archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 91
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 922 IJ-tunnel (Van ’t Hull e.a.) IJ-tunnel 923 Gemeenteblad afd. 2 dat mogelijk is, zullen wellicht nieuwe mogelijkheden naar voren komen. Waar er maar een klein gaatje is, zal getracht worden, dat te maken tot een werkelijk uitgangspunt voor verdere uitvoering van de tunnelwerkzaamheden, zoals Burgemeester en Wethouders dit in de afgelopen maanden, ondanks alle moeilijkheden, hebben getracht te doen. Conform besloten. De heer SEEGERS zegt, dat het verwijt van de heer Den Uyl en ook van de Voorzitter, als zou spreker mank gaan aan een zeker pessimisme, geheel on- juist is. Het is een volkomen verkeerde interpretatie van sprekers woorden. Wel bestaat bij hem een wantrouwen, dat door de feiten bevestigd is. Spreker heeft nl. niet het minste vertrouwen, dat de huidige Regering bereid zal zijn, om Amsterdam te geven, wat het nodig heeft. Sprekef zal hiervan het bewijs leveren. Men doet, alsof de financiering van rijkswege voor het Rijk een grote moeilijk- heid betekent, maar dat is in het geheel niet het geval. Op de Rijksbegroting staat 145 miljoen uitgetrokken voor bruggen, sluizen en tunnels. In de toelichting op dit bedrag staat: hierin zijn begrepen de kosten van één tunnel. Dit bedrag zal in de eerstkomende zes jaar telkenjare op de Begroting worden gebracht. Er is dus een bijdrage uit de gewone middelen, dus uit belastinggeld, waaruit de tunnelbouw zou kunnen worden gefinancierd. In de bestedingsnota is dit bedrag onverkort gehandhaafd. Daar het geld er is, behoeft men over de finan- ciële aspecten niet zoveel bijzondere moeilijkheden op te werpen. Daarvoor bestaat geen reden, als men maar te maken had met een Regering, die het goede recht van Amsterdam op een IJ-tunnel zou erkennen. Bij spreker is dus geen sprake van pessimisme, doch wel van een absoluut wantrouwen. Spreker begrijpt deze vraag van de heer Van Sandick niet goed. Het spreekt vanzelf, dat een aannemer, als hij dat wil, zich op elk ogenblik kan terug- trekken. Het is zijn zaak, of hij dan alle risico’s wil lopen, die uit zijn juridische positie voortvloeien; immers, er bestaat een contractband. Het spreekt echter vanzelf, dat, als men grote veranderingen wenst aan te brengen, de aannemer juridisch vrij is. Het is bij dergelijke grote objecten niets bijzonders, als men om de tafel gaat zitten en met elkaar overleg pleegt. De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, zou willen voorstellen, het IJ-tunneldebat heden af te maken. Wellicht is het voor de Raad mogelijk, kort te repliceren, waarna het antwoord van de tafel van Burgemeester en Wethouders eveneens kort kan zijn. De heer Den Uyl en ook de Voorzitter zijn sterk met de Regering gelieerd, al spreken zij woorden van kritiek van het adres van de Regering. Het gaat hier om een aanslag op de belangen van Amsterdam! Het is voor spreker een raadsel, dat beide elementen in één partij aanwezig kunnen zijn. De heer Le Cavelier heeft er de aandacht op gevestigd, dat behalve de IJ-tunnel ook de Hemtunnel een levensbelang voor Amsterdam is, Er is geen gelegenheid geweest in de Raad, dat, als gesproken werd over de IJ-tunnel, niet duidelijk ook van de zijde van Burgemeester en Wethouders werd gesteld, dat de totstandkoming van de Hem-spoortunnel van even groot belang voor Amsterdam was als de totstandkoming van de IJ-tunnel. Dit werd reeds verklaard in de eerste grote voordracht over de IJ-tunnel. Deze tunnel is echter in de eerste plaats een project, dat Amsterdam kan bouwen. De Hemtunnel is zonder meer een zaak van het Rijk. Wanneer men de gelegenheid heeft gehad, al twee jaar te werken aan het ene object, kan