archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 79
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 (avondzitting) 898 (Den Uyl e.a.) Orde der vergadering IJ-tunnel 899 Gemeenteblad afd. 2 nieuwe stadsuitbreidingen is geweest. Bij een deel van de bevolking heerst momenteel grote twijfel, of dit beleid wel juist is en ook de Federatie Amsterdam van de Partij van de Arbeid is ten deze in het geheel niet gerust en heeft een telegram gezonden aan het Eerste-Kamerlid, de heer In ’t Veld, om hem te verzoeken, vooral op te treden tegen de huurverhoging voor de nieuwe wonin- gen. Hieruit blijkt naar sprekers mening wel, dat er sprake is van verontrusting en van een zekere kritiek op het beleid van Burgemeester en Wethouders. Blijkens de persberichten vraagt de Minister zich af, of Amsterdam de circu- laire wel op de juiste wijze uitlegt. Ook hierin ligt een bepaalde kritiek. Het De spreker zeer gewenst, dat de Raad over deze aangelegenheid wordt inge- cht. f 4 tot f 10 per maand meer moeten betalen. Het gaat hier om een groot aantal Amsterdamse gezinnen, die in ernstige financiële moeilijkheden worden ge- bracht. Het is naar sprekers oordeel dan ook noodzakelijk, dat de Raad deze zaak thans in behandeling neemt. Het ordevoorstel-Seegers wordt verworpen met 32 tegen 6 stemmen. Vóór: de leden Jansz, Kuiters, Luirink, mevr. Teeboom-van West, Weenink en Seegers. Tegen: de leden Herfst, Rossen, Scheerens, mevr. Van der Sluis-Fintelman, mevr. Wijsmuller-Meijer, De Bruijne, Schippers, Baruch, Sajet, mevr. Vorrink- Bergmeijer, mevr. Mozer-Ebbinge, mej. Luns, Le Cavelier, Boetje, Elkerbout, mevr. Friedman-van der Heide, Meewezen, Vermeulen, Van Rij, Van Sandick, Van der Hoeven, Van den Bergh, Van ’t Hull, Steinmetz, Ram, mej. Koppen- schaar, Van Wijck, Damoiseaux, Elsenburg, Den Uyl, Burger en De Roos. Aan deze stemming is niet deelgenomen door de leden mevr. Westendorp- Lansink, In ’t Veld en Wiggermann. Aan de orde is hierna: 3° Mededeling met betrekking tot de IJ-tunnel. De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, zegt, dat Burgemeester en Wethouders van mening zijn, dat de stand van zaken met betrekking tot de IJ-tunnel aanleiding geeft om de Raad hierover in te lichten, aangezien er na De heer DEN UYL merkt”op, dat de verhoging van de huren van nieuwe woningen ongetwijfeld een belangrijke aangelegenheid is, in het bijzonder voor de bevolking in nieuw-West. Het is ook om deze reden, dat de heer Scheerens onmiddellijk nadat de aanschrijvingen aan de huurders waren uitgegaan, schriftelijke vragen heeft gericht tot Burgemeester en Wethouders, opdat duidelijk zal worden, welk beleid Burgemeester en Wethouders hierin hebben gevolgd binnen het kader van de aanwijzingen, die daartoe door het Rijk zijn gegeven. Gezien de betekenis van deze aangelegenheid en de wijze, waarop die reeds tot uitdrukking is gekomen in de uitvoerige schriftelijke vragen van de heer Scheerens, meent spreker, dat de Raad bepaald een onjuiste weg zou bewandelen, als staande deze vergadering overgegaan werd tot een soort van interpellatie van de heer Seegers. Deze gang van zaken zou in strijd zijn met het Reglement van Orde, dat bepaalt, dat, wanneer schriftelijke vragen over een bepaalde aangelegenheid zijn gesteld, deze aangelegenheid niet voor interpellatie in aanmerking komt. Een behandeling van deze aangelegenheid op dit moment lijkt spreker bovendien bepaald in strijd met wat een goede behandeling van de belangen