archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 88
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 (avondzitting) 916 IJ-tunnel (De Roos) IJ-tunnel 917 Gemeenteblad afd. 2 bereiken was. Het spijt hen, dat de uitkomst niet die is geworden, waarvan zij hadden gehoopt, dat zij uit de gesprekken zou voortvloeien. Vaststaat, dat het overleg, dat is begonnen, overal in den lande een goede indruk heeft gemaakt. Daaruit blijkt, dat er nog gesproken kan worden, hoewel het een tijdlang leek, alsof niet meer met Amsterdam gesproken kon worden. Er is dus duidelijk een andere situatie ontstaan, die Amsterdam zal moeten gebruiken; het zal in het komende overleg met grote voorzichtigheid zijn standpunt staande moeten houden met aanvaarding van de betrekkelijkheden, die op dit ogenblik op grond van de financieel-economische verhoudingen in acht genomen moeten worden. Burgemeester en Wethouders ontveinzen zich niet, dat niet ieder in Neder- land — ook niet iedereen in Amsterdam — warm is voor deze zaak en over- tuigd is van de buitengewone urgentie van de IJ-tunnel. Er zijn weerstanden van allerlei aard, welke men geleidelijk zal moeten overwinnen. Dit kan alleen op de wijze, welke spreker heeft geschetst. Spreker is het niet eens met de heer Seegers, als hij zegt, dat dit een uitstel tot Sint Juttemis is. Dit is een van weinig overtuiging blijk gevende gedachte; men kan het zelfs een overtuigingsloze gedachte vinden. Burgemeester en Wethou- ders adviseren de heer Seegers: leg toch Uw angst, welke U al in 1935 had, eens af en probeer met ons mee te gaan in constructieve zin! Er zijn immers tekenen, dat Amsterdam zal slagen! \ Spreker wil niet gaarne de heer Seegers volgen in zijn betoog, waarin hij de indruk wekt, alsof er nooit een mogelijkheid zou zijn voor Amsterdam om tegen de grote weerstanden in iets te bereiken. Men heeft de heer Seegers defai- tistisch genoemd; spreker zou het meer een gebrek aan vertrouwen in zijn eigen stad en misschien ook in zich zelf willen noemen. Overigens is het merk- waardig, dat de heer Seegers zegt: als wij niet oppassen, gaan wij er onder door! Spreker stelt de vraag, wat beter is: òf de gedachte te hebben, dat het niet zal gelukken, òf de gedachte naar voren te brengen: met alle kracht, die in ons is, zullen we slagen! Naar sprekers mening is dit laatste de beste houding. Onge- twijfeld zijn er grote tegenstanden te overwinnen, maar de heer Seegers moet het niet zo eenzijdig voorstellen, dat dit alleen het geval is in Nederland en in de Nederlandse verhoudingen; overal, waar men met beperkte middelen werk tot stand moet brengen, zal men op dezelfde moeilijkheden stuiten. Dit hangt af van de eenheid en de bestuurskracht en tevens ook van de democratische grondslag, die men aanvaard moet hebben, wil men gezamenlijk iets tot stand brengen. Men zal slagen, als men deze duidelijke grondslag bewaart. De heer Den Uyl heeft gewezen op de ruggesteun, die nodig was om te be- reiken, wat het Gemeentebestuur zich als doel had gesteld. Burgemeester en Wethouders zijn hem dankbaar, dat hij het op prijs heeft gesteld, dat van hun zijde ook in het prospectus een positieve toon is gehoord. De heer Den Uyl heeft gezegd, dat de onzekerheid nog enige tijd zal voortduren. Dit is ook de mening van Burgemeester en Wethouders. Men zal evenwel haast moeten maken zowel met het technisch als met het financieel overleg. Binnen het raam van de mogelijkheden, aldus de heer Den Uyl, zal Amsterdam alles moeten doen, wat mogelijk is. Hiermede zijn Burgemeester en Wethouders het geheel eens. De heer Seegers heeft gezegd, dat men met hielen likken niet ver komt. Spreker raadt hem aan, hierover liever te zwijgen, omdat het hielen likken in Nederland minder gebruikelijk is dan elders en het zou kunnen zijn, dat men de indruk zou wekken, dat dit een