archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 54
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 juli 1957 (avondzitting) 848 Schiphol (Van den Bergh) Schiphol 849 Gemeenteblad afd. 2 nen dan op hun begrotingen opnemen de bedragen, welke voor de financiering van de werken op Schiphol nodig zijn. Er is terecht gezegd, dat men niet precies weet, of een luchthaven uit- eindelijk niet rendabel moet zijn, maar met de Regering is spreker van mening, dat men een luchthaven toch niet zo gauw op een rendabele basis zal gaan brengen. Wanneer men ziet, welke bedragen er in moeten worden gestoken, dan zal er toch eerst een sterke uitbreiding van het gebruik van de luchthaven moeten zijn opgetreden, voordat de luchthaven rendabel kan worden. Wanneer men dan met de Regering van oordeel is, dat het sociaal-economisch voor de stad en voor het land van groot belang is, dat van de luchthaven veel gebruik wordt gemaakt, dan moet men er dus niet in de eerste plaats op uit zijn, de tarieven op te voeren tot een rendabel peil, doch dan dient men er veeleer voor te zorgen, dat Amsterdam een knooppunt van luchtverbindingen blijft. Of dit er dan toe leidt, dan die luchthaven ook rendabel is, is een andere vraag; dit is een vraagstelling, die zich bij vele diensten en bedrijven voordoet, die door de overheid worden geleid. Spreker meent, dat, als er gelden voor uitbreiding enz. nodig zijn, deze niet noodzakelijk in de vorm van aandelenkapitaal behoeven te worden aange- trokken. Met toestemming van de aandeelhouders kan de n.v. geldleningen opnemen. Of er met aandelenkapitaal of met leenkapitaal zal worden gefinan- cierd, zal afhangen van het antwoord op de vraag, hoe het is gesteld met de dekking van het verlies. Zolang het exploitatiesaldo niet nadeliger is dan de afschrijvingen, waarmede rekening wordt gehouden, is er met de financiering nog niets aan de hand en is het dus voor de liquiditeit niet nodig om dat nega- tieve saldo te gaan bijspijkeren. Het derde punt is de vraag, of de gemeente Amsterdam er goed aan doet, in Schiphol te blijven deelnemen, dan wel, zoals de heren Seegers en Le Cavelier hebben gezegd, de zaak verder aan het Rijk over te laten. Door de heer Burger is al gewezen op een tegenstelling in hetgeen deze heren hebben gezegd. Spreker ziet nog een andere tegenstelling in hun opvattingen. Hij vindt hun eerste opzet veel op elkaar lijken, maar de heer Seegers heeft dan uitdrukkelijk betoogd, dat het een overheidsexploitatie zou moeten blijven. Spreker wijst er op, dat de heer Seegers in art. 4, lid 6, van de statuten kan vinden, dat slechts publiekrechtelijke lichamen aandeelhouders kunnen zijn. Direct gevaar, dat de aandelen op de markt komen, is er dus niet en bovendien, wanneer men bedenkt, dat Schiphol een zaak is, voorbestemd om verliezen te lijden, dan valt niet te verwachten, dat die aandelen ooit op de markt zullen komen, want dergelijke aandelen vinden geen gerede aftrek. Het voorbeeld van de K.L.M. gaat dus niet op, want de aandelen van deze vennootschap zijn pas op de markt gebracht, toen zij enige jaren winst had gemaakt en het er voor de ingewijden dus naar uitzag, dat dit zou voortduren. Men kan dus niet, zoals de heer Seegers het geformuleerd heeft, enerzijds zeggen, dat de gemeente Amsterdam die aandelen maar moet prijsgeven, omdat zij er niets aan heeft en anderzijds, dat zij dan het risico loopt, dat het Rijk deze aandelen zal afstoten. Wanneer Burgemeester en Wet- houders een zodanige toekomst zouden zien in deze aandelen, dan is het thans zeker niet het aangewezen moment, te gaan beslissen, dat zij zullen worden afgestoten. De heer Le Cavelier ziet deze aangelegenheid geheel anders, want hij heeft gezegd, dat een particulier er niet aan zou denken, te handelen, zoals thans wordt voorgesteld. De heer Le Cavelier had wel graag gezien, dat de Gemeente deze zaak zou opzetten als een doodgewone handelstransactie en hij is