van deze huurders vraagt. Nu door de heer Scheerens schriftelijke vragen zijn ingediend, is het naar sprekers mening van belang, dat de Raad eerst het antwoord van Burgemeester en Wethouders op deze vragen afwacht om op grond van duidelijke gegevens over deze aange- legenheid te kunnen spreken. Door Burgemeester en Wethouders wordt thans gezegd, dat het juist zal zijn, dat de Raad eerst het antwoord van Burgemeester en Wethouders op de schriftelijke vragen van de heer Scheerens afwacht. Intussen zal echter de huur- verhoging doorgang vinden en zullen de betreffende gezinnen bedragen van De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, merkt namens Burgemeester en Wethouders op, dat, zo lang nog niet vaststaat, waar precies de verant- woordelijkheden liggen voor een aantal van de punten, die op deze materie betrekking hebben, het op dit ogenblik voor ieder raadslid onmogelijk is, een juist oordeel uit te spreken over de verschillen tussen datgene, wat Burge- meester en Wethouders hebben te doen en wat de Minister heeft te doen. Hierover gaat het bij deze zaak in de eerste plaats. Op grond hiervan lijkt ook Burgemeester en Wethouders dus op het ogenblik het behandelen van deze aangelegenheid niet opportuun. De heer BURGER merkt op, dat hij zich kan aansluiten bij hetgeen door de heer Den Uyl is opgemerkt. Hoewel spreker wel degelijk van de belangrijk- heid van deze aangelegenheid overtuigd is, zou ook hij het onjuist vinden, thans aan het verzoek van de heer Seegers te voldoen en dit te meer, omdat spreker weet, dat deze aangelegenheid volop de aandacht van het College heeft. Spreker stelt dus voor, thans te stemmen over het ordevoorstel van de heer Seegers. De heer LE CAVELIER merkt op, dat, indien deze zaak inderdaad het grote belang heeft, dat de heren Seegers, Den Uyl en Burger er aan hechten, het raadzaam zou kunnen zijn, deze interpellatie toe te staan in de vergadering, die eventueel morgenavond plaats vindt. Alvorens deze interpellatie gehouden wordt, zal de Raad echter eerst door Burgemeester en Wethouders over deze materie ingelicht dienen te worden, ten einde zich een oordeel er over te kunnen vormen. Indien Burgemeester en Wethouders dus in staat zouden zijn, de Raad de nodige gegevens te verschaffen, voordat het debat plaats vindt, zou spreker er geen bezwaar tegen hebben, deze interpellatie aan de Agenda toe te voegen. Aangezien hij echter wel inziet, dat Burgemeester en Wethouders daartoe niet in de gelegenheid zullen zijn, ziet ook hij geen mogelijkheid, aan het ver- zoek van de heer Seegers te voldoen. De heer VAN SANDICK merkt op, dat zijn fractie het op grond van hetgeen door Burgemeester en Wethouders en de heer Den Uyl met betrekking tot het verzoek van de heer Seegers is gezegd, niet opportuun acht, op dit verzoek in te gaan. De heer LUIRINK zegt, dat hem toch nog iets onduidelijk is in dit debat. Door de heer Le Cavelier is 0.4. opgemerkt, dat hij niet voldoende op de hoogte is van deze materie en dat Burgemeester en Wethouders deze zaak eerst moeten voorbereiden. Spreker wil er echter op wijzen, dat Burgemeester en Wet- houders van deze kwestie zeer zeker voldoende op de hoogte zijn. Deze zaak is reeds enige weken aan de gang en wanneer Burgemeester en Wethouders dan nog tot morgenavond de tijd hebben, zullen zij zeker in staat zijn, de Raad mede te delen, wat hun beleid ten aanzien van de verhoging van de huren in de
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/