archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 63
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
24 juli 1957 866 (Van Rij e.a.) Volgn. 730, 729 De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 1094 van afd. 1 van het Gemeente- blad. 13° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 12 juli 1957, tot het garanderen gedurende 1956 van de veilingprijzen van de in het tuin- bouwgebied-Sloten door vier tuinders gekweekte groene komkommers (Gemeenteblad afd. 1, no. 730, bladz. 1096). De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goed- gekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 1096 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 14° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 12 juli 1957, tot het vernieuwen van het brugdek van de brug over de Korte Prinsengracht vóór de Haarlemmerdijk (Gemeenteblad afd. 1, no. 729, bladz. 1095). De heer JANSZ merkt op, dat zijn fractie gaarne akkoord gaat met het ver- nieuwen van het brugdek van de brug over de Korte Prinsengracht vóór de Volgn. 657 867 Gemeenteblad afd. 2 Haarlemmerdijk. Gezien het feit, dat de werkzaamheden in de Haarlemmer- straat bijna gereed zijn en hoogstwaarschijnlijk met het uitvoeren van de riole- rings- en bestratingswerkzaamheden in de Haarlemmerdijk nog niet begonnen zal zijn, wanneer met het vernieuwen van het brugdek een aanvang wordt ge- maakt, zou spreker aan Burgemeester en Wethouders de vraag willen stellen, of het niet gewenst is, het vernieuwen van het brugdek in twee fasen te doen ge- schieden, opdat het verkeer van de genoemde straten gebruik kan blijven maken. De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 1095 van afd. 1 van het Gemeente- blad. 15° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 5 juli 1957, in zake de regeling van vergoedingen aan pachters van gronden, toebehorende aan particulieren en aan de Gemeente, ingeval de pacht niet wordt verlengd of voortgezet (Gemeenteblad afd. 1, no. 657, bladz. 993). Hierbij komt tevens in behandeling: Adres van 14 juni 1957, van de Bond van huurders van landerijen van de gemeente Amsterdam, in zake een herziening van de schadevergoedings- regeling bij niet-voortzetting van de pacht. De heer HERFST merkt op, dat hij zich over deze voordracht verheugt, omdat zij een verbetering inhoudt van de regeling in zake de vergoedingen aan pach- ters van gronden, toebehorende aan particulieren en aan de Gemeente. Blijkens de voordracht werd tot nu toe, wanneer een pacht, die langer dan 10 jaar had geduurd, niet werd verlengd of voortgezet, een vergoeding gegeven van ten hoogste 24 maal de jaarlijkse pachtsom. Deze vergoeding is thans bepaald op en dus niet meer in gebruik te laten bij de vroegere pachter, want het feit, dat die grond in gebruik is gebleven bij de vroegere pachter, heeft voor de Gemeente op grond van de wettelijke voorschriften de onaangename consequentie, dat zij aan degene, aan wie de grond was toegezegd, schadevergoeding moet gaan betalen. Naar spreker meent heeft een soortgelijke situatie zich in het verleden al eens meer voorgedaan en daarom interesseert het hem, of het mogelijk is, in dergelijke gevallen de grond braak te laten liggen. Wethouder VAN ’T HULL merkt op, dat hij bereid is, de suggestie van de heer Jansz nader te overwegen. Als spreker de heer Jansz goed begrepen heeft, heeft deze gezegd, dat het vernieuwen van het brugdek wel in uitvoering zal komen, voordat met de werkzaamheden aan de Haarlemmerdijk een begin zal worden gemaakt. Spreker wil er in dit verband echter op wijzen, dat in verband met de circulaire, die van de Minister van Binnenlandse Zaken ontvangen is, thans ten aanzien van de tijdstippen, waarop de verschillende werken in uitvoe- ring zullen worden genomen, geen enkele zekerheid meer bestaat. Het is thans zo, dat geen enkel krediet meer kan worden aangevraagd, wanneer niet tegelijk lang geld op tafel kan worden gelegd. Deze onzekere situatie vormt een onder- deel van een zeer groot complex van vraagstukken, waarmede Burgemeester en Wethouders thans te maken hebben en waarvan zij zich voorstellen, dat daar- over op de kortst mogelijke termijn nader met de Raad van gedachten zal wor- den gewisseld. Wethouder VAN ’T HULL merkt ter beantwoording van de vraag van de heer Van Rij op, dat hij gaarne bereid is, deze vraag nog eens wat rustiger te overwegen. Op dit ogenblik zou hij op deze vraag het volgende willen antwoor- den. Als men deze zaak uitsluitend beziet van uit het belang van de Gemeente, dan is de door de heer Van Rij gesuggereerde oplossing de aangewezen weg. Spreker wil er echter op wijzen, dat men dan uit het oog verliest het bijzonder grote gebrek aan grond, dat er in het algemeen in Nederland en in het bijzonder in de directe omgeving van Amsterdam is. M.a.w., er is een voortdurende en begrijpelijke drang bij de grondgebruikers om op ieder stukje grond, dat nog niet voor een ander doel in gebruik is genomen, zolang mogelijk te blijven boeren of tuinieren. Wanneer voor de Gemeente de risico’s niet al te groot zijn, dan zijn Burgemeester en Wethouders in het algemeen bereid, aan dat begrijpelijke verlangen van de grondgebruikers tegemoet te komen, doch deze bereidheid van Burgemeester en Wethouders leidt weleens, zoals in dit ge- val, tot enig bezwaar. Gezien de grote behoefte aan grond en gezien het feit, dat dergelijke ongelukjes betrekkelijk weinig voorkomen, zijn Burgemeester en Wet- houders echter van oordeel, dat een zeker risico op dat punt wel genomen kan worden. Vervolgens wijst spreker er op, dat Burgemeester en Wethouders bij een brugvernieuwing er steeds naar streven, de werkzaamheden in twee fasen te doen geschieden, als dit in verband met het verkeer gewenst is. Hij denkt in dit verband bijv. aan de werkzaamheden aan de Wiegbrug. Het antwoord op deze vraag van de heer Jansz ligt dus eigenlijk min of meer voor de hand. Dat spreker even wat dieper op de zaak is ingegaan, is een gevolg van de toe- lichting, die de heer Jansz op zijn vraag heeft gegeven en in dat verband meende spreker er goed aan te doen, er even op te wijzen, dat het tijdstip van uitvoering der werkzaamheden in sterke mate op losse schroeven is komen te staan. De heer VAN RIJ merkt op, dat, hoewel hij het argument, dat de Wethou- der heeft aangevoerd, respecteert, hij het toch op prijs zou stellen, een nadere inlichting over deze aangelegenheid te ontvangen, want hij acht het ongewenst, dat de Gemeente in dergelijke gevallen genoodzaakt wordt, schadevergoedingen uit te keren. Wethouder VAN ’T HULL merkt op, dat hij geen bezwaar heeft, de Raad hierover nader in te lichten.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/