archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 80
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 (avondzitting) 900 IJ-tunnel (De Roos) IJ-tunnel 901 Gemeenteblad afd. 2 7. Op 11 juli werd het volgende regeringscommuniqué bekend gemaakt: „De regering heeft met verwondering kennis genomen van de mededelingen het debat over deze aangelegenheid op 29 mei jl. geen gelegenheid meer is geweest om in de Raad over deze kwestie te spreken. betreffende de plannen voor de IJ-tunnel, die de indruk kunnen geven, alsof Namens Burgemeester en Wethouders doet spreker de volgende mededelingen. het vast zou staan, dat thans met de uitvoering kan worden doorgegaan. „l. Burgemeester en Wethouders hebben na het raadsbesluit van 29 mei 1957 in zake de IJ-tunnelbouw met belangstelling het Kamerdebat van 13 en 14 juni 1957 gevolgd en hebben op grond van de aangenomen motie-Romme en de tijdens de interpellatie door de Regering gegeven antwoorden de vereiste stappen ondernomen om de zaak van de IJ-tunnel weer op gang te brengen. In het standpunt van de regering, zoals het in de Tweede Kamer is uit- eengezet, is geen verandering gekomen. Het kan voor haar oordeel ook niet beslissend zijn, of voor een beperkt deel der kosten een lening kan worden gesloten. 2. Op 18 juni 1957 heeft een bespreking plaats gevonden tussen de Minis- ter van Verkeer en Waterstaat en de waarnemend Burgemeester van Amsterdam over de bij het te verwachten technische overleg te volgen procedure. Na enige correspondentie resulteerde de afspraak, om op 23 juli een breed overleg te voeren, gelijk in het communiqué van Burgemeester en Wethouders van 12 juli is medegedeeld. De regering heeft zich bereid verklaard tot besprekingen met het Am- sterdamse gemeentebestuur, zowel over de technische als over de financiële problemen. Op dezelfde dag (18 juni) heeft de waarnemend Burgemeester op zijn verzoek een bespreking gehad met de Ministers van Financiën en van Binnenlandse Zaken over de mogelijkheid om na het technisch overleg te komen tot overeen- stemming over de financiering van de IJ-tunnelbouw binnen het kader van een voor de Regering aanvaardbaar bestedingsschema. Zij betreurt het, indien daarop wordt vooruitgelopen.” 3. Burgemeester en Wethouders hebben de overtuiging gekregen, dat, zodra er overeenstemming zou zijn verkregen over de technische en financiële vraagstukken, de bouw van de IJ-tunnel voortgang zou kunnen vinden. 8. Burgemeester en Wethouders hebben daarop in hun communiqué van 12 juli 1957 geantwoord als volgt: 4. Burgemeester en Wethouders hebben, zo spoedig dit mogelijk was, uitvoering gegeven aan het raadsbesluit van 29 mei in zake de instelling van het Grootboek-IJ-tunnel en de uitgifte van een lening voor de IJ-tunnelbouw, teneinde de zekerheid te verkrijgen, dat een voor de Regering aanvaardbare voortzetting van de IJ-tunnelbouw in de overgangsfase zou kunnen worden gefinancierd met langlopend krediet, en een verdere stijging van de vlottende schuld uit dezen hoofde zou worden voorkomen. „Burgemeester en Wethouders van Amsterdam delen naar aanleiding van het op 11 juli 1957 bekend gemaakt communiqué van de Rijksvoorlichtingsdienst over de IJ-tunnel het volgende mede: 5. Toen Burgemeester en Wethouders op 10 juli overgingen tot de uitgifte van de IJ-tunnellening, stond vast, dat een belangrijk deel van de voor de overgangsfase benodigde gelden ter beschikking zou komen op grond van door bedrijven en andere instellingen gedane toezeggingen. 1. Burgemeester en Wethouders hebben uit het feit, dat de Regering de motie-Romme heeft aanvaard, alsmede uit door hen na de Kamerdiscussies met verschillende Ministers opgenomen contacten, de overtuiging geput, dat de tunnelwerken voortgang zullen kunnen hebben, zodra met de Regering over de wijze van uitvoering en over het investeringsschema overeenstemming is verkregen. Van een en ander hebben zij in het prospectus voor de IJ-tunnel- lening mededeling gedaan. 6. Van de zijde van de geldgevers was aanvankelijk in de besprekingen als voorwaarde gesteld voor hun medewerking, dat de Gemeente de garantie zou geven, dat de IJ-tunnelbouw met goedvinden van de Regering voortgang zou kunnen hebben. Burgemeester en Wethouders konden uiteraard de gevraagde garantie niet geven, aangezien zulks, zoals uit het Kamerdebat was komen vast te staan, afhankelijk zou zijn van het nog te voeren technische en financiële overleg. 2. Burgemeester en Wethouders zijn er erkentelijk voor, dat de Minister van Verkeer en Waterstaat met voortvarendheid een breed overleg, hetwelk op 23 juli e.k. aanvangt, heeft voorbereid. Het overleg met de geldgevers heeft er toe geleid, dat het standpunt van Burgemeester en Wethouders in het prospectus als volgt werd geformuleerd: 3. Burgemeester en Wethouders hebben nimmer de bedoeling gehad, op het overleg op enigerlei wijze vooruit te lopen.” „Burgemeester en Wethouders hebben uit de resultaten van de debatten in de Tweede Kamer naar aanleiding van de op 13 en 14 juni 1957 gehouden interpellatie in zake de IJ-oeververbindingen en op grond van de door hen te bevoegder plaatse ingewonnen inlichtingen, de overtuiging gekregen, dat de IJ-tunnelwerken voortgang kunnen vinden op een wijze en volgens een schema, nader met de Regering overeen te komen.” 9. In de verschijning van het communiqué hadden Burgemeester en Wet- houders inmiddels aanleiding gevonden, onmiddellijk een bespreking te vragen met de Minister-President. Deze bespreking, waaraan de waarnemend Burge- meester en de Wethouders voor de Financiën en de Publieke Werken hebben deelgenomen, is gehouden op 16 juli. Voorts werd overeengekomen, dat de inschrijving op 19 juli 1957 zou wor- den gehouden. 10. Het regeringscommuniqué was inmiddels voor de geldgevers, waar- mede het contact over de lening had plaats gevonden, aanleiding geworden, aan Burgemeester en Wethouders te berichten, dat naar hun oordeel door het regeringscommuniqué de voortgang van de bouw van de IJ-tunnel op losse schroeven was komen te staan, en dat zij zich niet meer gebonden achtten aan hun toezeggingen. Zij gaven Burgemeester en Wethouders het stellige advies, de inschrijving op de IJ-tunnellening voorlopig uit te stellen, tenzij het overleg met de Minister-President zou leiden tot een publikatie van de Regering, dat thans met de uitvoering van de IJ-tunnelwerkzaamheden kon worden voortgegaan. Een dergelijke publikatie was uiteraard op een zo korte termijn niet te verwachten. Burgemeester en Wethouders hebben onder die omstandigheden besloten, tot opschorting?van”de inschrijvingsdatum over te gaan, waarbij zij in hun communiqué van 16 juli 1957 hebben gewezen op de stand der besprekingen met de Regering, waarbijfzij doelden”op"dejbespreking’met’de Minister-Presi- dent op 16 juli 1957 en op de intussen vastgestelde bespreking met de Ministers
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/