Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 5



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

12 juni 1957 750
(Le Cavelier e.a.) n
voor 1957 heeft spreker moeten constateren, dat toen bij Burgemeester en Wet-
houders niet voldoende realiteitsbesef aanwezig was. Toen de mededeling van
minister Struycken kwam over de bestedingsbeperking, kreeg de Raad nog te
horen, dat bezuiniging niet nodig was. De werkelijkheid, die daarop gevolgd is,
heeft wel iets anders laten zien. Op het ogenblik moet Amsterdam met de hoed
in de hand het geld bijeen zien te krijgen voor de bouw van de IJ-tunnel, waar-
van door het Gemeentebestuur zo trots is gezegd, dat Amsterdam het zelf wel
zou opknappen, als de Regering geen financiële steun zou willen verlenen.
Holland-Festival
Holland-Festival 751 Gemeenteblad afd. 2
Naar sprekers mening is er alle reden om de vraag te stellen, of onder de
huidige omstandigheden het organiseren van een Holland-Festival wel verant-
woord is. Spreker kan deze vraag vrijelijk lanceren, omdat hij reeds in december
jL bij de behandeling van de Begroting heeft verklaard — hierbij dus getuigende
van voldoende realiteitsbesef — dat hij zijn steun niet zou geven aan het sub-
sidie voor het Holland-Festival, omdat, indien er geen geld is voor de nood-
zakelijke dingen, er zeker geen geld is voor de franje van de kunstsubsidies, in
casu het Holland-Festival. Inderdaad moet Amsterdam op kunstgebied een
voorbeeld zijn, maar de hoogmoed om op dit punt de hoofdstad te willen zijn,
terwijl de middelen daartoe de Gemeente worden onthouden, gaat naar sprekers
mening toch wel lijken op een zeker snobisme. Dan is het naar zijn oordeel beter
om eerlijk te bekennen, dat Amsterdam niet over de nodige financiën beschikt
en het daarom dit jaar maar eens zonder Holland-Festival moet doen.
Met de algemene lijn van het betoog van de heer Le Cavelier is spreker het
dus eens en ook mej. Luns en de heer Sajet hebben een waarschuwing in dezelfde
richting laten horen. Inderdaad zal Amsterdam, zolang de financiële situatie zo
somber blijft als zij thans is, voor de toekomst voorzichtig moeten zijn. Spreker
meent echter, dat dit het Gemeentebestuur niet de vrijheid geeft, plotseling,
midden in de voorbereiding, een bepaalde instelling de haar steeds verleende
steun te onthouden en de organisatoren van het Holland-Festival daardoor voor
de grootste moeilijkheden te stellen. Indien het vaststond, dat het Rijk de ont-
brekende kosten wel zou betalen, zou spreker de heer Le Cavelier gaarne op zijn
weg volgen, doch ook de heer Le Cavelier weet, dat dit een vrome wens is, die
niet in vervulling zal gaan. !
Onder de huidige benarde financiële omstandigheden van de stad blijft
spreker, zoals hij reeds eerder heeft verklaard, tegen het verlenen van een sub-
sidie aan het Holland-Festival.
Ten aanzien van het jaar 1958 staat spreker achter de redenering van de heer
Le Cavelier en het verheugt hem, dat ook van de zijde van twee andere fracties
een dergelijke zienswijze naar voren is gebracht. Ook wil spreker er zijn verheu-
genis over uitspreken, dat de Raad de gelegenheid zal krijgen — daarop heeft
spreker bij de Begroting ook aangedrongen — om zich vóór de zomervakantie
principieel over het Holland-Festival uit te spreken. Daarom staat hij op het
standpunt, dat inderdaad voor het jaar 1958 aan de organisatoren van het
Holland-Festival een wenk gegeven moet worden, doch dat de Raad zich ten
opzichte van het jaar 1957 eenvoudig heeft te buigen voor de druk der omstan-
digheden. Men heeft de verplichtingen aangegaan en kan zich daaraan op het
ogenblik niet onttrekken. Op grond van deze overweging zal sprekers fractie
thans haar stem aan deze voordracht geven.
De heer VAN RIJ zegt, dat hij het voorbeeld van mej. Luns en van de heer
Sajet zal volgen en derhalve geen beschouwingen zal houden over het program-
ma van het Holland-Festival. Spreker wil een enkel woord zeggen om te moti-
veren, waarom zijn fractie straks vóór deze voordracht zal stemmen.