daarbij uitgegaan van de gedachtengang, dat de luchthaven best zodanig geëxploiteerd zou kunnen worden, dat zij rendabel wordt. Bij interruptie heeft spreker zelfs al horen zeggen, dat, als de tarieven maar voldoende worden verhoogd, de luchthaven nog aardige revenuen kan afwerpen. Dit is niet het beleid, dat Bur- gemeester en Wethouders en de Regering op dit ogenblik voor ogen hebben. Zij zijn niet bezig, te trachten, de zaak zo op te zetten, dat er aan verdiend kan worden. Als Burgemeester en Wethouders die mogelijkheid er in gezien hadden, dan hadden zij de Raad in het geheel niet behoeven voor te stellen, de hulp van het Rijk te aanvaarden. Dan hadden zij in 1945, toen deze zaak ging draaien, er ook niet over gedacht, met het Rijk overleg te plegen over de verdere finan- ciering; want wat is er uiteindelijk gebeurd? Ongeveer tegelijkertijd, dat de Wat is er nu aan de hand, als deze exploitatie verder moet worden gevoerd? Dan/is uiteraard, ook als de rekening wel klopt, het bedrag van de afschrijvingen volstrekt onvoldoende om deze luchthaven op peil te houden en dan moet dus, volkomen onafhankelijk van de vraag, of er verlies of winst gemaakt wordt, toch meegefinancierd worden. Het is slechts een zuiver technische kwestie, of men zal beginnen te financieren door bij te dragen in het tekort, waardoor de kas dus nog wat verder bijgespijkerd wordt en dan het ontbrekende bedrag nieuw financiert, of dat men zich van het boekhoudkundige verlies niets aan- trekt en eenvoudig het ontbrekende voor de investeringen financiert. Dat is, wat de deelnemende partijen betreft, om het even, maar het kan zijn, dat het uit een fiscaal oogpunt van belang is, het in de een of andere vorm te doen. Het zou ook weleens kunnen zijn, dat men, door welk voorschrift ook, beter via de kapitaaldienst kan financieren dan via de gewone dienst of omgekeerd, want spreker zou bijv. een bijspijkeren van het verlies ongetwijfeld voor rekening van de gewone dienst brengen en nieuwe kapitalen stellig voor rekening van de kapitaaldienst. Het kan wel zijn, dat dergelijke elementen een rol gaan spelen, maar principieel maakt dit voor de financiering van Schiphol geen verschil uit. Hier moet in ieder geval worden bijgedragen in de miljoenen — in dit verband is gesproken van 180 miljoen — die nodig zijn in de komende jaren en de be- nodigde bedragen moeten door de deelnemers in een of andere vorm en in een of andere verhouding worden opgebracht. Het staat wel vast, dat op grond van de afschrijvingen — minus de verliezen — dat geld slechts voor een klein gedeel- te voorhanden is. Hier is van invloed — en daarom speelt de wijze van financie- ring een rol — als niet met aandelenkapitaal, maar verder met leenkapitaal ge- financierd wordt, want wanneer deze n.v. leenkapitaal krijgt, dan komt er ook een dienst van die lening en dan moeten er op de exploitatierekening bedragen voor rente en aflossing komen te staan. Dit in tegenstelling tot een financiering met aandelenkapitaal, waarbij niet behoeft te worden afgelost en ook geen dividend behoeft te worden betaald. Nu is het best mogelijk, dat de situatie zo wordt, dat, wanneer op een gegeven ogenblik de luchthaven een bepaalde afronding heeft gekregen, zoveel leenkapitaal is gebruikt, dat uit de exploitatie- rekening de dienst van die lening niet kan worden nagekomen. In dat geval zal er allicht bijgespijkerd moeten worden. Zou men niet bijspijkeren, dan zou men ongetwijfeld de liquiditeit zien verdwijnen. Spreker heeft aangegeven, dat er dus verschillende wegen kunnen worden ingeslagen en het uiteindelijke resultaat zal afhangen van de beslissing over de vraag, of er aandelenkapitaal dan wel leen- kapitaal zal worden opgenomen. Naar sprekers mening is het op zichzelf ongewenst, om de financiering zo voort te zetten, dat op een gegeven ogenblik met stellige tekorten rekening moet worden gehouden.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/