archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 64
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 868 (Herfst e.a.) Volgn. 682, 676 De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 995 van afd. 1 van het Gemeente- blad. Hierdoor is tevens op het bij de voordracht aan de orde gestelde adres beschikt. 16° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 5 juli 1957, tot het verlenen van subsidie van ten hoogste f 3300 voor de restauratie van perceel Spuistraat 51 (Gemeenteblad afd. 1, no. 682, bladz. 1057). De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goed- gekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 1057 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 17° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 5 juli 1957, tot verhoging van het subsidie voor de restauratie van perceel Herengracht 168 met 57.229,50 (Gemeenteblad afd. 1, no. 676, bladz. 1042). De heer SCHEERENS merkt op, dat hij aan twee aspecten van deze voor- dracht gaarne enige aandacht zou willen besteden. Uit de voordracht blijkt, dat het bedrag, dat ten slotte met de restauratie van dit belangrijke perceel is ge- Restauratie perceel 869 Gemeenteblad afd. 2 moeid, ongeveer achtmaal zo hoog is als het bedrag, dat aanvankelijk geraamd werd. Een raming is uiteraard nooit zo secuur en zo gedetailleerd als een begro- ting en daarom is het, gezien het karakter van deze omvangrijke restauratie, begrijpelijk, dat de aanvankelijke raming belangrijk werd overschreden. Uit deze zeer belangrijke overschrijding van de raming blijkt echter toch wel, dat hier sprake is van een enigszins extreem geval. Het is overigens uit de stukken wel duidelijk geworden, welke verborgen gebreken men bij het uitvoeren der werkzaamheden heeft aangetroffen en spreker is het er in het algemeen wel mee eens, dat, wanneer men bij het uitvoeren van werkzaamheden zulke gebreken tegenkomt, men niet kan nalaten, de nodige voorzieningen te treffen. ten hoogste vijfmaal de jaarlijkse pachtsom. Met betrekking tot pachtovereen- komsten van kortere duur is thans bepaald, dat bij niet-voortzetting een ver- goeding zal worden gegeven van ten minste zes maanden, welke vergoeding voorheen drie maanden pacht bedroeg. Dit zijn belangrijke verbeteringen. De argumentatie, die de voordracht voor deze verbeteringen aanvoert, wordt door spreker onderschreven. : Het tweede aspect, dat aan deze voordracht verbonden is, betreft de huis- vesting van het Toneelmuseum. Het verheugt sprekers fractie, dat voor ditmuseum een zo waardige huisvesting is gevonden. Het is spreker gebleken, dat voor het jaar 1958 op de Begroting een post van f 12.000 is gereserveerd om het Toneel- museum in staat te stellen, de huurprijs van dit pand te betalen. Hierbij rijst de vraag, of de huur door de Vereniging „Het Toneelmuseum”’ voor lange duur is aangegaan. Hierover worden in de voordracht geen mededelingen aangetroffen. Als dit inderdaad het geval zou zijn, hetgeen sprekers fractie zou verheugen, dan wil spreker er toch wel de aandacht op vestigen, dat dit betekent, dat voor de periode, gedurende welke de huur is aangegaan, steeds gerekend moet worden op een subsidielast van f 12.000 per jaar. Alles tegen elkaar afwegende en veronderstellende, dat inderdaad een huur voor lange termijn is aangegaan, kan sprekers fractie zich toch wel met deze voordracht verenigen, vooral gezien het feit, dat het voor het Toneelmuseum beslist noodzakelijk was, een goede huis- vesting te vinden. Nu men er in geslaagd is, voor dit museum een zeer fraaie en waardige huisvesting te vinden, een huisvesting, die alleszins voor een bezichti- ging in aanmerking komt, gelooft spreker, dat al met al toch wel een aanvaard- bare oplossing is verkregen. Door deze verbeteringen is slechts gedeeltelijk tegemoetgekomen aan het adres, dat de Bond van huurders van landerijen van de gemeente Amsterdam heeft ingezonden. Er is nl. niet voldaan aan het verzoek, naar analogie van de regeling voor de middenstanders in de Weesperstraat, de wijziging in ieder geval terugwerkende kracht te verlenen tot 1 januari 1956. Burgemeester en Wethou- ders stellen nl. voor, de wijziging terugwerkende kracht te verlenen tot 1 sep- tember 1956. Spreker zou gaarne van Burgemeester en Wethouders vernemen, waarom niet aan dit verzoek van de Bond van huurders van landerijen van de gemeente Amsterdam is tegemoetgekomen. De heer VAN RIJ merkt op, dat hij zich geheel kan aansluiten bij het betoog van de heer Scheerens. Gezien de schrikbarende overschrijding van de oor- spronkelijke raming, zou spreker nog de vraag willen stellen, of de opneming van het perceel wel op de juiste wijze heeft plaats gehad en of Burgemeester en Wethouders met betrekking tot de opneming van dergelijke oude percelen niet zodanige voorschriften zouden kunnen geven, dat de Raad in het vervolg niet meer voor dergelijke onaangename verrassingen komt te staan. Wethouder VAN ’T HULL merkt op, dat hij erkentelijk is voor de woorden, die de heer Herfst ten aanzien van deze voordracht heeft gesproken. De voor- gestelde verbeteringen zijn ongetwijfeld bevorderlijk voor een goede verstand- houding tussen de Gemeente en de agrarische medeburgers van de stad. De heer LE CAVELIER merkt op, dat, wanneer hij de voordracht nog eens doorleest, hij niet tot de conclusie komt, dat er een verkeerde opneming heeft plaats gehad. Naar zijn mening is de gang van zaken zo geweest, dat men tijdens de aanvankelijke restauratiewerkzaamheden besloten heeft, de restauratie op uitgebreidere schaal ter hand te nemen. Dit zal ongetwijfeld noodzakelijk geweest zijn, doch naar sprekers mening zou het dan beter geweest zijn, de Raad hierover op een eerder tijdstip in te lichten. De Raad zou dan vrijelijk zijn standpunt hebben kunnen bepalen ten aanzien van de vraag, of het ver- antwoord is, een dergelijke som thans beschikbaar te stellen. Door de heer Herfst is gevraagd, waarom Burgemeester en Wethouders niet hebben voldaan aan het verzoek van de Bond van huurders van landerijen van de gemeente Amsterdam, naar analogie van de regeling voor de middenstanders in de Weesperstraat, de wijziging in ieder geval terugwerkende kracht te ver- lenen tot 1 januari 1956. Spreker deelt in antwoord op deze vraag mede, dat om verschillende redenen, voornamelijk van administratieve aard, niet verder terug moet worden gegaan dan tot 1 september 1956. Gezien de grote verbetering, die tot stand is gekomen, neemt spreker aan, dat ook de Bond van huurders van landerijen van de gemeente Amsterdam met deze regeling niet ontevreden zal zijn, want deze regeling komt praktisch gesproken geheel tegemoet aan hetgeen deze bond gevraagd heeft. Spreker is van mening, dat het de moeite waard is, dit perceel, dat door Philip Vingboons gebouwd is en waaraan bekende kunstenaars, als Van Logteren, De Moucheron en Jacob de Wit, hebben medegewerkt, voor Am- sterdam te behouden, maar hij wil er met nadruk op wijzen, dat men op het ogenblik te maken heeft met een bestedingsbeperking. Zou de Raad dus eerder van deze overschrijding op de hoogte zijn gesteld, dan zou de Raad hebben
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/