archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 82
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 (avondzitting) 904 IJ-tunnel (Seegers e.a.) IJ-tunnel 905 Gemeenteblad afd. 2 en Wethouders gelegen, de Raad bijeen te roepen om inzicht in de gang van zaken te geven en eventueel vast te stellen, welk beleid diende te worden gevoerd. hij voor bestedingsbeperking is, maar dan op objecten, die daarvoor de moge- lijkheid bieden, zonder de economische toestand van het land aan te tasten. Onder punt 11 delen Burgemeester en Wethouders thans mede: ‚In de besprekingen zijn van de zijde van de Regering en Amsterdam de financiële en economische aspecten van de IJ-tunnelbouw afgewogen.” Spreker wil er op wijzen, dat bij het afwegen van de financiële en economische aspecten nog een derde element gekomen is, dat nog zwaarder bleek te wegen, want Burgemees- ter en Wethouders zeggen onder punt 11 verder: „Tot hun leedwezen moeten Burgemeester en Wethouders mededelen, dat de Regering heeft vastgehouden aan haar standpunt, dat het technische overleg tot overeenstemming moet hebben geleid, voordat nadere beslissingen kunnen worden genomen.” Spreker meent, dat deze mededeling een uitstel tot Sint Juttemis betekent. Hij is van oordeel, dat van een technisch probleem in het geheel geen sprake is, doch wel van een financieel en economisch, en bovendien van een politiek probleem. Indien men op grond van overwegingen, die voortvloeien uit de bestedings- beperking, meent, dat men Amsterdam op het ogenblik niet kan toestaan om in de tijd van 4 of 5 jaar cen bedrag van 133 miljoen voor de bouw van de IJ-tunnel uit te geven, hoe kan men dan tot het standpunt komen, dat men hier- over pas wenst te spreken, nadat het technische overleg tot overeenstemming heeft geleid? Spreker kan zich wel voorstellen, dat het Rijk, voordat men tot het geven van een bijdrage overgaat, wenst te weten, wat nu eigenlijk gebouwd zal worden, doch dan had men van die zijde de zaak anders moeten formuleren en zeggen, dat, indien het technische probleem zou zijn opgelost, ten aanzien van de financiële en economische aspecten geen bezwaren meer zouden bestaan. Daarom meent spreker, dat de mededeling, zoals deze thans luidt, een uitstel tot Sint Juttemis betekent. Zoals spreker reeds gezegd heeft, zal men, als Amsterdam wat wil bereiken, de volkskracht moeten mobiliseren.. Als men hierover grapjes wil maken, dan zou spreker de betreffende raadsleden willen aanraden, in de koffiekamer te gaan zitten, want deze zaak is te ernstig om er grapjes over te maken. Onder punt 12 delen Burgemeester en Wethouders mede, dat op 23 juli een breed technisch overleg is aangevangen. Door de Wethouder voor de Publieke Werken is echter in de raadsvergadering van maart jl. medegedeeld, dat dit technische overleg steeds heeft bestaan, waarbij van enige wanklank geen sprake was. Thans wordt door de Regering de eis gesteld, dat eerst het technische overleg tot overeenstemming moet leiden. Naar sprekers mening is hier slechts sprake van een camouflage om de uitvoering van het IJ-tunnelplan onmogelijk te maken. Dit staat niet op zich zelf, doch hangt samen met een aantal andere grote zaken, die nodig zijn voor de expansie van het Amsterdamse industriële, transport- en handelsleven. Men zet hier Amsterdam de voet dwars. Spreker is van oordeel, dat alleen resultaat te verwachten is van het op groot- scheepse wijze mobiliseren van de Amsterdamse bevolking om de Regering duidelijk te maken, dat Amsterdam met deze gang van zaken geen genoegen kan nemen. Hij hoopt, dat Burgemeester en Wethouders zullen toezeggen, dat zij bereid zijn, stappen in die richting te nemen. [De heer DEN UYL: Dan moet U beginnen met de zaak ernstig te behandelen !] De heer DEN UYL