archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 77
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 894 (Van Rij e.a.) Erfpachtsuitgifte Volgn. 743, benoemingen 895 Gemeenteblad afd. 2 59* Advies van de Commissie van voorbereiding, bedoeld in art. 22 der Bouwverordening, van 19 juli 1957, op het beroep van A. J. C. Horstman in zake het niet binnen de gestelde termijnen nemen van een beslissing over een bouwvergunning voor een dubbel woonhuis aan de Socratesstraat. De con- clusie luidt, het beroep gegrond te verklaren en een bouwvergunning te verlenen (Gemeenteblad afd. 1, no. 743, bladz. 1117). Het advies der Commissie wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 1118 van afd. 1 van het Gemeenteblad. De VOORZITTER, wethouder VAN WIJCK, stelt hierna aan de orde de benoemingen en nodigt de leden Elkerbout, mej. Luns en Van Rij uit, met hem het bureau van stemopneming uit te maken. Benoemd worden tot: Vice-voorzitter van de Huurcommissie (no. 724): mr. A. A. L. F. van Dulle- men. de ontkenning van de heer Horstman, dat een dergelijke positieve mededeling zijnerzijds is geschied. Spreker weet, dat een ambtenaar van de Gemeente een verklaring heeft afgelegd, dat hij zich pertinent herinnert, dat een zodanige mededeling door de heer Horstman is gedaan, maar spreker vraagt zich af, of dit niet geweest is, toen zich een ander feit had voorgedaan, nl. dat men bij het Grondbedrijf de heer Horstman had gesuggereerd naar een ander te zoeken, omdat men bij de dienst op het standpunt stond, dat mej. Boom geen gegadigde meer was. Ongeveer in die tijd is een brief door Publieke Werken geschreven aan mej. Boom in Assen, waarbij zij uitgenodigd werd, een verklaring over te leggen van het C.B.H., dat zij een woonvergunning voor Amsterdam zou krijgen. Mej. Boom heeft hierop niet gereageerd, omdat zij niet meer in Assen woonde en verklaart thans, dat die brief haar niet heeft bereikt. Op grond daarvan heeft Publieke Werken geconcludeerd — het had daarbij de schijn mee! — dat mej. Boom niet meer in aanmerking wenste te komen voor het verkrijgen van het terrein in erfpacht. Spreker hoorde zo juist dus voor het eerst van dat gewijzigde adres. Hij neemt derhalve aan, dat de heer Herfst het hem niet euvel zal duiden, als hij thans niet verder op de door hem gestelde vragen ingaat. Het komt hem nl. gewenst voor, met de beantwoording van deze vragen te wachten, totdat deze zaak opgehelderd is. Vandaar, dat spreker de suggestie van de heer Van Rij zou willen volgen en dus zal nagaan, of hier nog andere feiten een rol spelen dan die, waarvan Burgemeester en Wethouders bij de beoordeling van deze aangelegen- heid zijn uitgegaan. Vervolgens is het resultaat aan Burgemeester en Wethouders medegedeeld, waarna op 22 november 1956 de Wethouder de directeur der Publieke Werken machtigde, om de door mej. Boom gestorte waarborgsom aan haar terug te betalen. Begin januari 1957 is opdracht gegeven aan het Gemeentegirokantoor om tot terugbetaling over te gaan en het enige feit, dat vaststaat, is, dat het Girokantoor een postcheque heeft gezonden aan mej. Boom te Assen, waar Zij sinds 14 jaar niet meer woonde. Mej. Boom schijnt thans met een verbaasd gezicht te verklaren, dat zij die postcheque nimmer heeft ontvangen en dus tot heden op het standpunt staat, dat zij gegadigde is voor het terrein. De heer HERFST merkt op, dat hij met de suggestie van de heer Van Rij om een nader onderzoek naar een en ander in te stellen, wel kan meegaan. Ge- zien het feit, dat deze kwestie reeds geruime tijd aanhangig is en de bestaande onzekere situatie voor de betrokkenen ongetwijfeld bepaalde bezwaren met zich brengt, dringt spreker er bij Burgemeester en Wethouders op aan, het onderzoek op korte termijn ter hand te nemen, opdat zo spoedig mogelijk een beslissing genomen zal kunnen worden. Daar de zaken zo liggen, zou spreker Burgemeester en Wethouders willen verzoeken, naar het verloop der feiten een grondig onderzoek in te stellen en deze zaak later met de nodige inlichtingen van het College nogmaals in de Raad aan de orde te stellen. De heer SCHEERENS merkt op, dat, nu Burgemeester en Wethouders deze zaak opnieuw gaan onderzoeken, het wellicht van betekenis is, bij dat onder- zoek in het oog te houden, dat in het adres van mr. Brölmann namens mej. Boom wordt medegedeeld, dat het haar bedoeling is, hetzij de woning zelf te betrekken, hetzij de woning te verhuren aan een derde, die in het bezit is van de vereiste woonvergunning. Spreker gelooft, dat, als men deze verzekering ernstig neemt, er voor de terecht door Burgemeester en Wethouders gekoesterde vrees voor handel in erfpacht weinig aanleiding meer bestaat. Wethouder VAN ’T HULL zegt, thans over deze zaak kort te moeten zijn. Spreker kan vele omstandigheden, die Burgemeester en Wethouders tot hun standpunt hebben gebracht, overslaan, daar de heer Van Rij een novum op tafel heeft gelegd, nl. de positieve mededeling, dat mej. Boom heeft gewoond op een ander adres dan dat, waarheen de Gemeente steeds stukken heeft ge- zonden. Het is dan begrijpelijk, waarom mej. Boom steeds niet heeft gereageerd op een aantal brieven, ook niet op de vraag van 14 juli 1956 om binnen vier weken de zg. principe-verklaring van het C.B.H. over te leggen, dat zij zelf de woning zou betrekken. De achtergrond van een dergelijke verklaring is, dat voorkomen moet worden, dat iemand over een terrein beschikt anders dan voor zelfbewoning dan wel voor bewoning door iemand, die tevoren niet bij de Gemeente bekend is. | Wethouder VAN ’T HULL merkt op, dat hij met nadruk wil verklaren, dat hij de opmerking van de heer Scheerens zal bezien in het licht van het totale onderzoek van deze zaak. Spreker zegt dit, om bepaald niet de indruk te vestigen, dat datgene, wat de heer Scheerens in het midden heeft gebracht, Burgemeester en Wethouders op dit moment aanleiding zou geven, op enigerlei andere wijze tegen deze zaak aan te zien, dan zij tot nu toe gedaan hebben. In de tweede plaats is er geen reactie geweest, nadat het bedrag van de waar- borgsom door het Gemeentegirokantoor was terugbetaald. De VOORZITTER, wethouder VAN WIJCK, merkt op, dat de verdere behandeling van dit punt dus wordt aangehouden en dat dit opnieuw op de agenda zal worden geplaatst, nadat een nader onderzoek is ingesteld. Met nadruk stelt spreker, dat een serie verklaringen van verschillende amb- tenaren bij de bepaling van de houding van Burgemeester en Wethouders een zeer belangrijke rol hebben gespeeld. Inderdaad hebben zich deze voor het groot- ste deel in de mondelinge sfeer bewogen. Conform besloten. Het beste lijkt spreker, dat een en ander eens precies wordt nagegaan. Ook wil hij wel eens precies weten, wat de lotgevallen zijn geweest van de bewuste postcheque. Daar spreker thans niet over nadere gegevens beschikt, stelt hij voor, het adres aan te houden en het later wederom op de agenda te plaatsen.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/