archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 65
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 870 (Le Cavelier e.a.) Restauratie perceel Restauratie perceel 871 Gemeenteblad afd. 2 heden dus over een langere tijd had moeten verdelen, zou het gebouw gedurende een langere periode leeg hebben moeten staan en dat is, met het oog op de toe- stand, waarin het pand verkeerde, zeer ongunstig. Trouwens, de werkzaamheden hebben al ongeveer 1+ jaar geduurd en hierin zit op zich zelf reeds een zekere temporisering. De voodracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 1043 van afd. 1 van het Gemeente- blad. 18° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 5 juli 1957, tot verhoging van het subsidie voor de restauratie van perceel Oudezijds Voorburgwal 45 met f 375 (Gemeenteblad afd. 1, no. 683, bladz. 1058). moeten overwegen, of deze restauratie, gezien de omstandigheden, kon door- gaan dan wel getemporiseerd moest worden uitgevoerd. Spreker zou het op prijs stellen, indien ter kennis van de bevoegde instanties werd gebracht, dat bij dergelijke geweldige overschrijdingen eerst de Raad geconsulteerd dient te worden. Door de heer Van Sandick is gevraagd, hoe het in het algemeen met de monumentenzorg zal gaan. Hoewel Burgemeester en Wethouders niet kunnen vooruitlopen op de Begroting voor 1958, menen zij wel te kunnen zeggen, dat ook ten aanzien van de monumentenzorg sprake zal zijn van enige temporise- ring. De vrees, dat daardoor de monumentenzorg zou komen stil te staan, lijkt Burgemeester en Wethouders prematuur, daar zij stellig niet het voornemen hebben, deze werken, die van zo groot belang zijn voor het speciale karakter van Amsterdam, stop te zetten. De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goed- gekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 1058 van afd. 1 van het Gemeenteblad. De heer VAN SANDICK merkt op, dat hij ergens gelezen heeft, dat er bij de oudheidkundige verenigingen ongerustheid bestaat ten aanzien van de be- dragen, die gevoteerd zullen worden ten behoeve van restauraties. Spreker zou gaarne van Burgemeester en Wethouders vernemen, of voor deze ongerustheid inderdaad aanleiding bestaat. De heer Luirink heeft een vraag gesteld over de entreeprijzen. Burgemeester en Wethouders menen, dat zij daarover op het ogenblik geen oordeel kunnen uitspreken. Wel kunnen zij mededelen, dat naar hun mening voor dit museum een museumregeling zal moeten worden getroffen. Het feit, dat het museum in belangrijke mate door de Gemeente gesteund zal moeten worden, zal wel mee- brengen, dat van gemeentewege bepaalde verlangens ten aanzien van openings- tijden en entreeprijzen kunnen worden gesteld. Hierover kan spreker echter thans nog geen nadere mededelingen doen. De heer LUIRINK merkt op, dat zijn fractie met deze voordracht akkoord gaat. Zij is van oordeel, dat deze restauratie noodzakelijk is, aangezien hier- door de gelegenheid wordt geschapen, in dit perceel het Toneelmuseum onder te brengen. Wat betreft de huur van het gebouw willen Burgemeester en Wethouders er op wijzen, dat hier een bepaald verband bestaat tussen de hoge restauratiekosten en het huurbedrag. Bij de besprekingen over de grote bedragen, die door de overheid aan deze restauratie moesten worden besteed, is nl. tegelijkertijd be- dongen, dat het gebouw voor een bepaald bedrag kon worden gehuurd door de Gemeente. Dat huurbedrag is niet gebaseerd op de waarde, die men aan het pand zou kunnen toekennen, nadat het gerestaureerd is. Het zou nl. als han- delskantoor of op andere wijze een veel hogere huur kunnen opbrengen dan het be- drag, waarvoor het thans aan de Gemeente zal worden verhuurd. De Gemeente zou echter nimmer bereid zijn geweest, die hoge bedragen aan de restauratie te besteden, wanneer het gebouw daarna bijv. als handelskantoor in gebruik zou zijn genomen. Erisdus verband tussen diedingenen het ligt voor de hand, dat de Ge- meente voor geruime tijd het recht heeft bedongen om het pand te mogen huren. Zou op enig tijdstip de Raad zijn fiat niet kunnen of willen geven aan verdere subsidiëring van het Toneelmuseum, zodat die instelling niet de middelen zou bezitten om het pand verder te huren, dan is er geen twijfel aan, dat er andere gegadigden zullen zijn, die een hoger huurbedrag zullen willen betalen. Er schuilt dus naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders geen risico in de gemaak- te afspraak om het pand voor geruime tijd te huren. Met het oog op de te heffen toegangsprijzen zou spreker aan Burgemeester en Wethouders willen vragen, of het ook mogelijk is, dit museum onder de algemene regeling in zake de musea te laten vallen. Wethouder VAN DEN BERGH zegt, dat het rekenkundig juist is, dat deze restauratie achtmaal zoveel gaat kosten als aanvankelijk geraamd werd. Er is eerder al een voordracht bij de Raad ingediend, waarbij het aanvankelijk ge- raamde bedrag ongeveer verdubbeld werd. Burgemeester en Wethouders hadden deze gang van zaken natuurlijk kunnen volhouden en de Raad bij geregelde tussenpozen van de stand van het werk en de oplopende bedragen in kennis kunnen stellen, doch naar zijn mening zit er iets onbehaaglijks in, om af en toe subsidieverhogingen te vragen, terwijl men nog niet kan zeggen, hoe een en ander zich zal ontwikkelen. Hier speelt het bijzondere geval een rol, dat, toen eenmaal het plan op- kwam, dit gebouw voor het Toneelmuseum te gebruiken, enkele speciale eisen aan die restauratie zijn gesteld. Men wilde nl. de in het gebouw aanwezige stucwerken, betimmeringen en beschilderingen behouden. Toen nu bij de restauratie bleek, dat het pand in een veel slechtere staat ver- keerde dan men aanvankelijk meende, werd de restauratie onevenredig veel duurder, als gevolg van de wijze, waarop gewerkt moest worden. Deze wijze van restaureren had echter alleen zin in samenhang met de gedachte, dat dit pand terwille van zijn mooie interieurs ook een openbaar gebruik zou kunnen vinden. Door de heer Van Rij is gevraagd, of men hier niet te maken heeft met een gebrek aan controle. Burgemeester en Wethouders menen, dat dit niet het geval is. Wel zou het misschien mogelijk zijn geweest, bij een zeer grondig onderzoek, compleet met breken, bepaalde gebreken vast te stellen. Het is echter niet zo, dat men, wanneer een pand verzakt is en daarvoor bepaalde oorzaken in de funda- menten kunnen worden opgespoord, een nauwkeurig overzicht heeft van het verdere verloop van de werkzaamheden. Ook bij andere gelegenheden is vaak gebleken, dat, wanneer men ergens iets gaat opknappen, men dan van het een in het andere valt. Vooral bij een zo moeilijk werk als een restauratie, waarvoor speciale vakbekwaamheid vereist is, komt men al spoedig voor grote kosten- verhogingen en onvoorziene uitgaven te staan. De heer Le Cavelier heeft de vraag gesteld, of de kosten van deze restauratie niet over een langere periode verdeeld hadden kunnen worden. Spreker wil er op wijzen, dat men op die wijze zeer onpraktisch zou hebben moeten werken. Het pand is nl. voor de restauratie geheel ontruimd en wanneer men de werkzaam-
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/