archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 51
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 juli 1957 (avondzitting) 842 Schiphol (Burger e.a.) Gemeenteblad afd. 2 Schiphol 843 Door de heer Seegers is thans opgemerkt, dat naar zijn mening, nu Schiphol de nationale luchthaven wordt, het meest juiste zou zijn, dat Amsterdam zich uit de exploitatie terugtrekt en de financiering geheel aan het Rijk overlaat. Ook de heer Le Cavelier wil de financiering van de luchthaven aan het Rijk overlaten, doch zou het, omdat Amsterdam de luchthaven heeft opgebouwd, juist vinden, indien Amsterdam met de exploitatie belast zou blijven. Hij wees in dit verband op de financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten, die tot gevolg heeft, dat Amsterdam een groot object als Schiphol niet meer kan financieren. Spreker kan de redenering van de heer Le Cavelier wel volgen, nu het Rijk bijna overal de grote objecten mede moet financieren. Spreker wil bijv. wijzen op de Botlekhaven in Rotterdam, die naar hij meent 270 miljoen zal kosten en waarin het Rijk voor 100 miljoen deelneemt. Zou dit dan moeten inhouden, dat het Rijk een vertegenwoordiging krijgt in de Dienst voor de Havenwerken van Rotterdam? Eenzelfde kwestie zou zich dan ook kunnen voordoen ten aanzien van de gemeente ’s-Gravenhage met betrekking tot de uitbreiding van de haven van Scheveningen. Ook Amsterdam kan hiervoor komen te staan in verband met de pieren te IJmuiden en verbreding van het Noordzeekanaal. Wanneer het Rijk deze projecten moet financieren, omdat Amsterdam daar de middelen niet voor heeft, zou dit dan moeten impliceren, dat het Rijk vertegenwoordigd zal zijn in de Dienst der Havens en Handels- inrichtingen? Spreker zal thans op deze aangelegenheid niet verder ingaan, doch hij is voornemens, hierover bij de volgende begrotingsbehandeling nog het een en ander te zeggen. Hij wil echter als zijn oordeel uitspreken, dat het zowel in het belang van Schiphol als van Amsterdam is, dat de Gemeente zich finan- cieel voor deze luchthaven blijft interesseren. de meeste waarborg geeft tot een voortvarend, besluitvaardig, commercieel beheer. Het gaat echter met de samenwerking van verschillende publiekrech- telijke organen hoe langer hoe meer deze richting uit en de Raad als besturend orgaan zal als gevolg van deze ontwikkeling, aldus spreker, zo goed als geen bemoeienis meer hebben met deze zaak. Wel lijkt het geheel spreker een ietwat zware opzet. Geheel rond is het geval nog niet. Spreker denkt hierbij aan de regeling van zeker te verwachten verliezen. Wat de waardering van het door Amsterdam ingebrachte kapitaal betreft, zou naar sprekers mening — ook de heer Le Cavelier heeft hierop gewezen — meer rekening gehouden kunnen zijn met de goodwill, die Amsterdam heeft ingebracht. Het is echter duidelijk, dat de nieuwe n.v., waarover eerst na onder- handelingen van vele jaren overeenstemming is verkregen, een compromis is tussen de verschillende partijen. Het welslagen hangt echter af van de instelling en de goede wil om Schiphol zijn positie als nationale en als wereldluchthaven te laten behouden en uit te breiden, van hen, die deze mooie, maar zware taak op zich nemen ; de goede in- tentie moet aanwezig zijn en met moet elkander volkomen vertrouwen; loyaal zullen partijen met elkaar moeten trachten, dit doel te bereiken. Spreker hoopt, dat ook de nieuwe beheersvorm van de luchthaven gunstige resultaten zal opleveren en ook, dat de Raad zich voor Schiphol zal blijven interesseren. Hij spreekt hierbij de verwachting uit, dat de Raad in de toekomst niet alleen iets van Schiphol zal vernemen, wanneer gelden gevoteerd moeten worden, doch dat hij ook tussentijds van de gang van zaken op de hoogte zal worden gehouden. Thans is uit de Raad de vraag