De heer SEEGERS merkt op, dat hij zich niet heeft verwonderd over de
uitleg, die thans van bepaalde zijden aan de noodzaak van de bestedings-
beperking is gegeven. Spreker wil er echter op wijzen, dat de bestedingsbeper-
king in de eerste plaats een beperking van de kapitaalsuitgaven dient in te
houden en hij is van oordeel, dat het toekennen van een subsidie aan enige
kunstinstelling niet kan worden beschouwd als een kapitaalsinvestering. Zo-
lang spreker echter lid is van de Raad, heeft hij van liberale zijde nooit anders
gehoord dan de wens tot bezuiniging, maar dit had dan altijd alleen betrekking
op uitgaven van de Gemeente. Hij had daarom dergelijke uitlatingen ook thans
wel weer verwacht. di
Ten aanzien van het betoog van de heer Le Cavelier wil spreker opmerken,
dat men het met de algemene lijn daarvan eens kan zijn en toch tot een andere
conclusie kan komen met betrekking tot deze voordracht. Door de heer Le
Cavelier is opgemerkt, dat de Raad over deze zaak bij de Begroting in vrijheid
heeft kunnen beslissen. Inderdaad heeft de heer Le Cavelier bij de Begroting het
advies gegeven, in 1957 geen steun te verlenen aan het Holland-Festival, doch
voor zover spreker zich herinnert, heeft de heer Le Cavelier geen voorstel gedaan
om de betreffende post van de Begroting af te voeren.
Het betoog van de heer Sajet heeft spreker echter enigermate verontrust. Hij
is van oordeel, dat degenen, die het met het ondersteunen van de kunstuitingen
ten behoeve van de bevolking inderdaad oprecht menen, elke aanval van de zijde
van hen, die in dit opzicht bezuinigingen wensen, met kracht dienen af te slaan.
De strekking van het betoog van de heer Sajet acht spreker echter âllerminst
bevorderlijk voor een handhaving van de politiek op het gebied van de kunst-
subsidies, zoals deze tot nu toe door de gemeente Amsterdam is gevoerd. De
redenering, die men thans volgt ten aanzien van het subsidie aan het Holland-
Festival, zal zich naar sprekers oordeel ongetwijfeld ook gaan uitstrekken over
andere instellingen en daarom dient reeds thans elke aanval in die richting te
worden afgeslagen. Sprekers fractie staat derhalve op het standpunt, dat de aan
de orde zijnde voordracht moet worden aangenomen, en dan niet alleen, omdat
de Raad zich bij de Begroting feitelijk reeds voor het verlenen van een subsidie
heeft uitgesproken. Ook sprekers fractie heeft tegen de Begroting gestemd,
maar dit gebeurde zeer zeker niet, omdat zij meende, dat het subsidie aan het
Holland-Festival verminderd zou kunnen worden of zou kunnen verdwijnen.
Verder is sprekers fractie van mening, dat ook voor 1958 en volgende jaren
[De heer LE CAVELIER: Dat heb ik nagelaten, omdat het geen zin heeft
een voorstel in te dienen, dat toch niet door de Raad wordt aangenomen. ]
Spreker merkt op, dat bij andere gelegenheden wel eens voorstellen van de
zijde van de heer Le Cavelier zijn ingediend, die ook geen enkele kans hadden
om door de Raad te worden aangenomen, 0.4. bij de laatste Begroting om een
aantal posten met f 1 te verminderen. Dit is geen verwijt aan de heer Le Cavelier,
doch spreker constateert alleen, dat de vrijheid van beslissing, waarover de heer
Le Cavelier heeft gesproken, eigenlijk bij de behandeling van de Begroting
reeds niet meer aanwezig was. Dit is destijds ook van de zijde van sprekers
fractie tegen het betoog van de heer Le Cavelier aangevoerd. Het was de Raad
nl. toen reeds bekend, dat de organisatoren van het Holland-Festival met de
voorbereiding bezig waren, voordat de Raad ten aanzien van de betreffende
begrotingspost een beslissing nam. Van de zijde van sprekers fractie is toen ge-
zegd, dat deze voorbereiding niet plotseling kon worden stopgezet.

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957



Ga naar de volgende pagina (6)  Ga naar de vorige pagina (4) Nieuwe zoekopdracht

U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie (AI)

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/