archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 53
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 juli 1957 (avondzitting) 846 Schiphol (Van den Bergh) Schiphol 847 Gemeenteblad afd. 2 spreker tegenover, dat tot een jaarvergadering van een n.v., als men zichzelf respecteert, de pers kan worden toegelaten en dat een jaarverslag wordt ge- publiceerd. zo sterk. Hij is van mening, dat men niet kan zeggen, dat bedrijven, zoals het Gemeente-energiebedrijf enz., hun armslag missen en dat zij in het commerciële verkeer in een nadeligere positie staan dan andere bedrijven door hun rechts- vorm. Spreker vraagt zich af, of een directeur van een dergelijk bedrijf, die met betrekking tot een belangrijke beslissing bij een lid van het College van Burgemeester en Wethouders of bij een regeringschef te biecht moet gaan, zich zoveel meer gebonden voelt dan een directeur van een nv, die in dat geval rekening moet houden met een college van commissarissen of een groot- aandeelhouder, buiten welke hij geen belangrijke beslissing kan nemen. Het ontgaat spreker, dat dit een kennelijke tegenstelling zou zijn. Het ontgaat hem dus, dat Schiphol nu speciaal in de n.v.-vorm moest worden voortgezet, hetgeen niet wil zeggen, dat hij de n.v.-vorm in dezen onjuist acht. Hij acht deze vorm stellig beter dan een stichting, welke organisatievorm niet voor commerciële ondernemingen is bedoeld. De bestuursvorm, die men thans heeft gekozen, met zijn College van Commissarissen enz., verschilt niet zoveel van de beheers- vorm van het lichaam, dat men op basis van de Wet van 1950 in het leven had kunnen roepen. In Nederland zal men over Schiphol kunnen horen spreken, doordat bij de behandeling van de rijks- en de gemeentebegrotingen over deze luchthaven wordt gesproken. Spreker meent, wat de continuïteit betreft, dat de positie van de leden van het huidige College van Adviseurs niet zo veel verschilt van die, waarin de gedelegeerden uit de Raad van Commissarissen zullen komen te verkeren. De wijze van samenwerken is in dezen beslissend. Spreker vestigt er nogmaals de aandacht op, dat de Gemeente met betrekking tot de beheersvorm van geen duidelijke voorkeur heeft laten blijken; wel heeft zij de Regering gevraagd, de Wet van 1950 te gebruiken, doch de Regering heeft dit niet gewild. Het is niet aan het doorzetten van Burgemeester en Wet- houders te wijten, dat hier de n.v.-vorm is gekomen. Men moest in dezen met het Rijk tot een regeling komen; deze is thans tot genoegen van beide partijen tot stand gekomen. Met betrekking tot de financiering wijst spreker er op, dat men in de Gemeenteraad telkens tot het College heeft gezegd, wanneer er voordrach- ten inzake Schiphol werden ingediend, waarbij afspraken over de financiering moesten worden gemaakt: maak geen afspraken, die ons met betrekking tot vol- gende voordrachten binden. In wezen bestaat er over de financiering geen af- spraak. Spreker wijst er op, dat er, reeds in verband met de bestedingsbeperking, problemen inzake de financiering zijn, die het Burgemeester en Wethouders on- mogelijk maken, zich voor wat betreft de financiering van Schiphol te binden. Volgens spreker kan men ook niet zeggen: wij geven verder niets meer; volgens hem zit er een tegenstelling in het uitspreken van lof voor datgene, wat tot stand is gebracht en de uitspraak, dat, nu de zaak Amsterdam boven het hoofd is gegroeid, het Rijk de exploitatie van de luchthaven maar moet voortzetten. Burgemeester en Wethouders achten deze houding niet gepast. Het College heeft bij de onderhandelingen de bereidheid getoond, over de in- standhouding en de verdere uitbreiding van de luchthaven voortdurend te spreken. Spreker meent, dat men het kan formuleren, zoals de heer Baruch het heeft gedaan, nl. door te