naar voren gekomen, of de tot nu toe gevolgde gang van zaken niet bestendigd had kunnen blijven. Spreker meent, dat de huidige situatie verre van ideaal is, al kan gezegd worden, dat de gang van zaken niet onbevredigend was. De samenwerking in het College van Adviseurs liet weinig te wensen over en ook over de verdeling van kosten en lasten zijn in de loop der jaren praktisch geen moeilijkheden gerezen. Het is echter begrijpe- lijk, dat een zo losse samenwerking het Rijk en de Gemeente op de duur moeilijk kon bevredigen. Naar sprekers mening kan echter gezegd worden, dat ook de nieuwe verhoudingen nog niet tot in de finesses zijn geregeld. Namens zijn fractie kan spreker mededelen, dat deze haar stem aan de voordracht zal geven. Zij spreekt haar dank uit aan het adres van Burgemeester en Wethouders, die in samenwerking met het Rijk het herstel van Schiphol sedert de bevrijding hebben geleid. Verder past zeker een woord van dank aan de Dienst der Publieke Werken, het College van Adviseurs en vooral aan de directie en het personeel van de luchthaven, voor al datgene, wat ten behoeve van Schiphol is verricht. Gezamenlijk heeft men de waarborgen geschapen, dat Schiphol zijn positie als nationale en als wereldluchthaven ook in de toekomst zal kunnen behouden. Spreker meent, dat zonder overdreven chauvinisme gezegd kan worden, dat Amsterdam ten aanzien van Schiphol goed werk heeft verricht en voor de totstandkoming van de luchthaven in haar huidige vorm de stuwende kracht is geweest. Met betrekking tot de nieuwe investeringen wordt op bladz. 162 van de voordracht gezegd: „Het voor nieuwe werken aan te wenden bedrag, dat uit eigen middelen der vennootschap kan worden gefourneerd, wordt gevonden in liquide middelen, voor zover hiervoor beschikbaar, 0.a. door afschrijving van vrijgekomen gelden.” Spreker vraagt zich af, of dit nu wel geheel juist is. Enerzijds is het de vraag, of er op het ogenblik reeds belangrijke bedragen kunnen worden afgeschreven en of voor ieder der vennoten te dien aanzien reeds een vaste formule is bepaald, in tegenstelling met het delgen van de even- tuele toekomstige verliezen. Volgens de Memorie van Antwoord zullen even- tuele verliezen moeten worden gedekt door subsidies van de aandeelhouders, in casu het Rijk en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam. Men gebruikt dus enerzijds de gelden, door afschrijving verkregen, als liquide middelen voor in- vesteringen, terwijl men anderzijds voor de verliezen, die geleden worden, bij de aandeelhouders aanklopt. Spreker meent, dat men zich hier niet van kan afmaken met de gedachte aan het zg. ‚„vestzak-broekzak”’. Hij meent echter, dat een en ander in de praktijk wel zal meevallen, doch zal hierover toch gaarne door Burgemeester en Wethouders worden ingelicht. De heer MEEWEZEN zegt, dat hij tot zijn spijt niet in de gelegenheid is De aandeelhouders van de nieuwe n.v. zijn alleen het Rijk en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam, hoewel de mogelijkheid tot uitbreiding opengelaten is. Er is echter een Nederlands gezegde, dat luidt: Samen goed is geen goed. Een aanleiding tot moeilijkheden kan bijv. in dit geval zijn, dat zowel het Rijk als de beide gemeenten over uitstekende technische diensten beschikken en de ervaring heeft geleerd, dat tussen de heren technici lang niet altijd overeen- stemming bestaat. Een gelukkige omstandigheid hierbij is, dat de huidige directeur van Schiphol in dezelfde positie naar de nieuwe n.v. zal overgaan. Deze directeur heeft een zeer belangrijk aandeel gehad in de wederopbouw en de uitbreiding van Schiphol en Amsterdam is hem grote dank verschuldigd. In de nieuwe n.v. kan deze man met zijn grote gaven ook de leidende en bindende kracht zijn.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/