten opzichte van de motie-Seegers. Overigens heeft spreker niets meer aan het debat toe te voegen. Aan deze stemming is niet deelgenomen door de leden mevr. Westendorp- Lansink en In ’t Veld. De heer LE CAVELIER zegt, dat één punt hem in het antwoord van Burge- meester en Wethouders speciaal is opgevallen, nl. de ode van de overwinning, die klonk uit de woorden van de Voorzitter. Spreker vraagt zich af, hoe deze te rijmen is met de reële positie, waarin Amsterdam verkeert. In de krant heeft hij gelezen, dat de deputatie van Burgemeester en Wethouders, die bij de Mi- nister-President is geweest, met de staart tussen de benen is weggegaan. En om het beeld te vervolgen, zonder daarom honds te worden: spreker meent, dat men hier wel wat blij en luid gekeft heeft. Wat is er ten slotte bereikt? Dat er een georganiseerd overleg is ingesteld en, om het schoon te zeggen, er een gegroeid inzicht is gekomen in de belangen van Amsterdam. Naar sprekers mening is dit maar een heel klein beetje. Triomfantelijk heeft Amsterdam destijds gezegd: als het Rijk niet meebetaalt, dan doen wij het alleen! In dit verband moet spreker denken aan de handwerkslieden uit Shakespeares Midzomernachts- droom; in hun spel van Pyramus en Thisbe gaat de schoenmaker spelen als leeuw en als hij dan hard gebruld heeft, zet hij zijn leeuwekop af en zegt: schrik maar niet, ik ben de schoenmaker! Zo ook hier! Het lijkt, alsof men gezegd heeft: Regering, wêes maar niet bang voor ons; wij zijn A. de Roos, F. van Wijck en G. van ’t Hull; wij zijn partijgenoten en wij bijten niet! De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, verklaart namens Burgemeester en Wethouders, dat h.i. de motie-Seegers niet aanvaard kan worden, omdat op het ogenblik, waarop het overleg is aangevangen, een dergelijke uitspraak van de Raad belemmerend zou werken op de voortzetting van het overleg. Aan deze motie is ook geen behoefte, omdat vanzelfsprekend alles gedaan zal worden om te komen tot voortzetting van de werkzaamheden. Gaarne verklaren Burge- meester en Wethouders, dat zij ook in deze zin alle middelen willen gebruiken, die daarvoor dienstbaar zijn. Een speciale uitspraak van de Raad in een motie is daarvoor niet nodig. De vergadering wordt te 23.30 uur geschorst tot donderdagavond 25 juli 1957. Laten we toch de realiteit zien, zegt spreker. We berusten er misschien in, thans niet te kunnen doen, wat we destijds grootmoedig hebben gezegd. Spreker heeft hieraan nooit geloofd en daaraan destijds ook bij interruptie uiting gegeven. We kunnen het nu eenmaal niet zonder de Regering! Trouwens, als Amsterdam het alleen gedaan had, zouden rente en aflossing van onze leningen toch door doelbijdragen door het Rijk moeten worden betaald en dan betaalt dus uit- eindelijk het Rijk het toch. Spreker is de Raad dankbaar voor het gevoerde debat, omdat Burgemeester en Wethouders daarbij gesteund werden bij de taak, die hun nog wacht. Spreker is het er mee eens, dat bestedingsbeperking niet mag leiden tot een ontkrachting van de gemeentelijke autonomie. Socialisme heeft de neiging tot een centralisatie, die kan leiden hetzij tot communisme of tot een dictatoriaal beleid. Voor de gemeenten, die het dichtst bij het werk zitten, dient een gezonde verantwoordelijkheid te blijven bestaan. Amsterdam zit nu eenmaal aan de verkeerde kant, omdat Nederland een verkeerde Regering heeft. Deze kan spreker alleen echter niet veranderen; dat zullen de kiezers moeten doen. De heer Le Cavelier merkt spreker nog op, dat, wat hij gelezen heeft over het bezoek aan de Minister-President, bepaald onwaar is, omdat niemand gezien heeft, op welke wijze de delegatie van Amsterdam het huis van de Minister- President heeft verlaten. De door de heer Le Cavelier aangevoerde fantasie uit de dierenwereld moet men niet gebruiken voor omstandigheden, die men niet kent, maar alleen uit de duim zuigt. Er is geprotesteerd, dat de bankiers om de zekerheid vroegen, dat de be- schikbaar te stellen gelden gebruikt zouden worden voor de IJ-tunnel en van de tafel van Burgemeester en Wethouders is hierover spijt uitgesproken. Reeds 20 jaar heeft Amsterdam evenwel miljoenen in kas voor de bouw van een Stadhuis en doet er niets aan. Dit wetende, kan spreker zich voorstellen, dat de bankiers geen zin hebben om een grote strop te nemen voor een tunnel, die misschien pas over 20 jaar zal worden gebouwd. Het is begrijpelijk, dat men de zekerheid wil hebben, dat het werk doorgaat; dit is een reële vraag van iemand, die helpen wil om een bepaald doel te bereiken. Spreker ziet geen nut in de motie-Seegers. Burgemeester en Wethouders zijn er immers niet op uit, de Regering tegen de schenen te schoppen, hoewel zij het, ook in de IJ-tunnelkwestie, wel eens gedaan hebben. Meermalen heeft spreker gewaarschuwd, de Regering niet te froisseren. Aldus staat spreker ook
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/