typisch Nederlandse eigenschap is om iets te bereiken. In een democratisch geregeerde staat met een collectieve verantwoor- delijkheid heeft men gezamenlijk de verantwoordelijkheid; de moeilijkheden kunnen zeker niet opgelost worden door de vraag, of het wenselijk is, al dan niet hielen te likken. Langs die weg zal men stellig niet komen tot de daden, die thans nodig zijn! De Regering en de Gemeente hebben ieder haar eigen verantwoorde- lijkheid. Men zal beide op de een of andere wijze samen moeten zien te dragen, nadat het inzicht is verworven, dat men in een bepaalde richting het beleid moet voeren. Men kan beter uitgaan van de gedachte, dat Amsterdam, ook in het verleden, heeft bewezen, tot grote dingen in staat te zijn, als er weerstanden waren te overwinnen. Ook thans zal Amsterdam dit moeten opbrengen. Spreker wil niet gaarne de heer Le Cavelier volgen in zijn beschouwingen over de vraag, hoe het met de bindingen staat bij bepaalde debatten in de volks- vertegenwoordiging. Het doet spreker genoegen, dat in de Amsterdamse Raad de bindingen heel behoorlijk zijn en geen aanleiding geven tot kritiek; men kan zeggen, dat hier een gesloten eenheid is, die voor Amsterdam er uit tracht te halen, wat er uit te halen is. Een zeer kenmerkend element in de debatten in de Eerste Kamer was, dat hier iemand als danvoerder van zijn partij rechtstreeks stond tegenover de woordvoerder van de Regering. Dit betrof toevallig niet de partij, die de heer Le Cavelier op het oog had, maar een andere partij. De heer Seegers heeft voorts gevraagd: waaruit hebben Burgemeester en Wethouders die bewuste overtuiging gekregen? Spreker merkt op, dat dit ver- kregen is uit gesprekken, die zij met Ministers gevoerd hebben en het klimaat, dat zij aangevoeld hebben, waarbij zij gedacht hebben: hier ligt de kans. Ook op grond van het feit, dat het Kamerdebat deuren open heeft gemaakt, die eigenlijk al dicht waren, konden Burgemeester en Wethouders terecht schrijven, dat zij deze overtuiging hadden gekregen. De heer Le Cavelier heeft gevraagd naar de inlichtingen, die Burgemeester en Wethouders te bevoegder plaatse hadden gekregen. Spreker heeft reeds uit- eengezet, dat dit gesprekken waren, die Burgemeester en Wethouders met Mi- nisters hadden gehad. Voor zover het andere contacten betreft, zal sprekers collega voor de Financiën hierop nader ingaan. De heer Seegers zegt, dat de Raad bijeengeroepen had moeten worden. Als de heer Seegers de data ziet van de verschillende gebeurtenissen, die elkaar per dag opvolgden en weet, dat Burgemeester en Wethouders op het meest onge- legen ogenblik een beslissing moesten nemen, dan blijkt, dat het geen zin had, de Raad bijeen te roepen, terwijl men bovendien nog niet wist, op welke wijze de moeilijkheden konden worden opgelost, Burgemeester en Wethouders heb- ben zosnel mogelijk opening van zaken gegeven, nadat tot het laatste ogenblik on- zekerheid was blijven bestaan over de vraag, of zij zouden bereiken, wat te De heer Le Cavelier dringt er op aan, ook aan de Hemtunnel te denken. Natuurlijk komt dit punt ook aan de orde. Het is niet zo, dat Amsterdam drie tunnels zijn toegezegd, doch in de motie, door de Tweede Kamer aangenomen, wordt gezegd, dat de drie tunnels er moeten komen. Tijdstip en rangorde zijn niet vastgesteld. Burgemeester en Wethouders zijn overtuigd van de betekenis van de totstandkoming van de Hemtunnel, ook voor de Amsterdamse belangen. Zij zullen niet nalaten, te bevoegder plaatse, en zeker in het overleg met de Rijkswaterstaat, er op te wijzen. Spreker is de heer Burger dankbaar, die op sobere en duidelijke wijze een aantal opmerkingen heeft gemaakt, enerzijds van kritische aard, anderzijds ver- vuld van hoop en optimisme, welke ook tot uitdrukking kwamen in het commu-
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/