wil proberen, de zaak van de IJ-tunnel, na de schilder- achtige onthullingen van de heer Seegers, weer een nuchter aanzien te geven. Spreker zegt, dat hij dit doet. Hij laat zien, dat de steun, die de Partij van de Arbeid aan de regeringspolitiek geeft, Amsterdam naar de kelder helpt. Het beeld van de IJ-tunnelkwestie is naar sprekers mening niet onverdeeld gunstig en na de jongste ontwikkeling bepaald somber gekleurd. In de raads- vergadering van 29 mei jl. is door Burgemeester en Wethouders nog uitgespro- ken, dat, gezien de betekenis van de totstandkoming van de IJ-tunnel voor de stad, de voortzetting van de bouw niet mocht worden nagelaten, ondanks de vele moeilijkheden, die zich daartegen ophoopten. In de bedoelde vergadering Vervolgens wijst spreker er op, dat het mobiliseren van de volkskracht niet alleen van belang is voor Amsterdam, doch ook voor Nederland, want het zou een klap voor geheel Nederland zijn, als degenen, die de ontplooiing van Am- sterdam willen beknotten, hun zin zouden krijgen. Spreker kan zich voorstellen, dat de leden van de fractie van de Partij van de Arbeid enigszins zenuwachtig worden, want het is bekend, dat de leiding van de Partij van de Arbeid het bestuur van de Federatie Amsterdam van de Partij van de Arbeid verboden heeft, een massameeting te houden in de Apollohal, welke gericht zou zijn tegen de houding, die de Regering tegenover de Amsterdamse belangen inneemt. Vervolgens wijst spreker er op, dat Burgemeester en Wethouders in het eerste punt van hun verklaring het volgende mededelen: ‚Burgemeester en Wethouders hebben na het raadsbesluit van 29 mei 1957 in zake de IJ-tunnel- bouw met belangstelling het Kamerdebat van 13 en 14 juni 1957 gevolgd en hebben op grond van de aangenomen motie-Romme en de tijdens de interpel- latie door de Regering gegeven antwoorden, de vereiste stappen ondernomen om de zaak van de IJ-tunnel weer op gang te brengen.” Spreker heeft nooit gehoord, dat deze zaak was stopgezet. Uit deze verklaring blijkt echter, dat zij wel is stopgezet, want men wilde haar weer op gang brengen. Met betrekking tot de interpellatie, waarop in het eerste punt van de verklaring van Burgemees- ter en Wethouders gedoeld wordt, wil spreker wijzen op het merkwaardige feit, dat het lid van de Tweede Kamer-fractie van de Partij van de Arbeid, dat deze interpellatie gehouden heeft, niet een Amsterdammer, maar een Rotterdammer was, die tegenstander is van de IJ-tunnel. [De heer VAN DER HOEVEN: De ene onthulling volgt op de andere!] Nu leest spreker in punt 3 van de verklaring: „Burgemeester en Wethouders hebben de overtuiging gekregen, dat, zodra er overeenstemming zou zijn ver- kregen over de technische en financiële vraagstukken, de bouw van de IJ- tunnel voortgang zou kunnen vinden.” Hoe zijn Burgemeester en Wethouders tot deze overtuiging gekomen ? Toch zeker niet op grond van de motie-Romme, die hiertoe in het geheel geen aanleiding gaf. Spreker zou op dit punt gaarne door Burgemeester en Wethouders worden ingelicht. Door de Voorzitter is gezegd, dat Burgemeester en Wethouders sedert de raadsvergadering van 29 mei jl. geen gelegenheid hebben gehad, de Raad over de gang van zaken in te lichten. Spreker meent, dat deze mededeling niet geheel juist is. Toen Burgemeester en Wethouders nl. meenden, dat er aanleiding was om de inschrijving op de IJ-tunnellening op te schorten, hadden zij naar sprekers oordeel deze zaak in een raadsvergadering aan de orde dienen te stellen. Deze kwestie behoorde niet alleen tot de competentie van Burgemeester en Wethouders. Het College moest het raadsbesluit van 29 mei”uitvoeren en toen de uitvoering daarvan niet mogelijk bleek, had het op de weg van Burgemeester
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/