er geen enkel voordeel in zitten om hetgeen men onder handen heeft te laten liggen en intussen aan iets anders te beginnen. Dat Amsterdam het belang van de Hemtunnel inziet, is ook gebleken, toen bij Rijkswaterstaat de voorkeur werd gegeven aan een ander tracé. Burgemeester en Wethouders heeft dit aanleiding gegeven om te zorgen, dat zo snel mogelijk overeenstemming werd bereikt over het nieuwe tracé. Ook in de toekomst zal men voor de totstandkoming van de spoortunnel moeten blijven ijveren. Als spreker geen vertrouwen in de Regering heeft, wil dat dan zeggen, dat hij geen vertrouwen er in heeft, dat de zaken van Amsterdam niet klaar kunnen ko- men ? Spreker heeft vertrouwen in de volkskracht van de Amsterdamse burgerij. Daarom heeft hij gezegd, dat men die krachten moet mobiliseren, omdat men daarop kan vertrouwen. Spreker is optimist ten aanzien van de krachten, die reël aanwezig zijn. Mede op die grond heeft hij er behoefte aan, de Raad een motie voor te leggen, waarin Burgemeester en Wethouders worden uitgenodigd, alle maatregelen te nemen, die zullen leiden tot het onmiddellijk voortzetten van de tunnelwerken en het initiatief te nemen voor het ontplooien van een brede campagne onder de bevolking van de stad voor de uitvoering van deze en andere voor de stad van belang zijnde plannen. Uitvoering van dit voor- stel betekent in de eerste plaats, dat er een mobilisering tot stand komt van de krachten, die in Amsterdam aanwezig zijn, waardoor een grotere druk op de Regering uitgeoefend zal kunnen worden en in de tweede plaats, dat er een zodanige belangstelling voor de problemen van de stad zal ontstaan, dat in- derdaad de garantie wordt verkregen, dat èn de tunnel èn de andere voor de stad van belang zijnde plannen gerealiseerd zullen worden. De heer Burger heeft nog gevraagd naar de voortgang van het technisch overleg. Men heeft spreker wel eens een optimist genoemd, en misschien is hij dat wel. Men moet hem dat maar vergeven. Daarnaast meent spreker toch ook wel realist te zijn. De wijze echter, waarop dit overleg is begonnen, de wijze, waarop de Minister hieraan zelf leiding heeft gegeven en de volkomen zakelijke wijze, waarop door de kopstukken van Rijkswaterstaat daaraan is deelgenomen, geven spreker de indruk, dat men niet behoeft te verwachten, dat er t.a.v. het overleg grote moeilijkheden zullen optreden. Met de Minister is uitdrukkelijk afgesproken, dat over deze besprekingen geen mededelingen zullen worden gedaan en spreker kan dus niet veel zeggen, maar hetgeen bij het overleg naar voren is gekomen geeft hem het vaste vertrouwen, niet alleen dat dit tot een goed einde zal leiden, maar ook, dat er geen aanleiding is om te veronderstellen, dat het technisch overleg veel langer zal behoeven te duren dan drie à vier maanden. Dan moet het, meent spreker, stellig volkomen afgerond kunnen zijn. De Minister heeft verklaard, dat er geen aanleiding is om te wachten met de besprekingen over de rijksbijdrage, tot het technisch overleg is afgelopen. Dit kan onderhand zijn beslag vinden. Los van de financieel-economische situatie, waar het thans om gaat, kan, bij enige goede wil, het gehele overleg gemakkelijk binnen een klein half jaar afgerond zijn. Dan komt weer in het middelpunt van de belangstelling te staan de vraag, of de mogelijkheid aanwezig is om aan te tonen, dat de vrienden van Amster- dam weer geld op tafel zullen willen leggen. Wat de financieel-economische omstandigheden betreft, ziet het er op het ogenblik somber uit, maar aan de andere kant is het vaker gebeurd, dat er op korte termijn een omslag kwam. Bij de aandrang, die Amsterdam zal blijven uitoefenen op alle punten, waar
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/