zeggen: wij moeten naar vermogen aan deze zaak deelnemen; er kunnen jaren zijn, dat het ons gemakkelijk zal vallen en er kunnen jaren komen, dat het moeilijk gaat. Spreker meent, dat hieruit kan volgen, dat de bijdragen fluctuerend zullen zijn; men kan zich niet vastleggen voor de financiering in de toekomst. Hij stelt echter voorop, dat alle grote bedragen niet zijn geïnvesteerd om een toestand in het leven te roepen, waarbij het gevaar ontstaat, dat de uitbreidingsplannen niet kunnen worden gerealiseerd. Met betrekking tot een vraag over de gang van zaken bij de komende financiering wijst spreker er op, dat een n.v. geen regelen inhoudt en ook geen regelen kan inhouden over komende financieringen. In de statuten staat niets over het eventueel aanvullen van de verliezen; evenmin staat er in, hoe de investeringen moeten worden betaald. Spreker betoogt, dat het denkbaar is, dat bepaalde personen een n.v. oprichten en met betrekking tot het bijstorten van kapitaal een aparte overeenkomst aangaan. Spreker wijst er op, dat een- zelfde situatie met betrekking tot. de gemeenschappelijke regeling bestaat. Ook dan wordt er nooit een bindende afspraak gemaakt met betrekking tot de financiering, aangezien de openbare organen zich niet willen vastleggen voor wat betreft hun betalingspolitiek voor latere begrotingsjaren. Spreker wijst er op, dat de Raad wel een voordracht kan aannemen, waarin wordt ge- zegd, dat een subsidie voor een bepaalde periode gewenst is, maar dat bij een volgende begroting het subsidie opnieuw wordt gevraagd; het is volgens spreker bepaald niet zo, dat een gemeenteraad beslissingen neemt, waarbij hij zich voor de toekomst inzake subsidiëringen vastlegt. Spreker antwoordt de heer Burger op diens vraag, dat de uitbreidingsplan- nen door de n.v. zullen worden overgenomen. Wel komt er een wijziging in de gang van zaken met betrekking tot de onteigeningen. Spreker wijst hier op de onteigeningen, zoals deze voor industriële vestigingen plaatsvinden. De overheid onteigent en draagt deze gronden dan aan de gebruikers over. Iets soortgelijks zal in de gemeente Haarlemmermeer plaatsvinden. Ten aanzien van de openbaarheid is spreker van mening, dat men het te streng stelt, als men zegt, dat deze thans verloren gaat. Inderdaad zulien de voordrachten, welke met betrekking tot Schiphol aan de Gemeenteraad zullen worden gedaan, een ander karakter krijgen. Eik jaar vindt men in den vervolge op de Begroting een opgave van het aandelenbezit van Amsterdam voor wat betreft Schiphol. Tevens zal uit de Begroting blijken, wat deze deelneming de stad kost. Indien er bepaalde investeringen moeten worden gefinancierd, zal terzake een voorstel bij de Raad aanhangig worden gemaakt. Spreker meent dan ook, dat er wel degelijk gelegenheid zal zijn om over de ontwikkeling van Schiphol te spreken, ook in het openbaar. Was voor de bedrijfsvoering een andere organisatievorm gekozen, bijv. die van een openbaar lichaam, dan was, aldus spreker, de openbaarheid niet groter geweest. Een aantal openbare licha- men schuwen de openbaarheid op onrustbarende manier. Hier staat volgens ‚Spreker wijst nog op één punt, waaruit blijkt, dat de n.v.-vorm in dezen ietwat oneigenlijk is. In art. 17 van de statuten is nl. de bepaling opgenomen, dat er tijdig een begroting moet worden opgemaakt. Spreker meent, dat men over het algemeen in de statuten aan een n.v. niet zal vinden, dat er een be- groting moet worden opgemaakt. De directie moet reeds in maart van een bepaald jaar de begroting voor het daaropvolgende jaar gereed hebben; deze begroting moet dan in april van dat jaar door de vergadering van aandeelhouders worden vastgesteld. De gemeenten Amsterdam en Rotterdam en het Rijk kun-
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/